Gemeenteblad van De Fryske Marren
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| De Fryske Marren | Gemeenteblad 2026, 162394 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| De Fryske Marren | Gemeenteblad 2026, 162394 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening Jeugdhulp De Fryske Marren 2026
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
In deze verordening komen de volgende begrippen voor:
cliëntondersteuner: onafhankelijk persoon die de jeugdige/en of ouder(s) ondersteunt met informatie, advies en algemene ondersteuning, die bijdraagt aan het versterken van de zelfredzaamheid en participatie en het verkrijgen van een zo integraal mogelijke dienstverlening op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen
Jeugdige: jeugdige: persoon die jonger is dan 18 jaar. In 3 situaties bedoelen we ook een persoon van 18 tot en met 23 jaar:
De persoon van 18 tot en met 23 jaar heeft specialistische jeugdhulp nodig volgens het college. Maar de persoon kan geen hulp krijgen vanuit de Wet langdurige zorg of de Zorgverzekeringswet. Is ook ondersteuning vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) niet passend? Dan kan het college bepalen dat de persoon als jeugdige gebruik kan maken van deze verordening
professional Sociaal Wijkteam: een (jeugd)professional met een SKJ-registratie of een BIG-registratie. De SKJ-registratie blijkt uit de inschrijving in het kwaliteitsregister Jeugd. De BIG-registratie blijkt uit de inschrijving in een register zoals bedoeld is in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG)
toekomstplan: een plan waarin de ondersteuningsbehoefte van de jeugdige is vastgelegd, samen met de doelen (beoogde resultaten) en hoe deze te bereiken voor dat de jeugdige 18 jaar wordt. Het plan wordt opgesteld wanneer de jeugdige 16,5 jaar of ouder is en jeugdhulp ontvangt. Hierin staan de bijdragen die het college, de jeugdige en/of ouder(s), de jeugdhulpaanbieders en de Gecertificeerde Instellingen leveren om een soepele overgang naar 18+ mogelijk te maken
Hoofdstuk 2. Algemene voorzieningen
Hoofdstuk 3. Vormen van individuele voorzieningen
Artikel 3.1 Beschikbare individuele jeugdhulp voorzieningen
De onder dit profiel vallende producten kunnen noodzakelijk zijn om er voor te zorgen dat er sprake is van effectieve jeugdhulp. Het gaat om de volgende producten:
- Landelijke Transitiearrangement
Hoofdstuk 4 Toegang tot individuele jeugdhulp voorzieningen
Artikel 4.1 Toegang jeugdhulp via het medisch domein
Als de jeugdhulpaanbieder na een verwijzing beoordeelt welke specifieke vorm van jeugdhulp nodig is en/of wat de omvang en de duur van de jeugdhulp is, houdt hij zich daarbij aan de regels in deze verordening en de afspraken die hij met de gemeente heeft gemaakt in de overeenkomst die namens het college is afgesloten.
Artikel 4.2. Toegang jeugdhulp via de GI, de rechter, het openbaar ministerie en de justitiële jeugdinrichting in het kader van het jeugdstrafrecht
Het college draagt zorg voor de inzet van jeugdhulp die de gecertificeerde instelling (GI) nodig vindt bij de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering. Ook draagt het college zorg voor de inzet van jeugdhulp die de rechter, het openbaar ministerie of de directeur of selectiefunctionaris van de justitiële jeugdinrichting nodig vindt bij de uitvoering van een strafrechtelijke beslissing.
Artikel 4.3 Toegang jeugdhulp via de gemeente
De ouder(s) en/of jeugdige kunnen zelf een familiegroepsplan opstellen, waarin zij samen met hun netwerk aangeven hoe ze de opvoed- en opgroeisituatie kunnen verbeteren. En waarin zij een oplossing kunnen aandragen om de problemen van de jeugdige in eigen kring op te lossen. De gemeente informeert de ouder(s) en/of de jeugdige over deze mogelijkheid. Als er al een familiegroepsplan is, is dat de basis voor het gesprek over de hulpvraag.
Hoofdstuk 5 Beoordeling door de gemeente
Artikel 5.1 Onderzoek en opstellen ondersteuningsplan
Artikel 5.2 Deskundig oordeel, advies en voorbereiding van de besluitvorming
Het college treft voorzieningen waarmee is gewaarborgd dat het onderzoek en de voorbereiding van de besluitvorming via de gemeente op zorgvuldige wijze plaatsvindt. In het bijzonder door te voorkomen dat (medewerkers van) de organisatie die de jeugdhulp biedt of mogelijk gaat bieden, ook het advies geeft over het al dan niet toekennen van jeugdhulp of het daarop betrekking hebbende besluit neemt.
