Gemeenteblad van Haarlem
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Haarlem | Gemeenteblad 2026, 165215 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Haarlem | Gemeenteblad 2026, 165215 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening houdende wijziging van de Verordening geldelijke voorzieningen gemeenteraadsfracties Haarlem 2022
De Verordening geldelijke voorzieningen gemeenteraadsfracties Haarlem 2022 wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 2, tweede lid komt te luiden als volgt:
Artikel 3, tweede lid komt te luiden als volgt:
De financiële bijdrage wordt in ieder geval niet gebruikt ter bekostiging van:
betalingen, inclusief die ter voldoening van contributie, aan politieke partijen, met politieke partijen verbonden instellingen of natuurlijke personen anders dan ter vergoeding van diensten of goederen geleverd ten behoeve van de versterking van de ondersteuning van de fractie op basis van een gespecificeerde, reële declaratie of arbeidsovereenkomst;
Artikel 4 komt te luiden als volgt:
In artikel 5 wordt in het eerste en tweede lid de term ‘fractievergoeding’ vervangen door de term ‘financiële vergoeding’.
Artikel 6, wordt een vierde lid toegevoegd en derde en vierde lid komen te luiden als volgt:
Indien één of meer raadsleden van een fractie als zelfstandige fractie gaan optreden, heeft de nieuw gevormde fractie voor het lopende kalenderjaar aanspraak op het basisbedrag als bedoeld in artikel 2, tweede lid, naar evenredigheid van het nog resterende aantal maanden van dat kalenderjaar. Met ingang van 1 januari van het daaropvolgende kalenderjaar wordt de financiële bijdrage voor deze fractie vastgesteld overeenkomstig artikel 2, tweede lid.
Artikel 8, opschrift wordt gewijzigd en wordt een zevende lid toegevoegd, dit komt te luiden als volgt
Artikel 8 Verantwoording, controle, vaststelling financiële bijdrage en terugvordering
Indien de fractie geen gehoor geeft aan het terugstorten van het bedrag zoals genoemd in het zesde lid van dit artikel of anderszins de fractie naar het oordeel van de raad in gebreke blijft uit deze verordening voortvloeiende verplichtingen na te komen, zal de raad besluiten de fractievoorzitter, dan wel de penningmeester, dan wel de individuele leden van de fractie hiervoor verantwoordelijk te houden en zo nodig in rechte aan te spreken.
wijzigingen in de (artikelsgewijze) toelichting
Artikel 2 Recht op financiële vergoeding, toelichting wordt gewijzigd als volgt
Fractieondersteuning vindt zijn vorm in een financiële ondersteuning. De hoogte van het totale budget voor fractieondersteuning wordt door de raad in de gemeentebegroting opgenomen.
De fractieondersteuning bestaat uit een basisbedrag per in de raad vertegenwoordigde fractie en een variabel deel per raadszetel van die fractie (tweede lid). Het basisbedrag garandeert dat elke fractie de kans krijgt zich op een gelijkwaardig basisniveau te laten ondersteunen. Naar rato van fractiegrootte wordt daarnaast een variabel deel toegekend, zodat ook ieder fractielid op gelijkwaardig niveau ondersteund kan worden.
De bijdrage wordt verstrekt voor de duur van de zittingsperiode van de raad (eerste lid).
De financiële bijdrage voor fractieondersteuning voldoet aan de definitie van subsidie van artikel 4:21 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Omdat het verlenen van subsidies in de Algemene subsidieverordening (hierna: ASV) indien van kracht) in de gemeente doorgaans aan het college gedelegeerd is, zal voornoemde verordening uitdrukkelijk niet van toepassing verklaard moeten worden op de bijdrage voor fractieondersteuning. Niet alleen vanwege het dualisme tussen de raad en het college, maar ook omdat het regime in de ASV wezenlijk anders is dan het regime voor het verlenen, vaststellen en verantwoorden van de bijdrage voor fractieondersteuning.
