Subsidieregeling isolatie Verenigingen van Eigenaars gemeente Utrechtse Heuvelrug 2026

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrechtse Heuvelrug;

 

overwegende dat het gewenst is activiteiten te stimuleren die bijdragen aan de verduurzaming van gebouwen van Verenigingen van Eigenaars (VvE’s) en dat eigenaar-bewoners binnen VvE’s gestimuleerd moeten worden om samen met de VvE energiebesparende isolatiemaatregelen te treffen;

 

gelet op titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 3 van de Algemene subsidieverordening gemeente Utrechtse Heuvelrug 2026;

 

besluit vast te stellen de:

 

Subsidieregeling isolatie Verenigingen van Eigenaars gemeente Utrechtse Heuvelrug 2026.

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

 

  • a)

    appartement: deel van een gebouw waarop een appartementsrecht rust en waarvoor een VvE is opgericht;

  • b)

    Asv: Algemene Subsidieverordening gemeente Utrechtse Heuvelrug 2026;

  • c)

    biobased isolatiemateriaal: isolatiemateriaal dat voor minstens 70% bestaat uit natuurlijk materiaal (zoals houtvezel, vlas of hennep) zoals vastgelegd in de meldcodelijst van de landelijke ISDE-subsidie van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland;

  • d)

    bouwbedrijf: bedrijf dat in een handelsregister van een lidstaat van de Europese Unie of een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, is ingeschreven in de sectie bouwnijverheid of vergelijkbare sectie;

  • e)

    bouwdeel: één van de volgende vier categorieën: 1.vloer en/of bodem; 2.gevel waaronder spouw; 3. dak en/of zolder en of vlieringvloer; 4. glas en ramen;

  • f)

    eigenaar-bewoner: meerderjarig natuurlijk persoon, die blijkens de kadastrale gegevens eigenaar is van een appartement en in de gemeentelijke basisregistratie personen staat ingeschreven op het adres van dit appartement;

  • g)

    ISDE: investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland;

  • h)

    Monument:

    • 1.

      zaak die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde;

    • 2.

      terrein dat van algemeen belang is wegens een daar aanwezige zaak als bedoeld onder 1;

  • i)

    Gemeentelijke monument: onroerend monument, dat overeenkomstig de bepalingen van de Monumentenverordening Utrechtse Heuvelrug als beschermd gemeentelijk monument is aangewezen en is opgenomen op de gemeentelijke monumentenlijst;

  • j)

    Rc waarde: totale isolatiewaarde van een bepaald constructieonderdeel;

  • k)

    Rd waarde: waarde die de isolerende werking van een enkel materiaal in een constructie weergeeft;

  • l)

    slecht geïsoleerd bouwdeel:

    • i.

      dak, hellend/plat: geen, slechte en matige isolatie. Minder dan 9 cm aanwezig, Rc ≤ 2,0

    • ii.

      dak, zolder-/vlieringvloerisolatie: Als er geen zolder-/vlieringvloerisolatie aanwezig is, Rc ≤ 0,5

    • iii.

      gevel: geen spouwmuurisolatie, voorzetwand of buitengevelisolatie aanwezig Rc ≤ 1,1

    • iv.

      vloer-/bodemisolatie: geen of slechte vloer- en bodemisolatie aanwezig. Minder dan 5cm aanwezig, Rc ≤ 1,3

    • v.

      glas: Enkel glas, oud dubbelglas en HR glas. U-waarde ≥ 1,6

  • m)

    SVVE: subsidieregeling verduurzaming voor Verenigingen van Eigenaars van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland;

  • n)

    Ug waarde: waarde die aangeeft in hoeverre glas de warmte doorlaat;

  • o)
  • p)

    WOZ-waarde: Waardering Onroerende Zaken.

Artikel 2. Toepassingsbereik

Het bepaalde in deze subsidieregeling is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 3 bedoelde activiteiten.

Artikel 3. Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen

  • 1.