Artikel 5.3 Criteria individuele voorzieningen
Er is sprake van bewezen effectieve voorzieningen als de effectiviteit is vastgesteld in wetenschappelijk onderzoek en de interventie(s) zijn opgenomen als ‘erkend’ in:
a. In situaties waarbij niet de jeugdige maar de ouders begeleiding, behandeling of ondersteuning nodig hebben als gevolg van maatschappelijke of eigen psychische of relationele problemen is er geen sprake van een hulpvraag als bedoeld in deze verordening en wordt geen individuele voorziening verleend.
Artikel 5.4 Beoordeling (boven) gebruikelijke hulp en eigen kracht
Gebruikelijke hulp is hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van ouders en/of andere verzorgers of opvoeders. Zij zijn namelijk verplicht de tot hun gezin behorende minderjarige jeugdigen te verzorgen, op te voeden, te begeleiden en toezicht op hen te houden. Dit geldt ook als de jeugdige een ziekte, aandoening, beperking of andere problematiek heeft. Bij uitval van 1 van de ouders neemt de andere ouder de gebruikelijke hulp over. Dit geldt ook bij gescheiden ouders. Er wordt dan ook rekening gehouden met de gebruikelijke hulp van de ouder waar de jeugdige niet woont.
Om vast te stellen of sprake is van gebruikelijke hulp beoordeelt het college of de benodigde hulp uitgaat boven de hulp die een jeugdige van dezelfde leeftijd zonder ziekte, aandoening, beperking of andere problematiek nodig heeft. Het college houdt hierbij rekening met de volgende factoren:
Gaat het om hulp die de gebruikelijke hulp overstijgt, zijn de ouders in eerste instantie nog steeds verantwoordelijk voor het bieden van deze bovengebruikelijke hulp. Het college beoordeelt dan of van ouders verwacht mag worden dat ze deze hulp bieden, zoals in lid 1 staat weergegeven. Het college maakt hierbij onderscheid tussen kortdurende en langdurende situaties:
Het college verwacht van ouders dat zij in kortdurende situaties de bovengebruikelijke hulp bieden, tenzij dit gelet op de aard van de hulp niet kan worden verwacht of de ouders door (dreigende) overbelasting de hulp niet kunnen bieden. Er moet dan wel een verband zijn tussen de (dreigende) overbelasting en de hulp aan de jeugdige.
Als bovengenoemde factoren niet leiden tot problemen bij het kunnen verlenen van de hulp door de ouders, bij de beschikbaarheid van de ouders voor het verlenen van de hulp, bij de belasting van de ouders en bij de financiële situatie van de ouders wordt van hen verwacht dat zij de bovengebruikelijke hulp (eventueel deels) verlenen. Het college verstrekt dan geen individuele voorziening tot jeugdhulp.
Als ouders een beroep kunnen doen op het sociale netwerk voor het bieden van ondersteuning bij de benodigde hulp aan de jeugdige wordt van hen verwacht dat ze hier gebruik van maken. De ondersteuning die het sociale netwerk biedt, valt onder de eigen kracht. Het college verstrekt hiervoor geen individuele voorziening tot jeugdhulp.
Als de jeugdige en/of de ouders een aanvullende zorgverzekering hebben die de benodigde hulp (deels) vergoedt, wordt van ouders verwacht dat zij deze aanspreken. Het college verstrekt dan geen individuele voorziening tot jeugdhulp of alleen een aanvullende voorziening voor het gedeelte dat niet wordt vergoed.
Hoofdstuk 6 Aanvullende regels voor een individuele jeugdhulpvoorziening in de vorm van een pgb
Artikel 6.1 Aanvullende regels criteria pgb
Het college verstrekt een pgb als:
naar het oordeel van het college met inachtneming van artikel 6.4 is gewaarborgd dat de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort en die de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger van het budget willen betrekken, van goede kwaliteit is en in voldoende mate zal bijdragen aan het bereiken van het in het pgb-plan opgenomen beoogde resultaat.
Artikel 6.3 Onderscheid formele en informele hulp
Van formele hulp is sprake als de hulp verleend wordt door onderstaande personen:
personen die werkzaam zijn bij een organisatie met een aanbod dat past bij de hulpvraag waarvoor de jeugdige en/of de ouder(s) het pgb krijgen. De organisatie staat ingeschreven in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007). De personen beschikken over de relevante diploma’s om de werkzaamheden die nodig zijn uit te voeren of;
personen die als zelfstandige zonder personeel (zzp’er) werkzaamheden uitvoeren die passen bij de hulpvraag waarvoor de jeugdige en/of ouder(s) het pgb krijgen. De zzp’er staat voor deze werkzaamheden ingeschreven in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007). Ook beschikt de zzp’er over de relevante diploma’s of werkervaring die nodig zijn voor uitoefening van deze werkzaamheden, of;
Artikel 6.4 Kwaliteitseisen individuele voorzieningen in de vorm van een PGB
De hoogte van het pgb voor formele hulp bedraagt 100 % van het tarief van de via aanbesteding Specialistische Jeugdhulp in Fryslân gecontracteerde jeugdhulp in natura, tenzij op basis van het door de jeugdige en/of ouder(s) ingediende budgetplan passende en toereikende jeugdhulp voor een lager tarief kan worden ingekocht.
