Gemeenteblad van Landgraaf
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Landgraaf | Gemeenteblad 2026, 177938 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Landgraaf | Gemeenteblad 2026, 177938 | beleidsregel |
Beleidsregels indicatiestelling hulp bij het huishouden 2026
Burgemeester en wethouders van L a n d g r a a f ;
overwegende dat het wenselijk is om beleidsregels vast te stellen met betrekking tot de indicatiestelling in het kader van de Wmo-voorziening hulp bij het huishouden;
gelet op Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Landgraaf 2023;
I. Intrekking Beleidsregels indicatiestelling hulp bij het huishouden 2023
De Beleidsregels indicatiestelling hulp bij het huishouden 2023, vastgesteld op 10 januari 2023, worden ingetrokken.
II. Vaststelling beleidsregels
De beleidsregels Indicatiestelling hulp bij het huishouden 2026 worden als volgt vastgesteld:
Deze beleidsregels zijn opgesteld ten behoeve van het indiceren van hulp bij het huishouden op grond van de Wmo 2015 en de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Landgraaf 2023.
Inwoners blijven steeds langer zelfstandig thuis wonen. Om deze zelfstandigheid te handhaven en/of te bevorderen, kan de gemeente Landgraaf (tijdelijk) Huishoudelijke ondersteuning inzetten.
De wijkteammedewerker onderzoekt samen met de inwoner wat de mogelijkheden zijn in de voorliggende voorzieningen en wat de leerbaarheid is. Alleen in de situatie waar geen voorliggende voorzieningen en of andere maatwerkvoorzieningen (trainbaarheid) mogelijk zijn, wordt ondersteuning geboden bij de Huishoudelijke taken. Er wordt altijd eerst gekeken of gebruikelijke zorg (voldoende) aan de orde is en waar de eigen mogelijkheden ingezet kunnen worden (leerbaarheid, mantelzorg, burenhulp, familie en overig eigen netwerk).
Deze beleidsregels zijn gebaseerd op het Normenkader Huishoudelijke ondersteuning 2025 van bureau HHM. Het Normenkader Huishoudelijke ondersteuning is bedoeld om gemeenten te helpen om inwoners (cliënten) die dit nodig hebben, huishoudelijke ondersteuning op maat van de cliënt te bieden.
Gemeenten zijn op grond van de Wmo 2015 verantwoordelijk voor de ondersteuning van mensen die niet in staat zijn zelfstandig een gestructureerd huishouden te voeren (artikel 1.1.1 Wmo 2015 en artikel 2.1.1 Wmo 2015). In de Wmo 2015 is geen concrete definitie gegeven van een gestructureerd huishouden. In deze beleidsregels verstaan we er een schoon en leefbaar huis onder. Hulp bij het huishouden voorziet in eenvoudige huishoudelijke (schoonmaak)werkzaamheden. Hiernaast bestaat, indien nodig, ondersteuning in de vorm van regievoering over het huishouden. Ook kan in een enkel geval de dagelijkse verzorging van kinderen tijdelijk (deels) overgenomen worden door de huishoudelijke hulp
Eenieder kan wonen in een huis dat schoon en leefbaar is. Schoon staat voor: een basishygiëne borgen, waarbij vervuiling van het huis en gezondheidsrisico’s voor de bewoners worden voorkomen; men moet gebruik kunnen maken van een schone woonkamer, als slaapvertrek in gebruik zijnde ruimtes, de keuken, sanitaire ruimtes en de daartoe leidende gang/trap/overloop. Leefbaar staat voor: opgeruimd en functioneel, bijvoorbeeld om vallen te voorkomen.
Werkzaamheden die redelijkerwijs van een huishoudelijke hulp mogen worden verwacht, gericht op het schoonhouden van woonkamer, slaapvertrekken, keuken, sanitaire ruimtes en gang/trap/overloop. Hieronder vallen tevens wasverzorging (exclusief strijken) en tijdelijke zorg voor gezonde kinderen, indien beide ouders en hun netwerk hierin aantoonbaar niet kunnen voorzien.
Hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van:
De mensen om de cliënt heen, zoals partner, familie, vrienden, buren, mantelzorgers en waar nodig professionals of vrijwilligers, die steun kunnen bieden in het dagelijks leven van de cliënt. Van kinderen mag, afhankelijk van hun leeftijd en mogelijkheden, een bijdrage verwacht worden in het huishouden. Zo geldt dat kinderen tussen 12 en 18 jaar, binnen redelijke grenzen en passend bij hun ontwikkeling, taken in huis kunnen overnemen in het kader van hun rol als mantelzorger.
Onder een leefeenheid wordt verstaan: alle bewoners die een gemeenschappelijke woning bewonen met als doel een duurzaam gemeenschappelijk huishouden te voeren. Dit betekent dat ze hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben waarbij ze wederzijds zorg dragen en kosten delen.
Draagbare kleding en textiel (handdoeken en beddengoed).
Dit heeft betrekking op boodschappen die nodig zijn voor de dagelijkse levensbehoeften. Hieronder vallen levensmiddelen, toiletartikelen en schoonmaakmiddelen.
Het gaat om verzorging van gezonde inwonende minderjarige kinderen.
Een inwoner kan in aanmerking komen voor huishoudelijke hulp als:
Uit onderzoek volgens artikel 2.3.2 Wmo 2015, de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Landgraaf 2023 en de Nadere regels Wmo zelfredzaamheid en participatie gemeente Landgraaf 2025 is gebleken dat de cliënt in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening in de vorm van hulp bij het huishouden.
Meldt een inwoner zich met een vraag, dan voert het college een onderzoek uit. De procedure rondom melding is vastgesteld in de verordening Wmo. Tijdens het onderzoek wordt samen met de inwoner zijn/haar vraag en situatie verkend volgens artikel 2.3.2 Wmo 2015.
Als uit het onderzoek blijkt dat de aanvrager ondersteuning vanuit de gemeente nodig heeft, dan worden de mogelijkheden verkend om met een maatwerkvoorziening een goedkoopst adequate oplossing voor de hulpvraag te vinden. Hierbij wordt altijd eerst gekeken naar de mogelijkheid van het inzetten van de maatwerkvoorziening ‘Krachtig ouder worden’, alvorens gekeken wordt naar de maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden. Als de maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden wordt toegekend is de cliënt een bijdrage in de kosten verschuldigd.
Bij het bepalen van de benodigde huishoudelijke ondersteuning gaat de gemeente uit van een gemiddelde cliëntsituatie. Deze situatie dient als uitgangspunt voor het bepalen van de benodigde tijd voor het volledig overnemen van de huishoudelijke taken. De wijkteammedewerker gebruikt dit uitgangspunt (van gemiddelde cliëntsituatie) om per cliëntsituatie te beoordelen welke ondersteuning nodig is. Daarbij wordt altijd gekeken naar de individuele omstandigheden van de cliënt. Dit kan ertoe leiden dat de benodigde ondersteuning gelijk is aan, minder is dan of meer is dan het uitgangspunt.
De gemiddelde cliëntsituatie wordt als volgt omschreven:
Het schema opgenomen onder punt 6 (Berekening totale urenomvang) bevat het aantal uren ondersteuning in de gemiddelde cliëntsituatie. Het schema bevat de voor de hulp beschikbare totale tijd: er is geen sprake van instructietijden per activiteit. De wijkteammedewerker beoordeelt in iedere situatie of omstandigheden van de cliënt afwijken van de gemiddelde situatie en past de omvang van de ondersteuning hier zo nodig op aan.
3.3 Factoren die invloed hebben op ondersteuningstijd
De volgende drie groepen invloedsfactoren maken dat inzet van minder ondersteuningstijd mogelijk is of inzet van meer ondersteuningstijd nodig is:
Dit is onderverdeeld in mogelijkheden, beperkingen en belemmeringen:
Mogelijkheden cliënt : Dit zijnde fysieke mogelijkheden van de client om bij te dragen aan de uit te voeren activiteiten. Dit hangt af van het kunnen bewegen, lopen, bukken en omhoog reiken, het vol kunnen houden van activiteiten en het kunnen overzien wat moet gebeuren en daadwerkelijk tot actie kunnen komen. Verder speelt hier de trainbaarheid van de cliënt mee.