    Burgemeester en wethouders verstrekken uitsluitend subsidie ten behoeve van het laten uitvoeren van één of meer van de in het tweede lid genoemde energiebesparende isolatiemaatregelen aan appartementen die aan alle volgende eisen voldoen:

    • a)

      het appartement is onderdeel van een VvE;

    • b)

      het appartement wordt bewoond door de eigenaar-bewoner;

    • c)

      het appartement had in januari 2022, 2023 of 2024 een maximale WOZ-waarde van € 602.000;

    • d)

      het gebouw van de VvE waarin het appartement zich bevindt heeft ten minste twee slecht geïsoleerde bouwdelen;

    • e)

      het appartement grenst fysiek aan het slecht geïsoleerde bouwdeel waaraan de energiebesparende isolatiemaatregel wordt uitgevoerd, met uitzondering van gevelisolatie, hierbij mogen alle appartementen worden meegeteld.

    • f)

      de isolatiewerkzaamheden zijn uitgevoerd vanaf 1 januari 2026.

  • 2.

    De energiebesparende isolatiemaatregelen bedoeld in het eerste lid zijn:

    • a)

      dakisolatie dan wel zolder- of vlieringvloerisolatie, waarbij:

      • i.

        minimaal 70% van de oppervlakte van het gehele dak behorend tot de bestaande thermische schil wordt geïsoleerd;

      • ii.

        het toegevoegde isolatiemateriaal een Rd-waarde van ten minste 3,5 m2K/W heeft en in geval van een monument een Rd-waarde van ten minste 2,5 m2K/W heeft; en

      • iii.

        het aanbrengen van lokaal gespoten PIR of PUR gebeurt met HFK-vrije blaasmiddelen;

    • b)

      gevelisolatie, waarbij:

      • i.

        gemiddeld minimaal 10 m2 per appartement van de oppervlakte van de binnen- of buitengevel van de bestaande thermische schil wordt geïsoleerd; en

      • ii.

        het toegevoegde isolatiemateriaal een Rd-waarde van ten minste 3,5 m2K/W heeft en in geval van een monument een Rd-waarde van ten minste 2,5 m2K/W heeft;

    • c)

      spouwmuurisolatie, waarbij:

      • i.

        gemiddeld minimaal 10 m2 per appartement van de oppervlakte van bestaande spouwmuren in de bestaande thermische schil wordt geïsoleerd;

      • ii.

        het toegevoegde isolatiemateriaal een Rd-waarde van ten minste 1,1 m2K/W heeft; en

      • iii.

        het aanbrengen van lokaal gespoten PIR of PUR gebeurt met HFK-vrije blaasmiddelen;

    • d)

      vloer- dan wel bodemisolatie, waarbij:

      • i.

        minimaal 70% van de oppervlakte van de gehele vloer of bodem behorend tot de bestaande thermische schil wordt geïsoleerd;

      • ii.

        het toegevoegde isolatiemateriaal voor de vloer of bodem een Rd-waarde van ten minste 3,5 m2K/W heeft; en

      • iii.

        het aanbrengen van lokaal gespoten PIR of PUR gebeurt met HFK-vrije blaasmiddelen.

    • e)

      glas-, kozijnpaneel- of deurisolatie in de bestaande thermische schil door het vervangen van:

      • i.

        gemiddeld minimaal 3 m2 per appartement van de oppervlakte van glas, kozijnpanelen of deuren door HR++ glas met een U-waarde van ten hoogste 1,2 W/m2K, eventueel in combinatie met nieuwe isolerende kozijnpanelen met een U-waarde van ten hoogste 1,2 W/m2K of nieuwe isolerende deuren met een U-waarde van ten hoogste 1,5 W/m2K;

      • ii.

        gemiddeld minimaal 3 m2 per appartement van de oppervlakte van glas, kozijnpanelen of deuren door triple-glas, met een U-waarde van ten hoogste 0,7W/m2K, eventueel in combinatie met een nieuw isolerend kozijn met een U-waarde van ten hoogste 1,5 W/ m2K, eventueel in combinatie met nieuwe isolerende kozijnpanelen met een U-waarde van ten hoogste 0,7 W/m2K of nieuwe isolerende deuren met een U-waarde van ten hoogste 1,0 W/m2K;

      • iii.

        gemiddeld minimaal 3 m2 per monumentaal appartement van de oppervlakte van glas, kozijnpanelen, deuren met hoogrendementsglas of het plaatsen van voor- of achterzetbeglazing met een U-waarde van ten hoogste 3,0 W/m2K, eventueel in combinatie met kozijnpanelen met een U-waarde van ten hoogste 3,0 W/m2K of nieuwe isolerende deuren met een U-waarde van ten hoogste 2 W/m2K;of

      • iv.

        glas, kozijnpanelen, deuren in een monumentaal appartement door hoogrendementsglas of het plaatsen van voor- of achterzetbeglazing met een U-waarde van ten hoogste 2,0 W/m2K, eventueel in combinatie met kozijnpanelen met een U-waarde van ten hoogste 2,0 W/m2K of nieuwe isolerende deuren met een U-waarde van ten hoogste 2,0 W/m2K.

