Beleidsregel voor de Wet Bibob gemeente Bunnik

Deze beleidsregel legt uit hoe de gemeente Bunnik de Wet Bibob uitvoert.

 

Wat is de Wet Bibob?

Het doel van de Wet Bibob is voorkomen dat de gemeente criminele activiteiten of het

witwassen van crimineel verdiend geld mogelijk maakt. Bibob staat voor “bevordering

integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur”. De gemeente voert daarom een

Bibob-onderzoek uit bij activiteiten die een verhoogd risico op criminaliteit hebben.

Met dit onderzoek controleert de gemeente iemands integriteit, dus of iemand te

vertrouwen is en niet betrokken is bij criminele activiteiten. De gemeente kan ook

mensen uit iemands zakelijke omgeving onderzoeken.

 

Wanneer kan de gemeente een Bibob-onderzoek doen?

De gemeente mag alleen een Bibob-onderzoek doen bij de volgende activiteiten:

activiteiten waar een vergunning/ontheffing voor nodig is

activiteiten waarvoor een subsidie wordt aangevraagd

opdrachten voor de overheid (overheidsopdrachten)

vastgoedtransacties, zoals onder andere het kopen of verkopen van gebouwen of

grond van de gemeente.

In de Wet Bibob staat hoe gemeenten het Bibob-onderzoek mogen doen.

 

Wat kunnen de gevolgen zijn van een Bibob-onderzoek?

De gemeente kan bij het vermoeden van crimineel misbruik beslissen geen vergunning,

ontheffing, subsidie of overheidsopdracht te geven, of geen vastgoedtransactie te

sluiten. Ook kan de gemeente beslissen om een vergunning of subsidie in te trekken of

een overeenkomst te stoppen.

 

Meer informatie

Meer informatie vindt u in de toelichting: Hoe past de gemeente Bunnik de Wet Bibob

toe?

Hierbij voert de gemeente Bunnik deze beleidsregel voor de Wet Bibob in.

Hoofdstuk 1: Algemeen

Artikel 1.1 Uitleg begrippen

In deze beleidsregel staan verschillende begrippen. In artikel 1.1 van de Wet Bibob leest u van de meeste

begrippen wat ze betekenen. Daarnaast staan in deze beleidsregel nog enkele andere begrippen. Hieronder

leest u wat die begrippen betekenen.

  • a.

    Gemeente: in deze beleidsregel verwijst gemeente naar een bestuursorgaan van de gemeente (de

  • burgemeester, het college van burgemeester en wethouders of de gemeenteraad van de gemeente

  • Bunnik of naar de rechtspersoon met een overheidstaak. Het hangt van de situatie af wie volgens

  • de wet het recht heeft om iets te doen.

  • b.

    Eigen onderzoek: het Bibob-onderzoek dat de gemeente Bunnik uitvoert, zoals bedoeld in artikel

  • 7a van de Wet Bibob.

  • c.

    Eigen ambtelijke informatie: informatie die binnen de gemeente aanwezig is, bijvoorbeeld in

  • documenten of digitaal. Of informatie die de gemeente in open of gesloten bronnen mag bekijken

  • of aanvragen. De gemeente mag deze informatie gebruiken voor het eigen onderzoek.

  • d.

    Bibob-vragenformulier: het formulier dat iemand in moet vullen bij de start van een Bibob-onderzoek

  • (zie artikel 7a, lid 5 van de Wet Bibob).

  • e.

    Rechtspersoon met een overheidstaak: de gemeente Bunnik;

  • f.

    RIEC: het Regionaal Informatie- en Expertise Centrum zoals bedoeld in artikel 28, lid 2 onder d van

  • de Wet Bibob. Dit samenwerkingsverband gaat georganiseerde criminaliteit tegen.

  • g.

    Landelijk Bureau Bibob: het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar

  • bestuur, zoals bedoeld in artikel 8 van de wet. De gemeente kan dit bureau vragen om een Bibobadvies te geven.

Artikel 1.2 De gemeente mag afwijken van deze beleidsregel

In deze beleidsregel heeft de gemeente Bunnik omschreven in welke gevallen het een Bibob-onderzoek

uitvoert. Ook in andere gevallen kan de gemeente een Bibob-onderzoek uitvoeren als zij dat nodig vindt.

De gemeente kan dit doen zolang het zich aan de Wet Bibob en andere wetten houdt.

