Groenbeleid Ouder-Amstel

De raad van de gemeente Ouder-Amstel,

 

Gelezen het voorstel van de gemeenteraad d.d. 27 november 2025, nummer 83 .

 

Gelet op de gemeentewet artikel 147 lid 2;

 

BESLUIT :

 

  • 1.

    De nota beantwoording zienswijzen Groenbeleidsplan Ouder-Amsteld.d. 7 oktober 2025 vast te stellen;

  • 2.

    Het Groenbeleid Ouder-Amstel vast te stellen;

  • 3.

    Het Groenbeleidsplan Ouder-Amstel 2001- 2010 in te trekken;

  • 4.

    Voor het uitvoeren van dit Groenbeleid;

    • a.

      42.065 euro beschikbaar te stellen in 2026;

    • b.

      34.540 euro beschikbaar te stellen in 2027;

    • c.

      40.803 euro beschikbaar te stellen in 2028;

    • d.

      46.390 euro beschikbaar te stellen in 2029.

SAMENVATTING

 

Aanleiding en proces

Gemeente Ouder-Amstel hecht waarde aan een groene, gezonde en klimaatbestendige leefomgeving. Het openbaar groen is een fundament voor de ruimtelijke structuur. Dit groenbeleid biedt een visie en strategie voor het behoud, de ontwikkeling en het beheer van het gemeentelijk groen. Het plan is tot stand gekomen door een zorgvuldig en uitgebreid proces van evaluatie, interne- en externe afstemming en inwonersparticipatie.

 

Voor het opstellen van dit beleid hebben we diverse organisaties en bewoners betrokken via gespreksrondes en een vragenlijst. De gemeenteraad heeft in een sessie meegedacht over de mogelijkheden en wensen voor het nieuwe beleid meegegeven. Er is ook een enquête onder de inwoners van Ouder-Amstel uitgezet. Deze brede aanpak heeft een gewogen groenbeleid opgeleverd.

 

Visie en doelstellingen

Het groenbeleid van Ouder-Amstel richt zich op het versterken van de biodiversiteit, het verbeteren van de leefbaarheid, en het inzetten van groen als oplossing voor klimaatuitdagingen.

 

Het hoofddoel is: Openbaar groen is een fundament van de duurzame ruimtelijke structuur en levert een bijdrage aan een gezond leefklimaat. Het openbaar groen wordt kwalitatief versterkt, verbonden en uitgebreid waar mogelijk.

 

Dit betekent dat het openbaar groen bijdraagt aan:

 

  • Gezondheid en sociale cohesie: Groen moet bijdragen aan een gezonde leefomgeving, waar recreatie en ontmoeting centraal staan.

  • Klimaatadaptatie: Door het vergroten van groen en de aanleg van water infiltrerende maatregelen, zoals wadi’s, wordt ingespeeld op hitte, droogte en wateroverlast.

  • Veiligheid: Het beleid richt zich op het voorkomen van risico’s door bijvoorbeeld adequaat onderhoud, snoei en handhaving van de bomen.

  • Biodiversiteit: Door te kiezen voor inheemse en gebiedseigen beplanting wordt een divers ecosysteem gestimuleerd dat weerbaar is tegen ziekten en plagen.

  • Esthetiek: Een aantrekkelijk ingericht groen draagt bij aan de leefbaarheid en het culturele erfgoed van de gemeente.

Uitgangspunten en maatregelen

Het beleid is gebaseerd op duidelijke uitgangspunten die voortkomen uit de waarden hierboven. Deze uitgangspunten geven richting aan concrete maatregelen op drie niveaus:

 

  • 1.

    Beheer en onderhoud: Richtlijnen voor afspraken met groenaannemers en toepassing van ecologische beheerprincipes, bijvoorbeeld door gebruik van biologisch zaai- en plantgoed en het hanteren van de Kleurkeur-richtlijnen.

  • 2.

    (Her)ontwikkelingen: Bij nieuwbouw- en herinrichtingsprojecten wordt groen integraal meegenomen in de ontwerp- en beheerplannen, zodat nieuw groen wordt toegevoegd of bestaand groen behouden blijft.

  • 3.

    Acties en monitoring: Concrete acties worden uitgevoerd, zoals het opstellen van een communicatieplan, het verder ontwikkelen van de digitale groenstructuurkaart en het monitoren van het bomenbestand met de 10-20-30 regel (Santamour regel) en het toevoegen van boomklassen. Ook wordt er onderzoek gedaan naar de opname van een landelijke groennorm in de gemeentelijke regelgeving.

Wilt u meer weten? In de leeswijzer zijn de verschillende onderdelen en waar u deze kunt vinden uitgebreid toegelicht.

 

1. INLEIDING

De gemeente Ouder-Amstel staat voor aanzienlijke uitdagingen op het gebied van behoud en versterking van het openbaar groen. Grote maatschappelijke vraagstukken zoals de energietransitie, woningbouwopgave, gezondheid en sociale cohesie, klimaatadaptatie en biodiversiteit bieden zowel uitdagingen als kansen voor het groen in de gemeente. Daarnaast zijn er herinrichtingen en nieuwbouw gepland en worden er kabels, leidingen en openbare verlichting aangelegd, waarbij de hoeveelheid en kwaliteit van het groen onder druk kan komen te staan. Dit groenbeleidsplan heeft tot doel deze uitdagingen het hoofd te bieden.

 

Gemeente Ouder-Amstel heeft een groene uitstraling. Toch zijn er veel kansen om de kwaliteit van het groen te vergroten. Bijvoorbeeld door aanpassingen in beheer en ontwikkeling van nieuw groen. Daarnaast biedt het openbaar groen kansen voor het oplossen van maatschappelijke vraagstukken, zoals klimaatadaptatie en het versterken van de biodiversiteit. In dit groenbeleidsplan hebben we extra aandacht voor de waarde die we met het openbaar groen kunnen creëren.

 

Wat is openbaar groen?

Dit groenbeleid heeft betrekking op het openbaar groen. Het openbaar groen is al het groen wat in eigendom en/of beheer is van de gemeente. Dit betreft onder andere bomen, plantsoenen, parken, groenstroken, bermen en oevers. De gemeente is verantwoordelijk voor het onderhoud en het (her)ontwikkelen van het groen binnen de bebouwde kom. Buiten de bebouwde kom is de gemeente verantwoordelijk voor het groen langs de gemeentelijke wegen, uitzonderingen worden in de volgende alinea toegelicht.

 

Wie is verantwoordelijk voor het beheer?

Het beheer van het openbaar groen kan worden uitgevoerd door een gemeente, door een groenaannemer of door een organisatie zoals Landschap Noord-Holland. In gemeente Ouder-Amstel is het groen in een aantal gebieden in eigendom en/of in beheer van Gemeente Amsterdam, dit zijn de Werkstad en in De Nieuwe Kern. Het eigendom en het beheer van de openbare ruimte in De Nieuwe Kern zal na realisatie gefaseerd worden overgedragen aan gemeente Ouder-Amstel. Tot slot is de gemeente onderdeel van het recreatieschap groengebied Amstelland. Beheer van recreatiegebieden zoals de Ouderkerkerplas wordt in dit samenwerkingsverband uitgevoerd. Op de groenstructuurkaart (H2.3) zijn de grenzen van deze gebieden weergegeven.

 

Beleidscontext

Dit beleid is een uitwerking van de Omgevingsvisie Ouder-Amstel 2040 en van het Integraal Beheerplan Openbare Ruimte (IBOR) op het gebied van openbaar groen. Daarnaast is het een bouwsteen voor het nog te ontwikkelen omgevingsprogramma. Dat wil zeggen dat dit beleidsplan, samen met andere thematische beleidsplannen, verwerkt zal worden in een omgevingsprogramma. Beleidskeuzes in dit groenbeleidsplan die juridische afdwingbaarheid vereisen, kunnen een plek krijgen in het omgevingsplan. Dit groenbeleidsplan geeft hier richting voor, maar stelt geen algemene maatregelen voor die overgenomen dienen te worden.

 

Totstandkoming

Om tot dit groenbeleidsplan te komen hebben we verschillende fases doorlopen:

 

  • Fase 1: een interne evaluatie om te bepalen wat er ontbreekt in de huidige situatie, hoe dit groenbeleidsplan eruit zou kunnen gaan zien en welke keuzes er gemaakt kunnen gaan worden. Op basis hiervan is een eerste structuur van het groenbeleid opgesteld.

  • Fase 2: een gespreksronde met betrokken organisaties om deze structuur verder uit te werken. De gesprekspartners staan in de bijlage VIII. Op basis van de uitkomsten van deze gesprekken is een concept groenbeleidsplan opgesteld.

  • Fase 3: met behulp van een vragenlijst is bij de inwoners opgehaald hoe het groen nu beleefd wordt en wat er beter kan. Doormiddel van alle feedback en reacties is een definitief groenbeleidsplan opgesteld. De reacties zijn opgenomen in bijlage IX.

Looptijd

Het groenbeleidsplan loopt van 2025 tot 2035. De begroting en meerjarenplanning zijn opgesteld tot 2030. Het is mogelijk om het plan tussentijds te evalueren of te herzien.

 

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 en 3 beschrijven de overkoepelende beleidsstructuur. In hoofdstuk 2 staat de huidige situatie met betrekking tot groenbeleid en het groen in de gemeente beschreven. Hoofdstuk 3 gaat in op de doelstelling van het groenbeleidsplan en de waarden die samenhangen met het groen.

 

Hoofdstuk 4, 5, 6 en 7 bevatten de uitgangspunten, maatregelen en acties die we uit gaan voeren. Hoofdstuk 4 beschrijft de uitgangspunten die worden gehanteerd om tot maatregelen en acties te komen. Hoofdstuk 5 bevat maatregelen op het gebied van het beheer en onderhoud van het bestaande groen. Hoofdstuk 6 bevat maatregelen op het gebied van groen bij (her)ontwikkelingen zoals herinrichtingen en nieuwbouwprojecten. Tot slot bevat hoofdstuk 7 de concrete acties en projecten die we als gemeente uit gaan voeren.

 

Bijlage I is een toelichting op de groenelementen. Bijlage II is een weergave van de Groenstructuurkaart. Bijlagen III, IV, V en X gaan over bomen. In bijlage III is een overzicht gegeven van de verschillende soorten overlast en wat het handelingsperspectief van de gemeente is bij klachten. Bijlage IV licht de indeling van de boomklassen toe. Iedere boom wordt ingedeeld in een boomklasse, deze indeling kan vervolgens worden gebruikt bij de uitvoering en bij het beoordelen van kapvergunningsaanvragen. Bijlage V geeft een overzicht van de criteria voor het toekennen van de status monumentale boom. Bijlagen VI, VII, VIII en IX zijn de beleidscontext, terugkoppelingen op de gespreksrondes en de enquête.

 

Bijlage X geeft een overzicht van de beoordelingsregels voor een kapvergunning. Deze beoordelingsregels zijn de beleidsmatige basis voor de bomenverordening. Zie figuur 1 voor een visuele weergave van de inhoud van dit groenbeleid.

 

Figuur 1. Leeswijzer groenbeleidsplan.

2. HUIDIGE SITUATIE

Om tot maatregelen te komen is het belangrijk om te weten wat de huidige situatie is met betrekking tot het openbaar groen in de gemeente Ouder-Amstel. Dit hoofdstuk beschrijft deze huidige situatie. We gaan eerst in op de huidige beleidscontext. Dit geeft inzicht in wat de gemeente beleidsmatig momenteel doet op het gebied van openbaar groen en hoe het groenbeleidsplan in deze context past. Vervolgens beschrijven we de huidige groenstructuur.

 

2.1. Opgave

Binnen gemeente Ouder-Amstel ligt een grote opgave om het areaal openbaar groen, inclusief bomen, te behouden en te versterken. Groen verliest het in de praktijk vaak van parkeren, kabels en leidingen of ontwikkelingen voor huisvesting.

 

Het groenbeleid in de gemeente Ouder-Amstel bestond tot nu toe uit de Bomenverordening en het effectgestuurd beheerplan openbaar groen. De Bomenverordening die vanaf 2023 geldend is, is beleidsarm overgenomen van de bomenbeleidsnotitie 2014. Het effectgestuurd beheerplan openbaar groen Ouder-Amstel 2024-2034 is onlangs geactualiseerd. Met dit beleidsplan actualiseren we zowel het beleid voor groen als voor bomen. Na vaststelling wordt het beheerplan, indien nodig, verder bijgewerkt. Met deze actualisering zorgen we dat de volgende opgaven worden meegenomen:

 

  • Groen draagt bij aan meerdere maatschappelijke waarden. Biodiversiteit en klimaatadaptatie moeten een plek krijgen in het beleid.

  • De werkwijze en plek van openbaar groen bij nieuwbouwplannen en herontwikkelingen moet worden verduidelijkt.

  • Beleid voor bomen wordt opgenomen in dit beleid met: ‘De juiste boom op de juiste plek’ als uitgangspunt.

  • (Beleids)keuzes over openbaar groen moet beter worden gecommuniceerd naar bewoners en collega’s.

  • Het vaststellen van een actielijst met meerjarenplanning.

  • Kaders stellen voor kwalitatief beheer van groen in aanbestedingen.

  • Het leggen van de basis voor de structurele monitoring van openbaar groen en voor de vaststelling van de maatschappelijke waarden. Door het ontbreken hiervan is het bijvoorbeeld nog niet mogelijk om (monetaire) waarde aan het groen toe te kennen of om doelstellingen op te nemen.

  • Handvatten voor de implementatie van de Omgevingswet, zoals: een (digitale) kaart met de groenstructuur, beleidsklassen en regels voor bomen, evenals een basis voor eventuele juridische borging in het omgevingsplan. Voor een volledig overzicht van de opgaven van Ouder-Amstel, zie bijlage VII en VIII.

2.2. Beleidscontext

In deze paragraaf wordt een overzicht gegeven van het gemeentelijke beleid op het gebied van openbaar groen, zoals geldend in januari 2025. Stukken die in dit hoofdstuk niet zijn opgenomen, betreffen verlopen documenten, stukken die nog slechts één jaar geldig zijn, en regionale beleidsstukken. Deze documenten worden beknopt toegelicht in bijlage VI.

 

Coalitieakkoord 2022 - 2026

Het Coalitieakkoord 2022 - 2026 geeft aan dat de coalitie zich wil inzetten voor het behoud van zoveel mogelijk bestaande bomen, groen en biodiversiteit. Hier is uitwerking aan gegeven in het college uitvoeringsprogramma 2022 – 2026 (CUP). De gemeente streeft in het coalitieakkoord en het CUP naar het vervangen van steen door groen op concrete locaties, het verhogen van de kwaliteit van groenonderhoud en het verbeteren van de inrichting van de openbare ruimte om biodiversiteit te bevorderen. Verder wordt het bomenbeleid aangescherpt en het planten van bomen uit het bomenfonds versneld. Daarnaast wil de gemeente groen versterken door nieuw groen vanuit het bomencompensatiefonds in huidige gebieden te realiseren, groen onderdeel te laten uitmaken van uitbreidingsplannen, meer inheemse boomsoorten te gebruiken en toekomstgericht groen planten door rekening te houden met verzakkingen en biodiversiteit.

 

Concreet wil het college 500-1000 bomen aanplanten buiten de gebiedsontwikkeling in de komende 4 jaar, onder andere bij de Ouderkerkerplas langs de A9. Bij nieuwbouwprojecten bij de projectontwikkelaar moet bespreekbaar worden gemaakt om meer groen in het project op te nemen (CUP).

 

Ook staat in coalitieakkoord dat een groot groen stadspark wordt aangelegd in de DNK waarmee extra bomen worden gerealiseerd. Hierdoor zullen de kosten voor groen onderhoud verder stijgen, maar de coalitie vindt het belang van groen dusdanig groot dat dit noodzakelijk is. Naast het aanplanten van meer bomen wil de gemeente extra aandacht geven aan het stimuleren van de biodiversiteit. Dit groenbeleidsplan richt zich op het concretiseren en operationaliseren van de ambities uit dit coalitieakkoord en het CUP.

 

Omgevingsvisie Ouder-Amstel 2040

Dit groenbeleid is een uitwerking van de Omgevingsvisie Ouder-Amstel 2040. De Omgevingsvisie van Ouder-Amstel biedt een kader voor de toekomstige ontwikkeling van het gebied en legt de basis voor de ruimtelijke en maatschappelijke ontwikkelingen tot 2040. Hier wordt onderscheid gemaakt in visies per thema en per deelgebied waar groen allemaal in terugkomt. De visie focust zich op verbetering van de leefomgeving, met nadruk op duurzaamheid, natuur, en de balans tussen wonen, werken en recreëren. Er wordt ingezet op een gezonde en groene omgeving, waarin natuur een belangrijke rol speelt in het versterken van de leefbaarheid.

 

Voor het groenbeleid is het relevant dat in speerpunt 5 van hoofdstuk Natuurlijk Ouder-Amstel, ‘versterk biodiversiteit en de kwaliteit van het groen’ is opgenomen. Waarbij wordt aangegeven dat ook in de bebouwde omgeving biodiversiteit en voldoende groen van belang zijn. Daarnaast is er een uitgangspunt opgenomen over het in stand houden van de hoeveelheid groen. En wordt aangegeven dat inheemse beplanting, en groene daken en gevels worden gestimuleerd (p. 18 en 19). Voor duurzaam Ouder-Amstel is speerpunt 3 relevant, waarin wordt gesteld dat alle nieuwe ontwikkelingen in de openbare ruimte klimaatadaptief moeten worden gerealiseerd. Dit omvat de volgende uitwerkingen: voorkom hittestress zoveel mogelijk door voldoende groen en water. Bij nieuwbouw zijn koele plekken (minimaal 200m2) op loopafstand (300m) aanwezig.

 

Omgevingsplan Ouder-Amstel

Ouder-Amstel heeft een Omgevingsplan gemeente Ouder-Amstel dat stapsgewijs aangevuld wordt. Het huidige omgevingsplan bevat nog geen specifieke bepalingen over openbaar groen. Deze worden in de toekomst toegevoegd. Het doel is om uiterlijk in 2032 een volledig omgevingsplan te hebben met alle aspecten van de leefomgeving, inclusief regels over groen.

 

Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte (IBOR)

Het Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte (IBOR) is een strategisch document dat de gemeente richting geeft voor de ontwikkeling, inrichting en het beheer van de openbare ruimte in de komende tien jaar (2020 – 2030). Het IBOR stelt beleidslijnen vast voor diverse onderdelen van de openbare ruimte, waaronder groenvoorzieningen en waterbeheer. De focus ligt op het behouden van een kwalitatieve en toegankelijke openbare ruimte die bijdraagt aan de leefbaarheid, duurzaamheid en veiligheid van de gemeente. Hierbij wordt het belang van groen in de openbare ruimte, en de stimulering van biodiversiteit en klimaatadaptie in het groenbeheer benadrukt.

