Gemeenteblad van Landgraaf
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Landgraaf | Gemeenteblad 2026, 185657 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Landgraaf | Gemeenteblad 2026, 185657 | beleidsregel |
Beleidsregels wet Damocles en wet Victoria Landgraaf 2026
De burgemeester van L a n d g r a a f ;
de bevoegdheid van de burgemeester op grond van artikel 13b Opiumwet tot het toepassen van bestuursdwang ten aanzien van woningen en lokalen of op een daarbij behorend erf in verband met de verkoop, aflevering of verstrekking dan wel daartoe aanwezig zijn van softdrugs of harddrugs of het treffen van voorbereidingshandelingen;
de bevoegdheid van de burgemeester op grond van artikel 174a Gemeentewet tot het toepassen van bestuursdwang ten aanzien van woningen en niet voor publiek toegankelijke lokalen of op een daarbij behorend erf in verband met gedragingen die leiden tot verstoring van de openbare orde of ernstige vrees daarvoor;
de bevoegdheid van de burgemeester op grond van artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht tot vaststelling van beleidsregels met betrekking tot een hem toekomende bevoegdheid;
Hoofdstuk 1: Beleidsregels wet Damocles gemeente Landgraaf (handhaving artikel 13b Opiumwet)
In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
handel: het verkopen, afleveren of verstrekken van softdrugs of harddrugs – in al zijn verschijningsvormen - dan wel het daartoe aanwezig zijn daarvan; onder handel wordt mede verstaan een mondelinge overeenkomst tot koop, verkoop van drugs, waarbij aflevering of logistieke handelingen elders plaatsvinden;
lokaal: elk (deel van een) gebouw, bouwwerk (een voor mensen toegankelijke overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte) of complex van ruimten inclusief bijbehorend erf, al dan niet toegankelijk voor publiek en niet zijnde een woning, zoals een winkel, café, loods, schuur of bedrijfsruimte. Het feitelijk gebruik van het pand of complex van ruimten is bepalend en niet de uiterlijke kenmerken zoals de bouw of de enkele aanwezigheid van huisraad;
Artikel 1:3 Algemene uitgangspunten
De burgemeester is aldus bevoegd om een last onder bestuursdwang op te leggen. Echter betekent dit niet dat de burgemeester dat ook in alle gevallen doet. Zo wordt er een waarschuwing, in plaats van een last onder bestuursdwang, opgelegd indien een geringe overschrijding van een handelshoeveelheid softdrugs wordt aangetroffen in een woning waarbij dit de eerste overtreding van de Opiumwet in die woning betreft en er geen sprake is van een ernstig geval zoals bedoeld in artikel 1:4 van deze beleidsregel. Een geringe overschrijding van een handelshoeveelheid softdrugs wordt aangenomen tot 10 gram softdrugs.
Bij de toepassing van bestuursdwang op grond van artikel 13b van de Opiumwet wordt gekozen voor sluiting van het lokaal en/of de woning en/of bijbehorend erf. Dit moet als de meest effectieve maatregel worden beschouwd om de met de wet strijdige situatie te doen beëindigen en herhaling ervan te voorkomen.
Bij een ernstig geval is volgens deze beleidsregels de noodzaak tot sluiting gegeven. Van een ernstig geval is in ieder geval sprake als aannemelijk wordt gemaakt dat één of meer van de navolgende indicatoren van toepassing is/zijn, waarbij geen sprake is van een limitatieve opsomming:
er is sprake van (andere) strafbare feiten, zoals geweldsdelicten, wapenbezit in de zin van de Wet wapens en munitie, diefstal van stroom, of er is sprake van openbare ordeverstoringen gerelateerd aan de woning. Bij gerelateerde openbare ordeverstoringen valt te denken aan het in de woning aantreffen van personen met een strafrechtelijk verleden op het gebied van geweld, drugs of wapenbezit, of van personen die dergelijke (strafbare) feiten eerder pleegden.
