Gemeenteblad van Edam-Volendam
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Edam-Volendam | Gemeenteblad 2026, 169064 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Edam-Volendam | Gemeenteblad 2026, 169064 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Subsidieregeling van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Edam-Volendam regelende het verlenen van subsidie aan dorps- en wijkraden voor het bijdragen aan inwonersparticipatie (Subsidieregeling dorps- en wijkraden Edam-Volendam)
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Edam-Volendam,
gelet op titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) alsmede gelet op artikel 2 en artikel 3, eerste lid van de Algemene subsidieverordening Edam-Volendam alsmede gelet op het raadsbesluit van 27 februari 2025 waarbij de gemeenteraad heeft besloten: “Maak een laagdrempelig loket voor inwonersinitiatieven en zet het budget daarvoor in via dorps- en wijkraden waar die er zijn”;
dat artikel 4:23, eerste lid van de Awb vereist dat voor het verstrekken van subsidie een wettelijk voorschrift is vastgesteld dat regelt voor welke activiteiten subsidie kan worden verstrekt;
dat dorps- en wijkraden een verbindende schakelfunctie vervullen tussen de gemeente en de inwoners van de kernen;
vast te stellen de Subsidieregeling dorps- en wijkraden Edam-Volendam.
In deze regeling wordt verstaan onder:
Dorpsraad/wijkraad: een door het college erkende rechtspersoon die met een georganiseerd team van vrijwilligers op structurele wijze een verbindende schakelfunctie vervult tussen de gemeente en de inwoners van de desbetreffende kern, zulks in samenwerking en wisselwerking met die inwoners en de gemeente;
Leefbaarheid: de mate waarin inwoners een kern aantrekkelijk en geschikt achten om te wonen, werken en leven, door een combinatie van fysieke aspecten (schoon, veilig, groen), sociale aspecten (ontmoeting, sociale binding, veiligheid), en de aansluiting bij de wensen en behoeften van de inwoners, zoals toegang tot voorzieningen, rust, of juist levendigheid;
Sociale samenhang: de mate van onderlinge verbondenheid en het gemeenschaps-gevoel dat inwoners ervaren binnen een wijk of dorp. Dit uit zich in het onderlinge vertrouwen, de bereidheid tot onderlinge hulp, actieve communicatie, en gezamenlijke inspanningen om de leefbaarheid en het saamhorigheidsgevoel te bevorderen, zodat inwoners zich thuis voelen en verbonden zijn met hun directe leefomgeving en mede-inwoners;
Verbindende schakelfunctie: het verbinden van de inwoners van de kern onderling enerzijds, en het college en de inwoners van de kern anderzijds, door het stimuleren en faciliteren van initiatieven van inwoners, van samenwerking tussen de inwoners onderling en tussen inwoners en het college, het signaleren en doorgeven van ontwikkelingen, behoeften en kansen aan het college en de gemeenteraad en het gevraagd en ongevraagd adviseren van het college en de gemeenteraad.
Voor subsidie op grond van deze regeling komen in aanmerking de door het college erkende dorps- en wijkraden.
Artikel 4 Verzoek tot erkenning van dorps- en wijkraden
inwoners van een kern die met een georganiseerd team van vrijwilligers op structurele wijze een verbindende schakelfunctie beogen te vervullen tussen de gemeente en de inwoners van de desbetreffende kern en daartoe een rechtspersoon willen oprichten of hebben opgericht kunnen bij het college een aanvraag indienen voor erkenning als dorps- of wijkraad.
Subsidie wordt geweigerd indien de dorps- of wijkraad een eigen vermogen heeft gelijk aan of groter dan tweemaal het aangevraagde subsidiebedrag,
Artikel 11 Intrekking oude regeling
De Subsidieregeling dorps- en wijkraden Edam-Volendam wordt ingetrokken.
Aldus besloten door de gemeenteraad van
Edam-Volendam in zijn openbare vergadering
d.d. xx maart 2026,
De secretaris, De voorzitter,
C.Rijnberg R.J. Beukers
Inwoners die zich vanuit betrokkenheid inzetten voor hun gemeenschap zijn buitengewoon waardevol. Dat geldt ook voor het meedenken bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid, projecten, uitvoering en evaluaties. Dit komt tot uiting in beleidsnota’s en in de Algemene subsidieverordening Edam-Volendam. Een van de vormen waarin inwoners dat doen, zijn de dorps- en wijkraden.