De indexering geschiedt overeenkomstig het in de Kadernota of een ander Planning-&-Control-document vastgestelde subsidie-indexatiepercentage voor het betreffende begrotingsjaar. De beoordeling of een voorgenomen of gedane uitgave valt binnen het doel van de financiële bijdrage als bedoeld in het eerste lid, vindt in eerste instantie plaats in de uitvoering door de griffier. Als zich bij die beoordeling twijfel of interpretatieverschillen voordoen over de toelaatbaarheid van een (categorie) uitgave, kan de griffier de kwestie ter duiding voorleggen aan het seniorenconvent. Dit laat onverlet dat de raad bevoegd blijft om, indien daartoe aanleiding bestaat, op grond van de verantwoordings- en terugvorderingsbepalingen in artikel 8 besluiten te nemen over gevolgen van onrechtmatige besteding.
Artikel 3 Besteding financiële bijdrage, toelichting wordt gewijzigd als volgt
Wat betreft de besteding van de fractieondersteuning worden de fracties grotendeels vrijgelaten. Minimumvoorwaarde is wel dat de financiële bijdrage wordt besteed aan ondersteuning van inhoudelijke aard (bijvoorbeeld de inhuur van beleidsmedewerkers)] om de volksvertegenwoordigende, kaderstellende of controlerende rol van de fractie te versterken.
Daarnaast is in het tweede lid een aantal doelen genoemd waarvoor de financiële bijdrage voor fractieondersteuning in ieder geval niet gebruikt mag worden. Deze opsomming is niet limitatief. Dit betekent dat ook andere bestedingen in strijd met het doel en de strekking van artikel 3, eerste lid niet zijn toegestaan, ook als zij niet expliciet in het tweede lid zijn genoemd. In aanvulling daarop zijn de extra onderdelen opgenomen om, mede gelet op vragen uit de uitvoeringspraktijk, expliciet te maken welke uitgaven in elk geval als onwenselijk worden beschouwd en daarmee interpretatieverschillen te voorkomen.
Het is uiteraard niet de bedoeling dat raadsleden hun eigen vergoeding voor het raadswerk aanvullen met de financiële bijdrage voor fractieondersteuning en dat ook contributies aan politieke partijen of met politieke partijen gelieerde organisaties via de fractieondersteuning kunnen worden gefinancierd (onder a). Een lidmaatschap van een dergelijk orgaan is immers een individuele aangelegenheid van een raadslid en niet van de betreffende gemeenteraadsfractie.
Bij (andere) uitgaven die op grond van enige andere wettelijke regeling in aanmerking komen voor vergoeding van overheidswege (onder c) kan onder andere gedacht worden aan bepaalde reis- en verblijfkosten, kosten voor een buitenlandse excursie of reis, kosten voor scholing, kosten voor een computer en internetverbinding en de contributie van bepaalde beroepsverenigingen. Deze komen voor vergoeding in aanmerking op grond van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, dat zijn grondslag vindt in de artikelen 95 en 96 van de wet. In het bijzonder wordt benadrukt dat het dus ook niet is toegestaan om met de financiële bijdrage voor fractieondersteuning verkiezingscampagnes te financieren.
Artikel 4 Bepaling hoogte en bevoorschotting financiële bijdrage; oprichting stichting beheer fractievergoeding, toelichting wordt gewijzigd als volgt
Dit artikel regelt onder andere de jaarlijkse, ambtshalve verlening van voorschotten ter hoogte van de overeenkomstig artikel 2 berekende voorwaardelijke aanspraak op de financiële bijdrage.
In een jaar waarin de raadsleden naar aanleiding van verkiezingen tegelijkertijd aftreden, wordt het voorschot in twee gedeelten gesplitst.
In aanvulling daarop is het derde lid expliciet geregeld dat in een verkiezingsjaar het voorschot in twee delen wordt uitgekeerd. Daarmee is vastgelegd dat in een verkiezingsjaar het voorschot in twee delen wordt uitgekeerd en dat beide delen worden berekend naar evenredigheid van het aantal dagen. Het eerste deel ziet op de periode van 1 januari tot en met de dag van de raadsverkiezingen en wordt uiterlijk 31 januari uitgekeerd. Het tweede deel ziet op de resterende periode van het kalenderjaar en wordt uiterlijk in de derde week na installatie van de nieuw gekozen raad uitgekeerd.
