Gemeenteblad van Ridderkerk
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ridderkerk | Gemeenteblad 2026, 175639 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ridderkerk | Gemeenteblad 2026, 175639 | beleidsregel |
Beleidsregels leerlingenvervoer Ridderkerk
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen/kaders
Taalklas: leerlingen die zijn aangewezen op een taalklas (betreft primair onderwijs) kunnen ook in aanmerking komen voor een vervoersvoorziening als aan de voorwaarden wordt voldaan. Hierbij wordt bij het verstrekken van leerlingenvervoer uitgegaan van de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke taalklas.
Hoofdstuk 2. Verblijf en verantwoordelijkheid
Als het dagcentrum als structureel feitelijk (eventueel tweede) verblijf aangemerkt kan worden, kan het college ervan uitgaan dat het kind twee woningen in de zin van de Verordening heeft, te weten de ouderlijke woning en het dagcentrum. In een dergelijke situatie kan het college toch besluiten het vervoer te bekostigen, wanneer het dagcentrum zich binnen de gemeente bevindt. Het college bekostigt dan het vervoer van huis naar school en van school naar het dagcentrum. Het dagcentrum wordt dan aangemerkt als tweede woning. Het vervoer van het dagcentrum naar huis valt dan niet onder het leerlingenvervoer.
In geval van crisisopvang (uithuisplaatsing) van een leerling uit een andere gemeente in Ridderkerk kan het college een uitzondering maken op de maximale termijn van 6 weken. Indien de leerling naar verwachting maximaal 3 maanden in Ridderkerk verblijft en daarna terugkeert naar de andere gemeente. In dat geval:
Artikel 7. Verantwoordelijkheid van ouders
Artikel 9. Verklaring voor noodzaak tot aangepast vervoer
Wanneer wordt aangegeven dat een leerling gebruik moet maken van aangepast vervoer op grond van een beperking, kan ter onderbouwing een (medische) verklaring worden meegestuurd. Deze verklaring is opgesteld door een orthopedagoog, psycholoog, psychiater, arts en/of medisch specialist. Wanneer een (medische) verklaring ontbreekt wordt de leerling opgeroepen voor een onderzoek. In dit onderzoek kijkt een onafhankelijk arts naar de mogelijkheden en beperkingen van de leerling. Dit geldt ook wanneer de overgelegde (medische) verklaring onvoldoende houvast biedt voor een beoordeling.
Artikel 10. Structurele of tijdelijke beperking
Er is onderscheid tussen een structurele of een tijdelijke beperking. Het college is alleen verantwoordelijk voor het vervoer van leerlingen met een structurele beperking. Wanneer in de Verordening gesproken wordt over een beperking of handicap, wordt daarmee een structurele beperking of handicap bedoeld.
Het college verzorgt geen vervoer om tijdelijke medische redenen korter dan drie maanden. Ouders zijn hier zelf verantwoordelijk voor. Wanneer een leerling vanwege herstel of revalidatie langer dan drie maanden afhankelijk is van rolstoel en/of krukken, kan een beroep worden gedaan op het leerlingenvervoer op grond van de hardheidsclausule. Het college kan een vervoersvoorziening verstrekken voor de duur van het herstel en/of de revalidatie.
Artikel 11. Toelatingsleeftijd (uitwerking artikel 1, definitie leerling, van de Verordening)
Voor leerlingen die op grond van de onderwijswetgeving toegelaten zijn op een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs, ongeacht of zij de leerplichtige leeftijd al voorbij zijn, kunnen ouders aanspraak maken op een vervoersvoorziening, voor zolang de leerling de betreffende school bezoekt, mits aan de voorwaarden van de Verordening leerlingenvervoer wordt voldaan.
Artikel 12. Ontwikkelingsleeftijd (uitwerking artikel 11 van de Verordening)
De kalenderleeftijd van een leerling komt niet altijd overeen met het leeftijdsniveau waarop de leerling functioneert. Door bijvoorbeeld een verstandelijke beperking kan de ontwikkelingsleeftijd van een persoon verschillen met zijn of haar kalenderleeftijd. De ontwikkelingsleeftijd wordt gehanteerd bij het toekennen van passend vervoer.
