MANDAATBESLUIT (VOLMACHT EN MACHTIGING) OMGEVINGSDIENST NOORD- EN MIDDEN-LIMBURG

 

Besluit van het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van de gemeenten Beesel, Bergen (L), Echt-Susteren, Gennep, Horst aan de Maas, Leudal, Maasgouw, Mook en Middelaar, Nederweert, Peel en Maas, Roerdalen, Roermond, Venlo, Venray en Weert en het college van gedeputeerde staten en de commissaris van de Koning van de Provincie Limburg; houdende de verlening van mandaat, volmacht en machtiging aan de directeur van de Omgevingsdienst Noord- en Midden-Limburg.

 

Het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van de gemeenten Beesel, Bergen (L), Echt-Susteren, Gennep, Horst aan de Maas, Leudal, Maasgouw, Mook en Middelaar, Nederweert, Peel en Maas, Roerdalen, Roermond, Venlo, Venray en Weert en het college van gedeputeerde staten en de commissaris van de Koning van de Provincie Limburg, ieder voor zover het zijn bevoegdheid betreft;

 

Gelet op het bepaalde in afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht en de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Noord- en Midden-Limburg;

 

besluiten:

 

vast te stellen het Mandaatbesluit Omgevingsdienst Noord- en Midden-Limburg.

 

Artikel 1 - Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

1. Burgemeester: burgemeester van de deelnemende gemeenten;

2. college: college(s) van burgemeester en wethouders van de deelnemende

3. gemeenten of college van gedeputeerde staten van de Provincie Limburg;

4. commissaris: commissaris van de Koning van de Provincie Limburg

5. directeur: directeur van de Omgevingsdienst Noord- en Midden-Limburg;

6. machtiging: bevoegdheid om in naam van het college of de burgemeester of de commissaris feitelijke handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn;

7. mandaatgever: bestuursorgaan dat met dit besluit mandaat verleent aan de directeur;

8. omgevingsdienst: openbaar lichaam Omgevingsdienst Noord- en Midden-Limburg;

9. ondermachtiging: door de gemachtigde op zijn beurt verlenen van machtiging aan een ander;

10. ondermandaat: door de gemandateerde op zijn beurt verlenen van mandaat aan een ander;

11. ondervolmacht: door de gevolmachtigde op zijn beurt verlenen van volmacht aan een ander;

12. raad: gemeenteraad van de deelnemende gemeenten;

13. provinciale staten: provinciale staten van de Provincie Limburg;

14. volmacht: bevoegdheid om in naam van het college of de burgmeester of de commissaris privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten.

 

Artikel 2 - Mandaat, volmacht en machtiging

  • 1.

    Het college en de burgemeester of commissaris, ieder voor zover het zijn bevoegdheid betreft:

    • a.

      verleent mandaat aan de directeur voor het uitoefenen van de bevoegdheden

    • b.

      verleent machtiging en volmacht aan de directeur voor het verrichten van feitelijke handelingen en privaatrechtelijke rechtshandelingen, en

    • c.

      bepaalt dat brieven en besluiten namens het bestuursorgaan kunnen worden getekend,

voor zover de bevoegdheid of handeling is genoemd in de bijlage bij dit besluit en de uitoefening daarvan noodzakelijk is voor het verrichten van de taken van de omgevingsdienst.

2. De directeur kan voor de bevoegdheden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, en voor de handelingen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en c, schriftelijk ondermandaat, ondervolmacht en ondermachtiging verlenen aan functionarissen die werkzaam zijn voor de omgevingsdienst.

3. Wat in dit besluit is bepaald met betrekking tot mandaat is van overeenkomstige toepassing op volmacht en machtiging en op ondermandaat, ondervolmacht en ondermachtiging.

4. Bij de ondertekening, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, wordt aangegeven dat die ondertekening plaatsvindt namens het college of burgemeester of commissaris.

 

Artikel 3 – Wettelijke kaders en beleid

  • 1.

    De directeur oefent de gemandateerde bevoegdheden uit binnen de kaders van daarvoor geldende regelgeving en vastgesteld beleid.

  • 2.

    Indien regelgeving en beleid als bedoeld in het eerste lid wordt vastgesteld of gewijzigd door mandaatgever, dan wordt over het voornemen daartoe overlegd met de directeur.

  • 3.

    De mandaatgever zorgt ervoor dat de omgevingsdienst beschikt over het beleid als bedoeld in het eerste lid.

     

Artikel 4 – Instructies

Instructies van de mandaatgever aan de directeur worden schriftelijk en tijdig gegeven.