 

Dit groenbeleidsplan sluit aan bij de lijnen die in het IBOR zijn uitgezet, met name op het gebied van de inrichting en het beheer van openbaar groen. De uitgangspunten uit het IBOR zijn vertaald in concrete maatregelen voor beheer en ontwikkeling van de groene openbare ruimte. De maatschappelijke thema’s uit het IBOR, die betrekking hebben op waarden zoals veiligheid en gezondheid, worden in dit groenbeleidsplan meegenomen door ze te verwerken in de waarden. Dit wordt toegelicht in Hoofdstuk 3.

 

Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR)

In de Leidraad Inrichting Openbare Ruimte Ouder-Amstel staan eisen en aanbevelingen die door de gemeente zijn opgesteld voor de inrichting van de openbare ruimte, waaronder groen. Deze eisen en aanbevelingen omvatten bijvoorbeeld het type groen dat moet worden toegepast, de benodigde plantafstanden en hoe het groen op een ecologisch verantwoorde manier kan worden ingepast in de omgeving. Deze vormen een bijdrage aan de doelstellingen die geformuleerd zijn in het IBOR.

 

De LIOR is verbonden met dit groenbeleidsplan. Het groenbeleidsplan richt zich op de strategische en lange termijn doelen voor het beheer en ontwikkeling van het openbaar groen in Ouder-Amstel, terwijl de LIOR de concrete eisen en aanbevelingen biedt voor de uitvoering van die doelen in de openbare ruimte.

 

Snippergroenbeleid (Grondbeleid)

In het nieuw snippergroenbeleid gemeente Ouder-Amstel is beschreven hoe wordt omgegaan met kleine stukjes openbaar groen, grenzend aan particuliere tuinen. Daarnaast wordt er beschreven op welke manier wordt beoordeeld wanneer een stukje openbaar groen wel of niet wordt verkocht of verhuurd aan bewoners. Zodra openbaar groen aan bewoners wordt verkocht of verhuurd, is het in beheer van de bewoner en voert de gemeente er geen beheer uit. Een uitzondering is als er een gemeentelijke boom staat op een verhuurd stukje snippergroen. De inspectie en beheermaatregelen worden in dat geval uitgevoerd door de gemeente vanwege de zorgplicht. Dit groenbeleidsplan is in lijn met de voorwaarden en afspraken uit het snippergroenbeleid.

 

Bomenverordening en bomencompensatiefonds

Gemeente Ouder-Amstel heeft een Bomenverordening. Een verordening of APV (Algemeen Plaatselijke Verordening) zijn regels die voor iedereen binnen de gemeente gelden. Deze regels zijn zowel voor de gemeente, als voor inwoners en bedrijven binnen de gemeente (juridisch) bindend. Hierin is onder andere vastgelegd dat voor het kappen van een boom een kapvergunning nodig is. Daarnaast is er een herplantplicht en een verplichting dat, indien niet aan de herplantplicht kan worden voldaan, er een geldelijke compensatie dient te worden gestort in het bomencompensatiefonds.

 

In het groenbeleid is opgenomen hoe het college van burgemeester en wethouders zijn bevoegdheden uitvoert met betrekking tot groen en bomen. Een beleidsregel is geen juridisch bindende regel, maar een richtlijn waaraan de gemeente zich moet houden. Beleid dient ook als toetsingskader voor vergunningaanvragen. In bijlage X is een uitwerking gemaakt van het beleid ten aanzien van bomen.

 

De bomenverordening wordt in de toekomst geactualiseerd en beleidsarm gemaakt. Dat wil zeggen dat hier alleen regels in worden opgenomen. Dit groenbeleid geeft vervolgens de beleidsmatige basis waarnaar de verordening verwijst.

 

Diverse beheerplannen

De gemeente Ouder-Amstel heeft meerdere beheerplannen voortkomen uit, of samenhang hebben met het groenbeleid. In het Effectgestuurd beheerplan openbaar groen Ouder-Amstel 2024-2034 worden concrete doelen en beheermaatregelen voor groen en groenvoorzieningen beschreven en de benodigde financiële middelen om dit te realiseren. Beheerplan begraafplaats Karssenhof 2023 - 2027 richt zich op het beheer en onderhoud van de gemeentelijke begraafplaatsen Karssenhof in Ouder-Amstel. Dit draagt bij aan dit groenbeleidsplan omdat de begraafplaats valt onder openbaar groen. Beheerplan overlastgevende soorten 2021-2025 betreft het beheren van planten- en diersoorten of micro-organismen die hinder veroorzaken bij het gebruik van de openbare ruimte. Het omgaan met overlastgevende soorten maakt onderdeel uit van dit groenbeleid.

 

Deze beheerplannen spelen een rol in de uitvoering van dit groenbeleidsplan. Elk beheerplan heeft specifieke focusgebieden, maar allemaal dragen ze bij aan de bredere doelstellingen van het groenbeleidsplan door middel van gedetailleerde en praktische maatregelen.

 

Beleidsplan Duurzaamheid

Het Beleidsplan Duurzaamheid gemeente Ouder-Amstel vormt de verbindende schakel tussen alle onderwerpen en initiatieven gerelateerd aan duurzaamheid. Hier wordt gesteld dat het beheer en onderhoud van het openbaar groen de grootste bijdrage kan leveren aan klimaatadaptatie en biodiversiteit. Dit plan is onderdeel van de Omgevingsvisie. In H3.2B en H3.2C van het beleidsplan duurzaamheid worden doelstellingen voor het openbaar groen, natuur en biodiversiteit benoemd.

 

Ook worden er monitoringsacties, financiële invulling en de planning gegeven. Hieronder staan de doelstellingen en concrete acties uit H3.2B en C weergegeven:

 

  • De kwaliteit van het groen wordt verbeterd.

    • o

      Groenstructuur versterken en onderzoeken of meer bomen aanplanten hieraan bijdraagt.

    • o

      Bij het aanplanten van bomen moet er kritisch gekeken worden naar de kwaliteit. In bepaalde gevallen zal blijken dat kwaliteit belangrijker is dan kwantiteit.

  • Bij herinrichting en beheer van de openbare ruimte is er meer aandacht voor biodiversiteit.

    • o

      Het promoten van belangrijke (doel)soorten.

    • o

      Biodiversiteit als vast onderdeel opnemen in onderhoud en (her)inrichtingsplannen.

    • o

      Stimuleren van natuurlijk beheren.

  • Stimuleren van bewoners, boeren en bedrijven om mee te helpen aan de versterking van biodiversiteit op eigen kavel.

    • o

      Samenwerking met Vogel-Werkgroep Ouder-Amstel.

    • o

      Het promoten van het doelsoortenboekje.

    • o

      Opleiden en inzetten van klimaatcoaches voor het geven van adviezen voor meer biodiversiteit op balkons en in tuinen.

    • o

      Inwoners stimuleren mee te doen met diverse tellingen (vogels, spinnen, egels, etc.).

    • o

      Voorlichting op scholen.

    • o

      In gesprek gaan met boeren over biodiversiteit, gebruik pesticiden en kunstmest.

In het groenbeleidsplan sluiten we hierop aan en werken we maatregelen eventueel verder uit.

 

Water en rioleringsprogramma

In het Water- en rioleringsprogramma Ouder-Amstel 2023-2027 staat hoe ambities van de gemeente over riool- en watertaken worden vormgegeven. Deze taken raken het groenbeleidsplan vooral op het gebied van waterbeheer en duurzaamheid. Groen bevordert namelijk waterinfiltratie wat kan bijdragen aan het afvoeren van regenwater en het voorkomen van wateroverlast. Daarnaast kunnen groene netwerken worden gecombineerd met blauwe elementen om de waterkwaliteit te verbeteren.

 

2.3. Groenstructuur

In de gemeente liggen parken, plantsoenen en wijkgroen. Een groenstructuur geeft de overkoepelende groene structuur in de gemeente weer. De groenstructuurkaart van Ouder-Amstel, in figuur 2, geeft een weergave van de huidige situatie en gaat (nog) niet in op de gewenste toekomstige groenstructuur. De groenstructuur zal in de toekomst worden vastgelegd in het omgevingsplan en biedt handvatten voor het verbinden van groene structuren onderling en met groene gebieden buiten de gemeentegrenzen. Het verbinden van groene en blauwe structuren versterkt de biodiversiteit in de gemeente.1

 

Op de groenstructuurkaart (figuur 2) zijn de groenstructuren binnen de gemeente in beeld gebracht. Deze kaart bestaat uit de groenblauwe hoofdstructuur, het Natuur Netwerk Nederland (NNN, grijs) en de locaties en namen van parken en groene ruimtes (rechts in de legenda). Groenareaal in eigendom van de gemeente is donkergroen, de stedelijke groengebieden (lichtgroen). De oranje stippellijn geeft aan waar de regels van de gemeente over bomenkap gelden en waar de rijksregels voor bomenkap gelden (zie paragraaf 4.6). De gebieden die op de kaart zijn aangegeven als erfpacht gebied zijn in beheer van een andere beheerinstantie dan gemeente Ouder-Amstel. Hier worden aparte beheerafspraken gemaakt.

 

De groenstructuurkaart is een van de verschillende weergaven die mogelijk zijn. In de praktijk is de groenstructuurkaart een digitale kaart met verschillende informatielagen die voor interne of publieke doeleinden gebruikt kunnen worden. In bijlage II is een printbare, grotere versie beschikbaar.

 

Figuur 2. Groenstructuurkaart. Deze kaart is een uitwerking van de Omgevingsvisie. De kaart is digitaal beschikbaar en bestaat uit meerdere kaartlagen. In bijlage II is een grotere printbare versie beschikbaar.

3. DOELSTELLING EN WAARDEN

Dit hoofdstuk bevat de doelstelling die we willen bereiken met het groenbeleidsplan. Alle maatregelen en acties die we uitvoeren dragen bij aan het behalen van dit doel. Het openbaar groen in de gemeente draagt bij aan vijf maatschappelijke waarden. Afhankelijk van de balans in waarden komen we tot maatregelen om het hoofddoel te behalen. Hierbij onderscheiden we uitgangspunten en drie typen maatregeltypen. In figuur 3 is dit schematisch weergegeven.

 

Figuur 3. Een schematische weergave van de opbouw van het groenbeleidsplan.

 

3.1. Hoofddoel

Het hoofddoel is:

 

Openbaar groen is een fundament van de duurzame ruimtelijke structuur en levert een bijdrage aan een gezond leefklimaat. Het openbaar groen wordt kwalitatief versterkt, verbonden en uitgebreid waar mogelijk.

 

Het hoofddoel is geformuleerd door de doelstellingen uit het IBOR en de Omgevingsvisie Ouder-Amstel samen te voegen. Dit doel is vervolgens getoetst met interne medewerkers en de organisaties die betrokken zijn bij het openbaar groen.

 

3.2. Gebieden

De gemeente hanteert in de Omgevingsvisie vier gebieden. Deze indeling is verwerkt in Figuur 3 hierboven. Duivendrecht maakt deel uit van een meer stedelijke omgeving en bevat enkele winkels en voorzieningen. Ouderkerk aan de Amstel is een kleinschalig dorp in het buitengebied en heeft daarmee een groen en landelijk karakter. Ook hier bevindt zich een centrum en winkelgebied. De Amstelscheg biedt ruimte voor rust en groen.

 

De Nieuwe Kern en Werkstad Over-Amstel (waaronder Entrada) maken deel uit van de gebiedsontwikkeling van Ouder-Amstel. In de Nieuwe Kern wordt met een park een groen hart en groene verbinding gecreëerd en de bereikbaarheid van de Amstelscheg verbeterd. Groen en water worden bepalend voor het karakter van De Nieuwe Kern. Amstel Business Park Zuid verandert van een klassiek bedrijventerrein naar een woon-werkgebied met de naam Werkstad Over-Amstel. Hier wordt met behulp van ‘schegprikkers’ voor groene verbindingen met het buitengebied (de Amstelscheg) gezorgd en groen- en waterstructuren versterkt.

 

Voor een meer gedetailleerde beschrijving van deze gebieden en hun ambities verwijzen we naar de Omgevingsvisie van Ouder-Amstel. Deze gebiedsindeling wordt ook in dit groenbeleid gehanteerd, zodat eventuele toekomstige (beleids)ontwikkelingen aansluiten bij het groenbeleid en andersom.

 

3.3. Waarden

Er zijn vijf waarden die samenhangen met het openbaar groen: gezondheid en sociale cohesie, klimaatadaptatie, veiligheid, biodiversiteit en esthetiek. Keuzes en afwegingen voor het openbaar groen dienen altijd in dienst te staan van een zo gebalanceerd mogelijke afweging van de waarden. De waarden gezondheid en sociale cohesie, klimaatadaptatie, veiligheid en biodiversiteit komen ook terug als thema’s in het Integraal Beleidsplan Openbare Ruimte (IBOR) en de speerpunten uit de Omgevingsvisie Ouder-Amstel 2040.

 

De waarde esthetiek is toegevoegd, omdat de wijze waarop het groen wordt beleefd en of het er aantrekkelijk uitziet door veel gesprekspartners als belangrijk wordt gezien. De waarden worden hieronder nader toegelicht.

 

Figuur 4. Definities van de waarde van groen.

3.3.1. Gezondheid en sociale cohesie

Groen levert een bijdrage aan de gezondheid en sociale cohesie binnen de gemeente. Groen in de openbare ruimte speelt een belangrijke rol bij de fysieke en mentale gezondheid van bewoners. Daarnaast kan groen in de openbare ruimte uitnodigend zijn voor mensen om samen te komen. Binnen deze waarde sluiten we aan bij verschillende speerpunten onder de maatschappelijke thema’s Gezondheid en Sociale cohesie in de IBOR.

 

In de IBOR is bijvoorbeeld opgenomen dat er beplanting aanwezig is in de nabijheid van bewoners en dat er voldoende grote en kleine (groen)gebieden zijn om te kunnen recreëren en ontspannen. Daarnaast functioneert de openbare ruimte als een ontmoetingsplaats. De openbare ruimte rondom de woning moet zo aantrekkelijk zijn dat bewoners worden uitgenodigd om hun huis uit te komen, naar buiten te gaan en leent zich ervoor om samen te komen, elkaar te ontmoeten en iets te ondernemen. Tot slot heeft het openbaar groen een dempende functie voor geluid.

3.3.2. Klimaatadaptatie

Door klimaatverandering ontstaat er een grotere kans op wateroverlast, droogte en hitte. Het natuurlijke systeem kan bijdragen aan het klimaatbestendig maken van de gemeente. Het openbaar groen is onderdeel van dit systeem. Bomen kunnen, mits voldoende kroonbedekking, voor schaduw zorgen. Beplanting en kruidenrijk gras zorgen, net als bomen, voor het dempen van de straling van de zon. Door het aanleggen van wadi’s (waterafvoer, drainage en infiltratie) kan de functie van openbaar groen en klimaatadaptatie gecombineerd worden. Groen heeft in periodes van droogte ook een watervraag, waar bij het kiezen van boomsoorten of groentypen rekening mee gehouden moet worden.

3.3.3. Veiligheid

Voor inwoners is het belangrijk dat het groen niet leidt tot gevaarlijke situaties en dat veiligheid niet in het gedrang komt. Zo is het bijvoorbeeld van belang dat zichtlijnen bij kruispunten en rotondes vrijgehouden worden en dode takken, die een risico kunnen vormen, uit bomen worden verwijderd.

 

Bij het toepassen van beplantingen wordt rekening gehouden met de veiligheid van mens en dier. Routes zijn veilig, voldoende verlicht, herkenbaar en overzichtelijk voor alle categorieën gebruikers.

3.3.4. Biodiversiteit

Biodiversiteit is de diversiteit van plant- en diersoorten in een gebied. De diversiteit aan planten en dieren staat wereldwijd, in Nederland en met name in de stedelijke omgeving onder druk. Het openbaar groen kan zo worden beheerd en ingericht dat het de biodiversiteit ten goede komt.

 

Het is bijvoorbeeld van belang dat er plant- en boomsoorten worden gekozen die zoveel mogelijk gebiedseigen en inheems2 zijn. Dit zorgt ervoor dat de insecten en dieren er gebruik van kunnen maken. Daarnaast kan het toepassen van verschillende soorten bomen ervoor zorgen dat in het geval van een boomziekte niet alle bomen in een laan sterven, of dat de eikenprocessierups niet in een hele wijk overlast kan geven.

3.3.5. Esthetiek

Het openbaar groen dient ook een esthetische waarde. Van de vijf waarden die opgenomen zijn in dit groenbeleid is esthetiek de enige die niet omschreven is in de IBOR. Deze waarde is aan dit beleid toegevoegd omdat inwoners het belangrijk vinden dat het groen in hun leefomgeving aantrekkelijk is ingericht. Wat mooi of aantrekkelijk wordt gevonden, is voor iedereen verschillend.

 

Het is voor de gemeente en de regio van belang dat de esthetische waarde ook onderdeel uitmaakt van het beeld dat in de lokale culturele en landschappelijke context past. Tot slot is het van belang cultuurhistorisch groen in de gemeente, evenals in het erfgoed, te behouden en te beschermen.

 

3.4. Uitgangspunten en maatregelen

De uitgangspunten en maatregelen dragen bij aan het behalen van het hoofddoel en zorgen voor een zo gebalanceerd mogelijke afweging van de waarden. We onderscheiden vier verschillende onderdelen:

  • Uitgangspunten (hoofdstuk 4) zijn van algemene aard en geven richting en handvatten voor het uitvoeren van de taken met betrekking tot het openbaar groen.

  • Maatregelen voor beheer en onderhoud (hoofdstuk 5) zijn gericht op hoe het beheer en onderhoud wordt uitgevoerd. Dit betekent vaak dat zaken moeten worden doorgevoerd in de afspraken met groenaannemers. Daarnaast zijn er ook per groenelement een aantal specifieke maatregelen opgenomen. Voor een uitwerking van de groenelementen zie bijlage I.

  • Maatregelen bij (her)ontwikkeling (hoofdstuk 6) zijn expliciet opgesteld om het belang van het openbaar groen te borgen bij nieuwbouw en herontwikkeling.

  • Acties (hoofdstuk 7) zijn concrete acties komen voort uit de waarden, uitgangspunten en maatregelen die in de voorgaande hoofdstukken worden benoemd.

4. UITGANGSPUNTEN

In dit hoofdstuk gaan we in op de uitgangspunten voor het groen. Met uitgangspunten bedoelen we richtlijnen of principes die de basis vormen voor het openbaar groen, en voor de maatregelen die we treffen en acties die we uitvoeren. De maatregelen en acties zijn opgenomen in hoofdstuk 5 tot en met 7: Beheer en onderhoud (H5), Groen bij (her)ontwikkeling (H6) en Acties (H7).