Beperkingen en belemmeringen van de cliënt: Dit zijn beperkingen en belemmeringen die gevolgen hebben voor de benodigde inzet. Beperkingen en belemmeringen kunnen leiden tot (extra) ondersteuning. De hoeveelheid (extra) ondersteuning die nodig is, is leidend, niet de problematiek als zodanig. Dit kan op twee manieren uitwerken:
Onder steuning vanuit het netwerk : De hoeveelheid ondersteuning die wordt geboden vanuit het netwerk van de cliënt, heeft invloed op de mate waarin professionele inzet vanuit de gemeente noodzakelijk is, omdat een deel van de activiteiten door het netwerk wordt gedaan.
De leefeenheid is primair zelf verantwoordelijk:
De leefeenheid is primair zelf verantwoordelijk voor het eigen huishouden, met inbegrip van het bevorderen en in stand houden van gezondheid, levensstijl en de wijze waarop de huishouding wordt gevoerd. Huishoudelijke hulp is er als aanvulling op de eigen mogelijkheden. De eigen verantwoordelijkheid van de leefeenheid houdt ook in dat het huis zodanig is ingericht dat dit in redelijkheid schoongehouden kan worden.
Redenen als 'niet gewend zijn om' of 'geen huishoudelijke werk willen en/of kunnen verrichten' leiden niet tot het toekennen van huishoudelijke hulp. Voor het aanleren van huishoudelijk werk kan een tijdelijke indicatie afgegeven worden. De taak wordt dan niet overgenomen maar via instructies gestuurd. Het gaat dan om een kortdurende indicatie, waarin de noodzakelijke huishoudelijke vaardigheden worden aangeleerd.
Uitgangspunt gebruikelijke hulp:
Als gebruikelijke hulp aanwezig is, wordt onderzocht of ondersteuning vanuit de Wmo nog ingezet moet worden. Inzet van gebruikelijke hulp gaat namelijk voor op inzet vanuit de Wmo. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt op basis van bijvoorbeeld sekse, religie, cultuur, gezinssamenstelling en de wijze van inkomensverwerving.
Gebruikelijke hulp is alleen aan de orde als er een leefeenheid is die gemeenschappelijk een woning bewoont. Voor de duidelijkheid: dit is niet aan de orde als mensen op één adres zelfstandig samenwonen (bv bij kamerverhuur, zie ook de uitzonderingen hieronder). Uitwonende kinderen vallen hier ook buiten.
Gebruikelijke hulp van inwonende kinderen
Bij het bereiken van de leeftijd van 21 jaar wordt verondersteld dat iemand een volledig meerpersoons huishouden kan voeren.
Van de 18-21jarigen wordt verwacht dat zij een eenpersoons huishouden kunnen voeren, en eventueel jongere gezinsleden kunnen opvangen, verzorgen en begeleiden. Dit betekent dat iemand het huishouden kan voeren voor de algemene ruimtes (woonkamer, keuken, badkamer, wc) en diens eigen slaapkamer (basis).
Van kinderen in de leeftijd van 12 tot 18 jaar wordt verwacht dat zij hun eigen kamer op orde houden, dat wil zeggen opruimen, stoffen, stofzuigen en bed verschonen. Verder wordt van hen verwacht dat zij een boodschap doen, de tafel dekken/ afruimen en afwassen/ afdrogen.
Uitzonderingen bij typen leefsituaties zijn:
Bovenstaande uitzonderingen hebben met elkaar gemeen dat de mensen weliswaar allemaal samen op één adres wonen maar ze wonen als het ware zelfstandig. Er is dan ook geen sprake van gebruikelijke hulp, maar wel van een gedeelde verantwoordelijkheid bij gezamenlijke ruimtes.
