Aanwijzingsbesluit ondergrondse huishoudelijk restafvalcontainer Klein Zilver Fijnaart

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Moerdijk, in zijn vergadering van 6 januari 2026;

 

gelet op:

 

  • Het bepaalde in artikel 10:23 Wet milieubeheer op grond waarvan de Raad een Afvalstoffenverordening heeft vastgesteld;

  • Het bepaalde in artikel 10:26 Wet milieubeheer op grond waarvan de raad kan bepalen dat huishoudelijke afvalstoffen nabij elk perceel worden ingezameld;

  • Het bepaalde in artikel 7 van de Afvalstoffenverordening waarin is bepaald dat het college kan aanwijzen via welk al dan niet van gemeentewege verstrekt inzamelmiddel of via welke inzamelvoorziening de inzameling van een bepaalde categorie huishoudelijke afvalstoffen ten behoeve van de gebruiker van een perceel plaatsvindt;

  • Het feit dat de gemeente Moerdijk in 2017 over is gegaan op het systeem van omgekeerd inzamelen ondergrondse containers) voor restafval;

  • De op 5 september 2017 door het college vastgestelde criteria voor locatiekeuze voor ondergrondse containers. Deze criteria zijn als volgt:

Bereikbaarheid

De container moet zowel voor de inzameldienst als voor de gebruikers voldoende bereikbaar en toegankelijk zijn. Vanuit de kant van de inzameldienst houdt dit minimaal in dat de toegangswegen naar de container toegankelijk zijn voor het inzamelvoertuig, de containers zo gesitueerd dienen te zijn dat het technisch mogelijk is de container te legen en dat de inzameldienst bij het legen geen objecten in de openbare ruimte (zoals bomen, lantaarnpalen, auto’s e.d.) of gebouwen (bijvoorbeeld muren, balkons, uitsteeksels aan gebouwen e.d.) kan raken. Vanuit de kant van de gebruikers dienen de containers makkelijk bereikbaar, toegankelijk en veilig gesitueerd te zijn. In het bijzonder ook voor ouderen en mindervaliden.

 

Verkeersveiligheid

De container moet zowel voor de inzameldienst als voor de gebruiker op een veilige wijze te bereiken zijn. Vanuit de kant van de inzameldienst houdt dit minimaal in dat de container geleegd moet kunnen worden zonder dat hierdoor een gevaarlijke verkeerssituatie ontstaat. Vanuit de kant van de gebruiker betekent dit dat zij hun afval kwijt moeten kunnen, zonder hiervoor verkeersonveilige handelingen te moeten verrichten. De container mag nooit zo worden geplaatst dat het verkeer hier hinder van ondervindt.

 

Loopafstand

De containers moeten zodanig gesitueerd worden dat de loopafstand – de daadwerkelijk te lopen route dus niet hemelsbreed gemeten – tussen de grens van een op de containerlocatie aan te sluiten perceel en de ondergrondse container telkens maximaal 300 meter bedraagt. Daarnaast wordt bij de plaatsbepaling zoveel mogelijk rekening gehouden met de locatie van seniorenwoningen.

 

Ondergrondse infrastructuur

Bij het bepalen van locaties wordt de ondergrond onderzocht op de aanwezigheid van obstakels. Belangrijkste voorbeeld hiervan is de aanwezigheid van kabels en leidingen. Tot de omlegging van kabels en leidingen gaat de gemeente alleen over indien dit tegen relatief geringe kosten mogelijk is. Hoofd(transport)-leidingen, hoofdriool en glasvezelkabels vallen hier niet onder. Voor overige kabels en leidingen die tot een lokaal netwerk behoren, huisaansluitingen en straatkolken, weegt de gemeente de overlast en kosten voor verleggen af tegen het belang van de locatie.

 

Parkeerplaatsen

Bij de locatiebepaling houdt de gemeente rekening met de parkeerdruk. Bestaande parkeerplaatsen dienen zoveel als mogelijk behouden te blijven.

 

Bomen en groenvoorziening

Gelet op het belang van het aanwezige groen in de kernen, zullen bomen nooit wijken voor een ondergrondse container. Ook groenvoorzieningen zullen zoveel mogelijk onaangetast blijven. Echter waar plaatsingsruimte in de verharding onvoldoende is of ontbreekt, zal aanliggend groen benut worden.

 

Inpassing in openbare ruimte en overige ruimtelijke aspecten

De situering van de ondergrondse containers moet in beginsel passen binnen het straatbeeld. Daartoe wordt elke container(locatie) in lijn met overige objecten of functies in de openbare ruimte geplaatst. De containers worden bijvoorbeeld zoveel mogelijk buiten eventuele zichtlijnen met woningen geplaatst, maar dit zal niet altijd mogelijk zijn. Het algemeen belang gaat ook hier uiteindelijk voor op het individuele belang. Als sprake is van een historische omgeving of een architectonisch belangrijke locatie, zijn de bij die omgeving passende eisen aan de locatie leidend.

 

gezien het feit dat:

 

  • de geselecteerde locatie voldoet aan de door het college vastgestelde criteria;

  • de ondergrondse container eerder op kaart is aangewezen en gedeeld is met nieuwe bewoners;

Overwegende dat

 

  • het noodzakelijk is een besluit te nemen op grond van de Afvalstoffenverordening waarin dit bepaald wordt en de locaties waar de containers geplaatst worden, worden aangewezen;

BESLUIT

 

vast te stellen het:

 

AANWIJZINGSBESLUIT ONDERGRONDSE HUISHOUDELIJK RESTAFVALCONTAINER KLEIN ZILVER FIJNAART

Artikel 1 Begripsbepaling

In dit besluit wordt verstaan onder huishoudelijke afvalstoffen (restafval) verstaan hetgeen hieronder wordt verstaan in artikel 1:1 Wet milieubeheer.

Artikel 2 Bepalen van wijze van inzameling huishoudelijke afvalstoffen en glas

  • 1.

    Huishoudelijk restafval en glas worden ingezameld op wijkniveau door middel van ondergrondse verzamelcontainers.

  • 2.

    De containers worden leeggemaakt door Afvalservice Breda.

Artikel 3 Aanwijzing plaatsen

De volgende plaats wordt aangewezen als plaats voor een ondergrondse restafvalcontainer:

 

Fijnaart

 

  • -

    Klein Zilver

Artikel 4 Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op de dag na bekendmaking.

Aldus besloten in de openbare vergadering van het college, gehouden op 6 januari 2026.

De gemeentesecretaris,

S. Elseman

De burgemeester,

A.J. Moerkerke

Bent u het niet eens met dit besluit?

 

Bezwaar- en beroepsmogelijkheden

Bent u het niet eens met deze beslissing? Dan kunt u bezwaar maken. Dat kan op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). U kunt het bezwaar schriftelijk of digitaal indienen bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Moerdijk. Doet u dit digitaal, dan moet u wel beschikken over een DigiD. De termijn voor het indienen van een bezwaarschrift is 6 weken en gaat in op de dag na de verzenddatum van deze brief. Is er sprake van een spoedeisende situatie? Dan kunt u na het indienen van een bezwaarschrift ook de voorzieningenrechter van de rechtbank in Breda vragen om een voorlopige voorziening te treffen. Het indienen van een voorlopige voorziening kost geld (‘griffierecht’). Adres: Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team Bestuursrecht, Postbus 90006, 4800 PA Breda. Voor meer informatie kunt u terecht op de website van de gemeente Moerdijk: www.moerdijk.nl of van de rechtbank Breda: www.rechtspraak.nl/organisatie/rechtbanken/zeeland-west-brabant

Naar boven