Beleidsplan Sociaal Domein 2026-2029

 

1 Inleiding

Voor u ligt het beleidsplan Sociaal Domein 2026-2029 van de gemeente Haaksbergen. Dit is het beleidsplan dat hoort bij de beleidsvisie Sociaal Domein ‘De Kracht van Samen’ 2025-2029 (vastgesteld in mei 2025). Dit plan beschrijft onze inzet op activiteitenniveau. De activiteiten, inclusief resultaten ervan, dragen bij aan het uitgangspunt van Positieve Gezondheid, de twee integrale opgaven en de vier beleidsdoelen uit de visie op het sociaal domein, te weten:

 

Uitgangspunt: 

Positieve Gezondheid;

Integrale opgaven:

Versterken van de Sociale Basis;

Toegang tot passende hulp en ondersteuning.

Beleidsdoelen:

Bestaanszekerheid;

Opgroeien in Haaksbergen;

Iedereen doet mee;

Gezondheid, Sport & Cultuur

 

We voeren de activiteiten uit het beleidsplan uit naast en geïntegreerd met reguliere, doorlopende werkzaamheden. Dit bestaat onder andere uit wettelijke taken, bestaand beleid en afspraken met samenwerkingspartners. De regionale samenwerking en samenwerking met verbonden partijen behoren ook tot de reguliere taken. Zoals: SamenTwente (GGD Twente), Veilig Thuis Twente, Organisatie voor Zorg en Jeugdhulp Twente, Stadsbank Oost Nederland, Regio Twente Arbeidsmarktregio, Gemeenschappelijke regeling samenwerking sociale zaken Borne, Haaksbergen en Hengelo, Sociaal Werkbedrijf en Werkplein Twente. In het beleidsplan zijn de belangrijkste landelijke wettelijke ontwikkelingen en verplichtingen en de ombuigingen in het Sociaal Domein opgenomen. Zij bepalen ook welke activiteiten we in de komende jaren oppakken.

 

1.2. Opbouw Beleidsplan sociaal domein

Het beleidsplan richt zich op de activiteiten en de te behalen resultaten 2026 tot 2029. Samen met de Visie op het sociaal domein vormt het beleidsplan de basis voor beleid en uitvoering daarvan in het sociaal domein. Het beleidsplan start met een inleiding, hoofdstuk 1. Hoofdstuk 2 geeft een beeld van de te verwachte druk op de voorzieningen in Haaksbergen. De acties en te behalen resultaten zijn geclusterd in hoofdstuk 3. Hoe houden we grip op wat we doen en sturing staat in hoofdstuk 4. In het laatste hoofdstuk beschrijven we de interne en externe communicatie en de verbinding met onze organisatie en de netwerkpartners.

 

1.3. Financiën

Het beleidsplan wordt binnen door de raad vastgestelde programmabegroting uitgevoerd.

2 Druk op voorzieningen in Haaksbergen.

Binnen het Sociaal Domein valt de ondersteuning die inwoners kunnen krijgen om zoveel mogelijk op eigen kracht te functioneren. Gemeenten hebben in het Sociaal Domein een grote diversiteit aan wettelijke uitvoeringstaken binnen de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015), Jeugdwet, Participatiewet, Wet inburgering en Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Dit zijn vaak openeinderegelingen, waarbij wij de mogelijkheid hebben de uitvoering gedeeltelijk zelf te bepalen. Het aantal inwoners dat gebruik maakt en naar verwachting gebruik gaat maken van deze hulp en ondersteuning heeft dus grote invloed op de gemeentelijke uitgaven.

 

Druk op voorzieningen Wmo en Jeugdwet

Haaksbergen is een plattelandsgemeente met 24.225 inwoners (2025). Het inwoneraantal is nagenoeg gelijk aan 2021 met een lichte piek in 2023.

 

Het meten van groene en grijze druk is van belang om een voorspelling te kunnen doen voor de uitgaven WMO en Jeugd. Een hoge groene druk geeft druk op de kosten voor Jeugd, een hoge grijze druk zal kostenverhogend zijn voor WMO.

 

Ten opzichte van het landelijke beeld scoort Haaksbergen qua groene druk redelijk vergelijkbaar. Vergeleken met andere plattelandsgemeenten is het percentage groene druk zelfs iets lager.

 

De grijze druk is in Haaksbergen beduidend hoger dan vergelijkbare gemeenten en het landelijke gemiddelde.

*Bron: www.waarstaatjegemeente.nl

 

Groene en grijze druk opgeteld geeft de demografische druk, dit hoge percentage houdt in dat de druk op de voorzieningen in Haaksbergen hoog is. In de toekomst zal dit alleen maar toenemen.

 

Druk op uitkeringsvoorziening (Participatiewet)

De meeste cliënten met een uitkeringsvoorziening ontvingen in 2024 een bijstandsuitkering, 10 cliënten ontvingen een Inkomensvoorziening oudere en arbeidsongeschikte zelfstandig ondernemer (Ioaz) of Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte voor werkloze werknemers van 50 jaar of ouder (Ioaw)

 

*Bron: MARAP Ontwikkeling Participatiewet 2025, Borne, Haaksbergen, Hengelo

 

Hieronder is de in- en uitstroom van cliënten weergegeven. Duidelijk te zien is dat de instroom groter is dan de uitstroom.

*Bron: MARAP Ontwikkeling Participatiewet 2025, Borne, Haaksbergen, Hengelo

3 Activiteiten, wat gaan we daarvoor doen?

De ontwikkelingen en uitdagingen zoals benoemd in hoofdstuk 2 vragen om een transformatie in denken en doen van zowel de overheid, partners als inwoners. Onze missie en de visie zoals omschreven in de Visie op het sociaal domein "De kracht van samen” zijn de stip op de horizon.

 

3.1 Uitgangspunt: Positieve Gezondheid

Toelichting

We vinden het belangrijk dat inwoners passende, effectieve en betaalbare hulp en ondersteuning krijgen. Daarbij is het essentieel dat dit aansluit bij de vraag en de persoonlijke omstandigheden. We vinden het ook belangrijk dat we inwoners het vertrouwen geven dat zij goede hulp en ondersteuning krijgen als dat nodig is. Onze strategie is vraagstukken te benaderen vanuit Positieve Gezondheid. Dat wil zeggen dat een betekenisvol leven van de inwoner centraal staat. De nadruk ligt op veerkracht, eigen regie en het aanpassingsvermogen van de inwoners en niet op de beperking of ziekte. Samen met onze inwoners zoeken we naar zo duurzaam mogelijke oplossingen.

 

Het bereiken van goede resultaten voor inwoners vraagt om een goed samenspel tussen inwoners, vrijwilligers, maatschappelijke partners en professionals, op het niveau van beleid en uitvoering. Vanuit het denken in Positieve Gezondheid en de mogelijkheden die dat met zich meebrengt.

 

Wat doen we hiervoor?

  • Om te werken vanuit het gedachtegoed van Positieve Gezondheid starten we met interne scholingstrajecten Positieve Gezondheid.

     

    Eind 2026 is Positieve Gezondheid geïntegreerd binnen het sociaal domein en weten alle medewerkers hoe zij Positieve Gezondheid toepassen in hun dagelijkse werkprocessen om samen met inwoners te kijken naar positieve gezondheid.

  • We integreren de principes van Positieve Gezondheid in de werkwijze waarop verschillende welzijns- en zorgpartijen en de gemeenschap samenwerken.

     

    Dat doen we door het thema Positieve Gezondheid in de bestaande structurele netwerkoverleggen aan onze partners te presenteren en als vast onderwerp op de agenda onder de aandacht te houden.

3.2 Integrale opgaven

3.2.1 Versterken van de sociale basis

Toelichting

De sociale basis bestaat uit de laagdrempelige, formele en informele activiteiten en voorzieningen die mensen verbinden, ondersteunen en helpen participeren in de samenleving. De sociale basis bevordert zelf- en samenredzaamheid en versterkt de gemeenschapskracht.

 

De kracht van de sociale basis is dat deze laagdrempelig is en uitgaat van de eigen motivatie van inwoners, vrijwilligers met ondersteuning van betaalde krachten. De sociale basis ontstaat vanuit de samenleving zelf.

 

Wat doen we hiervoor?

  • Lokaal uitvoeren van het regionaal Transformatieplan Mentaal Gezond Twente en Transformatieplan Buurt als Eco-systeem

     

    We versterken de sociale basis door concrete acties voor preventie, normalisering en vroegsignaleren om problemen van inwoners zoveel mogelijk te voorkomen.

    We bevorderen dat lokale professionals en inwoners elkaar kennen en elkaars expertise beter weten te vinden. De lokale verbondenheid is een kracht die we ook in de zorg kunnen benutten en stimuleren. Om de noodzakelijke verandering in de zorg te versnellen worden deze plannen met hulp van de transformatiemiddelen IZA 2024-2027 bekostigd.

  • We zetten in op een meer passende inzet van vrijwilligers gericht op de behoefte.

     

    Het vrijwilligerswerk is cruciaal voor het functioneren van veel (welzijns-)organisaties en het versterken van de sociale basis/cohesie in de samenleving.

    We zien een verandering in de manier waarop vrijwilligerswerk wordt georganiseerd en wordt ervaren namelijk van traditionele vaste rollen naar meer flexibele, op maat gemaakte persoonsgerichte inzet

    Door het vrijwilligerswerk meer passend te maken wordt het aantrekkelijker om vrijwilligerswerk te doen. We willen meer inzetten op flexibel vrijwilligerswerk en stimuleren van potentiële vrijwilligers zoals jongeren en werkenden. Wijkracht voert voor de gemeente verschillen taken uit m.b.t. vrijwilligerswerk. Samen met Wijkracht onderzoeken we de mogelijkheden om het stimuleren van vrijwilligerswerk aan te laten sluiten op waar behoefte aan is.

    Haaksbergen is in 2025 een samenwerking met de provincie Overijssel en een aantal andere gemeenten aangegaan voor de doorontwikkeling van Provinciale stimuleringsmaatregelen voor het vrijwilligerswerk.

  • We stimuleren het voorliggend veld.

    In het regioplan Twentse Koers, het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) en de Regiovisie Jeugdhulp Twente wordt het belang van een sterke sociale basisinfrastructuur (het voorliggend veld) nadrukkelijk onderstreept. Inmiddels is er een Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA), met als doel om de zorg toegankelijker, gelijkwaardiger en toekomstbestendiger te maken. Gemeenten hebben hierin een belangrijke rol. Het AZWA inclusief de beschikbare middelen hiervoor loopt tot en met 2028. In 2026 blijven wij samen met onze partners actief zoeken naar mogelijkheden om deze sociale basisinfrastructuur verder te versterken. We blijven uitvoering geven aan de verschillende thema’s die vallen onder het plan van aanpak SPUK/GALA, met als doel het realiseren van een gezonde generatie in 2040. Dit doen we in nauwe samenwerking met lokale en regionale partners. Hieronder vallen ook de aanpakken op het gebied van overgewicht, valpreventie, kansrijke start, het bevorderen van kansengelijkheid en het creëren van een gezonde leefomgeving die uitnodigt tot spelen en bewegen.

