Gemeenteblad van Maastricht
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Maastricht | Gemeenteblad 2026, 166469 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Maastricht | Gemeenteblad 2026, 166469 | beleidsregel |
Beleidsregel bestuurlijke aanpak (illegaal) vuurwerk gemeente Maastricht
Het college van burgemeester en wethouders, in zijn vergadering van 31 maart 2026,
Dat het gewenst is om een beleidsregel vast te stellen omtrent de gezamenlijke bestuursrechtelijke en strafrechtelijke aanpak van (illegaal) vuurwerk in panden en op erven en terreinen binnen de gemeente Maastricht;
Dat de aanwezigheid van illegaal vuurwerk in panden of op erven, zonder benodigde veiligheidsvoorzieningen en door ondeskundig gebruik, gevaarlijk is voor de gezondheid, veiligheid en leefbaarheid van de directe leefomgeving van een locatie;
Dat een integrale aanpak voor het voorkomen van vuurwerkoverlast en overtredingen wenselijk is;
Dat de afgelopen jaren meerdere keren illegaal vuurwerk is aangetroffen in panden;
Dat de afgelopen jaren sprake is van een toename van vuurwerkoverlast in de openbare ruimte en het vuurwerk veelal in woningen wordt opgeslagen;
Dat gelet op de artikelen 4:81, eerste lid, 4:83 en 1:3, vierde lid van de Algemene wet bestuursrecht en het bij of krachtens het gestelde in het Vuurwerkbesluit, de Omgevingswet, specifiek de artikelen 1.6, 4.3, 4.21 en 5.1, het Besluit bouwwerken leefomgeving, specifiek de artikelen 6.1 t/m 6.4, de Woningwet, specifiek artikel 17, Artikel 174a Gemeentewet, voorschriften van het omgevingsplan en/of bestemmingsplannen binnen de gemeente Maastricht;
Vast te stellen de navolgende ‘Beleidsregel bestuurlijke aanpak (illegaal) vuurwerk gemeente Maastricht’.
Het opslaan en gebruik van (illegaal) vuurwerk in panden zonder de juiste voorzorgsmaatregelen die bij wet verplicht zijn kan voor zeer gevaarlijke situaties zorgen. De gemeente Maastricht als grensgemeente ervaart veel overlast door (illegaal) vuurwerk. De laatste jaren is het vuurwerkoverlast toegenomen binnen de gemeente. Over het hele land zijn daarnaast incidenten geweest waarbij vuurwerk de oorzaak was van zwaar en/of dodelijk letsel en grote materiële schade. Binnen de gemeente Maastricht is in de afgelopen jaren sprake geweest van explosies veroorzaakt door zwaar illegaal vuurwerk.
Om de handel en opslag van en in vuurwerk te beëindigen kan een bestuursrechtelijke maatregel worden opgelegd. In dit beleid staat beschreven welke bestuurlijke maatregelen ter beschikking staan aan het college van burgemeester en wethouders en onder welke omstandigheden deze ingezet kunnen worden.
In dit beleid wordt ook specifiek ingegaan op artikel 174a Gemeentewet. Indien er sprake is van de opslag van illegaal vuurwerk in curriculum met een verstoring van de openbare orde kan de burgemeester overgaan tot sluiting van een pand.
Met de vaststelling van dit beleid willen de burgemeester en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maastricht een kader stellen voor het gebruik van de bestuurlijke bevoegdheden bij de vondst van illegaal vuurwerk. Een integrale aanpak is hiervoor noodzakelijk. Alhoewel de politie het illegaal vuurwerk in beslag neemt en daardoor de directe gevaarzetting wordt beëindigd, neemt dit het gevaar voor herhaling niet weg. Naast eventuele strafrechtelijke gevolgen dienen er ook bestuursrechtelijke maatregelen genomen te worden om de leefbaarheid en openbare orde en veiligheid te waarborgen voor de inwoners van de gemeente Maastricht.
De burgemeester wordt geïnformeerd middels een bestuurlijke rapportage die wordt verstrekt door de politie op basis van artikel 16 Wet politiegegevens.
