Gemeenteblad van Assen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Assen | Gemeenteblad 2026, 180220 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Assen | Gemeenteblad 2026, 180220 | ander besluit van algemene strekking |
Kadernota gezonde leefomgeving
Een gezonde leefomgeving is geen keuze meer, maar een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Als gemeente staan wij voor de opgave om onze leefomgeving niet alleen te beschermen, maar ook te verbeteren voor de generaties die na ons komen. Deze kadernota gezonde leefomgeving is tot stand gekomen in samenwerking met inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en deskundigen.
Met deze visie zetten wij duidelijke stappen richting een schoner, gezonder en toekomstbestendiger Assen. We leggen vast hoe wij verantwoord omgaan met onze leefomgeving en de natuur. Daarbij kijken we niet alleen naar regels maar juist ook naar kansen voor innovatie, samenwerking en bewustwording.
Wij beseffen dat verandering alleen mogelijk is als we het samen doen. Deze visie is daarom een uitnodiging aan iedereen om mee te denken, mee te doen en verantwoordelijkheid te nemen. Zo bouwen we samen aan een gemeente waar we trots op kunnen zijn – nu en in de toekomst.
De gemeente Assen wil zorgen voor een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving voor iedereen. Daarom is er een nieuwe visie opgesteld dat aansluit bij de Omgevingswet en bijdraagt aan een toekomstbestendige stad.
Waar gaat het over? We richten ons op 9 belangrijke thema’s:
Verschillende gebieden, verschillende aanpak: Assen is verdeeld in:
Samenwerking en participatie, we werken samen met:
Assen is een stad in beweging. We staan voor grote maatschappelijke uitdagingen zoals een woningbouwopgave en het versterken van onze economische positie. Deze ambities zijn verankerd in de Omgevingsvisie Assen nog Mooier, waarin Assen als groene stad van het Noorden één van de leidende principes is. Daarnaast is Assen als groenste stad van Nederland één van de thema’s in de Asser Ambitie Agenda. Assen is een SDG-gemeente en ondersteunt daarmee de Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties. Assen is aangesloten bij Het Schone Lucht Akkoord. In oktober 2025 heeft Assen de European Green Leaf Award 2027 gewonnen.
Ons doel is dat milieukwaliteit en gebiedskwaliteit elkaar versterken en dat we de uitdagingen binnen een gebied omzetten in kansen. Hierbij speelt milieubeleid een rol als strategisch instrument dat bijdraagt aan een gezonde, duurzame en toekomstbestendige stad. Het milieubeleid ondersteunt de ontwikkeling van Assen door kansen te benutten en risico’s te beheersen, zodat ruimtelijke en economische groei hand in hand gaan met een leefbare omgeving.
Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking gegaan. Een belangrijk uitgangspunt van de Omgevingswet is het vinden van evenwicht tussen het beschermen en gebruiken van de omgeving. Dit staat duidelijk in de maatschappelijke doelen in artikel 1.3 van de Omgevingswet:
“Deze wet is, met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land, bescherming en verbetering van het leefmilieu, gericht op de in onderlinge samenhang:
We werken op dit moment aan het actualiseren van de omgevingsvisie. In de omgevingsvisie moet staan hoe we om gaan met milieuvervuiling en -overlast. Deze Kadernota gezonde leefomgeving is een belangrijke basis voor de herijking van de omgevingsvisie en de uitwerking daarvan.
De Kadernota gezonde leefomgeving is een visie op de kwaliteit van de leefomgeving in Assen; in grote lijnen en met haalbare uitgangspunten. We gaan in op:
De Kadernota richt zich op de gezondheid beschermende thema’s (de klassieke milieuthema’s) van het bredere begrip ‘gezonde leefomgeving’ . Dit zijn: luchtkwaliteit, geluid, geur, licht, trillingen, externe veiligheid, zeer zorgwekkende stoffen, bodem en water. Per milieuthema kan het beleid worden versoepeld, gehandhaafd of aangescherpt, afhankelijk van behoeften en omstandigheden. In de Kadernota zeggen we hoe we de leefomgeving in de gemeente Assen gezond, schoon en veilig maken en houden. Het is een gebiedsgerichte visie van de gewenste omgevingskwaliteit.
Deze visie is belangrijk voor de gemeente als beleidsmaker, en voor samenwerkingspartners zoals de provincie Drenthe, Omgevingsdienst Drenthe, GGD Drenthe, Veiligheidsregio Drenthe, Waterschappen, bedrijven en voor onze inwoners. De doelen in de Kadernota zijn zelfbindend. Dit betekent dat de gemeente Assen alleen zichzelf verplicht om deze na te leven. Pas als deze opgaven en ambities worden vertaald in regels in bijvoorbeeld het omgevingsplan, gelden ze ook voor de inwoners.
2. Milieuthema’s: afwegingsruimte en beleidskeuzes
Dit hoofdstuk bevat een toelichting op van de milieuthema’s. Per milieuthema wordt de beleidsruimte en de lokale situatie toegelicht. Ook wordt duidelijk welke beleidskeuzes er per thema gemaakt worden. De beleidsachtergrond op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau en hoe deze kadernota zich verhoudt tot ander beleid is te lezen in bijlage 2.
We noemen negen milieuthema’s: Lucht, Geluid, Geur, Licht, Trillingen, Externe Veiligheid, Zeer Zorgwekkende Stoffen (hierna: ZZS), Bodem en Water. Deze zijn hieronder uitgewerkt tot kwaliteitsaspecten en parameters (meetbare eigenschappen).
Luchtkwaliteit gaat over de aanwezigheid van schadelijke stoffen in de atmosfeer, zoals koolstof (CO2), stikstof (NOx) en fijnstof (PM10 en PM2.5) die de luchtkwaliteit en gezondheid beïnvloeden. De belangrijkste bron van luchtvervuiling in Assen is verkeer. Luchtvervuiling is schadelijk voor de gezondheid van mensen en voor de kwaliteit van de natuur .
Assen is ondertekenaar van het Schone Lucht Akkoord (SLA). Het doel van het SLA is een gezondheidswinst van 50% in 2030 ten opzichte van 2016 als gevolg van schonere lucht. De huidige luchtkwaliteitsindex geeft aan dat de luchtkwaliteit in Assen over het algemeen acceptabel is. Gemotoriseerd verkeer is een belangrijke bron van CO2uitstoot. De luchtkwaliteit wordt bijvoorbeeld beïnvloed door het verkeer op wegen en houtstook in Assen. Daarnaast kunnen activiteiten op bedrijventerreinen en agrarische activiteiten in het buitengebied invloed hebben op luchtverontreiniging.
Wat we op dit moment weten, zijn de jaargemiddelden over grotere gebieden in Assen. We gaan deze kennis te vergroten. We verzamelen gegevens over de luchtkwaliteit door middel van een jaarlijkse wijkenquête, met metingen en met openbare data en/of met data die we inkopen.
De Handreiking Bkl (Bkl = Besluit kwaliteit leefomgeving) stelt dat het mengpaneel flexibiliteit biedt in de toepassing van normen, dit betekent voor luchtkwaliteit niet dat de normen versoepeld kunnen worden. De wettelijke grenswaarden moeten altijd worden gerespecteerd en mogen niet worden overschreden. Wel kan strenger beleid worden gevoerd.
Uitgangspunt is dat we ervoor zorgen dat de luchtkwaliteit zo goed blijft als deze nu is en als dat kan zorgen voor verbetering. We zorgen ervoor dat de rijksomgevingswaarden voor fijnstof niet worden overschreden. Schone lucht is belangrijk. Daarom zijn we ondertekenaar van het Schone Lucht Akkoord (SLA). Daarnaast hebben maatregelen uit de Visie Mobiliteit en de Visie Energietransitie invloed op de luchtkwaliteit. De Visie Mobiliteit richt zich op meer elektrisch vervoer en minder fossiele brandstoffen, in lijn met het Klimaatakkoord. Ook heeft Assen een zero-emissiezone voor vervuilende voertuigen in de binnenstad. Dit verbetert de luchtkwaliteit en vermindert de CO2uitstoot.
We volgen de wettelijke norm voor alle gebieden. Om de gezondheid van onze inwoners te beschermen streven we in woongebieden naar een betere luchtkwaliteit op het gebied van fijnstof (PM2.5, PM10). Daarnaast wordt bij de ontwikkeling van nieuwe woningen en kwetsbare voorzieningen rekening gehouden met de A28 en andere drukke wegen. We werken dit uit aan de hand van het schone lucht akkoord.
Geluid wordt gemeten in decibellen (dB). Geluidbeleid gaat over mogelijke hinder door geluid dat stress, slaapverstoring en gehoorschade kan veroorzaken. De grootste bron van geluidhinder is verkeer.
Bronnen van geluid in Assen zijn verkeer, geluid afkomstig van het TT-terrein, geluid van bedrijven en laagfrequent geluid. Van laagfrequent geluid is niet altijd een bron aan te wijzen. Uit de klachtenregistratie en de enquête gezonde leefomgeving (2025) blijkt dat een deel (25%) van de mensen die de enquête hebben ingevuld geluidshinder ervaren. Dat mensen geluidhinder ervaren betekent niet altijd dat er ook wettelijke normen worden overschreden.
Assen heeft geluidsbeleid voor nieuwe ontwikkelingen gedeeltelijk vastgelegd in de Beleidsregel afwegingskader geluid. Het doel van deze beleidsregel is om te zorgen voor een goede leefomgeving op het gebied van geluid bij de bouw van woningen en andere geluidgevoelige gebouwen. Geluidgevoelige gebouwen zijn bijvoorbeeld scholen en kinderdagverblijven.
De regels die gemeenten bedenken, moeten passen binnen de instructieregels van het Bkl. In bepaalde situaties kan er een versoepeling van de geluidsnormen met maximaal 5 dB worden toegestaan (bijvoorbeeld op bedrijventerreinen). Dit is mogelijk onder specifieke voorwaarden en afwegingen die zijn vastgelegd. Deze versoepeling kan bijvoorbeeld worden toegepast bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen waar het niet haalbaar is om volledig aan de standaardnormen te voldoen, als er voldoende maatregelen worden genomen om geluid te beperken.
