Gemeenteblad van Sint-Michielsgestel
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Sint-Michielsgestel | Gemeenteblad 2026, 169243 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Sint-Michielsgestel | Gemeenteblad 2026, 169243 | beleidsregel |
Beleidsregels buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (BOPA) Sint-Michielsgestel 2025 (1e herziening)
Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet van kracht. Daarmee vervalt de wettelijke basis voor de ‘Beleidsregels planologische kruimelgevallen Gemeente Sint-Michielsgestel (2e herziening)’, vastgesteld op 25 december 2021 (het zogenoemde kruimelgevallenbeleid). Het kruimelgevallenbeleid bepaalde voor welke gevallen planologische medewerking aan een omgevingsvergunningaanvraag kon worden verleend. Kruimelgevallen waren vaste afwijkingen van de bestemmingsplannen, waarvoor het college van burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning kon verlenen.
De gemeente Sint-Michielsgestel wil dit beleid ‘Omgevingswet-proof’ doorzetten.
In het kader van de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn de beleidsregels geactualiseerd en omgevormd tot de ‘Beleidsregels buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (BOPA)’. Deze zijn per 15 januari 2025 vastgesteld. De herziening was mede noodzakelijk vanwege geconstateerde tekstuele en inhoudelijke onvolkomenheden in de eerdere versie, zodat de beleidsregels beter aansluiten bij de systematiek en terminologie van de Omgevingswet.
3. Kruimelgevallen onder de Wabo
Voor 1 januari 2024 golden de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en het Besluit omgevingsrecht (Bor). In de gemeente golden verschillende bestemmingsplannen. Een bestemmingsplan kende regels voor bouw en gebruik van gronden en opstallen.
Voor bepaalde vormen van gebruik en bouw had de wetgever algemene regels opgesteld om op een eenvoudige wijze af te kunnen wijken van een bestemmingsplan. Deze mogelijkheid was opgenomen in artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 2° Wabo. In artikel 4 van Bijlage II van het Bor stonden vervolgens genoemd de gevallen waarin daadwerkelijk kon worden afgeweken van het bestemmingsplan.
Het college had voor bepaalde veel voorkomende afwijkingsmogelijkheden (denk aan het bouwen van een bijgebouw bij een woning) de kruimelgevallenregeling geformuleerd, om deze veel voorkomende aanvragen efficiënt en rechtsgelijk af te kunnen handelen. Inmiddels is de kruimellijst uit het Bor komen te vervallen, omdat onder de Omgevingswet voor alle afwijkingen van het (tijdelijk) omgevingsplan de reguliere procedure de standaard is geworden.
4. De BOPA onder de Omgevingswet
Per 1 januari 2024 zijn de bestaande bestemmingsplannen omgezet naar het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Dit beleidsdocument is bruikbaar totdat het omgevingsplan voldoet aan alle vereisten van de Omgevingswet. Bij de omzetting van de bestemmingplannen naar het volwaardig omgevingsplan worden deze beleidsregels hierin opgenomen.
De gemeente Sint-Michielsgestel kan ook onder de Omgevingswet op verschillende manieren initiatieven die buiten het geldende omgevingsplan vallen faciliteren. Eén van die manieren is het verlenen van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Er zijn twee situaties waarin een initiatief valt onder het begrip BOPA:
In beide situaties is het initiatief in strijd met regels in het omgevingsplan. Het kan alleen ‘buitenplans’ worden vergund met een BOPA-omgevingsvergunning.
4.1 Reikwijdte beleidsregels buitenplanse omgevingsplanactiviteit
Deze beleidsregels – die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving – behoren vanaf inwerkingtreding bij het tijdelijke omgevingsplan. De in de beleidsregels opgenomen gevallen strekken zich uit tot gevallen van geringe planologische betekenis en zijn bouwtechnisch veelal niet van ingrijpende aard. Deze gevallen waren voorheen opgenomen in artikel 4 bijlage II bij het Bor. Dit betekent dat voor omgevingsplanactiviteiten waarvoor een vergunningplicht geldt, maar die niet voldoen aan het omgevingsplan, een omgevingsvergunning kan worden verleend als de activiteit past binnen de in dit beleid genoemde categorieën. Past de aangevraagde activiteit niet binnen de categorieën van gevallen, dan zal dit beleid bij de beoordeling buiten beschouwing blijven.