Artikel 4. Doelgroep

Subsidie kan enkel worden aangevraagd door een VvE.

Artikel 5. Eisen aan de aanvraag

  • 1.

    Een aanvraag wordt ingediend op het door burgemeester en wethouders vastgesteld aanvraagformulier. Op het aanvraagformulier wordt de volgende informatie ingevuld:

    • a)

      adresgegevens VvE;

    • b)

      bouwjaar gebouw;

    • c)

      indien van toepassing, verklaring dat het gebouw een monument is;

    • d)

      naam en contactgegevens VvE;

    • e)

      registratie KvK;

    • f)

      IBAN nummer VvE;

    • g)

      gegevens per appartement in de VvE die voldoet aan de eisen gesteld in artikel 3, lid 1: adres, WOZ-waarde, te isoleren oppervlak in m2, grenzend aan welk slecht geïsoleerd bouwdeel waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.

  • 2.

    De aanvraag voldoet aan alle eisen zoals gesteld in artikel 7 Asv. In aanvulling op artikel 7 Asv, wordt de aanvraag enkel in behandeling genomen als met het aanvraagformulier de volgende gegevens worden verstrekt:

    • a)

      een afschrift van de akte van splitsing;

    • b)

      een Meerjarenonderhoudsplan (MJOP);

    • c)

      bewijs van minimaal twee slecht geïsoleerde bouwdelen waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, dit is een van de volgende bewijsmiddelen:

      • i.

        energielabel D of slechter per appartement; of

      • ii.

        bouwkundig rapport; of

      • iii.

        rapport van een gecertificeerd energieadviseur; of

      • iv.

        offerte voor het isoleren van 2 slecht geïsoleerde bouwdelen;

    • d)

      een verslag van de Algemene Ledenvergadering van de VvE met daarin het besluit van de VvE over de voorgenomen activiteiten en om een subsidieaanvraag op grond van de regeling in te dienen;

    • e)

      één offerte van een bouwbedrijf, met daarin minimaal:

      • i.

        naam en KvK nummer bouwbedrijf;

      • ii.

        naam VvE en adressen die vallen onder de VvE;

      • iii.

        uit te voeren maatregelen, inclusief isolatiewaarden en het aantal geïsoleerde vierkante meters per isolatiemaatregel;

      • iv.

        isolatiematerialen (meldcodes);

      • v.

        indien van toepassing, hoe wordt gehandeld conform de methode natuurvriendelijk isoleren of hoe bij het uitvoeren van isolatiemaatregelen in spouwmuur of dak de regels en voorschriften uit het Soortmanagementplan (SMP) van de gemeente Utrechtse Heuvelrug worden nageleefd;

      • vi.

        verwachte datum van installatie;

      • vii.

        verdeling materiaalkosten/arbeidskosten.

Artikel 6. Aanvraagtermijn

Subsidieaanvragen kunnen uiterlijk tot 1 juli 2028 ingediend worden bij het college.

Artikel 7. Subsidiabele kosten

  • 1.

    De volgende kosten in aanmerking voor subsidie:

    kosten van het door een bouwbedrijf laten uitvoeren van energiebesparende isolatiemaatregelen als bedoeld in artikel 3.

  • 2.

    De volgende kosten niet in aanmerking voor subsidie:

    • a)

      kosten om te voldoen aan wettelijke verplichtingen of aan gangbare minimumkwaliteitseisen;

    • b)

      arbeidskosten van doe-het-zelvers;

    • c)

      zelf ingekochte apparatuur en materialen;

    • d)

      kosten voor regulier onderhoud;

    • e)

      kosten voor het opstellen van een Meerjarenonderhoudsplan (MJOP);

    • f)

      kosten voor adviezen en/of onderzoeken;

    • g)

      kosten voor procesbegeleiding;

    • h)

      vervoerskosten;

    • i)

      verzendkosten;

    • j)

      afwerkingskosten;

    • k)

      kosten gemaakt na beëindiging van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;

    • l)

      kosten van gelieerde rechtspersonen die onderling in rekening worden gebracht.