 

Artikel 5 – Informeren en afstemmen

  • 1.

    Voordat een bevoegdheid, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, wordt uitgeoefend, wordt overlegd met de mandaatgever, wanneer die uitoefening:

    • 1.

      afwijkt van een door de mandaatgever gegeven instructie;

    • 2.

      naar verwachting grote politieke of maatschappelijke gevolgen kan hebben; of

    • 3.

      mogelijk tot aansprakelijkstelling van de gemeente of de provincie kan leiden.

  • 2.

    Als de directeur het verleende mandaat in een bepaald geval niet wenst uit te oefenen, of de mandaatgever het gegeven mandaat in een bepaald geval intrekt, informeert de mandaatgever de gemeenteraad of provinciale staten hierover.

     

Artikel 6 – Intrekking

Iedere deelnemende gemeente en de Provincie Limburg trekken met ingang van de datum van inwerkingtreding van dit besluit alle eerder door hen genomen mandaat-, volmacht- en machtigingsbesluiten ten aanzien van RUD Limburg Noord, diens organen en functionarissen in.

 

Artikel 7 – Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 april 2026.

 

Artikel 8 Citeerwijze

Dit besluit wordt aangehaald als: “Mandaatbesluit Omgevingsdienst Noord- en Midden Limburg".

 

Aldus besloten in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van Beesel d.d. 31 maart 2026 en door de burgemeester van Beesel.

 

Reuver, 31 maart 2026

Het college van burgemeester en wethouders van Beesel,

 

de secretaris,

F.J.M. Nillesen

 

de burgemeester,

M.F.W. Derks

 

De burgemeester van Beesel,

M.F.W. Derks

  

Bijlage bij artikel 2 van het Mandaatbesluit Omgevingsdienst Noord- en Midden-Limburg

Artikel 1: Begripsbepalingen en afkortingen

  • 1.

    Bal: Besluit activiteiten leefomgeving;

  • 2.

    Bbl: Besluit bouwwerken leefomgeving;

  • 3.

    Bkl: Besluit kwaliteit leefomgeving;

  • 4.

    Ob:Omgevingsbesluit;

  • 5.

    Ow:Omgevingswet;

  • 6.

    Wet Bibob: Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur;

  • 7.

    Woo: Wet open overheid;

  • 8.

    Who: Wet hergebruik overheidsinformatie;

  • 9.

    Wm: Wet milieubeheer.

     

Artikel 2: Volledige proceslijn

Indien in artikel 3 en 4 een bevoegdheid wordt gemandateerd tot het nemen van een besluit, dan wordt daarmee de volledige proceslijn met betrekking tot dat besluit gemandateerd, tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald. Onder de ‘volledige proceslijn’ worden de bevoegdheden in artikel 2.1 t/m 2.7 verstaan.

 

  • Taak/bevoegdheid

    Volledige proceslijn - Het voorbereiden en nemen van besluiten

    2.1

    Het voorbereiden en nemen van de volgende besluiten:

    • 1.

      het beslissen op enkelvoudige aanvragen;

    • 2.

      het voorbereiden van de besluitvorming, waaronder het voerenvan correspondentie daarover en het opvragen van gegevens en bescheiden;

    • 3.

      het horen alsbedoeld in artikel4:7, 4:8 en 4:11 Awb;

    • 4.

      het ter inzageleggen van stukken;

    • 5.

      het verzorgen van kennisgevingen en bekendmakingen in het Gemeenteblad;

    • 6.

      het nemen van andere beslissingen inzake de procedure ter voorbereiding van een besluit;

    • 7.

      het afdoen vanherhaalde aanvragen, buitenbehandeling stellen en het niet-ontvankelijk verklaren van aanvragen (artikel 4:5 en 4:6 Awb; artikel 16.10 Ow);

    • 8.

      het verdagen vanbeslistermijnen (artikel 4:14Awb jo. artikel16.64 en 16.66Ow; artikel 7:10Awb);

    • 9.

      het opschorten van beslistermijnen (artikel 4:15 en artikel 7:10Awb);

    • 10.

      inzake de verbeurte van dwangsommen bijniet-tijdig beslissen (paragraaf 4.1.3.2 Awb);

    • 11

      het nemen vanbeslissingen op bezwaar (artikel 7:11 Awb);), tenzij wordt afgeweken van het advies van de externe bezwaarschriftencommissie/ambtelijke advies van de gemeente over de te nemen beslissing op bezwaar;

