Gemeenteblad van Renkum
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Renkum | Gemeenteblad 2026, 179052 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Renkum | Gemeenteblad 2026, 179052 | beleidsregel |
Nadere regels Tijdelijke regeling stimulering deeltijdwerk gemeente Renkum 2026
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Renkum,
Gelezen het voorstel van 9 maart 2026
Gelet op: artikel 7 en artikel 31 lid 2 onderdeel j van de Participatiewet en artikel 2 van de Re-integratieverordening Participatiewet gemeente Renkum;
Besluit vast te stellen de volgende Nadere regels: Tijdelijke regeling stimulering deeltijdwerk gemeente Renkum 2026 de volgende beleidsregels:
De overige begrippen in deze Nadere regels worden in dezelfde betekenis gehanteerd als in de Participatiewet en in de Re-integratieverordening.
Artikel 3 Hoogte premie deeltijdwerk
Op de premie deeltijdwerk werk wordt in mindering gebracht de voor de deelnemer toegepaste wettelijke vrijlatingsregelingen op basis van artikel 31 lid 2 onder r, y, z en aa van de Wet. Dit betreft de vrijlatingsregeling voor alleenstaande ouders, medisch urenbeperkten en personen met inkomsten die vallen in de doelgroep Loonkostensubsidie.
Aldus vastgesteld in de collegevergadering van: 17 maart 2026.
de gemeentesecretaris
drs. M.J.J. (Marcel) Wagener
de burgemeester
A.M. (Marcel) Fränzel MSc
Toelichting Beleidsregels Tijdelijke regeling stimulering deeltijdwerk Gemeente Renkum 2026
Gemeente Renkum wil deeltijdwerk in de bijstand verder te stimuleren en de betrokken inwoners financieel belonen voor het deeltijdwerk. Deeltijdwerk kan voor betrokkene een toegevoegde waarde zijn als stap naar volledige uitstroom naar werk, maar ook als invulling van maatschappelijke en economische participatie zolang als volledige uitstroom naar werk (nog) niet mogelijk is. Deeltijdwerk heeft voor betrokkenen voordelen o.a. door het kunnen leveren van een bijdrage naar vermogen, het hebben van verantwoordelijkheden door werk, sociale contacten, de eigen ontwikkeling die werk met zich brengt etc.
Deeltijdwerk is ook in het voordeel van de gemeente omdat dit de bijstandslasten laat dalen.
Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.
Artikel 2. Voorwaarden premie deeltijdwerk
De stimuleringsregeling houdt in dat het college aan de deelnemers van deze regeling een premie deeltijdwerk verstrekt. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de in de Participatiewet opgenomen mogelijkheid tot het verstrekken van premies. Deze regeling is gebaseerd op de Wageningse premieregeling en de ervaringen van Wageningen met het bijstandsexperiment.
De premies die op grond van artikel 31, lid 2, letter j van de Participatiewet kunnen worden verstrekt kennen een wettelijk maximum per jaar en kunnen ten hoogste twee keer per kalenderjaar worden verstrekt. De maximale premie die in 2026 kan worden verstrekt is €3.398,00 per jaar. Deze premies worden fiscaal niet tot de inkomsten gerekend, waardoor dit geen gevolgen heeft voor de aanspraken op bijv. de huur- en zorgtoeslag. Dit is een belangrijk voordeel van het gebruik van deze premies. Doordat premies ten hoogste twee keer per jaar mogen worden toegekend is het maandelijks betalen van een premie deeltijdwerk niet toegestaan.
De doelgroep voor de premieregeling zijn alle inwoners die een gemeentelijke bijstandsuitkering ontvangen op grond van de Participatiewet. Inwoners met een uitkering op basis van de IOAW of de IOAZ worden daartoe ook gerekend. Personen die gebruik maken van ondersteuning op grond van de BBZ-regeling (ondersteuning zelfstandigen) worden niet gerekend tot de doelgroep van deze premieregeling voor deeltijdwerk. Het doel van het college is dat zoveel mogelijk mensen die in staat zijn om deeltijd te werken maar nog niet kunnen uitstromen tijdens de bijstand deeltijdwerk gaan werken.