De balans blijft belangrijk tussen ruimte voor geluid veroorzakende activiteiten zoals bedrijvigheid en mobiliteit en de zorg voor een gezonde leefomgeving. Voor bestaande situaties kiezen we een beleidsneutrale overgang. Dat betekent dat de regels en rijkswaarden uit de oude wetgeving worden overgenomen.
Bij nieuwe ontwikkelingen gebruiken we de Beleidsregel afwegingskader geluid. Daarnaast is het volgende van toepassing:
Geur gaat over de verspreiding van onaangename geuren die zorgen voor gezondheidsklachten en verminderd welzijn.
Geurhinder is de overlast die mensen ervaren door onaangename of storende geuren in hun leefomgeving. Bronnen die geurhinder kunnen veroorzaken, zijn rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI), landbouwactiviteiten zoals het uitrijden van mest en het gebruik van bestrijdingsmiddelen, rook van houtkachels, vijvers en sloten, industrie en bedrijven. Dat mensen geurhinder ervaren betekent niet altijd dat er ook wettelijke normen worden overschreden.
Op veel plaatsen in Nederland wordt in het kader van geurbeleid onderscheid gemaakt tussen bestaande en nieuwe situaties. Bestaande situaties zijn historisch gegroeid, waardoor een hogere geurbelasting nog te verdedigen is. Het Schone Lucht Akkoord besteedt ook aandacht aan geurhinder. In de provincie Drenthe en de gemeente Assen worden verschillende maatregelen genomen om geurhinder te verminderen, zoals het gebruik van emissie reducerende technieken in stallen en het verbeteren van de werking van luchtwassers.
Het Bkl mengpaneel biedt de mogelijkheid om regels voor geur in het omgevingsplan te versoepelen of strenger toe te passen. Een voorbeeld hiervan is het vastleggen van een geurcontour, de zone rondom een bron van geurhinder waar de geur merkbaar is. Hoofdregel is dat bouwen binnen geurcontouren niet is toegestaan, hoewel uitzonderingen mogelijk zijn.
We voldoen aan de standaardwaarden. In gemengde gebieden accepteren we enige geurhinder van bedrijven en horeca. Dit is een subjectief begrip, het betekent dat een geur wel waarneembaar is, maar geen ernstige overlast veroorzaakt. Deze geurhinder mag tijdelijk voorkomen, bijvoorbeeld als gevolg een evenement. In agrarische gebieden hebben we aandacht voor bestaande bedrijvigheid en houden we ontwikkelruimte. We sluiten aan bij de geldende geurcontour voor de RWZI.
Licht gaat over verstoring van de natuur door te veel licht ‘s nachts en over stress door slechte nachtrust door overmatige of slecht geplaatste verlichting.
Bronnen die verlichting op de omgeving uitstralen in Assen zijn onder ander straatverlichting, reclameborden en sportvelden. We weten niet precies hoeveel inwoners overlast ervaren. Er zijn op dit moment geen signalen die erom vragen om lichthinder aan te pakken. Wanneer lichthinder optreedt, kan dat effect hebben op de natuur en gezondheid als gevolg van slaapverstoring. Regels over verlichte reclameborden en neonlichten in commerciële gebieden zijn opgenomen in de welstandsnota en krijgen op termijn een plek in het omgevingsplan.
Gemeenten bepalen zelf of ze regels ter voorkoming van lichthinder opnemen in het omgevingsplan. Hoewel straatverlichting, verlichting bij sportvelden en andere lichtbronnen lichthinder kunnen veroorzaken, betekent dit niet dat er altijd maatregelen tot verduistering zullen worden getroffen. Verlichting is belangrijk voor (verkeers)veiligheid. Dit vraagt een afweging tussen het beschermen van de belangen van ondernemers en de belangen van inwoners en natuur.
Trillingen gaat over schade aan gebouwen en infrastructuur, en ongemak en gezondheidsproblemen bij mensen door trillingen.
Met name zwaardere elektrische voertuigen, treinverkeer en logistiek verkeer zijn aandachtspunten op het gebied van trillingen en overlast in de gemeente. Trillingen kunnen, net als geluidhinder, de leefbaarheid in stedelijke gebieden beïnvloeden. Er is weinig bekend over hinder door trillingen in Assen. De Visie Mobiliteit 2040 richt zich op de transitie naar duurzame mobiliteit. Het mobiliteitsbeleid benoemt het verminderen van trillinghinder als gevolg van verkeer een belangrijk beleidsuitgangspunt. De Visie Mobiliteit zegt echter ook dat op sommige wegen asfalt kan worden vervangen door klinkers. Dat conflicteert met het uitgangspunt om trillinghinder te beperken en is daarmee een aandachtspunt op dit thema.
Voor trillingen kunnen gemeenten onder specifieke omstandigheden afwijken van de standaardwaarden. Gemeenten mogen zelf regels stellen over trillingen door milieubelastende activiteiten. Zij leggen vast welke trillingen door een activiteit in trilling gevoelige ruimten van trilling gevoelige gebouwen aanvaardbaar zijn.
Externe veiligheid gaat over het vervoer en opslag van gevaarlijke stoffen en de risico’s die daarbij horen zoals brand, explosies en gifwolken, die de omgeving en gezondheid bedreigen.
Externe Veiligheid gaat over de risico’s als gevolg van het vervoer, de opslag en het werken met gevaarlijke stoffen. In Assen gaat het hierbij vooral om de A28, bedrijvigheid en het spoor. Voor vervoer van gevaarlijke stoffen zijn (snel)wegen, spoorwegen en transportleidingen (bijv. NAM) belangrijke aandachtspunten. De risico’s in Assen zijn in kaart gebracht door de Veiligheidsregio Drenthe, de omgevingsdienst (ODD) en gemeente Assen door middel van risicokaarten. Hierin staan allerlei risicobronnen, contouren, (zeer) kwetsbare en beperkt kwetsbare gebouwen, etc. De risicokaarten zijn te raadplegen in het REV (Register Externe Veiligheid).
De Beleidsvisie Omgevingsveiligheid Gemeente Assen richt zich op het beheersen van veiligheidsrisico's bij ruimtelijke ontwikkeling. Plaatsgebonden risico's en aandachtsgebieden worden benoemd, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen beperkt en zeer kwetsbare gebouwen. Dit beleid helpt bij het beoordelen van aanvragen en het nemen van passende maatregelen om de veiligheid te garanderen. Explosie- en brandaandachtsgebieden, zoals bij aardgas, LPG- en tankstations, vormen specifieke risico's.
Gemeenten mogen onder specifieke omstandigheden tijdelijk afwijken van de standaardwaarden voor externe veiligheid, als dit goed wordt onderbouwd en voldoende maatregelen worden genomen om de risico's te beperken. Dit kan bijvoorbeeld van toepassing zijn bij situaties waarbij een gebied in transitie is en meerdere functies tijdelijk naast elkaar bestaan.
De PR10-6 norm wordt aangehouden waar dat mogelijk is. PR 10-6 is een plaatselijk risico van één op de miljoen per jaar. Het is belangrijk om aan deze norm te voldoen, want overschrijding is niet acceptabel. Volgens het Besluit kwaliteit leefomgeving mogen (zeer) kwetsbare gebouwen en locaties niet binnen de PR10-6contour van een activiteit liggen, tenzij de gemeente onder bepaalde voorwaarden afwijkt van de grenswaarde.
Explosie-, gifwolk- en brandaandachtsgebieden zijn gebieden waar mensen onvoldoende beschermd kunnen zijn tegen de gevolgen van een explosie, gifwolk of brand veroorzaakt door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Nieuwe beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en locaties binnen explosie-, gifwolk- en brandaandachtsgebieden zijn niet toegestaan, tenzij er maatregelen zijn getroffen ter bescherming van personen of het aantal aanwezige personen en de tijd dat zij aanwezig zijn beperkt is.
Voor nieuwe risicovolle inrichtingen is een ruimtelijke procedure vereist om ervoor te zorgen dat er geen risico’s voor de omgeving ontstaan. Veiligheidsdoelstellingen moeten passen bij de typering van het gebied. Versoepeling kan worden overwogen voor waterstoftankstations of laadvoorzieningen in het kader van de energietransitie. In het buitengebied is overschrijding van de grenswaarde PR10-6 niet acceptabel voor kwetsbare gebouwen. Voor bestaande beperkt-kwetsbare gebouwen is dit acceptabel als het goed is gemotiveerd.
In alle gevallen is aandacht voor de bereikbaarheid van hulpdiensten belangrijk. Dit wordt getoetst en is een voorwaarde bij ruimtelijke ontwikkelingen, werkzaamheden en evenementen. Voor regels over externe veiligheid sluiten we aan op de “blauwdruk milieuregels” die in ontwikkeling zijn.
Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS), zijn stoffen die ernstige gezondheids- en milieueffecten veroorzaken door hun giftigheid en omdat ze moeilijk of niet afbreken. Het zijn stoffen die gevaarlijk zijn voor mens en natuur omdat ze bijvoorbeeld de voortplanting belemmeren, kankerverwekkend zijn of zich in de voedselketen ophopen .
De Omgevingswet stelt strenge regels aan Zeer zorgwekkende stoffen die lucht, bodem en water verontreinigen. Er gelden strenge normen voor maximale concentraties en minimalisatieverplichtingen voor (agrarische) bedrijven, met de verplichting om de uitstoot zoveel mogelijk te beperken. Bedrijven moeten emissiegrenswaarden naleven en de best beschikbare technieken toepassen om uitstoot te minimaliseren.
