Gemeenteblad van Bunnik
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Bunnik | Gemeenteblad 2026, 182283 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Bunnik | Gemeenteblad 2026, 182283 | beleidsregel |
Beleidsregels kleine buitenplanse omgevingsplanactiviteit gemeente Bunnik
Sinds eind 2024 werken we in Bunnik met deze beleidsregels voor kleine buitenplanse omgevingsplansactiviteiten (kleine BOPA’s). Deze beleidsregels zijn toen ingevoerd als vervanging van de zogenoemde “kruimelgevallenlijst” zoals opgenomen in artikel 4 bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor). Met invoering van de Omgevingswet (en intrekken van deze Bor) komt dit te vervallen, omdat dan geldt dat voor alle afwijkingen van het omgevingsplan de reguliere procedure de standaard is.
Bij de invoering van de beleidsregels voor kleine BOPA’s, geschiedde dat beleidsneutraal. Inmiddels zijn er enkele beleidsontwikkelingen die een aanpassing van deze beleidsregels vragen. Door opname van nieuwe artikelen rondom pre-mantelzorgwoningen, tijdelijk wonen in bijgebouwen, het splitsen van een woning en kleine dakwindturbines borgen we dat deze kleine ruimtelijke ontwikkelingen binnen het gunstige legestarief voor de kleine BOPA’s vallen. Daarnaast actualiseren we de regels rondom (kleinschalige) zonnevelden om in lijn te zijn met het recent vastgestelde beleid voor zon-op-land (Omgevingsprogramma Zon-op-land gemeente Bunnik).
Deze beleidsregel moet duidelijkheid bieden aan inwoners, ondernemers en andere betrokkenen over de voorwaarden waaronder van het omgevingsplan kan worden afgeweken. Hierdoor ontstaat er uniformiteit in de besluitvorming en worden ad-hoc beslissingen voorkomen. Ook wordt hiermee rechtsongelijkheid en rechtsonzekerheid voorkomen en een evenwichtige toedeling van functies aan locaties gewaarborgd. Het vaststellen van deze beleidsregel heeft daarom als doel om:
De Omgevingswet introduceert het omgevingsplan als juridisch kader voor ruimtelijke ontwikkelingen binnen de gemeentegrenzen. Het omgevingsplan vervangt de voormalige bestemmingsplannen en stelt regels aan activiteiten die invloed hebben op de fysieke leefomgeving, zoals bouwactiviteiten, het gebruik van gronden en gebouwen, en milieubelastende activiteiten. Het omgevingsplan geldt voor het gehele grondgebied van de gemeente Bunnik en bevat regels die nodig zijn om een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) te waarborgen.
Indien een activiteit niet past binnen de regels van het omgevingsplan of niet voldoet aan de voorwaarden voor vergunningvrij bouwen (zoals geregeld in Hoofdstuk 22 Overgangsrecht van de Omgevingswet), kan een vergunning worden aangevraagd voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Bij een BOPA gaat het om een activiteit:
De gemeente heeft de bevoegdheid om een vergunning te verlenen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten op basis van de beoordelingsregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: Bkl). Het verlenen van een vergunning is geen verplichting, maar een discretionaire bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders. Hierbij wordt getoetst of de activiteit bijdraagt aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, zoals bepaald in artikel 8.0a, tweede lid van het Bkl.
Voor omgevingsplanactiviteiten waarvoor een vergunningplicht geldt, maar die niet voldoen aan het omgevingsplan, kan onverminderd het bepaalde in de wet- en regelgeving een omgevingsvergunning worden verleend als de activiteit past binnen de in dit beleid genoemde categorieën en criteria. Past de aangevraagde activiteit niet binnen de categorieën van gevallen, dan zal dit beleid bij de beoordeling buiten beschouwing blijven.
