Gemeenteblad van Helmond
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Helmond | Gemeenteblad 2026, 186124 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Helmond | Gemeenteblad 2026, 186124 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Nadere regels subsidie Centrummiddelen Helmond – de Peel 2027
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1 Wat willen we bereiken met de subsidieregeling?
We willen dat alle Helmonders kunnen meedoen, rondkomen en vooruitkomen in onze stad (Externe link: Kadernota sociaal domein 2024-2028). En dat jonge Helmonders kansrijk, gezond en veilig opgroeien, zodat ze – eenmaal volwassen – kunnen meedoen, rondkomen en vooruitkomen (Externe link: Meerjarenprogramma jeugd 2024-2032). Dit zijn onze maatschappelijke doelen.
Om bij te dragen aan deze maatschappelijke doelen, voorzien we in een sterke sociale basis. Als onderdeel van deze sociale basis, subsidiëren wij via deze regeling regionaal aanbod dat bijdraagt aan aanbod op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, beschermd wonen en maatschappelijke opvang.
Deze regeling gaat over aanvragen voor het kalenderjaar 2027. Met deze subsidieregeling:
In deze subsidieregeling staan een aantal woorden die wij graag uitleggen:
Brede basisondersteuning: vrij toegankelijke, eerstelijns hulp en ondersteuning gericht op een breed scala van vragen, uitgevoerd in de directe leefomgeving (bijvoorbeeld in de thuissituatie, op school, in een wijkhuis). Brede basisondersteuning is systemisch (gericht op individu én zijn omgeving) en integraal (betrekt alle relevante leefgebieden). Brede basisondersteuning wordt uitgevoerd door betaalde beroepskrachten. Brede basisondersteuning is meestal een-op-een, maar ook groepswerk met een therapeutisch en systemisch karakter rekenen we tot brede basisondersteuning;
Potentieel bereik: het totaal aantal inwoners dat theoretisch in aanmerking komt voor deelname aan een activiteit, gebaseerd op de kenmerken van de doelgroep zoals omschreven in de aanvraag (bijvoorbeeld leeftijd, woonplaats of specifieke behoefte). Het potentieel bereik geeft aan hoeveel inwoners potentieel gebruik zouden kunnen maken van de activiteit, maar betekent niet dat deze inwoners daadwerkelijk deelnemen;
Programma: twee of meer interventies die gezamenlijk één integraal aanbod vormen met een zodanige inhoudelijke en uitvoeringsmatige samenhang dat deze interventies niet afzonderlijk kunnen worden uitgevoerd. Een programma heeft één duidelijke doelstelling en een gezamenlijke opzet en afhankelijkheid waarin de interventies elkaar versterken.
Regionale voorziening: een structurele, vrij toegankelijke en laagdrempelige fysieke locatie waar inwoners van Helmond en de Peelgemeenten zonder indicatie of aanmelding binnen kunnen lopen voor ontmoeten, onderlinge steun, persoonlijke ontwikkeling, herstel, meedoen of dagelijks functioneren. Een voorziening betreft een zelfstandig en herkenbaar aanbod met een eigen doel, en wijze van uitvoering, dat vanuit een vaste fysieke uitvoeringsplek wordt aangeboden en primair is gericht op versterking van de sociale basis en het bieden van collectieve ondersteuning. Het betreft geen brede basisondersteuning.
Sociale basis: de sociale basis bestaat uit wat bewoners samen doen, met of zonder organisatie. Daarnaast omvat het vrij toegankelijke activiteiten en voorzieningen van professionals, vrijwilligers, ervaringsdeskundigen en lotgenoten, gecoördineerd door een (betaalde) coördinator. Deze activiteiten richten zich op het dagelijks leven – zoals ontmoeten, opvoeden, gezondheid, werk, inkomen, sport, cultuur en veiligheid – en kunnen preventief zijn of dienen als laagdrempelig alternatief of aanvulling op professionele hulp.
Artikel 4 Welke activiteiten komen in aanmerking voor subsidie?