Uitzonderingen bij gezondheidsproblemen of (dreigende) overbelasting:
Het college onderzoekt altijd of een leefeenheid door de (chronische) uitval van een gezinslid niet onevenredig belast wordt en overbelasting dreigt. Wanneer iemand binnen de leefeenheid gezondheidsproblemen en beperkingen ervaart of wanneer door de combinatie daarvan het voeren van het huishouden te zwaar wordt of dreigt te worden, dienen de (medische) gegevens ter onderbouwing door de betrokkene te worden aangeleverd. Wanneer de dreigende overbelasting wordt veroorzaakt door een combinatie van werk en gebruikelijke hulp en andere activiteiten, dient eerst een oplossing te worden gezocht in het werk en/of gebruikelijke hulp. Het beoefenen van vrijetijdsbesteding door een huisgenoot van cliënt is geen reden om geen gebruikelijke hulp te leveren. Als gebruikelijke hulp aanwezig is, wordt er geen ondersteuning ingezet vanuit de Wmo.
In geval de leden van een leefeenheid overbelast zijn of dreigen te raken, kan hulp bij het huishouden worden toegekend op de onderdelen die normaliter tot de gebruikelijke hulp worden gerekend. De indicatie zal afgegeven worden om de leefeenheid de gelegenheid te geven de onderlinge taakverdeling aan de ontstane situatie aan te passen. Als na deze periode gevraagd wordt voor structurele overname i.v.m. overbelasting, dan zal dit altijd met een medisch advies onderzocht worden. Voor de toepassing van gebruikelijke hulp geldt dat er altijd van afgeweken kan worden met het oog op het bieden van maatwerk.
Uitzonderingen bij fysieke afwezigheid:
Er wordt geen rekening gehouden met drukke werkzaamheden, lange werkweken of veel reistijd. Als uitgangspunt geldt dat indien de huisgenoot van een cliënt vanwege werk fysiek niet aanwezig is, voor een aaneengesloten periode van tenminste zeven etmalen waarna hij minder dan 72 uur thuis verblijft, deze huisgenoot niet meegerekend wordt als gebruikelijke hulp. De afwezigheid van de huisgenoot moet een verplichtend karakter hebben en inherent zijn aan diens werk; bijvoorbeeld offshore werk, internationaal vrachtverkeer en werk in het buitenland.
De ondersteuning zal dan worden beoordeeld als zijnde niet door huisgenoot te leveren. Als hij wel een deel van de huishoudelijke taken op zich kan nemen in de periode dat hij thuis is, kan dit wel beargumenteerd in mindering worden gebracht op de totaaltijd van de Huishoudelijke ondersteuning.
Uitgangspunt zorgplicht voor kinderen:
Het zorgen voor kinderen is een taak van ouders en/of verzorgers. Dat geldt ook voor ouders die door beperkingen niet in staat zijn hun kinderen te verzorgen. Elke ouder is zelf verantwoordelijk voor de opvang en (het organiseren van de noodzakelijke) verzorging van zijn of haar kind.
Uitgangssituatie is dat als de uitval bij één van de ouders is, de andere ouder deze zorg of zijn/haar aandeel in de zorg daar waar mogelijk overneemt. Waarbij van hen wordt verwacht dat zij maximaal zoeken naar eigen oplossingen: zorgverlof, mantelzorg en andere voorliggende voorzieningen. De zorgplicht vervalt niet bij echtscheiding of beëindigen van de relatie. Maar er dient wel rekening gehouden te worden met de eventueel door de rechtbank vastgelegde afspraken.
Voor thuis zorgen voor minderjarige kinderen kan extra tijd worden geïndiceerd door een (acuut) ontstaan probleem bij de ouders. De ondersteuning voor minderjarige kinderen is per definitie altijd tijdelijk (maximaal 3 maanden) en in afwachting van een structurele oplossing. Met deze ondersteuning wordt ouders de mogelijkheid geboden een oplossing te creëren. Van hen mag worden verwacht dat zij zich tot het uiterste zullen inspannen om die oplossing zo snel mogelijk te vinden. Daarbij wordt ook rekening ermee gehouden of er andere mogelijkheden zijn.
De ondersteuning kan bestaan uit het naar bed brengen/uit bed halen, wassen en kleden, eten en/of drinken geven, babyvoeding, luiers verschonen en/of naar school/crèche brengen/halen. Individuele ondersteuning voor structurele opvang van kinderen en het passen op kinderen is niet mogelijk binnen de Wmo 2015.