  • We zetten in op versterking van de basisvaardigheden van onze inwoner. Door het DigiTaalhuis te transformeren naar een ‘Ontwikkelplein’.

     

    We brengen de achterstanden van basisvaardigheden eerder in beeld (zie ook bij 3.3.1 - bestaanszekerheid).

3.2.2 Toegang tot passende hulp en ondersteuning

Toelichting

Om de toegang tot passende zorg en ondersteuning zo toegankelijk en effectief mogelijk te laten zijn streven we ernaar om de toegang tot passende zorg en ondersteuning zo dichtbij, zo normaal en zo licht mogelijk te verlenen.

 

We kennen een breed aanbod van hulp en ondersteuning dat laagdrempelig en vrij toegankelijk is. Een oplossing voor een vraag van een inwoner hoeft dan ook lang niet altijd door de gemeente geleverd te worden. De inwoner kan hulp krijgen uit eigen netwerk of vrijwilligers of (tijdelijke) ondersteuning in groepsverband. Professionele ondersteuning via de gemeente blijft beschikbaar voor wie het echt nodig heeft en het niet zelfstandig of met steun uit het netwerk kan regelen. Licht waar het kan, zwaar waar nodig.

 

Wat doen we hiervoor?

  • We professionaliseren de Noaberpoort en het Huis van Haaksbergen als integrale en laagdrempelige toegang tot ondersteuning.

    We gaan de fysieke toegang tot het Sociaal Domein organiseren in Huis van Haaksbergen. Dit betreft een uitbreiding en doorontwikkeling van de bestaande integrale toegang binnen de Noaberpoort. De overgang naar deze nieuwe locatie biedt kansen om de dienstverlening dichter bij de inwoners te brengen, laagdrempeliger te maken en de samenwerking tussen verschillende maatschappelijke partijen te versterken.

    De toegangsmedewerker in het Huis van Haaksbergen speelt een cruciale rol in het wegwijs maken van inwoners en in het bevorderen van eigen regie (Pilot toegang). Inwoners die fysiek binnenkomen of zich voor het eerst melden zullen de gelegenheid krijgen om zich breed te oriënteren op de verschillende oplossingsrichtingen. Bij voorkeur in het voorliggend aanbod of binnen de eigen levenssfeer van de (informele) sociale basis. Denk hierbij aan het persoonlijknetwerk, culturele of verenigingsactiviteiten of binnen het aanbod in het voorliggend veld.

    Met deze werkwijze willen we bereiken dat de inwoner met een behoefte aan hulp snel, en met zo min mogelijk stappen, op de juiste plek terecht komt en passende ondersteuning krijgt.

  • Alle jeugdregisseurs die in de Noaberpoort, de gemeentelijke toegang tot geïndiceerde jeugdhulp, werkzaam zijn, werken op hbo-niveau én verrichten werkzaamheden in het jeugddomein die volgens de norm verantwoorde werktoedeling om de inzet van een geregistreerd professional vragen. Onder verantwoorde werktoedeling wordt verstaan dat de werkgever ‘verantwoorde hulp’ moet bieden. Dat doen wij door ‘de juiste professional’ (vakbekwaam en toegerust voor de te verlenen hulp) in te zetten op ‘de juiste plek’. De jeugdregisseurs zijn daarom (verplicht) SKJ-geregistreerd.

3.3 Beleidsdoelen

3.3.1 Bestaanszekerheid

Toelichting

Iedereen heeft recht op bestaanszekerheid: een bestaan met voldoende en voorspelbaar inkomen, een woning, toegang tot onderwijs en zorg en een buffer voor onverwachte uitgaven. Dit is nodig om mee te kunnen doen in de samenleving. Voor veel inwoners is dit niet vanzelfsprekend en zijn er problematische gevolgen op meerdere leefgebieden. Bestaanszekerheid is een randvoorwaarde voor het welzijn van alle mensen en voorkomt deze problematische gevolgen. Daarvoor is het belangrijk om te beschikken over basisvaardigheden zoals lezen, schrijven en digitale geletterdheid. Deze vaardigheden zijn essentieel om zelfstandig te functioneren in de maatschappij, deel te nemen aan het onderwijs, jezelf te ontwikkelen en werk te vinden.

 

Participatiewet

De Participatiewet heeft als doel om zoveel mogelijk mensen, ook mensen met een arbeidsbeperking aan het werk te helpen, eventueel met ondersteuning of in een beschutte werkomgeving. Ook de mensen die onvoldoende inkomen hebben om van te leven en geen ander recht op een uitkering, vallen onder de Participatiewet en kunnen een beroep doen op een bijstandsuitkering. De beschikbaar gestelde middelen van het Rijk worden voor deze doelgroepen ingezet.

 

Voor de uitvoering van de Participatiewet werken de gemeenten Borne, Hengelo en Haaksbergen samen in de Uitvoeringsorganisatie. Zowel de beleidsontwikkeling als uitvoering is door Borne en Haaksbergen belegd bij de gemeente Hengelo als centrumgemeente (in een lichte Gemeenschappelijke Regeling). Naast de verstrekking van bijstand wordt ook uitvoering gegeven aan en beleid ontwikkeld op het gebied van re-integratie, armoede en inburgering.

 

Wat doen we hiervoor?

  • Harmonisatie regelingen Werk & Inkomen

    In het belang van onze inwoners en met het oog op vereenvoudiging, streven we ernaar dat eind 2026 alle actuele verordening en beleidsregels geharmoniseerd zijn.

  • Zichtbare stappen zetten in bestaanszekerheid

    • 1.

      We zetten in op bereik, toegankelijkheid en bekendheid van onze regelingen.

    • 2.

      Met meer tijd en aandacht voor de klant kennen wij onze klanten beter, werken we integraal en zetten we ons (arbeidsmarkt)- instrumentarium nog beter in.

    • 3.

      We bereiden ons als organisatie voor op de Participatiewet in balans.

    • 4.

      We leggen meer verbinding en werken integraal samen met andere beleidsterreinen als Wmo, jeugd, onderwijs en gezondheid.

  • Inzet van de hervorming arbeidsmarkt

    In 2025 hebben we ingestemd met de plannen voor de hervorming van de arbeidsmarktinfrastructuur in Twente. Met de inzet van de hervorming arbeidsmarkt is er een verandering in de ketensamenwerking met als focus de verbetering van knelpunten en het benutten van kansen in de arbeidsmarktregio. Dat gebeurt door het creëren van één regionaal loket, het Werkcentrum, dat in 2026 in stelling wordt gebracht. Voor de lokale invulling wordt een gidsrol (doorverwijsfunctie) ingevuld.

  • Minder statushouders in de bijstand

    Het aandeel statushouders in ons bestand is groeiende. Dit vraagt om een doelgroepgerichte aanpak met kanse/ mogelijkheden. In 2026 hebben we een passend aanbod van (activerings-) trajecten in samenwerking met lokale en regionale partners.

  • Verandering wetgeving: Participatiewet in balans

    Met dit programma wil de overheid de ervaren hardheid wegnemen door vertrouwen en menselijke maat als centrale begrippen te verankeren in de wet. Het wetsvoorstel Participatiewet in balans: spoor 1 is vastgesteld door de Tweede Kamer en koerst op een (gedeeltelijke) inwerkingtreding per 1 januari 2026. Dit houdt in dat de gemeente in samenwerking met de Uitvoeringsorganisatie de genoemde maatregelen moet implementeren in de werkprocessen, beleidsregels en verordeningen. Ook vraagt deze benadering om een cultuurverandering. In samenwerking met de Uitvoeringsorganisatie. We bereiden hierop voor door medewerkers te infomeren, coachen, op te leiden en te ondersteunen door werkprocessen en werkinstructies aan te passen als dat nodig is.

  • Niveau dienstverlening

    We zorgen voor eenvoudige en begrijpelijke dienstverlening, wetten en regels en hebben blijvend aandacht voor het ontwikkelen van lage basisvaardigheden. We participeren in initiatieven en projecten die gericht zijn op het ontwikkelen van lage basisvaardigheden en ‘een leven lang ontwikkelen’.

  • We gaan het Digitaalhuis doorontwikkelen naar een ontwikkelplein. Dit doen we om een samenhangende en integrale aanpak van de dienstverlening bij elkaar te brengen op één laagdrempelige, neutrale plek. Met als doel het versterken van basisvaardigheden en daarmee het vergroten van de zelfredzaamheid van de inwoner.

    Het streven is om meer inwoners te laten deelnemen aan laagdrempelige trajecten gericht op het verbeteren van basisvaardigheden zoals taal, rekenen en digitale vaardigheden, ondersteund door passende subsidieregelingen. In 2026 beschikt de gemeente over een integraal plan basisvaardigheden voor de versterking van taal, rekenen en digitale vaardigheden.

Samenwerkingspartners:

Twents fonds voor vakmanschap, Werkplein Twente, SWB Midden Twente, Leerwerkloket Twente, ROZ, Pluspunt Twente, Taalpunt Haaksbergen.

Het Werkplein Twente, Leerwerkloket, Twents Fonds voor Vakmanschap en het Regionaal Mobiliteitsteam vormen vanaf 2026 samen het Werkcentrum Twente. 2025 is het overgangsjaar.

 

Versterking minimabeleid

Wat doen we hiervoor?

  • Voor inwoners die financiële ondersteuning nodig hebben, is het mogelijk te participeren in de maatschappij. In het vastgestelde beleidskader minima Haaksbergen 2023 e.v. staan de acties voor de komende jaren op het gebied van het minimabeleid in de gemeente Haaksbergen. Om het doel te bereiken (‘gelijke kansen voor iedereen’) is het beleidskader vormgegeven langs vier speerpunten. Per speerpunt worden de komende jaren een aantal acties uitgevoerd. De komende jaren zetten we extra in op:

    • 1.

      Voorkomen is beter dan genezen. Wij zetten in op preventie met aandacht voor gezondheid en geletterdheid.

      • Collectieve zorgverzekering

      • Met kinderen in gesprek over geld

      • Project Kansrijke start

      • Inzet op gezondheid

      • Samenwerking beleidsterrein schulden

      • Minimaatwerkbudget

      • Aandacht voor laaggeletterdheid en de versterking van de 5 basisvaardigheden

    • 2.

      Waar nodig wordt inkomensondersteuning geboden, dit is maatwerk.

      • Harmoniseren regelingen Uitvoeringsorganisatie

      • Maatwerk meer richten op wat nodig is

    • 3.

      Minima kunnen zoveel mogelijk participeren in de maatschappij.

      • Kindpakket

      • Aanbod minimaregelingen voor volwassenen herijken

      • Tegengaan van menstruatiearmoede

      • Aandacht voor (energie) armoede

      • Samenwerken met subsidiepartners en samenwerkingspartners

    • 4.