Personen die inmiddels de AOW gerechtigde leeftijd hebben bereikt (een bij ontbreken van een volledige AOW-uitkering ook recht kunnen hebben op bijstand) worden niet tot de doelgroep van deze regeling gerekend.
Voor een goede uitvoerbaarheid van de regeling wordt ervoor gekozen om één keer per jaar op een vast moment de premie te berekenen en uit te betalen; t.w. augustus 2026 over de periode 1 januari 2026 tot en met juli 2026.
Door deze stimuleringsregeling voor deeltijdwerk kan nadeel ontstaan als mensen die kunnen uitstromen uit de bijstand zich daarvoor te weinig inspannen. In de stimuleringsregeling is om deze reden de bepaling opgenomen dat het college kan besluiten in deze situatie geen premie deeltijdwerk te verstrekken. De Nadere regels bevatten in artikel 2 lid 3 een opsomming van de omstandigheden waarin het college dit besluit neemt.
Betrokkenen die in aanmerking komen voor de algemene wettelijke vrijlatingsregeling (zie artikel 31 lid 2 onder n.) komen niet in aanmerking voor de deeltijdpremie om een cumulatie te voorkomen. Dit is de vrijlating van 25% van de inkomsten tot een maximum van € 285,00 per maand (2026), gedurende maximaal 6 maanden. Deze wettelijke vrijlating kan eenmaal worden toegepast. Wanneer betrokkene voldoet aan de voorwaarden kan aansluitend een deeltijdpremie toegekend worden.
Besluiten tot uitsluiting van de premieregeling deeltijdwerk zijn vatbaar voor bezwaar en beroep. Gebruikelijk is dat wijzigingen van afspraken en nieuwe afspraken over de arbeids- en re-integratieverplichtingen worden vastgesteld met een nieuw Plan van Aanpak dat met de inwoner wordt afgestemd. Deze werkwijze kan ook hierbij worden gevolgd.
Het besluit tot het toekennen van de premieregeling moet belanghebbenden die deeltijd werkt uiteraard voorafgaand aan de ingang hiervan met een beschikking bekend worden gemaakt.
Artikel 3. Hoogte premie deeltijdwerk
Bij de stimuleringsregeling wordt de hoogte van de te betalen premie parttime werk afhankelijk gemaakt van het verdiende inkomen uit arbeid. Onder inkomen uit arbeid wordt hier ook begrepen de inkomsten uit zelfstandig ondernemerschap, zzp-schap en/of inkomsten uit beroepsmatige of bedrijfsmatige werkzaamheden. Inwoners met een uitkering op grond van de BBZ zijn uitgesloten van de deeltijdpremie. Tot de inkomsten worden niet gerekend inkomsten die niet uit eigen arbeid worden verkregen, zoals inkomsten uit alimentatie of inkomsten uit het verhuren van de eigen woning, vermogensinkomsten enz.
Het college beoogt een voor deelnemers en voor het verwerkingsproces eenvoudige, goed toepasbare, administratief eenvoudige en begrijpelijke regeling. Om deze reden wordt er bijvoorbeeld vanaf gezien bij de inkomsten ook te betrekken het eventuele vakantiegeld dat aan deelnemers door een werkgever nog kan worden verstrekt.
De premie wordt gemaximeerd op € 285,00 per maand. Hiermee wordt voorkomen dat de maximale wettelijke hoogte van de premie wordt overschreven. De hoogte van de premie is bepaald op 25% van de inkomsten. Met deze hoogte wordt de prikkelwerking om deeltijd te gaan werken ervaren op de eerste €4440,00 per maand aan zelf verdiende inkomsten uit arbeid.
Door de berekening eenvoudig te houden is voor alle deelnemers goed te zien wat zij aan halfjaarlijkse premie kunnen verwachten.
Samenloop vrijlatingsregelingen
De Participatiewet kent vier regelingen voor gedeeltelijke vrijlating van inkomsten:
de algemene vrijlatingsregeling (voor personen vanaf 27 jaar) De tekst hiervan luidt (Participatiewet artikel 31, lid 2, letter n): Inkomsten uit arbeid tot 25 procent van deze inkomsten, met een maximum van € 285,00 per maand, voor zover hij algemene bijstand ontvangt, waarbij voor een persoon die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt geldt dat die inkomsten gedurende ten hoogste zes maanden niet tot de middelen worden gerekend en dat dit naar het oordeel van het college moet bijdragen aan zijn arbeidsinschakeling. Belanghebbenden die recht hebben op deze vrijlating komen over dezelfde periode niet in aanmerking voor de deeltijdpremie.
