Gemeenteblad van Veere
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Veere | Gemeenteblad 2026, 160373 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Veere | Gemeenteblad 2026, 160373 | ander besluit van algemene strekking |
Veere is een gemeente waar het prettig wonen is. De kracht van de gemeenschap staat centraal. Onze dorpen staan bekend om een sterke gemeenschap en haar sterke sociale samenhang. Inwoners zijn actief als vrijwilliger en velen vervullen een rol als mantelzorger. We willen ervoor zorgen dat iedereen ook in de toekomst prettig kan blijven leven en wonen, zo zelfstandig mogelijk en passend bij hun situatie.
We staan voor een grote verandering op het gebied van wonen en zorg. Het aantal ouderen en inwoners met een zorgvraag groeit. In de komende jaren zal het aantal 85-plussers verdubbelen en het aantal mensen met dementie neemt snel toe. Mede door de vergrijzing komt er meer druk op zorg en ondersteuning. Er zijn personeelstekorten en de kosten stijgen. Daarom zijn maatregelen nodig om de zorg en ondersteuning in de toekomst goed en betaalbaar te houden. Van inwoners wordt een toenemende mate van zelfstandigheid verwacht. Mede daarom zien we een verschuiving naar toenemende aandacht voor welzijn en preventie in plaats van (medische) zorg.
Met deze woonzorgvisie geven we als gemeente aan hoe we omgaan met de huisvestingsopgave die er ligt voor ouderen en aandachtsgroepen. Op dit moment ligt het Wetsvoorstel versterking regie volkshuisvesting (Wvrv) voor ter behandeling in de Eerste Kamer. Onderdeel van dit wetsvoorstel is dat gemeenten een volkshuisvestingsprogramma opstellen, met als bouwsteen een woonzorgvisie. Daarnaast helpt het opstellen van een lokale woonzorgvisie de gemeente om positie te bepalen in het lokale en regionale krachtenveld, waar immers ook wordt gewerkt aan afspraken over het huisvesten van mensen met een zorg- of ondersteuningsvraag.
De woonzorgvisie is in nauwe samenwerking met het sociale en fysieke domein opgesteld. Met de voorliggende visie geeft de gemeente aan hoe zij om wil gaan met de huisvestings- en zorgopgave. Het gaat om langer en weer thuis wonen voor mensen met een ondersteunings- of zorgvraag. Hierbij streven we naar de juiste zorg en ondersteuning, de inwoners centraal, in een goede woonomgeving met een passende woonruimte die daarop aansluit.
1.2 Onze thema’s en speerpunten
Thema 1: passende woning voor iedereen
--> Speerpunt 1: uitbreiding woon(zorg) aanbod voor ouderen
--> Speerpunt 2: doorstroming stimuleren
--> Speerpunt 3: aanpassen bestaande woningen
--> Speerpunt 4: passende huisvesting voor aandachtsgroepen
Thema 2: klaar voor de toekomst
--> Speerpunt 1: preventie en positieve gezondheid
--> Speerpunt 2: een zelfredzame gemeenschap
--> Speerpunt 3: ondersteuning mantelzorgers/ informele netwerk
--> Speerpunt 4: domein- en organisatie overstijgend samenwerken
--> Speerpunt 5: iedereen is welkom in de buurt
--> Speerpunt 1: groen, toegankelijk en veilig
--> Speerpunt 2: voldoende plekken om elkaar te ontmoeten
1.3 Totstandkoming woonzorgvisie
De gemeente hecht belang aan een gedragen proces bij het opstellen van de woonzorgvisie. Daarom hebben we onze partners serieus betrokken bij de uitwerking. Dit is extra van belang, omdat we de uitvoering van beleid vaak samen moeten doen. In de verschillende bijeenkomsten hebben partners hun inbreng kunnen leveren:
• 30 juni 2025 hebben we met een brede ambtelijke projectgroep van de gemeente de belangrijkste opgaven op het gebied van wonen en zorg voor Veere met elkaar verkend.