      De dienstverlening van de Noaberpoort is laagdrempelig en integraal.

      • Bekendheid en vindbaarheid van minimaregelingen optimaliseren om gebruik van de regelingen stimuleren

      • Doorontwikkelen integrale uitvraag Noaberpoort

Samenwerkingspartners:

Wijkracht (formulierenbrigade), Budgetmaatjes, Stichting Noodfonds, Stichting Leergeld Haaksbergen, Jeugdfonds Sport en Cultuur, Volwassenfonds Sport en Cultuur, Nationaal Fonds Kinderhulp, Kledingbank, Voedselbank, Diaconie en de Bibliotheek

 

Schuldhulpverlening

Toelichting

Elke inwoner van Haaksbergen moet kunnen meedoen in de samenleving. Het hebben van financiële zorgen vormt een belemmering om actief deel te nemen in de maatschappij. Aan inwoners met financiële zorgen bieden wij integrale schuldhulpverlening aan, vanuit de mogelijkheden van de inwoners zelf en het principe zo licht mogelijk en zo zwaar als nodig. Ook willen wij voorkomen dat inwoners problematische schulden maken en daarom zetten wij actief in op vroegsignalering.

 

Naast het versterken van vroegsignalering van schulden, zetten we in op het verbeteren van de samenwerking tussen de schuldhulpverlening van de gemeente, schuldeisers en andere relevante partijen en het bevorderen van een integrale aanpak van schulden.

 

Wat doen we hiervoor?

  • Preventie

    Door samenwerking met ketenpartners zoals De Stadsbank, Stichting Leergeld en Wijkracht komen we eerder in contact met inwoners die in financiële problemen dreigen te raken. We willen dit zo vroeg mogelijk doen door middel van preventie en meer inzetten op ‘life events’. Een belangrijk life event is 18 jaar en dus volwassen worden. Hierbij horen een aantal wettelijke verplichtingen waaronder bijvoorbeeld het regelen van een zorgverzekering. Alle zaken en regelingen die van belang zijn als je 18 jaar wordt, worden beschreven in de verjaardagskaart. Naast de verjaardagskaart krijgen de ouders of verzorgers ook een informerende brief. Een andere vorm van preventie is het voorkomen van schulden door het geven van voorlichting tijdens gastlessen op de scholen in Haaksbergen.

  • Integrale schuldhulpverlening

    De schuldhulpverlening integraal uitvoeren door naast het aanpakken van schulden ook te kijken naar andere leefgebieden. Samen met vrijwilligers, ketenpartners en betrokken inwoners creëren we een brede en laagdrempelige ondersteuning. De gemeente voert regie over de schuldhulpverlening en we zetten in op nazorg.

  • Opstellen van kwaliteitsmaatregelen voor de integrale schuldhulpverlening.

    Op basis van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (WGS) moet worden beschreven welke maatregelen worden opgenomen om de kwaliteit van de schuldhulpverlening te waarborgen. In dit kader heeft de Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet (NVVK) gedragscodes opgesteld. Hoewel de gemeente Haaksbergen geen lid is van de NVVK, beschouwen wij deze kwaliteitsnormen als leidend. Dat geldt niet alleen voor de gemeente zelf, maar ook voor uitvoerders van gemeentelijke (deel)taken rondom de schuldhulpverlening, waaronder Stadsbank Oost Nederland. Daarnaast is het zaak dat alle partijen die actief zijn in de schuldhulpverlening aantoonbaar beschikken over voldoende capaciteit en deskundigheid. Wij beschikken binnen de Noaberpoort over een kwaliteitsmedewerker die toeziet op de kwaliteit en uniforme werkwijze van de uitvoering.

  • Wachttijden

    In de WGS worden maximale wachttijden genoemd. Voor een inwoner die zich bij de gemeente meldt of bij een signaal uit het systeem van de vroegsignalering is de wachttijd maximaal vier weken voor een intakegesprek en bij een crisissituatie maximaal drie dagen voor een gesprek. Onder crisissituatie wordt verstaan een gedwongen woningontruiming, beëindigen van de levering van gas, elektriciteit, stadsverwarming of water of opzegging dan wel ontbinding van de zorgverzekering. De meldingen worden sneller opgepakt dan de wettelijke termijn. Binnen drie werkdagen wordt altijd contact opgenomen om een afspraak te maken.

  • Elementen van de basisdienstverlening

    De elementen van de basisdienstverlening zijn bedoeld om de kwaliteit van gemeentelijke schuldhulpverlening te vergroten en het bereik te verhogen. De basisdienstverlening bestaat uit 20 elementen waaraan de gemeentelijke schuldhulpverlening moet voldoen. In onze schuldhulpverlening implementeren we de landelijke elementen van de basisdienstverlening voor schuldhulpverlening door gemeenten. Het belangrijkste element is de begeleiding van de inwoner.

  • Bijzondere doelgroepen

    Naast onze maatwerkaanpak voor alle inwoners van Haaksbergen, vinden we het belangrijk dat kinderen zonder financiële zorgen kunnen meedoen in de samenleving, ongeacht de financiële situatie van hun ouders. De gevolgen van een tekort aan geld van de ouders is zeer ingrijpend voor het sociale welbevinden, de ontwikkeling van cognitieve en mentale vermogens en uiteindelijk ook de onderwijs- en arbeidsmarktkansen van kinderen. Door kinderen en hun gezinnen te ondersteunen kunnen we de inzet van (jeugd)hulp in de toekomst voorkomen en of beperken.

     

    Door samenwerking met ketenpartners komen we eerder in contact met inwoners die in financiële problemen dreigen te raken. We sluiten in de uitvoering daarom aan bij de Noaberpoort zodat de situatie van een gezin integraal wordt bekeken en de in te zetten zorg en hulp in afstemming wordt aangeboden. Naast de aandacht voor de kinderen en hun gezinnen, hebben we een specifieke aanpak voor de doelgroep ondernemers en voor de jongeren.

  • Inzet van budgetmaatjes.

    Budgetmaatjes helpen inwoners om het overzicht in hun financiën en de administratie op orde te krijgen en een gezonde financiële zelfstandigheid terug te krijgen.

3.3.2 Iedereen doet mee

Toelichting

Vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) zijn gemeenten verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wmo en bieden ondersteuning, begeleiding en voorzieningen thuis aan mensen met een beperking, chronische ziekte, psychische of psychosociale problemen of die extra hulp nodig hebben. Het doel van de wet is dat gemeenten inwoners helpen om zelfstandig te blijven wonen en mee te doen in de samenleving. De Wmo regelt algemene en maatwerk voorzieningen.

 

Gemeenten en zorgverzekeraars werken samen met zorgaanbieders aan de zorg voor cliënten. De Wmo regelt ondersteuning voor langer thuis wonen. Zorgaanbieders die zowel Wmo als Zorgverzekeringswet/Wet langdurige Zorg leveren, kunnen zo samenwerken voor een cliënt met beide soorten zorgbehoeften. Dit bevordert de doorstroming van Wmo- naar Wlz-zorg.

 

Maatwerkvoorzieningen

We bieden algemene voorzieningen aan inwoners die aangewezen zijn op maatschappelijke ondersteuning, zoals dagbesteding en de was- en strijkservice. We bieden maatwerkvoorzieningen ter ondersteuning aan inwoners die maatschappelijke ondersteuning nodig hebben en dat niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp of met behulp van anderen personen uit hun sociale netwerk kunnen organiseren. Voor maatwerkvoorzieningen zoals huishoudelijke ondersteuning, doelgroepenvervoer, hulpmiddelen, begeleiding, dagbesteding, maatschappelijke opvang en beschermd wonen zijn zorgpartijen via (regionale) aanbesteding gecontracteerd. Er zijn meerdere zorgpartijen gecontracteerd waardoor de inwoner een keuzemogelijkheid heeft, zoals bij huishoudelijke ondersteuning.

 

Wat doen we hiervoor?

  • In onze organisatie intensiveren we de gespreksvoering bij de intake door probleemoplossend te werken. We kijken naar de veerkracht van de aanvrager en waar men mee geholpen is. Dit doen we door zorgvuldige analyse en door te werken vanuit gedachte van positieve gezondheid.

     

    We versterken de Noaberpoort als gemeentelijke toegang tot de ondersteuning door cliëntondersteuners in te zetten in de frontoffice. Het eerste contact en een goede brede uitvraag zijn belangrijk. De cliëntondersteuners werken bij Wijkracht en hebben daardoor een brede kennis van alle mogelijkheden tot ondersteuning in het voorliggend veld. Ze zijn ook professionals in gespreksvoering en het uitvragen van alle levensgebieden die we vanuit de positieve gezondheid methodiek kennen. Daarnaast geldt dat er een goede verbinding is met alle diensten binnen het aanbod van het voorliggend veld. Cliëntondersteuners hebben korte lijnen en weten wat er zich afspeelt in de samenleving van Haaksbergen.

     

    We willen door vroegsignalering en vroege interventie van problemen van inwoners geïndiceerde zorg en ondersteuning voorkomen.

  • Vaststellen van een escalatieladder voor signalering en besluitvorming binnen Hulp bij het Huishouden (HHO) en Wmo.

    Het voorkomen van wachtlijsten voor de huishoudelijke ondersteuning, door afspraken te maken met leveranciers. De escalatieladder is bedoeld om stapsgewijs te reageren op de toenemende personeelstekorten. Deze escalatieladder wordt regionaal ontwikkeld in samenwerking met de Twentse gemeenten en heeft als doel om huishoudelijke ondersteuning te kunnen blijven aanbieden aan de inwoners die dit nodig hebben.

  • Vanaf 2026 is het mogelijk om Hulp bij het Huishouden om de week in plaats van elke week in te zetten als passende voorziening.

  • Van regiotaxi naar openbaar vervoer met Arriva-passen inbedden.

    De mogelijkheden voor inwoners met een beperking worden vergroot door regulier vervoer zoveel mogelijk in te passen.

  • We faciliteren mantelzorgers en vrijwilligers door ondersteuningsdiensten vraag-gestuurd te organiseren via Wijkracht als uitvoerende organisatie.

  • We blijven begeleiding inzetten om inwoners zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving te laten blijven.

    Uitgangspunt is om vanuit het perspectief van positieve gezondheid te kijken naar wat men zelf kan, eventueel met behulp van een algemene voorziening of vanuit de sociale basis. Zo kijken we samen met de inwoner met een hulpvraag op welke wijze begeleiding het beste past. Om de voorliggende voorzieningen goed te laten aansluiten op de behoeften van onze inwoners maken we afspraken met de organisaties die deze voorzieningen aanbieden. Deze uitvoerende taken liggen veelal bij Wijkracht als brede welzijnsorganisatie en De Greune (voorliggende dagbesteding). Deze organisaties ontvangen gemeentelijke bijdragen voor het uitvoeren van deze taken. Om meer grip en sturing te krijgen op de resultaten van deze taken, maken we samen met de organisaties resultaatafspraken.