In onze gemeente zijn op dit moment zeven erkende dorpsraden actief: Beets, Kwadijk, Hobrede, Middelie, Oosthuizen, Schardam en Warder. In 2024 hebben zowel Wijkraad Breed Edam als Wijkraad Oude Kom Volendam besloten zich op te heffen. In beide gevallen wegens een tekort aan vrijwilligers.
Op 27 februari 2025 heeft de raad het Beleidsvoorstel Inwonersparticipatie vastgesteld. In dit document is de prominente rol van de dorps- en wijkraden opnieuw bevestigd. Bij het voorbereiden daarvan hebben de dorps- en wijkraden uitgebreid input geleverd, onder andere voor verbetering van deze subsidieregeling.
Een tweede reden voor het aanpassen van deze subsidieregeling is gelegen in de beoogde samenhang met de subsidieregeling inwonersinitiatieven.
De samenhang met de subsidieregeling inwonersinitiatieven
Deze regeling is bedoeld om zowel de reguliere activiteiten van dorps en wijkraden mogelijk te maken als activiteiten die de leefbaarheid en sociale samenhang versterken die onder de verantwoordelijkheid van de dorps- of wijkraad worden georganiseerd.
Een dorps- of wijkraad kan een initiatief van een inwoner omarmen en die activiteit samen met de inwoner onder verantwoordelijkheid van de dorps- of wijkraad uitvoeren. De dorps- of wijkraad kan de activiteit dan uit zijn eigen budget bekostigen. De inwoner hoeft dan niet zelf subsidie aan te vragen en af te rekenen voor het initiatief. Het bevordert bovendien de onderlinge samenwerking tussen de inwoners van de kern.
De subsidie voor de dorps- of wijkraad mag niet worden doorgesluisd aan inwoners voor initiatieven die los van de dorps- of wijkraad worden georganiseerd. Voor dergelijke initiatieven staat de subsidieregeling inwonersinitiatieven open. De raad heeft in het raadsbesluit van 27 februari 2025 expliciet besloten dat er een loket voor aanvragen om subsidie voor inwonersinitiatieven moet zijn als die activiteit niet samen met een dorps- of wijkraad georganiseerd wordt of kan worden.
In het intitulé wordt o.a. verwezen naar bepalingen van de Algemene subsidieverordening Edam-Volendam en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De aangehaalde bepalingen gaan over de vraag wat verstaan kan worden onder subsidie, voor welke beleidsterreinen subsidie verstrekt kan worden zonder afzonderlijke verordening, en de bevoegdheid voor het college om voor een beleidsterrein een subsidieregeling vast te stellen. De subsidieregeling voor dorps- en wijkraden wordt expliciet genoemd in de Algemene subsidieverordening.
Het raadsbesluit d.d. 27 februari 2025 is van belang omdat de raad daarin expliciet de wens kenbaar heeft gemaakt voor het bekostigen van inwonersinitiatieven via de dorps- en wijkraden.
Dit artikel bevat de begripsbepalingen.
Met de begrippen ‘dorpsraad’ en ‘wijkraad’ wordt in principe hetzelfde bedoeld. Alleen de aard is anders. Een wijk is een deel van een stedelijke kern die een logisch geheel vormt, begrensd door uitvalswegen, water of groen. Van oudsher kennen de kleine kernen een dorpsraad. Het gaat om de kernen Beets, Hobrede, Kwadijk, Middelie, Oosthuizen en Warder. Sinds 2001 heeft ook Schardam een dorpsraad.
In de definitie van dorps- en wijkraden staat dat zij een ‘verbindende schakelfunctie’ vervullen. In bijlage 1 bij het Beleidsvoorstel Inwonersparticipatie is deze verbindende schakelfunctie nader toegelicht:
“De dorps- en wijkraden zijn een verbindende schakel tussen de inwoners onderling, en tussen de gemeente en de inwoners. Zij spelen een belangrijke rol bij het stimuleren en faciliteren van initiatieven van inwoners en van samenwerking onderling en met de gemeente.