Artikel 13. Gewenningsjaar aangepast vervoer (uitwerking artikelen 18 en 19 van de Verordening)
Leerlingen die het eerste jaar naar een school voor voortgezet speciaal onderwijs gaan, kunnen in het kader van gewenning tijdens dit eerste jaar nog gebruik maken van het aangepast vervoer. Indien het voor de leerling van toepassing is, zal dit gewenningsjaar benut worden om de leerling vertrouwd te maken met de (brom)fiets of het openbaar vervoer. MEE op Weg kan hierbij worden ingezet om de zelfredzaamheid van de leerling te bevorderen.
Hoofdstuk 3. Gesprek en aanmelding
Met ouders/verzorgers van kinderen die nieuw in het leerlingenvervoer komen, wordt bij de aanvraag een gesprek gevoerd. Het gesprek kan ook telefonisch plaatsvinden. Tijdens dit gesprek wordt uitgelegd wat leerlingenvervoer is en wordt gekeken naar de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling en het gezin en de vervoersmogelijkheden van de leerling (bijvoorbeeld of de leerling met het openbaar vervoer kan reizen, eventueel met hulp). Ook ouders/verzorgers van kinderen die groep 8 bereiken of veranderen van school, worden uitgenodigd voor een gesprek. Met hen worden onder andere de mogelijkheden van het openbaar vervoer besproken.
Artikel 15. Overleg met samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs
Indien uit de beoordeling van het samenwerkingsverband volgt, dat er daadwerkelijk noodzaak is voor een specifiek genoemde (vso-)school, neemt het college dit oordeel over en verstrekt een vervoersvoorziening naar die school. Indien die school niet de dichtstbijzijnde toegankelijke school is, schrijft de betreffende school voor het college een onderbouwing, waaruit blijkt waarom deze school voor de leerling niet toegankelijk is. Als er sprake is van een wachtlijst, dan geeft de betreffende school een definitief advies over het al dan niet tussentijds kunnen overplaatsen naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school en eventueel benodigd maatwerk.
Artikel 16. Meerjarenbeschikking
Een meerjarenbeschikking kan in de volgende gevallen worden toegekend:
voor leerlingen die aangepast vervoer beschikt hebben gekregen omdat de leerling (1) met het openbaar vervoer (naar school of terug) meer dan anderhalf uur onderweg is en (2) de reistijd met aangepast vervoer 50% of minder van de reistijd met het openbaar vervoer kan worden teruggebracht. De meerjarige toekenning kan maximaal afgegeven worden voor een periode van drie jaar of tot en met het einde van de TLV.
Indien de dichtstbijzijnde school niet toegankelijk is voor een leerling omdat er een wachtlijst bestaat en bekostiging dient plaats te vinden naar de eerstvolgende dichtstbijzijnde toegankelijke school, wordt voor de eerste twee jaar dat de leerling de verder gelegen school bezoekt, steeds een beschikking voor de periode van een jaar afgegeven.
In de beschikking wordt de verplichting opgenomen, dat de ouder(s) gehouden is/zijn wijzigingen die van invloed zijn op de toegekende vervoersvoorziening onmiddellijk schriftelijk bij het college te melden. Ten onrechte genoten bekostiging kan van de ouder(s) worden teruggevorderd, dan wel worden verrekend bij een eventuele nieuw verstrekte vervoersvoorziening.
Artikel 17. Nieuwe aanmeldingen en mutaties
Wanneer een wijziging plaatsvindt en er geen of juist extra gebruik wordt gemaakt van aangepast vervoer, moet dit ruim van tevoren worden doorgegeven. Het college verstrekt de informatie uiterlijk om 17:00 uur op de dag voorafgaand aan de dag waarop de wijziging betrekking heeft aan de vervoerder. Wanneer ouders deze wijzigingen niet op tijd doorgeven, zijn zij zelf verantwoordelijk voor het vervoer van de leerling.