Artikel 6 Gevolgen splitsen en einde bestaan fractie, toelichting wordt gewijzigd als volgt
Als er mutaties plaatsvinden in zittende fracties is het wenselijk dat de financiële bijdrage aangepast wordt aan veranderde verhoudingen in de raad. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen het vaste basisbedrag dat ten behoeve van iedere fractie wordt verleend en het variabel deel per raadszetel. Het vaste deel is ook daadwerkelijk ‘vast’; dit deel van de bijdrage blijft bestemd voor de betreffende fractie, ook al vindt er tussentijds een splitsing of afscheiding plaats. Alleen het variabele deel van de fractievergoeding wordt overgeheveld ten behoeve van de nieuwe fractie (eerste lid).
Bij splitsing van een fractie zal het al eerder verleende voorschot wat betreft het variabele deel direct bijgesteld moeten worden naar evenredigheid van het resterende aantal maanden van het jaar waarvoor het voorschot is verleend (tweede lid). Als dat niet zou gebeuren zou een deel van de oorspronkelijke fractie over een te groot variabel voorschot beschikken. Na het kalenderjaar zou dan alsnog verrekend moeten worden. Het is handiger dit direct recht te trekken.
Een nieuw gevormde fractie bij afsplitsing heeft ook aanspraak op het basisbedrag en dat dit in het lopende kalenderjaar naar evenredigheid van het nog resterende aantal maanden wordt toegekend. Met ingang van 1 januari van het daaropvolgende kalenderjaar wordt de financiële bijdrage voor deze fractie vastgesteld overeenkomstig artikel 2, tweede lid. Tegelijk blijft het basisbedrag toekomen aan de fractie waar zij uittreden.
Artikel 8 Verantwoording, controle en vaststelling financiële bijdrage, toelichting wordt gewijzigd als volgt
In artikel 8 staan bepalingen over de verantwoording, controle en vaststelling van de financiële bijdrage. Voor wat betreft de verantwoording door de fractie, en een voorbeeld daarvan staat in lid 4, verdient het aanbeveling om volgens het zogenaamde vier ogen principe binnen (of onder verantwoording van) de fractie te werk te gaan. Hiermee wordt bedoelt het gebruikelijk is dat de fractievoorzitter en de fractiepenningmeester/-controller samen de uitgaven autoriseren en samen de verantwoording indienen. De fractiepenningmeester of -controller hoeft hierbij geen onderdeel van de fractie uit te maken, maar moet wel onder verantwoording van de fractie te werk gaan.
Er kunnen zich situaties voordoen waarin na vaststelling en verrekening blijkt dat (een deel van) het ontvangen voorschot moet worden terugbetaald, terwijl de fractie inmiddels niet (meer) in de raad is, bijvoorbeeld na verkiezingen wanneer een fractie niet terugkeert of ophoudt te bestaan. In die gevallen kan onduidelijkheid ontstaan wie namens de fractie aanspreekbaar is voor het voldoen aan de terugbetalingsverplichting. Met het zevende lid wordt daarom verduidelijkt dat de raad, indien terugbetaling uitblijft of andere verplichtingen uit deze verordening niet worden nagekomen, kan besluiten de fractievoorzitter dan wel de penningmeester dan wel de individuele leden van de fractie hiervoor verantwoordelijk te houden en zo nodig in rechte aan te spreken.
Na controle van het verslag waarmee de besteding van de financiële bijdrage wordt verantwoord, stelt de raad de hoogte van de financiële bijdrage ten behoeve van het functioneren van de betreffende fractie vast. Daarmee ontstaat een onvoorwaardelijke aanspraak op het vastgestelde bedrag. Omdat dit bedrag kan afwijken van het verstrekte voorschot – en dus mogelijk een verrekening dient plaats te vinden – wordt tevens de hoogte van het te verrekenen verschil tussen de vastgestelde financiële bijdrage en het ontvangen voorschot vastgesteld. Als het verleende voorschot lager is dan de vastgestelde financiële bijdrage, dan wordt het resterende bedrag alsnog uitbetaald. Als het verleende voorschot hoger is dan de vastgestelde financiële bijdrage, dan kan het onverschuldigde bedrag overeenkomstig artikel 4:57, eerste lid, van de Awb teruggevorderd worden. De beslissing tot terugvordering is – evenals het besluit waarmee de financiële bijdrage wordt vastgesteld – een voor bezwaar en beroep vatbaar besluit.
Voorts wordt vastgesteld de hoogte van de wijziging van de reserve en van de resterende reserve; deze kan voor een of beide uiteraard ook nul bedragen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-165215.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.