Gemeenteblad van Edam-Volendam
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Edam-Volendam | Gemeenteblad 2026, 162378 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Edam-Volendam | Gemeenteblad 2026, 162378 | beleidsregel |
Beleidsregels van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Edam-Volendam voor de uitvoering van de Wet inburgering 2021 (Beleidsregels inburgering Edam-Volendam)
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Edam-Volendam;
gelet op de artikelen 4:81, eerste lid, 4:83 en 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht;
gelet op de Wet inburgering 2021 en het Besluit inburgering 2021;
overwegende dat het wenselijk is om beleidsregels vast te stellen over de uitleg van de in de wet en het besluit opgenomen verplichtingen, waaronder in ieder geval over de vaststelling (van de mate) van verwijtbaarheid bij het niet naleven van verplichtingen, de helderheid over het startmoment, de uitvoering en de sanctionering van de inburgering;
vast te stellen de volgende Beleidsregels inburgering Edam-Volendam.
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
Alle definities die in deze beleidsregels worden gebruikt, en die niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Wet inburgering 2021, het Besluit inburgering 2021, de Regeling inburgering 2021.
Deze beleidsregels zijn van toepassing op alle inburgeringplichtingen woonachtig in de gemeente of die via het COA aan de gemeente gekoppeld zijn en die onder de Wet Inburgering 2021 vallen.
Hoofdstuk 2 Start van de inburgering
Artikel 4 Inhoud kennismakingsgesprek inburgeringsplichtige
Het college neemt na koppeling door het COA van de inburgeringsplichtige contact op met de inburgeringsplichtige voor een kennismakingsgesprek. De inburgeringsplichtige wordt daarvoor uitgenodigd op het gemeentehuis, of, wanneer meerdere gesprekken op één dag gepland staan, gaat de consulent inburgering naar het AZC.
Het kennismakingsgesprek is informatief van karakter. De inburgeringsplichtige heeft de gelegenheid om zijn of haar ambities uit te spreken, welke meegenomen worden bij het opstellen van de PIP. Het college legt de procedure van huisvesting uit en de verwachtingen ten aanzien van de inburgering. Bij deze procedure komt tenminste ter sprake:
Artikel 6 Warme overdracht COA
De warme overdracht is er om een doorlopende lijn van inburgering te creëren door de activiteiten van de inburgeringsplichtige in het AZC, aan te laten sluiten op het aanbod voor de inburgering van het college en bevestigt op deze wijze de samenwerking tussen het college, de inburgeringsplichtige en het COA.
Hoofdstuk 3 Persoonlijk plan inburgering en participatie
Artikel 9 Persoonlijk plan inburgering en participatie
Het college stelt het PIP vast uiterlijk binnen tien weken na inschrijving van de inburgeringsplichtige in de basisregistratie personen (BRP) van de gemeente waar hij of zij is gehuisvest of wordt gehuisvest na verblijf in het AZC. Uitzondering zijn inburgeringsplichtigen die 18 jaar worden en al woonachtig in Nederland zijn, voor zij inburgering plichtig gesteld worden.
Artikel 10 Voortgang inburgering
Het college volgt de vorderingen van de inburgeringsplichtige tijdens het inburgeringstraject en houdt in de gaten of het traject nog passend is. En voert hiervoor periodiek voortgangsgesprekken met de inburgeringsplichtige, zolang het inburgeringstraject loopt. Het aantal gesprekken gedurende het inburgeringstraject wordt afgestemd op de behoefte van de inburgeringsplichtige, maar is in ieder geval vier keer per jaar.
Op basis van de uitkomst van een voortgangsgesprek kan het college voor de inburgeringsplichtige die de B1-route volgt, bepalen dat de mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal geheel of gedeeltelijk op het niveau A2 worden geëxamineerd. Dit kan alleen wanneer de inburgeringsplichtige:
Hoofdstuk 5 Modules en trajecten op maat
Artikel 13 Participatieverklaringstraject
De inburgeringsplichtige doet in het onderdeel inleiding in de Nederlandse kernwaarden kennis op van de belangrijkste waarden, sociale regels en grondrechten in Nederland. Het doel hiervan is het krijgen van een beter beeld van en begrip voor de Nederlandse samenleving. Het college bepaalt de manier waarop deze kennis wordt overgedragen.
Hoofdstuk 6 Naleving en handhaving
Artikel 17 Nalevings- en handhavingsinstrumenten
Het college kan een boete opleggen maar is daartoe niet verplicht. Wanneer het college overgaat tot het opleggen van een boete, is de inburgeringsplichtige tenminste één en maximaal drie keer schriftelijk opgeroepen en gewaarschuwd. In navolging op de oproep en waarschuwing vindt tenminste één handhavingsgesprek plaats.
Voor zover een handhavingsgesprek niet heeft kunnen plaatsvinden terwijl de inburgeringsplichtige wel is uitgenodigd maar niet is verschenen, kan het college van een (nieuw) handhavingsgesprek afzien en direct overgaan tot het opleggen van een boete. Het niet verschijnen bij een handhavingsgesprek komt voor eigen rekening en risico van de inburgeringsplichtige.