Artikel 8. Hoogte subsidie

  • 1.

    De hoogte van de subsidie is niet hoger dan 100% van de kosten van de activiteiten, met een maximum van €1500 inclusief btw per appartement en een maximum van €25.000 per VvE.

  • 2.

    Indien voor een activiteit gebruik wordt gemaakt van biobased isolatiemateriaal dan wordt de subsidie, per appartement die voor deze activiteit subsidie ontvangt, verhoogd met een bedrag van €250 inclusief btw . Het totale subsidiebedrag is niet hoger dan 100% van de kosten van de activiteiten met een maximum van €32.500 per VvE.

Artikel 9. Subsidieplafond en verdeling

  • 9.1

    Het plafond voor deze Regeling bedraagt in totaal € 2.300.000,- (zegge: tweemiljoen driehonderd duizend euro). De subsidieregeling Isolatie VvE en subsidieregeling isolatiesubsidie Utrechtse Heuvelrug 2026 delen de middelen.

  • 9.2

    Het college kan het plafond als genoemd in het vorige lid gedurende de looptijd van deze regeling verhogen.

  • 9.3

    Indien het subsidieplafond als bedoeld in artikel 11.1 niet hoog genoeg is om alle aanvragen te honoreren, wordt op die aanvragen in de volgende volgorde beslist:

  • 9.3.1.

    Verstrekking van subsidie vindt plaats op volgorde van ontvangst van complete aanvragen die voor subsidie in aanmerking komen, totdat het voor de betrokken subsidieregelingen vastgestelde subsidieplafond is bereikt.

  • 9.3.2.

    Als de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van ontvangst de datum waarop de aanvraag is gecompleteerd.

  • 9.3.3.

    Indien door verlening het subsidieplafond wordt overschreden en de aanvraag gedeeltelijk kan worden verleend, wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld om aan te geven welk deel van zijn aanvraag voor het resterende subsidiebedrag binnen het subsidieplafond kan worden uitgevoerd. Een aanvrager kan besluiten van deze mogelijkheid geen gebruik te maken, op dat moment kunnen burgemeester en wethouders besluiten de opvolgende aanvrager deze mogelijkheid te bieden.

Artikel 10. Weigeringsgronden

Overeenkomstig artikel 9 van de Asv beslissen burgemeester en wethouders afwijzend op de aanvraag als:

  • a)

    de aanvrager al eerder subsidie heeft ontvangen vanuit deze subsidieregeling;

  • b)

    de aanvraag niet voldoet aan de voorwaarden en eisen gesteld in deze subsidieregeling;

  • c)

    het subsidieplafond is bereikt.

Artikel 11. Bevoorschotting en betaling

  • 1.

    Het subsidiebedrag wordt voor maximaal 50% bevoorschot.

  • 2.

    Ook een verzoek tot verlening van een voorschot op een subsidie op grond van dit hoofdstuk dient te worden voldaan aan artikel 5 van deze regeling.

  • 3.

    Het restant van de subsidie wordt indien van toepassing na vaststelling van de subsidie verstrekt.

Artikel 12. Verplichtingen

In aanvulling op Hoofdstuk 4 van de Asv dient de aanvrager:

  • a)

    de uitvoering van de activiteit binnen 6 maanden na verlening te starten;

  • b)

    de benodigde publiekrechtelijke en/of privaatrechtelijke toestemmingen voor het uitvoeren van activiteit te verkrijgen.

Artikel 13. Vaststelling

  • 1.

    Overeenkomstig Hoofdstuk 5 van de Asv dient de aanvraag tot vaststelling van de subsidie binnen 13 weken na afronding van de werkzaamheden te worden ingediend.

  • 2.

    Het aanvragen van de vaststelling van de subsidie geschiedt met het formulier op de website van de gemeente.

  • 3.

