Gemeenteblad van Harderwijk
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Harderwijk | Gemeenteblad 2026, 165117 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Harderwijk | Gemeenteblad 2026, 165117 | beleidsregel |
Beleidsregels splitsen en delen van woningen Harderwijk 2026
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Harderwijk,
Besluit vast te stellen de volgende beleidsregels:
Huishoudens worden ook in Harderwijk gemiddeld steeds kleiner: van 2,6 personen per huishouden in 1995 tot 2,26 in 2024 (CBS Statline). Tegelijkertijd is het grootste deel van de bestaande woningen in Harderwijk gebouwd voor een gezin. Het splitsen en delen van woningen kan in relatief weinig tijd en ruimte bijdragen aan meer betaalbare woonplekken en een meer toekomstbestendige woningvoorraad, waarbij we de schaarse ruimte in gemeente Harderwijk beter benutten.
Tegelijkertijd kan een toename van het aantal huishoudens leiden tot een hogere druk op de leefbaarheid in de buurt. Daarom is het wenselijk om bij initiatieven voor het splitsen en delen van woningen onevenredige overlast te voorkomen. Deze beleidsregels geven aan op welke manier gemeente Harderwijk de afweging maakt bij initiatieven voor woningsplitsing en woningdelen om te zorgen dat de leefbaarheid in de buurt van het initiatief voldoende gewaarborgd blijft.
De beleidsregels zijn van toepassing binnen de bebouwde kom daar waar het omgevingsplan het splitsen of delen van een woning niet toestaat. Voor het splitsen van een woning geldt dit voor het grootste gedeelte van de gemeente Harderwijk. Woningdelen en kamergewijze verhuur is op dit moment in de meeste gebieden zonder vergunning toegestaan.
In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
Zelfstandige woning: woonruimte die een eigen toegang heeft en die door een huishouden kan worden bewoond zonder dat dit huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen, zoals toilet, douche of bad en keuken, buiten de woonruimte. Ook woonruimte die in praktijk nagenoeg zelfstandig is, kan worden aangemerkt als zelfstandige woonruimte.
Artikel 3. Voorwaarden voor woningsplitsing
Alle aanvragen voor woningsplitsing worden getoetst aan de volgende uitgangspunten:
Artikel 4. Voorwaarden voor woningdelen en kamergewijze verhuur
Het college verleent een omgevingsvergunning voor gebruik door meerdere huishoudens in het hoofdgebouw (onzelfstandige woonruimten) wanneer geldt dat:
Artikel 5. Indieningsvereisten omgevingsvergunning
De aanvraag bevat naast de wettelijk voorgeschreven stukken in ieder geval de volgende informatie:
Artikel 6. Gronden voor afwijzing van de aanvraag
Een omgevingsvergunning kan worden geweigerd indien:
De aanvrager geen overeenkomst met de gemeente sluit ter afwenteling van eventuele tegemoetkoming van de vergoeding van nadeelcompensatie op aanvrager als bedoeld in artikel 15.1 en verder Omgevingswet, dan wel vergoeding van deze tegemoetkoming van nadeelcompensatie niet anderszins verzekerd is, terwijl dit naar het oordeel van de de gemeente noodzakelijk is ter bescherming van de financiële uitvoerbaarheid van de aanvraag; of
Het verlenen van medewerking aan een omgevingsvergunning met artikel 5.1, lid 1 onder a, van de Omgevingswet is geen verplichting maar een bevoegdheid van het college. Dat wil zeggen dat het college, ook al is het bouwplan in overeenstemming met de beleidsregels, medewerking via deze afwijkingsmogelijkheid kunnen weigeren, mits deze weigering gemotiveerd is.
Aldus vastgesteld door het college van B&W van de gemeente Harderwijk in de vergadering van 31 maart 2026
de heer M. Krijgsman
loco-secretaris
de heer J. Joon
burgemeester
Artikel 2 geeft aan wanneer deze beleidsregels van toepassing zijn. Dat is wanneer het omgevingsplan, of een nog geldend bestemmingsplan dat deel uitmaakt van het omgevingsplan, aangeeft dat een activiteit niet is toegestaan.