Deze beleidsregel is opgebouwd uit vijf hoofdstukken. Het eerste hoofdstuk (Inleiding) geeft de aanleiding en het doel van deze beleidsregel weer, evenals een overzicht van het wettelijk kader waarbinnen de beleidsregel functioneert. In hoofdstuk 2 (Algemeen) worden de relevante begrippen en definities toegelicht die van belang zijn voor de juiste interpretatie van de beleidsregel. Het inhoudelijke kader van deze beleidsregel is vastgelegd in de hoofdstukken 3 en 4. In hoofdstuk 3 (Algemene afwegingscriteria) worden de algemene criteria beschreven die gelden voor iedere aanvraag om een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Dit betreffen overwegingen die altijd in acht moeten worden genomen bij de toetsing van een aanvraag. Hoofdstuk 4 (Specifieke afwegingscriteria) richt zich op de specifieke afwijkingen, zoals de bouw van bijbehorende bouwwerken, hulpgebouwen, en andere veelvoorkomende activiteiten. Hier worden voor elke afwijking de specifieke beoordelingscriteria gegeven. In hoofdstuk 5 (Slotbepalingen) zijn enkele algemene bepalingen opgenomen die betrekking hebben op de uitvoering en werking van deze beleidsregel.
In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
Agrarisch bedrijf: Een bedrijf dat geheel of overwegend is gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen van agrarische producten door het telen van gewassen en/of het houden van dieren, met dien verstande dat onder een agrarisch bedrijf geen productiegerichte of gebruiksgerichte paardenhouderij wordt begrepen.
Bouwlaag: Een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren (of horizontale balklagen) is begrensd en waarvan de lagen een nagenoeg gelijk omvang hebben, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van kelder, onderbouw, dakopbouw en/of zolder.
Openbaar toegankelijk gebied: Weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer.
Hoofdstuk 3 Algemene afwijkingscriteria
De inhoudelijke beoordeling van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het afwijken van een omgevingsplan gebeurt door middel van een zorgvuldige belangenafweging. Dit heeft als doel een evenwichtige toedeling van functies aan locaties te waarborgen (oftewel: ETFAL).
Bij het nemen van een besluit over aanvragen voor afwijkingen van het omgevingsplan, moet worden beoordeeld of de afwijking:
In deze beleidsregel zijn die afwegingen voor een aantal veelvoorkomende situaties al grotendeels gemaakt. Het is wenselijk om in deze gevallen te komen tot een uniforme regeling die geldt voor de gehele gemeente Bunnik. In specifieke gevallen kan echter een nadere afweging noodzakelijk zijn. Er wordt onderscheid gemaakt tussen algemene en specifieke afwegingscriteria. De beoordeling begint altijd met de algemene afwegingscriteria, zoals opgenomen in dit hoofdstuk. Op basis van deze criteria wordt geconcludeerd of een initiatief in grote lijnen wenselijk en acceptabel is. Als dat het geval is, volgt vervolgens een beoordeling aan de hand van de specifieke afwegingscriteria, zoals genoemd in hoofdstuk 4.
Artikel 2 - Algemene afwegingscriteria
Om een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in stand te houden of te bereiken, kan de afwijkingsbevoegdheid alleen worden toegepast wanneer, naar het oordeel van het college:
Er voldoende parkeergelegenheid is op eigen terrein volgens de geldende gemeentelijke parkeernormen. Indien gemeentelijk beleid ontbreekt, wordt teruggevallen op de gemiddelde parkeernormen zoals vastgelegd in de meest actuele parkeercijfers van het CROW. Ook moet er voldoende ruimte zijn voor laden en lossen
Artikel 3 – Privaatrechtelijke aspecten
Een omgevingsvergunning kent naast publiekrechtelijke ook privaatrechtelijke aspecten. De verhouding tussen de regels in het omgevingsplan en het burenrecht kan met name een rol spelen bij het realiseren van bijvoorbeeld bijgebouwen en erfafscheidingen. Dit kan leiden tot onenigheid tussen buren. Bezwaren die hierbij worden gemaakt, zijn vaak privaatrechtelijk van aard. Als een bouwplan voldoet aan het omgevingsplan en de activiteit niet in strijd is met het Besluit bouwwerken leefomgeving, kunnen privaatrechtelijke aspecten niet leiden tot een weigering van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen. Bij een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (afwijkingsprocedure) moeten privaatrechtelijke belangen echter wel worden meegewogen. Een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit mag geweigerd worden als er sprake is van een evidente privaatrechtelijke belemmering. De civiele rechter is bevoegd om te bepalen of een privaatrechtelijke belemmering een activiteit in de weg staat. Onder een duidelijke privaatrechtelijke belemmering wordt verstaan dat zonder verder onderzoek vaststaat dat de te
verlenen omgevingsvergunning niet kan worden uitgevoerd vanwege een privaatrechtelijke grondslag.