De relatie tussen de gemeente en de dorps- en wijkraden kenmerkt zich door tweerichtingsverkeer. Dat wil zeggen: van beide kanten gericht op samenwerking, in vertrouwen en met respect voor elkaar. Beide partijen signaleren ontwikkelingen, behoeften en kansen en geven die aan elkaar door. Dorps- en wijkraden adviseren de gemeente gevraagd en ongevraagd.
Bij onderwerpen die gevoelig liggen in de samenleving of waar individuele belangen van inwoners een rol spelen, zal de dorps- of wijkraad eerder een overlegplatform zijn en meedenken over de vorm van de participatie dan zich als vertegenwoordiger namens alle inwoners opstellen. Bij andere onderwerpen vertolkt de dorps- of wijkraad zo goed mogelijk het algemene belang van de inwoners.
De dorps- en wijkraden zijn geen volksvertegenwoordiging, of controlerend orgaan. Die rollen zijn voorbehouden aan de gemeenteraad.”
Verder is gekozen voor een relatief uitbreide definitie voor de begrippen leefbaarheid en sociale samenhang. Die definities geven aan wat voor typen activiteiten in aanmerking kunnen komen voor subsidie, namelijk:
Activiteiten die de fysieke leefomgeving schoner, veiliger en/of groener maken. Overigens geldt bij activiteiten van dit type dat afstemming met de gemeente vooraf altijd noodzakelijk is. De gemeente houdt veel taken op het gebied van het onderhoud van de openbare ruimte en veiligheid namelijk aan zichzelf voor. Die activiteiten komen dan niet in aanmerking voor subsidie.
In de toelichting op artikel 2, hieronder, geven we hiervan enkele concrete voorbeelden.
Artikel 2 Subsidiabele activiteiten
Een dorps- of wijkraad vervult een verbindende schakelfunctie tussen gemeente en de inwoners van de kern (het dorp of de wijk). Het gaat daarbij om de inwoners van de kern als geheel. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling dat de dorps- of wijkraad individuele belangen behartigt of de belangen van een deel van de kern indien (groepen) inwoners van de kern tegengestelde belangen hebben.
De subsidie is ten eerste bedoeld om de kosten te dekken van de activiteiten die nodig zijn om deze verbindende schakelfunctie te vervullen. Bijvoorbeeld (deze lijst is niet limitatief):
De activiteiten genoemd in artikel 2 lid 2 onder a en b, te weten het vervullen van een verbindende schakelfunctie tussen de inwoners van de kern en de gemeente en het gevraagd en ongevraagd leveren van inbreng inzake gemeentelijk beleid en projecten vanuit het algemeen belang van de inwoners van de kern samen noemen we in deze toelichting verder de ‘kernactiviteiten’ van een dorps- of wijkraad.
Ten tweede, nieuw in deze subsidieregeling, is de subsidie ook bedoeld voor activiteiten die bijdragen aan de leefbaarheid en sociale cohesie in de kern. Daarmee geeft de subsidieregeling invulling aan de wens van de gemeenteraad om een deel van het budget voor inwonersinitiatieven in te zetten via de dorps- en wijkraden. Dit kunnen activiteiten zijn die de dorps- of wijkraad zelf initieert, en initiatieven van inwoners in samenwerking met en onder de verantwoordelijkheid van de dorps- of wijkraad. Aangezien subsidie niet mag worden doorgesluisd, beheert de dorps- of wijkraad in dergelijke gevallen het budget en betaalt het de rekeningen.
In de toelichting op artikel 1 hebben we reeds aangegeven welke typen activiteiten in aanmerkingen kunnen komen voor subsidie. Hieronder geven we per type activiteit enkele concrete voorbeelden van activiteiten die per definitie binnen het beoordelingskader passen.
Voorbeelden van activiteiten die leiden tot meer ontmoeting, sociale binding en/of sociale veiligheid zijn activiteiten waarbij alle inwoners van het dorp of de buurt welkom zijn, zoals een buurtborrel of buurtfeest. Nota bene: maaltijden kunnen niet uit de subsidie betaald worden. Koffie, thee, fris en borrelhapjes bijvoorbeeld wel.
Voorbeelden van activiteiten die aansluiten bij de wensen en behoeften van de inwoners zijn informatieve bijeenkomsten over onderwerpen die alle inwoners betreffen, zoals duurzaamheid of verkeersveiligheid. De behoefte van de inwoners kan blijken uit een enquête of een breed gedragen voorstel op een jaarvergadering.