Hoofdstuk 3. Afstand en vormen van vervoer
Artikel 18. Loopafstand (uitwerking artikel 10 van de Verordening)
Het college hanteert als uitgangspunt dat van een leerling het volgende wordt verwacht met betrekking tot reizen te voet:
Artikel 19. Fietsafstand (uitwerking artikelen 9 en 17 van de Verordening)
Het college hanteert als uitgangspunt dat van een leerling het volgende wordt verwacht met betrekking tot reizen per fiets:
Van leerlingen in het regulier basisonderwijs wordt vanaf groep 7 verwacht dat zij kunnen fietsen als de afstand tot de school minder dan 10 km bedraagt. Hier wordt vanuit gegaan, aangezien leerlingen uiterlijk in groep 7 verkeersles krijgen. Dit wordt gezien als voorbereiding op het voortgezet onderwijs. Daarbij wordt uitgegaan van de kortste voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg, gebaseerd op Google Maps. Dit zijn in principe alle openbare wegen.
Artikel 21. Bepalen afstand en reistijd
Het vaststellen van de reistijd per openbaar vervoer vindt plaats op basis van de door de REIS-informatiegroep bv beschikbaar gestelde informatie via 0900-9292, en www.9292.nl.
Een vervoersvoorziening van en naar de stageplek wordt afgegeven in aansluiting op de schooltijden, tenzij de branche waarin stage gelopen wordt deze aansluiting niet mogelijk maakt. De vervoersvoorziening is afgestemd op de afstand tussen de woning dan wel de opstapplaats en de stageplek en vice versa.
Ter voorbereiding op deelname in het maatschappelijk verkeer en het vergroten van de zelfredzaamheid wordt voor het stagevervoer gekeken naar de mogelijkheden van het reizen met de (brom-)fiets en/of het openbaar vervoer. Er wordt een zo zelfstandig mogelijke manier van reizen van en naar het stageadres nagestreefd.
Artikel 23. Weekend- en vakantievervoer
De vervoersvoorziening voor weekend- en vakantievervoer voor de leerling vindt plaats aansluitend aan de schooltijden van de leerling. Het vervoer bij wisselende of afwijkende schooltijden behoort niet tot de taken van het college, maar tot de verantwoordelijkheid van de ouders zelf. Ook voor uitvaluren aan het begin en het eind van de schooldag worden geen extra taxiritten ingezet.
Artikel 24. Wisselende schooltijden en afwijken van het schoolrooster (uitwerking artikel 13 van de Verordening)
Het aangepaste vervoer wordt alleen georganiseerd voor vervoer van en naar de school, vanaf het vooraf opgegeven woonadres en op de schooltijden die zijn opgenomen in de schoolgids. Uitzonderingen worden gemaakt voor leerlingen die vanwege hun structurele beperking geen hele schooldag kunnen volbrengen, of voor wie de algemene schoolgids is aangepast in een individueel schoolplan.
Bij afwijkende schooltijden in het examenjaar worden de reguliere schooltijden van het schoolplan aangehouden. Indien het examen na 10:00 uur plaatsvindt, kan er in de morgen, op aanvraag en in overleg, afgeweken worden van de reguliere schooltijden. Indien het examen voor 10:00 uur plaatsvindt wordt de reguliere schooltijd aangehouden, tenzij de vervoerder aangeeft dat er aan de betreffende rit geen meerkosten verbonden zijn. Voor uitvaluren worden geen extra ritten ingezet. Van de leerling wordt verwacht dat hij/zij op school wacht tot het einde van de reguliere schooltijd.