• Op 2 september is er een stakeholderbijeenkomst geweest met partijen zoals zorg- en welzijnsorganisaties, Zeeuwland en de Wmo Raad. Hier hebben organisaties meegedacht over de te volgen koers. Daarbij zijn inhoudelijke vraagstukken doorgesproken en zijn ontwikkelperspectieven voor Veere geschetst.
• Daarnaast is er bij inwoners input opgehaald via een enquête op Doe Mee Veere en konden inwoners op de ‘woondag’ ook hun input delen op het gebied van wonen en zorg.
• Aanvullend zijn er nog aanvullende interviews gehouden met Amarijn, SVRZ, Cedrah, en geloof gemeenschap Aagtekerke en Meliskerke en Zeeuwland over de eerste uitwerkingen van de koers. Daarbij namen we ook al een doorkijkje naar de ‘hoe’ vraag en toetsten we de woonzorgclusters.
• Op 1 december zijn we met de gemeenteraad in gesprek gegaan waar we in het proces staan en de schetsten we de opgaven. Zij hebben richtingen meegegeven voor de nadere uitwerking van de visie.
Na dit eerste inleidende hoofdstuk gaan we in hoofdstuk 2 verder in op de kaders van de visie. Daarna volgen in de hoofdstukken 3 t/m 5 de drie inhoudelijke thema’s die de kern van de woonzorgvisie vormen. Ieder hoofdstuk is opgebouwd aan de hand van een aantal speerpunten, een gebiedsgerichte uitwerking en eindigt met een blok met ‘onze aanpak’. Dit is de basis voor het uitvoeringsprogramma wat we verder gaan uitwerken.
Bij het opstellen van een gemeentelijke woonzorgvisie hebben we te maken met tal van wettelijke, lokale en bovenlokale kaders waar ons gemeentelijk beleid zich tot moet verhouden. In dit hoofdstuk beschrijven we deze kaders.
Wetsvoorstel versterking regie volkshuisvesting
Niet alleen de woningmarkt is de afgelopen jaren veranderd, ook de landelijke wet- en regelgeving rondom wonen en zorg is voortdurend in ontwikkeling. Na jaren van beperkte sturing vanuit de overheid, worden er nu meer kaders aangegeven waarbinnen het gemeentelijk beleid zich moet bewegen. Dit gebeurt via de voorgestelde Wet versterking regie volkshuisvesting. Versnelling van de woningbouw met focus op voldoende betaalbare woningen staan hierbij hoog op de agenda, net als het huisvesten van (urgente) aandachtsgroepen. De belangrijkste uitgangspunten zijn:
• In iedere gemeente moet minimaal 2/3e van het woningbouwprogramma uit betaalbare woningen bestaan.
• In gemeenten waar het aandeel sociale huur onder het landelijke gemiddelde zit (zoals Veere) moet minimaal 30% van het nieuwe (bruto) nieuwbouwprogramma uit sociale huur bestaan.
• Gemeenten benoemen in hun woon(welzijn)zorgvisie de huisvestingsopgave van ouderen en aandachtsgroepen. Daarnaast stelt iedere gemeente verplicht een regionale urgentieverordening op (uiterlijk twee jaar na inwerkingtreding van de aangepaste Huisvestingswet), waarbij in ieder geval de landelijke verplichte urgentiecategorieën worden meegenomen. Bij de verplichte urgentiegroepen wordt regionale samenwerking verwacht.
• Het Rijksbeleid stuurt op een meer gelijkmatige verdeling van kwetsbare groepen over het land en de regio. Iedere gemeente en corporatie moeten daarom hun evenwichtige bijdrage leveren aan een gelijkmatige spreiding over de regio (fairshare)
De vorige regeringscoalitie was voornemens om de meeste uitgangspunten van het Wetsvoorstel versterking regie volkshuisvesting van de vorige regering voort te zetten. Maar er zijn ook enkele koerswijzingen die door de Tweede Kamer zijn behandeld:
• Meer ruimte voor gebiedsgerichte differentiatie om 30% sociale huur binnen de nieuwbouw te realiseren.
• Streven naar een beperking van de instroom van vluchtelingen en arbeidsmigranten.