Samenwerkingspartners:

Zorgprofessionals (via aanbesteding), voorliggende voorzieningen, Twentse gemeenten

 

Passende woonondersteuning

Toelichting

Belangrijk is dat iedere inwoner een betekenisvol leven kan leiden op een plek waar men dat wil. Dat je, als dat nodig is, de juiste hulp krijgt om zelfstandig te kunnen wonen, rekening houdend met de persoonlijke situatie en behoeften. Dit kan variëren van begeleiding bij dagelijkse taken tot intensievere zorg in een beschermde woonomgeving.

 

Wat doen we hiervoor?

  • We maken goede afspraken met onze (zorg)partners en de woningcorporatie.

    We streven naar getekende prestatieafspraken tussen gemeente en wooncorporatie Domijn in 2026 met afspraken over sociale woningbouw, duurzaamheid en doorstroming.

  • Uitwerken van een integraal uitvoeringsprogramma op de vastgestelde woonzorgvisie.

    Samen met onze netwerkpartners gaan we in 2026 verder uitvoering geven aan het beleidsplan met betrekking tot woonzorg om te komen tot passende locaties en aanbieders.

  • Vastgesteld beleidskader dat richtlijnen geeft voor veilige, gereguleerde en eerlijke kamerverhuur of woningdeling met extra aandacht voor (wettelijke) urgente groepen. Dit gaat over de mogelijkheid van gezamenlijke bewoning van wooneenheden.

  • Nieuwe huisvestingsverordening met daarin een urgentieregeling, vastgesteld met toepassing van het fairshare-principe, ter bevordering van een eerlijke woningverdeling voor urgent woningzoekenden.

    Voor eind 2028 ervaren inwoners met een kwetsbare positie passender woonondersteuning doordat:

    • a.

      Het aanbod aan sociale en betaalbare huurwoningen aantoonbaar is vergroot;

    • b.

      De inwoners die behoren tot de urgente groepen vaker wonen in veilige en gereguleerde huisvesting;

    • c.

      Inwoners met een zorg- of ondersteuningsvraag sneller toegang hebben tot passende woon-zorgvoorzieningen.

Reeds lopende inspanningen

Nieuwbouwprojecten moeten voldoen aan de woondeal 30-40-30 en zijn getoetst aan de woonzorgvisie. Dus voldoende betaalbare woningen voor doelgroepen die daarin zijn beschreven.

 

Samenwerkingspartners:

Domijn, Wijkracht, Provincie, VNG, Livio, Buurtzorg, belangenpartijen en ondernemers/initiatiefnemers.

 

Beschermd wonen en maatschappelijke opvang

Toelichting

Beschermd wonen is voor (jong)volwassenen met psychische of psychosociale problemen die 24 uur per dag hulp nodig hebben. Maatschappelijke Opvang is bedoeld voor mensen die dakloos zijn of dreigen te raken, door bijvoorbeeld huiselijk geweld en/of psychische problemen. In de Wmo 2015 is vastgelegd dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor het organiseren en financieren van voorzieningen voor mensen die niet op eigen kracht in staat zijn om zelfstandig te wonen en te participeren.

Beschermd Wonen en Maatschappelijk opvang wordt gecoördineerd en gefinancierd vanuit centrumgemeente Enschede. We streven er naar dat alle inwoners, ongeacht achtergrond of beperking, zo zelfstandig en thuis mogelijk kunnen (gaan) deelnemen aan onze samenleving. Wie dat niet zelfstandig kan, ondersteunen we daarbij. Dat geldt ook voor inwoners die kampen met dak- of thuisloosheid, psychische of verslavingsproblematiek of een licht verstandelijke beperking.

 

De mensen die geen indicatie voor beschermd wonen hebben komen niet in aanmerking voor voorzieningen die vallen onder beschermd wonen (BW). De gemeente zal dan kijken naar andere mogelijkheden om de benodigde ondersteuning te bieden, zoals ambulante begeleiding thuis of dagbesteding. Wat betreft de maatschappelijke opvang beoordeelt het CIMOT in samenwerking met de gemeente of de inwoner gebruik kan maken van de opvang in of buiten Twente.

 

Wat doen we hiervoor?

  • In regioverband wordt een regionale visie en uitvoeringsagenda opgesteld voor Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang, die vertaald wordt naar de lokale situatie.

  • Er worden afspraken vastgelegd over:

    Het realiseren van voldoende kleinschalige, doorstroom bevorderende woonplekken in de wijk.

    Het versterken van ambulante ondersteuning dicht bij huis om instroom beschermd Wonen en maatschappelijk Opvang te beperken.

    Het regionaal spreiden van opvangcapaciteit op basis van zorgbehoefte en draagkracht.

    Het organiseren van gezamenlijke monitoring op maatschappelijke impact, waaronder terugvalpreventie, zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie van cliënten.

  • Realiseren van plekken beschermd wonen;

    Er moeten 21 plekken beschermd wonen worden gerealiseerd.

Samenwerkingspartners:

Regiogemeenten BW en MO – centrumgemeente Enschede, Woningbouwcorporatie Domijn

Instellingen – zoals RIBW/ de Weerde, Aveleijn, Azibo, Estinea, CIMOT

 

Huisvesting en inburgering statushouders

Toelichting

Haaksbergen heeft haar taakstelling voor de huisvesting van statushouders volledig gerealiseerd, waarbij alle gehuisveste statushouders zijn aangesloten op een integraal inburgeringstraject. Dit traject is gebaseerd op een vastgesteld plan dat voorziet in de volledige benutting van SPUK-middelen en omvat taalonderwijs, participatiebevordering, begeleiding naar werk en structurele samenwerking met onderwijs-, welzijns- en uitvoeringspartners.

 

Wat doen we hiervoor?

  • Zoeken van alternatieve huisvestingsmogelijkheden zoals tijdelijke doorstroomlocaties of flexwoningen in nauwe samenwerking met woningcorporatie en team ruimte.

  • Zorgdragen voor een snelle en effectieve inburgering.

    We streven naar voldoende huisvestingsmogelijkheden voor statushouders.

    Binnen drie maanden na huisvesting zijn statushouders aangesloten op een inburgeringstraject.

  • Versterken van de inzet op alternatieve huisvestingsvormen en de verbreding van de inburgeringstrajecten.

De taakstelling voor de huisvesting van statushouders wordt halfjaarlijks vastgesteld door het Rijk. De gemeente Haaksbergen monitort actief of deze taakstelling tijdig gerealiseerd kan worden. De provincie houdt via het Interbestuurlijk Toezicht (IBT) toezicht op de taakstelling. Wanneer blijkt dat de taakstelling mogelijk niet gehaald wordt, treedt de interventieladder van de provincie in werking. In dat geval wordt een stappenplan opgelegd waarin aanvullende maatregelen worden gevraagd van de gemeente. Ook wordt de frequentie van monitoring verhoogd.

Vanuit onze eigen verantwoordelijkheid volgen we nauwgezet de voortgang van de huisvestingsopgave en worden knelpunten tijdig gesignaleerd. Doel is om jaarlijks een groene beoordeling te behalen binnen het IBT-kader.

 

Samenwerkingspartners:

Huisvesting: Domijn, COA

Inburgering: Wijkracht (maatschappelijke begeleiding en specialist basisvaardigheden en inburgering), Uitvoeringsorganisatie COA

 

Inclusievere samenleving

Toelichting

Inclusie en gelijkgerechtigdheid zijn internationaal en landelijk geregeld in wetten en verdragen om gelijke kansen en veiligheid voor iedereen mogelijk te maken.

 

Een inclusieve samenleving is een open samenleving waarin iedereen ertoe doet en van waarde is ongeacht verschillen. Ieder mens (jongeren, volwassenen en ouderen) draagt op zijn of haar manier bij aan de samenleving, dankzij de verschillen die er zijn tussen mensen. Die verschillen zijn waardevol en betekenisvol.

 

Wat doen we hiervoor?

  • Uitvoering geven aan het VN-verdrag Handicap door het opstellen en uitvoeren van een Lokale Inclusie Agenda met maatregelen om fysieke, sociale en digitale toegankelijkheid te verbeteren.

  • Realiseren van een dementievriendelijke leefomgeving en bevorderen van de participatie van mensen met GGZ-problematiek.

    Er worden aantoonbare stappen gezet naar een inclusieve samenleving.

    In samenwerking met Alzheimer Nederland, Wijkracht en (zorg)professionals is heeft een dementiescan plaatsgevonden. Doel is om te verbeteren binnen de financiële mogelijkheden.

Samenwerkingspartners

Inwoners (ervaringsdeskundigen), Ondernemers, Wijkracht, Casemanager dementie, Alzheimer Café Haaksbergen, Alzheimer Nederland, Zorgorganisaties

 

3.3.3 Opgroeien in Haaksbergen

Toelichting

Ieder kind verdient de best mogelijke start van zijn leven en een goede toekomst. Kinderen en hun gezin hebben daar soms ondersteuning bij nodig, variërend van ondersteuning vanuit het eigen sociale netwerk tot jeugdhulp en jeugdzorg vanuit het gedwongen kader. Een veilig en gezond opvoed- en opgroeiklimaat is voorwaardelijk voor kinderen om zich te kunnen ontwikkelen en ontplooien. Het geeft een fundamentele basis om op latere leeftijd zelfstandig mee te kunnen doen in de samenleving, daaraan bij te dragen en gezond en veerkrachtig te zijn.

 

Jeugdzorg

Algemeen

Haaksbergen biedt een kansrijke omgeving voor opvoeden en opgroeien. Vanuit de Jeugdwet zijn wij verantwoordelijk voor het beleid betreffende preventie, jeugdhulp, de uitvoering van de kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering. Een aantal van onze taken op het gebied van jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering voeren wij samen met de andere Twentse gemeenten uit. Via de organisatie voor Zorg en Jeugdhulp in Twente (hierna: OZJT) en Samen14 is de samenwerking tussen de veertien Twentse gemeenten op het gebied van jeugdhulp geregeld. Gemeenten zijn wettelijk verplicht een aantal taken regionaal uit te voeren. Het betreft de volgende taken:

 

  • Gemeenten moeten een gemeenschappelijke regeling voor de regionale organisatie van de specialistische jeugdzorg instellen: de Jeugdregio. In Twente is dat OZJT.

     

    De volgende werkzaamheden zijn bij de Jeugdregio's neergelegd:

    Het regionaal contracteren of subsidiëren van kinderbeschermingsmaatregelen, jeugdreclassering en de bij AMVB aangewezen vormen van jeugdhulp.

    Het uitvoeren van bepaalde administratieve processen behorende bij contracten of subsidiëring.

    Bovenregionale afstemming over de inkoop van bij AMVB aangewezen jeugdhulpvormen, kinderbescherming en jeugdreclassering.

    De organisatie van regionale expertteams.

    OZJT organiseert onder meer de inkoop, het contractmanagement, de monitoring en expertise voor de 14 Twentse gemeenten.