Conform de landelijk lijn van de politie en het Openbaar Ministerie dat volgt uit de handreiking bestuurlijke aanpak illegaal vuurwerk wordt overgegaan tot verstrekking van informatie aan het bevoegd gezag in de onderhavige situaties en/of hoeveelheden:
Naast bovengenoemde objectieve criteria kunnen ook andere criteria een rol spelen in de afweging om wel of niet tot een verstrekking ten behoeve van bestuurlijke maatregelen over te gaan. Deze kunnen bestaan uit:
Buiten boevengenoemde situaties, hoeveelheden en criteria om is er altijd ruimte voor lokale afspraken.
Artikel 1. Begrippen en definities
In het kader van deze beleidsregel en bijlagen wordt onder de volgende begrippen en definities verstaan:
Professioneel vuurwerk: vuurwerk dat is ingedeeld Categorie F4 van het Vuurwerkbesluit, alsmede vuurwerk dat is ingedeeld in Categorie F2 of F3 van het Vuurwerkbesluit, en dat bij of krachtens dat besluit niet is aangewezen als vuurwerk, dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik, alsmede een door de Minister aangewezen stof of een preparaat, een voorwerp of een onderdeel van een voorwerp, dan wel een stof of preparaat, een voorwerp of een onderdeel van een voorwerp dat behoort tot een door de Minister bij ministeriële regeling aangewezen categorie, voor zover die stof of dat preparaat of dat voorwerp of dat onderdeel van dat voorwerp kennelijk is bestemd of wordt gebruikt om voor vermakelijkheidsdoeleinden effecten te bewerkstelligen;
Illegaal vuurwerk: vuurwerk dat niet aan de daarvoor bij of krachtens het Vuurwerkbesluit gestelde eisen voldoet, daaronder begrepen het in Nederland brengen van, handel in, ter beschikking stellen van, opslag van, het vervaardigen van, het voorhanden hebben van, bewerken van en/of afsteken buiten toegestane tijden van vuurwerk;
Artikel 2. Handhavingsmaatregelen door het college van burgemeester en wethouders
Bij aangetroffen (illegaal) vuurwerk op een locatie kan het college van burgemeester en wethouders, afhankelijk van de gevaarzetting, ernst en aard van de overtreding, een waarschuwing geven aan de overtreder/rechthebbende van die locatie, of bij ernstigere gevaarzetting een last onder dwangsom opleggen om herhaling van de overtreding(en) te voorkomen;
Bij herhaalde overtreding van bij of krachtens de Omgevingswet gestelde eisen op dezelfde locatie, waarbij eerder wegens aangetroffen illegaal vuurwerk een waarschuwing is afgegeven of een last onder dwangsom is opgelegd, en die eerdere last onder dwangsom volledig is uitgewerkt, kan het college van burgemeester en wethouders de locatie tijdelijk sluiten op grond van artikel 17 Woningwet onder de condities zoals aangegeven in dit artikel;
Bij het afgeven van een waarschuwing, het opleggen van een last onder dwangsom en/of het sluiten van een locatie hanteert het college van burgemeester en wethouders de in Tabel 1 en 2 weergegeven handhavingsmatrixen en de daar weergegeven uitgangspunten voor hoogten van dwangsommen en lengten van sluitingstermijnen;
De handhavingsmatrixen zijn gebaseerd op de indeling in algemene gevaarzetting, zoals verwoord in Lijst I t/m Lijst IV van Richtlijn strafvordering voor vuurwerkdelicten, waarbij geldt hoe hoger het lijstnummer, hoe groter de potentiële gevaarzetting voor gezondheid, veiligheid en leefbaarheid op of in de directe nabijheid van de locatie;
Bij de toepassing van in deze beleidsregel genoemde sluitingstermijnen, maakt het college van burgemeester en wethouders omwille van de overzichtelijkheid en eenduidigheid geen onderscheid in lengte van de sluitingstermijn tussen te sluiten woningen en niet-woningen (lokalen) of erven. Alle termijnen zijn namelijk van tevoren afgestemd op de (doorgaans kortere) sluitingstermijn voor sluiting van een woning.