Artikel 1:5 Duur van de sluiting ex artikel 13b Opiumwet
In afwijking van het bepaalde in het eerste en/of tweede lid wordt:
bij het aantreffen van een handelshoeveelheid harddrugs (of voorbereidingshandelingen voor de bereiding of vervaardiging van harddrugs) in een woning en/of lokaal en/of bijbehorend erf, binnen vijf jaar na constatering van een vorige overtreding van de Opiumwet met betrekking tot softdrugs (of voorbereidingshandelingen voor de bereiding of vervaardiging van softdrugs) in die woning en/of dat lokaal en/of bijbehorend erf, aansluiting gezocht bij de sluitingstermijnen (voor recidive en de volgende recidive) inzake harddrugs, zoals vermeld in de in lid 1 en 2 bedoelde matrixen;
bij het aantreffen van een handelshoeveelheid softdrugs (of voorbereidingshandelingen voor de bereiding of vervaardiging van softdrugs) in een woning en/of lokaal en/of bijbehorend erf, binnen vijf jaar na constatering van een vorige overtreding van de Opiumwet met betrekking tot harddrugs (of voorbereidingshandelingen voor de bereiding of vervaardiging van harddrugs) in die woning en/of dat lokaal en/of bijbehorend erf, aansluiting gezocht bij de sluitingstermijnen (voor recidive en de volgende recidive) inzake softdrugs, zoals vermeld in de in lid 1 en 2 bedoelde matrixen.
Artikel 1:6 Procedure en begunstigingstermijn
Het opleggen van een last onder bestuursdwang vindt plaats met toepassing van de Algemene wet bestuursrecht. Dit betekent dat, alvorens een definitief besluit over sluiting wordt genomen, belanghebbenden schriftelijk op de hoogte worden gebracht van het voornemen tot sluiting en dat zij in de gelegenheid worden gesteld mondeling of schriftelijk hun zienswijze op het voornemen te geven.
In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid, vindt in geval van handel in harddrugs, dan wel het bereiden of vervaardigen daarvan en/of voorbereidingshandelingen daartoe, de sluiting ex artikel 13b Opiumwet van voor het publiek toegankelijke lokalen, zoals horecabedrijven en winkels, plaats met toepassing van spoedeisende bestuursdwang, zoals bedoeld in artikel 5:31, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht, vanwege acuut gevaar voor de veiligheid of gezondheid van personen of voor de openbare orde.
In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid en onverminderd het bepaalde in het derde lid, kan ook in andere gevallen, waarin handel in drugs en/of voorbereidingshandelingen is/zijn geconstateerd, waarbij acuut gevaar is voor de veiligheid of gezondheid van personen, de omgeving, het milieu of de openbare orde, worden besloten tot toepassing van spoedeisende bestuursdwang.
Artikel 1:7 Feitelijke sluiting
Feitelijke sluiting houdt in dat het lokaal en/of de woning en/of bijbehorend erf ontoegankelijk moet worden gemaakt dan wel wordt gemaakt door alle toegangen tot het lokaal en/of de woning en/of bijbehorend erf af te sluiten, al dan niet door middel van betimmeringen en/of het aanbrengen van ander sluitwerk, en de sleutels in bewaring te geven aan de burgemeester. De betreffende toegangen zullen namens de burgemeester worden verzegeld.
Het onderliggende besluit zal in verkorte vorm (sluitingsbevel) aan de voorgevel van het lokaal en/of de woning worden aangebracht. Wanneer de voorgevel zodanig van de openbare weg verwijderd of verscholen ligt dat de aankondiging op of aan de woning of het lokaal vanaf de openbare weg niet leesbaar is, kan het sluitingsbevel middels plaatsing van een bord op of bij de perceelgrens aan de openbare weg kenbaar worden gemaakt.