De Omgevingsdienst Drenthe werkt aan het identificeren en inventariseren van ZZS bij bedrijven. Dit helpt om een actueel beeld te krijgen van welke stoffen vrijkomen en in welke hoeveelheden. Ze verlenen vergunningen en zorgen voor toezicht en handhaving om ervoor te zorgen dat bedrijven voldoen aan de wettelijke eisen met betrekking tot ZZS. De Omgevingsdienst Drenthe werkt nauw samen met andere omgevingsdiensten en het RIVM om kennis en ervaring en kennis te delen. De Omgevingswet en onderliggende besluiten stellen regels aan ZZS die kunnen vrijkomen bij bedrijfsmatige activiteiten. Dit wordt vastgelegd in vergunningen.
De aandachtspunten voor ZZS in Assen zijn PFAS, microplastics, medicijnresten, drugsresten en bestrijdingsmiddelen.
Voor ZZS gelden strenge normen vanwege de ernstige gezondheids- en milieueffecten van deze stoffen. Versoepeling van de regels is niet toegestaan om de veiligheid en gezondheid van de bevolking te beschermen.
Landelijk beleid en samenwerking is belangrijk: meer onderzoek is nodig naar de gevolgen van zeer zorgwekkende stoffen en naar de hoeveelheid van deze stoffen in onze leefomgeving. We werken hiervoor samen met andere overheden. We streven naar een gezonde en veilige situatie in woongebieden en natuurgebieden. Bedrijven moeten emissiegrenswaarden naleven en de best beschikbare technieken toepassen om uitstoot te minimaliseren om de gezondheid van de mensen en de natuur te beschermen. We sluiten aan op het Provinciale beleid op het gebied van gewasbeschermingsmiddelen.
Bodem gaat over de kwaliteit van de grond en het grondwater. De bodemkwaliteit is belangrijk voor de natuur, de gezondheid van de mensen en voor de voedselproductie .
De bodem in Assen is gezond en de bodemkwaliteit voldoet voor het grootste deel aan de achtergrondwaarde. Dat betekent dat het geschikt is voor het gebruik waar het voor bedoeld is. In Assen is door bedrijfsactiviteiten in het verleden op sommige plekken de bodem vervuild geraakt. De afgelopen jaren zijn veel van deze vervuilde locaties schoongemaakt, waardoor de risico's voor mens en natuur zijn weggenomen. Het centrum van Assen heeft over het algemeen een schone bodemkwaliteit en geschikt voor de functie "wonen met tuin" maar varieert daar meer dan in andere gebieden door de historie.
De hoeveelheden PFAS, microplastics en synthetische drugs zijn nog onbekend.
Assen hanteert al jaren gebiedsgericht beleid met lokale maximale waarden en strengere normen voor gevoelige locaties, ondersteund door bodemkwaliteitskaarten. Toezicht en handhaving worden uitgevoerd door de ODD (Omgevingsdienst Drenthe). Om te voorkomen dat nieuwe bodemvervuiling ontstaat, wordt (her)gebruik van schone grond gestimuleerd met actief beheer bij nieuwe ontwikkelingen, voorbeeldprojecten en duidelijke beleidsregels. Het evenwichtig gebruik van de ondergrond is belangrijk.
De omgevingsvisie van Assen benadrukt het belang van een schone en gezonde bodem voor een gezond leefklimaat. De achteruitgang van landbouwbodems en het belang van het waarborgen van bodemgezondheid voor toekomstige generaties verdienen serieuze aandacht. Ook de toenemende drukte in de ondiepe ondergrond met functies zoals rioleringen, kabels, leidingen, en de energietransitie moeten worden meegewogen.
In de Nota Bodembeheer 2021 is het bodembeleid verder uitgewerkt. Het doel is om duurzaam en milieu hygiënisch verantwoord bodemgebruik te bevorderen, waardoor bespaard wordt op het gebruik van grondstoffen. Bovendien is het beleid erop gericht om schade aan leidingen door infrastructuur te voorkomen. Dit sluit aan bij nationale initiatieven zoals het 'water- en bodem sturend' beleid en de Kaderrichtlijn Water.
Het Bkl mengpaneel laat het toe om gebieden en locaties aan te wijzen waar bodemkwaliteit al dan niet strenger dan de wettelijke eisen zou moeten worden aangewezen. Het gaat om het definiëren van een acceptabel en wenselijk niveau voor het milieuthema bodem.
Om te zorgen dat de natuur beschermd wordt en het in de toekomst mogelijk blijft voedsel te produceren stellen we hoge eisen aan de bodemkwaliteit.
Beheer en gebruik van de ondergrond, grondwater en de ondergrondse infrastructuur regelen we zorgvuldig waarbij aandacht is voor toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen, klimaatadaptatie en energietransitie. In alle gebieden volgen we de wettelijke norm.
Een goede bodemkwaliteit, zowel chemisch, fysisch als biologisch, ondersteunt de natuur en daarmee de gezondheid en kwaliteit van de leefomgeving.
Het thema water gaat over de waterkwaliteit en mogelijke schade aan het leven in het water en menselijke gezondheid door verontreiniging .
De waterkwaliteit in stedelijk gebied is de verantwoordelijkheid van de waterschappen. We trekken daarin samen op. Er zijn geen onaanvaardbare risico’s voor de volksgezondheid als gevolg van afvalwater in Assen. Waterschappen en de gemeente werken samen aan het voorkomen en verminderen van de vervuiling van het water door bijvoorbeeld bestrijdingsmiddelen en ZZS. Samen met Waterschap Hunze en Aa’s voeren we ecoscans uit. Hierbij worden de ecologische condities van vijvers volgens een vaste methode in beeld gebracht. Bij een ecoscan worden onder andere de fysische chemie, inrichting water, inrichting oever en natuurbeleving in beeld gebracht. Belangrijke aandachtspunten zijn stikstof, fosfor, bestrijdingsmiddelen, riool overstort en medicijnresten.
Het riolering- en watersysteem in Assen is goed op orde en voldoet aan de wettelijke eisen. Incidentele vissterfte in overstortvijvers komt voor bij extreme neerslag. De ecologische kwaliteit van het stadswater is over het algemeen goed, hoewel er soms blauwalgen voorkomen in warme, droge perioden.
Het Programma Water en Riolering richt zich op het verbeteren van de waterkwaliteit, het afvoeren van afvalwater, het verwerken van regenwater en het voorkomen van vervuiling van bodem-, grond- en oppervlaktewater. Dit plan biedt richtlijnen voor water- en rioleringsbeheer, met als doel de waterkwaliteit te waarborgen en kosten te besparen. Het beleid sluit aan bij nationale initiatieven zoals het 'water- en bodem sturend' beleid en de Kaderrichtlijn Water (KRW). We zetten in op duurzaam en efficiënt waterbeheer, met aandacht voor de huidige en toekomstige uitdagingen op het gebied van waterkwaliteit en riolering.
Het Bkl mengpaneel biedt gemeenten de mogelijkheid om onder bepaalde voorwaarden af te wijken van de standaardwaarden voor waterkwaliteit. Dit kan bijvoorbeeld als specifieke maatregelen worden genomen om de impact van vervuiling te beperken en als de afwijking goed wordt onderbouwd. Het mengpaneel laat toe om gebieden en bestemmingen aan te wijzen waar de waterkwaliteit al dan niet strenger dan de wettelijke eisen zijn.
Goede waterkwaliteit is belangrijk. We trekken samen op met provincie en waterschap.
We werken samen met de waterschappen aan de kwaliteit van het oppervlaktewater en de waterkwaliteitsdoelen (zoals KRW). We bewaken de waterkwaliteit en hebben daarvoor beleid vastgelegd in het Gemeentelijk water- en rioleringsplan met ingang vanaf 2026. We bevorderen de scheiding van riool- en hemelwater.
We volgen de wettelijke norm in alle gebieden. We trekken samen op met provincie en waterschap, omdat we als gemeente niet de bevoegdheid hebben om waarden te stellen voor de waterkwaliteit van een KRW-oppervlaktewaterlichaam of grondwaterlichaam.
3. Gebiedsgerichte aanpak milieukwaliteit
In de voorgaande paragrafen zijn de milieuthema’s toegelicht en per thema de visie op milieukwaliteit en gezonde leefomgeving uitgewerkt. Om aan te sluiten bij lokale kenmerken en behoeften stellen we per gebied vast wat de gewenste milieukwaliteit is. In de volgende paragrafen zijn milieukwaliteitseisen per deelgebied uitgewerkt. Bij het maken van de afweging is altijd het evenwicht gezocht tussen het belang van onder andere de gezondheid van de inwoners, het belang van de natuur, economische ontwikkeling en ruimtelijke ontwikkeling.
Hierna volgt eerst een definitie van de deelgebieden. Per deelgebied benoemen we de aandachtspunten en de milieuthema’s die afwijkend worden behandeld. Voor de niet genoemde onderwerpen volgen we de wettelijke norm.
De Kadernota gezonde leefomgeving gaat over de ruimtelijke omgeving en is daarmee een ruimtelijke visie. Om dit beleid te gebruiken in de verschillende gebieden in Assen, is een gebiedsindeling gemaakt. De volgende criteria zijn gebruikt:
Eenduidigheid van deelgebieden: Deelgebieden moeten duidelijk afgebakend zijn om een relatie te kunnen leggen tussen hoe het gebied gebruikt wordt en de kwaliteit van de omgeving. Bijvoorbeeld, een woonwijk moet als één deelgebied worden beschouwd, zodat de gewenste omgevingskwaliteit bij wonen goed kan worden afgesproken.