Een voorbeeld van activiteiten die leiden tot meer onderlinge verbondenheid en onderling vertrouwen is het organiseren van eenmalige sociale activiteiten waarbij specifieke groepen die anders niet makkelijk mengen met elkaar in contact komen, zoals de ‘inboergeringscursussen’ van Hobrede. Die brengen nieuwe niet-agrarische dorpsbewoners in contact met hun agrarische dorpsgenoten.
Een voorbeeld van activiteiten die leiden tot meer gemeenschapsgevoel is het verwelkomen van nieuwe inwoners van de kern met als doel om de aansluiting bij bestaande inwoners en de gemeenschap te vergemakkelijken.
Een voorbeeld van activiteiten die leiden tot meer bereidheid tot onderlinge hulp is het organiseren van een training over het gebruik van een AED voor inwoners van de kern (mits die training niet door de zorgverzekeaar vergoed wordt). De aanwezigheid van meerdere inwoners die weten hoe zij een AED moeten gebruiken, verhoogt de veiligheid en het gevoel van veiligheid, en daarmee ook de leefbaarheid.
Voorbeelden van activiteiten die leiden tot gezamenlijke inspanningen om de leefbaarheid en het saamhorigheidsgevoel te bevorderen zijn het samen onderhouden van het dorpshuis, of een hanghok voor de dorpsjeugd, waarbij de aanvraag bedoeld is voor de materialen en de dorpsbewoners samen de werkzaamheden verrichten. De hele gemeenschap heeft profijt van het dorpshuis of het hanghok. En samen klussen verbindt: je hebt samen iets moois tot stand gebracht. Dat versterkt de onderlinge relaties duurzaam.
Vanwege de samenhang met de subsidieregeling inwonersinitiatieven sluit de tekst van artikel 2 lid 2 onder c aan bij artikel 6 lid 1 uit subsidieregeling inwonersinitiatieven en artikel 2 lid 3 bij artikel 6 lid 2 sub b en d en bij artikel 7 lid 2.
Het derde lid geeft aan welke activiteiten niet in aanmerkingen komen voor subsidie. Dat zijn:
Activiteiten die de gemeente aan zichzelf heeft voorbehouden, zoals het afsteken van vuurwerk (vanwege de veiligheid) en het onderhoud van sport- en speelvoorzieningen in de openbare ruimte. De gemeente is verantwoordelijk voor de veiligheid van dergelijke voorzieningen. Bij initiatieven op het gebied van het heel en veilig houden van de openbare ruimte is sowieso altijd vooraf overleg met de gemeente nodig.
Initiatieven die al op andere wijze door de gemeente worden bekostigd. Hierbij gaat het zowel om het feit dat voor sommige activiteiten al een andere, meer specifieke subsidieregeling open staat als om het algemeen geldende principe dat subsidie niet ‘gestapeld’ mag worden: voor een en dezelfde activiteit mag maar één aanvraag worden gedaan. Het is bijvoorbeeld niet toegestaan dat een inwoner voor een activiteit subsidie heeft gekregen uit de subsidieregeling Inwonersinitiatieven en die activiteit vervolgens ook deels betaald wordt door een dorps- of wijkraad.
Activiteiten die niet onder verantwoordelijkheid van de dorps- of wijkraad worden georganiseerd. Als een inwoner met een initiatief naar de dorps- of wijkraad komt, en de dorps- of wijkraad wil de activiteit (deels) bekostigen uit de subsidie, dan moet de activiteit mede door de dorps- of wijkraad wordt georganiseerd en betaalt de dorps- of wijkraad de facturen. Het ‘doorsluizen’ van de subsidie naar de initiatiefnemer is dus niet toegestaan.
Het verstrekken van maaltijden. Dat betreft het uitgangspunt dat de subsidie niet bedoeld is om te voorzien in de kosten van levensonderhoud. Mensen dienen maaltijden zelf te bekostigen. Als je een activiteit organiseert waarbij mensen samen eten, bijvoorbeeld een iftar of een barbecue, kun je afspreken dat deelnemers een bijdrage betalen, of dat iedereen zelf een gerecht meeneemt (pot luck).
