Gemeenteblad van Laarbeek
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Laarbeek | Gemeenteblad 2026, 177990 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Laarbeek | Gemeenteblad 2026, 177990 | beleidsregel |
Beleidsregel mantelwonen gemeente Laarbeek 2026
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Laarbeek;
Gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet en artikel 8.0a, tweede lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving;
Het daarom wenselijk is om door middel van een beleidsregel invulling te geven aan de beoordelingsvrijheid van het college, ter beantwoording van de vraag onder welke voorwaarden (in elk geval) sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) in verband met mantelwonen.
Deze beleidsregel gaat over de buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) betreffende het gebruik van bijbehorende bouwwerken bij woningen, ten behoeve van huisvesting in de vorm van mantelwonen, en biedt hiervoor een beoordelingskader.
In dit besluit wordt verstaan onder:
Mantelwonen: het gebruik van een bouwwerk, behorend bij een woning, als afhankelijke woonvoorziening door een huishouden van maximaal 2 personen die in de eerste of tweede graad familiair verwant zijn aan de hoofdbewoners van die woning, waarbij geen sprake is van een intensieve onderlinge zorgrelatie;
Artikel 4. Beoordelingscriteria
Het college kan een omgevingsvergunning voor een mantelwoning verlenen indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
Artikel 6. Vergunningsvoorschriften
Als voorschriften bij de omgevingsvergunning worden in ieder geval opgenomen:
In afwijking van het bepaalde in het derde lid, is het toegestaan om de bewoning van de mantelwoning voort te zetten indien het in het derde lid bedoelde bloedverwantschap verloren gaat, door overlijden, relatiebreuk of andere daarmee gelijk te stellen omstandigheden die leiden tot een wijziging in de samenstelling van het huishouden van hoofdbewoners, respectievelijk de mantelwoners.
Alvorens tot intrekking van de omgevingsvergunning over te gaan op grond van het bepaalde in het eerste lid, en onder d, stelt het college de vergunninghouder in de gelegenheid om zijn handelen binnen een door het college gestelde redelijke termijn alsnog in overeenstemming te brengen met de omgevingsvergunning.
Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Laarbeek in de vergadering van 10 maart 2026.
het college van burgemeester en wethouders,
gemeentesecretaris van Laarbeek,
J.W.M. van de Ven
de burgemeester van Laarbeek,
L.A.G.P. van der Aa
De gemeente Laarbeek streeft naar een samenleving waarin het voor iedereen prettig wonen en leven is. Binnen die samenleving vinden we het belangrijk dat inwoners elkaar kunnen ondersteunen wanneer dat nodig is. Dit vraagt om zelfredzaamheid: het vermogen van mensen om, met behulp van hun naasten, een goed en zelfstandig leven te leiden.
De gemeente Laarbeek wil ruimte bieden voor een nieuwe woonvorm, vergelijkbaar met mantelzorg, waarbij het niet langer noodzakelijk is om een medische verklaring voor een zorgbehoefte aan te leveren in tegenstelling tot mantelzorg waarbij een medische verklaring voor een zorgbehoefte wél noodzakelijk is. Steeds vaker ontvangt de gemeente verzoeken van inwoners om in een kleinschalige setting te wonen, voornamelijk binnen de familie, zodat men elkaar kan ondersteunen en helpen op het eigen erf. Dit geldt ook in situaties waarin er (nog) géén sprake is van langdurige ziekte of een medische indicatie. Deze specifieke vorm van samenwonen wordt binnen de gemeente aangeduid als mantelwonen.
Mantelwonen biedt diverse voordelen. Het stelt familieleden in staat om elkaar dichtbij te ondersteunen en de zorg voor elkaar meer praktisch en persoonlijk vorm te geven. Tegelijkertijd draagt het bij aan de doorstroming op de woningmarkt: ouderen kunnen verhuizen naar een mantelwoning op het erf van hun kinderen, terwijl de kinderen de hoofdwoning betrekken. Bovendien kan mantelwonen een oplossing zijn voor starters op de woningmarkt, die momenteel moeilijk een geschikte woning kunnen vinden.
Binnen de gemeente Laarbeek geldt als voorwaarde dat de onderlinge relatie tussen de bewoners niet verder mag reiken dan de tweede graad van bloedverwantschap; ouders, kinderen, broers, zussen, grootouders en kleinkinderen.
We hebben invulling gegeven aan onze beleidsruimte in het kader van de buitenplanse omgevingsplanactiviteit voor mantelwonen. Het is niet zo dat dit eerder niet mogelijk was, maar hiervoor was geen afwegingskader voorhanden. Met dit afwegingskader maken wij inzichtelijk in welke situaties en onder welke voorwaarden wij bereid zijn om een dergelijke omgevingsvergunning te verlenen, en in welke situaties dat niet voor de hand ligt.
Deze beleidsregel biedt een beoordelingskader voor de aanvraag om een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) betreffende uitsluitend het gebruik van bijbehorende bouwwerken bij woningen. Daarmee ziet deze beleidsregel uitdrukkelijk niet op de (ruimtelijke) omgevingsplanactiviteit met betrekking tot het bouwen van bouwwerken. Daarvoor volstaat het toetsingskader dat het Omgevingsplan hiervoor biedt. Deze beleidsregel biedt dus niet meer of andere bouwmogelijkheden dan waarin het Omgevingsplan voorziet.
Het voorgaande betekent dat, indien de mantelwoonbehoefte gepaard gaat met een behoefte aan meer ruimte voor bijbehorende bouwwerken, dat aspect een eigen ruimtelijke afweging vergt. Die valt buiten het toepassingsbereik van deze regeling.