Hoofdstuk 2: Publiekrechtelijke beschikkingen

 

In dit hoofdstuk leest u wanneer de gemeente de Wet Bibob kan gebruiken bij aanvragen voor

publiekrechtelijke beschikkingen, zoals vergunningen en subsidies.

 

Artikel 2.1 Wanneer past de gemeente de Wet Bibob toe als iemand een vergunning aanvraagt?

  • 1.

    De gemeente voert een eigen Bibob-onderzoek uit als het een aanvraag voor één van de

  • volgende vergunningen ontvangt:

    • a.

      Alcoholwetvergunning zoals bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet voor horecabedrijven, behalve paracommerciële rechtspersonen.

    • b.

      Exploitatievergunning openbare inrichting zoals bedoeld in artikel 2:28 van de Algemene

  • Plaatselijke Verordening gemeente Bunnik

    • c.

      Exploitatievergunning speelgelegenheid zoals bedoeld in artikel 2.39a van de Algemene

  • Plaatselijke Verordening gemeente Bunnik

    • d.

      Flexibele brancheringsvergunning zoals bedoeld in artikel 2:79 van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente

    • e.

      Exploitatievergunning voor een seksinrichting of escortbedrijf zoals bedoeld in artikel [3.3van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Bunnik

    • f.

      Vergunningen voor verhuur van reguliere woonruimten in een aangewezen gebied of verhuur van verblijfsruimten aan arbeidsmigranten zoals bedoeld in artikel 5, lid 1 van de Wet goed verhuurderschap, onderdeel a of b.

  • 2.

    De gemeente zal een eigen Bibob-onderzoek uitvoeren als het een aanvraag ontvangt voor één

  • van de onderstaande vergunningen als deze is aangevraagd voor één of meer risicoactiviteiten

  • (bijlage 1) of deze afkomstig is uit een risicogebied (bijlage 2).

    • Een vergunning zoals bedoeld in artikel 5.1 van de Omgevingswet voor:

      • een bouwactiviteit;

      • een omgevingsplanactiviteit;

      • een milieubelastende activiteit.

    • Evenementenvergunning zoals bedoeld in artikel 2:25 van de Algemene Plaatselijke

  • Verordening gemeente Bunnik

    • Omzettingsvergunning of splitsingsvergunning zoals bedoeld in artikel 21 en 22 van de

  • Huisvestingswet.

  • 3.

    Op alle vergunnings- of ontheffingsaanvragen waar de gemeente een wettelijke Bibobbevoegdheid heeft zal de gemeente een eigen Bibob-onderzoek uitvoeren als:

    • a.

      de gemeente dit nodig vindt door eigen ambtelijke informatie of informatie die de gemeente kreeg van één van de partners van het samenwerkingsverband RIEC;

    • b.

      de gemeente een tip heeft ontvangen van het Landelijk Bureau Bibob, zoals bedoeld in artikel 11 van de Wet Bibob;

    • c.

      de gemeente een tip heeft ontvangen van de officier van justitie, een ander bestuursorgaan dat de Wet Bibob mag uitvoeren, of een rechtspersoon met een overheidstaak die de Wet Bibob mag uitvoeren, zoals bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob.

  • 4.

    De gemeente voert meestal geen eigen Bibob-onderzoek uit voor aanvragen van

  • overheidsinstanties, semi-overheidsinstanties of woningcorporaties die zijn toegelaten als

  • toegelaten instelling onder de Woningwet.

  • Bij zulke aanvragen zal de gemeente wel een eigen Bibob-onderzoek uitvoeren als één van de situaties uit lid 3 van dit artikel voorkomen.

Artikel 2.2 Wanneer past de gemeente de Wet Bibob toe als iemand al een vergunning

heeft (verleende vergunning)?

  • 1.

    De gemeente start een eigen onderzoek bij verleende vergunningen als beide situaties hieronder

  • voorkomen:

    • a.

      De gemeente krijgt een melding dat de persoon die de vergunning heeft gekregen de vergunning op naam van iemand anders wil zetten (wijziging aanvrager of

  • vergunninghouder zoals bedoeld in artikel 5.37 van de Omgevingswet)

  • én

    • b.

      Eén of meerdere activiteiten waarvoor de vergunning geldt een risicoactiviteit is (zie bijlage en/of in een risicogebied gebeuren (zie bijlage 2). Bij omgevingsvergunningen kan dit alleen als aan de voorwaarden is voldaan van artikel 5.40 van de Omgevingswet (bevoegdheid tot wijziging voorschriften omgevingsvergunning en intrekking omgevingsvergunning).

