Gemeenteblad van Geldrop-Mierlo
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Geldrop-Mierlo | Gemeenteblad 2026, 17984 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Geldrop-Mierlo | Gemeenteblad 2026, 17984 | beleidsregel |
Treasurystatuut gemeente Geldrop-Mierlo 2026
Burgemeester en wethouders van de gemeente Geldrop-Mierlo besluiten d.d. 6-1-2026:
Het Treasurystatuut 2026 vast te stellen onder gelijktijdige intrekking van het Treasurystatuut 2005.
In de financiële verordening van de gemeente Geldrop-Mierlo is bepaald dat burgemeester en wethouders een Treasurystatuut vaststellen en dit ter kennisgeving naar de raad sturen.
Het treasurystatuut bevat het beleidskader voor de uitvoering van de treasuryfunctie.
Onder treasury wordt verstaan: “Het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s”. In het treasurystatuut worden de uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen en limieten vastgelegd evenals taken, verantwoordelijkheden, bevoegdheden met bijbehorende informatievoorziening. Daarnaast beschrijft het de financiële kaders voor financieringen, uitzettingen, derivaten gebruik, en het verstrekken van leningen en garanties aan derden.
Artikel 2 Uitgangspunten risicobeheer
Met betrekking tot risicobeheer gelden de volgende algemene uitgangspunten:
Om de kosten van het liquiditeitsbeheer te minimaliseren wordt het liquiditeitsgebruik beperkt door de geldstromen op gemeenteniveau op elkaar af te stemmen. Hierbij wordt erop toegezien dat de liquiditeitspositie voldoende is om te garanderen dat de verplichtingen tijdig kunnen worden nagekomen door afstemming van de liquiditeitspositie op de liquiditeitsplanning;
Artikel 8 Langlopende financiering
Bij het aantrekken van financieringen voor een periode van één jaar en langer geldt het volgende uitgangspunt:
Artikel 9 Kortlopende financiering
Voor het aantrekken van kortlopende financieringen met een looptijd tot één jaar gelden de volgende uitgangspunten:
Bij uitzettingen bestaat er een onderscheid in uitzettingen uit hoofde van de publieke taak en uitzetting van overtollige financiële middelen.
10.1 Uitzettingen en garanties uit hoofde van de publieke taak
Voor uitzettingen en garanties uit hoofde van de publieke taak gelden de volgende specifieke uit-gangspunten en richtlijnen:
Het college mag leningen of garanties1 verstrekken en/of participaties hebben vanuit zijn publieke taak;
10.2 Uitzetting van overtollige financiële middelen
Overtollige financiële middelen worden alleen uitgezet bij het Ministerie van Financiën, financiële instellingen, BVO Dienst Dommelvallei en/of haar deelnemers, volgens onderstaande uitgangspunten:
Overtollige financiële middelen vanaf het drempelbedrag, als opgenomen in de ‘Regeling schatkistbankieren decentrale overheden’, moeten worden aangehouden bij het Agentschap van het Ministerie van Financiën, het zogenaamde schatkistbankieren. Het schatkistbankieren wordt door de huisbankier automatisch verzorgd.
Artikel 11 Bankrelaties en bancaire condities
De gemeente beoogt het realiseren van gunstige c.q. marktconforme condities voor de af te nemen financiële diensten. Hiervoor gelden de volgende uitgangspunten:
Artikel 12 Uitgangspunten voor het verstrekken van leningen en garanties aan derden
De volgende algemene uitgangspunten gelden voor het verstrekken van leningen en garanties aan derden:
Artikel 13 Voorwaarden voor het verstrekken van leningen en garanties aan derden
Ter beperking van het gemeentelijk risico worden hieraan de volgende voorwaarden gesteld:
Het besluit om een lening of garantie te verstrekken moet worden genomen door het college van burgemeester en wethouders op grond van artikel 160 lid 1 sub d van de Gemeentewet. De lenings-, garantie- en overige overeenkomsten die op basis van dit besluit worden afgesloten worden op grond van art. 171 lid 1 van de Gemeentewet ondertekend door de burgemeester;
Bij garanties moet de geldgever zich verbinden zonder toestemming van het college geen uitstel van betaling te geven, bij niet voldoening van enige verplichting van de geldnemer daarvan het college zo spoedig mogelijk in kennis te stellen en jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het jaar aan het college een opgave te verstrekken van de restantschuld van de lening per 31 december van het voorafgaande jaar;
De garantie- of lening verkrijgende instelling dient haar jaarrekening of vergelijkbare stukken binnen zes maanden na afloop van het jaar ter beschikking te stellen aan het college. Het college draagt zorg voor een tijdige aanlevering en bepaalt bij niet naleven hiervan per geval de consequenties, te ondernemen stappen en gevolgen;
Gedurende het bestaan van de garantie- of leningsovereenkomst mag de verkrijgende instelling de bezittingen die met de lening zijn gefinancierd niet veranderen of afbreken, noch bezwaren of vervreemden zonder toestemming van het college. Afhankelijk van de grootte van het risico kan dit tevens worden bepaald voor overige nader aan te wijzen bezittingen van de instelling;
Artikel 14 Uitgangspunten administratieve organisatie en interne controle
In het kader van de treasuryfunctie gelden de volgende algemene uitgangspunten op het gebied van administratieve organisatie en interne controle:
Artikel 17 Informatievoorziening
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders in de vergadering van 6-1-2026.
De gemeentesecretaris,
N. Scheltens
De burgemeester,
J. van Bree
In dit statuut wordt verstaan onder:
Drempelbedrag: Het bedrag aan overtollige liquide middelen dat gemiddeld over een kwartaal buiten de schatkist aangehouden mag worden. De hoogte van het drempelbedrag is gerelateerd aan de begrotingsomvang van een decentrale overheid met een minimumbedrag dat is vermeld in de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden;
De subsidietitel (artikel 4:21 Algemene wet bestuursrecht) is van toepassing op subsidies waarbij niet daadwerkelijk geld wordt uitgekeerd, bijvoorbeeld als de overheid rente en aflossing van een door een bank aan een derde verstrekt krediet garandeert. Een dergelijke subsidieverhouding eindigt als de derde zijn verplichtingen nakomt, zonder dat er daadwerkelijk geld wordt uitgekeerd.
Een garantie is in de systematiek van de subsidietitel een subsidieverlening onder de opschortende voorwaarde dat zich een onzekere gebeurtenis voordoet. Kredietverlening door de overheid valt in het beginsel onder de aanspraak op financiële middelen (MvT bij derde tranche Awb, Kamerstukken II 1993/94, 23700, 3, p. 32).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-17984.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.