  • Gemeenten moeten samen een regiovisie opstellen waarin is uitgewerkt hoe ze met andere gemeenten in de regio samenwerken om een dekkend zorglandschap in de regio te organiseren. De Regiovisie Jeugdhulp Twente is in maart 2022 vastgesteld door alle 14 Twentse gemeenten.

    Vanuit de Regiovisie zijn regionaal twee lijnen uitgezet:

    • 1.

      De regionale strategie voor de inkoop van jeugdzorg per 2025.

    • 2.

      De Meerjarige Samenwerkingsagenda, waar het jeugd(hulp)netwerk in Twente samen (door)ontwikkelt op de belangrijke inhoudelijke thema’s om te komen tot verbetering in de jeugdhulp.

Samenwerking

In de uitvoering van ons beleid werken wij met diverse partijen samen. Om een soepele samenwerking met Veilig Thuis Twente (hierna: VTT) te realiseren hebben wij, in Twents verband, in het document Samenwerkingsafspraken 2020 gemeente Haaksbergen en Veilig Thuis Twente, samenwerkingsafspraken met VTT gemaakt (eind 2025 starten de gemeenten en VTT een traject om deze samenwerkingsafspraken te actualiseren). In dit document staan de uitgangspunten voor samenwerking, waaraan de Twentse gemeenten en VTT zich committeren. De medewerkers van VTT en de medewerkers van de gemeentelijke toegang stemmen met elkaar af op casusniveau. Jaarlijks vindt er een evaluatie van de samenwerking plaats.

Ook met de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: RvdK) hebben wij, eveneens in regionaal verband, samenwerkingsafspraken gemaakt. In het document Samenwerkingsafspraken Twentse gemeenten en de Raad voor de Kinderbescherming liggen deze afspraken vast. Gemeenten in Twente, de lokale teams van de gemeenten, Veilig Thuis, de gecertificeerde instellingen (hierna GI’s) en RvdK werken vanuit deze gezamenlijke inzet. De medewerkers van de RvdK (adviesteam) en de medewerkers van de gemeentelijke toegang stemmen met elkaar af op casusniveau. Jaarlijks vindt er een evaluatie van de samenwerking plaats.

In Twente zijn voor de uitvoering van kinderbeschermingsmaatrelen en jeugdreclassering afspraken met drie GI's dat wil zeggen Jeugdbescherming Overijssel, Leger des Heils jeugdbescherming en jeugdreclassering en William Schrikker jeugdbescherming en jeugdreclassering gemaakt. Deze afspraken zijn vastgelegd in de Subsidieregeling Jeugdbescherming Jeugdreclassering 2024 die is vastgesteld door het dagelijks bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling SamenTwente. De Coördinator Externe Verwijzers (CEV) is binnen de gemeente het eerste aanspreekpunt voor de jeugdbeschermers en -reclasseerders van de GI's bij vragen over een casus. Met elke GI vindt tenminste één keer per jaar in een overleg afstemming plaats over de samenwerking.

Wij werken met de samenwerkingsverbanden van het primair onderwijs (SWV Twente Oost PO) en het voortgezet onderwijs (SWV Slinge-Berkel) samen. Dat betreft onder meer de afstemming tussen de inzet van zorg vanuit het onderwijs (Passend Onderwijs) en de inzet van jeugdhulp. Voor het primair onderwijs gebeurt dat in eerste instantie in Plein Midden Twente verband (PMT) samen met de gemeenten Borne, Hengelo en Hof van Twente. Voor het voortgezet onderwijs wordt afgestemd met alle gemeenten die onder het samenwerkingsverband vallen.

In de Schoolondersteuningsteams (SOT's) zijn vanuit de Noaberpoort medewerkers van het schoolmaatschappelijk werk vertegenwoordigd. Via de schoolmaatschappelijk werkers (voorliggende en preventieve inzet) kan indien nodig snel en eenvoudig worden opgeschaald naar de jeugdregisseurs (als inzet van geïndiceerde jeugdhulp noodzakelijk is).

 

Toegang en effectiviteit jeugdhulp versterken

Toelichting

Wat doen we hiervoor?

  • Uitvoeren maatregelen Hervormingsagenda Jeugd en Samenwerkingsagenda Jeugd.

    In de landelijke Hervormingsagenda jeugd staat een set aan maatregelen om knelpunten in de jeugdzorg structureel aan te pakken en het jeugdzorgstelsel financieel houdbaar te maken voor de toekomst. Eén daarvan is het voorkomen van residentiële hulp (wonen en verblijf). Wij werken hier in regionaal verband aan. Er zijn (prestatie)afspraken met de aanbieders van jeugdhulp gemaakt over het verminderen van wonen en verblijf, het opbouwen van ambulante alternatieven en een verschuiving van ambulante hulp naar voorliggend en/of eigen kracht en samenkracht. De indicatoren om de afspraken te meten zijn inmiddels ook ontwikkeld en er zijn kaders uitgewerkt om een nulmeting uit te kunnen voeren van waaruit de indicatoren worden gemonitord. Er wordt nog gewerkt aan een regionaal sturingsmodel om opgavegericht te sturen op de realisatie van de afspraken.

    Vanuit de regionale Samenwerkingsagenda wordt verder ook gewerkt aan de opgave om meer kleinschalige woonvormen in de toekomst in de nabijheid te organiseren in de Twentse gemeenten. Ten slotte is recent het Coördinatiepunt Wonen en Verblijf van start gegaan dat de beschikbare verblijfs- en woonplekken coördineert en matcht met de vraag van de jeugdige. Dit leidt naar verwachting tot minder doorplaatsingen. Tevens wordt de zoektijd voor de gemeentelijke toegang flink verkort.

    Een tweede maatregel in de Hervormingsagenda betreft stevige lokale teams inclusief verbinding aanpalende domeinen. Het is de bedoeling dat er een richtinggevend kader komt waarin:

    • -

      De functies van stevige lokale teams zijn vastgelegd.

    • -

      Lokale teams en de huisartsen steviger met elkaar verbonden zijn (vaste contactpersonen, vergroten inzet van jeugdconsulenten bij huisartsen).

    • -

      Er meer gebruik wordt gemaakt van ervaringsdeskundigheid.

    • -

      Elke jongere die jeugdhulp ontvangt een persoonlijk ontwikkel- of toekomstplan met niet-vrijblijvende afspraken over de ‘Big 5’: wonen, werk/school, inkomen, welzijn en support heeft.

    • -

      De vakbekwaamheid van professionals om samen te werken met informele (steun)figuren is versterkt.

  • In afwachting van het richtinggevend kader versterken wij de Noaberpoort aan de hand van deze maatregelen.

    Ten slotte gaan we de verklarende analyse invoeren. Een verklarende analyse legt uit hoe het bij een gezin, de ouder, het kind/jeugdige en/of betrokkene(n) werkt. De situatie van de ouder in relatie tot het kind is het uitgangspunt. De analyse is op maat gemaakt. Er wordt schematisch inzicht gegeven hoe verschillende factoren invloed op elkaar hebben en vervolgens leiden tot klachten. Zo kunnen gerichte afspraken gemaakt worden met (het systeem van) de ouder, het kind/jeugdige en eventueel overige hulpverleners over de insteek van de hulp of aanpak.

    Al deze maatregelen leiden tot een toename van werk voor de Noaberpoort, in de budgetten die beschikbaar komen vanuit de hervormingsagenda wordt hiermee rekening gehouden.

  • Inzet jeugdregisseurs bij de huisartsen.

    Zoals hiervoor aangegeven is één van de maatregelen in de Hervormingsagenda jeugd dat lokale teams en de huisartsen steviger met elkaar verbonden zijn. De huisartsen in Haaksbergen verwijzen ongeveer 50% van alle jeugdcliënten naar jeugdhulp. Qua kosten gaat het om circa € 1,4 miljoen per jaar (2024).

    De huisartsen hebben zelf een praktijkondersteuner met als aandachtsgebied de jeugd geestelijke gezondheidszorg (POH-JGGZ) aangesteld voor 16 uur per week. Voor het voeren van 5 (preventieve) gesprekken met cliënten én een goede indicatiestelling en verwijzing zijn dit te weinig uren. Bovendien is het noodzakelijk dat de afstemming tussen Noaberpoort en de huisartsen en de POH-JGGZ verbeterd wordt; nu ontbreekt hiervoor zowel bij de jeugdregisseurs als de POH-JGGZ de tijd.

    In de vorm van een pilot nemen we daarom een jeugdregisseur voor tenminste 16 uur per week in dienst die samen met de POH-JGGZ de jeugdhulp vragen die bij de huisartsen in Haaksbergen binnenkomen gaat afhandelen. Wij verwachten meer jeugdhulp aanvragen voorliggend weg te kunnen zetten, een groter beroep op eigen kracht te kunnen doen en vaker direct de goede hulp en aanbieder te kiezen. We verwachten hiermee, naast de inhoudelijke voordelen, op termijn een besparing op de kosten van jeugdhulp te realiseren. Wij hebben ten slotte een aanvraag, die inmiddels is gehonoreerd, bij Menzis ingediend voor een bijdrage uit het leefkrachtbudget voor dit doel. Dit betekent dat wij eerder kunnen beginnen, eind 2025, met de inzet van de extra uren POH-JGGZ.

  • Versterken toegang en professionalisering regievoering

    We versterken de Noaberpoort als gemeentelijke toegang tot de geïndiceerde jeugdhulp door cliëntondersteuners in te zetten in de frontoffice (frontoffice is het eerste contact via mail, telefoon of fysiek met het Sociaal Domein) van de toegang. Het eerste contact en een goede brede uitvraag zijn belangrijk. De cliëntondersteuners werken bij Wijkracht en hebben daardoor een brede kennis van alle mogelijkheden tot ondersteuning in het voorliggend veld. Ze zijn ook professionals in gespreksvoering en het uitvragen van alle levensgebieden die we vanuit de positieve gezondheid methodiek kennen. Daarnaast geldt dat er een goede verbinding is met alle diensten binnen het aanbod van het voorliggend veld. Cliëntondersteuners hebben korte lijnen en weten wat er zich afspeelt in de samenleving van Haaksbergen.

    Ook gaan we de regievoering verder professionaliseren. We doen dit onder meer door een regiesysteem (software programma) te gaan gebruiken. Een regiesysteem binnen het sociaal domein ondersteunt de medewerkers bij integrale samenwerking op basis van het uitgangspunt één gezin, één plan, één regisseur. Het is voor de medewerker inzichtelijk op welke zaken hij regie voert. Daarnaast nemen we in de toegang meer tijd voor een bredere analyse na aanmelding. We voeren een uitgebreider onderzoek uit waardoor we verwachten vaker de juiste hulp en aanbieder in te zetten. Dit kost per jeugdige meer tijd. Als pilot nemen we daarom tijdelijk een extra jeugdregisseur in dienst zodat er ruimte bij de regisseurs ontstaat voor deze werkwijze. We verwachten hiermee, naast de inhoudelijke voordelen, op termijn een besparing op de kosten van jeugdhulp te realiseren.