Een extreem bewerkelijke inrichting van de woning leidt niet tot de toekenning van extra ondersteuning. Dit heeft bijvoorbeeld betrekking op veel beeldjes of fotolijstjes in de woonkamer of een groot aantal meubelstukken in de ruimte. Het gaat in dit geval om de extreme situaties waarin de inrichting een aanzienlijke extra ondersteuning vergt. De cliënt wordt geacht zelf bij te dragen aan het efficiënt kunnen uitvoeren van de ondersteuningsactiviteiten. De inrichting van de woning is namelijk een keuze waar de cliënt invloed op kan uitoefenen.
Een grote woning kan, maar hoeft niet persé meer inzet te vragen. Een extra grote oppervlakte van de in gebruik zijnde ruimtes kan meer tijd vergen om bijvoorbeeld stof te zuigen, maar kan het stofzuigen ook makkelijker maken omdat je makkelijk overal omheen kunt werken. Om deze reden wordt er geen rekening gehouden met oppervlakten van verschillende vertrekken. Een extra slaapkamer vergt wel extra tijd en is om die reden opgenomen in de urenopbouw in het schema 6. Berekening totale urenomvang.
Tuinonderhoud wordt niet meegenomen bij het vaststellen van de ondersteuning die noodzakelijk is over huishoudelijke hulp (CRvB 22-02-2017, ECLI:NL: CRvB:2017:885). Huishoudelijke hulp beperkt zich tot de binnenzijde van de wooneenheid.
Het aan de buitenkant wassen van ramen wordt niet meegenomen bij het vaststellen van de ondersteuning die noodzakelijk is over huishoudelijke hulp (CRvB, 29-03-2017, ECLI:NL: CRvB:2017:1302). Voor het aan de buitenkant wassen van de ramen is een adequaat alternatief beschikbaar in de vorm van een glazenwasser waardoor het een voorliggende, algemeen gebruikelijke, voorziening betreft die niet gecompenseerd hoeft te worden. Gezien de lage frequentie van het ramenwassen aan de buitenkant, in combinatie met de beperkte kosten voor het inzetten van een glazenwasser, geeft de Centrale Raad van Beroep aan dat deze kosten ook door inwoners met een minimuminkomen gedragen kunnen worden.
4. Uitgangspunten voor huishoudelijke hulp
Een huis is schoon en leefbaar als het normaal bewoond en gebruikt kan worden en voldoet aan basale hygiëne-eisen.
De ruimtes waarop de voorziening betrekking heeft en waar de cliënt gebruik van moet kunnen maken zijn een schone woonkamer, slaapvertrekken, keuken, sanitaire ruimtes en gang/ trap/ overloop.
4.3 Afbakening van activiteiten:
Het schoonmaken van de buitenruimte bij het huis (ramen, tuin, balkon, etc.) maakt geen onderdeel uit van de ondersteuning bij het huishouden.
Als er noodzaak is om te ondersteunen bij de maaltijdverzorging, betreft dit het klaarmaken en klaarzetten van de broodmaaltijd en het opwarmen van de warme maaltijd. Bij hoge uitzondering kan sprake zijn van het bereiden van de warme maaltijd. Het aansporen tot het nuttigen van een maaltijd valt niet onder de huishoudelijke hulp, maar respectievelijk onder begeleiding (Wmo) en persoonlijke verzorging (Zorgverzekeringswet).
In deze beleidsregels is aangegeven hoeveel tijd nodig is als sprake is van volledige overname van het huishouden bij de omschreven ‘gemiddelde cliëntsituatie’ (onder 3.2) en op grond waarvan minder als mogelijk of meer als nodig ondersteuning wordt geboden.
Er kan geen beroep op de gemeente gedaan worden als dezelfde ondersteuning geleverd kan worden vanuit een andere wet of als er ondersteuning mogelijk is vanuit een voorliggende, algemene of algemeen gebruikelijke voorziening. Denk in ieder geval aan: kinderopvang, voor- en naschoolse opvang, oppascentrale, strijkservice, maaltijddienst en boodschappendienst.