Als woningsplitsing niet zonder vergunning is toegestaan staat er in het nog geldende bestemmingsplan onder gebruiksregels “het aantal woningen bedraagt niet meer dan het bestaande aantal”, “het aantal woningen mag niet meer bedragen dan aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal woningen'” of een vergelijkbare regel.
Woningdelen of kamergewijze verhuur is niet zonder vergunning toegestaan als in de definitie van “woning” is aangegeven dat deze “uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden” is, of een vergelijkbare omschrijving.
Ook staat in artikel 2 dat als wordt voldaan aan de voorwaarden in deze beleidsregels, de andere regels uit het omgevingsplan, inclusief nog geldende bestemmingsplan, blijven gelden. Deze beleidsregels zeggen bijvoorbeeld niets over of het uitbouwen van een te splitsen woning is toegestaan.
Artikel 3 benoemt waar de gemeente in ieder geval op let bij het beoordelen van een omgevingsvergunning voor het splitsen van een woning in meerdere zelfstandige woningen.
Artikel 3.1.b geeft aan dat bijgebouwen die losstaan van het oorspronkelijke hoofdgebouw, bijvoorbeeld een schuur, niet na de splitsing bewoond mogen worden.
Artikel 3.1.c: Met een gebruiksoppervlakte van minimaal 24m2 voorkomen we onleefbaar kleine woningen. De grens van 24m2 is gekozen zodat er als de woning (onverhoopt) door 2 personen bewoond wordt, in ieder geval 12m2 gebruiksoppervlakte per persoon beschikbaar is conform het omgevingsplan.
Artikel 3.1.d: Eengezinswoningen in het betaalbare koopsegment zijn erg populair onder woningzoekenden in de gemeente Harderwijk. Door alleen splitsing van duurdere woningen mogelijk te maken, wordt geborgd dat de betaalbare eengezinswoningen beschikbaar blijven voor bijvoorbeeld gezinnen. Hierbij wordt als voorwaarde gesteld dat alleen woningen met een WOZ-waarde hoger dan 80% van de prijsgrens betaalbare koop een vergunning kunnen krijgen voor splitsing. Deze grens is gesteld op 80%, omdat de eerder vastgestelde WOZ-waarde in praktijk ongeveer 20% lager ligt dan de actuele verkoopwaarde in de markt. De prijsgrens voor betaalbare koop is vastgesteld in het omgevingsprogramma volkshuisvesting. Woningen in de sociale huursector zijn uitgezonderd van deze voorwaarde.
Artikel 3.2 benoemt bouwtechnische eisen die worden gesteld aan splitsing om te zorgen voor veilige, leefbare woningen en overlast op de buurt te voorkomen. De woning moet voldoen aan de eisen voor bestaande bouw zoals in het Besluit Bouwwerken Leefomgeving hoofdstuk 3. Voor brandveiligheid, buitenberging en geluidsisolatie worden de eisen voor nieuwbouw gevraagd, om overlast en onveilige situaties te voorkomen. Dit betekent dat er bergruimte op eigen terrein gecreeerd moet worden die voldoende toegankelijk is vanaf de straat. Artikel 3.2.f geeft aan dat elke woning een afsluitbare toegang moet hebben, deze toegang mag ook uitkomen op een gezamenlijke, inpandige ruimte zoals een hal.
Via de parkeernormen en participatie zoals benoemd in artikel 3.3 wordt nagegaan of eventuele negatieve impact van de woningsplitsing op de buurt beperkt is. Artikel 3.3.b geeft aan dat initiatiefnemers de omwonenden moet informeren en hun eventuele bezwaren of andere reacties moet verzamelen, zodat de gemeenten de belangen van omwonenden kan meewegen. De Participatienota Omgevingswet geeft aan waar participatie door de initiatiefnemer aan moet voldoen. Zo moet het verslag benoemen wie is betrokken, hoe de participatie is uitgevoerd, hoe de initiatiefnemer omgaat met de inbreng van betrokkenen en wat de resultaten zijn van de participatie. Bij vermoeden dat de participatie omwonenden onvoldoende kans heeft gegeven om te reageren, zal de gemeente de initiatiefnemer verzoeken aanvullende participatie uit te voeren.
Het is niet nodig dat omwonenden akkoord geven op het initiatief. Per ingebracht bezwaar toetst de gemeente op maat in hoeverre deze de wenselijkheid van het initiatief beïnvloedt.