• Mogelijkheden voor vergunningsvrij familiewonen op eigen erf toestaan.
• Zorgen voor meer beschikbaarheid van woningbouwlocaties, zowel binnenstedelijk als buitenstedelijk.
De exacte uitwerking en effecten voor gemeenten moeten nog duidelijk worden. De Wet versterking regie volkshuisvesting moet bij schrijven van deze visie (december, 2025) ook nog door de Eerste Kamer worden behandeld en kan bij behandeling mogelijk nog wijzigen. De gemeente Veere blijft deze ontwikkelingen volgen en zal zo nodig haar beleid aanpassen als nieuwe wetgeving daartoe aanleiding geeft.
Rijksbeleid rondom wonen, welzijn en zorg
De Rijksoverheid heeft in een aantal programma’s een nieuwe beleidskoers rondom wonen en zorg geformuleerd. Het programma Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen (WOZO, ministerie van VWS) en de nationale woon- en bouwagenda met onder andere de programma’s een thuis voor iedereen en wonen en zorg voor ouderen (ministerie van VRO) is er aandacht voor wonen met een zorg- of ondersteuningsvraag. Het Rijk verstevigt de regisserende rol van de overheid, zeker daar waar het gaat om woningbouw. Het uitgangspunt in deze beleidsstukken is de ontwikkeling naar het langer (of weer) zelfstandig wonen voor mensen met een zorg- of ondersteuningsvraag.
In het Rijksprogramma ‘een thuis voor iedereen’ zijn aandachtsgroepen benoemd die in de woonzorgvisie terug moeten komen omdat zij een kwetsbare positie hebben op de woningmarkt. Ouderen zijn een belangrijke doelgroep als het gaat om de toekomst van wonen en zorg, maar er zijn ook andere groepen die extra aandacht nodig hebben. Voor een deel van deze groepen loopt een apart beleidstraject, al dan niet op regionaal niveau. Een deel van de groepen doet een beroep op de sociale woningvoorraad. In regionaal verband maken we afspraken over een eerlijke verdeling van de huisvestingsopgave voor alle aandachtsgroepen (ook wel fair share genoemd).
Figuur 1: afbakening landelijk verplichte aandachtsgroepen in woonzorgvisie
|
- Uitstromers uit (intramurale) instellingen (MO/BW/Jeugdzorg) |
||
|
- Oekraïense ontheemden (geen woonvraag, maar een opvangvraag) |
Sommige groepen krijgen geen aandacht in de woonzorgvisie, omdat de woonvraag niet automatisch gekoppeld is aan een zorgvraag. Deze groepen worden behandeld in de volgende beleidskaders:
Statushouders: op dit moment (nog) de taakstelling van de gemeente
Arbeidsmigranten: beleid volgt nog.
Studenten: doelgroep is zeer beperkt. Geen specifiek beleid.
Woonwagenbewoners: komt terug in Volkshuisvestingsprogramma (2026)
2.2 Provinciale en regionale kaders
Toekomstsperspectief Zeeland 2050
Dit toekomstperspectief schetst een ambitieuze visie voor de toekomst van Zeeland, waarin wonen en zorg cruciale pijlers zijn. Zeeland heeft meer inwoners nodig om kansen te benutten en de provincie leefbaar, welvarend en gezond te houden. Groei is een middel om verschraling van voorzieningen te doorbreken en kansen te verzilveren. De provincie vergrijst; meer dan de helft van de Zeeuwen is ouder dan 45 jaar. Dit leidt tot tekort aan personeel op de arbeidsmarkt, waaronder in de zorg.
Het document benadrukt een integrale aanpak: “het een kan niet zonder het ander”. Zonder voldoende woningen kunnen mensen niet gehuisvest worden, en zonder mensen kunnen voorzieningen niet in stand gehouden worden. De integrale aanpak gaat in op de behoefte aan meer en betaalbare woningen, versterking van vitale dorpskernen en steden door de basisvoorzieningen op orde te hebben, en innovatie en efficiënte zorgoplossingen in een tijd van krapte.