Dit artikel bepaalt dat alleen erkende dorps- en wijkraden in aanmerking komen voor subsidie. Het principe van erkenning maakt dat de subsidieaanvragen van dorps- en wijkraden niet inhoudelijk beoordeeld hoeven te worden. Als de erkenning is verleend, is de subsidietoekenning in feite een automatisme. Hierop zijn twee uitzonderingen:
Als de dorps- of wijkraad de subsidie niet nodig heeft omdat deze over voldoende eigen middelen beschikt. Om die reden bevat het aanvraagformulier een vraag over de hoogte van het vrij besteedbare vermogen. Als dat gelijk is aan of meer is dan tweemaal het subsidiebedrag, dan beschikt de dorps- of wijkraad over voldoende eigen middelen en wordt de aanvraag afgewezen. Dorps- en wijkraden kunnen het college verzoeken om een deel van het eigen vermogen te mogen reserveren voor een bepaald doel.
Als na het indienen van de aanvraag duidelijk wordt dat de dorps- of wijkraad de activiteiten niet zal kunnen uitvoeren. Bijvoorbeeld als er te weinig bestuursleden / vrijwilligers zijn. Alvorens deze weigeringsgrond toe te passen dient het college de dorps- of wijkraad te horen over de vraag hoe het denkt de activiteiten alsnog uit te kunnen voeren.
Artikel 4 Verzoek tot erkenning van dorps- en wijkraden
Dit artikel beschrijft hoe een georganiseerde groep inwoners een verzoek kan indienen om te worden erkend als dorps- of wijkraad.
In lid 2 sub a staat dat de aanvrager de grenzen van de wijk moet benoemen. Doel hiervan is enerzijds het voorkomen van misverstanden over welke staten en inwoners wel en niet deel uitmaken van de wijk. Het dient ook om te kunnen bepalen hoeveel inwoners de wijk telt, en of de wijk een logisch geheel is. Mensen ervaren hun buurt of wijk als een gebied dat tussen uitvalswegen en natuurlijke barrières ligt. Alles wat ‘aan de overkant’ ligt van een uitvalsweg of een obstakel, ervaart men doorgaans niet als ‘hun’ buurt. Om de inwoners te kunnen verbinden, is het wenselijk dat zij de gekozen wijk of buurt ook als zodanig ervaren.
De wijk moet niet te klein zijn, bijvoorbeeld een enkel blok of een straat. En niet te groot: de kans dat de dorps- of wijkraad de behoeften, noden en meningen van de inwoners goed kan peilen, hangt samen met de hoeveelheid inwoners die het betreft. En met de vraag hoe goed de leden van de dorps- of wijkraad hun kern kennen. Daarom zal een wijkraad in principe één wijk betreffen. Het is niet wenselijk dat inwoners uit een wijk voor de inwoners van een andere wijk spreken.
Als er een initiatief is voor een wijkraad binnen het gebied van een bestaande wijkraad, dus een deel van een wijk, dan kan dat alleen als daar draagvlak voor is onder de inwoners van de wijk en de bestaande wijkraad ermee instemt dat het gebied dat zij bestrijken kleiner wordt.
Een dorps- of wijkraad heeft draagvlak nodig. Om de behoeften, noden en meningen van de inwoners te kunnen peilen, vertolken en adresseren, is het nodig die goed te kennen. Van een dorps- of wijkraad wordt verwacht dat zij in contact staan met de inwoners. Een peiling van het draagvlak voor het oprichten van een dorps- of wijkraad is daarvoor een eerste proeve. De peiling kan een eerste aanzet geven om de inwoners onderling meer te verbinden. Het is tevens een manier om het tegendeel te voorkomen: het is niet wenselijk dat er onbedoeld ‘kampen’ ontstaan in een kern, waarbij een dorps- of wijkraad maar een deel van de inwoners vertegenwoordigt.
De aanvraag dient de namen te noemen van de beoogde bestuursleden. Zo kan het college checken dat zij niet tegelijkertijd een politieke, bestuurlijke of ambtelijke rol vervullen binnen de gemeente. De dorps- en wijkraden zijn niet bedoeld als politiek of bestuurlijk orgaan. Politiek bedrijven binnen een dorps- of wijkraad is ook niet wenselijk: het maakt het lastiger om alle inwoners, met hun verschillende politieke kleuren en voorkeuren, te verbinden.
Artikel 5 Besluit op verzoek erkenning als dorps- of wijkraad
Dit artikel noemt de criteria waarmee het college beoordeelt of een dorps- of wijkraad kan worden erkend.