Om in aanmerking te komen voor subsidie moeten activiteiten:
ten minste één van de volgende bepalende factoren op een positieve wijze beïnvloeden:
|
Omvat ook: sociaaleconomische status, (gezins)inkomen, opleidingsniveau, werk, werkloosheid, sociaal juridische ondersteuning |
Mensen zijn arm wanneer ze gedurende langere tijd niet de middelen hebben voor de goederen en voorzieningen die in hun samenleving als minimaal noodzakelijk gelden. Het hebben van problematische en/of niet-problematische financiële schulden, leningen, krediet- of financiële problemen en/of het vertonen van problematisch financieel (leen)gedrag. |
Preventieve activiteiten die bijdragen aan het voorkomen en/of beperken van negatieve gevolgen van armoede en schulden.
|
|
Omvat opvoedstijl en opvoedgedrag, hardhandig opvoedgedrag, gedragscontrole, ouderlijke warmte, ouderlijke steun |
Omvat verschillende aanpasbare opvoedstijlen die ouders kunnen inzetten zoals ouderlijk toezicht, houding en alcoholgebruik van ouders, ouder-kind communicatie, betrokkenheid en ondersteuning door ouders. |
Preventieve activiteiten die positief opvoedgedrag van ouders en verzorgers bevorderen en negatief opvoedgedrag voorkomen en/of beperken. Zoals het versterken van opvoedvaardigheden en ouderlijke steun, het stimuleren van ouderlijke warmte en sensitief-responsief opvoedgedrag en het beperken en/of voorkomen van inconsequente en hardhandige opvoedstijlen.
|
|
Onder psychische problemen vallen: depressie, PTSS (posttraumatische stressstoornis), psychopathologie, paranoia, schizofrenie, stemmingswisselingen, mentale aandoeningen, mentale gezondheidsproblemen, zelfmoordpogingen/gedachten, slaapproblemen, eetstoornis, dementie, onbegrepen gedrag. |
Preventieve activiteiten die psychische problemen voorkomen en/of (in vroegtijdig stadium) beperken. Behandeling is niet subsidiabel.
|
|
|
De hoeveelheid en kwaliteit van sociale relaties en deelname aan activiteiten van formele en informele groepen |
Preventieve of randvoorwaardelijke activiteiten die sociale verbondenheid, sociale cohesie en sociale steun vergroten en/of eenzaamheid en exclusie beperken. Het gaat bij sociale verbondenheid en steun niet om interventies die primair gericht zijn op cultuur.
|
|
|
Sociaal-emotionele vaardigheden Omvat ook: empathie, sensitiviteit, persoonlijkheidskenmerken, zelfvertrouwen |
De vaardigheden die betrekking hebben op het herkennen en omgaan met eigen emoties en de omgang met anderen. |
Preventieve activiteiten die sociaal-emotionele vaardigheden versterken, zoals self-efficacy empathie, coping, zelfregulatie en zelfvertrouwen.
|
|
Meerdere aspecten van het gezinsleven, waaronder communicatie, problemen oplossen, verdeling van werk, conflictmanagement en gehechtheid. Het algemene niveau van kwaliteit, aanpassing of blijheid en tevredenheid van de relatie tussen ouders. |
Preventieve activiteiten die bijdragen aan het versterken van positief gezinsfunctioneren en/of bijdragen aan het voorkomen en/of beperken van negatief gezinsfunctioneren.
|
|
|
Omvat ook: getuige van huiselijk of relationeel geweld, mishandeling, misbruik, stalking |
Onder blootstelling aan geweld valt: geschiedenis van kindermishandeling en/of getuige van partnergeweld, betrokkenheid van jeugdbescherming, in het verleden getuige/slachtoffer van ander geweld, prevalentie van dating violence onder leeftijdsgenoten |
Preventieve activiteiten die bijdragen aan het voorkomen en/of beperken van negatieve gevolgen van blootstelling aan geweld, mishandeling, stalking, relationeel en huiselijk geweld.
|
|
Hieronder vallen onder andere: stressvolle gebeurtenissen, misbruik, trauma, verwaarlozing, mishandeling, directe en indirect blootstelling aan rampen, geweld), gedwongen migratie, mensensmokkel, slachtofferschap (intimidatie, geweld, discriminatie) |
Preventieve activiteiten die bijdragen aan het voorkomen en/of beperken van gevolgen van negatieve en ingrijpende levensgebeurtenissen en trauma.