De tekst hiervan luidt (Participatiewet, artikel 31, lid 2, letter r): inkomsten uit arbeid van een alleenstaande ouder tot 12,5 procent van deze inkomsten, met een maximum van € 177,66 per maand, gedurende een aaneengesloten periode van maximaal 30 maanden, voor zover hij algemene bijstand ontvangt, ingeval:
de vrijlatingsregeling voor mensen met een medische urenbeperking (ongeacht leeftijd).
De tekst hiervan luidt (Participatiewet, artikel 31, lid 2, letter y: inkomsten uit arbeid van een persoon die medisch urenbeperkt is tot 15 procent van deze inkomsten uit arbeid, met een maximum van € 180,19 per maand, voor zover hij algemene bijstand ontvangt, tenzij onderdeel n of r van toepassing is.
de vrijlating voor mensen die werk hebben en vallen onder de doelgroep Loonkostensubsidie in letter z en aa van de wet met de tekst: inkomsten uit een dienstbetrekking als bedoeld in artikel 10d, eerste of tweede lid, van een persoon die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, tot 15 procent van deze inkomsten uit arbeid, met een maximum van € 180,19 per maand, gedurende een periode van twaalf maanden nadat de periode van zes maanden, bedoeld in onderdeel n, is verstreken, voor zover hij algemene bijstand ontvangt, tenzij onderdeel y van toepassing is. En in aa: inkomsten uit een dienstbetrekking als bedoeld in artikel 10d, eerste of tweede lid, van een persoon die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, tot 15 procent van deze inkomsten uit arbeid, met een maximum van € 180,19 per maand, nadat de periode van twaalf maanden, bedoeld in onderdeel z, is verstreken, voor zover hij algemene bijstand ontvangt en het college gelet op de in de persoon gelegen omstandigheden een uitbreiding van zijn arbeidsomvang niet mogelijk acht.
In de regeling deeltijdpremie is opgenomen dat bedragen die aan belanghebbenden zijn of worden verstrekt op basis van een van de vrijlatingsregelingen in mindering worden gebracht op de premie. De te verstrekken premie kan nooit een negatief bedrag zijn. Daarmee is de voor deelnemer de ‘meest voordelige regeling‘ hierbij ook het uitgangspunt.
Bij het gebruik van de wettelijke vrijlatingsregelingen bestaat voor betrokkene het voordeel dat in de maand meer inkomen binnenkomt. Deze vrijlatingen worden namelijk per maand verrekend en verhogen direct het maandinkomen. Het vrijgelaten bedrag is wel fiscaal inkomen. In bepaalde gevallen en afhankelijk van de hoogte van het inkomen kunnen hierdoor effecten ontstaan op toeslagen en andere inkomensafhankelijke regelingen. Het is bekend dat deze effecten zich in de praktijk vooral door gehuwden/samenwonenden en inkomsten hoger dan ongeveer € 500,00 per maand. Evenwel blijkt dit een complexe materie die afhankelijk is van meerdere persoonlijke omstandigheden van betrokkenen en waar de rijksoverheid vereenvoudiging zou moeten bieden. De gemeente kan betrokkenen wijzen op deze effecten, maar kan deze niet wegnemen. Het is aan de betrokkene (bij de regelingen b. c. en d.) dan de afweging of deze gebruik wenst te maken van deze vrijlatingsregelingen of voorkeur geeft aan het (volledig) gebruik maken van de stimuleringsregeling parttime werk. Het is het voornemen van het college om geen gebruik te maken van de toepassing van de algemene vrijstellingsregeling zolang als betrokkenen gebruik maakt van de stimuleringsregeling. Wel zal het college - indien redelijk en mogelijk - deze regeling toepassen als betrokkene vanwege de mogelijkheden tot het aanvaarden van werk wordt uitgesloten van de stimuleringsregeling, voor zolang betrokkene dan nog bijstand ontvangt.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-179052.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.