Gemeenteblad van Rotterdam
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Rotterdam | Gemeenteblad 2026, 173456 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Rotterdam | Gemeenteblad 2026, 173456 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Subsidieregeling preventie huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld Rotterdam 2027-2028
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam;
gelezen het voorstel van de wethouder Zorg, Ouderen en Jeugdzorg van 17 maart 2026 M2603-3028;
gelet op artikel 3, derde lid, artikel 4, tweede lid, artikel 6, derde lid, artikel 7, derde lid, artikel 8, aanhef en onderdeel k, van de SVR 2014;
overwegende, dat het wenselijk is een volgende subsidieregeling vast te stellen ter stimulering van activiteiten die gericht zijn op het voorkomen van, het voorkomen van herhaling van en het terugdringen van huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld door het maatschappelijke gesprek aan te gaan, vroegtijdig te signaleren en de weerbaarheid te bevorderen, omdat iedere Rotterdammer recht heeft op een gezond en veilig leven;
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
ouderenmishandeling: lichamelijk, psychisch of seksueel geweld, financieel misbruik, of verwaarlozing van een oudere door een persoon die een terugkerende persoonlijke of professionele relatie met de oudere heeft en waarvan de oudere geheel of gedeeltelijk afhankelijk is, waardoor lichamelijke, psychische of financiële schade ontstaat dan wel dreigt te ontstaan;
Deze subsidieregeling is uitsluitend van toepassing op de verstrekking van subsidie door het college voor de in artikel 3 bedoelde activiteiten die plaatsvinden in het kalenderjaar waarvoor de subsidie is aangevraagd.
Artikel 3 Subsidiabele activiteiten
Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor:
groepsgerichte preventieve activiteiten in de periode november of december vanaf 2027 in het kader van de Week tegen Kindermishandeling en Orange the World, ter bevordering van het maatschappelijke gesprek om taboes over huiselijk geweld, kindermishandeling, seksueel geweld, ouderenmishandeling of schadelijke traditionele praktijken te doorbreken of het vergroten van kennis om een van de vormen van geweld of mishandeling zo vroeg mogelijk te kunnen signaleren, daarop te handelen en te melden;
Indien er sprake is van een activiteit als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a of c, wordt de activiteit hoofdzakelijk verricht voor de groepen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a of b en kan de activiteit slechts gedeeltelijk worden verricht voor de groep, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c.
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan rechtspersonen of aan rechtsvormen zonder rechtspersoonlijkheid.
In aanvulling op het eerste lid, geldt voor de rangschikking van de activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, dat bij de verdeling voorrang wordt gegeven aan de twee hoogst gerangschikte aanvragen op een thema, zijnde huiselijk geweld, kindermishandeling, seksueel geweld, ouderenmishandeling of schadelijke traditionele activiteiten. De verdeling vindt vervolgens uitsluitend plaats op volgorde van de toegekende punten van hoog naar laag.
Een subsidieaanvraag wordt elektronisch ingediend onder gebruikmaking van het aanvraagformulier dat bekend is gemaakt op de website Subsidie voorkomen huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld aanvragen | www.rotterdam.nl.
Het college beslist binnen 8 weken na het sluiten van de betreffende aanvraagtermijn, welke termijn met ten hoogste 12 weken kan worden verlengd.
Artikel 11 Aanvullende weigeringsgrond
Subsidieverlening wordt geweigerd als de activiteiten waarvoor subsidie is aangevraagd, reeds worden dan wel kunnen worden, gefinancierd vanuit voorliggende middelen van de aanvrager zelf, door andere overheden of vanuit andere subsidieregelingen, al dan niet van het college.