|
|
|
Middelengebruik, gamen (versterkende factor), risicovol gamen (risicofactor), gokken en roken Omvat ook: alcoholgebruik, drugsgebruik, risicovol middelengebruik, risicovol internetgebruik |
Bevat meerdere definities van middelengebruik zoals alcohol en drugs waaronder: mate van middelengebruik, problematisch middelengebruik (verslaving) of op vroege leeftijd beginnen met middelengebruik. Gamen omvat gamen op de computer, mobiele telefoon, en/of spelcomputers. Het kan individueel en multiplayer gedaan worden. Risicovol gamen is bijvoorbeeld buitensporig (online) gamen met een problematisch patroon of gameverslaving. Roken is het actief inhaleren van tabaksrook, vapen, of meeroken, ofwel het inademen van tabaksrook uit de omgeving. |
Preventieve activiteiten die gericht zijn op het voorkomen van middelengebruik, problematisch gamen, problematisch internetgebruik, gokken en roken.
|
|
Het ervaren van discriminatie gebaseerd op de persoonlijke identiteit vanuit de sociale omgeving |
Preventieve activiteiten die gericht zijn op het voorkomen en/of beperken van discriminatie, racisme en exclusie. |
* Genoemde activiteiten zijn voorbeelden die aantoonbaar bijdragen aan bepalende factoren en erkend zijn door één van de landelijke databanken effectieve interventies. Als er geen erkende effectieve interventies zijn, worden hier goed onderbouwde alternatieven genoemd. De gemeente Helmond gebruikt in deze regeling ruimere criteria dan de landelijke databanken, waardoor meer activiteiten als bewezen effectief tellen. Het aanvragen van een van de als voorbeeld genoemde activiteiten, garandeert nog geen subsidie. Dit is afhankelijk van de andere in deze regeling genoemde voorwaarden, overige aanvragen en de totaalscores.
Artikel 6 Aan welke vereisten moet de subsidieaanvraag voldoen?
In aanvulling op de ASV moet de aanvraag voldoen aan de volgende vereisten:
Het college kan naar aanleiding van de aanvraag verduidelijkende vragen stellen. De aanvrager wordt schriftelijk verzocht de vragen schriftelijk te beantwoorden binnen een termijn van 5 werkdagen (of zoveel langer als aangegeven), te rekenen vanaf de eerste dag na de dagtekening van het verzoek. Indien de genoemde termijn is verstreken, zonder dat de gevraagde verduidelijking is ontvangen, wordt de aanvraag beoordeeld zonder de antwoorden mee te nemen.
Artikel 8 Hoeveel subsidie is er?
Het maximale subsidiebedrag voor het kalenderjaar 2027 is €1.466.000. Dat is het subsidieplafond. Dit subsidieplafond geldt onder voorbehoud van vaststelling van de begroting door de gemeenteraad. Subsidieaanvragen moeten worden ingediend onder één van de volgende deelplafonds: a) bemoeizorg en b) regionale voorzieningen voor kwetsbare inwoners en c) preventie van verslaving.
Artikel 9 Hoe verdelen wij de subsidie en beoordelen wij de aanvragen?
Als het subsidieplafond is bereikt in een bepaald deelplafond, vindt verstrekking van subsidie plaats in volgorde van de rangschikking zoals genoemd in lid 1. De hoogst gerangschikte activiteit komt het eerst in aanmerking voor subsidie en daarna in aflopende volgorde de opeenvolgende gerangschikte activiteiten, tot het subsidieplafond wordt bereikt.
Als een subsidiedeelplafond niet volledig is benut, worden de niet-gebruikte middelen verdeeld over de overige subsidiedeelplafonds, voor zover de aanvragen binnen die deelplafonds het plafond overschrijden. De verdeling van de niet-gebruikte middelen over de overige deelplafonds vindt plaats in de volgende volgorde: 1) bemoeizorg, 2)regionale voorzieningen 3)preventie van verslaving.
Artikel 10 Wanneer weigeren wij de aanvraag voor subsidie?
In de ASV staan weigeringsgronden.
Daarnaast kunnen wij de subsidie (deels) weigeren als:
Er naar het oordeel van het college al voldoende aanbod is dat in de vraag voorziet. Dit kan betekenen dat na weging van de aanvragen blijkt dat er voor vergelijkbare activiteiten subsidie is aangevraagd en het honoreren hiervan teveel van hetzelfde zou opleveren om in de vraag te voorzien. In dat geval worden de aanvragen die het beste uit de beoordeling komen (deels) gehonoreerd tot aan de vraag is voldaan. De overige aanvragen worden geweigerd omdat die onvoldoende toegevoegde waarde hebben.
Aldus besloten in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van gemeente Helmond van 7 april 2026
Burgemeester en wethouders van Helmond,
mr. S.C.C.M. Potters
burgemeester
E.P.H. Koop, MSc
Gemeentesecretaris
We scoren met de formule A + B + C + D.