 

Bij het definiëren van de uitgangspunten hebben we de vijf waarden van het groen steeds afgewogen: gezondheid en sociale cohesie, klimaatadaptatie, veiligheid, biodiversiteit en esthetiek. Bij elke sectie beschrijven we kort hoe de uitgangspunten bijdragen aan de waarden.

 

Binnen de uitgangspunten maken we onderscheid tussen uitgangspunten voor groenstructuur en biodiversiteit, communicatie en samenwerking, bewonersinitiatief, monitoring, handhaving en bomen.

 

4.1. Groenstructuur en biodiversiteit

In gemeente Ouder-Amstel is nog geen groenstructuur vastgesteld. De kaart in H2.2 is een voorzet naar een groenstructuurkaart die kan worden vastgesteld. Het doel van een groenstructuur is het behouden en versterken van aaneengesloten groene gebieden. Het verbinden van groen en het monitoren van de groenstructuur draagt bij aan de biodiversiteit in de gemeente. Daarnaast kan de groenstructuurkaart in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) geladen worden. Waarna het mogelijk is om regels met betrekking tot groen aan gebieden te koppelen.3

 

Om de groenstructuur en de biodiversiteit te behouden en te verbeteren, hanteren we de volgende uitgangspunten:

 

  • We passen zoveel als mogelijk gebiedseigen en inheemse soorten toe om de ecologische en voedsel of nestfunctie voor inheemse fauna te ondersteunen. De bomentabel of Norminstituut Bomen kunnen hier als inspiratie dienen.

  • De groenstructuur vormt de basis voor de ecologische verbindingen binnen de gemeente. We zoeken actief naar manieren om groenstructuren te verbinden, zoals door nieuw groen of het versterken van bestaand groen en blauw of faunapassages of verblijfsplekken. De groenstructuurkaart wordt opgenomen in de Omgevingsvisie en het omgevingsplan.

  • De bomen en het groen in de groenstructuur worden met extra oog voor ecologie beheerd. Om dit te kunnen uitvoeren moeten er zaken in het beheerprogramma en de groenstructuurkaart worden geharmoniseerd. Dit is opgenomen als actie.

  • De komende jaren wordt de groenstructuurkaart verder ontwikkeld tot kaart die voor interne en openbare doeleinden kan worden gebruikt.

  • Bij ontwikkelingen die plaatsvinden in of in de buurt van de groenblauwe hoofdstructuur wordt extra rekening gehouden met de kansen voor het ecologisch inrichten van deze locatie.

Koppeling aan de vijf waarden

Deze uitgangspunten dragen indirect bij aan de waarden gezondheid en sociale cohesie en esthetiek, vanwege de bijdragen aan een prettige leefomgeving en aantrekkelijk landschap. De uitgangspunten dragen ook sterk bij aan klimaatadaptatie en biodiversiteit, vanwege het bevorderen van het gebruik van inheemse soorten, waterberging, verkoeling, betere bodemgezondheid, hittebestendigheid en versterkt leefgebied voor soorten. De uitgangspunten dragen niet direct bij aan de waarde veiligheid.

 

4.2. Communicatie en samenwerking

Uit de verschillende gespreksronden en de enquête is gebleken dat onze inwoners meer informatie willen kunnen vinden over de keuzes die worden gemaakt in het groen.

 

Groen wat wordt beheerd met oog voor ecologie en biodiversiteit kan er wat rommeliger uit zien. Dit heeft als gevolg dat inwoners denken dat er geen of slecht beheer wordt uitgevoerd. Door te communiceren over deze keuzes kan dit gevoel worden weggenomen.

 

De gemeente vindt het belangrijk om over haar beleidskeuzes te communiceren. We hanteren daarom de volgende uitgangspunten:

 

  • Tijdige en duidelijke communicatie over het groenbeheer en eventuele achterliggende keuzes.

  • Samenwerking met gebiedspartijen: we betrekken relevante partners, zoals lokale bedrijven, lokale organisaties die betrokken zijn bij het groen, het waterschap en andere overheden.

  • We onderzoeken hoe we bewoners beter kunnen ondersteunen bij het vinden van de juiste kennis over lokale, inheemse soorten die geschikt zijn voor (gevel)tuinen of bedrijfslocaties. Dit geldt ook voor informatie over het aanplanten van verticaal groen en andere natuurinclusieve maatregelen voor bewoners of ondernemers.

Koppeling aan de vijf waarden

Deze uitgangspunten dragen sterk bij aan gezondheid en sociale cohesie, omdat het draagvlak en betrokkenheid creëert en de leefbaarheid verbeterd. Ook dragen ze sterk bij aan klimaatadaptatie, biodiversiteit en esthetiek. Goede samenwerking en kennisdeling helpt bij het stimuleren en informeren van klimaatadaptieve en natuurinclusieve maatregelen. Meer afstemming over groenbeheer leidt ook tot een aantrekkelijke leefomgeving en goed onderhouden groen, omdat er overlegd kan worden over wat mensen mooi groen vinden. Tot slot, dragen de uitgangspunten indirect bij aan veiligheid.

 

4.3. Bewonersinitiatief

In dit groenbeleid wordt aangesloten op de Participatie Verordening Ouder-Amstel en de Handreiking Participatie Samen maken we Ouder-Amstel. Hieronder de artikelen uit de participatienota die relevant zijn voor openbaar groen en die we dus overnemen in dit beleid:

 

  • Indien een bewonersinitiatief wordt aangedragen, wordt dit volgens de bovenstaande verordening behandeld.

  • De groenstructuurkaart wordt doorontwikkeld zodat locaties, waar bewonersinitiatief in het groen mogelijk is, zichtbaar zijn.

  • We streven naar een actieve invulling aan maatschappelijke initiatieven zoals Stichting Steenbreek en het NK-Tegelwippen. Op deze manier kunnen inwoners worden geënthousiasmeerd voor het vergroenen van de gemeente.

4.4. Monitoring

Er is in 2025 nog onvoldoende data beschikbaar om doelen voor het openbaar groen te stellen. Daarom is er in dit hoofdstuk een overzicht gemaakt van de uitgangspunten die we gaan hanteren op het gebied van monitoring. Dit overzicht, en de acties die in 7.4 zijn opgenomen zorgen voor een basis op het gebied van dataverzameling en monitoring. Wanneer de acties in 7.4 zijn voltooid, is er voldoende inzicht om te bepalen welke indicatoren bij de gemeente passen en of er doelstellingen voor deze indicatoren kunnen worden gekozen.

 

  • We hanteren de 10-20-30 regel van Santamour4 om de diversiteit van het totale bomenbestand en de diversiteit in laan en bosstructuren te monitoren. Hiervoor moeten aanpassingen of toevoegingen worden gedaan in het beheersysteem.

  • We hanteren onder andere de boomklassen (bijlage IV) voor het monitoren van het bomenbestand. Dit wordt geïnventariseerd en opgenomen in het beheersysteem en vervolgens via de boomveiligheidscontrole bijgehouden.

  • De komende jaren wordt de groenstructuurkaart verder ontwikkeld tot kaart die voor interne en openbare doeleinden kan worden gebruikt. De groenstructuur wordt in het Digitaal Stelsel Omgevingswet geladen en krijgt hiermee ook juridische borging. Hierdoor kan de kaart ondersteunen bij inrichtingskeuzes voor groen en kansen voor het verbinden van groen. Of dit in een omgevingsplan of omgevingsprogramma gaat landen dient nog te worden bepaald.

  • We onderzoeken of een groennorm kan worden opgenomen in de gemeentelijke regelgeving. Bijvoorbeeld de 3-30-300 regel5 of een andere geschikte groennorm. Daarbij worden ook huidige de ontwikkelingen rondom een mogelijk landelijke groennorm in beeld gehouden.

  • We maken gebruik van Norminstituut Bomen voor het in beeld brengen van het Boomkroonvolume (BKV) per wijk of buurt. We gebruiken de BKV voor het in beeld brengen van kansen voor groen en om te bepalen of er voldoende groen in een wijk aanwezig is.

  • Met de verplichte Boom Veiligheids Controle (BVC) wordt jaarlijks de gezondheid en veiligheid van de bomen in beeld gebracht. De uitkomsten van de BVC kunnen, naast snoei in het kader van veiligheid, ook gebruikt worden om de kwaliteit en gezondheid van het bomenbestand te monitoren.

  • Het Soortenmanagementplan (SMP) geeft een indicatie van de status van ecologische kwaliteit in de gemeente. De uitkomsten van het SMP kunnen ook worden gebruikt om te monitoren of om aanvullende maatregelen te treffen. Ten tijde van het opstellen van dit groenbeleid wordt het SMP wordt opgesteld

  • We gebruiken het beheersysteem om inzichtelijk te maken hoeveel groen en bomen er in de gemeente aanwezig is. We zorgen dat dit systeem actueel is en dat de categorisering in het systeem passend is bij wat we willen monitoren, bijvoorbeeld door een onderscheid tussen gazon, om te vormen gazon, en kruidenrijk gras.

Koppeling aan de vijf waarden

De uitgangspunten voor het hanteren van regels, normen en beheersystemen maken het mogelijk om het openbaar groen in de gemeente te monitoren. Met de opgedane inzichten kan openbaar groen beter worden beheerd en wordt indirect aan alle waarden bijdragen.

 

Het volgen van groennormen kan leiden tot voldoende groen in de wijk, wat bijdraagt aan gezondheid, welzijn, leefbaarheid, en klimaatbestendigheid. Daarnaast dragen groennormen bij aan ecologische waarde en biodiversiteit. Duidelijke groenregels en monitoring kunnen ook bijdragen aan een veiligere omgeving en zorgen voor een aantrekkelijke gemeente.

 

De uitgangspunten voor het hanteren van regels, normen en beheersystemen maken het mogelijk om het openbaar groen in de gemeente te monitoren. Door deze inzichten kan het beter worden beheerd en wordt indirect aan alle waarden voldaan. Groennormen zorgen voor voldoende groen in de wijk, wat bijdraagt aan gezondheid, welzijn, leefbaarheid en klimaatbestendigheid. Daarnaast dragen ze structureel bij aan ecologische waarde en biodiversiteit. Duidelijke groenregels en monitoring kunnen ook bijdragen aan een veilige omgeving en een aantrekkelijke gemeente, bijvoorbeeld door tijdig te snoeien en gevarieerd groen te onderhouden.

 

4.5. Handhaving

Voor het groen dat in eigendom is van de gemeente bepaalt de gemeente welke wijze van beheer wordt toegepast. We hanteren deze categorie om aan te geven hoe we omgaan met oneigenlijk gebruik of beheer.

 

  • Het gemeentelijke groen mag niet zonder toestemming van de gemeente door derden worden beheerd, zoals het maaien van bermen.

  • We handhaven op locaties waar zonder toestemming eigen beheer plaatsvindt of grond oneigenlijk wordt gebruikt.

Koppeling aan de vijf waarden

De uitgangspunten over handhaving dragen vooral bij aan de waarde veiligheid. Ook draagt het deels bij aan biodiversiteit en esthetiek, omdat het voorkomt dat biodiversiteit wordt aangetast door ongewenst beheer, zoals verkeerd maaien van bermen, en dat groen volgens een plan wordt beheerd waardoor de kwaliteit wordt geborgd.

 

4.6. Bomen

Bomen hebben een aparte status binnen het openbaar groen. Daarom gaan we hier apart in op de uitgangspunten die gelden voor bomen. In paragraaf 5.2 gaan we specifiek in op het beheer en onderhoud van bomen, zoals de omgang met meldingen over overlast van bomen.

 

Naast de lokale beleidsregels zijn er ook landelijke kaders over bomen en werken met of bij bomen of beschermde soorten. Denk bijvoorbeeld aan de Rijksregels flora- en fauna-activiteit en de bebouwingscontour houtkap. De rijksregels flora en fauna activiteit bepalen dat de gemeente moet voldoen aan de eisen voor natuurbescherming. De bebouwingscontour houtkap geeft het gebied aan waarbinnen de regels van de gemeente gelden en waarbuiten die van het rijk gelden. We hanteren de volgende uitgangspunten voor bomen:

 

Borging

  • De bomen worden ingedeeld in klassen. De klasse van de boom bepaalt het beleid en de mate van bescherming die van toepassing is op de boom. In bijlage IV zijn de beleidsregels opgenomen. We hanteren de volgende zes klassen:

    • o

      I: (toekomstig) Monumentale boom (Criteria in bijlage V)

    • o

      II: Boom in groenstructuur of laan

    • o

      III: Reguliere boom

    • o

      IV: Boom verkorte omloop

    • o

      V: Parkboom

    • o

      VI: Bomen in bosplantsoen & tiny forests

  • We passen de 10-20-30 regel van Santamour toe op ons gehele boombestand. De regel kan ook op kleinere schaal bij (het vervangingen van) laanbomen of wijkbeplantingen worden toegepast om de diversiteit van het bomenbestand te waarborgen.

Kappen van bomen

  • In de gemeente geldt een bomenverordening. Hierin zijn onder andere een kapverbod, afspraken over vervanging en het gebied waar deze verordening van toepassing is, opgenomen.

  • Er is een omgevingsvergunning nodig om bomen te mogen kappen. De omgevingsvergunning voor het kappen van bomen, inclusief de daarbij behorende beoordelingsregels en indieningsvereisten worden voor 2032 in het omgevingsplan verwerkt. De boomklassen staan in bijlage IV en de beoordelingsregels kapvergunning in bijlage X.

Vervanging en aanplant

  • We behouden bestaande bomen zoveel als mogelijk. De bomenverordening is leidend bij het kappen van een boom. De boomklassen en beoordelingsregels kapvergunning wegen mee.

  • Bomen die zijn aangeplant als “wijkers”, dienen op termijn te worden verwijderd.6 Deze bomen zijn geplant om de groeiomstandigheden voor andere, langlevende soorten te verbeteren. Wijkers vallen in boomklasse IV – boom met verkorte omloop (zie bijlage IV)

  • Bij keuze voor een nieuwe boom of struik houden we rekening met de waarden uit H3.3 en streven ernaar toekomstige overlastsituaties te voorkomen. De juiste (inheemse) boom of struik op de juiste plaats is het uitgangspunt.

  • Indien de plantlocatie ongeschikt is voor een boom, kan worden overwogen om een grote heester of struik te planten.

  • Indien het niet mogelijk is om de boom te vervangen, wordt er een bedrag in het bomencompensatiefonds gestort.

Overlast van bomen

  • Overlast van bomen is nooit geheel te voorkomen. We accepteren een zekere mate van overlast, omdat het algemeen belang van bomen hier tegen opweegt. In bijlage III is toegelicht hoe we omgaan met overlast van bomen.

Koppeling aan de vijf waarden

Goede borging van bomen en het uitgangspunt ‘de juiste inheemse boom of struik op de juiste plek’, draagt bij aan alle waarden. Bomen kunnen bijdragen aan schaduwvorming en luchtzuivering, wat indirect bijdraagt aan de gezondheid van bewoners. Bomen spelen daarnaast een cruciale rol verkoeling, wateropvang en bescherming tegen wind. Diversiteit in bomen draagt sterk bij aan biodiversiteit. Het beheer bij overlast voorkomt dat bomen een risico vormen voor de veiligheid van bewoners en infrastructuur. Als laatste, het behoud van monumentale bomen en structuurbomen zorgt voor visueel aantrekkelijke en culturele elementen in het landschap.

5. BEHEER EN ONDERHOUD

In dit hoofdstuk omschrijven we de maatregelen voor beheer en onderhoud van het groen. Bij het definiëren van de maatregelen hebben we de vijf waarden van het groen steeds afgewogen: gezondheid en sociale cohesie, klimaatadaptatie, veiligheid, biodiversiteit en esthetiek.

 

5.1. Algemene beheermaatregelen

Onderstaande beheermaatregelen gelden voor het openbaar groen in de gemeente. Het beheer van het openbaar groen wordt grotendeels uitbesteed aan aannemers. Beheermaatregelen moeten landen in de afspraken die met de groenaannemers gemaakt worden (bestekken). De begraafplaats wordt door de gemeente zelf onderhouden.

 

  • In de bestekken wordt voorgeschreven dat beheer zoveel mogelijk volgens de richtlijnen van Kleurkeur verloopt. Daarnaast wordt afgesproken zo min mogelijk met machinerie te werken die schade tot fauna kan toedoen. Hieronder vallen bijvoorbeeld maai-zuigmachines of klepelmaaiers.

  • We hanteren de richtlijnen van Kleurkeur als standaard voor ecologisch groenbeheer buiten de bebouwde kom (oranje lijn groenstructuurkaart). Deze zetten we in als cursusmateriaal voor medewerkers, als add-on voor de BRL Groenvoorziening voor aannemers en als richtlijn voor in de bestekken. We laten de gemeente hiervoor certificeren.

  • We hanteren de KOR van het CROW binnen de bebouwde kom (oranje lijn in groenstructuurkaart). In een aantal gebieden wordt op beeldkwaliteitsniveau A beheerd. Dit zijn de centrumgebieden en de begraafplaats.

  • Boomspiegels, rotondes, oevers en de ondergrond onder heesters en hagen worden gezien als kans om biodiversiteit te bevorderen. Bijvoorbeeld door de ondergroei te laten staan of door boomspiegels in te zaaien. De kansen hiervoor worden onderzocht.

  • Openbaar groen rondom scholen wordt intensief gebruikt. We kiezen rondom scholen voor maatwerk bij het beheren en beplanten van deze locaties. De speelnota en het eventuele vervolg hierop zijn leidend.

  • We hanteren een zoveel mogelijk ecologische aanpak in beheer. Bijvoorbeeld bij het beheer van invasieve of overlast gevende soorten of in het maaibeleid. De kansen hiervoor worden onderzocht.

  • Materialen die worden gebruikt in het groen zijn zo veel mogelijk natuurlijk. Denk hierbij aan hernieuwbare grondstoffen, zoals hout of grasvezels, duurzaam hout en geen of minimaal plastic.

  • Waar mogelijk schakelen we over op de inkoop van biologisch zaai- en plantgoed om duurzame teeltmethoden te stimuleren.

5.2. Beheermaatregelen per groenelement

Het verschilt per groenelement welke beheer en onderhoudsmaatregelen we treffen. Hierna omschrijven we deze maatregelen per groenelement. Voor een overzicht van de groenelementen zie bijlage I.

 

Bomen en boomspiegels

  • We hanteren het Handboek Bomen van Norminstituut Bomen voor begeleidingssnoei van de bomen, waarbij de snoeicyclus in de volwassen fase ongeveer vijf jaar bedraagt. We stellen hier een snoeiplan voor op.