    • 12

      het instemmen metrechtstreeks beroep (overslaan bezwaarfase) voor besluiten die in mandaat zijn genomen door de omgevingsdienst (artikel 7:1a Awb);

    • 13

      het van toepassing verklaren en uitvoeren van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure als bedoeld in afdeling 3.4 Awb (artikel 3.10 Awb jo. artikel 16.65 Ow en artikel 10.24 Ob);

    • 14

      het buiten toepassing verklaren van afdeling 3.4 Awb bijeen kennelijke verschrijving (artikel 16.24 lid 2 Ow);

    • 15

      het nemen vancoördinatiebesluiten en het optreden alscoördinerend bestuursorgaan (afdeling 3.5 Awb);

    • 16

      het actualiseren, wijzigen, intrekken en reviseren van (voorschriften van)een omgevingsvergunning;

    • 17

      het intrekken en opheffen van besluiten;

    • 18

      het verzamelen, verwerken, beheren, verstrekken, beschikbaar stellen, uitwisselen, doorzenden en publiceren van informatie, gegevens, aanvragen en (ontwerp)besluiten;

    • 19

      het beoordelen van rapporten;

    • 20

      het behandelen van informatieplichten en meldingen.

 

 

  • Volledige proceslijn - Toezicht en handhaving

    2.2.

    Het uitoefenen van toezicht op de naleving van hetgeen waarvoor in artikel 3 en 4 mandaat is verleend.

    2.3.

    Het aanwijzen vanpersonen, belast methet houden vantoezicht (artikel 18.6Ow), ter handhaving van de taken en bevoegdheden waarvoor in artikel 3 en 4 mandaat is verleend.

    2.4.

    Het nemen van handhavingsbesluiten en bijbehorende besluitvorming, zoals bedoeld in hoofdstuk 4 en 5 Awb en titel18.1.1 Ow, ter handhaving van de takenen bevoegdheden waarvoor in artikel 3 en 4 mandaat is verleend.

    Volledige proceslijn - Het voeren van procedures

    2.5.

    Het in rechte vertegenwoordigen van het bestuursorgaan en het nemen van besluiten inzake procedures inzake besluiten waarvoor in artikel 3 en 4 mandaat is verleend, en handelingen in voorbereiding daarop.

    Hieronder vallen in iedergeval, maar nietuitsluitend:

    • 1.

      het instellen vanpro forma en/ofincidenteel (hoger) beroep;

    • 2.

      het indienen vanandere stukken in het kadervan bezwaar, beroepof hoger beroep;

    • 3.

      het voeren van verweer en het indienen van verweerschriften;

    • 4.

      het indienen vanverzoeken om geheimhouding (artikel 8:29 Awb);

    • 5.

      handelingen of besluiten in het kadervan een tussenuitspraak of bestuurlijke lus (artikelen 8:51a, 8:51b, 8:51c, 8:80a en 8:80b Awb);

    • 6.

      het vragen van uitstel van de behandeling van een bezwaar- of beroepschrift en het verrichten van andere proceshandelingen;

    • 7.

      het verlenen van een eenmalige of doorlopende machtiging voor het voerenvan het woordter zitting;

    • 8.

      het voeren van het woordals derde belanghebbende ter zitting;

    • 9.

      het verrichten van handelingen als bedoeld in artikel 160 lid 1 onder e en f Gemeentewet.

    Het instellen van (incidenteel) hoger beroep als bedoeld in onderdeel a vindt uitsluitend plaats na voorafgaand overleg met de betreffende deelnemende gemeente of de Provincie Limburg.

    Volledige proceslijn - Overig

    2.6.

    Het nemen van andere besluiten en het verrichten van andere handelingen op grond van of krachtens de Awb, ter uitvoering van hetgeen waarvoor in artikel 3 en 4 mandaat is verleend.

    2.7.

    Het verrichten van (privaatrechtelijke) rechtshandelingen en feitelijke handelingen ter uitvoering van hetgeen waarvoor in artikel 3 en 4 mandaat is verleend, waaronder het verstrekken van opdrachten aan externe gecertificeerde partijen.

     

 

Artikel 3: Bevoegdheden ter uitvoering van de standaardtaken

  • Taak/bevoegdheid

    3.1.

    Beslissingen op enkelvoudige aanvragen om omgevingsvergunningen en het toepassen van paragraaf 5.1.5 Ow, voor activiteiten die zijnaangewezen in categorie 1 tot en met 4 (zieaanhangsel), met uitzondering van omgevingsvergunningen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten.

    3.2.