Artikel 12 Subsidieverplichtingen
Aan de ontvanger van een subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, b of c worden in elk geval de volgende verplichtingen opgelegd:
het nemen van verantwoordelijkheid voor de kwaliteit en integriteit van professionals en vrijwilligers die worden ingezet bij de feitelijke uitvoering van de activiteiten en het er voor zorg dragen dat zij in het bezit zijn van een Verklaring Omtrent het Gedrag die bij de aanvang van de activiteiten niet ouder mag zijn dan drie maanden;
het uiterlijk op 1 april van het volgende kalenderjaar aanleveren van een eindrapportage, waarin een overzicht van de gerealiseerde resultaten ten opzichte van de totaal gesubsidieerde activiteiten wordt gegeven, en waarbij wordt beschreven wat de resultaten op de monitoringsitems zijn, waaronder het bereik en de effecten van de beoogde preventieve werking, zoals genoemd in de verleningsbeschikking, een reflectie op de opbrengsten van de activiteit op basis van de monitoringsitems alsmede de wijze waarop de opbrengsten leiden tot resultaat- en kwaliteitsverbetering.
Aldus vastgesteld in de vergadering van 7 april 2026.
De secretaris,
G.J.D. Wigmans
De burgemeester,
C.J. Schouten
Dit gemeenteblad ligt ook ter inzage bij het Concern Informatiecentrum Rotterdam (CIC): 010-267 2514 of bir@rotterdam.nl
Bijlage 1. Systematiek van rangschikking als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de Subsidieregeling preventie huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld Rotterdam 2027-2028
Criterium 1: type activiteit en groep
Er wordt beoordeeld in welke mate:
Criterium 2: kwaliteit van de activiteit
Er wordt beoordeeld in welke mate:
Criterium 3: bereik en impact van de activiteit
Er wordt beoordeeld in welke mate de kosten van de activiteit in verhouding staan tot reëel bereik en reële impact.
Criterium 4: effectiviteit van de activiteit
Er wordt beoordeeld in welke mate de activiteit effectief is. Registratie in één van de landelijke databanken met effectieve interventies, genoemd in bijlage 2, is bepalend dan wel een beschrijving door een kennisinstituut of een interventie gebaseerd op wetenschappelijke inzichten of op de praktijk gebaseerde inzichten en standaarden.
Criterium 5: diversiteit in aanbod
Er wordt beoordeeld in hoeverre de activiteit bijdraagt aan een evenwichtige verdeling van activiteiten in de stad en een divers aanbod.
Criterium 1: type activiteit en doelgroep
Er wordt beoordeeld in welke mate:
het gaat om groepsgerichte preventieve activiteiten in de periode november of december vanaf 2027 in het kader van de Week tegen Kindermishandeling en Orange the World, ter bevordering van het maatschappelijke gesprek om taboes over huiselijk geweld, kindermishandeling, seksueel geweld, ouderenmishandeling of schadelijke traditionele praktijken te doorbreken of bijdragen aan het vergroten van kennis om een van de vormen van geweld of mishandeling zo vroeg mogelijk te kunnen signaleren, daarop te handelen en te melden;
Criterium 2: kwaliteit van de activiteit
Er wordt beoordeeld in welke mate:
Criterium 3: bereik en impact van de activiteit
Er wordt beoordeeld in welke mate de kosten van de activiteit in verhouding staan tot reëel bereik en reële impact.
Criterium 4: diversiteit in aanbod
Er wordt beoordeeld in hoeverre de activiteit bijdraagt aan een evenwichtige verdeling van activiteiten in de stad en een divers aanbod.
Criterium 1: type activiteit en doelgroep
Er wordt beoordeeld in welke mate:
Criterium 2: kwaliteit van de activiteit
Er wordt beoordeeld in welke mate:
Criterium 3: bereik en impact van de activiteit
Er wordt beoordeeld in welke mate de kosten van de activiteit in verhouding staan tot reëel bereik en reële impact.
Criterium 4: effect en leeropbrengst van de activiteit
Er wordt beoordeeld in welke mate de impact, effecten en leeropbrengst van de activiteit worden onderzocht.
Criterium 5: diversiteit in aanbod
Er wordt beoordeeld in hoeverre de activiteit bijdraagt aan een evenwichtige verdeling van activiteiten in de stad en een divers aanbod.
