Gemeenteblad van Gouda
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Gouda | Gemeenteblad 2026, 174600 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Gouda | Gemeenteblad 2026, 174600 | beleidsregel |
Beleidsregel handhaving Wet goed verhuurderschap Gouda 2026
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gouda,
gelet op de artikelen 4:81, eerste lid, 4:83 en 5:32 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 125 van de Gemeentewet en de Wet goed verhuurderschap
vast te stellen de Beleidsregel handhaving Wet goed verhuurderschap Gouda 2026
Artikel 2 Reikwijdte beleidsregel
Deze beleidsregel is van toepassing op overtreding van artikel 2 en 2a van de Wet.
Artikel 4 Dwangsomhoogten en boetebedragen (bestuurlijke boete)
Bij overtredingen van de Wet hanteert het college de volgende bedragen in geval van een last onder dwangsom of een bestuurlijke boete:
Artikel 5 Hersteltermijnen last onder dwangsom
In geval dat het college een last onder dwangsom oplegt, geldt de in de navolgende tabel bepaalde hersteltermijn:
Aldus besloten in de vergadering van 7 april 2026.
Burgemeester en wethouders van Gouda,
de secretaris,
drs. R.C. Bakker
de burgemeester,
mr. drs. P. Verhoeve
Op 1 juli 2023 is de Wet goed verhuurderschap in werking getreden. De gemeenten Gouda, Bodegraven-Reeuwijk, Waddinxveen en Zuidplas zijn voor het toezicht en de handhaving in 2025 gestart met de pilot 'toezicht en handhaving Wet goed verhuurderschap' in samenwerking met de Omgevingsdienst Midden-Holland (hierna: ODMH). De ODMH is door de hiervoor genoemde gemeenten (tijdelijk) gemandateerd om toe te zien op naleving van deze wet. In de pilot wordt de samenwerking en het werkproces verder vormgegeven. Zo is deze Beleidsregel handhaving Wet goed verhuurderschap in samenwerking tussen gemeenten en ODMH regionaal tot stand gekomen en wordt deze lokaal door het college vastgesteld.
De komende jaren gaan de hiervoor genoemde gemeenten en de ODMH ervaring opdoen met de toepassing van deze beleidsregel. De bedoeling is om deze beleidsregel waar nodig tussentijds, en ten minste elke vier jaar, te evalueren en aan te passen naar de ervaring vanuit de praktijk.
Er is ervoor gekozen om in het handhavingsproces zoveel mogelijk aan te sluiten bij de dan geldende Nota VTH. Dit houdt in dat bij een eerste specifieke overtreding van de overtreder een last onder dwangsom wordt opgelegd (een herstelsanctie) op basis van afdeling 5.3.2. van de Algemene wet bestuursrecht. Dit geldt, met uitzondering van de gevallen als benoemd in artikel 3 van deze beleidsregels. Bij oplegging van een herstelsanctie wordt de overtreder in de gelegenheid gesteld om de overtreding te herstellen binnen de daarvoor gegeven hersteltermijn. Doet hij dit niet, en wordt er geconstateerd dat de overtreding voortduurt, dan verbeurt de overtreder een dwangsom, conform het bepaalde in artikelen 4 en 5 van deze beleidsregel. De dwangsomhoogte voor een eerste overtreding is daarbij gelijk aan de hoogte zoals vastgesteld in de tabel onder artikel 4 van deze beleidsregel. De dwangsomhoogten (bij een last onder dwangsom) dienen in redelijkheid te prikkelen om over te gaan tot het herstellen (ongedaan maken) van de overtreding en om recidive te voorkomen.
Bij recidive van eenzelfde overtreding door dezelfde overtreder (ongeacht het pand) of wanneer een overtreding niet ongedaan kan worden gemaakt, wordt direct een bestuurlijke boete (bestraffende sanctie) opgelegd op grond van artikel 18, derde lid, van de Wet goed verhuurderschap. De redenatie voor oplegging van een bestuurlijke boete bij recidive is dat de voorgaande dwangsom schijnbaar die prikkel onvoldoende gaf.
Sanctie naar categorie overtreding van de Wet
Bij specifieke overtredingen van de Wet goed verhuurderschap kan een boete of last onder dwangsom worden opgelegd. De gedragingen waarvoor deze opgelegd kunnen worden, zijn onder te verdelen in drie verschillende categorieën: misstanden bij verhuur, overtredingen gericht op financieel gewin en voldoen aan administratieve eisen. Binnen de categorie financieel gewin wordt bij het te veel vragen van huur extra onderscheid gemaakt, in verhouding tot de mate waarin te veel huur wordt gevraagd.
Daarnaast wordt onderscheid gemaakt tussen bedrijfsmatige overtredingen (verhuurder met meer dan twee huurwoningen) en 'normale' (kleine) overtreders (verhuurder met maximaal 2 huurwoningen). Ook zijn de bedragen bij recidive hoger. Deze beide elementen hebben betrekking op verwijtbaarheid.
Door op deze elementen een gefixeerd stelsel in te richten, wordt een balans gevonden tussen de hoogte van de bedragen en effecten op naleefgedrag (zowel voor wat betreft afschrikking vooraf als gedragsverandering achteraf). Hiermee wordt bij de toepassing voldaan aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit.
Hoogte boetebedrag of dwangsom
Indien meerdere regels van goed verhuurderschap als opgenomen in artikel 2, tweede lid van de Wet worden overtreden, dan zal het college voor iedere afzonderlijke overtreding van deze regels een sanctie opleggen. Daarbij geldt dat de totale hoogte van de op te leggen bestuurlijke boete niet hoger kan zijn dan het wettelijke maximale boetebedrag dat de Wet voorschrijft voor overtreding van artikel 2 van de Wet goed verhuurderschap.
De bedragen zijn vrij fors. Dit komt omdat de gemeenten vanuit het meldpunt een voortraject – al dan niet via het Huurteam - aanbieden aan huurders om misstanden op basis van de Wet aan te pakken. Overtreders krijgen in dit traject ruimschoots de kans zich te herstellen. Pas op het moment dat een overtreder in het minnelijke traject geen medewerking verleent, wordt het handhavingstraject ingezet waarbij deze beleidsregel handhaving Wet goed verhuurderschap toegepast wordt.
Berekening boete- of dwangsombedrag bij overtreding maximum percentage huurverhoging
Overtreding van het verbod om het wettelijk toegestane maximum percentage huurverhoging te overschrijden, past in de tabel van artikel 4 binnen de categorie ‘financieel gewin’. Het verhogen van de huur levert immers meer op. Om te differentiëren in de mate waarin de maximaal toegestane huurverhoging wordt overschreden, bestaat de boete bij een niet-bedrijfsmatige overtreding uit een basisbedrag van € 1.000,- verhoogd met € 100,- voor iedere hele procentpuntoverschrijding van het wettelijke toegestane huurverhogingspercentage.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-174600.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.