  • We maaien de boomspiegels in gras- en verhardingsgebieden minder frequent. Dit betekent bijvoorbeeld dat rondom bomen in gras een meter afstand van de stam niet gemaaid wordt. Daarnaast wordt onderzocht in hoeverre het mogelijk is om boomspiegels in te zaaien.

    • o

      Om dit te kunnen uitvoeren dient er te worden onderzocht waar dit wel en niet mogelijk is. In hoofdstuk 7 is hier een actie voor opgenomen.

  • Ieder jaar controleren we met de boomveiligheidscontrole (BVC) de staat en voorzieningen van de boom. Indien nodig worden maatregelen getroffen.

  • We streven ernaar om vanaf de aanplant de bomen zodanig te begeleiden dat ze uiteindelijk de gewenste opkroonhoogte (de hoogte van de takken boven het wegdek) bereiken en behouden. Dit bevordert een gezonde groei en een goede integratie in de omgeving.

  • Dood en gevaarlijk hout verwijderen we alleen als dit leidt tot onveilige situaties. Indien mogelijk kunnen dode bomen worden afgetopt om gevaren te voorkomen, zodat het resterende deel nog kan bijdragen aan biodiversiteit. Dood hout wordt, indien mogelijk, in de lokale omgeving neergelegd of in een takkenril geplaatst ter bevordering van biodiversiteit.

Bermen, (kruidenrijk) gras en gazons

  • We zetten in op een groter areaal met kruidenrijk grasland en kruidenrijkere bermen. Hiervoor worden locaties met gazon omgevormd. Er wordt eerst in beeld gebracht welke locaties in aanmerking komen en wat de financiële implicaties zijn.

  • Bermen worden zoveel mogelijk volgens de richtlijnen van Kleurkeur beheerd. Zichtstroken worden voor de verkeersveiligheid extra gemaaid.

  • We maaien stroken langs paden en speelplaatsen waar kruidenrijk gras groeit frequenter (netheidsmaaien) om een rommelig beeld tegen te gaan.

  • Maaien gebeurt in principe in de periodes juni en half augustus-september-oktober (dit geldt niet voor gazons), waarbij we rekening houden met de afwerpperiode van zaad en aanwezige fauna. Indien weersomstandigheden, vegetatiegroei of andere praktische factoren dit niet toestaan, kan hiervan worden afgeweken.

  • Bermen worden niet alleen als functionele verkeerstechnische zones beschouwd, maar ook als ecologische zones.

Bosplantsoen, hagen, heesters, vaste planten en bodembedekkers

  • Onderhoud aan hagen en heesters die worden gebruikt als erfafscheiding wordt aan de particuliere zijde door particulieren zelf onderhouden. Hagen worden twee keer per jaar aan de bovenkant en de gemeentekant geknipt.

  • Gevallen blad en afgestorven loof in plantvakken blijven zoveel mogelijk liggen voor humusvorming en overwintering van insecten en klein fauna. Blad in de verkeersruimte wordt verplaatst of verwijderd.

(Natuurvriendelijke) oevers

  • Het onderhoud van oevers (het droge deel) wordt op basis van bestek uitgevoerd.

  • Het beheer van de vegetatie in de watergang valt niet binnen dit groenbeleid. We stemmen hierover intern af.

Wadi’s en swales

Wadi’s en swales zijn tijdelijke opvangplekken voor water (zie Bijlage I voor verdere toelichting). De verdiepte voorzieningen zijn vaak beplant. Deze groenelementen zijn belangrijk voor waterinfiltratie of vertraagde afvoer. Het beheer hiervan wordt daarom afgestemd op de functie. Dat wil zeggen dat:

  • Bladeren en takken twee keer per jaar worden verwijderd.

  • Het maairegime wordt afgestemd op de gewenste afvoer of infiltratiecapaciteit.

  • Struiken, heesters en vaste planten worden twee keer per jaar onderhouden.

  • De faciliteiten voor het afvoeren of infiltreren van het water zoals de slokop of drainage worden ook onderhouden, dit valt echter niet binnen de taken van groen maar binnen water en riolering.

Groene parkeerplaatsen

Groene parkeerplaatsen hebben een expliciete rol voor waterinfiltratie of vertraagde afvoer. Het beheer hiervan wordt daarom afgestemd op de functie. Dat wil zeggen dat:

 

  • Het beheer van groene parkeerplaatsen is maatwerk. Het hangt af van het type bestrating en de mate van gebruik of de vegetatie opkomt en hoe hoog deze wordt.

  • Groene parkeerplaatsen worden ten minste twee keer per jaar gemaaid. Indien blijkt dat de vegetatie dusdanig hoog is dat uitstappen wordt bemoeilijkt, wordt er eventueel een extra maaigang ingepland.

  • Afhankelijk van het soort parkeerplaats kan vervilting worden tegengegaan met een rolborstel. Indien dit nodig blijk te zijn, wordt dit opgenomen in periodiek beheer.

5.3. Overlast

Wanneer er overlast wordt ervaren van het groen, gaan we er als volgt mee om:

 

  • Het melden van overlast kan via de applicatie BuitenBeter.

  • Er wordt door bewoners veel teruggekoppeld over overlast van hondenpoep. De regels hiervoor staan in het hondenbeleid. Het groenbeleid gaat hier niet op in.

  • De maatregelen die de gemeente kan treffen bij overlast van bomen staan in bijlage III.

  • We gebruiken de Unielijst invasieve exoten als leidraad voor het identificeren en beheren van risicosoorten. Wanneer een soort niet op de lijst staat, wordt deze door de EU niet erkend als invasieve exoot. Dat wil niet zeggen dat van soorten die niet op deze lijst staan geen overlast kan worden ervaren.

  • Actieve bestrijding van soorten die niet op de Unielijst staan, vindt alleen plaats wanneer overlast wordt ervaren door een specifieke soort. Er wordt maatwerk toegepast om te beoordelen of bestrijding nodig is.

  • Locaties waar soorten die overlast geven staan worden bijgehouden in het beheersysteem. Zodat periodiek kan worden gecontroleerd of de beheermethode aanslaat.

6. GROEN BIJ (HER)ONTWIKKELINGEN

In dit hoofdstuk omschrijven we maatregelen voor groen bij (her)ontwikkeling. Dit kan bijvoorbeeld de herinrichting van een straat zijn of een nieuwbouwproject. In de IBOR en de LIOR zijn de algemene uitgangspunten en eisen voor (her)ontwikkelingen opgenomen. In aanvulling hierop dient er op het gebied van groen extra aandacht te zijn voor de onderstaande zaken, de vijf waarden uit hoofdstuk 3 en de uitgangspunten uit hoofdstuk 4.

 

6.1. Herinrichting

  • Bij bestaande projecten waarbij er al een ruimtelijk plan is vastgesteld (voordat dit groenbeleid is vastgesteld door de gemeenteraad), is dit groenbeleid niet van toepassing.

  • Bij ontwikkelingen die plaatsvinden binnen de groenblauwe hoofdstructuur wordt extra rekening gehouden met het ecologisch inrichten van deze locatie (zie hoofdstuk 4.1).7

  • Wanneer er nieuwe oevers worden aangelegd, hanteren we het uitgangspunt deze zo veel mogelijk als een natuurvriendelijke oever aan te leggen.

  • Bij herinrichting kiezen we zoveel mogelijk voor groene parkeerplaatsen. Bij de aanleg van groene parkeerplaatsen wordt ook rekening gehouden met de kosten voor het beheer en het opnemen van het beheer in de beheersystemen.

  • We houden bij aanleg rekening met de toegankelijkheid voor beheermachines. Bijvoorbeeld bij de keuze voor de steilheid van taluds van wadi’s.

6.2. Nieuwbouw

  • Bij bestaande projecten waarbij er al een ruimtelijk plan is vastgesteld (september 2025) is. Is dit groenbeleid niet van toepassing.

  • Voor nieuwbouw- en (her)inrichtingsprojecten stellen we van tevoren een beheer- en toezichtparagraaf op. Hierbij wordt het aan-te-planten groen afgestemd op het budget voor het beheer van het groen of andersom.

  • Voor nieuwbouw- en (her)inrichtingsprojecten is de afdeling groen bij verschillende stappen van het ontwikkelingsproces betrokken:

    • o

      Overkoepelende planvorming bij het beoordelen van bestaand groen en bomen en mogelijkheden tot behoud of compensatie.

    • o

      Advisering bij het uitwerken van het inrichtingsplan op het gebied van groen.

    • o

      Advisering op de beheer en toezicht paragraaf en de financiële afwikkeling hiervan.

    • o

      Controle op eventuele compensatie inspanningen van de ontwikkelaar.

    • o

      Overdracht en start van de beheercyclus.

  • In nieuwbouwprojecten hanteren we de groenpercentages per wijktype op pagina 30 uit de handreiking groen in en om de stad. Het groenpercentage van een woonwijk of bedrijventerrein definiëren we in het kader van de borgingssystematiek als het oppervlak groen (openbaar + privaat) als percentage van het totale oppervlak van een wijk. Hierbij tellen in de berekening de oppervlaktes verticaal groen en daktuinen volwaardig mee. Zie voor de volledige werkwijze de handreiking.

7. ACTIES

Om de beschreven uitgangspunten en maatregelen in de praktijk de brengen zijn inspanningen van de gemeente nodig. Dit hoofdstuk beschrijft de onderzoeken en andere acties die we uit gaan voeren. Daarnaast is er een meerjarenplanning opgenomen met een kostenraming voor het uitvoeren van dit beleid. In de kostenraming is geen rekening gehouden met de huidige budgetten voor dagelijks en planmatig onderhoud.

 

7.1. Groenstructuur en biodiversiteit

Om het groen en de groenstructuur te versterken dienen projecten te worden uitgevoerd. De meeste van deze projecten volgen uit onderzoeken in paragraaf 7.5. Deze projecten staan in de tabel hieronder.

 

#

Project

Toelichting

Status

1.1

Hoofdenburg wijk

Afronden van project hoofdenburg

Afronding

1.2

Afronden project bomen A2

Afronden van project bomen A2

Afronding

1.3

Bomen A9/Ouderkerkerplas

Conform coalitieakkoord en CUP in de periode 2022-2026, 500–1000 extra bomen aanplanten buiten de gebiedsontwikkelingen, onder andere bij de Ouderkerkerplas langs de A9, ter versterking van groenstructuur, biodiversiteit en klimaatadaptatie.

Nieuw project

 

Daarnaast worden via het planmatig onderhoud projecten voor groen tegelijkertijd met vervangingen van riolering of wegen uitgevoerd. Deze projecten worden uitgewerkt in het beheerplan.

 

Daarnaast zijn via de bewonersenquête een aantal locaties naar voren gekomen die wellicht in aanmerking komen voor een kwaliteitsimpuls. Locaties die meer dan twee keer werden benoemd door inwoners zijn opgenomen als verbeterlocaties (zie bijlage IX).

 

7.2. Communicatie en samenwerking

Hier zijn alle acties opgenomen en toegelicht die volgen uit hoofdstuk 4.2. Communicatie en samenwerking.

 

#

Actie

Toelichting

2.1

Middelen communicatie

Er worden jaarlijks middelen vrijgemaakt om te voldoen aan de wensen op het gebied van communicatie naar de inwoners.

2.2

Opstellen communicatieplan

We stellen een communicatieplan voor het groen op. Het doel hiervan is om intern overeenstemming te hebben waarover we communiceren, wanneer we dit doen en wie bij dit proces betrokken zijn. En te bepalen wanneer er gecommuniceerd wordt naar de inwoners en via welk medium dit gebeurt.

2.3

Updaten websitepagina’s groen

De gemeentelijke website wordt als basis gebruikt voor de communicatie. Informatie die op deze pagina heeft in elk geval aandacht voor:

  • Uitleggen beleidskeuzes

  • Overlast en BuitenBeter

  • Participatiemogelijkheden en maatschappelijke initiatieven

  • (Monumentale) bomen

  • Wat bewoners zelf kunnen doen en inheemse soorten

2.4

Publiceren groenstructuurkaart

De groenstructuurkaart wordt beschikbaar gesteld op de website. Bewoners kunnen op die manier zien waar de groenblauwe hoofdstructuur zich bevindt, waar monumentale bomen staan, wie het groen beheert en andere relevante informatie.

2.5

Behandelen klachten

We verwerken meldingen en klachten via de app BuitenBeter en houden deze bij om locaties in beeld te brengen waar kansen zijn voor het verbeteren van het beheer of de communicatie hier over.

2.6

Samenwerking gebiedspartners

We organiseren twee keer per jaar een overleg met samenwerkingspartners om de kansen voor het openbaar groen te bespreken.

2.7

Handhaving

In samenwerking met handhaving en via meldingen in de app BuitenBeter wordt er gehandhaafd op zelfbeheer zoals maaien van bermen zonder toestemming en het oneigenlijk gebruik van openbare ruimte als tuin.

 

7.3. Bewonersinitiatief

Hier zijn alle acties opgenomen en toegelicht die volgen uit hoofdstuk 4.3. Bewonersinitiatief.

 

#

Naam

Toelichting

3.1

Bewonersinitiatief op de kaart

De publieke groenstructuurkaart wordt aangevuld met locaties waar bewonersinitiatief mogelijk is en waar dit nu al wordt uitgevoerd.

3.2

Deelname Vergroeningsinitiatieven

We geven actief invulling aan vergroeningsinitiatieven zoals Stichting Steenbreek en het NK-Tegelwippen. We maken hier middelen voor vrij.

 

7.4. Monitoring

Hier zijn alle acties opgenomen en toegelicht die volgen uit hoofdstuk 4.4. Monitoring.

 

#

Naam

Toelichting

4.1

Invoeren 10-20-30 regel in beheersysteem

De boomsoorten doorvoeren in het beheersysteem zodat het controleren op de 10-20-30 regel automatisch kan worden uitgevoerd.

4.2

Invoeren boomklassen in beheersysteem

De boomklassen doorvoeren in het beheersysteem zodat de verschillende boomklassen via het beheersysteem kunnen worden gemonitord.

4.3

Doorontwikkelen groenstructuurkaart

De groenstructuurkaart wordt verder ontwikkeld zodat deze kan worden gebruikt voor monitoring of het in beeld brengen van kansen voor vergroening. Daarnaast biedt deze kaart straks input voor het omgevingsprogramma of de omgevingsvisie.

4.4

Bepalen Boomkroonvolume

Met behulp van de boommonitor kan het boomkroonvolume per wijk worden bepaald. Het boomkroonvolume is de indicator voor de landelijke bomennorm. Wanneer deze is bepaald kan ook worden onderzocht welke wijken nog niet voldoen (zie H7.5).

4.5

Uitwerken aanpak monitoring

Wanneer de gemeente de bovenstaande acties heeft uitgevoerd kan worden nagedacht welke indicatoren bij de gemeente passen en wat eventuele doelstellingen kunnen zijn.

4.6

Licentiekosten

Dit is geen actie maar een kostenpost die volgt uit het gebruik van monitoringstools.

 

7.5. Onderzoeken en beleidsontwikkeling

Hier zijn alle acties opgenomen en toegelicht die volgen uit maatregelen waar eerst een onderzoek of inventarisatie nodig is voordat de maatregel zelf kan worden toegepast. Er zijn ook acties voor het ontwikkelen van nieuw beleid of plannen opgenomen.

 

Door het uitvoeren van deze inventarisaties kan op een doelmatige wijze worden gewerkt aan het uitvoeren van dit groenbeleid. We onderzoeken de mogelijkheden, en bepalen of het kan worden uitgevoerd binnen het gemeentelijke urenbudget. Indien nodig kan gericht financiering worden gezocht. Daarnaast kan met deze werkwijze een juiste afweging gemaakt worden tussen de financiële investering, en het financiële en maatschappelijke rendement wat hieruit kan volgen.

 

De onderzoeken die hier zijn opgenomen betreffen meestal onderzoeken die kunnen worden uitgevoerd binnen de gemeente zonder dat er een extern onderzoeksbureau aan te pas komt, met uitzondering van de inventarisatie voor de kansen van het omvormen van het gazon naar kruidenrijk gras.

 

#

Actie

Toelichting

5.1

Onderzoek groennorm

We onderzoeken of een groennorm kan worden opgenomen in de gemeentelijke regelgeving. Bijvoorbeeld de 3-30-300 regel, of de landelijke bomennorm (30% boomkroonvolume).

5.2

Implementeren vergroeningskansen bewoners

We faciliteren het aanleggen van geveltuinen, groene gevels en groene daken voor inwoners met beperkte regeldruk door eenvoudige regels op te nemen in het omgevingsplan.

5.3

Onderzoek mogelijkheden populieren Zonnehof

Deze populieren gaan in de toekomst mogelijk een veiligheidsrisico vormen. We maken samen met de bewoners inzichtelijk wat de verschillende mogelijkheden met betrekking tot deze populieren zijn. We doen dit tijdig, zodat we, wanneer deze bomen echt een veiligheidsrisico zijn, een plan hebben klaarliggen.

5.4

Inventarisatie boomspiegels bebouwd gebied

Inventarisatie van de kansen voor het minder maaien van boomspiegels en locaties die mogelijk zouden kunnen worden ingezaaid.

5.5

Inventarisatie boomspiegels buitengebied

Inventarisatie van de kansen voor minder maaien van bermen en boomspiegels in het buitengebied.

5.6

Inventarisatie kansen voor kruidenrijk gras

Inventarisatie welke gazons geen andere functie hebben dan esthetisch. Vervolgens onderzoeken wat de beste manier is om deze locaties om te vormen en welk onderhoud hierop moet worden toegepast.

5.7

Ontwikkelen snoeiplan

We stellen een snoeiplan op zodat bomen planmatig kunnen worden gesnoeid.

5.8

Certificeren kleurkeur

De gemeente gaat inzichtelijk maken of het mogelijk is om zich te laten certificeren voor het ecologisch beheerkeurmerk kleurkeur en wat de kosten en implicaties hiervan zijn.

5.9

Borging omgevingsplan en DSO

De bomen en groenstructuur maken onderdeel uit van het omgevingsplan van Ouder-Amstel en worden daarom automatisch ook onderdeel van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). We actualiseren ook de werkwijze voor kapvergunningen. We onderzoeken daarnaast welke onderdelen uit dit beleidsplan we eventueel verder willen borgen in het omgevingsplan.

5.10

Opstellen of vaststellen toekomstige groenstructuur.

De gemeente heeft nog geen vastgestelde huidige en/of visie op de groenstructuur. Er is dus nog geen vastgestelde kaart met de aaneengesloten groene gebieden in de bebouwde kom of het buitengebied. De groenstructuur kan vervolgens onderdeel worden van de omgevingsvisie, omgevingsprogramma of het omgevingsplan.