Minimale schaalgrootte: Deelgebieden moeten een minimale grootte hebben: kleine gebieden krijgen dezelfde kenmerken als het omliggende gebied. Milieuhinder (zoals geluid of geur) verspreidt zich over een bepaalde afstand. Hoeveel van de hinder merkbaar is, hangt dus af van de afstand tot de bron. Een klein gebied zoals een wijkcentrum ligt meestal binnen dezelfde afstandszone als de omliggende wijk. Daardoor is het logisch om dezelfde normen te hanteren. Het is juridisch lastig om voor elk klein gebied aparte normen te hanteren. Door bijvoorbeeld het wijkcentrum dezelfde kenmerken te geven als de omliggende woonwijk, ontstaat er eenduidigheid in de beoordeling van bijvoorbeeld vergunningen of milieueffecten. (Daarom kunnen er bijvoorbeeld voor horeca in de wijk andere normen gelden dan voor horeca in gemengd gebied)
De inrichting van de deelgebieden volgt de indeling in het omgevingsplan, waarbij onderscheid wordt gemaakt in 5 deelgebieden.
Gemengd gebied: gebieden waar meer functies gecombineerd worden, zoals wonen, werken en recreëren. Dit zijn vaak gebieden die in ontwikkeling zijn of die in ontwikkeling zijn.
De prioriteiten voor het woongebied zijn: verbetering van de luchtkwaliteit, beperking van geluidhinder, aanpak van geurhinder en het beheer van externe veiligheidsrisico's.
Als er een nieuwe weg komt, kijken we van tevoren hoeveel geluid deze veroorzaakt. Bij nieuwe wegen en woningen zijn de regels strenger dan bij bestaande wegen en woningen. Bij binnenstedelijke ontwikkelingen doen we geen onderzoek naar schermen of wallen langs wegen, behalve bij spoorwegen en hoofdwegen.
Voor scholen zijn geluidsnormen vastgelegd in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Er moet daarbij gezorgd worden voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Dit betekent dat geluidsniveaus binnen wettelijke grenzen blijven. Het geluid inclusief stemgeluid is aanvaardbaar als het voldoet aan de standaardwaarden voor activiteiten uit het Bkl. Als niet wordt voldaan dan kan daarvan afgeweken worden.
Het Besluit activiteiten leefomgeving bevat geluidsvoorschriften waaraan een sportaccommodatie moet voldoen. Hieraan toetsen we in Assen. Er geldt een minimale standaardafstand van 30 meter bij het toelaten van sportvelden nabij gevoelige functies (zoals woningen) of bij het toelaten van gevoelige functies nabij sportvelden.
Warmtepompen moeten voldoen aan de wettelijke geluidsnormen om hinder voor omwonenden te minimaliseren. Dit betekent dat de installatie en plaatsing van warmtepompen zorgvuldig moeten worden uitgevoerd om te voldoen aan deze normen. Dit mag maximaal 40 dB zijn. Door voorlichting wordt hinder zoveel mogelijk voorkomen.
Uitgangspunt: een nieuwe zeer kwetsbare gebouwen binnen explosie- gifwolk en brandaandachtsgebieden. Onder voorwaarden en in specifieke gevallen is dit toegestaan als voorschriften regelen dat het verantwoord kan (bijvoorbeeld bij lpg-tankstations). Het brandaandachtsgebied en of het explosieaandachtsgebied van een nieuwe risicobron mag in nieuwe situaties niet over een woonwijk liggen.
We willen ontwikkelingen mogelijk blijven maken. Dit betekent dat enige hinder wordt geaccepteerd ten behoeve van een levendig centrum, bijvoorbeeld tijdens weekmarkten en met (maatwerk)regels voor jaarlijkse evenementen. Omdat de bodemkwaliteit in het centrum niet overal volledig voldoet, worden waar mogelijk extra eisen gesteld aan de kwaliteit.
Er kan tijdelijk van geluidsnormen worden afgeweken om sportactiviteiten en evenementen mogelijk te maken, als dit goed wordt gemotiveerd en onderbouwd. Gemeenten kunnen specifieke uitzonderingen maken als ze aantonen dat deze afwijkingen noodzakelijk zijn voor het organiseren van dergelijke activiteiten en dat ze geen onaanvaardbare hinder veroorzaken voor de omgeving. Dit is een subjectief begrip, dit betekent dat geluid weliswaar waarneembaar is, maar geen ernstige overlast veroorzaakt voor de omgeving.
Enige geurhinder van bedrijvigheid en horeca is acceptabel: dit is een subjectief begrip, het betekent dat een geur weliswaar waarneembaar is, maar geen ernstige overlast veroorzaakt voor de omgeving. Deze geurhinder mag tijdelijk voorkomen, bijvoorbeeld als gevolg een evenement. Dit geldt niet voor geurhinder afkomstig van horecagelegenheden.
Werkgebied is in te delen in gezoneerd en niet-gezoneerd bedrijventerrein:
De gezoneerde bedrijventerreinen richten zich op aangename en kwalitatieve bedrijvigheid, zonder woonfunctie (incidenteel bedrijfswoningen). Het Stadsbedrijvenpark en Werklandschap zijn deels gezoneerd.
Niet-gezoneerd bedrijventerrein
Naast bedrijven zijn hier ook bedrijfswoningen toegestaan. De milieubelasting van bedrijven op deze terreinen is geregeld via het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Peelerpark, Messchenveld, Schepersmaat, Huize Nassau, Lauwers zijn niet-gezoneerd.
We willen ontwikkelingen mogelijk blijven maken. De oprichting van nieuwe risicovolle inrichtingen is slechts mogelijk via een ruimtelijke procedure waaruit moet blijken dat geen risico’s voor de omgeving ontstaan. Er moet onderzocht worden of versoepeling mogelijk is voor vestiging waterstoftankstations of laadvoorzieningen in het kader van energietransitie.
Nieuwe zeer kwetsbare gebouwen binnen explosie- gifwolk en brandaandachtsgebieden worden niet toegestaan. Onder voorwaarden en in specifieke gevallen is dit toegestaan door in voorschriften te regelen dat het verantwoord kan (bijvoorbeeld bij lpg-tankstations). De veiligheidscontour van een nieuw te vestigen bedrijf ligt niet buiten de inrichtingsgrens.
Het Buitengebied is vooral een agrarisch productiegebied met een lage bebouwings- en bevolkingsdichtheid. We werken aan verbetering van de luchtkwaliteit. We kijken naar mogelijkheden voor nieuwe risicovolle inrichtingen. Geluidnormen worden onderzocht onder bepaalde voorwaarden om agrarische activiteiten mogelijk te maken.
Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen gebeurt zorgvuldig en weloverwogen.
Om te zorgen dat de natuur beschermd wordt en het in de toekomst mogelijk blijft voedsel te produceren stellen we hoge eisen aan de bodemkwaliteit in het buitengebied. Het omgevingsplan bevat waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen en gebruiken van een bodemgevoelige locatie.
De natuur heeft grote waarde voor de samenleving. Eén aspect van die waarde is dat mensen de natuur gebruiken om te produceren en te consumeren. De bijdrage van de natuur aan de economie en ons welzijn wordt geleverd door ecosystemen, zoals bossen, heidevelden, rivieren of landbouwgebieden .
Provincies en Rijk hebben met beheerplannen voor Natura 2000-gebieden de voornaamste bevoegdheden op het gebied van milieuwetgeving. Deze beheerplannen gelden niet voor NNN en andere natuurgebieden (zoals het Asser Bos). Voor de natuurgebieden sluiten we aan bij dit Rijks- en provinciaal beleid. We werken samen aan het verbeteren van de waterberging en het verminderen van wateroverlast.
4. Visie op milieu (voor de Omgevingsvisie)
Als het om milieu gaat heeft Nederland in de Europese Unie afspraken gemaakt die altijd en voor alle gemeenten gelden. Dit zijn afspraken over de manier waarop we zorgen voor ons milieu. Er zijn vier regels. Deze regels noemen we de vier milieubeginselen. Onze Omgevingsvisie gaat uit van de vier beginselen.
Voorzorgsbeginsel: De gemeente kan maatregelen kan nemen om het milieu te beschermen, zelfs als er geen wetenschappelijk bewijs is dat een activiteit schadelijk is. Zo voorkomen we risico’s voordat ze ontstaan. In Assen betekent dit dat we bij twijfel over mogelijke milieuschade – bijvoorbeeld bij nieuwe woningbouwprojecten of infrastructurele ingrepen – al vroeg maatregelen nemen. Denk aan het beperken van stikstofuitstoot, de bodem saneren of het beschermen van natuurgebieden.
Preventiebeginsel: De gemeente neemt maatregelen om schade te voorkomen, in plaats van later de schade te herstellen. Het is beter is om problemen te voorkomen dan ze later op te lossen. Dit doen we door bijvoorbeeld duurzame mobiliteit te stimuleren, klimaatadaptieve maatregelen toe te passen in de openbare ruimte (zoals bomen planten en waterdoorlatende bestrating), en energiezuinige bouw te stimuleren. Door preventief te handelen, besparen we op lange termijn kosten en verbeteren we de kwaliteit van de leefomgeving voor onze inwoners.
Bestrijding aan de bron: Dit betekent dat milieuschade wordt aangepakt op de plek waar deze ontstaat. Het is effectiever om vervuiling bij de bron te bestrijden dan om de gevolgen aan te pakken. Een voorbeeld hiervan is het inzetten op schonere productieprocessen bij bedrijven of door bij infrastructurele projecten direct te kiezen voor milieuvriendelijke materialen en technieken. Dit zorgt voor een efficiënte aanpak en voorkomt verplaatsing van het probleem.
Vervuiler betaalt: Degene die milieuschade veroorzaakt, is verantwoordelijk voor de kosten van het beperken of herstellen van die schade. Wie schade toebrengt aan het milieu, is verantwoordelijk is voor het herstellen ervan. Dit passen we toe bij bijvoorbeeld bodemverontreiniging of illegale lozingen. Zo zorgen we ervoor dat de kosten niet bij de gemeenschap terechtkomen, maar bij de veroorzaker.
Milieukwaliteit en de negen milieuthema’s
Voor elk milieuthema geldt dat de standaardwaarde (norm) gehandhaafd wordt, behalve wanneer anders aangegeven. De negen milieuthema’s zijn: Lucht, Geluid, Geur, Licht, Trillingen, Externe Veiligheid, Zeer Zorgwekkende Stoffen, Bodem en Water.