Bijlage 2. Overzicht van landelijke databanken met effectieve interventies als bedoeld in artikel 12, tweede lid, onderdeel b en bijlage 1, van de Subsidieregeling preventie huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld Rotterdam 2027-2028
Toelichting op de Subsidieregeling preventie huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld 2027-2028:
Rotterdam werkt aan een veilige stad voor iedereen. Het college vindt dat iedere Rotterdammer een eerlijke kans verdient op een gezond, veilig en betekenisvol leven. Dat betekent onder andere dat elke Rotterdammer zich thuis veilig moet voelen. Samen met onze partners werken we hieraan door het zoveel mogelijk voorkomen, terugdringen en bestrijden van huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld in Rotterdam.
Betrokkenen bij huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld vinden het vaak ontzettend moeilijk om hierover te praten en hulp te zoeken. Hierdoor blijft het vaak verborgen. Essentieel voor een stevige aanpak is dus het werken aan de eerste stap: huiselijk geweld uit de taboesfeer halen. Als het taboe doorbroken wordt ontstaat ruimte om de volgende stap te zetten: hulp zoeken voor slachtoffers, plegers, omstanders en werken aan duurzaam herstel.
Om huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld te voorkomen en (vermoedens van) onveilige situaties te signaleren en melden is het belangrijk dat de kennis over huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld groeit. Bij professionals, maar ook bij Rotterdammers. Zodat professionals weten hoe te handelen en slachtoffers, plegers en omstanders de stap durven zetten naar hulp en ondersteuning. Juist ook als de zorgen nog niet heel groot zijn. Door te werken aan duurzaam herstel kan worden voorkomen dat het geweld terugkeert.
Vanuit preventie van huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld zetten we in op het vergroten van weerbaarheid, veerkracht en zelfbeschikking van slachtoffers. Ook richten we ons op het bevorderen van het herstel van zowel slachtoffers, plegers en andere betrokkenen. Dat helpt om het terugkeren van onveiligheid te voorkomen en de cirkel van geweld te doorbreken.
Voor de uitvoering van het Beleidsplan huiselijk geweld ‘Samen naar een toekomst zonder geweld’, is het wenselijk om een nieuwe subsidieregeling vast te stellen voor de beoordeling van subsidieaanvragen voor het voorkomen, signaleren en melden van huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld. Met deze subsidieregeling willen we beter gaan sturen op de preventieve aanpak, door kritisch te kijken welke inzet daadwerkelijk een bijdrage levert aan het voorkomen en terugdringen van onveilige (thuis)situaties. Ook willen we meer eenduidigheid en transparantie aanbrengen in de subsidieverlening. In de (toekomstige) preventieve aanpak gaan we daarom zoveel mogelijk gebruik maken van evidence based interventies, aangevuld met practice based interventies/activiteiten, die aansluiten op de problematiek en behoefte in de stad. In de nieuwe subsidieregeling is gekozen voor een focus op het maatschappelijk gesprek om taboes te doorbreken en het bevorderen van bewustzijn, weerbaarheid, veerkracht en zelfbeschikking van slachtoffers, plegers of andere betrokkenen en het bevorderen van deskundigheid te beperken tot activiteiten die betrekking hebben op Orange the World en de Week tegen Kindermishandeling. Daarnaast is de beoordeling voor de verschillende activiteiten aangescherpt. Ten slotte is het in de nieuwe subsidieregeling ook mogelijk om innovatieve activiteiten aan te vragen om ruimte te bieden voor ontwikkeling van de aanpak en innovatie te stimuleren.
Artikel 3 Subsidiabele activiteiten
De aangevraagde activiteit dient als geheel uitgevoerd te kunnen worden en niet afhankelijk te zijn van eventuele andere aangevraagde activiteiten.
Het eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1 ziet op activiteiten gericht op het voeren van het maatschappelijk gesprek, bijvoorbeeld op middelbare scholen of in de Huizen van de Wijk, om taboes rond huiselijk geweld, kindermishandeling, seksueel geweld, ouderenmishandeling of schadelijke traditionele praktijken bespreekbaar te maken en te doorbreken.
Het eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2 ziet op activiteiten gericht op het bevorderen van bewustzijn, weerbaarheid, veerkracht en zelfbeschikking van slachtoffers, plegers of andere betrokkenen van huiselijk geweld, kindermishandeling, seksueel geweld, ouderenmishandeling of schadelijke traditionele praktijken, bijvoorbeeld door het organiseren van groepstrainingen. Het gaat derhalve niet om activiteiten gericht op professionals of hulpverleners. De activiteiten zijn zoals beschreven preventief en kunnen vanuit de aard en de bedoeling niet zijn gericht op individuele hulpverleningstrajecten (zoals ook uitgesloten in artikel 5 tweede lid).