Bij de vraag of een dorps- of wijkraad voldoende draagvlak heeft, speelt vooral mee of er inwoners zijn die bezwaren hebben tegen het initiatief, en wat daarvoor hun redenen zijn. Als daaruit blijkt dat de dorps- of wijkraad de inwoners niet zal kunnen verbinden, dan kan dat reden zijn om de dorps- of wijkraad (nog) niet te erkennen.
Bij het beoordelen van de statuten kijkt het college of het daar in opgenomen doel blijkt geeft van de wens om de verbindende schakelfunctie te vervullen tussen de inwoners van de kern en de gemeente. Als het doel bijvoorbeeld is om een specifiek doel te behartigen of een specifieke groep inwoners te vertegenwoordigen, is dat daarmee in strijd. Verder kijkt het college of de statuten blijk geven van de wens en noodzaak om de achterban te blijven betrekken en verantwoording aan de achterban af te leggen.
Indien de statuten nog andere doelen noemen dan het vervullen van de verbindende schakelfunctie tussen de inwoners van de kern en de gemeente, dan oordeelt het college of die doelen daarmee in strijd zijn. Een voorbeeld van een niet-strijdig doel kan zijn: ‘het exploiteren van een dorpshuis’.
Erkenning houdt niet in dat het college instemt met of adhesie betuigt aan deze andere doelen.
De toets op de statuten is geen oordeel over de kwaliteit van de statuten, of de juridische houdbaarheid ervan.
Een besluit tot het verlenen of intrekken van erkenning is een besluit volgens de Awb en staat open voor bezwaar en beroep.
Artikel 6 Intrekken erkenning als dorps- of wijkraad
De in artikel 5 genoemde toelichting bevat indicatoren voor de erkenning van een dorps- of wijkraad. Indien aan één of meer van de daar genoemde indicatoren niet meer wordt voldaan, kan het college de erkenning intrekken. De dorps- of wijkraad kan ook zelf verzoeken om de erkenning in te trekken.
Aan een dergelijk besluit dient een zorgvuldige procedure vooraf te gaan. De Awb voorziet daarin. Daarom is die procedure niet in de subsidieregeling opgenomen.
Artikel 5 lid 2 sub e bevat de woorden: ‘en zijn handelen’. Indien het college meent dat de dorps- of wijkraad niet volgens de in dat artikel genoemde bepalingen in de statuten handelt, kan dat leiden tot een voornemen om de erkenning in te trekken. Het college moet de dorps- of wijkraad horen over een dergelijk voornemen, voor het een besluit kan nemen om de erkenning in te trekken. Hiermee heeft de dorps- of wijkraad gelegenheid om het door het college geconstateerde mogelijke gebrek te weerleggen of te verhelpen.
De subsidie wordt per kalenderjaar verstrekt. In het gezamenlijk dorps- en wijkradenoverleg (GDO) is gevraagd of de subsidie voor meerdere jaren verstrekt kan worden, aangezien de toekenning een automatisme is. Dat scheelt administratieve handelingen.
Het subsidiebeleid van de gemeente bevat geen mogelijkheid om subsidie te verlenen voor meerdere jaren. Een dergelijk besluit zou het budgetrecht van de gemeenteraad beperken. De gemeenteraad kan dan, bij het vaststellen van de begroting voor een jaar waarvoor reeds subsidie is verleend, niet meer besluiten dat zij die middelen op andere wijze wenst in te zetten.
Vraag je alleen subsidie voor de kernactiviteiten, of ook voor leefbaarheid en sociale samenhang?
Een dorps- of wijkraad kan ervoor kiezen:
Als de dorps- of wijkraad kiest voor optie a:
Wordt de subsidie vastgesteld op het moment van verlenen. De dorps- of wijkraad levert wel een activiteitenverslag in, maar dat heeft niet de status van een afrekening. Er wordt alleen subsidie teruggevorderd als de dorps- of wijkraad in het jaar waarvoor de subsidie is aangevraagd helemaal geen activiteiten heeft uitgevoerd.
Als de dorps- of wijkraad kiest voor optie b:
Het aanvraagformulier: welke informatie moet je aanleveren?