Geluid: Er is een gezonde omgeving op het gebied van geluid. In woongebieden werken we aan minder geluidhinder. In gemengde gebieden en werkgebieden gaan we onder bepaalde voorwaarden soepeler om met de normen om bedrijvigheid en evenementen mogelijk te maken. Er is evenwicht bij het afwegen van belangen.
Externe Veiligheid: Risico’s van gevaarlijke stoffen zijn beheersbaar. We houden rekening met veiligheid, leefbaarheid en ontwikkelingen in energietransitie. Er is een hogere bescherming in woongebieden en dorpscentra. In werkgebieden is versoepeling onder voorwaarden mogelijk. Er is een goede bereikbaarheid voor hulpdiensten.
Onze uitgangspunten voor milieukwaliteit
De Omgevingswet biedt gemeenten eigen afwegingsruimte op het gebied van milieu. Aangezien elk gebied anders is, kijken we naar maatwerk en flexibiliteit. De gemeente Assen hanteert de volgende uitgangspunten:
De regels en kwaliteitseisen van de Rijksoverheid zijn altijd het basisniveau voor de gemeente Assen. We hanteren het principe 'ja, mits'. Dit betekent dat we samen kijken hoe een initiatief wél kan binnen de kaders. Bijvoorbeeld: Je mag hier bouwen, als je voldoet aan de regels voor geluid, natuur, veiligheid en de kwaliteit van de leefomgeving.
5. Communicatie, subsidie of handhaven
Deze Kadernota Gezonde Leefomgeving geeft een visie op ambitieniveau. Deze visie wordt uitgewerkt naar de regels in het omgevingsplan. Om ervoor te zorgen dat er aan de milieuregels voldaan wordt zijn er naast handhaving ook andere methodes mogelijk. Dit noemen we de beleidsinstrumenten. Deze instrumenten zijn onderverdeeld in vrijwillige en verplichte maatregelen.
Vrijwillige maatregelen zoals educatie en communicatie helpen inwoners zich bewust te worden van milieuproblemen. Door middel van voorlichting en campagnes informeren we mensen en motiveren we ze om milieuvriendelijker te handelen. Subsidies en financiële prikkels ondersteunen gewenst gedrag. Denk aan prikkels zoals het installeren van zonnepanelen of het isoleren van woningen.
Een verplichte maatregel is handhaving. Op het moment dat milieuregels worden overtreden, zetten we bij voorkeur eerst vrijwillige maatregelen in door bijvoorbeeld in gesprek te gaan. Als dat niet het gewenste resultaat oplevert gaan we over op handhaven.
Communicatie, samenwerken, meedenken, stimuleren en ondersteunen zijn belangrijke waarden. Door naast handhaving in te zetten op positieve beïnvloeding, zoals communicatie en innovatie, blijft Assen een prettige omgeving voor ondernemers en inwoners.
We zetten meer in op communicatie om te zorgen voor bewustwording en kennis (bijvoorbeeld over houtstook of geluidhinder).
6. Vervolgstappen milieubeleid
De beleidskeuzes uit deze kadernota worden opgenomen in de omgevingsvisie (strategisch) en ten behoeve van de uitvoering uitgewerkt in omgevingsprogramma('s), die vervolgens de basis is/zijn voor het opnemen van regels in het omgevingsplan. De kadernota is de basis die ervoor zorgt dat de keuzes en richtlijnen over milieuthema’s worden opgenomen in het beleid, zodat effectief wordt gestuurd op een gezonde en duurzame leefomgeving voor alle inwoners van Assen.
Een vervolgstap van de Kadernota is het opstellen van 1 of meer omgevingsprogramma’s. Een omgevingsprogramma dient als een brug tussen de beleidsuitgangspunten uit de omgevingsvisie en kadernota en de vertaling naar specifieke en uitvoerbare regels in het omgevingsplan. Omdat een omgevingsprogramma kaderstellend kan zijn, is er mogelijk sprake van een verplichting tot het opstellen van een milieueffectrapport (plan-MER).
Door een plan-MER bij het omgevingsprogramma uit te voeren, brengen we de milieueffecten in beeld. Dit bepaalt daarmee ook de werkelijke haalbaarheid van regels in het omgevingsprogramma. Participatie met belanghebbenden (bijvoorbeeld inwoners en bedrijven) maakt onderdeel uit van het opstellen van omgevingsprogramma’s.
Bij de uitwerking van deze Kadernota in één of meerdere omgevingsprogramma’s en vervolgens het omgevingsplan nemen we concrete waarden op, die we vervolgens monitoren.
De Omgevingswet vereist monitoring om de toestand van de fysieke leefomgeving te beoordelen en ervoor te zorgen dat doelstellingen worden gehaald.
Monitoring vindt plaats door middel van een jaarlijkse enquête, metingen, openbare data of data die we inkopen. Het gaat over meetbare gegevens van lucht, bodem en waterkwaliteit, en gegevens die we kunnen berekenen zoals geluid en trillingen. We brengen in beeld hoe de inwoners hun leefomgeving ervaren door een terugkerende inwoners wijkenquête. Zo weten we of doelen worden gehaald en of we voldoen aan verplichtingen uit Europese richtlijnen en (inter)nationale verdragen.
We stellen een monitoringsplan op bij de omgevingsprogramma’s. In een omgevingsprogramma staan doelen en maatregelen om die doelen te halen en daar hoort monitoring bij. We gebruiken de gegevens van monitoring vervolgens voor evaluatie en eventuele bijsturing.
Deze Kadernota gezonde leefomgeving is mede tot stand gekomen in samenwerking met de volgende partners:
De Omgevingsdienst Drenthe OD zorgt voor het uitvoeren van het beleid op milieu voor de bedrijven in Assen. De OD verleent vergunningen, zorgt voor toezicht en handhaving en adviseert op het gebied van milieuvraagstukken.
GGD Drenthe is de gezondheidsdienst van de Drentse gemeenten. De GGD werkt aan het bevorderen van de gezondheid en het voorkomen van gezondheidsproblemen van inwoners. Ze richt zich op de bestrijding van infecties, de jeugdgezondheidszorg en een gezonde leefomgeving.
De activiteiten van de Veiligheidsregio Drenthe (VRD) richten zich op het vergroten van de veiligheid van inwoners en bezoekers van Drenthe. En dat alle hulpverleningspartners goed samenwerken tijdens rampen en crises. De brandweer maakt onderdeel uit van de VRD.
Waterschap Hunze en Aas, Noorderzijlvest en Drents Overijsselse Delta
Een waterschap werkt aan schoon en voldoende water in kanaal, meer of sloot. Een waterschap is een op basis van de Waterschapswet ingesteld openbaar lichaam dat in een bepaalde regio in Nederland tot taak heeft de waterhuishouding te regelen.
De provincie Drenthe heeft als verantwoordelijkheid om de milieukwaliteit en kwaliteit van natuurgebieden te behouden en te verbeteren. Ze doen dit door samen te werken met gemeenten en waterschappen om milieubeleid te ontwikkelen en uit te voeren. Daarnaast handhaaft Drenthe milieuregels en pakt ze vervuiling aan, zoals bodemsanering. Ook beschermt de provincie natuurgebieden en zorgt ze voor een goede lucht- en waterkwaliteit.
Vereniging van Nederlandse gemeenten
De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is dé belangenorganisatie en het kennisplatform voor alle Nederlandse gemeenten. Het doel van de VNG is om de krachten van gemeenten te bundelen en gezamenlijk op te treden in het belang van de lokale overheid en haar inwoners. Dit doen wij door invloed uit te oefenen op landelijk niveau en de maatschappelijke opgaven centraal te stellen. Samen zorgen wij voor een sterke en toekomstbestendige lokale overheid. De VNG heeft in Drenthe een provinciale afdeling; de Vereniging van Drentse Gemeenten (VDG).
AMvB’s Algemene maatregelen van bestuur
Bal Besluit activiteiten leefomgeving (omgevingswet)
Bkl Besluit kwaliteit leefomgeving (omgevingswet)
Blauwdruk Milieuregels Voorbeeld-milieuregels omgevingsplan gemeenten Drenthe
dB (C) Een eenheid voor geluidssterkte, waarbij de geluidsdruk van lage tonen zwaarder wordt gewogen.
PM2,5 en PM10 Particulate matter, in lucht zwevende deeltjes
POMO Ontwerp- programma Overgedragen Milieuregels Omgevingswet
POV Provinciale Omgevingsverordening Drenthe
PR10-6 Een plaatsgebonden risico van één op de miljoen per jaar
Verbinding met ander beleid - Ruimtelijk beleid binnen de gemeente Assen
Internationaal en nationaal zijn er verschillende initiatieven en beleidsplannen die zich richten op het verbeteren van de omgevingskwaliteit. De Sustainable Development Goals (SDG's) bijvoorbeeld, zijn 17 doelen die in 2015 door de Verenigde Naties zijn vastgesteld. Deze doelen zijn gericht op het aanpakken van wereldwijde uitdagingen zoals armoede, ongelijkheid, klimaatverandering en verlies van biodiversiteit. Daarnaast is er het Schone Lucht Akkoord (SLA). Dit is een overeenkomst tussen de Nederlandse overheid, provincies en gemeenten om de luchtkwaliteit in Nederland blijvend te verbeteren. Het doel is om in 2030 een gezondheidswinst van minimaal 50% te bereiken ten opzichte van 2016.
Gemeente Assen heeft zich bij de SDG’s aangesloten en zet zich actief in voor deze doelen door duurzame initiatieven te ondersteunen en te promoten. Assen neemt daarnaast deel aan het nationaal Schone Lucht Akkoord.