    In aanvulling op Hoofdstuk 5 van de Asv dient de subsidieontvanger tevens de volgende documenten bij zijn aanvraag voor vaststelling in:

    • a)

      kopie van factuur van bouwbedrijf voor de uitvoering van de maatregelen, waarop de volgende informatie vermeld is:

      • i.

        naam en KvK nummer bouwbedrijf;

      • ii.

        naam VvE en bijbehorende adressen;

      • iii.

        datum van werkzaamheden;

      • iv.

        uitgevoerde maatregelen, inclusief isolatiewaarde en het aantal geïsoleerde vierkante meters per isolatiemaatregel;

      • v.

        isolatiematerialen (meldcodes);

      • vi.

        totale kosten uitvoering in euro’s met verdeling arbeidskosten/materiaalkosten.

    • b)

      afschriften van betaalbewijzen aan bouwbedrijf voor uitvoering van de maatregelen;

    • c)

      minimaal één foto van de aanleg per energiebesparende isolatiemaatregel. Hieruit moeten blijken: de naam, soort, dikte en merk van het materiaal. Deze zijn te zien op de productsticker;

  • 4.

    Aanvragen voor vaststelling kunnen uiterlijk tot en met 31 december 2028 worden ingediend.

Artikel 14. Hardheidsclausule

Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van bepalingen in deze verordening, voor zover toepassing van die bepalingen leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 15. Slotbepalingen

  • 1.

    Deze subsidieregeling treedt in werking na publicatie en heeft terugwerkende kracht tot 1 januari 2026.

  • 2.

    Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling isolatie Verenigingen van Eigenaars Utrechtse Heuvelrug.

  • 3.

    Deze subsidieregeling vervalt op 1 januari 2029.

  • 4.

    Deze subsidieregeling blijft van toepassing op vaststellingen die voor de vervaldatum onder deze subsidieregeling zijn binnengekomen.

Vastgesteld in de vergadering van (31 maart 2026)

De secretaris C.M. Beijk

De burgemeester, G.F. Naaf

Toelichting subsidieregeling

Artikelsgewijze toelichting

 

Artikel 1 Begripsbepalingen

 

Biobased isolatiemateriaal: voor deze subsidieregeling wordt de meldcodelijst van de landelijke ISDE-subsidie van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland gehanteerd. Deze is te vinden op ISDE: Meldcodelijst Isolatiematerialen | RVO.nl.

 

Rc waarde: totale isolatiewaarde van een bepaald constructieonderdeel, zoals de buitenmuur of het dak. De Rc waarde is de optelsom van de Rd waardes. Bij de Rc waarde is niet alleen het isolerend vermogen van de isolatie belangrijk, maar ook dat van de constructie (bv. de stenen van de spouwmuur, de dakconstructie of het buitenschrijnwerk). Hoe hoger de Rc-waarde, hoe beter het isoleert.

 

Rd waarde: Hoe hoger de Rd waarde, hoe beter het isoleert.

 

Ug waarde: Hoe lager de Ug-waarde, hoe beter het glas isoleert.

 

Artikel 3 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen

 

In deze regeling gaat het uitsluitend om appartementen binnen een VvE. Dus geen schuren, garages of andere bijgebouwen.

 

De energiebesparende isolatiemaatregelen genoemd in het tweede lid, zijn de maatregelen als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de SVVE, zoals die gelden op de datum van de vaststelling van deze subsidieregeling. De SVVE is te vinden op SVVE: Subsidieregeling verduurzaming voor VvE's.

 

HR++ glas: bij de berekening van de oppervlaktes gelden de ‘binnenwerkse maten’. Deze krijgt u door de hele oppervlakte van het element van binnenuit te meten, met het kozijn meegeteld. Deze berekening geldt voor het glas en de deuren en panelen.

 

Isolerende panelen in het kozijn met HR++ glas: u moet altijd glas vervangen. De oppervlaktes van de isolerende panelen en/of deuren mag u bij het glasoppervlakte optellen. Zo krijgt u makkelijker de minimaal vereiste oppervlakte.

 

Artikel 5 Eisen aan de aanvrager

 

Een VvE wordt rechtsgeldig vertegenwoordigd door het bestuur.

 

Subsidie gaat naar de VvE en niet naar individuele appartement eigenaren.