A. inhoudelijke beoordelingscriteria;
D. Meten, leren en verbeteren.
Om de maximale score te krijgen, kiezen we de hoogste score per categorie:
De hoogste score die je kunt behalen met de gegeven scores is 60 punten.
Onderdeel A – Inhoudelijke beoordelingscriteria (max. 21 punten)
Binnen onderdeel A worden subsidieaanvragen beoordeeld aan de hand van onderstaande inhoudelijke beoordelingscriteria. De beoordeling wordt per deelplafond uitgevoerd door een beoordelingscommissie met expertise op het thema. Per criterium kan een aanvraag de kwalificatie onvoldoende, voldoende of goed krijgen. De criteria zijn gerangschikt naar afnemend gewicht. De scores op alle criteria worden vervolgens opgeteld, wat resulteert in een totaalscore tussen 0 en 21 punten.
Bij onderdeel b van de beoordeling worden punten toegekend op basis van de mate waarin de aangevraagde activiteit(en) aantoonbaar maatschappelijke impact realiseren. Deze maatschappelijke impact wordt uitgedrukt door de bijdrage van de activiteit aan de in deze regeling benoemde bepalende factoren en maatschappelijke doelen, alsmede aangetoonde kwaliteit en effectiviteit van activiteit. Deze twee onderdelen worden via onderstaande
1. Bijdrage van een activiteit aan bepalende factoren
In onderstaande tabel staat toegelicht hoe de score bij dit onderdeel wordt toegekend:
Sterke onderbouwing: Dit betekent dat er bewijs wordt geleverd door de meest betrouwbare onderzoekssoorten, zoals RandomizedControlledTrials (RCT's) (dit zijn experimenten waarbij de deelnemers willekeurig worden toegewezen aan verschillende groepen) en/of meta-analyses (onderzoeken die meerdere studies samenvoegen en analyseren om een algemeen resultaat te vinden).
Goede onderbouwing: Dit betekent dat het bewijs komt uit ander effectonderzoek (onderzoek dat het effect van een interventie meet) en/of systematische reviews (onderzoeken die meerdere studies op een gestructureerde manier samenbrengen) en/of longitudinaal onderzoek (onderzoek dat deelnemers over langere tijd volgt om veranderingen te meten).
2. Effectiviteit en kwaliteit van de activiteit
In onderstaande tabel staat toegelicht hoe de score bij dit onderdeel wordt toegekend.
Sterke aanwijzingen voor effectiviteit: Dit betekent dat er ten minste één studie die in Nederland is uitgevoerd, betrouwbare bewijs toont dat de interventie of aanpak effectief is. Dit zou bijvoorbeeld een Randomized Controlled Trial (RCT) kunnen zijn, waarbij er metingen voor en na de interventie zijn uitgevoerd om de effecten te meten.
Goede aanwijzingen voor effectiviteit: Dit betekent dat er ten minste één studie in Nederland is die redelijk tot goed bewijs levert dat de interventie werkt. Dit kan bijvoorbeeld een quasi-experimenteel onderzoek zijn, wat betekent dat de onderzoekers de effecten van een interventie meten zonder willekeurige toewijzing van deelnemers aan verschillende groepen.
Eerste aanwijzingen voor effectiviteit: Dit betekent dat er ten minste één studie in Nederland is die redelijk bewijs levert voor de effectiviteit van de interventie, bijvoorbeeld onderzoek met metingen voor en na de interventie. Het kan ook onderzoek zijn dat in het buitenland is uitgevoerd, bijvoorbeeld een RCT, maar het bewijs is minder sterk dan in de vorige categorieën.
Theoretisch onderbouwd: Dit betekent dat er een theoretische uitleg is die de activiteit of interventie ondersteunt. Het gaat hierbij niet om goedgekeurde wetenschappelijke studies, maar om een beschrijving van het probleem, de doelgroep, de doelen, de aanpak, en de voorwaarden van de activiteit. De theoretische onderbouwing gebruikt wetenschappelijke theorieën en empirische kennis om uit te leggen waarom de interventie waarschijnlijk effectief is.
Geen aanwijzingen voor effectiviteit en geen theoretische onderbouwing: Dit betekent dat er geen bewijs is dat de interventie effectief is, en ook geen theoretische onderbouwing is gegeven om de werkzaamheid te ondersteunen. Er is dus geen betrouwbare informatie verstrekt om te bewijzen dat de interventie werkt.