    Het beoordelen van meldingen als bedoeld in artikel 4.4 lid 1 Ow en beschikken op aanvragen om toestemming tot het treffen van een gelijkwaardige maatregel voor activiteiten die zijn aangewezen in categorie 1 en 5 (zie aanhangsel).

    3.3.

    Hetstellen van maatwerkvoorschriften vooractiviteiten die zijnaangewezen in categorie 1 en 5 (zie aanhangsel).

    3.4.

    Het houden van toezicht op de naleving van:

    • 1.

      de verboden, bedoeldin de artikelen 5.1, 5.4, 5.5 en 5.6 Ow, voor activiteiten die zijn aangewezen in categorie 1 tot en met 4 (zie aanhangsel); en

    • 2.

      de regels gesteld bij of krachtens de Ow en de Wm, over activiteiten die zijn aan gewezen in

    categorie 1 toten met 6 en 8 (zie aanhangsel).

 

*

Artikel 4: Bevoegdheden ter uitvoering van aanvullende taken

  • Taak/bevoegdheid

    Aanvullende taken- Vergunningverlening

    4.1.

    Het nemen van besluiten alsbedoeld in afdeling 5.1 Ow, andersdan genoemd in artikel 3, voor een:

    • 1.

      omgevingsplanactiviteit voor zover het een milieubelastende activiteit betreft;

    • 2.

      milieubelastende activiteit;

    • 3.

      actualiseringomgevingsvergunning(voorschriften);

    • 4.

      wijziging voorschriften omgevingsvergunning;

    • 5.

      revisievergunning.

    4.2.

    Het beoordelen van meldingen (artikel 4.4 Ow).

    4.3.

    Het stellen van maatwerkvoorschriften, inclusief de voorbereiding hiervan (artikel 4.5 Ow).

    4.4.

    Het besluiten overhet treffen van gelijkwaardige maatregelen (artikel 4.7 lid 1 Ow).

     

    Aanvullende taken– Omgevingswet

    4.5.

    Het opleggen vangedoogplichten (Afdeling 10.3 Ow).

    4.6.

    Het verplichten maatregelen te nemen en het geven van aanwijzingen bij een ongewoon voorval (artikel 19.4 Ow), het treffenvan maatregelen en het op schrift stellenvan de beslissing tot het treffen van die maatregelen (artikel 19.5 Ow) en het verhalen van de kosten die daarbij worden gemaakt op

    de veroorzaker (artikel 19.6 Ow).

    4.7.

    Het verplichten maatregelen te nemen bijeen toevalsvondst van verontreiniging op of in de bodem (artikel 19.9a Ow), het treffen van maatregelen en het op schrift stellen van de beslissing tot het treffen van die maatregelen (artikel 19.9c Ow) en het verhalen van de kosten die daarbij worden

    gemaakt op de veroorzaker (artikel 19.9d Ow).

    4.8.

    Het besluiten overgeluidwerende maatregelen (afdeling 3.5 Bkl).

    4.9.

    Besluiten inzake het beoordelen van PRTR-verslagen en het verrichten van werkzaamheden in het kader van de PRTR-verordening als bedoeld in paragraaf 11.2.6 Bkl en paragraaf 10.8.6 Ob.

    4.10.

    Het uitoefenen vande bevoegdheden inzakesloopwerkzaamheden voor zoverdeze betrekking hebben op asbestverwijdering (afdeling 7.1 Bbl).

    4.11.

    Hetuitoefenen van bevoegdheden op grond vanhet behandelen en het nemenvan besluiten over mobiel puinbreken (afdeling 7.2 Bbl).

    4.12.

    Het houden van toezicht op de naleving van de energiebesparingsplicht en informatieplichten (paragraaf 5.4.1 Bal).

    4.13.

    Het besluiten over milieueffectrapportages voorprojecten als bedoeldin paragraaf 16.4.2Ow.

    Aanvullende taken– Milieu overig

    4.14.

    Het uitvoeren vantaken, afdoen vanmeldingen en nemenvan besluiten bijof krachtens hoofdstukken 10, 18 en 19 Wm.

    Aanvullende taken- Overig

    4.15.

    Het geven van wettelijke en vrijwillige adviezen, inspraakreacties en/of commentaar op beleidsplannen, regelgeving van en vergunningverlening door andere overheden of externe partijen.

    4.16.

    Het reageren op,bezwaar maken of beroep instellen tegen plannen en besluiten vanandere bestuursorganen.

    4.17.

    Gereserveerd.

    4.18.

    Gereserveerd.

    4.19.

    Gereserveerd.

    4.20.