Artikel 25. Hoogbegaafd onderwijs
Hoogbegaafdheid is geen reden om vervoer te verstrekken naar een verder weg gelegen school voor primair onderwijs. Door de ouders aangeleverde specifieke informatie over de leerling kan echter aanleiding zijn om de hardheidsclausule toe te passen. De ouders moeten aantonen dat hun kind op de dichtstbijzijnde school niet het onderwijs kan krijgen dat hij nodig heeft. Voor informatie wordt contact opgenomen met het betreffende samenwerkingsverband voor Passend Onderwijs. Het samenwerkingsverband weet welke scholen de beschikbare zogenaamde “verrijking, versnelling en verdiepingsmaterialen” in hun leerplan hebben opgenomen.
Artikel 26. Schakelklas en Internationale Schakelklas (ISK)
Een leerling in een schakelklas of ISK kan verlenging van de vervoersvoorziening ontvangen. Op verzoek van ouders en eventueel na raadpleging van een deskundige kan het college een tijdelijke voorziening voor taxivervoer verlengen met telkens drie maanden, tot maximaal twee jaar na aankomst van de leerling, voor zover de ouders nog steeds niet kunnen begeleiden en de leerling nog steeds niet zelfstandig kan reizen.
Artikel 28. Individueel vervoer
In beginsel bestaat er geen recht op individueel vervoer. Slechts in uitzonderlijke gevallen kan het voorkomen dat een leerling om medische en/of psychosociale reden niet samen met andere leerlingen kan worden vervoerd, maar individueel vervoerd moet worden.
Artikel 29. Individuele reistijd
De individuele reistijd per leerling in het voertuig is gelimiteerd tot 70 minuten per enkele reis, tenzij het door de afstand niet mogelijk is om binnen deze maximale tijdsduur te blijven of wordt aangetoond dat om medische en/of psychosociale redenen afwijken van de maximale individuele reistijd noodzakelijk is.
Artikel 30. Medische begeleiding
Indien een leerling om medische redenen begeleiding nodig heeft, zijn de ouders verantwoordelijk voor deze begeleiding. Hiervoor kan vaak een vergoeding worden verkregen op basis van de Zorgverzekeringswet (Zvw) of Wet langdurige zorg (Wlz). Door het college zal de zitplaats voor de begeleider beschikbaar worden gesteld.
Artikel 31. Financiële vergoeding openbaar vervoer
Indien de beperking van de leerling met zich meebrengt dat begeleiding tijdens het reizen met het openbaar vervoer noodzakelijk is, wordt tevens een vergoeding voor de begeleider toegekend. De begeleiderspas staat niet op naam en kan daarom afwisselend gebruikt worden door meerdere personen die de begeleiding op zich nemen.
Hoofdstuk 5. Handhaving en rechtmatigheid
Bij wangedrag van een kind in een taxibusje wordt een stoplichtmodel gehanteerd, waarbij onderstaande maatregelen in zwaarte oplopen en in vaste volgorde worden toegepast:
Wanneer dit niet leidt tot verbetering van het gedrag stuurt het college een schriftelijke waarschuwing naar de ouders/verzorgers. Aan de hand hiervan worden zij uitgenodigd voor een gesprek. Er wordt hen dan de gelegenheid geboden het kind in het aangepast vervoer te (laten) begeleiden. Hiertoe biedt het college de ouders/verzorgers een zitplaats aan in het voertuig.
Als het probleem aanhoudt, krijgen ouders/verzorgers een laatste schriftelijke waarschuwing dat het vervoer wordt beëindigd indien het gedrag van de leerling niet verbetert. Indien het gedrag van de leerling niet verbetert, het gedrag niet verwijtbaar is aan de aandoening/handicap van de leerling en indien ouders/verzorgers geen begeleiding verzorgen, kan het college besluiten het aangepast vervoer te beëindigen. Dit geldt ook wanneer het gedrag van de leerling niet verbetert, er een medische oorzaak is aan te geven voor het ontoelaatbare gedrag en dit met begeleiding onder controle te houden is. In alle gevallen zijn de ouders/verzorgers verantwoordelijk voor de begeleiding, niet het college.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-175639.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.