In het GDO is gevraagd om het aanvraagformulier te vereenvoudigen. Het formulier vraagt nu om gegevens en documenten de niet nodig zijn voor het beoordelen van de aanvraag. Dat is inderdaad niet de bedoeling. Het formulier zal na het vaststellen van deze verordening worden vereenvoudigd. Voor het beoordelen van een aanvraag heeft het college de volgende informatie nodig:
In veel stichtingsstatuten zijn bestuursleden gezamenlijk bevoegd om de stichting te vertegenwoordigen. De aanvraag wordt vaak door een enkele persoon ingediend. Het bestuur moet die persoon in dat geval machtigen om namens het bestuur (deze) subsidie aan te mogen vragen.
De contactgegevens dienen om nadere informatie op te kunnen vragen.
De omvang van het vrij besteedbare vermogen is relevant om te zien of de dorps- of wijkraad de subsidie daadwerkelijk nodig heeft. Als de dorps- of wijkraad tweemaal het subsidiebedrag aan vrij besteedbare vermogen heeft, of meer, dan wordt dorps- of wijkraad geacht de kosten voor het komende kalenderjaar zelf te kunnen dragen.
De grens is gelegd op tweemaal het subsidiebedrag zodat de dorps- of wijkraad aan het eind van het jaar waarin het geen subsidie heeft gekregen, nog een weerstandsvermogen zal hebben van ongeveer een jaarsubsidie.
De aanvraag moet zijn ingediend voor 1 juni van het daaraan voorgaande jaar. In het GDO is gevraagd of dat later kan: de meeste dorps- en wijkraden weten op dat moment nog niet welke activiteiten zij het komende jaar zullen uitvoeren.
De datum is zo gekozen dat het college op basis van de aanvragen kan inschatten welk bedrag zij moet opnemen in de concept begroting voor het komende jaar. Vanwege het zomerreces begint de voorbereiding van de begroting van het komende jaar doorgaans in juni.
Het probleem dat de dorps- en wijkraden op dat moment nog niet precies weten welke activiteiten zij het komende jaar zullen uitvoeren, ondervangen we op een andere manier. We vragen niet langer dat de dorps- of wijkraad in het aanvraagformulier omschrijft welke activiteiten hij wil uitvoeren. Voor de activiteiten zoals genoemd in artikel 2 lid 2 sub a en b veronderstellen we dat als bekend:
Voor de activiteiten zoals genoemd in artikel 2 lid 2 sub c (activiteiten die bijdrage aan de leefbaarheid in de kern) vragen we een verantwoording achteraf in plaats van vooraf. De raad wil initiatieven van inwoners immers zo laagdrempelig mogelijk faciliteren. Het is wenselijk dat initiatieven niet al ver van tevoren aangekondigd moeten worden. Door te vragen om een verantwoording achteraf, kan het college de doelmatigheid van de subsidie alsnog bepalen, en indien nodig bijsturen.
In sommige gevallen kan een dorps- of wijkraad geen subsidie aanvragen voor het moment waarop de indieningstermijn is verstreken. Dit is bijvoorbeeld het geval als de dorps- of wijkraad nog geen rechtspersoonlijkheid heeft, of als de dorps- of wijkraad slapend is. Het is wenselijk dat een nieuwe dorps- of wijkraad, of een dorps- of wijkraad die weer actief wordt, wel subsidie kan aanvragen om daarmee de activiteiten uit te voeren. In die gevallen kan het college de dorps- of wijkraad toestaan om alsnog een aanvraag in te dienen, ondanks het feit dat de indieningstermijn is verstreken.
Geen subsidie wordt toegekend als de dorps- of wijkraad de subsidie niet nodig heeft omdat deze over voldoende eigen middelen beschikt. Om die reden bevat het aanvraagformulier een vraag over de hoogte van het vrij besteedbare vermogen. Als dat gelijk is aan of meer is dan tweemaal het subsidiebedrag, dan beschikt de dorps- of wijkraad of voldoende eigen middelen en wordt de aanvraag afgewezen. Dorps- en wijkraden kunnen het college verzoeken om een deel van het eigen vermogen te mogen reserveren voor een bepaald doel.
Artikel 9 Hoogte van de subsidie
Op verzoek van de dorps- en wijkraden blijft het mogelijk om alleen subsidie aan te vragen voor de kernactiviteiten, zoals dit ook mogelijk was onder de oude regeling. Dorps- en wijkraden die daarvoor kiezen ontvangen een subsidie van € 1.250,- (prijspeil 2026).