  • 2.

    De gemeente kan een eigen onderzoek starten bij een verleende vergunning als:

    • a.

      de gemeente de activiteit of het gebied waarvoor de vergunning geldt na het verlenen van de vergunning heeft toegevoegd aan de risicoactiviteiten (zie bijlage 1) of risicogebieden (zie bijlage 2).

    • b.

      de leidinggevende(n) en/of zeggenschaphebbende(n) van de persoon die de vergunning heeft gekregen is/zijn veranderd.

    • c.

      de gemeente dit nodig vindt door eigen ambtelijke informatie en/of informatie van één van de partners van het samenwerkingsverband RIEC.

    • d.

      de gemeente een tip heeft ontvangen van het Landelijk Bureau Bibob zoals bedoeld in artikel 11 van de Wet Bibob. de gemeente een tip heeft ontvangen van de officier van justitie, een ander bestuursorgaan dat de Wet Bibob mag uitvoeren, of een rechtspersoon met een overheidstaak die de Wet Bibob mag uitvoeren, zoals bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob.

Artikel 2.3 Wanneer past de gemeente de Wet Bibob toe bij subsidies?

De gemeente start een eigen Bibob-onderzoek bij een aanvraag voor een subsidie of een (deels)

goedgekeurde subsidie zoals bedoeld in de algemene subsidieverordening als:

  • a.

    De activiteit waarvoor de subsidie geldt onder één of meer van de risicoactiviteiten valt (zie bijlage 1) en/of in een van de risicogebieden gebeurt (zie bijlage 2).

  • b.

    De gemeente dit nodig vindt door eigen ambtelijke informatie en/of informatie van één van de partners van het samenwerkingsverband RIEC.

  • c.

    De gemeente een tip heeft ontvangen van het Landelijk Bureau Bibob, zoals bedoeld in artikel 11 van de Wet Bibob.

  • d.

    De gemeente een tip heeft ontvangen van de officier van justitie, een ander bestuursorgaan dat de Wet Bibob mag uitvoeren of een rechtspersoon met een overheidstaak die de Wet Bibob mag uitvoeren, zoals bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob.

Artikel 2.4 Wat gebeurt er als iemand weigert de Bibob-vragenformulieren (helemaal) in te vullen?

  • 1.

    Gaat het om een aanvraag voor een vergunning of subsidie? Dan kan de gemeente beslissen de

  • aanvraag niet te behandelen. Dit staat in artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

  • 2.

    Gaat het om een verleende vergunning, ontheffing of subsidie? Dan kan de gemeente de

  • vergunning, ontheffing of subsidie intrekken. Het weigeren om vragenformulieren (helemaal) in te

  • vullen wordt door de Wet Bibob namelijk gezien als ernstig gevaar zoals bedoeld in artikel 3 van de

Wet Bibob.

Hoofdstuk 3: Privaatrechtelijke transacties

 

In dit hoofdstuk leest u wanneer de gemeente de Wet Bibob kan gebruiken bij privaatrechtelijke transacties,

zoals vastgoedtransactie en/of overheidsopdrachten.

Artikel 3.1 Hoe past de gemeente de Wet Bibob toe bij vastgoedtransacties?

De gemeente kan een Bibob-onderzoek doen als de gemeente zelf een vastgoedtransactie doet, zoals het

kopen of verkopen van een gebouw of een stuk grond. De gemeente moet de betrokkene laten weten

wanneer het een eigen Bibob-onderzoek doet en/of het Landelijk Bureau Bibob om advies vraagt. De

gemeente kan deze informatie bijvoorbeeld in de verkoopleidraad zetten en/of dit vertellen bij de start van

de onderhandelingen.

De gemeente neemt een integriteitsclausule op in het contract voor de vastgoedtransactie. Hierin staat dat

de gemeente onder het contract uit kan als uit een Bibob-onderzoek blijkt dat de andere partij niet integer

is, zoals bedoeld in artikel 9, lid 3 van de Wet Bibob.

  • 1.

    De gemeente start een eigen Bibob-onderzoek als:

    • a.

      het vastgoedobject, zoals een gebouw of een stuk grond, gebruikt wordt of gebruikt gaat worden voor één of meerdere activiteiten die vallen onder de risicoactiviteiten (zie bijlage 1) en/of gebeuren in één van de risicogebieden (zie bijlage 2).