Onderwijs & kinderopvang

Toelichting

Als gemeente hebben we geen invloed op het onderwijsbeleid van scholen. We hebben echter wel een belangrijke rol voor het onderwijs binnen onze gemeente. Zo zijn we onder andere verantwoordelijk voor goede onderwijshuisvesting, het voorkomen van onderwijsachterstanden bij kinderen en het voortijdig schoolverlaten onder jongeren. Ook zien we toe op de leerplicht en dragen we zorg voor het leerlingenvervoer en de aansluiting van zorg en onderwijs. Op het gebied van kinderopvang hebben we als gemeente een aantal belangrijke taken te vervullen, zoals de toegang en toezicht op kinderopvang en voldoende en kwalitatief goed voorschools aanbod.

 

Onderwijshuisvesting

Toelichting

Kinderen verdienen een veilige, gezonde en inspirerende leeromgeving. Goede en duurzame schoolgebouwen, inclusief gymvoorzieningen, zijn daarvoor essentieel. Wij zijn als gemeente verantwoordelijk voor de onderwijshuisvesting, terwijl het onderhoud van de gebouwen bij de schoolbesturen ligt.

 

Wat doen we hiervoor?

  • Onderzoek naar de staat van de huidige schoolgebouwen, inclusief gymvoorzieningen ter voorbereiding op het Integraal Huisvestingsplan (IHP).

  • Actualisatie van het IHP, conform het wetsvoorstel ‘Verduurzaming onderwijshuisvesting’, dat gemeenten verplicht om strategisch en duurzaam te plannen voor toekomstbestendige schoolgebouwen.

  • Actualisatie van de verordening voorzieningen huisvesting onderwijs, die bepaalt hoe en wanneer schoolbesturen aanspraak kunnen maken op huisvesting, inclusief gymvoorzieningen.

  • Actualisatie van de beleidsregels bekostiging bewegingsonderwijs, die beschrijven onder welke voorwaarden we een klokuurvergoeding verstrekken voor de gymuren.

  • Voorbereidend haalbaarheidsonderzoek voor BS Buurse en St. Bonifacius (Sint Isidorushoeve) in aanloop naar de nieuwbouw.

  • Voorbereidend onderzoek naar circulair bouwen bij het Assink in aanloop naar de nieuwbouw.

Onderwijsachterstanden

Toelichting

Ieder kind moet zonder achterstand aan de basisschool kunnen beginnen en verdient dezelfde kansen om te leren en zich te ontwikkelen. In 2010 is daarom de Wet ontwikkelingskansen door kwaliteit en educatie (Wet OKE) in het leven geroepen. We zijn als gemeente verplicht een goed educatief aanbod te hebben voor peuters tussen 2,5 en 4 jaar oud. Deze voor- en vroegschoolse educatie (vve) is onderdeel van het onderwijsachterstandenbeleid. De Lokale Educatieve Agenda (LEA) is een belangrijk instrument waarin we gezamenlijk met het onderwijs, kinderopvangorganisaties en maatschappelijke instellingen die zich onder andere richten op het verkleinen van onderwijsachterstanden.

 

Wat doen we hiervoor?

  • Actualisatie van de (LEA) en het uitvoeren van acties die hieruit voortvloeien.

  • Actualisatie van onze uitvoeringsregeling Subsidie Peuteropvang.

  • Actualisatie van de beleidsnotitie voorschoolse voorzieningen, waarin onze visie, doelen en maatregelen staan voor het verbeteren van de voorschoolse educatie en opvang van jonge kinderen.

  • Actualisatie van de uitvoeringsregeling Subsidie Peuteropvang, die bepaalt hoe de subsidies aan aanbieders van peuteropvang worden toegekend.

  • Evaluatie en actualisatie van onze resultaatafspraken en monitoring kinderopvang.

Leerplicht en het doorstroompunt

Toelichting

Als gemeente zijn we verantwoordelijk voor toezicht op leerplicht (5–16 jaar) en kwalificatieplicht (tot 18 jaar). De leerplichtambtenaar vervult hierin een signalerende, informerende en handhavende rol. Met de Wet terugdringen schoolverzuim (inwerkingtreding 1 januari 2026) wordt deze rol wettelijk versterkt. Voor jongeren van 18–23 jaar zet het Doorstroompunt (DSP) in op begeleiding richting onderwijs of werk. Met de Wet van school naar duurzaam werk (eveneens per 1 januari 2026) wordt de doelgroep verruimd tot 27 jaar en komt meer nadruk op preventie. Binnen De Twentse Belofte en onze lokale herinrichting van het DSP versterken we de ondersteuning van kwetsbare jongeren richting een duurzaam toekomstperspectief.

 

Wat doen we hiervoor?

  • Investeren in preventie van schoolverzuim door gerichte voorlichting en intensieve samenwerking met scholen en hulpverleningspartners, gericht op snelle interventie bij beginnend verzuim.

  • Regionale actualisatie van de Twentse Belofte.

  • Herstructureren van het Doorstroompunt (DSP) in lijn met de actualisatie van de nieuwe Twentse Belofte en de Wet van school naar duurzaam werk.

  • Opstellen van een verordening ter voorbereiding van de Wet van school naar duurzaam. Dit wordt regionaal voorbereid. Een lokale verordening wordt in het voorjaar van 2026 aan de gemeenteraad ter vaststelling aangeboden.

  • Opstellen van beleidsregels DSP, die regionaal zijn voorbereid.

Leerlingenvervoer

Toelichting

Als gemeente hebben we een wettelijke zorgplicht om leerlingenvervoer te organiseren voor leerplichtige kinderen die door ziekte, beperking of levensovertuiging niet zelfstandig naar school kunnen reizen. De afgelopen jaren is het aantal aanvragen toegenomen. Ook zijn de kosten gestegen. Dit vraagt om een herziening van ons beleid.

 

We zetten in op een transitie van ‘leerlingenvervoer’ naar ‘reizen naar school’, waarbij zelfstandigheid van leerlingen en eigen kracht van ouders centraal staan. We streven naar een meer integrale en op maat gerichte aanpak, waarin het vervoer niet langer een automatisch recht is, maar onderdeel van een bredere verantwoordelijkheid, 'samenredzaamheid’. Dat betekent dat we als gemeente meer richting vangnet gaan met de omgeving als actieve partner.

 

Wat doen we hiervoor?

  • Opstellen van vervoersplannen op maat samen met ouders en leerlingen met als doel de zelfstandigheid van leerlingen en de eigen kracht van ouders te vergroten.

  • Samen met ouders, leerlingen en partners werken aan passende oplossingen voor de doorontwikkelingen van het vervoer met de focus op zelfredzaamheid en netwerkondersteuning.

  • Actualisatie van de verordening bekostiging leerlingenvervoer, waarin de voorwaarden voor bekostiging worden herzien in lijn met onze nieuwe visie op samenredzaamheid, maatwerk en zelfstandigheid.

  • Opstellen van nadere regels in aanvulling op de verordening.

  • Opstellen van aanvullende beleidsregels die de nieuwe uitgangspunten ondersteunen.

Passend onderwijs

Toelichting

Als gemeente stemmen we ons jeugdbeleid af op het ondersteuningsplan van de samenwerkingsverbanden passend onderwijs. Dit gebeurt via het verplichte op overeenstemming gericht overleg (OOGO-overleg), met het Samenwerkingsverband Slinge-Berkel Twente Oost PO voor het primair onderwijs en SWV Slinge-Berkel voor het voortgezet onderwijs. We ondersteunen scholen bij hun zorgplicht, bijvoorbeeld via jeugdzorg of schoolmaatschappelijk werk, en zorgen zo samen voor een sterke verbinding tussen zorg en onderwijs.

 

Wat doen we hiervoor?

Samen met het Samenwerkingsverband Slinge-Berkel, het samenwerkingsverband Twente Oost PO en de daarbij aangesloten schoolbesturen en gemeenten stappen zetten naar meer samenwerking ‘aan de voorkant' in de school met als doel vroegtijdige afstemming, bundeling van expertise en versterking van ondersteuning binnen school.

  • Samen met Wijkracht werken we aan een toekomstbestendige inrichting van het schoolmaatschappelijk werk, zodat ondersteuning duurzaam en laagdrempelig beschikbaar is voor leerlingen en ouders.

Nieuwkomersonderwijs

Toelichting

Sinds oktober 2023 geldt de Tijdelijke wet tijdelijke nieuwkomersvoorzieningen in het onderwijs. Deze wet verplicht gemeenten en schoolbesturen jaarlijks overleg te voeren over de organisatie van onderwijs aan nieuwkomers. Doel is om samen passende afspraken te maken en sneller te kunnen inspelen op noodsituaties.

 

Wat doen we hiervoor?

  • Gezamenlijk convenant opstellen met onze lokale en regionale partners waarin we de afspraken over nieuwkomersonderwijs met elkaar vastleggen.

  • Samen met het lokale onderwijs jaarlijks afspraken maken over de benodigde ondersteuning voor het nieuwkomersonderwijs, waarbij we ook letten op een goede doorgaande lijn, zodat kinderen soepel kunnen doorstromen binnen het onderwijs.

Kinderopvang

Toelichting

Als gemeente houden we toezicht op kinderopvanglocaties en zorgen we ervoor dat alles goed en veilig verloopt. We checken of de opvang aan de regels voldoet en grijpen in als dat nodig is. Daarnaast geven we vergunningen af aan kinderopvangorganisaties, en kunnen we deze indien nodig ook intrekken. We zorgen er ook voor dat alle opvanglocaties geregistreerd staan in het Landelijk Register Kinderopvang. We werken samen met de GGD Twente en uitvoeringsorganisatie om te zorgen voor gezonde en veilige kinderopvangplekken. De GGD houdt toezicht op de kwaliteit en veiligheid en beoordeelt of voldaan wordt aan de eisen uit de Wet kinderopvang.

 

Naast toezicht en registratie bieden we ook ondersteuning aan ouders die tijdelijk hulp nodig hebben. Met een Sociaal Medische Indicatie (SMI) kunnen wij ouders helpen door een deel van de kinderopvangkosten te vergoeden. Dit is bedoeld voor gezinnen met kinderen tot 12 jaar waarbij de ouders geen recht hebben op kinderopvangtoeslag, bijvoorbeeld omdat ze niet werken én door een medische of sociale situatie niet goed voor hun kinderen kunnen zorgen. In die gevallen kan kinderopvang een veilige plek bieden voor het kind en voor wat verlichting zorgen bij de ouders.

 

Wat doen we hiervoor?

  • Actualisatie van de beleidsregels toezicht en handhaving kinderopvang op basis van het VNG-model, die beter aansluit bij actuele jurisprudentie.

  • Actualisatie van de verordening Sociaal Medische Indicatie, waarbij de vergoeding voor kinderopvang wordt beperkt tot de maximumtarieven die het Rijk jaarlijks vaststelt. Daarmee vervalt de volledige vergoeding en wordt bezuinigd op deze regeling.