Gemeenten moeten hun beleid afstemmen aan Europese afspraken, richtlijnen en verordeningen die gericht zijn op het beschermen van het milieu en de gezondheid van mensen. Deze stellen eisen aan luchtkwaliteit, waterbeheer, afvalwaterbehandeling, chemische stoffen en de bescherming van natuurlijke leefomgeving van dieren en planten. De belangrijkste Europese richtlijnen waaronder het milieubeleid van Assen valt zijn:
Deze richtlijn stelt regels om de luchtkwaliteit in Europa te verbeteren. Dit helpt om de gezondheid van mensen te beschermen en het milieu te verbeteren.
De Kaderrichtlijn Water (KRW), is een Europese richtlijn die de kwaliteit van oppervlaktewater en grondwater in de EU wil verbeteren en beschermen. Het doel is om een "goede staat" voor al het water te bereiken, met een deadline van 2027. Gemeenten zijn medeverantwoordelijk om de kwaliteit te verbeteren. Dit helpt om de natuur te beschermen.
Deze richtlijn stelt eisen aan de behandeling van stedelijk afvalwater. Gemeenten moeten zorgen voor goede zuiveringsinstallaties om vervuild water te reinigen. Dit helpt om het milieu te beschermen tegen vervuiling. De gemeente zorgt dat het afvalwater bij de RWZI komt, het Waterschap reinigt het afvalwater.
REACH is een Europese verordening over de productie van en handel in chemische stoffen. Het beschrijft waar bedrijven en overheden zich aan moeten houden. REACH staat voor: Registratie, Evaluatie, Autorisatie en restrictie van Chemische stoffen. Gemeenten moeten bedrijven helpen om veilig met chemische stoffen om te gaan. Dit helpt om de gezondheid van mensen en de natuur te beschermen tegen gevaarlijke stoffen.
Deze richtlijn beschermt natuurlijke leefomgeving van dieren en planten in Europa. Dit helpt om bedreigde soorten en hun leefgebieden te beschermen.
Op Rijksniveau is milieuwetgeving vastgelegd in verschillende wetten. De belangrijkste wetgeving betreft:
De uitwerking van deze wetten is geregeld in: Nationale omgevingsvisie (NOVI), Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en Ontwerp- programma Overgedragen Milieuregels Omgevingswet (POMO).
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is een langetermijnvisie van de Nederlandse overheid op de toekomst en ontwikkeling van de fysieke leefomgeving in Nederland. De NOVI richt zich op vier belangrijke thema's: duurzaam economisch groeipotentieel, ruimte voor klimaatverandering en energietransitie, sterke en leefbare steden en regio's, en toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Het Bkl (Besluit kwaliteit leefomgeving) is een AMvB (Algemene maatregelen van bestuur) onder de Omgevingswet en bevat regels over omgevingswaarden, instructieregels, beoordelingsregels en monitoring. Het Bkl richt zich op de inhoudelijke aspecten van de fysieke leefomgeving, zoals waterveiligheid, luchtkwaliteit en waterkwaliteit.
De relatie tussen het Bkl en het NOVI is dat het Bkl de praktische regels en normen vastlegt die nodig zijn om de doelen en ambities van het NOVI te realiseren. Het NOVI geeft de richting aan, terwijl het Bkl de concrete uitvoering en naleving van die richtlijnen ondersteunt. Het belangrijkste verschil tussen het NOVI en het Bkl is dat de NOVI een visie is, het Bkl een set van regels. Het Bkl is concrete regels die decentrale overheden moeten toepassen in hun omgevingsplannen.
Het Ontwerp- programma Overgedragen Milieuregels Omgevingswet (POMO). "Ontwerp POMO" staat voor ontwerp Programma Overgedragen Milieuregels Omgevingswet. Het is een programma dat de milieugevolgen van algemeen geldende regels in de bruidsschat van de Omgevingswet inzichtelijk maakt. Gemeenten kunnen deze informatie gebruiken bij het opstellen van hun eigen omgevingsplannen.
Provincies hebben belangrijke bevoegdheden en verantwoordelijkheden op het gebied van milieuwetgeving. Ze voeren zowel landelijk beleid als eigen beleid uit en hebben de taak om te zorgen voor de naleving van milieuwetten. Dit betekent toezicht op lucht-, bodem- en waterkwaliteit, bodemsanering, en het tegengaan van verontreiniging.
Provincies bepalen ook waar steden en dorpen uitbreiden, waar bedrijventerreinen en kantorenparken worden aangelegd, en waar wegen, spoorwegen, scheepvaartverbindingen, industriegebieden, agrarische en natuurgebieden en recreatieve voorzieningen komen. Deze taken zijn vastgelegd in onder andere de Omgevingswet en Wet milieubeheer.
Daarnaast houden provincies toezicht op de waterschappen en gemeenten, en zorgen ze voor schoon zwemwater en veilige routes voor vrachtwagens met gevaarlijke stoffen. Provincies zijn verantwoordelijk voor het natuurbeleid binnen hun gebied. Dit bestaat uit het beheer en de bescherming van natuurgebieden zoals het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en Natura 2000-gebieden. Provincies bepalen wat wel en niet mag in deze gebieden en geven vergunningen af voor activiteiten die invloed hebben op de natuur.
De provincie Drenthe heeft op 13 juli 2022de Provinciale Omgevingsverordening Drenthe (hierna: POV) vastgesteld. In hoofdstuk 3 staan de instructieregels voor gemeenten met onder andere de volgende onderwerpen:
Dit zijn voorbeeld-milieuregels voor het omgevingsplan die door de Omgevingsdienst Drenthe worden opgesteld voor gemeenten in Drenthe. Omgevingsdienst Drenthe is namens de provincie en de gemeenten verantwoordelijk voor regionale vergunningverlening, toezicht en handhaving op het gebied van milieu en de fysieke leefomgeving. Ze behandelen aanvragen voor omgevingsvergunningen, houden toezicht op naleving van milieuregels, en handhaven deze regels bij bedrijven en andere instellingen. De Omgevingsdienst heeft opdracht gekregen om milieuregels op te stellen die door alle gemeenten in het omgevingsplan kunnen worden opgenomen. Daarmee zorgen we voor meer eenheid in milieubeleid in Drenthe. Elke gemeente moet zelf milieubeleid opstellen. Als dat gedaan is, kan voor de doorwerking naar omgevingsplan de voorbeeld-regels van de blauwdruk gebruikt worden.
Gemeenten hebben verschillende bevoegdheden op het gebied van milieuwetgeving, voor het grootste deel geregeld door de Omgevingswet en de Wet milieubeheer. De Omgevingswet hanteert het "decentraal-tenzij-beginsel". Dit betekent dat gemeenten meestal het bevoegd gezag zijn voor milieubelastende activiteiten. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het handhaven van algemene rijksregels uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) voor milieubelastende activiteiten, zoals houtstook, industrie, binnenvaart, landbouw, mobiele werktuigen en wegverkeer. Er zijn uitzonderingen waarbij de provincie of minister bevoegd gezag is, bijvoorbeeld voor complexe bedrijven, mijnbouwwerkzaamheden, en activiteiten op zee. Daarnaast blijven bepaalde onderwerpen zoals stoffen, afvalstoffen, broeikasgasemissies, en milieuaansprakelijkheid geregeld onder de Wet milieubeheer. Gemeenten spelen een belangrijke rol in het beoordelen van vergunningaanvragen, toezicht houden op naleving van milieuregels, en het nemen van maatregelen om de milieukwaliteit te verbeteren. Op het gebied van waterkwaliteit is samenwerking belangrijk. Dit omdat de bevoegdheid voor waterkwaliteitsbeheer bij de waterschappen ligt en de gemeente beperkt invloed heeft.
Omgevingsvisie Assen nog mooier (2021): Een omgevingsvisie is het strategisch document waarin een gemeente lange termijn plannen en ambities voor de fysieke leefomgeving vastlegt. De omgevingsvisie van Assen, genaamd "Assen Nog Mooier," is een lange termijnvisie dat de toekomstige ontwikkeling van de stad beschrijft. Het richt zich onder meer op het versterken van de bestaande stadsstructuur en kwaliteiten van de stad, zoals groen- en natuurstructuren, de binnenstad, cultuurhistorie, en zorg- en onderwijsvoorzieningen.
De omgevingsvisie van Assen beschrijft een gezond leefmilieu als belangrijk uitgangspunt voor de gezondheid van inwoners en biodiversiteit (hoofdstuk 2.12). Dit bestaat uit onder andere het beheersen van schadelijke uitstoot, geluid- en geurhinder, en bodemkwaliteit. Assen heeft relatief weinig overlast op het gebied van milieu, de basis is goed op orde.
Omgevingsvergunning milieubelastende activiteit: Gemeenten zijn bevoegd om een omgevingsvergunning milieubelastende activiteiten af te geven voor activiteiten die invloed hebben op het milieu, zoals bedrijven en bouwprojecten. Ze kunnen hierbij specifieke voorwaarden stellen om de milieukwaliteit te beschermen.
Het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (Bkl) biedt gemeenten de mogelijkheid om gebiedsgerichte regels (mede voortkomend uit het POMO) voor milieukwaliteit op te stellen. Dit betekent dat gemeenten milieudoelen kunnen vaststellen die passen bij de unieke kenmerken en behoeften van verschillende deelgebieden binnen hun grondgebied. De instructieregels van het Rijk staan in hoofdstuk 5 van het Bkl. Hierin staan onder andere regels over het behoud van ruimte voor toekomstige functies, de bescherming van waterbelangen, de veiligheid en de gezondheid en van het milieu.
De mogelijkheid om lokaal milieubeleid te voeren binnen de door de wet gestelde bandbreedtes wordt ook wel de bestuurlijke afwegingsruimte genoemd, en kan worden vergeleken met een mengpaneel. Hierbij vertalen de schuifjes van het mengpaneel zich in de regels die in het omgevingsplan worden opgenomen. Dit mengpaneel stelt gemeenten in staat om de normhoogte van de verschillende milieuthema’s aan te passen binnen bepaalde grenswaarden. Dit door de grenswaarden te variëren met behulp van ‘strenger’ of ‘minder streng’. Gemeenten kunnen hun eigen doelen formuleren, die gelden voor de specifieke deelgebieden. Deze doelen bepalen de gewenste staat van de fysieke leefomgeving.