Het college van de gemeente Veere heeft besloten om met dit toekomstperspectief aan de slag te gaan. Dit kan onder andere leiden tot een aanpassing van de lokale omgevingsvisie en structurelere samenwerking met regiogemeenten.
Kortom, voor Veere betekent dit een focus op het behouden van levendige en goed voorziene dorpskernen met een passend en gevarieerd woningaanbod voor alle levensfasen, gecombineerd met een innovatieve en toegankelijke basiszorg die lokaal verankerd is en ondersteund wordt door technologie en sociale cohesie. Dit alles binnen een breder integraal perspectief op de toekomst van Zeeland.
De gemeente Veere is aangesloten bij de Zeeuwse woondeal. Dit is een bestuursakkoord tussen Rijk, provincie, gemeenten en corporaties gericht op het realiseren van meer woningen en meer betaalbare woningen. De belangrijkste woondealafspraken voor de gemeente Veere zijn:
• Het realiseren van 455 woningen van 2022 t/m 2030
• Waarvan 30% sociale huurwoningen
• Verhogen aandeel betaalbaarheid in de opgave van 2/3e van het totale nieuwbouwprogramma, waarbij de nadruk ligt op sociale huurwoningen en betaalbare koop.
Convenant ‘weer thuis’ Walcheren
In de regio Walcheren worden gezamenlijke afspraken gemaakt over de verdeling van uitstroom uit Beschermd Wonen (BW), Maatschappelijke Opvang (MO) en Jeugdzorg met verblijf. Dit is vastgelegd in een convenant. Binnen dit convenant wordt gewerkt met het principe dat cliënten die uitstromen gevestigd worden in de gemeenten van herkomst waar ze ook stonden ingeschreven voordat ze in een intramurale setting kwamen. Deze uitstromers krijgen urgentie op een sociale huurwoning bij een corporatie. Zij streven ernaar om binnen 6 maanden na aanmelding van de cliënt door de zorgorganisatie passende woonruimte aan te bieden.
De omgevingsvisie richt zich op de toekomstige ontwikkelingen van Veere. Het is een lange termijnvisie op de fysieke leefomgeving. De visie geeft aan wat de gemeente belangrijk vindt als het gaat om de kust, het agrarisch landschap, de natuur, het erfgoed en de kernen waar we samen willen wonen en werken. De ambitie is “een aantrekkelijk en gezonde leefomgeving met een vitale samenleving en economie”. Het bouwen van passende woningen heeft ook in deze visie prioriteit. Zo wil de gemeente bijvoorbeeld:
• Sturen op een gevarieerd woningaanbod voor alle doelgroepen.
• Toevoegen van betaalbare woningen voor jongeren/starters, ouderen en flexwoners.
• Voorzieningen op maat in de kernen
• Realiseren van (multifunctionele) accommodaties, centrale pleinen en andere ontmoetingsplekken voor inwoners en bezoekers.
• Extra en gerichte aandacht voor kwetsbare groepen zoals ouderen en mensen met een beperking. Met specifieke aandacht voor eenzaamheid en dementie.
Het Programma Wonen is een verdiepend en actiegericht programma dat valt onder de Omgevingsvisie. Belangrijke richtingen/ambities voor deze woonzorgvisie zijn:
• Het versnellen van de realisatie van betaalbare woningen, zowel door nieuwbouw van permanente en tijdelijke woningen als door transformatie van gebouwen.
• Toevoegen van betaalbare woningen voor regulier woningzoekenden, maar ook specifiek voor jongeren/starters, ouderen, statushouders en Oekraïense vluchtelingen.
• Toevoegen van nultredenwoningen voor ouderen om de doorstroming op gang te krijgen.
• Om vitaliteit in de 13 dorpskernen te versterken doen we er alles aan om het draagvlak voor het behouden van voorzieningen te behouden. Waar nodig worden voorzieningen uitgebreid.
• De druk van het toerisme op de leefbaarheid en het woonkwaliteit willen we zoveel mogelijk wegnemen. Het beleid aanscherpen om tweede-woningbezit en illegale toeristische verhuur van woningen tegen te gaan.