Een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit kan worden verleend en dat impliceert dat er sprake is van een bevoegdheid en geen plicht. Zowel het besluit tot verlening alsmede tot afwijzing dient te worden gemotiveerd. Dit geldt uitsluitend voor aanvragen via de BOPA.
Burgemeester en wethouders kunnen dan ten aanzien van de uitoefening van die bevoegdheid beleidsregels vaststellen. Dergelijke beleidsregels, opgesteld krachtens artikel 4:81 Awb, bevorderen een consistente en voortvarende afhandeling van de omgevingsvergunningsaanvragen en voor de motivering kan worden verwezen naar de in beleidsregels neergelegde gedragslijn.
In de Omgevingswet is een nadeelcompensatieregeling opgenomen die aansluit op de generieke regeling uit de Awb (afdeling 15.1 Omgevingswet). Indien een initiatiefnemer weigert een nadeelcompensatieovereenkomst te sluiten, of deze niet tijdig tot stand komt, kan dit worden meegenomen als één van de redenen om geen medewerking te verlenen aan de afwijking en kan dit bijdragen aan de beslissing om de omgevingsvergunning te weigeren.
Voor schadeveroorzakende besluiten of handelingen die vallen vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet,l geldt overgangsrecht.
Mantelwoning: een mantelwoning is een tijdelijke aan de hoofdwoning ondergeschikte woning die in een bestaande woning of op het bouwperceel van een bestaande woning wordt gerealiseerd of geplaatst voor de maximale duur van 15 jaar, geschikt voor tijdelijke bewoning door één huishouden. Een mantelwoning is qua afmeting en uiterlijke verschijningsvorm duidelijk ondergeschikt aan de op het bouwperceel aanwezige hoofdwoning. De mantelwoning kan worden gebruikt voor premantelzorg of om in de huisvestingsbehoefte van een naaste te voorzien, bijvoorbeeld in situaties van woningnood of meer-generatiebewoning op één erf.
De bepalingen betreffende de wijze van meten, zoals opgenomen in artikel 2.23 Besluit bouwwerken leefomgeving (hierna: Bbl) zijn op de onderhavige beleidsregels van toepassing.
Artikel 3: Algemene afwegingscriteria
Bij de toepassing van de beleidsregels geldt dat bij iedere aanvraag tot afwijking in elk geval moet worden beoordeeld dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, er niet wordt gehandeld in strijd met de beoordelingsregels uit de artikelen 8.0b en 8.0e van het Bkl en dat in ieder geval voldaan wordt aan de onderstaande criteria, mits van toepassing op het specifieke geval:
Artikel 4, lid 1: Specifieke beleidsregels met betrekking tot dit artikel binnen de bebouwde kom:
Voor de uitbreiding van de hoofdmassa van een woning en aan- en uitbouwen en bijbehorende bouwwerken aan de achterzijde, uitgezonderd voor hoekpercelen, geldt dat:
de gezamenlijke oppervlakte van de aan- en uitbouwen en de bijbehorende bouwwerken bij een hoofdgebouw mag, voor zover deze worden gebouwd buiten het bouwvlak:
op bouwpercelen gelijk aan of groter dan 300 m2 niet meer bedragen dan 65 m² , vermeerder met 10% van het aantal vierkante meters dat het bouwperceel groter is dan 300 m2, met dien verstande dat de totale bebouwde oppervlakte van de aan- en uitbouwen en de bijbehorende bouwwerken zowel binnen als buiten het bouwvlak niet meer dan 250 m² mag bedragen;
Voor de uitbreiding van de hoofdmassa van een woning en aan- en uitbouwen en bijbehorende bouwwerken gelegen op een hoekperceel is bebouwing toegestaan onder de navolgende voorwaarden:
de gezamenlijke oppervlakte van de aan- en uitbouwen en de bijbehorende bouwwerken bij een hoofdgebouw mag, voor zover deze worden gebouwd buiten het bouwvlak:
op bouwpercelen gelijk aan of groter dan 300 m² niet meer bedragen dan 65 m², vermeerderd met 10% van het aantal vierkante meters dat het bouwperceel groter is dan 300 m², met dien verstande dat de totale bebouwde oppervlakte aan aan- en uitbouwen en bijbehorende bouwwerken zowel binnen als buiten het bouwvlak niet meer dan 250 m² mag bedragen;
Overige gevallen voor de uitbreiding van de hoofdmassa van een woning geldt het volgende:
Indien een bouwplan voor de uitbreiding van de hoofdmassa van een woning niet valt in de genoemde categorie van sub a tot en met c van artikel 4, eerste lid van de Beleidsregels, dan wordt per geval bekeken of aan deze mogelijkheid toepassing wordt gegeven. Burgemeester en wethouders kunnen in het kader van goede ruimtelijke kwaliteit nadere eisen stellen.
Voor uitbreidingen van overige gebouwen, niet zijnde woningen geldt het volgende:
Indien een dergelijk geval zich voordoet zullen burgemeester en wethouders per geval bekijken of aan deze mogelijkheid toepassing wordt gegeven. Burgemeester en wethouders kunnen in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties nadere eisen stellen.
Artikel 4, lid 2: Specifieke beleidsregels met betrekking tot dit artikel buiten de bebouwde kom:
Het realiseren van een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan wordt buiten de bebouwde kom toegestaan, mits:
Artikel 5: Gebouw ten behoeve van infrastructurele of openbare voorzieningen
Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het (tijdelijk) omgevingsplan voor een gebouw ten behoeve van een infrastructurele of openbare voorziening als bedoeld in artikel 2.29 onder p Bbl dat niet voldoet aan de in dat subonderdeel genoemde eisen, mits wordt voldaan aan de volgende eisen:
Artikel 6, lid 1: Voor erfafscheidingen geldt het volgende:
In het (tijdelijk) Omgevingsplan zijn reeds aanzienlijke mogelijkheden opgenomen om vergunningvrij een erfafscheiding te realiseren. Hierbij wordt aangesloten.
Artikel 6, lid 3: Zonnepaneleninstallatie:
Een zonnepaneleninstallatie is zowel binnen als buiten de bebouwde kom toegestaan, mits aan de onderstaande voorwaarden wordt voldaan:
de zonnepaneleninstallatie dient binnen het bouwvlak te worden gerealiseerd. Als dit niet mogelijk is, moet worden gemotiveerd dat er binnen het bouwvlak geen mogelijkheid is om de zonnepaneleninstallatie te realiseren. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden:
de aanvrager dient de reden te motiveren waarom de zonnepaneleninstallatie niet binnen het bouwvlak gesitueerd kan worden. Middels berekeningen dan wel een rapportage dient aangetoond te worden dat de verwachte opbrengst van zonnepanelen binnen het bouwvlak minder dan 60% van de optimale opbrengst bedraagt.
Artikel 6, lid 4: Vlaggenmasten:
Er mogen maximaal 4 vlaggenmasten per perceel aanwezig zijn. De vlaggenmasten mogen maximaal 6 m hoog zijn. Verder moeten de vlaggenmasten een doel ter plaatse hebben. Dit is bijvoorbeeld in het geval er reclame wordt gemaakt voor een bedrijf dat op het perceel gevestigd is.
Artikel 6, lid 6: Voor overige bouwwerken geldt het navolgende:
Per geval wordt bekeken of aan overige bouwwerken toepassing wordt gegeven, mits voldaan wordt aan de volgende eisen:
Artikel 7: Dakkapellen en dakopbouwen
Burgemeester en wethouders kunnen omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het (tijdelijk) omgevingsplan ten behoeve van een dakkapel, dakopbouw of gelijksoortige uitbreiding van een gebouw dan wel de uitbreiding van een bouwwerk met een bouwdeel van ondergeschikte aard.