Een privaatrechtelijke afweging door het bevoegd gezag bij de verlening van een omgevingsvergunning volgt uit Boek 5, Titel 4 van het Burgerlijk Wetboek. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan aspecten zoals bezonning, zakelijke rechten, eigendomsverhoudingen en het bestaan van vensters, muuropeningen,
balkons of andere werken die in strijd zijn met het burenrecht (ex. Artikel 5:50BW).
Hoofdstuk 4 Specifieke afwegingscriteria
Vooropgesteld moet worden dat het verlenen van medewerking aan een afwijking van het omgevingsplan een bevoegdheid is van het college, en geen plicht. Het college is dus niet verplicht medewerking te verlenen. Bij een aanvraag om af te wijken van het omgevingsplan moet zorgvuldig worden gemotiveerd waarom wel of geen medewerking wordt verleend.
Per categorie van deze kleine afwijkingen zijn, waar van toepassing, aanvullende voorwaarden geformuleerd waaraan het initiatief moet voldoen. Deze voorwaarden zijn gebaseerd op de lokale ambities, beleidsuitgangspunten en/of het toepassingsbereik dat voortvloeit uit actuele jurisprudentie. Er wordt alleen medewerking verleend indien zowel aan de in hoofdstuk 3 beschreven algemene afwegingscriteria als de specifieke afwegingscriteria wordt voldaan. Deze specifieke criteria worden in dit hoofdstuk beschreven. Het is aan de initiatiefnemer om bij de aanvraag tot afwijking van het omgevingsplan aan te tonen dat aan deze algemene en specifieke criteria wordt voldaan.
Artikel 4 - Een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan buiten de bebouwde kom
Het college van burgemeester en wethouders kan afwijken van het omgevingsplan ten behoeve van een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, wordt voldaan aan de volgende eisen:
Artikel 5 - Een overkapping boven de voordeur in het voorerfgebied
Het college van burgemeester en wethouders kan afwijken van het omgevingsplan ten behoeve van een overkapping boven de voordeur in het voorerfgebied, mits:
Artikel 6 - Een erker aan de voorgevel van het hoofdgebouw in het voorerfgebied
Het college van burgemeester en wethouders kan afwijken van het omgevingsplan ten behoeve van een erker aan de voorgevel van het hoofdgebouw in het voorerfgebied, mits:
Artikel 7 – Een fietsenberging in het voorerfgebied
Het college van burgemeester en wethouders kan afwijken van het omgevingsplan ten behoeve van een fietsenberging in het voorerfgebied, mits:
Artikel 8 - Een klein bijbehorend bouwwerk ten behoeve van bewoners met een fysieke beperking in het voorerfgebied of het zijerfgebied in de bebouwde kom
Het college van burgemeester en wethouders kan afwijken van het omgevingsplan ten behoeve van een klein bijbehorend bouwwerk ten behoeve van bewoners met een fysieke beperking in het voorerfgebied of het zijerfgebied in de bebouwde kom, mits:
Artikel 9 - Een klein bijbehorend bouwwerk in het voorerfgebied buiten de bebouwde kom
Het college van burgemeester en wethouders kan afwijken van het omgevingsplan ten behoeve van een klein bijbehorend bouwwerk in het voorerfgebied buiten de bebouwde kom, mits:
Artikel 10 - Een gebouw ten behoeve van een infrastructurele of openbare voorziening
Het college van burgemeester en wethouders kan afwijken van het omgevingsplan ten behoeve van een gebouw of bouwwerk geen gebouw zijnde ten behoeve van een infrastructurele of openbare voorziening als bedoeld in artikel 2, onderdeel 18, onder a van Bijlage II uit het Besluit omgevingsrecht, dat niet voldoet aan de in dat subonderdeel genoemde eisen, mits:
Artikel 11 - Een bouwwerk, geen gebouw zijnde, of een gedeelte van een dergelijk bouwwerk