Hier worden activiteiten bedoeld zoals:
Het eerste lid, onderdeel b, ziet op activiteiten in de periode november of december vanaf 2027, waaronder tijdens Orange the World (campagne voor het stoppen van geweld tegen vrouwen en meisjes) of de jaarlijkse landelijke Week tegen kindermishandeling. Dit is een periode waarin veel publieke aandacht uitgaat naar de genoemde vormen van geweld. In deze periode wordt extra aandacht gegeven aan het bespreekbaar maken en het doorbreken van de taboes rondom huiselijk geweld, kindermishandeling, seksueel geweld, ouderenmishandeling of schadelijke traditionele praktijken door het voeren van het maatschappelijk gesprek en het vergroten van kennis.
Nieuw in deze regeling ten opzichte van de vorige regeling is het eerste lid, onderdeel c op innovatieve activiteiten gericht op preventie. Daarmee wordt ruimte geboden voor ontwikkeling van de aanpak en wordt innovatie gestimuleerd. Bijvoorbeeld om doelgroepen (zo vroeg mogelijk) te bereiken die nu nog onvoldoende worden bereikt en in te kunnen spelen op ontwikkelingen, inzichten en actualiteiten. Innovatieve activiteiten kunnen op kleine schaal uitgeprobeerd en ontwikkeld worden. De innovatieve activiteiten dienen aan te sluiten bij de doelstellingen zoals genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdeel a (maatschappelijk gesprek om taboes te doorbreken en het bevorderen van bewustzijn, weerbaarheid, veerkracht en zelfbeschikking).
In het tweede lid staat toegelicht dat activiteiten gericht mogen zijn op professionals, ervaringsdeskundigen of vrijwilligers indien er sprake is van een activiteit als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b. In het derde lid staat toegelicht dat activiteiten in het kader van het eerste lid, onderdeel a en c gedeeltelijk gericht mogen zijn op professionals, ervaringsdeskundigen en vrijwilligers om de doelstellingen te borgen, maar hier niet volledig op gericht mogen zijn.
Er zal altijd een bepaalde rechtsvorm moeten zijn die de subsidie aanvraagt, uitvoert en ontvangt. Dat kan bijvoorbeeld een BV zijn (met rechtspersoonlijkheid) of een eenmanszaak (zonder rechtspersoonlijkheid). Er is altijd sprake van een KvK-nummer.. Aan natuurlijke personen kan geen subsidie worden verleend.
Het college onderscheidt een aantal categorieën subsidiabele kosten. Deze kosten zijn subsidiabel als zij direct gerelateerd zijn aan de activiteiten. De volgende subsidiabele kosten staan in het artikel vermeld:
loonkosten in verband met de inzet van gekwalificeerde medewerkers, volgens de van toepassing zijnde gemiddelde uurtarieven danwel gemiddelde cao-conforme uurtarieven, bijvoorbeeld van de kosten voor de inzet van een professional in loondienst die een training geeft of de inhuur van een acteur die door het uitvoeren van een theatervoorstelling huiselijk geweld bespreekbaar maakt op scholen;
Kosten dienen hoofdzakelijk betrekking te hebben op de uitvoering van de activiteit. Met name bij innovatieve activiteiten kan er ook sprake zijn van kosten die betrekking hebben op de ontwikkeling van een interventie. Deze moeten echter redelijk in verhouding staan tot de overige aangevraagde kosten gericht op de uitvoering van de activiteit, zodat de activiteiten hoofdzakelijk direct resultaat hebben voor de benoemde doelgroepen.
Activiteiten die niet subsidiabel zijn worden in het tweede lid beschreven.
Artikel 6 Hoogte van een subsidie
Er geldt voor een activiteit als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, een maximumbedrag van € 75.000 per activiteit en bij meerdere activiteiten € 200.000 per aanvrager. Dat betekent dat eenzelfde aanvrager een subsidieaanvraag voor meerdere activiteiten kan doen binnen dit deelplafond, tot het maximale bedrag van € 200.000. Deze activiteiten moeten gebundeld worden in één aanvraag.