Het verwijderen van een verzegeling of het verwijderen of beschadigen dan wel onleesbaar maken van het sluitingsbevel, anders dan door een daartoe bevoegde medewerker van de gemeente, levert een strafbaar feit op. Het betreden van een gesloten lokaal en/of woning en/of bijbehorend erf is een strafbaar feit.
Hoofdstuk 2: Beleidsregels wet Victoria gemeente Landgraaf (handhaving artikel 174a Gemeentewet)
In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
lokaal: elk (deel van een) gebouw, bouwwerk (een voor mensen toegankelijke overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte) of complex van ruimten, al dan niet toegankelijk voor publiek en niet zijnde een woning, zoals een winkel, café, loods, schuur of bedrijfsruimte. Het feitelijk gebruik van het pand of complex van ruimten is bepalend en niet de uiterlijke kenmerken zoals de bouw en aanwezigheid van huisraad;
Artikel 2:3 Algemene uitgangspunten
De burgemeester is op grond van artikel 174a Gemeentewet – kort gezegd – bevoegd om een woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te sluiten in geval van ernstige verstoring van de openbare orde rondom die woning of dat lokaal. De burgemeester is onder bepaalde omstandigheden ook bevoegd die woning, dat lokaal of bijbehorend erf te sluiten wanneer er ernstige vrees bestaat voor zo’n ernstige openbare ordeverstoring.
Er moet sprake zijn van een ernstige openbare ordeverstoring of een ernstige vrees daartoe. De openbare orde betreft het ordelijk verloop van het gemeenschapsleven ter plaatse. Dat is verstoord als daadwerkelijk effect waarneembaar is op het openbare leven. De ernst, omvang of duurzaamheid van onveiligheids- en angstgevoelens bij mensen kunnen maken dat er sprake is van maatschappelijke onrust en daarmee een verstoring van de openbare orde.
Bij de bekendmaking van het besluit worden de belanghebbenden in de gelegenheid gesteld om binnen een te stellen termijn maatregelen te treffen waardoor de ernstige verstoring van de openbare orde wordt beëindigd of voorkomen (artikel 174a lid 4 Gemeentewet). De termijn die wordt verleend, hangt af van de concrete feiten en omstandigheden van het geval. Het zal doorgaans gaan om een termijn van enkele uren tot een paar dagen.
Indien sprake is van een spoedeisend geval kan direct tot spoedsluiting worden overgegaan zonder dat een dergelijke termijn wordt verleend, dus zonder dat de belanghebbenden in de gelegenheid worden gesteld om zelf nog maatregelen te treffen (artikel 174a lid 4 Gemeentewet). Of sprake is van een spoedeisend geval, hangt af van de concrete feiten en omstandigheden van het geval.
Artikel 2:4 Duur van de sluiting ex artikel 174a Gemeentewet
Ingeval van omstandigheden, als bedoeld in artikel 174a Gemeentewet wordt de duur van de sluiting bepaald volgens onderstaande matrix.
Artikel 174a lid 1 sub a Gemeentewet (de “a-grond”) geeft de burgemeester de bevoegdheid tot het sluiten van een woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf indien door gedragingen in de woning of het lokaal of op het erf de openbare orde rond de woning, het lokaal of het erf ernstig wordt verstoord.
De gedraging uit de “a-grond” is niet nader gespecifieerd. Het betreft in ieder geval gedragingen die leiden tot overlast die nadelig zijn voor de veiligheid en/of gezondheid (te denken valt aan woningen of lokalen van waaruit sprake is van overlast door drugsgebruik, sekswerk, vechtpartijen, etc.). Geluids- of stankoverlast door de buren is bijvoorbeeld niet voldoende.