 

7.6. Overige acties

Dit zijn de acties of kostenposten die volgen uit het groenbeleid en die niet zijn in te delen onder een van de voorgaande paragrafen.

 

#

Naam

Toelichting

6.1

Projectleider Groen

Gezien de veranderingen die doorgevoerd dienen te worden is het wenselijk om een projectleider groen aan de formatie toe te voegen.

6.2

Middelen ecologisch beheer bestekken

In hoofdstuk 4 wordt aangegeven dat er kwalitatiever en met meer oog voor ecologie beheerd dient te worden. Dit zijn eisen die doorgevoerd dienen te worden in de bestekken. Wanneer blijkt dat deze eisen niet zonder extra kosten kunnen worden doorgevoerd zijn er middelen benodigd.

 

7.7. Meerjarenplanning en begroting

De meerjarenplanning in Tabel 1 hieronder, geeft een indicatie van extra acties, in welk jaar ze genomen kunnen worden en de financiële consequenties, in het kader van het uitvoeren van dit beleid. Dagelijks en planmatig onderhoud zijn hierbij buiten beschouwing gelaten. Het is mogelijk om van de planning af te wijken, bijvoorbeeld wanneer er op andere ontwikkelingen dient te worden aangesloten. In de tabel zijn ook eventuele kosten die nodig zijn onder deze posten voor de uitvoering van dit beleid opgenomen (actie 6.1. en 6.2.).

 

Werkwijze

Een aantal acties in deze planning zullen tot een vervolgvraag of vervolginzet leiden. We kiezen ervoor deze acties als project met het college of de raad te bespreken. We hebben dan de benodigde kennis en informatie opgehaald zodat maatschappelijke kosten en baten in beeld zijn. Zodat er een goed gewogen keuze kan worden gemaakt om wel of geen middelen voor het project vrij te maken. Het gaat onder andere om acties 5.3 tot 5.6.

 

Tabel 1. De meerjarenplanning die volgt uit de acties in hoofdstuk 7. Cellen met een X en een kleur zijn de jaren waarin de actie door de gemeente kan worden uitgevoerd. Er zijn voor deze acties geen kosten opgenomen omdat het interne ureninzet betreft. De planning is ter indicatie en er kan van worden afgeweken. De bedragen zijn in euro.

*op basis 1 FTE moet nader worden bepaald wat de kosten zijn voor de projectleider. Dit wordt meegenomen met de bestuurlijke rapportage 2026. ** Op basis van 5% van kosten van het dagelijks beheer in 2025. De post dagelijks onderhoud wordt geïndexeerd, daarom stijgt het bedrag per jaar. *** voor 2030 is geen begroting van de post dagelijks onderhoud in het begrotingssysteem opgenomen, daarom is voor deze post een schatting opgenomen.

 

H7.

Post

2025

2026

2027

2028

2029

2030

1.1

Hoofdenburg wijk (Ouderkerk aan de Amstel)

X

X

 

 

 

 

1.2

Afronden project bomen A2

X

X

 

 

 

 

2.1

Middelen communicatie

 

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

2.2

Opstellen communicatieplan

X

X

 

 

 

 

2.3

Updaten websitepagina’s groen

 

 

X

X

 

 

2.4

Publiceren groenstructuurkaart

 

 

X

X

 

 

2.5

Behandelen klachten

X

X

X

X

X

X

2.6

Samenwerking gebiedspartners

X

X

X

X

X

X

2.7

Handhaving

X

X

X

X

X

X

3.1

Bewonersinitiatief op de kaart

 

 

X

 

 

 

3.2

Vergroeningsinitiatieven

 

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

4.1

Invoeren 10-20-30 regel in beheersysteem

 

X

X

 

 

 

4.2

Invoeren boomklassen in beheersysteem

 

X

X

 

 

 

4.3

Doorontwikkelen groenstructuurkaart

 

 

 

 

X

 

4.4

Bepalen Boomkroonvolume

 

X

 

 

 

 

4.5

Uitwerken aanpak monitoring

 

 

 

X

X

 

4.6

Licentiekosten

 

4.500

4.500

4.500

4.500

4.500

5.1

Onderzoek groennorm

 

X

 

 

 

 

5.2

Implementeren vergroeningskansen bewoners

 

 

X

 

 

 

5.3

Onderzoek mogelijkheden populieren Zonnehof

 

X

 

 

 

 

5.4

Inventarisatie boomspiegels bebouwd gebied

X

X

 

 

 

 

5.5

Inventarisatie boomspiegels buitengebied

X

X

 

 

 

 

5.6

Inventarisatie kansen voor kruidenrijk gras

 

10.000

 

 

 

 

5.7

Ontwikkelen snoeiplan

 

X

X

 

 

 

5.8

Certificering kleurkeur

 

 

X

 

 

 

5.9

Borging omgevingsplan en DSO

 

X

X

 

 

 

5.10

Opstellen of vaststellen toekomstige groenstructuur.

 

 

X

X

 

 

6.1

Projectleider Groen*

 

n.t.b.

n.t.b.

n.t.b.

 

n.t.b.

 

n.t.b.

 

6.2

Middelen ecologisch beheer bestekken**

 

23.565

26.040

32.303

37.890

42.000***

 

Totalen

-

42.065

34.540

40.803

46.390

50.5 00***

Ouder-Amstel, 27 november 2025

De raad voornoemd,

De raadsgriffier,

mevr. L.W.F. (Linda) Örsçek-Moolenaar

De voorzitter,

mevr. S.C.T. (Susanne) de Roy van Zuidewijn-Rive

Bijlage I - Toelichtende tabel groenelementen

 

Hieronder staat een tabel met toelichting van de groenelementen. Deze groenelementen zijn gebruikt bij 5.2.

 

Groenelement

Omschrijving

Bomen en boomspiegels

Bomen en het omliggende gebied rondom de stam (boomspiegel). Bomen kunnen in verschillende groenelementen of verhardingen staan. Bijvoorbeeld, in een berm, gazon, in plantvakken, plantenbakken of in verharding.

Bermen, (kruidenrijk) gras en gazons

Stroken gras of kruiden langs wegen en woonwijken. Bermen kunnen variëren in breedte en bevatten soms extra beplanting zoals bomen. Gazons worden intensief beheerd, kruidenrijk gras wordt minder intensief beheerd (extensief). Gras kan meerdere functies hebben en bijvoorbeeld ook als trapveldje of evenementenlocatie dienen.

Bosplantsoen

Bosplantsoen is een element wat bestaat uit een combinatie van boomvormende en struikvormende planten.

Hagen

Struiken en andere houtachtige planten die grenzen markeren of als beschutting dienen. Hagen zijn vaak een lijnvormig element.

Heesters

Planten die houtachtige stelen ontwikkelen worden heesters genoemd. Anders dan een boom hebben heesters geen duidelijke stam, maar komen de meeste soorten met meerdere takken uit de grond.

Vaste planten

Meerjarige planten, in sommige gevallen worden bodembedekkende soorten toegepast.

(Natuurlijke) oevers

Rietvegetatie of natuurvriendelijke oevers. De watergangen zijn geen onderdeel van dit beleid, maar zijn wel onderdeel van de groenblauwe structuur van de gemeente. De oevers vallen wel onder het groenbeleid.

Plantenbakken

Mobiele of vaste bakken gevuld met planten, vaak toegepast in stedelijke gebieden om groen toe te voegen op beperkte ruimte. Plantenbakken hebben vaak een esthetische functie.

Bloembollen

Mengsels van plantsoorten die uit een bloembol groeien. Deze soorten worden vaak aan gras, plantenbakken of plantvakken toegevoegd als esthetisch element.

Wadi’s en swales

Wadi’s zijn greppels (bermen) of verdiept aangelegde gebieden voor regenwaterinfiltratie. Swales zijn laaggelegen zones die kunnen worden gebruikt voor vertraagde waterafvoer. De primaire functie is waterberging, maar de elementen zijn ook beplant en vergen een andere aanpak in aanleg en beheer.

Groen parkeren

Parkeerplaatsen met halfverharding waar gras of kruiden in zijn gezaaid. Water kan hier beter in infiltreren dan in volledig verharde parkeerplaatsen.

 

Bijlage II – Groenstructuurkaart

 

Bijlage III - Overlast van bomen

 

Onderstaand is een overzicht opgenomen van de meest voorkomende soorten overlast bij bomen. Er wordt in cursief aangegeven of de gemeente maatregelen neemt en onder welke voorwaarden dit gebeurt.

 

Schaduwwerking / Zichtbelemmering.

Bomen zorgen voor schaduw, wat door sommigen als prettig en door anderen als hinderlijk wordt ervaren.

 

De gemeente neemt in principe geen maatregelen tegen schaduwwerking, tenzij er sprake is van zware hinder. Het is aan de bewoner om zware hinder aan te tonen.

 

Blad- en bloesem en vruchtval

Dit is een natuurlijk verschijnsel dat tijdelijk is. Het kan echter verstopping van dakgoten en gladheid veroorzaken. Bewoners kunnen roosters in dakgoten plaatsen om verstopping te voorkomen en bladeren bij elkaar vegen voor ophalen door de gemeente.

 

De gemeente ruimt bladeren in de openbare ruimte op in de herfst en winter. Blad op in plantsoenen of op locaties waar dit tot humus kan vormen laat de gemeente liggen. Indien er sprake is van zware en buitenproportionele overlast moet de gemeente maatregelen treffen. De zwaarte van de hinder moet door de inwoner worden aangetoond.

 

Zonnepanelen

Bomen kunnen schaduw werpen op zonnepanelen, wat hun effectiviteit vermindert. Gemeenten worden zelden aansprakelijk gesteld voor hinder door bomen die zonlicht blokkeren. Inwoners moeten zelf beoordelen of hun dak en de lichtinval hierop geschikt is voor zonnepanelen.

 

De gemeente neemt geen maatregelen om bomen te verwijderen of te snoeien voor zonnepanelen.

 

Allergiemeldingen

Pollen van bomen kunnen allergieën veroorzaken, vooral in het voorjaar. Het kappen van bomen vanwege allergieën is geen reële oplossing en heeft nadelige gevolgen voor de natuur. Bewoners kunnen anti-pollen raamhorren plaatsen en medicijnen gebruiken tegen hooikoorts.

 

De gemeente neemt geen maatregelen tegen allergiemeldingen.

 

Boomwortels

Boomwortels kunnen schade veroorzaken aan verhardingen, kabels, leidingen, funderingen en rioleringen. Bewoners hebben het recht om doorschietende wortels op eigen erf te kappen, mits dit niet leidt tot het omvallen of afsterven van de boom. (Artikel 44 Burgerlijk Wetboek Boek 5)

 

De gemeente zoekt samen met bewoners naar oplossingen, zoals het vergroten van de boomspiegel of het plaatsen van wortelschermen.

 

Overhangende takken

Takken van gemeentebomen kunnen over perceelgrenzen hangen en overlast veroorzaken. Bewoners mogen overhangende takken verwijderen na schriftelijke melding, mits dit de boom niet onherstelbaar beschadigt of de habitus wordt aangetast. (Artikel 44 Burgerlijk Wetboek Boek 5)

 

Indien het over een boom van de gemeente gaat, die overlast geeft op particulier terrein kan de gemeente de boom komen snoeien. Overhang vanaf particulier terrein naar de openbare ruimte wordt door de gemeente gesnoeid wanneer hier overlast van wordt ervaren.

 

Druipende bomen

Luizen in bomen kunnen honingdauw produceren, wat voor plak zorgt. Maatregelen tegen honingdauw worden zelden als noodzakelijk beschouwd.

 

De gemeente onderneemt geen actie bij overlast door druipende bomen.

Bijlage IV - Boomklassen

 

Onderstaand een overzicht van de boomklassen en bijbehorende beleidsregels. De boomklassen en uitgangspunten zijn overgenomen uit de werkwijze van Norminstituut Bomen. In de tabel is een overzicht van de klassen opgenomen.

 

De boomklasse wordt per boom bepaald en opgenomen in het beheersysteem. De toelichtingen onder de volgende paragrafen zijn ter indicatie. De klasse wordt bepaald door de afdeling groenbeheer of indien nodig een boomdeskundige.

 

Bij bestaande vastgestelde projecten waarbij er al een ruimtelijk plan is vastgesteld (september 2025) wordt geen boomklasse aan de bomen in het plangebied toegekend.

 

Bij ontwikkelingen wordt een voorkeursvolgorde gebruikt. Indien stap 1 niet mogelijk is wordt stap 2 onderzocht en verder:

  • 1.

    Boom in ontwikkeling inpassen

  • 2.

    Verplantingslocatie binnen plangebied

  • 3.

    Vervanging, compensatie binnen plangebied

  • 4.

    Vervanging, compensatie buiten plangebied

  • 5.

    Bijdrage in bomencompensatiefonds

Tabel 2. Overzicht van de beleidsklassen voor bomen. De beleidsklassen zijn volgens de methode van het norminstituut bomen.

Beleidsklassen

Beoogde omloop (j)

Bij ontwikkelingen

Minimale groeiplaats (m3)

Optimale groeiplaats (m3)

I: (toekomstig) Monumentale boom

80-120

1

n.v.t.

40

II: Boom in groenstructuur of laan

60

1-3

n.v.t.

30

III: Reguliere boom

40

1-5

15

20

IV: Boom verkorte omloop

20

1-5

5

10

V: Parkboom

80-120

1

Open grond

Open grond

VI: Bomen in bosplantsoen & tiny forests

60

1-5

Open grond

Open grond

 

I: (toekomstig) Monumentale boom

Beschermwaardige bomen met een monumentale status, inclusief toekomstig monumentale bomen. Dit zijn bijvoorbeeld gedenkbomen die worden aangeplant met de intentie dat deze tot monumentale boom uitgroeien. Alle bomen met monumentale status zijn opgenomen op de lijst monumentale bomen. De beoogde omloop is 80-120 jaar. De criteria voor het toekennen van een monumentale boom status zijn opgenomen in bijlage V.

 

Bij ontwikkelingen

  • 1.

    Boom in ontwikkeling inpassen

Alleen vervangen indien één of meer van onderstaande situaties van toepassing is

  • Er sprake is van zwaarwegend maatschappelijk belang dat opweegt tegen het duurzaam behoud van de monumentale boom.

  • Er sprake is van onafwendbaar gevaar of vergelijkbaar spoedeisend belang in het kader van openbare orde en veiligheid.

  • Naar boomdeskundige maatstaven instandhouding niet langer verantwoord is ter voorkoming van letsel of schade.

Beoordeling verzoek graafwerkzaamheden

  • Werken binnen de kwetsbare boomzone is niet toegestaan tenzij er vooraf een Boom Effect Analyse (BEA) is uitgevoerd en er een goedgekeurd werkplan conform deze Boom Effect Analyse is.

  • Werkzaamheden worden onder toezicht en begeleiding van een European Tree Technician.

II: Boom in groenstructuur of laan

Bomen in de groenstructuur of grotere laanstructuren met name langs hoofd- en wijkontsluitingswegen. Bomen in groengebieden met een functie voor wijk of kern, landschappelijk beplantingen rond bedrijventerreinen etc. In sommige gevallen bomen in centrumgebieden of andere publiek belangrijke plaatsen zoals begraafplaatsen en parken, waaronder ook leibomen. De beoogde omloop is 60 jaar.

 

Bij ontwikkelingen

Voorkeursvolgorde bij ontwikkelingen:

 

  • 1.

    Boom in ontwikkeling inpassen

  • 2.

    Verplantingslocatie binnen plangebied

  • 3.

    Vervanging, compensatie binnen plangebied

Alleen vervangen indien één van onderstaande situaties van toepassing is

  • Er sprake is van zwaarwegend maatschappelijk belang dat opweegt tegen het duurzaam behoud van de boom.

  • Er sprake is van onafwendbaar gevaar of vergelijkbaar spoedeisend belang in het kader van openbare orde en veiligheid.

  • Naar boomdeskundige maatstaven instandhouding niet langer verantwoord is ter voorkoming van letsel of schade.

  • Uit een boom effect analyse blijkt dat dat de boom niet inpasbaar is waarbij instandhouding (>10 jaar) niet mogelijk is, ook niet met extra (beschermende) maatregelen voor de groeiplaats.

  • Er sprake is van bovenmatige vormen van hinder of overlast.

Beoordeling verzoek graafwerkzaamheden

  • Werken binnen de kwetsbare boomzone is niet toegestaan tenzij er vooraf een Boom Effect Analyse is uitgevoerd en er een goedgekeurd werkplan conform deze Boom Effect Analyse is.

  • Werkzaamheden worden onder toezicht en begeleiding van een European Tree Technician.

III: Reguliere boom

Verspreide bomen veelal in de woonwijken en op industrieterreinen en grotere groenobjecten in wijken en op industrieterreinen. Ook verspreide bomen in plantsoenen, op meer centrale locaties in een wijk vallen binnen deze klasse. Bomen in het buitengebied voor zover ze geen onderdeel uitmaken van grotere laanstructuren een prominente landschappelijke functie of een monumentale status hebben. Beoogde omlooptijd 40 jaar.

 

Bij ontwikkelingen

Voorkeursvolgorde bij ontwikkelingen:

 

  • 1.

    Boom in ontwikkeling inpassen

  • 2.

    Verplantingslocatie binnen plangebied

  • 3.

    Vervanging, compensatie binnen plangebied

  • 4.

    Vervanging, compensatie buiten plangebied

  • 5.

    Bijdrage in bomencompensatiefonds

Alleen vervangen indien één van onderstaande situaties van toepassing is

  • Er sprake is van zwaarwegend maatschappelijk belang dat opweegt tegen het duurzaam behoud van de boom.

  • Er sprake is van onafwendbaar gevaar of vergelijkbaar spoedeisend belang in het kader van openbare orde en veiligheid.

  • Naar boomdeskundige maatstaven instandhouding niet langer verantwoord is ter voorkoming van letsel of schade.

  • Uit reguliere BVC inspectie blijkt dat de conditie gelijk of lager is dan score ‘onvoldoende’ en/of de levensverwachting van de boom gelijk of lager is dan 5-10 jaar.

  • Uit een boom effect analyse blijkt dat dat de boom niet inpasbaar is waarbij instandhouding (>15 jaar) niet mogelijk is, ook niet met extra (beschermende) maatregelen voor de groeiplaats.

  • Er sprake is van bovenmatige vormen van hinder of overlast.

Beoordeling verzoek graafwerkzaamheden

Werken binnen kwetsbare boomzone mag als er vooraf een goedgekeurd werkplan conform de richtlijnen uit het Handboek Bomen is.