De tarieven voor de gecontracteerde jeugdhulp in natura bedragen maximaal:
De tarieven voor formele hulp in lid 2 zijn gebaseerd op het prijspeil van 2025. We indexeren deze tarieven elk jaar op 1 januari (voor het eerst op 1 januari 2026). Dat gebeurt op basis van de NZA-prijsindexcijfers voor personele kosten en materiële kosten. We gebruiken de NZA-prijsindexcijfers van het lopende kalenderjaar. Zo berekenen we de indexatie:
Hoofdstuk 7 Het besluit en beschikking
Artikel 7.2 Inhoud en geldigheidsduur beschikking
Hoofdstuk 8. Inlichtingen, herziening, intrekking, terugvordering en bestrijding misbruik
De jeugdige en/of ouder(s) aan wie het college een individuele voorziening heeft verstrekt, is verplicht zo snel mogelijk het college te informeren over veranderingen in zijn of haar situatie die tot een heroverweging van het besluit kunnen leiden.
Artikel 8.2 Herziening, intrekking en terugvordering
Hoofdstuk 9. Afstemming met andere domeinen
Artikel 9.1. Afstemming Zorgverzekeringswet en Wet Langdurige Zorg
In artikel 4 (toegang jeugdhulp via het medisch domein) is de mogelijkheid opgenomen dat jeugdigen en/of ouders via het medisch domein jeugdhulp kunnen ontvangen. Het college maakt afspraken met de huisartsen, medisch specialisten en jeugdartsen over de voorwaarden waaronder en de wijze waarop de verwijzing plaatsvindt. Dit volgt uit artikel 2.7 lid 4 van de wet.
Artikel 9.3 Afstemming justitiedomein
Het college maakt afspraken met de gecertificeerde instellingen, de Raad voor de Kinderbescherming en Justitiële Jeugdinrichtingen over het overleg over de inzet van jeugdhulp bij de uitvoering van een strafrechtelijke beslissing en jeugdreclassering als bedoeld in artikel 2.4 lid 2 onderdeel b van de wet.
Het college en de betrokken gecertificeerde instellingen nemen de afspraken op in het protocol zoals bedoeld in artikel 18 lid 3 van deze verordening. Het college en de Raad voor de Kinderbescherming leggen de manier van samenwerken en de gemaakte afspraken vast in het protocol bedoeld in artikel 3.1 lid 5 van de wet.
Artikel 9.5 Afstemming met Veilig Thuis
Het college maakt afspraken met Veilig Thuis over de toegang naar algemene en individuele voorzieningen.
Artikel 9.7 Afstemming werk en inkomen
Het college draagt zorg dat het Sociaal Wijkteam, jeugdhulpaanbieders en de gecertificeerde instellingen financiële belemmeringen voor het slagen van preventie en jeugdhulp vroegtijdig signaleren. Als het nodig is zorgt het college ervoor dat jeugdigen en/of ouder(s) de juiste ondersteuning krijgen vanuit de gemeentelijke voorzieningen om deze belemmeringen weg te nemen, zoals schuldhulpverlening, inkomensvoorzieningen, re-integratievoorzieningen en armoedevoorzieningen.
Hoofdstuk 10. Waarborgen verhouding prijs en kwaliteit
Artikel 10.1 Verhouding prijs en kwaliteit jeugdhulpaanbieders en uitvoerders kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering
Het college bedingt bij de door hem gecontracteerde of gesubsidieerde aanbieders van preventie, jeugdhulpaanbieders of gecertificeerde instellingen dat zij het verlenen van preventie, jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering alleen aan derden uitbesteden als zij die derden daarvoor een reële prijs betalen, die tot stand is gekomen met gebruikmaking van de kostprijselementen bedoeld in lid 1.
Hoofdstuk 11 Klachten en medezeggenschap
Het college behandelt klachten van de jeugdige en/of ouder(s) die betrekking hebben op de wijze van afhandeling van aanvragen als bedoeld in deze verordening overeenkomstig de bepalingen van de ‘Klachtenregeling De Fryske Marren’.
Artikel 11.2 Betrekken ingezetenen bij ontwikkelen beleid
Het college stelt de jeugdige en/of ouder(s) en vertegenwoordigers van cliëntgroepen vroegtijdig in de gelegenheid voorstellen voor het beleid betreffende jeugdhulp te doen, advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende jeugdhulp, en voorziet hen van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen.
Artikel 12.1 Hardheidsclausule
Het college kan in bijzondere gevallen in het voordeel van de jeugdige en/of ouder(s) afwijken van de bepalingen van deze verordening als toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-162394.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.