Artikel 174a lid 1 sub b Gemeentewet (de “b-grond”) geeft de burgemeester de bevoegdheid tot het sluiten van een woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf indien door ernstig geweld, of bedreiging daarmee, in of in de onmiddellijke nabijheid van de woning of het lokaal of op het erf of in de onmiddellijke nabijheid van het erf, de openbare orde rond de woning, het lokaal of het erf ernstig wordt verstoord of ernstige vrees bestaat voor het ontstaan van een zodanige verstoring.
Het geweld of de dreiging daarmee moet een bepaalde ernst in zich dragen. Het bekladden, bespuiten of gooien van eieren of soortgelijke voorwerpen naar een woning of lokaal, volstaat niet. Er moet bij toepassing van de “b-grond” vooral worden gedacht aan wapengeweld of daarmee op een lijn te stellen geweld, zoals geweld door brandstichting of geweld met een explosief of zwaar vuurwerk.
De wet is aangescherpt wegens de problematiek van georganiseerde en ondermijnende criminaliteit en beschietingen, maar dat betekent niet dat het geweld moet voortkomen uit de georganiseerde en ondermijnende criminaliteit. De “b-grond” ziet net zo goed op (niet-limitatief) beschietingen, explosies, ontploffingen of het neerleggen van explosieven of zwaar vuurwerk wanneer dit geschiedt vanuit een andere context (bijvoorbeeld vanuit de relationele sfeer of om andere redenen).
Artikel 174a lid 1 sub c Gemeentewet (de “c-grond”) geeft de burgemeester de bevoegdheid tot het sluiten van een woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf indien door het aantreffen in de woning of het lokaal of op het erf van een wapen als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie de openbare orde rond de woning, het lokaal of het erf ernstig wordt verstoord of ernstige vrees bestaat voor het ontstaan van een zodanige verstoring.
De “c-grond” ziet ook op ernstige openbare orde verstoringen (of de ernstige vrees daarvoor) wegens het aantreffen van vuurwerk, maar alleen voor zover dit vuurwerk in de concrete situatie een wapen is als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie. Vuurwerk kan in een concrete situatie – kort samengevat – als wapen worden aangemerkt wanneer dit vuurwerk bedoeld is om schade aan te richten aan zaken of om personen te verwonden.
Het enkele aantreffen van een wapen of vuurwerk is niet voldoende om over te gaan tot sluiting. De vondst van het wapen of het vuurwerk moet hebben geleid tot een ernstige openbare ordeverstoring (of de ernstige vrees daarvoor) rond de woning of het lokaal. Het is daarvoor niet vereist dat het wapen of vuurwerk daadwerkelijk is gebruikt.
Er wordt bij de beoordeling (niet-limitatief) betekenis toegekend aan de plek waar het wapen is aangetroffen, of het wapen was doorgeladen of niet, of er munitie is aangetroffen, of er meerdere wapens zijn aangetroffen, of er andere relevante goederen zijn aangetroffen, of er relevante factoren zijn met betrekking tot de woning of het lokaal, of er relevante factoren zijn met betrekking tot de rechthebbenden of aanwezigen in de woning of het lokaal.
Artikel 2:8 Procedureverloop en begunstigingstermijn
De burgemeestersbevoegdheid op basis van artikel 174a Gemeentewet vindt plaats met toepassing van de Algemene wet bestuursrecht. Dit betekent dat, alvorens een definitief besluit over sluiting wordt genomen, belanghebbenden schriftelijk op de hoogte worden gebracht van het voornemen tot sluiting en dat zij in de gelegenheid worden gesteld om binnen 5 werkdagen mondeling of schriftelijk hun zienswijze op het voornemen te geven.
Als begunstigingstermijn bij sluiting wordt een periode van tenminste vijf werkdagen, aanvangend op de dag volgende op verzending van het besluit, aangehouden waarbinnen betrokkene zelf in de gelegenheid wordt gesteld om maatregelen te treffen waardoor de verstoring van de openbare orde (blijvend) wordt beëindigd. Ingeval van een spoedsluiting wordt er afgezien van een begunstigingstermijn.