Om doelen te bereiken, kunnen gemeenten enkele milieunormen soepeler of strenger maken dan de standaardwaarden. Ze hebben daarbij niet de volledige vrijheid. Deze ruimte is uitgewerkt in het Bkl. Hieronder is de ruimte per thema toegelicht.
Figuur 2. Het Bkl mengpaneel (www.iplo.nl)
De Handreiking Bkl stelt dat het mengpaneel flexibiliteit biedt in de toepassing van normen, dit betekent voor luchtkwaliteit niet dat de normen versoepeld kunnen worden. De wettelijke grenswaarden moeten altijd worden gerespecteerd en mogen niet worden overschreden. Wel kan strenger beleid worden gevoerd.
Met de inwerkintreding van de omgevingswet is de geluidwetgeving veranderd. Dit betekent onder andere dat de Wet geluidhinder is vervallen voor bepaalde onderdelen. De manier van beoordelen en toelaten van nieuwe ontwikkelingen bij (spoor)wegen en gezoneerde industrieterreinen is veranderd. Met de komst van de Omgevingswet staan de geluidsnormen straks voor een deel in het Omgevingsplan. Op dit moment is het Omgevingsplan nog geregeld vanuit de wet (dit noemen we “van rechtswege”) en heeft het Rijk bepaald welke geluidsnormen van toepassing zijn (de zogenaamde Bruidsschat). Deze normen sluiten aan bij het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer.
De regels die gemeenten bedenken, moeten passen binnen de instructieregels van het Bkl. In bepaalde situaties kan er een versoepeling van de geluidsnormen met maximaal 5 dB worden toegestaan (bijvoorbeeld op bedrijventerreinen). Dit is mogelijk onder specifieke voorwaarden en afwegingen die zijn vastgelegd. Deze versoepeling kan bijvoorbeeld worden toegepast bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen waar het niet haalbaar is om volledig aan de standaardnormen te voldoen, als er voldoende maatregelen worden genomen om geluid te beperken.
Voor scholen zijn geluidsnormen vastgelegd in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Er moet daarbij gezorgd worden voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Dit betekent dat geluidsniveaus binnen wettelijke grenzen blijven. Het geluid inclusief stemgeluid is aanvaardbaar als het voldoet aan de standaardwaarden voor activiteiten uit het Bkl. Als niet wordt voldaan dan kan daarvan afgeweken worden.
Het Bkl mengpaneel biedt de mogelijkheid om regels voor geur in het omgevingsplan te versoepelen of strenger toe te passen. Een voorbeeld hiervan is het vastleggen van een geurcontour, de zone rondom een bron van geurhinder waar de geur merkbaar is. Hoofdregel is dat bouwen binnen geurcontouren niet is toegestaan, hoewel uitzonderingen mogelijk zijn.
Gemeenten bepalen zelf of ze regels ter voorkoming van lichthinder opnemen in het omgevingsplan. Hoewel straatverlichting, verlichting bij sportvelden en andere lichtbronnen lichthinder kunnen veroorzaken, betekent dit niet dat er altijd maatregelen tot verduistering zullen worden getroffen. Verlichting is belangrijk voor (verkeers)veiligheid. Dit vraagt een afweging tussen het beschermen van de belangen van ondernemers en de belangen van inwoners en natuur.
Gemeenten kunnen onder bepaalde voorwaarden afwijken van de standaardwaarden voor licht (dus versoepelen), als dit goed wordt gemotiveerd en de gezondheid en het welzijn van de inwoners niet in gevaar komen.
Voor trillingen kunnen gemeenten onder specifieke omstandigheden afwijken van de standaardwaarden. Gemeenten mogen zelf regels stellen over trillingen door milieubelastende activiteiten. Zij leggen vast welke trillingen door een activiteit in trilling gevoelige ruimten van trilling gevoelige gebouwen aanvaardbaar zijn.
Gemeenten mogen onder specifieke omstandigheden tijdelijk afwijken van de standaardwaarden voor externe veiligheid, als dit goed wordt onderbouwd en voldoende maatregelen worden genomen om de risico's te beperken. Dit kan bijvoorbeeld van toepassing zijn bij situaties waarbij een gebied in transitie is en meerdere functies tijdelijk naast elkaar bestaan.
Voor ZZS gelden strenge normen vanwege de ernstige gezondheids- en milieueffecten van deze stoffen. Versoepeling van de regels is niet toegestaan om de veiligheid en gezondheid van de bevolking te beschermen.
Het Bkl mengpaneel laat het toe om gebieden en locaties aan te wijzen waar bodemkwaliteit al dan niet strenger dan de wettelijke eisen zou moeten worden aangewezen. Het gaat om het definiëren van een acceptabel en wenselijk niveau voor het milieuthema bodem.
Het Bkl mengpaneel biedt gemeenten de mogelijkheid om onder bepaalde voorwaarden af te wijken van de standaardwaarden voor waterkwaliteit. Dit kan bijvoorbeeld als specifieke maatregelen worden genomen om de impact van vervuiling te beperken en als de afwijking goed wordt onderbouwd. Het mengpaneel laat toe om gebieden en bestemmingen aan te wijzen waar de waterkwaliteit al dan niet strenger dan de wettelijke eisen zijn.
Bijlage 3: Participatieverslag Kadernota gezonde leefomgeving
Wat waren de kaders van de participatie
De omgevingsvisie Assen nog mooier mist een hoofdstuk over milieu. Eind 2025 wordt de herziene versie van de omgevingsvisie opgesteld, hiervoor is een hoofdstuk milieu nodig. Door beleid op te tellen over de milieuthema’s heeft de hele organisatie van gemeente Assen (aanvullende) richtlijnen voor het ontwikkelen en onderhouden van de stad.
Assen is SDG-gemeente. Daarmee ondersteunt Assen de Sustainable Development Goals (Duurzame ontwikkelings doelen). Duurzaamheid wordt door de Brundtland-commissie van de VN gedefinieerd als: “Voldoen aan de behoeften van het heden zonder het vermogen van toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen”
Korte samenvatting van de samenwerking
Gesprekken met stakeholders in de aanloop van het ontwikkelen van het milieubeleid
Tussen 2022 en 2024 vonden gesprekken plaats met diverse interne en externe stakeholders met betrekking tot milieubeleid. We bespraken onderwerpen zoals luchtkwaliteit, geluidoverlast, water- en bodemkwaliteit, duurzaamheid en de implementatie van de Omgevingswet. De stakeholders variëren van gemeentelijke (beleids)medewerkers tot externe organisaties zoals Rijkswaterstaat en de Milieufederatie Drenthe.
De gesprekken met verschillende stakeholders hebben bijgedragen aan een breed inzicht in de uitdagingen en mogelijkheden op het gebied van milieubeleid. De samenwerking tussen interne en externe partijen is belangrijk voor het succesvol implementeren van duurzaamheidsinitiatieven en het naleven van milieuwetgeving. We benadrukken dat doorlopende communicatie belangrijk is en samenwerking om milieudoelstellingen te bereiken.
Kerngroep kadernota gezonde leefomgeving
De kadernota gezonde leefomgeving is geschreven in samenwerking met Haskoning en daarbij is een kerngroep betrokken die input heeft geleverd. In de kerngroep zaten vertegenwoordigers van: Omgevingsdienst Drenthe, GGD Drenthe, Veiligheidsregio Drenthe, gemeente Assen.
Samenvatting van de participatie per doelgroep
In gesprek met de kinderraad op 12 december 2024 over lucht, geluid en geur. We bespraken de overlast (“prikkels”) die mensen kunnen hebben van geur en geluid aan de hand van een filmpje van Het Klokhuis en hoe luchtvervuiling is voor mensen met gezondheidsklachten.
Alle kinderraadsleden waren aanwezig
De Kinderraad van Assen besprak overlast en milieuproblematiek. De meeste kinderen geven de voorkeur aan fietsen boven autorijden en vinden dat evenementen geen hinder voor ouderen mogen veroorzaken. Ze kiezen voor picknicken in plaats van barbecueën uit respect voor mensen met astma. Het bewustzijn over het milieu en rekening houden met anderen staat bij de kinderen hoog in het vaandel.
Panel onderzoek enquete inwoners
In januari - maart 2025 hielden we een enquete onder de inwoners. Ze werden uitgenodigd via het stadspanel, jongerenpanel, social media en berichten van de brink om mee te doen. Van de 2.818 stadspanelleden deden 1.740 (62%) mee aan dit onderzoek. Van de 240 jongerenpanelleden deden er 39 (16%) mee. De totaal aantal deelnemers was 1.892 inwoners.
We hebben de inwoners een aantal stellingen over overlast door luchtvervuiling, geluid, stank, trillingen en licht voorgelegd. Respondenten konden behulp van een schaal van 1 tot 5 antwoorden. De betekenis van de waarden waren:
Samenvatting van de resultaten:
De gemeente Assen gaf in september 2024 Stichting GLOBE Nederland opdracht om een educatief project uit te voeren waarin middelbare scholieren zelf de luchtkwaliteit meten. Dit sloot aan bij het landelijke Schone Lucht Akkoord (SLA) en betrof metingen van fijnstof (PM) en stikstofdioxide (NO₂).
Deelnemende school: Dr. Nassau College.
NHL Stenden Bestuurskunde: onderzoek monitoring
In het najaar van 2024 onderzochten twee groepjes van de studenten van NHL Stenden hoe de gemeente het beste de milieu thema’s kan monitoren. De uitkomsten van deze onderzoeken worden gebruikt als er volgend op de kadernota gezonde leefomgeving een omgevingsprogramma wordt opgesteld. Hun aanbevelingen worden gebruikt bij het opstellen van het monitoringsplan.
Via de Ondernemend Assen en Vaart in Assen zijn bedrijven in Assen benaderd om mee te lezen in de 60% versie van de kadernota gezonde leefomgeving.
