Eerste wijziging Leidraad invordering 2025

 

Artikel I Wijzigingen

De Leidraad invordering Krimpenerwaard 2025, vastgesteld bij besluit van 18 februari 2025, wordt als volgt gewijzigd:

 

Onderdeel A

Artikel 1.1.5 wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 1.

    In de eerste zin vervalt ‘en het Besluit Fiscaal bestuursrecht’.

  • 2.

    De tekst vanaf de tweede zin beginnend met ‘Dit betekent onder meer’ en eindigend met ‘beoordeling ook zou hebben afgewezen.’ vervalt.

Onderdeel B

Na artikel 1.1.5a wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

 

  • Artikel 1.1.5b Marginale toetsing

    Als de belastingschuldige in zijn verzoek aan de gemeente aannemelijk maakt dat er gegronde twijfels bestaan over de verschuldigdheid van een onherroepelijk geworden belastingaanslag, toetst de ontvanger de belastingaanslag marginaal. Onder een onherroepelijk vaststaande belastingaanslag wordt in dit verband verstaan een belastingaanslag waartegen geen bezwaar of beroep meer openstaat en waarbij evenmin een ambtshalve beoordeling mogelijk is in verband met termijnoverschrijding. Als bij de marginale toetsing blijkt dat een belastingaanslag geheel of gedeeltelijk in materiële zin niet verschuldigd kan worden geacht, neemt de ontvanger in zoverre geen invorderingsmaatregelen. Onder invorderingsmaatregelen worden niet alleen dwangmaatregelen begrepen zoals de tenuitvoerlegging van een dwangbevel, maar ook de verrekening van een belastingaanslag met belastingteruggaven.

    Als de ontvanger invorderingsmaatregelen heeft genomen na indiening van het verzoek tot marginale toetsing, corrigeert hij de afboekingen op de belastingaanslag voor zover deze belastingaanslag niet materieel verschuldigd kan worden geacht. Wanneer het afboekingen betreffen die zien op de periode van vóór de ontvangst van het verzoek dan wel betalingen betreffen die de belastingschuldige uit eigen beweging heeft gedaan, corrigeert de ontvanger dit voor zover dat in redelijkheid nog mogelijk is.

    De ontvanger wijst het verzoek van belastingschuldige af als de inspecteur een tijdig verzoek voor ambtshalve beoordeling ook zou hebben afgewezen.

Onderdeel C

Na artikel 1.1.5b (nieuw) wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

 

  • Artikel 1.1.5c Verzoekschriften aan andere instellingen

    De ontvanger houdt de invordering aan als er een verzoekschrift is ingediend bij de raad, het college of de (gemeentelijke) ombudsman tot op dat verzoekschrift is beslist. Als naar het oordeel van de ontvanger aanwijzingen bestaan dat door het niet direct aanvangen of vervolgen van de invordering de belangen van de gemeente worden geschaad, kan de ontvanger na voorafgaande toestemming van het college toch invorderingsmaatregelen treffen.

Onderdeel D

In artikel 1.2 vervalt ‘en het Besluit Fiscaal bestuursrecht’.

 

Onderdeel E

Artikel 3.5 vervalt.

 

Onderdeel F

Artikel 19.3.9 vervalt.

 

Onderdeel G

Artikel 25.1.15 vervalt.

 

Onderdeel H

In artikel 25.5.1 wordt aan de tweede alinea, eindigend met ‘gunnen dan 12 maanden.’, een zin toegevoegd, luidende:

 

  • Het beleid zoals beschreven bij de berekening van de betalingscapaciteit bij betalingsregelingen tot en met 12 maanden, is van overeenkomstige toepassing op een regeling die vanwege bijzondere omstandigheden langer dan 12 maanden duurt.

Onderdeel I

Artikel 25.5.11 vervalt.

 

Onderdeel J

Na artikel 25.5.11 worden drie artikelen ingevoegd, luidende:

 

  • 25.5a Verlengde betalingsregeling in verband met illiquide vermogen

     

    25.5a.1 Betalingsregeling bij illiquide vermogen

    Aan de belastingschuldige bij wie – na aanwending van het eventuele overige vermogen dat niet bezwaarlijk liquide te maken is – sprake is van vermogen dat bezwaarlijk liquide te maken is als bedoeld in artikel 12, vijfde lid, van de regeling (hierna: illiquide vermogen) kan de ontvanger de reguliere uitsteltermijn van 12 maanden waarin de belastingschuldige zijn betalingscapaciteit inzet, verlengen met inachtneming van het volgende.