Er wordt in beginsel gestart met een sluitingstermijn voor de duur van 1 maand, om zo het ordelijk verloop van het gemeenschapsleven ter plaatse te handhaven, rust te brengen in de verstoorde situatie en te voorkomen dat de openbare orde verder of opnieuw wordt verstoord. In afwijking hiervan wordt bij een spoedsluiting in beginsel gestart met een sluitingstermijn voor de duur van 1 week.
Gedurende die maand zal de burgemeester de situatie monitoren. Indien de beoogde doelen zijn behaald en niet langer sprake is van (ernstige vrees voor) ernstige verstoring van de openbare orde, loopt de sluiting na afloop van die maand af. Indien uit feiten en omstandigheden blijkt dat wel nog steeds sprake is van (ernstige vrees voor) ernstige verstoring van de openbare orde, wordt de sluiting na afloop van die maand verlengd voor de duur van een maand. De sluiting zal telkens voor de duur van een maand worden verlengd zolang sprake is van (ernstige vrees voor) ernstige verstoring van de openbare orde.
Artikel 2:9 Feitelijke sluiting
Feitelijke sluiting houdt in dat het lokaal en/of de woning en/of bijbehorend erf ontoegankelijk moet worden gemaakt dan wel wordt gemaakt door alle toegangen tot het lokaal en/of de woning en/of bijbehorend erf af te sluiten, al dan niet door middel van betimmeringen en/of het aanbrengen van ander sluitwerk, en de sleutels in bewaring te geven aan de burgemeester. De betreffende toegangen zullen namens de burgemeester worden verzegeld.
Het onderliggende besluit zal in verkorte vorm (sluitingsbevel) aan de voorgevel van het lokaal en/of de woning worden aangebracht. Wanneer de voorgevel zodanig van de openbare weg verwijderd of verscholen ligt dat de aankondiging op of aan de woning of het lokaal vanaf de openbare weg niet leesbaar is, kan het sluitingsbevel middels plaatsing van een bord op of bij de perceelgrens aan de openbare weg kenbaar worden gemaakt.
Het verwijderen van een verzegeling of het verwijderen of beschadigen dan wel onleesbaar maken van het sluitingsbevel, anders dan door een daartoe bevoegde medewerker van de gemeente, levert een strafbaar feit op. Het betreden van een gesloten lokaal en/of woning en/of bijbehorend erf is een strafbaar feit.
Hoofdstuk 3 Overkoepelende bepalingen
Artikel 3:1 Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken
Een publiekrechtelijke beperking vanwege een besluit tot sluiting van een woning of lokaal wordt op grond van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken binnen vier dagen na bekendmaking van het besluit ingeschreven in de Basisregistratie Kadaster Publiekrechtelijke Beperkingen (BRK-PB).
Na beëindiging van de sluiting vervalt de publiekrechtelijke beperking ingeschreven in de Basisregistratie Kadaster Publiekrechtelijke Beperkingen (BRK-PB). Indien hiervoor vanuit het bestuursorgaan nadere handelingen noodzakelijk zijn, wordt hiervoor binnen vier dagen na de dag waarop dit bij hem bekend is geworden, zorg gedragen.
Overeenkomstig het bepaalde in artikel 5:25 en titel 4.4 van de Algemene wet bestuursrecht kunnen de kosten van bestuursdwang op de overtreder(s) worden verhaald. Wordt tot kostenverhaal besloten dan wordt dit in de mededeling van het voornemen tot een besluit en in het definitieve besluit meegedeeld.
De burgemeester kan, indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven, afwijken van deze beleidsregels.
Beleidsregels wet Damocles en wet Victoria gemeente Landgraaf 2020, vastgesteld op 28 september 2020, wordt ingetrokken.
Deze beleidsregels treden in werking op de dag na bekendmaking in het elektronische Gemeenteblad op www.overheid.nl.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-185657.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.