    Het aanvragen en verantwoorden vansubsidies, bedoeld in artikel 4:21 Awb, op basis van regelingen van andere overheidsorganen, het Rijk en de Europese Unie, alsmede het aangaan van uitvoeringsovereenkomsten ter verkrijging van deze subsidies.

    4.21.

    Gereserveerd.

    4.22.

    Gereserveerd.

    4.23.

    Het nemen vanbesluiten en uitoefenen van bevoegdheden op grond vanhetgeen is bepaald in het Besluit melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen en de Regeling melden

    bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen.

    4.24.

    Gereserveerd.

    4.25.

    Gereserveerd.

 

Aanhangsel bij artikel 3 van de lijst (standaardtaken)

 

Categorie 1

  • 1.

    Milieubelastende activiteiten als bedoeld in hoofdstukken 3 en 19 van het Bal.

  • 2.

    Onder deze aanwijzing vallen niet de activiteiten die zijn aangewezen in de volgendeparagrafen:

    • 1.

      paragraaf 3.2.1, 3.2.7 of 3.2.9, tenzijdie:

1°. als vergunningplichtig zijn aangewezen op grond van hoofdstuk 3 van dat besluit; of

2°. onderdeel uitmaken van een activiteit die is aangewezen in de afdelingen 3.3 tot en met 3.11 van dat besluit en niet onder b tot en met e is uitgezonderd;

  • 1.

    paragraaf 3.7.1, voor zover die alleen worden verricht ter ondersteuning van verkoop aan particulieren of de opgeslagen afvalstoffen alleen bestaan uit materialen die voor de werkzaamheden zijn meegenomen;

  • 2.

    paragraaf 3.7.8, voor zover die alleen worden verricht ter ondersteuning van verkoop aan particulieren;

  • 3.

    paragraaf 3.8.4, voor zover die alleen bestaan uit het herstellen van ruitschade of het onderhouden of vervangen van banden; en

  • 4.

    paragraaf 3.8.6, voor zover die alleen worden verricht voor vervoer van of naar particulieren.

     

Categorie 2

Bouw- en sloopactiviteiten als bedoeld in het Bbl, voor zover gedeputeerde staten het bevoegd gezag zijn op grond van:

  • 1.

    artikel 4.6, tweede lid, onder a, voor zover het gaat om omgevingsplanactiviteiten van provinciaal belang, bestaande uit milieubelastende-, bouw- of sloopactiviteiten;

  • 2.

    artikel 4.6, tweede lid, onder c; of

  • 3.

    artikel 4.16, eerste lid.

     

Categorie 3

Omgevingsplanactiviteiten, bestaande uit milieubelastende-, bouw- of sloopactiviteiten, voor zover gedeputeerde staten het bevoegd gezag zijn op grond van:

  • a.

    artikel 4.6, tweede lid, onder a, voor zover het gaat om omgevingsplanactiviteiten van provinciaal belang, bestaande uit milieubelastende-, bouw- of sloopactiviteiten;

  • b.

    artikel 4.6, tweede lid onder c; of

    c. artikel 4.16, eerste lid.

     

  •  

Categorie 4

Omgevingsplanactiviteiten van provinciaal belang, bestaande uit milieubelastende-, bouw- of sloopactiviteiten.

 

Categorie 5

Het bedrijfsmatig verwijderen van asbest als bedoeld in bijlage I bij het Bbl en asbesthoudende producten uit bouwwerken, en het bedrijfsmatig opruimen van asbest als bedoeld in bijlage I bij het Bbl en asbesthoudende producten vrijgekomen als gevolg van een incident.

 

Categorie 6

Activiteiten met stoffen, preparaten, producten en toestellen waarover regels zijn gesteld bij of krachtens de Wet milieubeheer, voor zover deze worden verricht in samenhang met een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Bal.

 

Categorie 7

Bedrijfsmatige activiteiten met betrekking tot:

  • 1.

    afvalstoffen;

  • 2.

    vuurwerk als bedoeld in bijlage I bij het Bal en explosieven voor civiel gebruik;

  • 3.

    secundaire grondstoffen; en

  • 4.

    andere milieugevaarlijke stoffen.

     

Categorie 8

Het in stand houden van bouwwerken voor zover daarover regels zijn gesteld in artikel 3.84 van het Bbl.

 


*

3.5.

Hethouden van ketentoezicht op de regelsover activiteiten die zijn aangewezen in categorie 7 (zie aanhangsel).

3.6.

Bestuurlijke sancties ter handhaving van de verboden en regels, bedoeldonder 3.4 en 3.5.

Naar boven