    • b.

      het gebouw belangrijk is voor hoe de omgeving eruitziet (beeldbepalend is).

    • c.

      de gemeente het risico loopt veel geld te verliezen met de transactie.

    • d.

      het een verkoop betreft van een standplaats voor een woonwagen.

    • e.

      als er ook een aanvraag voor een vergunning of subsidie is of wordt gedaan (zie hoofdstuk 2 van deze beleidsregel).

    • f.

      de gemeente dit nodig vindt door eigen ambtelijke informatie en/of informatie van één van de partners van het samenwerkingsverband RIEC;

    • g.

      de gemeente een tip heeft ontvangen van het Landelijk Bureau Bibob zoals bedoeld in artikel 11 van de Wet Bibob;

    • h.

      de gemeente een tip heeft ontvangen van de officier van justitie, een ander bestuursorgaan dat de Wet Bibob mag uitvoeren, of een rechtspersoon met een overheidstaak die de Wet Bibob mag uitvoeren, zoals bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob.

Artikel 3.2 Hoe past de gemeente de Wet Bibob toe bij overheidsopdrachten?

De gemeente kan een Bibob-onderzoek doen bij overheidsopdrachten zoals bedoeld in de

Aanbestedingswet 2012 en bij zorgovereenkomsten vanuit de Jeugdwet en/of de Wet maatschappelijke

ondersteuning 2015 (Wmo).

De gemeente moet de partijen die meedoen aan een aanbesteding of die een zorgovereenkomst willen

sluiten met de gemeente, laten weten wanneer het een eigen Bibob-onderzoek doet en/of het Landelijk

Bureau Bibob om advies vraagt. De gemeente zet deze informatie in (aanbestedings)documenten.

De gemeente neemt een integriteitsclausule op in het contract. Daarin zet de gemeente dat het onder het

contract uit kan als uit een Bibob-onderzoek blijkt dat de uitvoerder van de opdracht niet integer is, zoals

bedoeld in artikel 9, lid 2 van de Wet Bibob.

  • 1.

    De gemeente start vóór het aangaan van het contract een eigen Bibob-onderzoek als:

    • a.

      één of meerdere activiteiten van de overheidsopdracht onder de risicoactiviteiten vallen (zie

  • bijlage 1) of gebeuren in één van de risicogebieden (zie bijlage 2).

    • b.

      de gemeente dit nodig vindt door eigen ambtelijke informatie en/of informatie van een van

  • de partners van het samenwerkingsverband RIEC.

    • c.

      de gemeente een tip heeft ontvangen van het Landelijk Bureau Bibob, zoals bedoeld in

  • artikel 11 van de Wet Bibob.

    • d.

      de gemeente een tip heeft ontvangen van de officier van justitie, of een ander

  • bestuursorgaan dat de Wet Bibob mag uitvoeren, of een rechtspersoon met een

  • overheidstaak die de Wet Bibob mag uitvoeren, zoals bedoeld in artikel 26 van de Wet

  • Bibob.

    • e.

      de gemeente informatie of een tip (zie onderdeel b tot en met d) heeft ontvangen over een

  • onderaannemer.

  • 2.

    Als één of meer van de situaties onder 1 a t/m e voorkomen tijdens het uitvoeren van het contract

  • kan de gemeente ook een eigen Bibob-onderzoek starten.

Artikel 3.3 Wat gebeurt er als iemand weigert mee te werken aan het Bibob-onderzoek?

Als iemand weigert om de Bibob-vragenformulieren (helemaal) in te vullen, dan kan de gemeente beslissen

om geen vastgoedtransactie of overheidsopdracht te sluiten met die persoon. Hetzelfde geldt als iemand

weigert om informatie te geven aan het Landelijk Bureau Bibob.

De gemeente moet informatie hierover in documenten voor de vastgoedtransactie of de overheidsopdracht

zetten.

Hoofdstuk 4: Slotbepalingen

Artikel 4.1 De oude beleidsregel wordt ingetrokken

Het bibobbeleid Bunnik van 29 september 2020 geldt niet meer.

Artikel 4.2 Startdatum nieuwe beleidsregel

Deze beleidsregels treden in werking op de dag na die van bekendmaking.

Deze beleidsregel heet: “Beleidsregel Bibob Bunnik’

 

Zo hebben besloten op 31 maart 2026

Burgemeester van Bunnik

Burgemeester en wethouders van Bunnik

Secretaris

Burgemeester,

Naar boven