 

IV: Boom verkorte omloop

Bomen zonder specifieke status; denk hierbij aan bomen met een verkorte omloop (<20 jaar), kleine bomen. Deze bomen zijn vaak eenvoudig vervangbaar door herplant. Deze bomen dragen over het algemeen minder bij aan klimaatadaptatie, (bodem)biodiversiteit en de waarde van de leefomgeving. Veelal kleinere bomen als aankleding van een specifieke locatie zoals een parkeerplaats of op locaties waar rioleringswerkzaamheden kunnen plaatsvinden. Wijkers, bomen die zijn aangeplant met als doel om nabijgelegen soorten sneller te laten groeien vallen ook in deze klasse.

 

Bij ontwikkelingen

Voorkeursvolgorde bij ontwikkelingen:

 

  • 1.

    Boom in ontwikkeling inpassen

  • 2.

    Verplantingslocatie binnen plangebied

  • 3.

    Vervanging, compensatie binnen plangebied

  • 4.

    Vervanging, compensatie buiten plangebied

  • 5.

    Bijdrage in bomencompensatiefonds

Alleen vervangen indien één van onderstaande situaties van toepassing is

  • Er sprake is van zwaarwegend maatschappelijk belang dat opweegt tegen het duurzaam behoud van de boom.

  • Er sprake is van onafwendbaar gevaar of vergelijkbaar spoedeisend belang in het kader van openbare orde en veiligheid.

  • Naar boomdeskundige maatstaven instandhouding niet langer verantwoord is ter voorkoming van letsel of schade.

  • Uit reguliere BVC inspectie blijkt dat de conditie gelijk of lager is dan score ‘onvoldoende’ en/of de levensverwachting van de boom gelijk of lager is dan 10 jaar.

  • De boom niet inpasbaar is in de nieuwe situatie en/of de realisatie daarvan.

  • Er sprake is van bovenmatige vormen van hinder of overlast.

  • Als een boom als wijker is benoemd.

Beoordeling verzoek graafwerkzaamheden

Werken binnen kwetsbare boomzone mag, tot aan de minimale graafafstand (op basis van stamdiameter).

 

V: Parkboom

Bomen in parken met voldoende groeiruimte en een lange omlooptijd. De beoogde omloop is 60-80 jaar.

 

Bij ontwikkelingen

  • 1.

    Boom in ontwikkeling inpassen

Alleen vervangen indien één van onderstaande situaties van toepassing is

  • Er sprake is van zwaarwegend maatschappelijk belang dat opweegt tegen het duurzaam behoud van de boom.

  • Er sprake is van onafwendbaar gevaar of vergelijkbaar spoedeisend belang in het kader van openbare orde en veiligheid.

  • Naar boomdeskundige maatstaven instandhouding niet langer verantwoord is ter voorkoming van letsel of schade.

Beoordeling verzoek graafwerkzaamheden

  • Werken binnen de kwetsbare boomzone is niet toegestaan tenzij er vooraf een Boom Effect Analyse (BEA) is uitgevoerd en er een goedgekeurd werkplan conform deze Boom Effect Analyse is.

  • Werkzaamheden worden onder toezicht en begeleiding van een European Tree Technician.

VI: Bomen in bosplantsoen & tiny forests

Dit zijn bomen die in een bosplantsoen staan. Bosplantsoen bestaat uit een combinatie van boomvormende en struikvormende planten. Het kan hier ook gaan om bomen die niet zijn aangeplant maar hier van nature zijn gegroeid en groot genoeg zijn om in het bomenbestand op te nemen. Een tiny forest is een klein bosje met uitsluitend inheemse soorten van ongeveer 250m².

 

Bij ontwikkelingen

Voorkeursvolgorde bij ontwikkelingen:

  • 1.

    Boom in ontwikkeling inpassen

  • 2.

    Verplantingslocatie binnen plangebied

  • 3.

    Vervanging, compensatie binnen plangebied

  • 4.

    Vervanging, compensatie buiten plangebied

  • 5.

    Bijdrage in bomencompensatiefonds

Alleen vervangen indien één van onderstaande situaties van toepassing is

  • Er sprake is van zwaarwegend maatschappelijk belang dat opweegt tegen het duurzaam behoud van de boom.

  • Er sprake is van onafwendbaar gevaar of vergelijkbaar spoedeisend belang in het kader van openbare orde en veiligheid.

  • Naar boomdeskundige maatstaven instandhouding niet langer verantwoord is ter voorkoming van letsel of schade.

  • Uit reguliere BVC inspectie blijkt dat de conditie gelijk of lager is dan score ‘onvoldoende’ en/of de levensverwachting van de boom gelijk of lager is dan 5-10 jaar.

  • Uit een boom effect analyse blijkt dat dat de boom niet inpasbaar is waarbij instandhouding (>15 jaar) niet mogelijk is, ook niet met extra (beschermende) maatregelen voor de groeiplaats.

  • Er sprake is van bovenmatige vormen van hinder of overlast.

Beoordeling verzoek graafwerkzaamheden

Werken binnen kwetsbare boomzone mag als er vooraf een goedgekeurd werkplan conform de richtlijnen uit het Handboek Bomen is.

Bijlage V - Criteria monumentale boom (klasse I)

 

Iedereen kan een boom voordragen voor de status van monumentale boom. De beoordeling wordt uitgevoerd door DUO+ met behulp van een beoordelingsformulier. Voorgedragen bomen kunnen zowel op particuliere grond als op gemeentegrond staan. De lijst van monumentale bomen is op de website van de gemeente gepubliceerd.

 

Toekomstig monumentale boom

Bomen die worden geplant om uit te groeien tot monumentale boom kunnen worden geclassificeerd als (toekomstig) monumentale boom. Dit zijn bijvoorbeeld gedenkbomen. Hiervoor gelden dezelfde regels als voor monumentale bomen.

 

Criteria

Om de kwalificatie 'Klasse I: Monumentale boom' te krijgen dient de boom aan alle basisvoorwaarden te voldoen. Daarnaast dient de boom aan ten minste één van de specifieke voorwaarden te voldoen.

 

Basisvoorwaarden

  • De (geschatte) leeftijd is minimaal 60 jaar (dit geldt niet voor toekomstig monumentale bomen zoals gedenkbomen, daarvoor geldt geen minimale leeftijd).

  • Minimale levensverwachting na plaatsing op de lijst van 10 jaar (in het meest recente BVC heeft de boom een redelijke of goede conditie).

  • De boom staat niet op een locatie waarvoor een ruimtelijk plan is vastgesteld.

Specifieke voorwaarden

  • 1.

    Ruimtelijke betekenis

    • a.

      De boom is medebepalend voor het karakter van de omgeving.

  • 2.

    De boom is onderdeel van een geheel intact zijnde boomgroep of uniforme laanbeplanting die een karakteristieke structuur in stad of landschap zichtbaar maakt.

    • a.

      De boom is een herkenningspunt/oriëntatiepunt.

  • 3.

    Monumentale betekenis

    • a.

      De boom is van een in gemeente Ouder-Amstel zeldzame soort, type of leeftijdsklasse.

    • b.

      De boom is bijzonder door uitzonderlijke hoogte, dikte of snoeiwijze.

    • c.

      De boom vormt onderdeel van een monumentale omgeving of van een cultuurhistorisch waardevol object.

    • d.

      De boom is een gedenkboom ter gelegenheid van een belangrijke maatschappelijke gebeurtenis.

  • 4.

    Ecologische betekenis

    • a.

      De boom vormt een schakel in de keten van ecologische infrastructuur vormende elementen of neemt in een totaal versteend gebied een positie in die in de ecologische infrastructuur de functie van 'stepping stone' kan vervullen.

    • b.

      De boom wordt door een beschermde diersoort gebuikt als vaste rustplaats of broedplaats.

    • c.

      De boom heeft dendrologische waarde (het belang als genenreservoir van de betreffende soort).

Een boom die op de monumentale bomenlijst staat en voldoet aan de volgende criteria gaat van de monumentale bomenlijst af:

 

  • Levensverwachting boom is minder dan 5 jaar.

  • Aantasting door ziekte, zodanig dat de boom op korte termijn (binnen dan 5 jaar) gevaarlijk voor de omgeving wordt dan wel dood gaat.

  • Indien uit VTA controle blijkt dat de boom in onomkeerbaar slechte conditie is.

Bijlage VI – Aanvullende beleidscontext en gebiedspartners

 

Beleidscontext

In de onderstaande paragrafen is een aanvullend overzicht gegeven van de beleidscontext. Deze stukken zijn relevant in de gemeentelijke of regionale context. Deze zijn opgenomen in de bijlage omdat deze stukken gebruikt zijn bij de totstandkoming van het beleid.

 

Klimaatadaptatiestrategie & Uitvoeringsagenda gemeente Ouder-Amstel

Het klimaatadaptatiestrategie geeft aan welke ambities de gemeente nastreeft en welke doelen de gemeente wil behalen betreft het klimaatbestendig en waterrobuust worden per gebied van de gemeente. De daarbij horende maatregelen vormen de uitvoeringsagenda.

 

Bomenverordening

De Bomenverordening Ouder-Amstel reguleert het beheer en de bescherming van bomen binnen de gemeente. Belangrijke punten hieruit zijn de vergunningsplicht, monumentale bomenlijst, herplantplicht en bomencompensatiefonds, en de bomen effect analyse. Dit heeft betrekking tot het beheer en inrichting van openbaar groen in de gemeente en is complementair aan dit groenbeleidsplan.

 

Met de komst van de Omgevingswet zal de bomenverordening op termijn worden opgenomen in het omgevingsplan van Ouder-Amstel, wat kan leiden tot integratie en mogelijke herziening van bestaande regelingen. In dit groenbeleid nemen we zwaarwegende criteria van het bomenbeleid op in de maatregelen.

 

NOVEX Metropoolregio Amsterdam

In de NOVEX, (voorheen Verstedelijkingstrategie), van de Metropoolregio Amsterdam (MRA), wordt besproken hoe de MRA omgaat met ruimtelijke vraagstukken. Er wordt geschetst dat er behoefte is aan het verbeteren dan wel het verbinden van verschillende landschappen. Dit draagt bij aan de versterking van het regionale groen netwerk. Dit biedt niet alleen ecologische voordelen, zoals het bevorderen van biodiversiteit en het versterken van het landschap, maar het biedt ook kansen voor de inwoners om makkelijker en duurzamer van groenvoorzieningen en natuur te genieten. De verbindingen moeten bijdragen aan het verbeteren van de bereikbaarheid van groen voor fietsers en voetgangers.

 

NOVEX Het Groene Hart

Het zuidwestelijke gebied van Gemeente Ouder-Amstel ligt in Het Groene Hart. Het Groene Hart is van strategisch belang voor de regio. In Ontwikkelperspectief 1.0 Groene Hart 2050 worden verschillende ontwikkelprincipes genoemd die van toepassing kunnen zijn bij ontwikkelingen in dat gebied, waaronder versterken van ecologische netwerken, duurzame en groene recreatie en kwaliteit van het landschap. Rekening houdend met deze principes kan Ouder-Amstel niet alleen bijdragen aan de regionale duurzaamheidsdoelen, maar ook aan de bescherming van dit gebied.

 

Gebiedspartners

Er is een aantal overheden en uitvoeringsorganisaties actief in het gebied. Met onderstaande partners wordt actief samengewerkt in de regio.

 

Provincie Noord-Holland

De provincie Noord-Holland heeft invloed op de ruimtelijke ontwikkeling binnen de gemeente, inclusief het groenbeheer, via het Provinciaal Omgevingsplan en andere beleidsdocumenten zoals het Programma Natuurnetwerken 2024.

 

Ouder-Amstel werkt met de provincie samen om de kwaliteit van de Amstelscheg te beschermen. De Amstelscheg is het landelijk gebied tussen de stedelijke gebieden van Amsterdam, Amstelveen en Ouder-Amstel. De provincie Noord-Holland heeft voor de bescherming de Amstelscheg aangewezen als ‘Bijzonder Provinciaal Landschap’. Ook maakt de Amstelscheg onderdeel uit van twee NOVEX-gebieden (Nationale Omgeving Visie Extra) waarin overheden samenwerken aan het oplossen van (ruimtelijke) ontwikkelopgaven. Er wordt momenteel samengewerkt aan de uitvoering van het Toekomstkader Amstelscheg.

 

Landschap Noord-Holland

Stichting Landschap Noord-Holland zet zich in voor het behoud en bescherming van natuur, landschappen en cultuurhistorisch erfgoed in de provincie Noord-Holland. In de gemeente is het beheer van Holendrechter- en Bullewijker Polder, Landje van Geijsel en De Ronde Hoep grotendeels in handen van deze stichting.

 

Waterschap Amstel, Gooi en Vecht

De gemeente Ouder-Amstel werkt samen met het waterschap Amstel, Gooi en Vecht om groene gebieden te behouden en ontwikkelen, en aan waterveiligheid, waterkwaliteit en waterkwantiteit. Daarnaast werken het waterschap samen met agrariërs om het landschap van het buitengebied van de Amstelscheg op peil te houden. Ook werken het waterschap samen om bodemdaling tegen te gaan in de gemeente. Het waterschap werkt daarnaast ook aan het veilig houden van de waterkeringen.

 

Recreatieschap Groengebied Amstelland

Recreatieschap Groengebied Amstelland is een samenwerkingsverband tussen de provincie Noord-Holland en de gemeenten Amsterdam, Amstelveen, Diemen en Ouder-Amstel voor de ontwikkeling en het beheer van het recreatiegebied Amstelland. De gemeente Ouder-Amstel is vertegenwoordigd in het bestuur van Groengebied Amstelland.

 

Coördinatiebureau Groene Hart

Het Coördinatiebureau Groene Hart is een werkorganisatie van het Bestuurlijk Platform. Dit bureau zich in voor de ontwikkeling en het behoud van het Groene Hart-gebied. De gemeente Ouder-Amstel is betrokken bij de NOVEX-samenwerking voor het Groene Hart, waarbij afspraken zijn gemaakt om gezamenlijk op te trekken in ruimtelijke en duurzame ontwikkelingen. Dit wordt ondersteund door het Coördinatiebureau Groene Hart. Zij zijn verantwoordelijk voor de organisatie van bijeenkomsten en de monitoring van projecten binnen deze samenwerking.

 

Agrarische natuurbelangenverenigingen

Er zijn in de gemeente nog meer organisaties actief die zich met een groene gemeente bezig houden. Dit zijn bijvoorbeeld op het gebied van landbouw: Agrarisch Collectief Noord-Holland Zuid, Boeren van Amstel en Agrarische Natuurvereniging De Amstel. Samen met de gemeente zetten ze zich in voor het behoud en versterking van natuurwaarden op het boerenland.

 

Samenwerkingen met lokale organisaties op het gebied van groen, natuur en cultuur(historie)

Er zijn nog meerdere samenwerkingen met lokale organisaties die streven naar een groene gemeente Ouder-Amstel. De afdeling IVN Amstelveen is actief in het betrekken van mensen bij natuur, milieu en landschap. Ze delen kennis van en waardering voor de natuur bij mensen bij waardoor ze zich meer betrokken voelen bij het behouden van natuur, milieu en landschap. Jaarlijks worden er lezingen, excursies en cursussen georganiseerd.

 

De stichtingen Beschermers Amstelland, Oud Duivendrecht en Vrienden van Duivendrecht zetten zich in voor het behoud van groen door bewustwording te vergroten en inwoners te betrekken in hun omgeving. Coherente/Werkgroep Ouder-Amstel zet zich in voor het bevorderen van sociale cohesie en het welzijn van inwoners in Ouder-Amstel.

 

Denktank Duurzaamheid is een platform van inwoners en experts die milieuvraagstukken analyseren en advies geven over beleid en projecten in de gemeente.

Bijlage VII - Uitkomsten (interne) evaluatie

 

De eerste stap in het project was het voeren van evaluatiegesprekken binnen de gemeentelijke organisatie. Het doel was om op te halen welke knelpunten er nu ervaren worden en te bepalen hoe het nieuwe beleid eruit zou kunnen zien. Onderstaand zijn de punten uit de evaluatie opgenomen. Deze punten zijn gebruikt om de beleidsstructuur op te stellen en vervolggesprekken te voeren en de basis van het beleid te maken.

 

De maatschappelijke ontwikkelingen biodiversiteit en klimaatadaptatie hebben nu geen plaats in het beleid

Nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen, zoals klimaatadaptatie en biodiversiteit, hebben geen plek in dit beleid. Het is wenselijk dat het nieuwe beleid hier wel rekening mee houdt.

 

Deze twee ontwikkelingen zijn toegevoegd als waarde van het groen en liggen samen met de andere waarden aan de basis van dit beleidsplan.

 

Te weinig aandacht voor groen bij nieuwbouwplannen en herontwikkelingen

Er is aangegeven dat er bij nieuwbouw en herontwikkeling te weinig aandacht wordt gegeven aan de hoeveelheid en verscheidenheid in groen, de beheerbaarheid van het aangelegde groen en de budgetten die voor het beheer beschikbaar zijn. Wanneer dit in disbalans is worden nieuwe wijken minder leefbaar omdat het groen niet tot volledige potentie kan komen of niet beheerd kan worden. Hoewel intern deskundigen betrokken zijn bij de planvorming, nemen projectontwikkelaars de adviezen over groen in projecten niet of nauwelijks over.

 

In H6 staan we expliciet stil bij nieuwbouw en herontwikkelingen.

 

Sterke voorkeur voor uitgangspunt ‘De juiste boom op de juiste plek’

Er is meerdere keren nadrukkelijk aangegeven dat er met oog op het veranderende klimaat behoefte is bij flexibiliteit als het gaat om vervangen van bomen. Flexibiliteit in de boomkeuze helpt bij het inspelen bij lokale omstandigheden en het plaatsen van bomen die toekomstbestendiger zijn. De huidige werkwijze van Ouder-Amstel houdt hier al rekening mee. Er wordt benadrukt dat dit ook in dit beleid sterk terug dient te komen.

 

Dit is in meerdere gesprekken, ook extern en bij de inwonersparticipatie benoemd. Het is als uitgangspunt van dit beleid opgenomen.

 

Bomenverordening

Er is besproken dat er modernisering nodig is van de lokale bomenverordening, omdat hier naast juridische uitgangspunten ook beleid in staat. Het is wenselijk om de verordening juridisch en beleidsarm te maken. Hiermee kan worden voorkomen dat verordeningen en beleidsdocumenten over dezelfde zaken verschillende uitingen doen. Daarnaast voldoet de verordening niet aan de eisen van de omgevingswet, is het puntensysteem voor kapvergunning niet meer actueel, wordt soortendiversiteit en ruimte voor gezonde boomgroei belemmerd en passen herplantings- en instandhoudingsplicht niet altijd bij de doelstelling van juiste boom op de juiste plek.