  • Vergoeden van de eigen bijdrage voor kinderopvang en buitenschoolse opvang (betreft het deel van de kosten dat overblijft na aftrek van eventuele kinderopvangtoeslag) van pleegouders die bekostigd kunnen worden met de middelen die het Rijk hiervoor beschikbaar stelt.

Samenwerkingspartners:

Bibliotheek Enschede-Haaksbergen, GGD/Jeugdgezondheidszorg, Stichting Keender, Stichting KOE, Montessorischool Haaksbergen, Stichting Portuur/Het Assink, Kinderopvangcentra, Samenwerkingsverbanden, Wijkracht

3.3.4 Gezondheid, Sport & Cultuur

Publieke gezondheid

Toelichting

De Wet publieke gezondheid (Wpg) vormt het landelijke juridische kader voor het beschermen en bevorderen van de volksgezondheid. Gemeenten hebben hierin een wettelijke zorgplicht voor publieke gezondheid, waaronder preventie, gezondheidsbevordering, infectieziektebestrijding en jeugdgezondheidszorg. De Wpg legt nadruk op samenwerking tussen gemeenten, GGD’en en ketenpartners.

 

Voor de lokale uitvoering binnen het sociaal domein, biedt de Wpg ruimte om gezondheid integraal te benaderen, in samenhang met thema’s als armoede, participatie en jeugd. Daarmee ondersteunt de wet de transformatie naar een preventieve aanpak, waarin gezondheidsachterstanden verkleind en gezonde leefomgevingen bevorderd worden.

 

Op landelijk niveau zijn er de afgelopen jaren diverse akkoorden gesloten tussen gemeenten, zorgkantoren en zorgpartijen om met een integrale aanpak te zorgen voor een gezonde generatie in 2040. De doelstellingen uit de akkoorden sluiten goed aan bij hoe wij als Haaksbergen in samenwerking met de GGD en de andere 13 Twentse gemeenten naar publieke gezondheid kijken. Wij volgen dan ook de regiovisie ‘Gezonde Generaties in Twente’ en passen dit toe op onze lokale situatie. De manier waarop wij in de regio kijken naar gezondheidsvraagstukken is beschreven in drie uitgangspunten, namelijk:

  • 1.

    De brede kijk op gezondheid; focus op mensen zelf, hun veerkracht en op wat hun leven betekenisvol maakt

  • 2.

    Gericht investeren voor gelijke kansen; een basis voor iedereen, maar meer aandacht voor inwoners die niet of minder de mogelijkheden hebben om in gezondheid te kunnen leven.

  • 3.

    Samenhang in beleid; het is noodzakelijk dat verschillende beleidsterreinen en professionals uit verschillende werkvelden samenwerken. Naast het gezondheidsdomein zijn armoedebeleid, onderwijs, wonen, werk en inkomen en ruimtelijke ordening belangrijk.

In samenwerking met de GGD en de 13 andere Twentse gemeenten werken we aan een viertal thema’s de komende jaren:

  • 1.

    Mentale gezondheid

  • 2.

    Leefstijl

  • 3.

    Beschermen en vaccineren

  • 4.

    Leefomgeving

Wat doen we hiervoor?

  • We geven uitvoering aan de Wet publieke gezondheid.

    We volgen daarin de regiovisie ‘Gezonde Generaties in Twente', dit passen we toe op onze lokale situatie. De komende jaren werken wij aan de centrale thema's: mentale gezondheid, een gezonde leefstijl, beschermen en vaccineren, leefomgeving. Deze thema's zijn in elke levensfase belangrijk.

  • We hebben specifiek aandacht voor mentale gezondheid en een gezonde leefomgeving. Onder de Wet publieke gezondheid is het meewegen van mogelijke gezondheidseffecten van beoogd beleid ook al verplicht, maar door de omgevingswet wordt gezondheid nu meegenomen als integrale pijler.

Gezondheid algemeen

Wat gaan we hiervoor doen?

  • We blijven ons inzetten voor het bevorderen van een gezonde leefstijl, het ontmoedigen van alcoholgebruik, het terugdringen van roken en drugsgebruik en het bevorderen van kansengelijkheid.

  • We stimuleren om bij nieuwe initiatieven voor bewegen in de openbare ruimte een gezondheidstoets toe te passen, waarbij aspecten als toegankelijkheid van beweegruimte, voldoende groen, schaduwplekken en veilige speelvoorzieningen worden meegenomen in een ontwerp.

  • In 2026 is er een regionaal beleidskader suïcidepreventie ontwikkeld met een vertaling naar een lokaal beleidskader, met duidelijke ambities, preventieve maatregelen en afspraken over samenwerking en uitvoering.

  • Eind 2027 is een lokale aanpak alcohol en drugs geactualiseerd, gericht op preventie, vroegsignalering en het bevorderen van een gezonde leefstijl, in samenhang met regionale en landelijke beleidslijnen.

Gezonde Jeugd

Wat gaan we hiervoor doen?

  • In 2026 starten we met de implementatie van de ketenaanpak Kind naar Gezonder Gewicht

  • In 2026 ligt de nadruk op het verder uitrollen en versterken van de prenatale huisbezoeken aan aanstaande ouders in kwetsbare situaties.

    De GGD vervult binnen de Jeugdgezondheidszorg (JGZ) een centrale rol in preventie en gezondheidsbevordering.

  • Het actieplan Kansrijke Start Haaksbergen is van kracht tot eind 2026.

  • In 2026 onderzoeken we de mogelijkheden om het JOGG- programma (gezonde jeugd, gezonde toekomst) ook na 2026 voort te kunnen zetten binnen het sociaal domein.

Gezonde volwassenen

Wat gaan we hiervoor doen?

  • We zetten in 2026 de ontwikkeling van een integrale ketenaanpak voor volwassenen met (ernstig) overgewicht (BMI ≥ 25) voort. Dit in het kader van de brede SPUK en GALA-doelstellingen.

  • We blijven de ketenaanpakken Valpreventie en Welzijn op Recept uitvoeren. In 2026 onderzoeken we de mogelijkheden en voorwaarden om deze aanpakken ook na 2026 structureel te borgen en te continueren.

Sport en Cultuur

Wat gaan we hiervoor doen?

  • Uiterlijk eind 2026 is het Huis van Haaksbergen kostendekkend exploitabel en is het een plek waar mensen samenkomen en omzien naar elkaar. De drie hoofdpartners stg. De Kappen, Wijkracht Exploitatie en Bibliotheek Enschede-Haaksbergen werken samen volgens het visiedocument Huis van Haaksbergen en de daarbij horende structuren.

  • Uiterlijk eind 2026 komt 100% van de basisschoolleerlingen via Sjors Sportief & Creatief in contact met het sport- en cultuuraanbod in de gemeente Haaksbergen en is het lokale sportaanbod versterkt om deelname aan sport en cultuur te verhogen met minimaal 1% onder jeugd en kwetsbare groepen.

  • Uiterlijk eind 2026 ligt er een binnensportaccommodatiebeleid met aandacht voor toegankelijkheid en inclusiviteit, en wordt er onderzoek gedaan naar toekomstbestendiging van sportaccommodaties in Haaksbergen.

  • In 2026 ontwikkelen we een nieuw Sportakkoord voor de periode van 2027-2030.

  • Het Cultuurakkoord Haaksbergen 2025-2028 wordt uitgevoerd binnen de thema’s: iedereen doet mee (met aandacht voor jeugd), veilige en integere cultuur, vitale cultuuraanbieders, fysiek duurzame cultuuromgeving en trots op cultuur (evenementen en erfgoed).

Samenwerkingspartners:

Gezondheid:

GGD, SamenTwente, Twentse Koers, Eerstelijnszorg Haaksbergen (EZH), Kinderopvang, Verloskundigen, Fysiotherapeuten, Wijkracht, Onderwijs, Twente Beter, Menzis

 

Sport & Cultuur:

Sport- en cultuurverenigingen, Stg. Groot Scholtenhagen, Zwembad De Wilder/ Optisport, Stg. De Kappen, Stg. Wijkracht, Art4More, Cultuur Coalitie Haaksbergen, Museum Buurt Spoorweg, Bibliotheek Enschede-Haaksbergen, Haaksbergse Harmonie/ Stg. Muziekonderwijs Haaksbergen, RTV Sternet, Stg. Beeldende Kunst Haaksbergen, Mediant, Sportnetwerk Overijssel, Rijnbrink, Vereniging Sport & Gemeenten.

3.3.5 Overkoepelende activiteiten

Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling

Toelichting

De meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling helpt professionals met het signaleren en handelen bij (vermoedens van) huiselijk geweld of kindermishandeling. Hieronder vallen ook psychische of seksueel geweld en verwaarlozing.

Het is een wettelijke plicht om te beschikken over een duidelijk en toepasbaar handelingsprotocol rondom de Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling.

 

Wat gaan we hiervoor doen?

  • Naast het opstellen van het handelingsprotocol zijn aanvullende inspanningen nodig.

    Er worden informatiesessies of intervisiebijeenkomsten georganiseerd om het protocol breed onder de aandacht te brengen en in te bedden in de dagelijkse praktijk.

    Deze inspanningen dragen bij aan het vergroten van de handelingsvaardigheid en het vertrouwen van medewerkers bij het signaleren en melden van huiselijk geweld en kindermishandeling.

  • We stellen een beleidsplan Meldcode Huiselijk Geweld op. Ook worden de eerste aanvullende inspanningen verricht voor bekendmaking van de Meldcode in de gemeente.

Aanpak ter Voorkoming Escalatie (AVE)

Toelichting

In 2024 is binnen de gemeente Haaksbergen het AVE-handboek ontwikkeld. In het handboek is het model Aanpak ter Voorkoming Escalatie (AVE) binnen de gemeente Haaksbergen beschreven. Dit model is een op- en afschalingsmethodiek voor casuïstiek in het sociaal domein. Dit model bestaat uit vier fasen die vroegsignalering, samenwerking en regie bij complexe casuïstiek structureren.

 

Sinds 1 mei 2025 is gestart met de implementatie van het AVE-model. Ook zijn twee medewerkers ingezet die zich exclusief richten op het uitvoeren van procesregie.

 

Wat gaan we daarvoor doen?

  • We voeren het AVE-model zorgvuldig uit, waarbij borging van de werkzaamheden binnen het sociaal domein cruciaal is. Eind 2026 is borging van het AVE-model gerealiseerd.

Cliëntervaring-onderzoek

Toelichting

Om inzicht te krijgen in hoe inwoners met een individuele maatwerkvoorziening in het kader van de Wmo en de Jeugdwet dit hebben ervaren wordt jaarlijks een cliëntervaringsonderzoek uitgevoerd. De resultaten geven inzicht in de toegankelijkheid, kwaliteit en effecten van de indicatiestelling en ontvangen Wmo- en jeugd ondersteuning. Voor Wmo ondersteuning is dit een wettelijke verplichting.