Voor dorps- en wijkraden die daarnaast ook activiteiten willen ontplooien die de leefbaarheid en de sociale samenhang vergroten, ontvangen een subsidie van € 3.500,- (prijspeil 2026).
Voor het bepalen van het bedrag maakt de nieuwe regeling geen onderscheid op basis van de hoeveelheid inwoners van de kern.
Als subsidie wordt verleend voor zowel de kernactiviteiten als voor activiteiten die de leefbaarheid en de sociale samenhang vergroten, dan geldt het subsidiebedrag voor al die activiteiten samen. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen een subsidiebedrag voor de kernactiviteiten enerzijds en als voor activiteiten die de leefbaarheid en de sociale samenhang vergroten anderzijds.
Enerzijds scheelt dat administratieve lasten, aan zowel de kant van de aanvrager als de verlener. Anderzijds weten we dat met name de kosten voor de huur van een vergaderruimte per dorps- of wijkraad flink kunnen verschillen. Het is wenselijk dat dorps- en wijkraden die relatief weinig geld nodig hebben voor de vergaderkosten het restant kunnen besteden aan activiteiten.
Artikel 10 Vaststelling van de subsidie
Op grond van de Algemene subsidieverordening Edam-Volendam kunnen subsidies met een hoogte van maximaal € 5.000,- worden vastgesteld op het moment van toekenning. Die optie werd onder de oude regeling toegepast op de jaarsubsidie voor de dorps- en wijkraden. Dat blijft zo voor dorps- en wijkraden die alleen subsidie aanvragen voor de kernactiviteiten.
Als een dorps- of wijkraad ook subsidie aanvraagt voor activiteiten op het gebied van leefbaarheid en sociale samenhang is het niet mogelijk om de subsidie vast te stellen op het moment van toekenning. Op het moment waarop de aanvraag wordt ingediend staat immers nog niet vast aan welke activiteiten deze subsidie zal worden besteed. Het is nodig om achteraf vast te stellen:
Of er geen sprake is geweest van stapeling van subsidies. Indien blijkt dat er subsidie van de gemeente vanuit verschillende regelingen is besteed voor hetzelfde doel dan wordt de subsidie die vanuit de subsidieregeling dorps- en wijkraden voor die activiteit is ingezet, teruggevorderd tot maximaal het bedrag dat uit andere subsidieregelingen van onze gemeente is verkregen.
Of de middelen daadwerkelijk zijn besteed aan het doel van de regeling, dus aan activiteiten die passen binnen het beoordelingskader. Om te voorkomen dat subsidie moet worden teruggevorderd omdat achteraf blijkt dat een activiteit niet binnen het beoordelingskader viel, is in de toelichting op artikel 2 een lijst opgenomen van activiteiten waarvan bij voorbaat vaststaat dat die binnen het beoordelingskader passen. Voor activiteiten die niet in die lijst staan, kan de dorps- of wijkraad de gemeente vooraf om een oordeel vragen. Als de gemeente dan zegt dat de activiteit binnen het beoordelingskader past, is er geen beoordeling achteraf meer nodig, en is daarmee het risico op terugvorderen nul.
Artikel 11 Intrekking oude regeling
De oude regeling wordt ingetrokken.
Artikel 12 Overgangsbepaling, inwerkingtreding en citeertitel
Besluiten genomen ten tijde van de oude regeling worden volledig afgedaan volgens de oude regeling. De nieuwe regeling bevat bijvoorbeeld een vaststellingsbepaling die geldt voor besluiten tot subsidieverlening op grond van de nieuwe regeling. Dat is nog niet van toepassing op subsidiebesluiten op grond van de oude regeling.
Dorps- en wijkraden die al subsidie hebben ontvangen voor 2026 maar gebruik willen maken van het verhoogde bedrag om activiteiten zoals bedoeld onder artikel 2, lid 1 en lid 2 onder a, b en c te kunnen ontplooien kunnen een aanvullend verzoek om subsidie doen tot het bedrag van maximaal € 3,500,-. Een verleende aanvullende subsidie voor 2026 valt onder de nieuwe regeling.
De citeertitel bepaalt hoe deze regeling heet. Dit vergemakkelijkt de vindbaarheid.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-169064.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.