4.6 Technische hulpmiddelen en woonvoorzieningen
Er wordt geen huishoudelijke hulp toegekend als de problemen van de cliënt afdoende kunnen worden opgelost met technische hulpmiddelen of woonvoorzieningen. Hulpmiddelen kunnen bestaan uit algemeen gebruikelijke huishoudelijke apparatuur, zoals een wasmachine, droger of (robot)stofzuiger.
4.7 Particuliere huishoudelijke hulp kan voorliggend zijn:
Als cliënten een particuliere hulp hebben, vindt er vanuit de Wmo in beginsel geen ondersteuning plaats aangezien het probleem reeds is opgelost.
Uitzondering: Zorgbehoefte is gewijzigd
Als een cliënt al een particuliere hulp heeft, maar meer hulp nodig is, dan dient de totale zorgbehoefte van de cliënt te worden bepaald volgens de criteria zoals in deze beleidsregels aangegeven. Hier wordt de particuliere hulp op in mindering gebracht die al in het huishouden aanwezig is. Voor het aantal overblijvende uren kan een positief advies voor hulp bij het huishouden worden afgegeven. Als de particuliere hulp stopt om welke reden dan ook, en de hulpvraag blijft bestaan kan er alsnog een beroep gedaan worden op de Wmo.
We gaan uit van het principe ‘zorgen dat’ in plaats van ‘zorgen voor’. Dit betekent dat we daar waar mogelijk stimuleren dat de cliënt zelf huishoudelijke activiteiten uit blijft voeren. Wanneer met betrekking tot bepaalde aandoeningen die de oorzaak vormen voor de huishoudelijke beperkingen naar de mening van de arts of andere deskundige nog behandelmogelijkheden bestaan, wordt in de regel geen hulp bij het huishouden toegekend. Huishoudelijke hulp kan in een dergelijke situatie immers anti-revaliderend werken. Wel kan huishoudelijke hulp naast een te volgen behandeling of revalidatie worden toegekend. Hierover is (met toestemming van de cliënt) afstemming met de behandelaar nodig. Een dergelijk indicatie(advies) heeft dan in principe een korte geldigheidsduur, afgeleid van de duur van het behandel- of revalidatietraject.
Bij deelname aan ‘Krachtig ouder worden’ wordt geen huishoudelijke hulp verstrekt. ‘Krachtig ouder worden’ is gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en het versterken van eigen regie, waardoor hulp bij het huishouden als niet-passend wordt beschouwd binnen dit traject. Uitzonderingen worden niet gehonoreerd, tenzij zich bijzondere en zwaarwegende omstandigheden voordoen die onafhankelijk van het programma noodzaak aantonen.
Indien noodzakelijk kan iemand geïnstrueerd worden in de huishoudelijke taken. Het gaat dan om het aanleren van activiteiten in relatie tot het huishouden. Dit betreft een tijdelijke noodzaak van maximaal zes weken.
5. Uitgangspunten beoordeling frequentie en ureninzet
Per bezoek wordt tijd besteed aan aankomst en vertrek, administratie bij de cliënt, sociale interactie met de cliënt en het pakken en opruimen van schoonmaakspullen. Deze tijd maakt standaard onderdeel uit van de integrale normtijd bij het onderdeel schoon en leefbaar houden van het huis. Reistijd of niet-cliëntgebonden tijd zijn geen onderdeel van de indicatietijd.
De volgende normen worden gehanteerd bij de toekenning van huishoudelijke hulp:
Eén keer per twee weken tenzij
De frequentie van de Huishoudelijke ondersteuning wordt vastgesteld op één keer per twee weken, tenzij uit onderzoek blijkt dat dit onvoldoende is voor het bereiken van een schoon en leefbaar huis.
Om te beoordelen of één keer per twee weken ondersteuning voldoende is voor het bereiken van een schoon en leefbaar huis, wordt onderzocht of de cliënt tussen de momenten dat de hulp komt in staat is om ‘de algemene hygiëne’ in huis op orde te houden. Dat betekent dat de cliënt geen van onderstaande functionele beperkingen heeft:
Verder is geen sprake van verzwarende factoren/ beperkingen (bijv. als er sprake is van longemfyseem/ COPD in combinatie met een gesaneerde woning of als extra inzet nodig is door bijv. chemotherapie).