Dit is de feedback die we ontvingen:
De bedrijvenorganisaties pleiten voor een gezonde leefomgeving in balans met economische vitaliteit. Actieve betrokkenheid van ondernemers en ruimte voor maatwerk zijn belangrijk voor succesvolle uitvoering.
Belangrijkste punten van alle betrokkenen
De VNG vertegenwoordigt gemeenten richting het landelijk bestuur en benadrukt het belang van een integrale en eenduidige aanpak van milieuproblemen.
De provincie geeft aan de samenwerking belangrijk te vinden en trekt graag samen op als het gaat om luchtkwaliteit.
De waterschappen zijn bevoegd gezag als het gaat over de kwaliteit en met monitoren van het oppervlaktewater. Zij geven aan de samenwerking belangrijk te vinden.
Andere gemeenten (Tynaarlo, Meppel, Emmen, Groningen, Kampen, Gorinchem, Arnhem, Deventer) zijn allemaal aan de slag met de omgevingswet. Vooral kleinere gemeenten geven aan geen capaciteit te hebben voor een adviseur milieu en daardoor niet voorop te lopen. Alle ambtenaren van de andere gemeenten erkennen de uitdaging waar we voor staan, vanwege de omgevingswet, maar ook vanwege de toenemende druk op de leefomgeving.
Veiligheidsregio Drenthe benadrukt het belang van bij blijven op het gebied van nieuwe risico’s die ontstaan door de technologische ontwikkeling zoals megabatterijen. Ook klimaatverandering zorgt voor nieuwe uitdagingen zoals het bereikbaar houden (of maken) van natuurgebieden voor brandweer.
Omgevingsdienst Drenthe vraagt vooral duidelijk beleid met concrete normen en doelen. Ook vragen zij de gemeente als opdrachtgever beleid op stellen voor de manier waarop beleid uitgevoerd moet worden. Denk dan het inzetten van communicatie, voorlichting naast of voorafgaande aan vergunningverlening en handhaving. Ook pleiten zij voor versterken van de samenwerking.
De GGD benadrukt het belang van een gezonde leefomgeving. Door te zorgen voor een gezonde leefomgeving kan ziekte voorkomen worden en leven mensen langer.
De Vaart pleit voor een gezonde leefomgeving in balans met economische vitaliteit. Actieve betrokkenheid van ondernemers en ruimte voor maatwerk zijn essentieel voor succesvolle uitvoering.
Assen is aangesloten bij het Schone lucht akkoord. In het Schone lucht akkoord werken het ministerie van IenW, het RIVM, Rijkswaterstaat, de provincies en de deelnemende gemeenten samen aan schonere lucht. Het ministerie benadrukt het belang van het uitvoeren van de plannen van het schone lucht akkoord en ondersteunt de gemeente daarbij.
Collega’s van team Ontwikkeling en advies
Collega’s van beleid erkennen het belang van integraal werken. Milieubeleid werkt aan een gezondere leefomgeving en kwaliteit van de natuur. Daarmee is er verbinding met de onderwerpen: groen, klimaat, energietransitie, mobiliteit, wonen, gezondheid, jeugd, economie.
Van team ruimte zijn de adviseurs en planjuristen betrokken. De adviseurs benadrukken de belangrijkste punten van hun respectievelijke expertise zoals juridisch, ecologie en bodem, dit betreft vooral nieuwe wetgeving en nieuwe risico’s vanwege verdichting van de stad en de beperkte ruimte en klimaatverandering. Planjuristen geven aan dat het belangrijk is beleid op te stellen dat richting kan geven aan het omgevingsplan. Het beleid moet concreet en meetbaar zijn (SMART) en voldoen aan de wetgeving (Omgevingswet).
De kinderraad vindt milieu een belangrijk onderwerp en vraagt de raad rekening te houden met de inwoners als het gaat om vervuiling en overlast. Ze willen dat het bestuur van Assen maatregelen neemt als dat kan.
Inwoners geven aan te hopen dat er iets gedaan wordt met de enquete. Ze vinden milieu belangrijk. Tussen de 15 en 20 % ervaart ernstige tot zeer ernstige overlast door luchtvervuiling en geluidsoverlast.
Veel inwoners maakten gebruik van de gelegenheid om een opmerking toe te voegen aan de enquête. Hierin lazen we meerdere malen dat de inwoners hoopten dat er nu echt beleid zou komen waar ook iets mee gedaan wordt.
De bedrijvenorganisaties pleiten voor een gezonde leefomgeving in balans met economische vitaliteit. Actieve betrokkenheid van ondernemers en ruimte voor maatwerk zijn belangrijk voor succesvolle uitvoering.
Impact van de inbreng op het project/beleid
Van dit participatie traject is de input gebruikt bij het opstellen van de kadernota gezonde leefomgeving en bij het informeren van de Raad.
De kadernota Gezonde Leefomgeving is een beleidsdocument op visieniveau. De input van de participatie is hierin verwerkt. Uit de participatie bleek dat betrokkenen het van groot belang vinden dat er beleid wordt ontwikkeld en dat de gemeente keuzes maakt en regels opstelt die rekening houden met de complexiteit van de samenleving en de ruimtelijke uitdagingen in een stad als Assen.
Na het vaststellen van de kadernota Gezonde Leefomgeving zullen er 1 of meer omgevingsprogramma(‘s) worden opgesteld, waarbij participatie een belangrijke rol speelt. Bij het opstellen van een omgevingsprogramma programma is het belangrijk dat betrokkenen kunnen meedenken over de uitvoerbaarheid en haalbaarheid. Daarnaast is het belangrijk om de gezondheid van de inwoners en de kwaliteit van de natuur te beschermen. Het vinden van een balans is hierbij noodzakelijk. Participatie met verschillende betrokken partijen kan hieraan bijdragen.
Belanghebbende organisaties geven aan dat het belangrijk is dat de gemeente milieubeleid opstelt. Beleid zorgt voor duidelijkheid en richting.
Kinderraad, jeugdraad en inwoners beschouwen het milieu als een belangrijk thema. Uit de enquête onder inwoners bleek dat 31% van de respondenten (zeer) ernstige overlast ervaart door luchtvervuiling en 25% door geluidsoverlast. Daarnaast vindt 94% van de respondenten een gezonde leefomgeving (heel) belangrijk en maakt 34% zich (heel) veel zorgen over vervuiling.
Het snuffelfietsenproject heeft ervoor gezorgd dat leerlingen van het Nassaucollege zich meer bewust zijn geworden van luchtvervuiling en hun kennis over dit onderwerp hebben vergroot.
Het is belangrijk om het milieubeleid verder te ontwikkelen en te integreren in het gemeentebeleid. De eerste stap na de kadernota gezonde leefomgeving is om het hoofdstuk milieu, zoals geformuleerd in de kadernota, op te nemen in de Omgevingsvisie. Vervolgens worden er 1 of meer omgevingsprogramma(‘s) opgesteld. We zullen daarbij inwoners, bedrijven en ketenpartners te blijven betrekken, zodat het beleid uitvoerbaar en haalbaar is en de gezondheid van de inwoners wordt beschermd.
Impactanalyse Kadernota Gezonde Leefomgeving – Gemeente Assen
Milieubeleid is belangrijk om onze leefomgeving schoon en gezond te houden en om duurzaam met natuur om te gaan. Beleidskeuzes hebben vaak gevolgen op verschillende terreinen: van milieu en economie tot de kwaliteit van onze leefomgeving. Daarom is het nodig om vooraf goed te kijken wat de effecten zijn.
Een impactanalyse helpt om kansen en risico’s inzichtelijk te maken. Zo wordt duidelijk in hoeverre beleid bijdraagt aan doelen als minder uitstoot, minder geluidsoverlast en bescherming van natuur. Ook wordt zichtbaar welke andere effecten ontstaan en hoe we die kunnen beperken.
Met deze analyse zorgen we voor transparantie en een stevige onderbouwing van het milieubeleid.
Conclusie: De baten zijn vooral maatschappelijk en ecologisch, met lange termijn voordelen.
Gevolgen voor bedrijven en burgers
Hierbij is de balans tussen kwaliteit van de leefomgeving en economische vitaliteit belangrijk.
Hoewel niet expliciet benoemd, zijn er potentiële macro-economische effecten:
Conclusie: De nota draagt bij aan duurzame economische ontwikkeling, maar een macro-economische analyse kan dit verder onderbouwen.
Voor de volgende fase (omgevingsprogramma’s en omgevingsplan) is het aan te raden om:
NB: Een verplichte OER (omgevingseffect rapportage) bij het opstellen van de Omgevingsvisie of een MER (milieueffectrapportage) bij toekomstige omgevingsprogramma’s zorgt ook voor een beter beeld van de impact van milieubeleid.
Een indicatie van de financiële kosten naast de maatschappelijke en economische baten (gezondheid, leefbaarheid, juridische zekerheid, draagvlak).
Totaal MER: € 165.000 – € 215.000
Totaal enquête per cyclus: € 32.500
Totaal fysieke metingen: ca. € 95.000 per jaar
Totaal interne inzet: € 70.000/jaar
Samenvattend overzicht kosten (indicatief)
Baten: maatschappelijk en economisch
(Berekening: Nederland (2019) had 17,34 miljoen inwoners, kosten van hart- en vaatziekten waren 6,8 miljard, kosten voor ziekten aan ademhalingswegen waren 3,3 miljard. Totaal is dat 10,1 miljard per jaar. Het bedrag van 10,1 miljard gedeeld door 17,34 miljoen = ongeveer 582 euro per inwoner. Voor 70.000 inwoners zijn de kosten gemiddeld 40,74 miljoen. Als er 1% minder chronische ziekten zijn is dat een besparing van € 407.400 euro per jaar. Bron: https://www.vzinfo.nl/kosten-van-ziekten/samenvatting)
Woningwaarde & aantrekkelijkheid gemeente
Juridische en beleidsmatige zekerheid
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-180220.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.