Het college van burgemeester en wethouders kan afwijken van het omgevingsplan ten behoeve van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, of een gedeelte van een dergelijk bouwwerk, mits:
Artikel 12 - Entreehekken in het voorerfgebied
Het college van burgemeester en wethouders kan afwijken van het omgevingsplan ten behoeve van entreehekken in het voorerfgebied tot een hoogte van maximaal 2 meter, mits:
Artikel 13 - Erfafscheidingen grenzend aan het openbaar gebied
Het college van burgemeester en wethouders kan afwijken van het omgevingsplan ten behoeve van erfafscheidingen grenzend aan het openbaar gebied, mits:
Artikel 14 – Zonnepanelen op de begane grond
Het college van burgemeester en wethouders kan afwijken van het omgevingsplan ten behoeve van zonnepanelen op de begane grond, mits:
indien toepassing van de regel onder c niet mogelijk is of de ruimte op het bouwvlak volledig benut is, kunnen ook andere gronden worden ingezet voor het resterende aantal vierkante meters zoals vermeld onder a. Indien in dat geval wordt beoogd te realiseren op gronden met een niet stedelijke bestemming—zoals agrarisch, natuur, groen of recreatie—dient te worden voldaan aan de voorwaarden uit de Beleidsregels zonnevelden gemeente Bunnik 2026.
Artikel 15 - Een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte
Het college van burgemeester en wethouders kan afwijken van het omgevingsplan ten behoeve van:
Artikel 16 – De aanpassing van een kap op een bouwwerk
Het college van burgemeester en wethouders kan afwijken van het omgevingsplan ten behoeve van de aanpassing van een kap op een bouwwerk, mits:
de dakhelling niet meer dan 75 graden bedraagt of tenminste 1/3 van het dakvlak een maximale dakhelling van 45 graden heeft.
Artikel 17 – Een kleinschalige windturbine op een dak
Het college van burgemeester en wethouders kan afwijken van het omgevingsplan ten behoeve van een kleinschalige windturbine op een dak van een hoofdgebouw, mits:
Artikel 18 - Een antenne-installatie
Het college van burgemeester en wethouders kan afwijken van het omgevingsplan ten behoeve van een antenne-installatie, mits:
Artikel 19 - Een installatie bij een glastuinbouwbedrijf voor warmtekrachtkoppeling
Het college van burgemeester en wethouders kan afwijken van het omgevingsplan ten behoeve van een installatie bij een glastuinbouwbedrijf voor warmtekrachtkoppeling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder w, van de Elektriciteitswet 1998.
Artikel 20 - Het gebruiken van gronden voor een niet-ingrijpende herinrichting van openbaar gebied
Het college van burgemeester en wethouders kan afwijken van het omgevingsplan ten behoeve van het gebruiken van gronden voor een niet-ingrijpende herinrichting van openbaar gebied.
Artikel 21 - Het gebruiken van bouwwerken en aansluitend terrein
Het college van burgemeester en wethouders kan afwijken van het omgevingsplan ten behoeve van het gebruiken van bouwwerken, eventueel in samenhang met bouwactiviteiten die de bebouwde oppervlakte of het bouwvolume niet vergroten, en van bij die bouwwerken aansluitend terrein, mits:
Artikel 22 - Het gebruiken van een recreatiewoning voor bewoning
Het college van burgemeester en wethouders kan afwijken van het omgevingsplan ten behoeve van het gebruiken van een recreatiewoning voor bewoning, mits:
Artikel 23 - Het realiseren van een pre-mantelzorgwoning
Het college van burgemeester en wethouders kan afwijken van het omgevingsplan ten behoeve van het realiseren van een pre-mantelzorgwoning, mits voldaan wordt aan de voorwaarden zoals omschreven in de Beleidsregels voor pre-mantelzorgwoningen gemeente Bunnik 2025.