Tabel 1: Lijst I betreffende in Nederland toegestaan consumentenvuurwerk zoals aangegeven in de Regeling aanwijzing consumenten- en theatervuurwerk
Tabel 2: Lijst II professioneel vuurwerk, dat is ingedeeld in categorie F2 of F3 en niet als consumentenvuurwerk is aangewezen in de RACT en daarnaast rookbommen T1/T2 en handfakkels
|
Waarschuwing/oplegging last onder dwangsom van € 3000,00 per overtreding met een maximum van € 6.000,00 |
|||
|
Opleggen dwangsom van € 3.500 per overtreding met een maximum van € 7.000 |
|||
Tabel 3: Lijst III vuurwerk dat is ingedeeld in categorie F4 of vuurwerk dat volgens opschrift niet is voorzien van een F categorie (categorie F1, F2, F3) en daarnaast vuurwerk P1/P2 met uitzondering van handfakkels
|
Waarschuwing / Oplegging dwangsom van € 4.000,00 per overtreding met een maximum van € 8.000,00 |
|||
|
Oplegging dwangsom van €5.000,00 per overtreding met een maximum van € 10.000,00 |
|||
Tabel 4: Geïmproviseerd vuurwerk (vuurwerk dat zelf is vervaardigd of aangepast)
Artikel 3. Samenloop van lijsten/vuurwerksoorten
De handhavingsmatrixen zijn gebaseerd op de genoemde lijsten en soorten vuurwerk. In de praktijk worden vaak meerdere soorten vuurwerk aangetroffen; er kan dus sprake zijn van een samenloop van lijsten. In dat geval zullen in beginsel de maatregelen worden toegepast die conform de handhavingsmatrixen passen bij de lijst met het zwaarste vuurwerk, tenzij sprake is van feiten en omstandigheden die toepassing van maatregelen behorende bij een lichtere lijst rechtvaardigen.
In afwijking van het gesteld in lid 1 en 2 past het college van burgemeester en wethouders bij het aantreffen van vuurwerk uit lijst IV, gelet op de ernstige gevaarzetting van dit soort vuurwerk, in elk geval altijd Tabel 4 toe, ongeacht eventueel aangetroffen hoeveelheden/aantallen van vuurwerk uit lagere lijsten.
Artikel 4: verzwarende omstandigheden
Er kunnen zich omstandigheden voordoen die ervoor zorgen dat een situatie extra gevaarlijk of bezwaarlijk is. Door deze omstandigheden kan het zo zijn dat de omschreven maatregel uit artikel 3 van dit beleid geen recht doet aan de ernst van de situatie. In deze omstandigheden kan het college van burgemeester en wethouders direct overgaan tot het opleggen van een hogere dwangsom of (langere) sluiting.
Artikel 5. Verzachtende omstandigheden
Er kunnen zich omstandigheden voordoen die ervoor zorgen dat een situatie minder gevaarlijk of bezwaarlijk is. Door deze omstandigheden kan het zo zijn dat de omschreven maatregel uit artikel 2 van dit beleid geen recht doet aan de ernst van de situatie. In deze omstandigheden kan het college van burgemeester en wethouders overgaan tot het opleggen van een lagere dwangsom of (kortere) sluiting.
Artikel 6. Mogelijkheid tot tijdelijke opheffing sluiting ex artikel 17 Woningwet
Elke betrokkene (gebruiker, eigenaar, huurder of anderszins rechthebbende) van de gesloten locatie, kan het college van burgemeester en wethouders gedurende een sluitingsperiode tussentijds schriftelijk verzoeken om tijdelijk in verband met (het voorkomen van verdere) calamiteiten of noodzakelijke onderhoudsactiviteiten, de sluiting tijdelijk te schorsen;
Indien het college van burgemeester en wethouders in kan stemmen met het verzoek, dan wordt tijdelijk de verzegeling verwijderd door de gemeente gedurende de periode van de tijdelijke opheffing. Aan het einde van de activiteiten wordt de locatie opnieuw verzegeld tot aan het einde van de opgelegde sluitingstermijn;
Artikel 7: Mogelijkheid tot matiging sluiting ex artikel 17 Woningwet
Het in lid 1 genoemde verzoek is niet mogelijk bij herhaalde sluiting. Dit geldt in het bijzonder als bijvoorbeeld bij een eerdere sluiting op dezelfde locatie al is ingestemd met een eerder verzoek tot matiging. In dat geval heeft namelijk het eerdere geaccepteerde plan van aanpak, zoals genoemd in lid 2, nieuwe overtredingen niet kunnen voorkomen;
Artikel 9. Sluitingsmaatregel burgemeester in verband met aanvullende verstoring openbare orde ex artikel 174a Gemeentewet
Wanneer er door de aanwezigheid van illegaal vuurwerk op een locatie, naast de algemene gevaarzetting voor gezondheid, veiligheid en leefbaarheid in de directe omgeving die uitgaat van die aanwezigheid, aanvullend ook sprake is van (ernstige vrees voor herhaling) van verstoring van de openbare orde door eerdere gedragingen in die woning of het lokaal of op het erf van de locatie, dan kan de burgemeester in het uiterste geval de locatie tijdelijk sluiten op grond van artikel 174a Gemeentewet.