Artikel 3.4.a.i en 3.4.b.i Het is niet wenselijk dat er veel splitsingen vlakbij elkaar plaatsvinden, omdat meerdere splitsingen bij elkaar opgeteld kunnen zorgen dat het karakter van de buurt verandert, en/of de druk op de openbare ruimte en leefbaarheid te groot wordt. In de directe omgeving van 50 meter rond de woning liggen gemiddeld zo’n 20 woningen in gebieden met lage dichtheid tot 40 in wijken met met name rijtjeswoningen. Deze eis zorgt ervoor dat er gemiddeld zo’n 10% van de woning binnen een buurt gesplitst mag worden. Door deze methode ligt het maximale aandeel wat hoger in buurten met een lage dichtheid, waar de druk op de openbare ruimte en leefbaarheid over het algemeen beperkt is, en lager in de buurten die al een hoge bebouwingsgraad kennen. Deze eis geldt niet voor de binnenstad van Harderwijk. Een initiatiefnemer kan inhoudelijke argumenten aandragen om aan te tonen dat er ondanks het overschrijden van het aantal woningen binnen de straal, geen extra druk op de omgeving ontstaat. Deze argumenten dienen meegenomen te worden in de particpatie met de omgeving. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat een initiatiefnemer meerdere woningen in een gebied wil splitsen, waarbij een integraal plan laat zien dat de risico’s voor druk op de omgeving beperkt zijn. In dat geval kan gebruik worden gemaakt van de afwijkingsmogelijkheid in dit artikel, of de hardheidsclausule uit artikel 8.
Artikel 3.4.b geldt specifiek voor Hierden en voorkomt aantasting van de ruimtelijke kwaliteit en het dorpse karakter, in lijn met het gebiedsprogramma Hierden-Dorp.
Artikel 4 benoemt de voorwaarden waaronder woningdelen en kamerverhuur is toegestaan, voor die gevallen waar het bestemmingsplan dit nog niet toestaat. Hierbij gaat het om een vorm van wonen in onzelfstandige woonruimten.
Woningdelen met maximaal 3 personen en inwoning van een een- of tweepersoonshuishouden bij een huishouden van meerdere personen zijn zonder verdere voorwaarden toegestaan. Bij inwoning kan het bijvoorbeeld gaan over varianten van meergeneratiewonen, zoals mantelzorg, of hospitaverhuur. De ambitie is deze varianten zo gemakkelijk mogelijk te maken, echter is het op dit moment niet mogelijk dit geheel vergunningsvrij te maken.
Voor kamergewijze verhuur aan meer dan drie personen gelden meer voorwaarden, omdat de verwachting is dat deze variant zorgt voor intensievere bewoning en mogelijk meer overlast dan de varianten onder lid 4.1 en 4.2. Artikel 4.3 benoemt de voorwaarden waaraan een aanvraag voor kamergewijze verhuur of woningdelen wordt getoetst. Bij de berekening van de minimale 12m2 per bewoner gaat het om de totale woonruimte inclusief gedeelde woonruimte, gedeeld door het aantal bewoners. De geluidseisen zijn bedoeld om overlast voor de buren te voorkomen, geluidsisolatie tussen de kamers binnen de oorspronkelijke woning is niet verplicht.
Artikel 5 geeft aan welke stukken een initiatiefnemer moet aanleveren voor beoordeling van de vergunningaanvraag.
Artikel 6 benoemt wanneer een aanvraag kan worden afgewezen. Een aanvraag wordt afgewezen als de initiatiefnemer niet voldoet aan de gestelde criteria.
Ook kan een aanvraag worden afgewezen als het college om andere redenen verwacht dat het toekennen van de vergunning onaanvaardbare problemen oplevert, en dit kan onderbouwen met inachtneming van landelijke jurisprudentie.
Het kan zijn dat het initiatief wenselijk is, maar tegelijkertijd zorgt voor grote nadelen voor buren of andere belanghebbenden. Zij kunnen in dat geval recht hebben op financiële compensatie van de gemeente als vergunningverlener (nadeelcompensatie). De gemeente kan afspreken dat zij de te betalen compensatie verhaalt op de initiatiefnemer die de vergunning aanvraagt.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-165117.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.