 

In een sessie met de gemeenteraad is bepaald om de Bomenverordening beleidsarm te maken en de regels over bomen op te nemen in dit beleid.

 

Huidige budgettering alleen toereikend voor instandhouding huidig groen

Gesprekken brachten naar voren dat het budget slechts toereikend is voor het in stand houden van het huidige groen. Groen heeft een houdbaarheidsdatum, en vervanging moet meeliften op budgetten van wegen- of rioleringsprojecten. Er is behoefte aan een apart groenbudget voor vernieuwing en vergroting, en meer budget voor de uitvoering. Zonder extra middelen is het moeilijk om nieuwe groenprojecten te realiseren of een stevige plek aan tafel te hebben bij vervangingen en herinrichtingen.

 

Er is met de meerjarenplanning een inschatting gemaakt van de kosten hiervan.

 

Keuzes met betrekking tot openbaar groen moeten beter worden uitgelegd en gecommuniceerd

Gesprekspartners hebben aangegeven dat keuzes voor het openbaar groen beter uitgelegd moeten worden. Er zou meer gecommuniceerd kunnen worden over de keuzes die gemaakt worden en wat de gemeente met het groen wil bereiken. Er is ook gesuggereerd om een intern communicatieplan op te stellen. Zodat er duidelijkheid is over wat, wanneer wordt gecommuniceerd en via welke kanalen dit wordt gedaan.

 

In H4.2 en H7.2 wordt hier bij stilgestaan.

 

Omgangsregels voor bewonersinitiatieven ontbreken

Er is door meerdere gesprekspartners aangegeven dat er nu geen beleid is opgenomen voor bewonersinitiatieven. Dit betekent dat verschillende initiatieven individueel moeten worden behandeld. Hier kan met behulp van beleid consequenter mee om worden gegaan. Denk aan initiatieven waarbij bewoners geveltuintjes willen aanleggen of zelf boomspiegels of ander groen willen beheren. Het adopteren van groen is deels geregeld in het Snippergroenbeleid.

 

In H4.3 en H7.3 is een uitwerking gemaakt voor het omgaan met bewonersinitiatieven.

 

Wens voor een meerjarenplanning

Gesprekspartners brachten naar voren dat projectplanning of meerjarenplanning kan helpen bij het planmatiger inzetten van de budgetten. Het helpt ook bij het aanhaken bij koppelkansen zoals het vervangen van een straat of riolering. Daarnaast kan er ook op voorhand worden bepaald hoe lang bepaalde wijken, bomen of groenstroken zullen meegaan.

 

Er is een meerjarenplanning en begroting opgesteld in H7.7.

 

Betere afweging prijs – kwaliteit in aanbestedingen

In meerdere gesprekken komt naar voren of het wenselijk is of de goedkoopste aanbesteder de aanbesteding wint. Er wordt op basis van prijs-kwaliteit aanbesteed. Kwaliteit weegt mogelijk niet altijd voldoende mee, of er worden onvoldoende eisen aan de kwaliteit gesteld. Daarnaast wordt met beeldbestekken gewerkt. Dit werkt in sommige percelen goed, en in andere minder. Hier dient in het beleid over nagedacht te worden. Daarnaast is het van belang dat er voldoende capaciteit bestaat op toezicht om aannemers te controleren op de juiste uitvoering.

 

In H5 is een uitwerking gemaakt van de beheermaatregelen en eventuele aanpassingen van besteksposten .

 

Structurele monitoring ontbreekt

Gesprekspartners benoemden dat vanuit de IBOR het idee is dat groen multifunctioneel is en bijdraagt aan verschillende maatschappelijke effecten. Indicatoren (KPI’s) die dit inzichtelijk maken ontbreken in het huidige beleid. Meetbaarheid van het beleid is iets waar aandacht voor dient te zijn.

 

H7.4 is een uitwerking gemaakt van interne ontwikkelpunten voor monitoring.

Bijlage VIII - Uitkomsten gespreksronde organisaties

 

De onderstaande organisaties zijn in een aantal gespreksronden bevraagd over het openbaar groen:

 

  • Ondernemers Ouder-Amstel

  • Werkgroep Ouder-Amstel vanuit Coherente

  • Groengroepen Ouder-Amstel

  • Stichting Oud Duivendrecht, Stichting Vrienden van Duivendrecht en Denktank Duurzaamheid

  • Agrarische natuurbelangenvereniging NHN en de Amstel

Het participatietraject voor het groenbeleid bestond deels uit een gespreksronde met belanghebbende partijen. Diverse stakeholders, zoals agrarische- en groenbelangverenigingen, zijn in een vroeg stadium van het groenbeleid betrokken geweest bij het opstellen van het groenbeleidsplan. In groepsgesprekken of aparte interviews bespraken we de kaders van de beleidslogica en stonden we uitgebreid stil bij aandachtspunten voor het groenbeleid en mogelijk op te nemen maatregelen. Hieronder bespreken we de belangrijkste uitkomsten.

 

Verschillende opmerkingen over het aanscherpen van de beleidslogica

Tijdens de gespreksrondes kwam naar voren dat de op deze avond gepresenteerde beleidsstructuur een aantal onduidelijkheden bevat. Bijvoorbeeld in de formulering van het hoofddoel, de bewoording die werd gehanteerd bij de waarden en de volgorde van de maatregelcategorieën. Deze onduidelijkheden zijn voor zover mogelijk verwerkt.

 

Deze opmerkingen zijn direct verwerkt.

 

Communicatie van beleidskeuzes en meldingen die gemaakt kunnen worden

Er is in veel gesprekken expliciet aandacht gevraagd voor de communicatie over het groen in de openbare ruimte. Er werd toegelicht dat de gemeente in de communicatie beter moet uit leggen waarom iets gedaan wordt in het groen. Een voorbeeld hiervan is dat vanuit de gemeente beter uitgelegd kan worden waarom bomen gekapt worden. Daarnaast kunnen bewoners meldingen doen over het groen. Het moet kenbaarder worden dat je het beste via de app een melding kan maken en ideeën kan doorgeven.

 

Er is uitgebreid rekening gehouden met communicatie van het beleid in dit beleidsplan, zie H4.2 en H7.2.

 

Opnemen groennorm

Ook werd meerdere keren naar voren gebracht dat de gemeente onderzoek kan doen naar het opnemen in het groenbeleid van een groennorm, zoals de 3-30-300-regel of een variant hierop. Aandachtspunten hierbij zijn de uitvoerbaarheid en haalbaarheid van een dergelijke norm. Een norm zou ook opgenomen kunnen worden in de aanbesteding van nieuwbouwwijken. De ervaring van verschillende deelnemers is dat het groen in nieuwbouwwijken beperkt is.

 

Het is vanwege het ontbreken van benodigde data nog niet mogelijk om te bepalen of een groennorm voor de gemeente haalbaar is. Dit in verband met de uitdaging die vergroenen van bestaande wijken en een gebrek aan ruimte. In 7.5 zijn interne ontwikkelpunten opgenomen om hier naartoe te werken en te onderzoeken of er op een groennorm kan worden aangesloten.

 

Juiste (inheemse) soorten op de juiste plek en kansen boomspiegels

Verder benadrukten verschillende deelnemers het belang van genetische en inheemse diversiteit in beplanting in het stedelijk gebied ten behoeve van de toekomstbestendigheid. Er werd toegelicht dat een gevarieerde beplanting helpt stedelijk gebied beter bestand te maken tegen de effecten van klimaatverandering, zoals hitte, regenval en droogte. In het kader van toekomstbestendigheid werd ook het uitgangspunt ‘De juiste boom op de juiste plek’ in bijna elk gesprek naar voren gebracht, waarbij onder andere aandacht nodig is voor lichtinval, grondsoort en -waterstand. Waarbij ook de boomspiegel mogelijkheden biedt voor biodiversiteit. Daarnaast is controle op exoten zoals Japanse duizendknoop, rivierkreeften, en overtollige bamboe essentieel.

 

Dit is een uitgangspunt van dit beleid onder andere in H4.6 staan we hier bij stil.

 

Onderhoud

Er wordt aangegeven dat er soms te makkelijk wordt gekozen voor een nieuw ontwerp i.p.v. het behouden van bestaand groen en bomen. Onderhoudsvaardigheden betreft biodivers beheer onder groenmedewerkers kunnen verbeterd worden. Bij het onderhoud van openbaar groen moet gedacht worden aan vogels en insecten.

 

We staan op meerdere plekken in dit beleid stil bij biodiverser of ecologisch beheer. Daarnaast staan we ook stil bij opleidingsmogelijkheden voor onze medewerkers.

 

Esthetiek en veiligheid Duivendrecht

Ouder-Amstel wordt gezien als een groene gemeente. Echter, er is meerdere keren naar voren gekomen dat het onderhoud van het groen in Duivendrecht ondermaats is, vooral het Dorpsplein, Venserpark en rondom de flatgebouwen Saturnus en Jupiter. Verkeersveiligheid, hondenpoep, overlast van jongeren en veiligheid voor kinderen kwam hierbij naar voren. Herinrichting is hier gewenst waarbij wordt gedacht aan uitrengebieden voor honden en speel- en natuurplekken voor kinderen.

 

In H5 staan we stil bij het onderhoud. Er wordt onderzocht welke boomspiegels en welk gazon in aanmerking komt voor biodiverser beheer. Er zijn in dit beleid nog geen gerichte locaties voor een kwaliteitsimpuls van het groen opgenomen.

 

Bewonersinitiatieven

Verschillende deelnemers gaven aan positief te zijn voor de aandacht voor het betrekken van bewoners bij groen in de openbare ruimte, bijvoorbeeld in de vorm van geveltuinen of burgerinitiatieven ter attentie van biodiversiteitsprojecten. Participatie kan verder toenemen doormiddel van brieven, flyers, weekbladen, posters, pushberichten op de website of het organiseren van fysieke avonden. Er is ook gesproken over het idee om een plek met bomen en struiken, zoals beukennoten, kastanjes en fruitbomen, te creëren die kan dienen ter educatie en recreatie voor kinderen.

 

In H4.3 staan we stil bij bewonersinitiatief. Bij 7.2 benoemen we ook het communiceren van de mogelijkheden tot bewonersinitiatief.

Bijlage IX – Enquêteresultaten en terugkoppeling inwonersparticipatie

 

Uitkomsten en terugkoppeling inwonersparticipatie

Voor het groenbeleidsplan in Ouder-Amstel zijn bewoners vroeg in het proces betrokken doormiddel van een enquête. Deze is gedeeld op ouderamsteldenktmee.nl. Het doel van de enquête was om de huidige beleving van het openbaar groen en suggesties op te halen. De reacties zijn gebruikt als advies voor het groenbeleid. In dit participatieverslag worden de uitkomsten van deze enquête samengevat en verteld hoe dit is gebruikt voor het groenbeleid. Er waren in totaal 318 respondenten. In Bijlage VIII staan alle antwoorden op de vragen van de enquête.

Samenvatting van belangrijkste thema’s

Terugkerende thema’s uit de antwoorden van de enquête waren:

  • Groenonderhoud en biodiversiteit: Veel opmerkingen over beter onderhoud van bomen en planten, meer biodiversiteit, en het behouden van bestaande bomen.

  • Vergroening en herinrichting: Voorstellen voor meer bomen, kleurrijke borders, en vergroening van plekken zoals het Dorpsplein en de busbaan.

  • Speelplaatsen en hondenvoorzieningen: Aandacht voor groener ingerichte speeltuinen en losloopstroken voor honden.

  • Samenwerking en betrokkenheid: Bewoners willen meer inspraak en samenwerking met de gemeente. Suggesties voor samenwerkingen en bewonersinitiatieven kwamen vaak voor.

  • Informatievoorziening: De wens voor meer transparantie over kapvergunningen en onderhoudsplannen werd regelmatig genoemd. Ook werd er benoemd dat er weinig met meldingen wordt gedaan.

Kwalitatieve en kwantitatieve analyse

Inwoners werden als eerste bevraagd over hun tevredenheid over het openbaar groen, type beplanting, en onderhoud in hun buurt of wijk. Hieruit bleek dat er vrijwel geen verschil is in tevredenheid tussen de inwoners van Duivendrecht en Ouderkerk aan de Amstel, waarbij een kleine hoeveelheid in Duivendrecht tevredener is.

 

Over het algemeen was het opvallend dat respondenten matig tevreden zijn over het openbaar groen, waarbij 39% (zeer) ontevreden is, 32,1% neutraal en 28,9% (zeer) tevreden. Ook is het overgrote deel ontevreden met beheer en onderhoud, en neutraal over de beplanting. In het figuur hieronder staan de belangrijkste punten over de tevredenheid samengevat. Naast deze hoofdpunten werd ook hondenpoep en vervuiling in groenstroken en een ongelijke verdeeldheid in onderhoud reeds genoemd.

 

Figuur 5: Tevredenheid openbaar groen, onderhoud en beheer, en beplanting.

 

De volgende set aan vragen gingen over de prioriteiten van inwoners omtrent openbaar groen. Hieruit bleek dat het grootste percentage van de respondenten (42,2%) het belangrijk vindt dat “het openbaar goed is voor de biodiversiteit”. Daarna vinden de bewoners dat het er aantrekkelijk uit moet zien (22,5%), het bijdraagt aan klimaatadaptatie (16,8%), het is goed voor hun gezondheid of aantrekt tot samenkomen voor sport of recreatie (10,2%) en als laatste dat het veilig is (8,3%).

 

Van de antwoorden of een aantal stellingen zijn de volgende resultaten het interessantst:

  • De meeste respondenten zijn het helemaal niet eens met dat het belangrijk is dat het openbaar groen geschikt is voor het uitlaten van honden.

  • De meeste respondenten zijn het helemaal eens met dat het belangrijk is dat bomen en plantvakken voldoende groot zijn. Ook wanneer dit betekent dat er minder parkeerplaatsen in mijn wijk komen.

De derde set vragen ging over de participatie van inwoners. Respondenten geven aan graag iets te willen betekenen voor het openbaar groen in hun omgeving vooral door deel te nemen aan groenprojecten (30,7%), zelf een stuk groen te onderhouden (29,4%), zelf hun balkon of tuin groener maken (23,9%), een geveltuin aan te leggen bij hun woning (13,4%) of een groene gevel aanleggen (9,2%). Enkele respondenten geven aan niet te willen bijdragen aan het openbaar groen in hun omgeving. Respondenten geven ongeveer gelijk verdeeld aan dat ze een platform, kennis, geld, een sparringpartner, en/of een projectbegeleider nodig hebben om dit te kunnen uitvoeren.

 

Respondenten willen vooral op de hoogte van openbaar groen gehouden worden doormiddel van de lokale krant of nieuwsbrief (37,8%), maar daarnaast ook via een de website van de gemeente. Een enkele zou een brief willen ontvangen met een aankondiging of doormiddel van informatieborden in het groen.

 

Als laatste werden respondenten gevraagd naar overige opmerkingen, suggesties of ideeën voor het nieuwe groenbeleidsplan. Deze punten staan samengevat in het figuur hieronder. Overige opmerkingen gingen over kritiek op het huidige beleid en beheer waarbij er te veel nadruk ligt op het maaien en verwijderen van planten en het aanpassen van bomen i.p.v. ze te kappen.

 

Figuur 6: Opmerking, suggesties of ideeën voor het nieuwe groenbeleidsplan.

 

Respondenten geven daarnaast ook specifieke suggesties en voorstellen van locaties die vergroening nodig hebben. Dit kunnen wijken, buurten, parken, straten, flatgebouwen, etc. zijn. Enkele locaties zijn genoemd in meerdere categorieën. Hierover verschillen de meningen dus en moet een balans gezocht worden naar de mate van onderhoud en vergroening. Onderstaand overzicht wordt intern gehanteerd om eventueel extra aandacht voor het onderhoud te hebben op de benoemde locaties (H7.1).

 

Meer onderhoud nodig

  • Duivendrecht: slecht onderhouden, bomen moeten getopt worden

    • o

      Zonnehofcomplex: onkruid, weinig bloemperken, prikkeltakken, berenklauw

    • o

      Rijksstraatweg: onveilig zicht door hoge struiken, veel hondenpoep

    • o

      Van der Madeweg: veel onkruid, onveilige situaties door slecht zicht.

    • o

      Neptunus: slecht onderhouden, veel hondenpoep

    • o

      Meidoornstraat: slecht onderhouden, bomen staan scheef

  • Ouderkerk aan de Amstel

    • o

      Willem Alexander park: slecht onderhouden, veel hondenpoep

    • o

      Hoofdenburgsingel: onveilig zicht door groen

    • o

      Achterdijk: wordt niet gesnoeid

    • o

      Korenmolen buurt: slecht onderhouden, veel hondenpoep

  • Slootkanten (diverse locaties): wildgroei, klimop over bomen

  • Rotondes (diverse locaties): slecht overzicht

Meer vergroening

  • Duivendrecht (algemeen): momenteel geen park of wandelgebieden

    • o

      Dorpsplein Duivendrecht: veel steen, weinig groen

    • o

      De Molenkade: staat alleen gras en bomen

    • o

      Kloostersingel: parkuitbreiding voorgesteld

  • Ouderkerk aan de Amstel

    • o

      Benning: weinig openbaar groen

  • A9: hier zijn te veel bomen gekapt

  • De dijk: veel bomen zijn verwijderd zonder herplanting

Naast deze locaties werd ook erg vaak uitgesproken dat mensen erg tevreden zijn met de vernieuwing van de Rijksstraatweg. Hier staan nu gevarieerdere en kleurrijke planten. Dit zouden de bewoners op meer plekken terug willen zien. Daarnaast werd Diemen veelal genoemd als een goede locatie met gemengde en wilde beplanting. Ook werd Duivendrecht, en dan vooral het Venserpark en Weitjespark, genoemd als mooie locatie met veel bomen en struiken.

 

Conclusies en aanbevelingen

Uit de enquête blijkt aan de ene kant een sterk verlangen naar meer en gevarieerd groen in Ouder-Amstel, met nadruk op het behoud van bomen en het bevorderen van biodiversiteit. Aan de andere kant is er een sterk verlangen naar het verbeteren van het groenonderhoud. Hoewel sommige gebieden goed worden onderhouden, overheerst de kritiek op achterstallig beheer. Daarnaast worden slecht onderhouden bermen en onvoldoende snoeiwerk soms als een verkeersveiligheidsrisico ervaren. Daarnaast willen bewoners meer betrokken worden bij het groenbeheer en pleiten voor samenwerking met experts en mede-inwoners.

 

Uit de enquête komen, naast de specifieke vergroening locaties, de volgende aanbevelingen naar boven die in het groenbeleidsplan zijn verwerkt:

  • 1.

    Behoud van bomen en groen

    • a.