Binnen één subsidieaanvraag per deelplafond kan er sprake zijn van meerdere activiteiten. Het geven van een workshop aan jongeren en een weerbaarheidstraining voor slachtoffers huiselijk geweld zijn bijvoorbeeld twee aparte activiteiten. Het aantal activiteiten binnen een subsidieaanvraag wordt bepaald op basis van de mate van onafhankelijkheid tussen de voorgestelde handelingen of gebeurtenissen. Hierbij wordt onder meer gekeken naar de doelstellingen, uitvoering, timing, locatie en financiering van de voorgestelde activiteiten. Er is geen maximum voor het aantal te subsidiëren activiteiten. Er kunnen bijvoorbeeld twee activiteiten van €75.000 worden gesubsidieerd of vier activiteiten van €50.000 of tien activiteiten van €15.000.
Er geldt voor een activiteit, dan wel activiteiten, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, een maximumbedrag van € 15.000 per aanvrager en voor een activiteit, dan wel activiteiten, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c, een maximumbedrag van € 20.000 per aanvrager. De subsidie kan worden verleend voor activiteiten waarvoor de aanvrager geen subsidie heeft aangevraagd of ontvangen voor een activiteit als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a.
Voor een evenwichtige verdeling van de beschikbare middelen over subsidies voor activiteiten die gedurende heel het jaar plaatsvinden, subsidies voor activiteiten in de periode november of december, zoals tijdens Orange the World of de Week tegen kindermishandeling en voor innovatieve activiteiten, zijn deelplafonds vastgesteld.
Het bedrag dat beschikbaar is, is vastgelegd in de begroting van de gemeente Rotterdam.
Een subsidieaanvraag onder deze regeling kan meerdere activiteiten omvatten. Het beoordelen van de aanvragen wordt per activiteit afzonderlijk gedaan.
De aanvragen voor de activiteiten als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a worden bij elkaar gerangschikt na de beoordeling om zo te komen tot een verdeling en honorering van deze aanvragen binnen het daarvoor bestemde deelplafond.
Daarbij worden de activiteiten in de periode november of december, zoals tijdens Orange the World of de Week tegen kindermishandeling, apart gerangschikt gelet op de aanvraagtermijn, het lagere benodigde puntenaantal, de eigen beoordelingscriteria en het feit dat er een apart deelplafond is. De innovatieve activiteiten worden ook apart gerangschikt gelet op de eigen beoordelingscriteria en het feit dat er een apart deelplafond is.
Derde, vierde, vijfde lid: De activiteit moet een minimumscore behalen om te worden opgenomen in de rangschikking zodat een minimaal kwaliteitsniveau is gewaarborgd. De minimumscore voor een subsidie voor activiteiten in de periode november of december, zoals tijdens Orange the World of de Week tegen kindermishandeling, is lager, omdat gezien het incidentele karakter het minder van belang wordt geacht dat deze activiteiten zijn opgenomen in een landelijke database of zijn beschreven door een kennisinstituut.
Zesde lid: Met minimaal 2 activiteiten te subsidiëren voor de thema’s huiselijk geweld, kindermishandeling, ouderenmishandeling, seksueel geweld en schadelijke traditionele praktijken wordt voldoende spreiding beoogd over de verschillende vormen van geweld en wordt geborgd dat activiteiten op alle thema’s voldoende aan bod kunnen komen. In de subsidieaanvraag moet de aanvrager het thema vermelden. Bij de verdeling van subsidie wordt voorrang gegeven aan de twee hoogst gerangschikte activiteiten op de eerdergenoemde thema’s. Vervolgens vindt de verdeling plaats op basis van de rangschikking. Bijvoorbeeld een lager gerangschikte activiteit die zich richt op ouderenmishandeling kan in aanmerking komen voor subsidie, terwijl een hoger beoordeelde activiteit die zich richt op kindermishandeling niet in aanmerking komt, indien er weinig activiteiten ouderenmishandeling zijn opgenomen in de rangschikking.
