Gemeenteblad van Purmerend
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Purmerend | Gemeenteblad 2026, 183519 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Purmerend | Gemeenteblad 2026, 183519 | beleidsregel |
De raad van de gemeente Purmerend,
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 16 december 2025
De beleidsregel stolp en erf biedt een basisbeschrijving en verbeelding van de hoofdkwaliteiten van stolpenerven in de gemeente Purmerend, erfsplitsingsprincipes, hoofdkarakteristieken van stolpen, details en materialen. Deze bijlage vormt in ieder geval het beoordelingskader bij initiatieven voor splitsingen bewoning van een karakteristiek bijgebouw.
Stolpen en erven in de gemeente Purmerend
Stolp en erf zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De stolp is van oudsher het woon- en bedrijfsgebouw en het erf was een belangrijk onderdeel van het bedrijf. De inrichting van het erf was dan ook hoofdzakelijk functioneel en het landschap was leidend voor de plaatsing van de stolp op de kavel en dat had gevolgen voor de inrichting van het erf. Stolpenerven zijn opgebouwd volgens een vaste structuur afhankelijk van het landschapstype.
Het gebied tussen de Beemster en de Purmer werd de Overweersche polder genoemd (ten noorden van Purmerend centrum) en Polder Purmerland (ten zuiden van Purmerend centrum). Dit was een veenweidegebied. Er liggen drie stolpen in dit gebied. De overige stolpen liggen in één van de twee droogmakerijen in de gemeente, dit zijn de Purmer en de Beemster. Daarom ligt de focus in de beleidsregel op erven gelegen in de droogmakerijen. De vierkante erven in droogmakerij De Beemster zijn ingedeeld in blokvormige ‘kamers’ die van elkaar gescheiden worden door sloten, bomenrijen en hagen, daarmee wordt niet alleen de rijkdom van de boer weerspiegelt maar ook de indeling van de droogmakerij.
Traditionele erfindeling. Het stolpenerf wordt ingedeeld in een voorerf en een achtererf. Het voorerf is de open en representatief. Over het voorerf heeft men vrij zicht op de representatieve voorgevel van de boerderij. Het voorerf wordt gebruikt voor sierperken, moestuin, bleekveld en boomgaard. Het voorerf loopt tot aan de achtergevel van de boerderij en is vrij van bouwwerken. Het achtererf begint direct achter de achtergevel en is praktisch en functioneel, daar vindt het arbeidsintensieve en gemengde gebruik plaats en daar staan de bijgebouwen. Het Beemster erf bestaat uit een voorerf, middenerf en achtererf. Het middenerf begint bij de achtergevel en is 18 meter diep, op het middenerf staan de kleinere bijbehorende bouwwerken. Op het achtererf staan de grote bijbehorende bouwwerken. Bijgebouwen staan doorgaans met de nok haaks op de weg.
Het Beemster erf is vierkant van vorm en heeft een oppervlakte van hooguit 8100m². Het erf is maximaal een halve kavel ofwel 90 meter breed en hooguit 90 meter lang, gemeten vanaf de wegsloot. De meeste erven variëren tussen 45 x 45m en 90 x 90 m.
Voorbeeld van een traditionele erfinrichting met voor- en achtererf. Bron: MOOI Noord-Holland
Voorbeeld van de traditionele erfinrichting met zoals voorkomt in de Beemster met voor-, midden- en achtererf. Bron: MOOI Noord-Holland
Gebouwen op het erf. De stolp is blikvanger en staat parallel aan de verkaveling, in de gemeente Purmerend is dit in de meeste gevallen haaks ten opzichte van de weg. De bijgebouwen staan achter of schuin achter de stolp en zijn ondergeschikt aan het hoofdgebouw (de stolp) in volume en architectonische vormgeving (sober en streekeigen).
Voorbeeld van de hiërarchie en de posities van de gebouwen op het erf met het hoofdgebouw (de stolp) voor-aan en de schuren daarachter. Bron: MOOI Noord-Holland
Voorbeeld van het erfpad met het doorzicht naar het achterland. Bron: MOOI Noord-Holland
Voorbeeld van de wegsloten met haaks daarop de erfsloten. Bron: MOOI Noord-Holland
Kenmerkend voor erven in de Purmer en de Beemster is dat het geheel is omgeven door sloten. In de Beemster maken deze sloten onderdeel uit de kopergravure sloten en daarmee het cultuurhistorisch gridpatroon van de Beemster. In beide polders is sprake van wegsloten. Daarnaast vormt streekeigen erfbeplanting een afbakening van het erf, bestaande uit een bomenrij op de achter en zijranden van het erf. Soms loopt de bomenrij ook langs de wegkant door.
Bij het splitsen van een stolpboerderij in meerdere wooneenheden is het van belang dat het stolpenerf als één geheel intact blijft en dat het voorerf vrij blijft van bouwwerken, dus ook geen erfafscheidingen. Verder is het van belang dat het erf één inrit heeft en dat historische bijgebouwen (voor 1966) blijven gehandhaafd en waar mogelijk gebruikt. Indien een stolpboerderij in meer dan twee wooneenheden wordt gesplitst dient sprake te zijn van een mandelig erf.
Voorbeeld van streekeigen beplating met poortwachters, leilinden, boomgaard en windsingels. Bron: MOOI Noord-Holland
Voorbeeld van verticaal splitsen. Bron: MOOI Noord-Holland
Voorbeeld van parkeerzones op het achtererf, verbeeld door de donkergrijze vlakken. Bron: MOOI Noord-Holland
Aantal bijgebouwen en aantal vierkante meters bijgebouwen beperken. Bijgebouwen dienen geclusterd/gecombineerd te worden en op het achtererf geplaatst worden. Er is één bijgebouw, ook bij splitsing van de stolpboerderij in meerdere eenheden. Tenzij er al meerdere karakteristieke bijgebouwen aanwezig zijn. Het maximaal aantal vierkante meters bijgebouw per woning beperken tot 150m² in totaal.
Voorbeeld van bijgebouwen op het achtererf: zoveel mogelijk geclusterd en gemeenschappelijk opgelost. Bron: MOOI Noord-Holland
Voorbeeld van een bebouwingsvrije zone langs de erfrand. Bron: MOOI Noord-Holland
Voorbeeld van de verhouding verhard/onverhard op het erf. Bron: MOOI Noord-Holland
De voorgevel heeft soms een voorhuis of topgevel, baksteen al dan niet in combinatie met hout, die representatief en rijk bewerkt is. De voorgevel is rijker dan de zij- en achtergevel, heeft een hogere en rijkere goot. Ter plaatse van de dars en stallen zitten kleine vensters. In de voorgevel bevindt zich altijd maximaal één woningtoegang, tenzij van oorsprong al twee voordeuren in de voorgevel aanwezig zijn. In de Beemster komt dit in sommige gevallen al van oorsprong voor en werden deze geplaatst om de symmetrie te waarborgen.
Voorbeeld van de hoofdkarakteristieken van een stolpboerderij, bestaande uit: de rechthoekige plattegrond met piramidevormig dak, een representatieve, rijke voorzijde met een hoge goot en topgevel, een informele achterzijde, de tegenstelling tussen het open muurwerk en het gesloten dak, een ondergeschikt staartstuk en de stalvensters.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-183519.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.