 

Artikel 6 Eisen aan de aanvraag

 

De subsidieaanvrager vraagt de subsidie aan via het digitale systeem van de gemeente Utrechtse Heuvelrug.

 

Een meldcode zoals genoemd in het tweede lid is een uniek kenmerk voor de isolatiemaatregel. Dit bestaat uit een letter- en cijfercombinatie. Voor deze subsidieregeling wordt de meldcodelijst van de landelijke ISDE-subsidie van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland gehanteerd. Deze is te vinden op ISDE: Meldcodelijst Isolatiematerialen | RVO.nl.

 

Voor wat betreft staatssteun is er, gezien de reikwijdte en activiteiten van deze subsidieregeling, geen sprake van een selectief voordeel van aanvragers. Tevens is er geen sprake van vervalsing van concurrentie tussen marktpartijen waarbij de Europese interne markt wordt verstoord.

 

Qua beslistermijnen worden voor deze subsidieregeling de beslistermijnen uit de Asv van de gemeente Utrechtse Heuvelrug gehanteerd.

 

Artikel 7 Subsidiabele kosten

 

In het tweede lid staan enkele kostenposten opgesomd die per definitie niet subsidiabel zijn. Als de aanvrager wel deze kosten moet maken in het kader van het project, dienen er voldoende eigen middelen of andere bijdragen dan de gevraagde subsidie van de gemeente in de begroting te zijn opgenomen. Het artikel verbiedt dus niet om projecten aan te vragen waarin deze kosten worden gemaakt, maar geeft aan dat deze kosten niet door de gemeente worden gesubsidieerd. Dit overzicht is niet uitputtend.

 

Artikel 8 Hoogte subsidie

 

Het gaat in het eerste lid om appartementen die voldoen aan de voorwaarden in artikel 3, eerste lid.

 

De subsidie is te combineren met de landelijke SVVE en met andere financiële regelingen.

 

Artikel 9 Subsidieplafond

 

Het subsidieplafond wordt bepaald door de Subsidieregeling Isolatiesubsidie Utrechtse Heuvelrug (2025). Beide subsidieregelingen worden bekostigd uit dezelfde financiële middelen. Het subsidieplafond is vastgesteld in 2025 op €2.300.000,- en loopt door tot 31 december 2028. Burgemeester en wethouders kunnen in de looptijd van de regeling het subsidieplafond opnieuw vaststellen. Dit besluit wordt gepubliceerd in het Gemeenteblad.

 

Artikel 10 Weigeringsgronden

 

Subsidieaanvragen worden afgewezen als één van de in dit artikel opgesomde weigeringsgronden van toepassing zijn. Deze gronden zijn een aanvulling op de weigeringsgronden uit de Asv.

 

Er wordt maar een keer subsidie verleend voor hetzelfde gebouw (ook al gaat het om andere appartementen).

 

Artikel 11 Wijze van verdeling

 

Indien het vastgestelde subsidieplafond dreigt te worden overschreden of wordt overschreden als gevolg van het aantal aanvragen dat op dezelfde dag en hetzelfde tijdstip is ontvangen, worden de desbetreffende aanvragen door middel van loting gerangschikt.

 

Artikel 13 Verplichtingen

 

Subsidieontvangers moeten voldoen aan alle in dit artikel opgesomde verplichtingen. Deze verplichtingen zijn een aanvulling op de verplichtingen uit de artikelen 15 tot en met 19 van de Asv. Als er niet aan de verplichting voldaan wordt, krijgen de subsidieontvangers de mogelijkheid om als nog te voldoen aan de verplichtingen. Blijkt dit niet te kunnen of dat na een week geen geplande acties zijn ondernomen tot verbetering. Dan kan de subsidie lager worden vastgesteld of teruggevorderd.

 

Wanneer de subsidieontvanger constateert dat de kans bestaat dat de activiteit niet wordt uitgevoerd, of hiervan reeds zeker is, dient de subsidieontvanger direct contact op te nemen met de contactpersoon van de gemeente.

 

Artikel 14 Vaststelling

 

De gevraagde foto in het eerste lid mag geen persoonsgegevens bevatten. Dit betekent dat er geen personen zichtbaar mogen zijn op de foto. Indien dit wel het geval is zal de aanvrager worden gevraagd om een nieuwe foto aan te leveren.

Naar boven