Indien sprake is van mantelzorg, dan is een mantelzorgwoning onder voorwaarden vergunningsvrij. De gemeente Laarbeek heeft nadere regels opgesteld over wanneer sprake is van mantelzorg en biedt hiervoor ook een mantelzorgtest aan via de gemeentewebsite. Deze beleidsregel heeft op die situatie geen betrekking en adresseert uitsluitend vergunning-plichtige situaties in het kader van de buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Een zorgrelatie tussen de hoofdbewoner(s) en mantelwoner(s) is in dit kader geen vereiste.
Voor het toepassen van deze beleidsregel is van belang wat met bepaalde begrippen wordt bedoeld. Dit artikel voorziet daarin. Daar waar geen definitie is opgenomen, en ook op grond van andere wet- en regelgeving geen definitie van toepassing is, wordt aangesloten bij het normale spraakgebruik.
Voor aanvragen die bedoeld zijn in deze beleidsregel, worden in dit artikel specifieke eisen genoemd waaraan tenminste dient te worden voldaan. Deze informatie is nodig om de aanvraag goed te kunnen beoordelen.
Voor het indienen van een aanvraag zijn ingevolgde de legesverordening leges verschuldigd.
Dit artikel geeft aan wanneer aan de aanvraag medewerking kan worden verleend aan de verlening van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Hiermee wordt invulling gegeven aan de beoordelingsruimte van het college, ter beantwoording van de vraag of in een concreet geval sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Het uitgangspunt is dat, indien aan de beoordelingscriteria van dit artikel kan worden voldaan en de vergunningsvoorschriften van artikel 5 in de omgevingsvergunning worden geborgd, het aangevraagde mantelwonen op een ruimtelijk verantwoorde manier kan plaatsvinden. Er dus sprake van ETFAL.
Overigens ontslaat deze toestemming de aanvrager niet van eventuele verplichtingen op grond van andere wet- en regelgeving. Daarbij valt bijvoorbeeld te denken aan de bouwregelgeving op grond van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).
Voor een mantelwoning wordt een parkeernorm van 1 gehanteerd. De argumentatie hiervoor is dat de gemiddelde woningbezetting niet significant zal veranderen ten opzichte van de situatie waarin de woning op reguliere wijze wordt bewoond en ook sprake kan zijn van meerdere gezinsleden met een auto.
In dit artikel is ook geregeld dat er sprake moet zijn van bloedverwantschap tussen de hoofdbewoner(s) en de mantelwoner(s). Dit waarborgt dat er sprake is van een vorm van samenwonen die niet is gericht op financieel gewin, huisvesting van arbeidsmigranten, et cetera.
Indien naar oordeel van het college echt sprake is van een uitzonderlijk geval waarin mantelwonen wenselijk is, bijvoorbeeld omdat sprake is van een anderszins diepgaande sociale relatie, kan gebruik worden gemaakt van de hardheidsclausule.
Dit artikel bepaalt het minimum aan informatie dat door het college wordt opgenomen in het besluit rondom de BOPA.
Dit artikel regelt de vergunningsvoorschriften die worden gesteld aan de omgevingsvergunning voor het mantelwonen. Deze voorschriften zijn noodzakelijk om een evenwichtige toedeling van functies aan locaties te waarborgen.
In de gemeente Laarbeek kiezen we er niet voor om de namen van de mantelwoners in de omgevingsvergunning vast te leggen. Wel staat de omgevingsvergunning op naam van de hoofdbewoner en is de omgevingsvergunning door deze persoon niet overdraagbaar aan een nieuwe hoofdbewoner, bijvoorbeeld na verkoop. Dit maakt het mogelijk dat gedurende de looptijd van de omgevingsvergunning maximaal twee familieleden bij de hoofdwoning kunnen mantelwonen. Wie die mantelwoners zijn – bijvoorbeeld eerst het ene, en daarna het andere volwassen kind – ligt niet vast. Zolang sprake is van een bloedverwantschap tot in de tweede graad, staat de omgevingsvergunning dit toe. Verhuist de hoofdbewoner echter, dan komt aan de toegestane mantelwoonsituatie een einde.
Het gebruik van het bouwwerk als mantelwoning is toegestaan voor een periode van maximaal 15 jaar na het onherroepelijk worden van het besluit. Bij gelijkblijvende omstandigheden kan de vergunning worden verlengd met nog eens 15 jaar. Onder verlenging wordt verstaan: een nieuwe periode van 15 jaar met een nieuwe vergunningsaanvraag. Door deze termijn aan te houden houdt de gemeente grip op de ruimtelijke ordening. Zo wordt onder andere voorkomen dat tijdelijke bijgebouwen alsnog permanent als zelfstandige woningen worden gebruikt.
Dit artikel geeft het college de mogelijkheid om de verleende omgevingsvergunning in te trekken indien een van de genoemde situaties zich voordoet.
Artikel 4:84 van de Awb biedt naast de verplichting te handelen in overeenstemming met een beleidsregel, tevens de mogelijkheid hiervan af te zien indien het handelen conform de beleidsregel voor één of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregels te dienen doelen. Op grond hiervan is het mogelijk om in bijzondere, individuele gevallen, waarop in de beleidsregels niet is of kon worden voorzien, af te wijken van de algemeen geldende beleidsregels. Artikel 4:84 van de Awb staat niet in de weg dat deze beleidsregels worden voorzien van een hardheidsclausule welke regels stelt op grond waarvan afgeweken kan worden van deze beleidsregels. In artikel 8 van deze beleidsregels is de hardheidsclausule voor het college van burgemeester en wethouders opgenomen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-177990.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.