Een eerder geconstateerde vuurwerkovertreding op een locatie is niet noodzakelijk. Voor het gebruik van deze bevoegdheid moet er sprake zijn van een vrees voor herhaling van feiten die de openbare orde verstoren, die zich opnieuw kunnen voordoen of zich voort kunnen zetten, als niet ingegrepen wordt.
Er is sprake van een (ernstige vrees voor) verstoring van de openbare orde, indien naast de geconstateerde vuurwerkovertredingen sprake is van één of meer van de volgende ernstige feiten of omstandigheden:
Grootschalige illegale handel in vuurwerk vanuit het pand of vanaf het erf met vastgestelde verkeersbewegingen van en naar het pand door klanten. De loop moet dan uit de locatie worden genomen, zodat duidelijk is dat daar geen illegaal vuurwerk verkocht wordt, of andere criminele activiteiten plaatsvinden;
Indien er volgens de politie gegevens geen sprake is van 1 of meer van de in lid 4 genoemde aanvullende verzwarende omstandigheden, dan maakt de burgemeester geen gebruik van de sluitingsbevoegdheid van artikel 174a Gemeentewet. In dat geval past het college van burgemeester en wethouders één van de in artikel 2 t/m 8 genoemde herstelmaatregelen toe.
De in tabel 5 van deze beleidsregel genoemde sluitingstermijnen, kunnen eenmalig met 4 weken worden verlengd als meerdere feiten en omstandigheden, zoals bedoeld lid 4 van dit artikel, gelijktijdig aanwezig zijn vastgesteld. De burgemeester motiveert dat in zijn besluitvorming.
Tabel 5: sluitingstermijn bij toepassing bevoegdheid ex artikel 174a Gemeentewet
Artikel 10. Mogelijkheid tot tijdelijke opheffing sluiting ex artikel 174a Gemeentewet
De burgemeester kan op verzoek van een bij de gesloten locatie betrokkene op basis van de in artikel 6 van deze beleidsregel genoemde criteria en voorwaarden besluiten om tijdelijk de sluiting op te heffen.
Artikel 11. Mogelijkheid tot matiging sluiting ex artikel 174a Gemeentewet
De burgemeester kan op verzoek van een verhuurder van de locatie, zolang deze niet betrokken is geweest bij de vuurwerkovertreding of bij de verstoring van de openbare orde, op basis van de in artikel 7 van deze beleidsregel genoemde criteria en voorwaarden, besluiten de sluitingsperiode te matigen tot maximaal 1/3 van de toegepaste sluitingstermijn;
Artikel 12. Afwijkingsbevoegdheid
De in deze beleidsregel uitgewerkte bevoegdheidstoepassingen gelden als uitgangspunt, waarvan de burgemeester dan wel het college van burgemeester en wethouders in bijzondere situaties altijd kan afwijken. Dat betekent concreet dat de burgemeester en het college afzonderlijk bevoegd zijn om op grond van de concrete feiten en omstandigheden van het geval van deze beleidsregels af te wijken, zowel in het voordeel als in het nadeel van betrokkene. Dit wordt altijd per situatie beoordeeld (maatwerk) en gemotiveerd. In beginsel wordt overeenkomstig de beleidsregel beslist.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-166469.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.