      Minder bomenkap, behoud en bescherming van bestaande bomen als uitgangspunt.

    • b.

      Dode bomen vervangen door grote bomen i.p.v. jonge aanplant.

  • Behoud en bescherming van bomen is opgenomen in H4.6. Een kanttekening is dat het vaak niet mogelijk is om een boom te vervangen door een boom met vergelijkbare stamdiameter. Dit heeft te maken met de kosten en risico’s zoals dat de boom niet aanslaat, die het verhuizen en planten van grotere bomen met zich meebrengen. 1b is daarom niet overgenomen in het beleid.

  • 2.

    Onderhoud en beheer van openbaar groen

    • a.

      Efficiënter en zorgvuldiger werken van groenmedewerkers.

    • b.

      Regelmatiger groenonderhoud, inclusief snoeien en maaien.

    • c.

      Minder maaien op bepaalde plekken ter bevordering van biodiversiteit.

    • d.

      Geen gebruik van bladblazers.

    • e.

      Betere contracten en toezicht op aannemers en groenbeheerbedrijven.

  • In H5 is uitgewerkt hoe we omgaan met het beheer en onderhoud van openbaar groen. Veel van het onderhoud wordt uitbesteed aan groenaannemers, de gemeente kan voorschriften opnemen in de afspraken met aannemers (bestekken). We kiezen voor netheidsmaaien op plekken waar veel van het groen gebruik wordt gemaakt. We kiezen voor ecologischer beheer op plekken waar er kansen zijn voor de ecologie.

  • 3.

    Toevoegen van openbaar groen (vergroening en biodiversiteit)

    • a.

      Meer inheemse planten, struiken en bomen.

    • b.

      Diversiteit in beplanting: bloeiende struiken, fruitbomen, veldbloemen, en luchtzuiverende bomen.

    • c.

      Meer groen op rotondes en bij speelplaatsen.

    • d.

      Gemeente als voorbeeld: meer groen rondom gemeentehuis i.p.v. tegels.

  • 4.

    Meer voorzieningen voor vogels, egels en insecten.

  • 3a en b zijn uitgangspunten in dit beleid. In 7.3 is opgenomen hoe we de kansen voor vergroening in beeld brengen. Tot slot hebben we uit alle reacties een overzicht gemaakt van locaties die vergroend kunnen worden.

  • 5.

    Bewonersbetrokkenheid en communicatie

    • a.

      Bewoners actief informeren over groenbeheer, zoals kap- en onderhoudsplannen. Daarnaast betere informatievoorziening over keuzes in groenbeheer zoals bordjes bij planten en bomen.

    • b.

      Meer inspraak en samenwerking met bewoners bij groenonderhoud.

    • c.

      Meer duidelijkheid over verkoop van openbaar groen aan inwoners.

  • In H4.3 en H7.2 wordt stilgestaan bij de omgang met bewonersinitatieven en het communiceren over het openbaar groen.

  • 6.

    Hondenfaciliteiten

    • a.

      Meer faciliteiten voor honden (poepzakjes, vuilnisbakken).

    • b.

      Duidelijk aangegeven waar honden los mogen lopen.

  • Het groenbeheerplan gaat niet over hondenfaciliteiten. Zie hiervoor het Hondenbeleid Ouder-Amstel.

  • 7.

    Rol van gemeente

    • a.

      Meer budget voor groenonderhoud en vergroening.

    • b.

      Duurzame samenwerking met leveranciers en niet wisselen op basis van kosten.

    • c.

      Laat u adviseren door groen-deskundigen.

  • 6a, er is in de meerjarenplanning meer budget opgenomen. 6b, het inkopen van beheer gaat via de aanbestedingswet. De gemeente kiest hier voor beste prijs-kwaliteit en kan hier aangeven welk aspect belangrijker wordt geacht, prijs of kwaliteit, alsmede een aantal andere selectiecriteria. Het is niet mogelijk om hier voor te sorteren op bestaande leveranciers. 6c, de gemeente laat zich adviseren en heeft zelf ook mensen in dienst die kundig zijn op het gebied van groen. Keuzes worden altijd gemaakt op basis van deze expertise, maar wellicht nog niet altijd voldoende gecommuniceerd en uitgelegd.

  • 8.

    Zoek samenwerking op met andere gemeenten en laat je door hen inspireren en informeren (Diemen, Amsterdam, Amstelveen, Houten).

De gemeente werkt o.a. samen met de in 2.2 benoemde gebiedspartners en heeft zich ook voor dit beleidsplan laten inspireren door buurgemeenten.

 

Hieronder staan de vragen en antwoorden die gesteld zijn aan inwoners met de enquête. In bijlage VII is een samenvatting van de open antwoorden gegeven. Bij elke vraag konden de respondenten een toelichting geven en er is aan het einde een open vraag gesteld naar opmerkingen, suggesties of ideeën voor het nieuwe groenbeleidsplan. Deze open vragen zijn hier niet opgenomen vanwege de grootte van de dataset, maar deze zijn wel verwerkt in de uitkomsten inwonersparticipatie hierboven.

 

Resultaten enquête in grafieken

Wat is uw woonplaats?

 

Hoe tevreden bent u over het openbaar groen in uw buurt of wijk?

 

Hoe tevreden bent u over het beheer en onderhoud van het openbaar groen in uw buurt?

 

Hoe tevreden bent u met het type beplanting in het openbaar groen en de afwisseling hiervan in uw buurt?

 

Wat vindt u belangrijk op het gebied van openbaar groen? (Eén antwoord mogelijk)

 

Ik vind het belangrijk dat het openbaar groen geschikt is voor het uitlaten van honden.

 

Ik vind het belangrijk dat bomen geen schaduw geven in mijn tuin of zonnepanelen.

 

Ik vind het belangrijk dat er voldoende budget naar het beheer van het openbaar groen gaat. Ook wanneer dit betekent dat het budget voor andere maatschappelijke taken van de gemeente lager wordt.

 

Ik vind het belangrijk dat bomen en plantvakken voldoende groot zijn. Ook wanneer dit betekent dat er minder parkeerplaatsen in mijn wijk komen.

 

Ik vind het goed dat parkeerplaatsen in mijn buurt worden omgevormd tot openbaar groen.

 

Zou u iets willen betekenen voor het openbare groen in uw omgeving? (Meerdere antwoorden mogelijk)

 

Wat heeft u nodig om dit te kunnen uitvoeren? (Meerdere antwoorden mogelijk)

 

Kunt u aangeven hoe u op de hoogte wilt blijven van het openbaar groen? (Eén antwoord mogelijk)

Bijlage X - Beoordelingsregels kapvergunning

 

Voor het kappen van een boom of houtopstand (meerdere bomen) is een vergunning nodig. Deze kapvergunning kan worden aangevraagd via het omgevingsloket. De kapvergunning zal worden getoetst aan de hand van een aantal beoordelingsregels, deze regels zijn in deze bijlage uitgewerkt.

 

Overgangsperiode

De Bomenverordening Ouder-Amstel | Lokale wet- en regelgeving geldend vanaf 12-12-2023, wordt geactualiseerd. Er is vanaf de datum waarop het groenbeleid wordt vastgesteld tot de datum waarop de nieuwe bomenverordening wordt vastgesteld een overgangsperiode van toepassing. In de overgangsperiode gelden de regels die zijn opgenomen in de bomenverordening Ouder-Amstel geldend vanaf 12-12-2023 en de beleidsnotitie (ongepubliceerd) van kracht.

 

Omgevingswet en vergunningen

Het groenbeleid en deze bijlage leveren de beleidsmatige onderbouwing voor de bomenverordening. Dit zorgt ervoor dat bij toekomstige aanpassingen van het groenbeleid kan de verordening blijven bestaan. En blijft de bestaande toetsing aan een aangepast groenbeleid mogelijk.

 

Onder de omgevingswet is, conform artikel 5.165 van het Bkl verplicht om een bebouwingscontour houtkap op te nemen. In de bebouwingscontour houtkap (zie bijlage II) wordt er aangegeven wat de gemeentelijke grenzen zijn tussen stedelijk en landelijk gebied. In het landelijk gebied zijn naast de gemeentelijke regels ook rijks- en provinciale regels van toepassing.

 

Wijze van beoordeling

Een kapvergunning wordt getoetst aan de hand van de beoordelingsregels. Als de vergunning op basis van de beoordelingsregels en het beoordelingsformulier niet kan worden toegekend, dan kan op basis van zwaarwegende redenen alsnog een vergunning worden verleend. De beoordelingsregels en de zwaarwegende redenen zijn in deze bijlage uitgewerkt. De aanvraag wordt met een beoordelingsformulier getoetst door een vergunningsverlener. Ook de zwaarwegende redenen worden getoetst door een vergunningsverlener.

 

Het beleid gaat ervan uit dat zoveel mogelijk bomen te behouden. Soms is de kap echter toch nodig of gewenst. Daarom zijn er twee redenen waardoor kap toch kan worden toegestaan. De eerste reden is dat er een zwaarwegend maatschappelijk belang speelt. De tweede reden is dat een boom weinig waarde heeft hetgeen moet worden aangetoond bij de aanvraag en beoordeeld wordt met een puntentelling.

 

Het beoordelingsproces en het bijbehorende beoordelingsformulier wordt nader uitgewerkt en is geen onderdeel van het groenbeleid.

 

Beoordelingsregels

  • 1.

    Algemene regels

    • a.

      De boomklassen worden gehanteerd om te bepalen wat de mogelijkheden met betrekking tot inpassing in ruimtelijke plannen, vervanging of compensatie. Zie bijlage IV voor de boomklassen.

    • b.

      De leeftijd en verwachte levensduur van de boom zijn opgevraagd uit het beheersysteem of ingeschat met behulp van een onderzoek door een adviseur die door opleiding en ervaring in staat is deze controle uit te voeren.

    • c.

      Er is een boom effect analyse (BEA) uitgevoerd. Tenzij de kapvergunning wordt aangevraagd door een inwoner (privépersoon) en niet om meer dan één boom gaat.

  • 2.

    Biodiversiteit

    • a.

      De (dode) boom mag niet gekapt worden wanneer hier een nest of andere verblijfplaats in zit die gebruikt wordt. Wanneer het een nest of verblijfplaats is van een jaarrond beschermde soort, dan is voorafgaand aan de kap een vergunning voor een flora- en fauna-activiteit nodig. Deze beoordeling vindt plaats door een adviseur die door opleiding en ervaring in staat is deze controle uit te voeren. Ecologisch waardevolle gebieden en andere groenstructuren in de gemeente Ouder-Amstel zijn vastgelegd in de groenstructuurkaart (bijlage II groenbeleid). Bomen die een aanvullende ecologische waarde hebben omdat zij zich in een dergelijke structuur bevinden zijn met behulp van de boomklassen gecategoriseerd.

  • 3.

    Esthetiek

    • a.

      Er wordt getoetst in hoeverre de boom zichtbaar is, en dus deel uitmaakt van de beleving van de openbare ruimte.

      • i.

        Zichtbaar: De boom of overige houtopstanden maken zichtbaar deel uit van de beleving van de openbare ruimte.

      • ii.

        Beperkt zichtbaar: Hiermee wordt bedoeld, dat de boom of overige houtopstanden zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte, maar minder deel uitmaken van de openbare ruimte, waardoor deze minder belevingswaarde voor de directe omgeving hebben.

      • iii.

        Niet zichtbaar: Deze bomen en/of houtopstanden zijn niet of nauwelijks van belang voor de openbare ruimte en hebben geen belevingswaarde voor de directe omgeving.

    • b.

      Er wordt getoetst of de boom en/of houtopstand waarde of functie heeft in of rondom infrastructuur. Bijvoorbeeld wanneer een boom een afschermende functie van bijvoorbeeld wegen, spoorlijnen of andere infrastructuren heeft. Dit geld voor zichtlijnen maar ook voor de afschermende waarde voor geluid of andere overlastvormen.

    • c.

      Er wordt getoetst in hoeverre de boom onderdeel is van het beschermd dorpsgezicht Ouder-Amstel (1456). Bomen binnen deze begrenzing hebben een beschermde status op basis van rijksregels en dienen een extra motivering of inpassingseisen te worden voorzien.

  • 4.

    Gezondheid en sociale cohesie

    Als a en/of b van toepassing zijn op de boom of houtopstand. Dient op verzoek van de deskundige een extra motivering te worden geleverd.

    • a.

      de boom dient een functie op het gebied van het weren van geluid in de buurt van infrastructuur.

    • b.

      de boom heeft een functie in of rondom een gebied rondom een school of plein waar mensen samen komen.

  • 5.

    Klimaatadaptatie

    • a.

      Het belang van de boom op het gebied van klimaatadaptatie (hitte, droogte, wateroverlast of overstromingsrisico) is onderbouwd.

Zwaarwegende redenen

Er kan alsnog een omgevingsvergunning voor de kap worden verleend indien er sprake is van een van de onderstaande zwaarwegende redenen:

 

  • Dode of zieke bomen: Voorheen zijn dode en zieke bomen altijd verwijderd en herplant. In dit groenbeleid wordt ook de waarde van biodiversiteit meegewogen bij beslissingen in het groen. Dode bomen kunnen veel waarde op het gebied van nestgelegenheid of voeding leveren. Bijvoorbeeld vogels en vleermuizen die leven in holtes. Dode of zieke bomen worden daarom niet altijd meer verwijderd, tenzij een van de onderstaande redenen van toepassing is.

  • Gevaarzetting van boom of houtopstand: Indien er sprake is van onafwendbaar gevaar of vergelijkbaar spoedeisend belang in het kader van openbare orde en veiligheid en/of naar boomdeskundige maatstaven blijkt dat instandhouding niet langer verantwoord is. Er ter voorkoming van letsel of schade er een vergunning moet worden verleend. Dit is ook het geval indien uit een Boom Effect Analyse (BEA) of Boomveiligheidscontrole (BVC) blijkt dat het behouden van de boom niet langer verantwoord is ter voorkoming van letsel en schade.

  • Maatschappelijk zwaarwegend belang: Indien er sprake is van zwaarwegend maatschappelijk belang dat opweegt tegen het duurzaam behoud van de boom of houtopstand. Zoals bijvoorbeeld (niet limitatief) bouwplannen, aanleg kabels en leidingen, reconstructie en/of herinrichting openbare ruimte. Dient er te worden gemotiveerd waarom dit het geval is. In deze motivering moet op basis van alle feiten en belangen van zowel behoud van bomen als van de verwijdering van bomen worden benoemd en tegen elkaar afgewogen. Het kappen van bomen is vaak onderworpen aan een omgevingsvergunning, waarin deze belangen worden afgewogen. De gemeente zal de belangen afwegen en uiteindelijk beslissen of de vergunning verleend kan worden.

     

    Weegt het belang van het behoud van de boom of houtopstand op tegen de het maatschappelijk belang? Zoals in een van de volgende gevallen:

     

    • o

      Veiligheidsrisico's: Een ernstige bedreiging van de openbare veiligheid of een noodtoestand, bijvoorbeeld door een ziekte of aantasting van de boom, of door andere gevaarlijke situaties zoals het vallen van takken.

    • o

      Overlast: Aantoonbare overlast veroorzaakt door de boom, zoals schaduw, of schade aan funderingen, of belemmering van het zicht. Hieronder valt ook de ernstige verstoring van woon en leefgenot. In bijlage III is uitgewerkt hoe de gemeente omgaat met overlast.

    • o

      Boomgezondheid: Een onomkeerbare slechte conditie van de boom, waarbij herstel onmogelijk is.

  • Ruimtelijk ordening: Zeer zwaarwegende belangen op het terrein van ruimtelijk ordening, zoals de noodzaak voor bouw of uitbreiding van een project.

    • o

      Noodzaak voor andere activiteiten: De noodzaak om bomen te kappen in verband met bouwtechnische ontwikkelingen of inrichtingsproblemen.

  • Maatschappelijk belang: Wanneer het individuele belang van kap zwaarder weegt dan het maatschappelijk belang, bijvoorbeeld in het kader van bouwprojecten.

Noodkap

Bij acuut gevaar en noodzaak is het noodzakelijk om een noodkap te verlenen hieronder wordt uitgelegd wanneer hier sprake van is. Noodkap is een zwaarwegende belang en wordt hieronder verder uitgewerkt.

 

  • Acuut gevaar en noodzaak: Er is sprake van acuut gevaar als een boom op korte termijn een risico vormt voor zijn omgeving. Het is dan noodzakelijk te vellen. De uitdrukking 'op korte termijn' betekent hier dat de noodzaak tot onmiddellijke kap zich voordoet en dit is vastgesteld na melding en controle door een expert. Dan zal er een noodvergunningsprocedure starten. Er is sprake van acuut gevaar zie onderstaande:

    • o

      Wanneer de boom dreigt om te vallen en daarbij mensen verwonden

    • o

      Wanneer de boom dreigt om te vallen en daarbij eigendommen beschadigen

    • o

      Wanneer de boom een ziekte of plaag heeft en dreigt deze te verspreiden naar andere bomen.

  • Gevaar door fysische gebreken

  • Acuut gevaar bij bomen doet zich voor op het ogenblik dat een of meerdere fysische gebreken zichtbaar worden, zoals (niet limitatief):

    • o

      Wortelbreuk

    • o

      Stambreuk (lateraal of horizontaal)

    • o

      Opengescheurde kruin

    • o

      Afgescheurde zware hoofdtak, waardoor de stam beschadigd is

    • o

      Volledig afgestorven boom die begint te rotten en daardoor instabiel wordt

    • o

      Vermolmde en/of door zwammen aangetaste schors en houtvezels van de stam

  • Gevaar door externe factoren

  • Ook externe aantastingen of inwerkende krachten kunnen een risico vormen:

    • o

      Boom die schuin zakt en niet meer stabiel staat

    • o

      Aantasting door houtzwammen

    • o

      Op verschillende plaatsen

    • o

      Aan de voet van de stam, over meer dan een derde van de stamomtrek

    • o

      Volledig ingerotte en uitgeholde stam

    • o

      Diep ingerotte stamwonden, waardoor een breuk bij stormweer niet uitgesloten is

    • o

      Verminderde stabiliteit door grondwerken of uitspoeling van de bodem

  • Acuut gevaar bij monumentale bomen

  • Monumentale bomen met een grote maatschappelijke en ecologische waarde kunnen ook een acuut gevaar veroorzaken. Acuut gevaar bij een monumentale boom moet grondig worden geëvalueerd door een gecertificeerd boomdeskundige. Tot die tijd kunnen tijdelijke maatregelen, zoals een veiligheidsperimeter rond de boom, de veiligheid garanderen. Dreigt er acuut gevaar en zijn andere oplossingen niet mogelijk, dan moet de boom alsnog geveld worden.

Naar boven