Artikel 24 - Het realiseren van een tijdelijke extra woning in een bijgebouw
Het college van burgemeester en wethouders kan afwijken van het omgevingsplan ten behoeve van het realiseren van een tijdelijke extra woning in een bijgebouw, mits voldaan wordt aan de voorwaarden zoals omschreven in de Beleidsregels voor tijdelijk wonen in bijgebouwen gemeente Bunnik 2025.
Artikel 25 – Het splitsen van een woning
Het college van burgemeester en wethouders kan afwijken van het omgevingsplan ten behoeve van het splitsen van een woning, mits voldaan wordt aan de voorwaarden zoals omschreven in de Beleidsregels voor woningsplitsing gemeente Bunnik.
Artikel 26 - Tijdelijk ander gebruik van gronden of bouwwerken dan bedoeld
Het college van burgemeester en wethouders kan afwijken van het omgevingsplan ten behoeve van het ander gebruik van gronden of bouwwerken dan bedoeld in voorgaande artikelen in hoofdstuk 4 van deze beleidsregel, voor een termijn van ten hoogste vijftien jaar. Daarbij gelden de volgende voorwaarden:
Artikel 27 - Anterieure overeenkomst
Indien voor de uitvoering van een (bouw)plan een afwijking van het omgevingsplan noodzakelijk is, kan de gemeente het afsluiten van een anterieure overeenkomst, conform art. 13.13 van de Omgevingswet, eisen. Per geval zal worden bekeken of een overeenkomst gesloten dient te worden tussen initiatiefnemer en de gemeente. Indien van toepassing zullen hierbij ook de bovenwijkse voorzieningen worden betrokken.
Artikel 28 - Schadevergoedingsovereenkomst
Bij het besluit op een aanvraag voor een omgevingsgunning kan schade ontstaan. Als dit kan worden aangetoond is het een schadeveroorzakend besluit, zoals omschreven in artikel 15.1, eerste lid Omgevingswet. Een omgevingsvergunning kan dus een grondslag zijn voor nadeelcompensatie. De onderhavige beleidsregel zijn echter bedoeld voor geringe afwijkingen van het omgevingsplan. Deze hebben invloed op de omgeving, echter zouden deze niet een dusdanige nadelige invloed mogen hebben dat er sprake is van vergoedbare schade. Wanneer toepassing van de beleidsregel, na inschatting van het risico, leidt tot grote waardevermindering van omliggende bebouwing moet worden onderzocht of toepassing van het beleid redelijk is en zo ja, of een schadevergoedingsovereenkomst met de aanvrager moet worden aangegaan. Middels deze overeenkomst, opgesteld door de gemeente, verklaart de initiatiefnemer de schadevergoeding door nadeelcompensatie en de daarmee samenhangende kosten voor zijn of haar rekening te nemen.
Een schadevergoedingsovereenkomst behoort niet tot de aanvraagvereisten conform de Omgevingsregeling. Het in behandeling nemen van de aanvraag voor een omgevingsvergunning is niet onderhavig aan de gemeentelijke wens van een getekende schadevergoedingsovereenkomst. Het is dus zeer belangrijk dat er spoedig een schadevergoedingsovereenkomst opgesteld wordt, na binnenkomst van de aanvraag.
In de situatie dat de noodzakelijke schadevergoedingsovereenkomst niet gesloten wordt, vanuit welke reden dan ook, wordt op basis van deze beleidsregel geen medewerking verleend. Deze beleidsregel is immers gebaseerd op een bevoegdheid.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-182283.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.