Artikel 18 Uitgangspunten vaststellen mate van verwijtbaarheid
Voor het vaststellen van de mate van verwijtbaarheid, bedoeld in artikel 7.1 van het Besluit inburgering 2021, hanteert het college de volgende uitgangspunten:
Er is sprake van verminderde verwijtbaarheid wanneer het de inburgeringsplichtige door onvoorziene en ongewenste omstandigheden (van sociale, psychische of medische aard) niet volledig valt te verwijten dat hij zich niet heeft gehouden aan de verplichtingen uit de wet. Hiervan is ook sprake bij een samenloop van omstandigheden die, op zichzelf staand niet maar in onderlinge samenhang beschouwd wel, leiden tot verminderde verwijtbaarheid.
Er is sprake van grove schuld als een inburgeringsplichtige grove onachtzaamheid kan worden verweten. De inburgeringsplichtige had redelijkerwijs moeten of kunnen begrijpen dat zijn gedrag tot gevolg kon hebben dat hij de afspraken voor de brede intake of uit het Pip niet na zou komen. Het verschil tussen opzet en grove schuld is dat de inburgeringsplichtige bij opzet het doel had om de afspraken niet na te komen. Bij grove schuld is dat niet het geval;
In het kader van de verwijtbaarheid houdt het college rekening met alle omstandigheden van het betreffende geval. De inzet van handhaving vormt daarbij een laatste middel, waarbij de wetgever het opleggen van een boete als het sluitstuk van handhaven van de verplichtingen op grond van deze Wet ziet. De boete wordt ingezet als een laatste redmiddel, nadat het college de inburgeringsplichtige reeds heeft opgeroepen de verplichtingen na te komen, een handhavingsgesprek heeft plaatsgevonden en een schriftelijke waarschuwing is gegeven. Dit met als doel onwillige inburgeringsplichtigen te stimuleren alsnog hun verplichtingen na te komen. Handhaving beoogt daarom ook en vooral het stimuleren van de spontane naleving van de wet- en regelgeving.
Bij het beoordelen van de verwijtbaarheid wordt ook meegewogen of de inburgeringsplichtige voldoende leerbaar is, geen analfabeet of laaggeletterd is en of de inburgeringsplichtige bekend is, of is geworden, met het plannen van en omgaan met afspraken en tijd. De inburgeringsplichtige dient te begrijpen dat er bij het afwegen van belangen voor de afspraken in het kader van de inburgering en het Pip een hoge prioriteit geldt.
Artikel 19 Uitgangspunten en stappen boete niet verschijnen brede intake en meewerkplicht
Wanneer de inburgeringsplichtige na de eerste oproep voor de brede intake niet verschijnt of onvoldoende meewerkt, geeft het college een schriftelijke waarschuwing. Het college wijst daarbij op de gevolgen voor de inburgeringsplichtige als hij of zij opnieuw niet verschijnt na een oproep of als hij of zij op een andere manier onvoldoende meewerkt aan de brede intake. Het college nodigt de inburgeringsplichtige opnieuw uit om te verschijnen. Tussen de datum van de waarschuwing en de nieuwe datum van de brede intake liggen minimaal vijf werkdagen. Dit proces herhaalt zich bij een tweede keer niet verschijnen.
Bij een derde keer niet verschijnen kan het college, bij beschikking, een boete opleggen, bedoeld in artikel 7.1.1 van het Besluit. Het college voltooit het PIP in dat geval zonder instemming van de inburgeringsplichtige. De boetebeschikking wordt in beginsel aangetekend verstuurd en in sommige gevallen ook per gewone post.
Artikel 20: Boete tijdens het inburgeringstraject
Voordat het college een boete oplegt, wordt onderzocht waarom de afspraken in het PIP of de afspraken over de activiteiten bij de gekozen leerroute niet zijn nagekomen. Het college legt de resultaten van dit onderzoek aan de inburgeringsplichtige voor. De inburgeringsplichtige krijgt in navolging daarop gelegenheid schriftelijk of in een gesprek hierover een verklaring te geven.
Op basis van het (Hndhavings)gesprek met de inburgeringsplichtige bepaalt het college de mate van verwijtbaarheid. Als er sprake is van opzet, van grove schuld, van normale verwijtbaarheid of van verminderde verwijtbaarheid stemt het college de hoogte van de boete daarop af met inachtneming van artikel 7.1.1 van het Besluit.
Artikel 21. Samenhang met handhaving op grond van de Participatiewet: één boete
Bijstandsgerechtigde inburgeringsplichtigen hebben te maken met zowel de Wet als de Participatiewet. Het kan voorkomen dat er overlap bestaat tussen verplichtingen opgelegd op grond van de Wet enerzijds en de Participatiewet anderzijds. Bij de keuze tussen enerzijds handhaving op grond van de Participatiewet door een verlaging van de uitkering en anderzijds handhaving op grond van de de Wet inburgering 2021 via een boete, legt het college een boete op grond van de Wet inburgering 2021 op. Om dubbele sanctionering te voorkomen, verlaagt het college in dat geval voor dezelfde gedraging de bijstandsuitkering niet.
Aldus vastgesteld in de collegevergadering van 31 maart 2026,
het college van burgemeester en wethouders van Edam-Volendam,
de secretaris,
C. Rijnberg.
de burgemeester,
R.J. Beukers.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-162378.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.