Het uitgangspunt passende inzet voor ondersteuning bedraagt 2,5 uur per twee weken. Deze tijdsbesteding is als volgt opgebouwd:
Als basis wordt uitgegaan van één keer het volledige reguliere ‘week-werk’, wat neerkomt op 125 minuten. Daarnaast wordt rekening gehouden met niet-wekelijkse werkzaamheden, zoals bijvoorbeeld periodieke schoonmaaktaken (bijv. ramen binnenzijde, keukenkastjes binnenzijde). Hiervoor wordt 20 minuten toegevoegd.
Dit leidt tot de volgende berekening:
125 minuten (regulier weekwerk) + 20 minuten (niet-wekelijkse werkzaamheden) + 5 minuten (extra kamer) = 150 minuten per 2 weken.
Indien beargumenteerd kan worden dat er sprake is van voldoende eigen kracht (de cliënt of diens netwerk kan meer taken overnemen), dan kan 2 uur per 2 weken volstaan.
Er wordt in principe niet meer geïndiceerd dan nodig is om een schoon en leefbaar huis te bieden in de essentiële woonfuncties van de aanvrager en diens huisgenoten (partner/ kinderen).
Alleen de volgende ruimtes worden schoongemaakt:
Het is mogelijk om extra tijd in te zetten voor de regie en organisatie van het huishouden. Dit wordt alleen ingezet als aantoonbaar is dat de hulp extra werkzaamheden moet doen doordat de cliënt geen regie kan voeren of bijvoorbeeld door het gedrag van de cliënt extra tijd nodig heeft. Van de hulp bij het huishouden mag worden verwacht dat deze zelfstandig zijn/haar werkzaamheden kan plannen. Het gegeven dat een client de hulp niet kan instrueren, betekent dan ook niet automatisch inzet van extra ondersteuningstijd. Hiervoor moet er sprake zijn van extra werk.
Verder kan de organisatie van het huishouden, indien van toepassing, ook ondergebracht worden in de begeleidingsdoelen van de Wmo-begeleiding. Er wordt geen maatwerkvoorziening ingezet voor activiteiten die de cliënt zelf of iemand anders uit de leefeenheid kan uitvoeren.
Minder inzet dan volledige overname
Indien overname van wasverzorging noodzakelijk is, kan minder inzet dan volledige overname aan de orde zijn als de cliënt hierin bepaalde handelingen zelf kan verrichten. Daarom staat hierbij ook een aftrekoptie voor de helft van de omvang (-/- 20 minuten). Vaak kan de cliënt de zware/grote stukken was niet meer hanteren, maar de kleine stukken nog wel, zoals kleding, ondergoed e.d. De meeste cliënten hebben in de praktijk helemaal geen ondersteuning nodig bij de wasverzorging of regelen dit op een andere wijze voorliggend.
Bij alle punten hierboven wordt specifiek bedoeld: het betreft inzet van de cliënt zelf of diens netwerk of overige voorliggende oplossingen, waardoor dit werk niet door de huishoudelijke hulp hoeft te worden gedaan.
Enige extra inzet of veel extra inzet (30 of 60 minuten) en frequentie
Situaties waarin door beperkingen of belemmeringen van de cliënt extra goed of extra vaak moet worden schoongemaakt:
Bij bovengenoemde situaties kan uitgegaan worden van het volgende:
Inzetten van medisch advies kan eventueel nodig zijn om duidelijk te krijgen wat op objectieve medische gronden noodzakelijk is om aan extra ondersteuning in te zetten.
Kamer wel/niet in gebruik als slaapkamer
Een kamer niet ‘in gebruik als slaapkamer’ wordt als volgt beoordeeld:
Strijken en boodschappen is voorliggend op te lossen
De afgelopen jaren zijn er diverse ontwikkelingen geweest rondom strijken en boodschappen. Deze hebben invloed op het indiceren van hulp bij het huishouden:
Vanuit het oogpunt van verantwoorde werkomstandigheden dienen geschikte hulpmiddelen aanwezig te zijn voor de huishoudelijke ondersteuning.
6. Berekening totale urenomvang
De totale urenomvang wordt berekend met behulp van onderstaand schema.
7. Basisactiviteiten per ruimte
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-177938.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.