 

Wat doen we hiervoor?

  • De uitkomsten van de onderzoeken worden intern gedeeld en besproken. Verbeterpunten worden doorgevoerd om de dienstverlening te verbeteren.

Participatieraad/inwonersparticipatie

Toelichting

Gemeenten zijn verplicht om inwoners te betrekken bij het beleid en uitvoering van de Wmo, Jeugdwet en Participatiewet. Nieuw beleid wordt ter inzage gelegd zodat elke inwoner kan reageren op voorgesteld beleid, ook hebben wij een Participatieraad ingesteld. De participatieraad adviseert het gemeentebestuur gevraagd en ongevraagd over het beleid van het sociaal domein. Het is een onafhankelijk adviesorgaan.

 

Wat doen we hiervoor?

  • Om de participatieraad te ondersteunen in de advisering, worden wijzigingen in beleid zoveel mogelijk vooraf toegelicht. Dit om de participatieraad de gelegenheid te bieden zich goed voor te bereiden om te kunnen adviseren. Hierbij zal meer aandacht besteed worden aan regionale documenten waarbij de participatieraad om advies wordt gevraagd. De betrokkenheid van de participatieraad moet hier beter tot zijn recht komen.

4. Hoe houden we grip?

Om de gestelde resultaten te bereiken is het essentieel om overzicht te krijgen en te houden op de financiën van de activiteiten en de beschikbare capaciteit in het sociaal domein. Door inzicht in de financiële en de maatschappelijke effecten van het gekozen beleid en de wijze van uitvoering is het mogelijk om:

  • Betere beleidskeuzes te maken

  • Makkelijker te kunnen prioriteren

  • Budgetten beheersbaar te houden

We zijn in 2025 gestart met het definiëren van indicatoren en het inpassen van onze data- en informatiebronnen. We kunnen aangeven wat we doen, maar de effecten van de inspanningen en acties zijn nog niet altijd inzichtelijk. Om te kunnen sturen is dit wel belangrijk, zeker om continu te kunnen analyseren of we de juiste dingen doen. Leveren de inspanningen en acties de gewenste resultaten op, vragen veranderingen in het sociaal domein om het bijsturen, versnellen of stoppen van bepaalde inspanningen of acties? Dat doen we door maandelijks te monitoren.

 

Monitoring en evaluatie

Het belang van een monitor Sociaal is het krijgen en houden van overzicht. Vanuit het Sociaal Domein willen we graag vanuit meerdere perspectieven meten:

  • Maatschappelijke effecten:

    • Effecten op de vier doelen uit de visie

    • Waarde van de gekozen strategie

  • Financiële effecten:

    • Ombuigingen

  • Stuurinformatie:

    • Uitvoering

    • Voortgang

    • Prioritering

De komende periode bouwen we aan een monitor Sociaal in verschillende fasen omdat het tijd en menskracht kost om de monitor te bouwen en we met elkaar ook datavaardiger moeten gaan worden. Daarom is het verstandig om een groeimodel te hanteren. Dat ziet er als volgt uit:

  • -

    Stap 0 – huidige situatie op hoofdlijnen (gestart 2025)

  • -

    Stap 1 – monitoren effecten ombuigingen

  • -

    Stap 2 – definiëren indicatoren voor maatschappelijke effecten en de strategische opgaven

  • -

    Stap 3 – bouwen aan dashboard voor stuurinformatie (2026)

Hierin zullen ook dingen door elkaar lopen omdat voor de ombuigingen bijvoorbeeld ook stuurinformatie nodig is.

 

Stap 0: in kaart brengen van de huidige situatie

Hierin zijn zaken terug te vinden als:

  • Hoe staat Haaksbergen ervoor?

  • Wat zijn de demografische ontwikkelingen?

  • Welke trends en ontwikkelingen zijn er maatschappelijk?

  • Wat is de huidige stand van zaken qua maatwerkvoorzieningen jeugd, WMO en P-wet?

  • Wat is de huidige stand van zaken met betrekking tot de sociale basis?

Deze basisversie kan verrijkt worden naarmate de data aangroeit en er meer inzicht ontstaat in wat we graag willen weten.

 

Stap 1: monitoren van de ombuigingen

  • Het monitoren van de ombuigingen conform de nu gedefinieerde indicatoren

  • Peildatum voor de nulmeting is 1-1-2025

  • Uitdaging is om de autonome ontwikkelingen los te trekken van de taakstelling.

Stap 2 : maatschappelijke effecten

  • Per pijler in de visie en op de gekozen strategie is het van belang om indicatoren te formuleren

  • Hierbij geldt ‘less is more’, dus het liefst per pijler een kernindicator en per strategische opgave (positieve gezondheid, Sterke toegang en versterken sociale basis) ook één kernindicator

  • Een mogelijke onderligger is het model van sociale kwaliteit dat goed aansluit bij de visie en aanknopingspunten in de monitoring biedt voor gedefinieerde indicatoren.

Stap 3: sturingsinformatie

  • Om goed te kunnen sturen op de uitvoering en de financiën is het beschikbaar hebben van een breder palet aan stuurinformatie erg wenselijk.

  • Een deel van de stuurinformatie komt beschikbaar via de monitor voor de ombuigingen maar dan nog is er veel data die kan ondersteunen in het beter aanhaken van beleid op uitvoering en omgekeerd.

  • Het is belangrijk om hier met beleid en uitvoering gezamenlijk over na te denken en keuzes te maken waar de focus voor de komende periode op komt te liggen. Waar werkt men aan en waar wil men resultaten zien?

  • Dit betekent een plan voor stuurinformatie opstellen inclusief de benodigde tijd, mensen en middelen.

5. Samenwerking en communicatie

Het sociaal domein is een complex en dynamisch veld waarin verschillende organisaties samenwerken om de zorg en het welzijn van individuen te bevorderen. Om een optimaal niveau van ondersteuning te bieden, is samenwerking tussen deze organisaties van cruciaal belang. In Haaksbergen hebben we een groot netwerk van samenwerkingsorganisaties, daarnaast is het belang groot om binnen onze organisatie vraagstukken integraal op te pakken.

 

Intern

Niet alleen binnen het team van Sociaal domein biedt het gezamenlijk oppakken van maatschappelijke vraagstukken een brede kijk, de raakvlakken met andere teams binnen de gemeentelijke organisaties zijn divers. Denk bijvoorbeeld aan het mogelijk maken van mantelzorgwoningen, in nood verkerende mensen die hulp nodig hebben bij bijvoorbeeld uithuisplaatsing. Of het creëren van werkervaringsplekken voor inwoners om hen te ondersteunen om in een inkomen te voorzien.

 

Extern

Samenwerking tussen organisaties in het sociaal domein maakt integrale dienstverlening mogelijk. Door naadloos samen te werken en informatie te delen, kunnen organisaties de zorg en ondersteuning beter op elkaar afstemmen. Dit resulteert in een samenhangende en gecoördineerde aanpak, waarbij de behoeften van de inwoner centraal staan.

 

Samenwerking biedt een waardevolle gelegenheid voor organisaties om van elkaar te leren en expertise te delen. Door regelmatige communicatie en het delen van best practices kunnen organisaties hun kennis en vaardigheden versterken. Het uitwisselen van ervaringen en inzichten kan leiden tot nieuwe perspectieven en innovatieve oplossingen voor complexe problemen.

 

Door samen te werken kunnen organisaties de complexiteit van sociale vraagstukken effectiever aanpakken, de veerkracht van gemeenschappen versterken en positieve verandering teweegbrengen op een bredere schaal.

 

Wat gaan we hiervoor doen?

 

Interne omgeving:

  • Checken welke andere (grote) projecten, programma’s of andere initiatieven een belangrijke relatie met het vraagstuk hebben. Wat houdt die relatie in en wat betekent dat?

    Onderzoeken hoe de betrokkenen zich verhouden tot het vraagstuk. We kijken gezamenlijk naar een oplossingsrichting.

Externe omgeving

  • In bestaande overlegstructuren met onze netwerkpartners zetten we Positieve Gezondheid en het versterken van de sociale basis op de agenda als vast bespreek- en verbeterpunt.

  • We gaan in gesprek met de samenleving.

    Op basis van de voorgenomen activiteiten in 2026 en 2027 wordt een communicatiekalender opgesteld. Zo wordt er gericht gestuurd op de wijze en intensiteit van communicatie. Onze partners worden op deze manier geïnformeerd en betrokken bij de ontwikkelingen in het sociaal domein. We organiseren jaarlijks een bijeenkomst voor alle partners die betrokken zijn bij het sociaal domein.

BIJLAGE

 

Op het gebied van een aantal risico-indicatoren is hieronder in kaart gebracht hoe de gemeente Haaksbergen scoort ten opzichte van andere referentiegebieden.

 

De groen gemarkeerde cellen houden in dat Haaksbergen beter presteert dan het landelijk gemiddelde. De paarse velden houden een slechtere score in ten opzichte van het landelijke beeld. Achter elke indicator staat het jaar waarin de meting is uitgevoerd (altijd de meest actuele).

 

*Bron: www.waarstaatjegemeente.nl

 

Wat opvalt is de hoge score op eenzaamheid. Waar landelijk gezien bijna de helft van de bevolking zich enigszins tot zeer sterk eenzaam voelt is dat in Haaksbergen 37%.

 

De indicatoren die negatief (paars) scoren ten opzichte van het regionale en landelijke beeld zijn leeftijdsgebonden en te verklaren door de hoge grijze druk in Haaksbergen.

 

Feiten en cijfers

 

Feiten en cijfers WMO 2024

In 2024 heeft de gemeente Haaksbergen 1.188 inwoners geholpen met een WMO-voorziening.

De verdeling over soort voorzieningen is hieronder weergegeven, waarbij moet worden opgemerkt dat een cliënt meerdere voorzieningen toegewezen kan hebben gekregen.

 

*Bron: Suite Sociaal Domein

 

Qua leeftijdsverdeling valt ongeveer 72% van de WMO-cliënten in de leeftijdscategorie 60 jaar en ouder. Tweederde van de WMO-cliënten is vrouw, één op de drie is man.

 

*Bron: Suite Sociaal Domein

 

Feiten en cijfers Jeugdwet 2024

In 2024 heeft de gemeente Haaksbergen 553 inwoners geholpen met een voorziening vanuit de Jeugdwet.

De verdeling over soort voorzieningen is hieronder weergegeven, waarbij moet worden opgemerkt dat een cliënt meerdere voorzieningen toegewezen kan hebben gekregen.

 

*Bron: Suite Sociaal Domein

 

De helft van de jongeren die gebruik maakt van een Jeugdvoorziening is 11 t/m 15 jaar.

23.3% van de kinderen is 16 jaar of ouder. 27,5% is jonger dan 11 jaar.

 

Qua geslacht is de verdeling nagenoeg gelijk, iets meer jongens (54%) dan meisjes (46%).

 

*Bron: Suite Sociaal Domein

Naar boven