    De ontvanger verlengt de uitsteltermijn van 12 maanden met ten hoogste 60 maanden. In deze periode dient de belastingschuldige een bedrag af te lossen gelijk aan maximaal de (over)waarde van het illiquide vermogen. Bij de maandelijkse termijnbetalingen houdt de ontvanger rekening met de betalingscapaciteit van de belastingschuldige.

    Als de omstandigheden op grond waarvan de betalingsregeling is toegekend veranderen, is belastingschuldige verplicht de ontvanger zo spoedig mogelijk hierover te informeren. Voorts beoordeelt de ontvanger jaarlijks of er sprake is van een verandering van het inkomen. Als blijkt dat er wijzigingen hebben plaatsgevonden van het inkomen, berekent de ontvanger opnieuw de betalingscapaciteit van de belastingschuldige. De ontvanger past de betalingsregeling alleen aan als de betalingscapaciteit naar beneden moet worden bijgesteld.

    Als gedurende de looptijd van de betalingsregeling een nieuwe belastingschuld ontstaat kan de ontvanger deze op verzoek van de belastingschuldige meenemen in de bestaande regeling, indien deze nieuwe belastingschuld binnen de resterende (maximale) betalingstermijn kan worden voldaan. Indien deze nieuwe belastingschuld vanwege onvoldoende betalingscapaciteit niet kan worden meegenomen in de bestaande betalingsregeling beëindigt de ontvanger de betalingsregeling.

     

    25.5a.2 Onvoldoende betalingscapaciteit voor (voortzetten) betalingsregeling

    Als een belastingschuldige niet of niet langer over voldoende betalingscapaciteit beschikt om de (over)waarde van zijn illiquide vermogen in (de resterende) 60 maanden te voldoen, dan wijst de ontvanger het verzoek om uitstel af of beëindigt de betalingsregeling. De ontvanger houdt de invordering aan voor een redelijke termijn zodat belastingschuldige het vermogen liquide kan maken dan wel op een andere manier een bedrag gelijk aan de (over)waarde van het vermogen kan voldoen.

     

    25.5a.3 Redenen beëindigen betalingsregeling illiquide vermogen

    In aanvulling op artikel 25.1.4. van deze leidraad en op de redenen tot beëindiging van de betalingsregeling genoemd in artikel 25.5a.1 en 25.5a.2, beëindigt de ontvanger de betalingsregeling eveneens als de gerechtigdheid tot het illiquide vermogen wijzigt.

Onderdeel K

In artikel 67 wordt na het eerste gedachtestreepje een gedachtestreepje ingevoegd, luidende:

 

  • bekendmaking aan derden in het belang van de invordering;

Onderdeel L

Artikel 73.4.6 komt te luiden:

 

  • 73.4.6 Toestemming voor faillissementsaanvraag

    Als een belastingschuldige verkeert in de toestand dat hij ophoudt met betalen (artikel 1 FW) kan de ontvanger het faillissement aanvragen.

    De ontvanger vraagt voor iedere faillissementsaanvraag vooraf schriftelijk toestemming aan het college.

    Het voorgaande geldt ook voor in hoger beroep te voeren zaken over een faillissementsaanvraag.

Onderdeel M

In artikel 73.4.8 vervalt de laatste zin beginnend met ‘In dat geval’ en eindigend met ‘vereist.’.

 

Onderdeel N

In artikel 73.5.5 wordt na ‘als bedoeld in artikel 287a van de Faillissementswet’ ingevoegd ‘of een verzoek tot toelating tot de WSNP’.

Artikel II Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van 10 april 2026 en heeft terugwerkende kracht tot en met ‎1 januari 2026.

Artikel III Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Eerste wijziging Leidraad invordering Krimpenerwaard 2025.

Aldus besloten in de vergadering van burgemeester en wethouders van de gemeente Krimpenerwaard, gehouden op ‎31 maart 2026.

de secretaris,

J. Hennip

de voorzitter,

ir. J. Beenakker

Naar boven