In het Bbl en het (tijdelijk) omgevingsplan staan de voorwaarden opgenomen om vergunningvrij een dakkapel te realiseren. Omdat verwacht wordt dat deze afwijking slechts zeer sporadisch nodig zal zijn, dient per geval een afweging gemaakt te worden of het noodzakelijk is om toepassing te geven aan deze mogelijkheid.
Artikel 8: Antenne-installaties
Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het (tijdelijk) omgevingsplan ten behoeve van een antenne-installatie, mits deze niet hoger is dan 40 m en voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:
Artikel 9: Wijzig gebruik van bouwwerken
Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het (tijdelijk) omgevingsplan ten behoeve van het gebruiken van bouwwerken, eventueel in samenhang met bouwactiviteiten die de bebouwde oppervlakte of het bouwvolume niet vergroten, en van bij die bouwwerken aansluitend terrein, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, het uitsluitend betreft een logiesfunctie voor werknemers.
Artikel 9, lid 1: Wijzigen voor beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten:
Voor de uitoefening van een beroeps- en bedrijfsmatige activiteit in een woning en/of bij deze woning behorende gebouwen in de bebouwde kom, onder de voorwaarde dat:
de woonfunctie dient in overwegende mate behouden en herkenbaar te blijven, waarbij het vloeroppervlak in gebruik voor de beroepsmatige activiteiten ten hoogste 30% van het binnenwerks vloeroppervlak van het hoofdgebouw en de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken mag bedragen, tot een maximum van:
Artikel 9, lid 2: Bed & Breakfast:
Een bed & breakfast in een hoofdgebouw dan wel bijbehorende bouwwerken binnen de bebouwde kom kan worden toegestaan, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
indien er reeds een aan huis gebonden beroep of een aan huis gebonden bedrijf op het perceel gevestigd is, dan mag de gezamenlijke oppervlakte van het aan huis gebonden beroep of het aan huis gebonden bedrijf inclusief de bed & breakfast in totaal niet meer bedragen dan 30% van het binnenwerks vloeroppervlak van het hoofdgebouw.
Artikel 9, lid 3: Woningvermeerdering:
Woningvermeerdering binnen de bebouwde kom kan worden toegestaan, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
Artikel 9, lid 4: Mantelwoning
Artikel 9, lid 5: Overige gevallen:
Voor alle overige gevallen wordt per geval bekeken of aan deze mogelijkheid toepassing wordt gegeven. Nieuw te vestigen detailhandel is in elk geval niet toegestaan.
Artikel 10, lid 1: Tijdelijke (tweede) woning
Bij een tijdelijke (tweede) woning wordt bekeken of aan toepassing wordt gegeven. Indien medewerking wordt verleend, dient de aanvrager duidelijk te motiveren hoelang de tijdelijkheid gaat duren. Dit om te voorkomen dat standaard een tijdelijk ander gebruik ontstaat voor de duur van vijftien jaar. Met dien verstande dat het college alleen medewerking verleend aan het toestaan van het creëren van een tijdelijke (tweede) woning, indien sprake is van:
Artikel 10, lid 2: Overige gevallen
Bij overige gevallen wordt per geval bekeken of afwijking mogelijk. Indien medewerking wordt verleend, dient de aanvrager duidelijk te motiveren hoelang de tijdelijkheid gaat duren. Dit om te voorkomen dat standaard een tijdelijk ander gebruik ontstaat voor de duur van vijftien jaar.
Hoofdstuk 3: Bijzondere bepalingen
In aanvulling op de mogelijkheid om op grond van artikel 4:84 van de Awb in individuele gevallen af te wijken van deze beleidsregels kan in ieder geval worden afgeweken van deze beleidsregels voor één van de hieronder genoemde gevallen:
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-169243.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.