In dit artikel wordt omschreven hoe dient te worden gehandeld in relatie tot een subsidieaanvraag waarbij meerdere activiteiten aan de orde zijn.
Voor een aanvraag, stelt het college aanvraagformulieren verplicht die gepubliceerd zijn op de in dit artikel vermelde website. Deze formulieren moeten vervolgens op het vermelde webadres worden ingediend.
De uiterste aanvraagdatum voor een subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a en c is 31 mei voorafgaand aan het jaar van aanvang van de activiteit.
De uiterste aanvraagdatum voor een subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b is 31 mei in het jaar van aanvang van de activiteit (binnen deze regeling kan de eerste aanvraag dus worden gedaan in 2027).
Artikel 12 Subsidieverplichtingen
De subsidieontvanger dient invulling te geven aan de in dit artikel vermelde subsidieverplichtingen, waaronder het uitsluitend inzetten van uitvoerende medewerkers met een geldige Verklaring Omtrent het Gedrag.
Het college hecht eraan, ongeacht de hoogte van de verleende subsidie, om inzicht te verkrijgen in de resultaten, de effecten van de activiteiten, het bereik en de leeropbrengst van de activiteiten. Hierbij hoort onder andere een verplichte rapportage over de resultaten. De monitoringsitems worden opgenomen in de verleningsbeschikking.
Bijlage 1 Systematiek van rangschikking als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de Subsidieregeling preventie huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld Rotterdam 2027-2028
Criterium 2: onder gangbare professionele normen wordt bijvoorbeeld kennis en gebruik van de Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling verstaan, samenwerking in de keten, werken aan competentie en deskundigheid van medewerkers, een cultuursensitieve benadering en het verantwoord omgaan met gegevens.
Criterium 2 (alleen voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, eerste, onderdeel a): voor het aantonen van het werken aan kwaliteitsverbetering kunnen evaluaties, onderzoek, impactmetingen en rapportages die in het verleden zijn uitgevoerd als bijlage aan de aanvraag worden toegevoegd of een plan hoe deze tijdens de periode van uitvoering worden ingezet.
Criterium 3: de kosten moeten in verhouding staan tot een reëel bereik. Ook is een reële impact van de activiteit van belang. Dit betekent dat de kosten gerechtvaardigd moeten zijn door de verwachte resultaten die de activiteit zal opleveren. Als een activiteit hoge kosten met zich meebrengt, maar tegelijkertijd een aanzienlijke impact heeft op het beoogde doelgebied en een groot aantal mensen bereikt, dan kunnen deze kosten gerechtvaardigd zijn. Het doel is om ervoor te zorgen dat de investeringen in activiteiten leiden tot effectieve resultaten en niet tot overbesteding voor activiteiten met een beperkte impact.
Criterium 4 (voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a): de activiteit betreft een effectieve interventie die is opgenomen in de database van Movisie, Nederlands Jeugdinstituut of het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu.
Of de activiteit is beschreven door een kennisinstituut, bijvoorbeeld door Movisie, Pharos, een hogeschool of universiteit. Wanneer er inzichtelijk wordt gemaakt op welke manier de interventie is gebaseerd op wetenschappelijke inzichten of op de praktijk gebaseerde inzichten en standaarden draagt dit ook bij aan de score op effectiviteit.
Criterium 4 (voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c): bij een preventieve activiteit is het van belang dat de impact, effecten en leeropbrengst inzichtelijk worden gemaakt om potentiële effectiviteit in beeld te brengen. Om dit aan te tonen kan een plan hoe dit tijdens de periode van uitvoering wordt ingezet als bijlage worden toegevoegd.
Criterium 5: er kunnen punten worden gescoord wanneer de activiteit bijdraagt aan een divers aanbod over de gehele stad. Het doel hiervan is te stimuleren dat activiteiten verschillende gebieden worden uitgevoerd aangezien huiselijk geweld, kindermishandeling, ouderenmishandeling, seksueel geweld en schadelijke traditionele praktijken plaatsvinden in de gehele stad, onder alle lagen en verschillende culturen van de Rotterdamse bevolking.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-173456.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.