Onderdeel C – financiële duurzaamheid – max. 13 punten
Onderdeel C1 – prijs per directe deelnemer max. 7 punten
De score bij C1 wordt bepaald op basis van de prijs per directe deelnemer aan de activiteit. Dit wordt berekend door de prijs per activiteit te delen door het aantal directe deelnemers per activiteit (zoals op het aanvraagformulier bepaald). De meest gunstige categorie scoort 7 punten, die erna 5 punten, daarna 3 punten, vervolgens 2 punten. De activiteit scoort 0 punten wanneer dit in de hoogste categorie valt. De categorieën zijn als volgt:
Onderdeel C2 – reëel subsidiebedrag max. 6 punten
Onderdeel D: meten, leren en verbeteren – max. 10 punten
De manier van meten, leren en verbeteren wordt per activiteit beoordeeld. Dit is verdeeld in niveaus. Het hoogste niveau, waar aan alle criteria van meten, leren en verbeteren wordt voldaan, krijgt de hoogste score. Daarna volgen twee lagere niveaus met lagere scores. Het laagste niveau, waar aan één of geen van de criteria wordt voldaan geeft een score van 0 punten.
Meten leren en verbeteren bestaat op het hoogste niveau uit kwantitatieve en kwalitatieve metingen, een hieraan verbonden methodische wijze van leren en reflecteren en een structureel verbeterplan voor activiteiten.
Kwantitatieve outcome-meting op doel van de activiteit met gevalideerd instrument* voor de doelgroep, voor, na en eventueel tijdens de activiteit
Kwantitatieve meting betekent dat de effecten van de activiteit meetbaar zijn met cijfers of cijfers gebaseerd op data (bijvoorbeeld het aantal mensen dat een bepaalde vaardigheid heeft verworven). Dit moet gedaan worden met een gevalideerd instrument*, wat betekent dat het meetinstrument (bijvoorbeeld een vragenlijst) is getest en bewezen betrouwbaar is voor de specifieke doelgroep. De metingen moeten voor, na en eventueel tijdens de activiteit plaatsvinden om te zien of de activiteit daadwerkelijk invloed heeft gehad.
Kwalitatieve metingen op mechanismen van de activiteit op methodische manier
Kwalitatieve meting betekent dat er vragen worden gesteld aan de deelnemers om te begrijpen hoe en waarom de activiteit werkt. Er wordt gekeken naar de mechanismen van de activiteit. Dat zijn de onderliggende processen die de verandering mogelijk maken. Zo kan geleerd worden of de activiteit werkt zoals deze bedoeld is. Dit moet op een systematische en planmatige manier gebeuren, bijvoorbeeld door focusgroepen, interviews, enquêtes, of observaties. Dit geeft inzicht in de achtergrond van de veranderingen die worden veroorzaakt door de activiteit.
Reflecteren en leren op methodische wijze
Dit betekent dat er planmatig wordt gereflecteerd op de uitvoering van de activiteit: wat goed ging en wat beter kan. Dit gebeurt op basis van de uitkomsten van de metingen (zowel kwantitatieve als kwalitatieve). Het is een continu proces, wat betekent dat er regelmatig wordt geëvalueerd en geleerd van de ervaringen om de activiteit in de toekomst te verbeteren. Dit moet minimaal voldoen aan de reflectiecriteria van de Stichting Kwaliteitsregister Jeugd (SKJ) of de criteria van het Register voor Sociaal Werkers .
Alle bovenstaande elementen toegepast in een cyclisch proces
Alle bovenstaande onderdelen moeten samen in een herhalend (cyclisch) proces worden toegepast. Dit houdt in dat er continu wordt geëvalueerd, geleerd, verbeterd en de activiteit telkens opnieuw wordt uitgevoerd met verbeteringen. Dit proces zorgt ervoor dat de activiteit steeds effectiever en beter wordt door de tijd heen.
*Indien een gevalideerd instrument niet toepasbaar is binnen de context van de activiteit, motiveert de aanvrager waarom de toepassing niet mogelijk is. Daarnaast beschrijft de aanvrager welke alternatieve methoden worden ingezet om alsnog op systematische en onderbouwde wijze inzicht te verkrijgen in de effecten van de activiteit. Indien deze onderbouwing als voldoende wordt beoordeeld, kan alsnog aan dit criterium worden voldaan.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-186124.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.