Dit beleid is gericht op positieve gezondheid. De gemeente Veere wil graag dat alle inwoners naar vermogen mee kunnen doen. In een gezonde leefomgeving, met gezonde keuzes. En als inwoners het niet geheel zelfstandig redden is allereerst ondersteuning vanuit de omgeving nodig, en daarna professionele ondersteuning.
3 Onze ambitie op wonen-welzijn-zorg in Veere
3.1 Dit doen we vanuit vier woonzorgclusters
In de woonzorgvisie zetten we in op een optimale spreiding van woonzorgdienstverlening voor onze inwoners in alle kernen. Dit doen we door de inrichting van woonzorgclusters. Met woonzorgclusters draait het om het organiseren van wonen, welzijn en zorg zo dicht mogelijk bij inwoners, opdat de drempel om voorzieningen te bereiken zo laag mogelijk zijn. Dit betekent niet dat elke voorziening in elk dorp te vinden is. Door de gemeente op te delen in vier woonzorgclusters met in totaal dertien kernen, en per cluster één hoofdkern aan te wijzen met de belangrijkste (zorg)voorzieningen, ontstaat een bereikbaar, herkenbaar en toekomstbestendig zorglandschap.
Een woonzorgcluster is een samenhangend gebied van dorpen waarbinnen wonen, welzijn en zorg zoveel mogelijk op elkaar worden afgestemd. De hoofdkern in zo’n cluster fungeert als knooppunt: hier zijn in principe alle voorzieningen aanwezig, zoals huisarts, (ouderen)zorglocaties en ontmoetingsplekken. De kleinere omliggende kernen maken gebruiken van deze hoofdkern, waarbij bereikbaarheid en ondersteuning door lokaal nabuurschap en lichte welzijnsvoorzieningen in iedere kern centraal staan.
Door te werken met clusters kan de gemeente gericht sturen op het op peil houden en versterken van cruciale voorzieningen, juist in een tijd van vergrijzing, personeelsschaarste en krappe middelen. Concentratie van (zorg)woningen en voorzieningen in de hoofkernen maakt het mogelijk om zwaardere en specialistische zorg duurzaam te organiseren. Tegelijk blijft er aandacht voor de leefbaarheid en zelf- en samenredzaamheid in alle dertien kernen. Door per cluster maatwerkafspraken te maken over bereikbaarheid, ontmoetingsplekken, kleinschalige woonzorgconcepten en laagdrempelige ondersteuning.
De indeling in vier woonzorgclusters vormt een ruimtelijke richting van de woonzorgvisie. Hiermee kunnen we als gemeente richting geven aan partners als woningcorporatie en zorg- en welzijnsorganisaties
Uitgangspunten binnen de woonzorgclusters
• De woonzorgclusters zijn primair gericht op ouderen.
• Ouderenzorgaanbieders werken binnen elk cluster samen om zorg en ondersteuning in iedere kern beter af te stemmen.
• Binnen de woonzorgclusters kunnen afspraken worden gemaakt over welke zorgaanbieder de hoofdaanbieder is binnen een zorggeschikte of geclusterde woonvorm.
• Clustervorming helpt om voorzieningen en zorgcapaciteit zo efficiënt mogelijk over de gemeente te verdelen, en daarmee de zorg toekomstbestendig te maken.
• De indeling in vier woonzorgclusters met telkens 3 of 4 kernen is richtinggevend, maar beperkt de keuzevrijheid van inwoners niet. Inwoners kunnen er ook voor kiezen zorg in een ander cluster te ontvangen.
• Het huidige aanbod aan verpleeghuiszorg wordt zoveel mogelijk in stand gehouden: in alle hoofdkernen én in enkele kleinere kernen waar nu al verpleeghuiszorg aanwezig is.
• Nieuwe of extra zorggeschikte woningen worden in principe alleen in de hoofdkernen ontwikkeld (zie verdere uitwerking in paragraaf 4.1). Kleinschalige, geclusterde complexen kunnen naar behoefte worden toegevoegd in iedere kern.
• Er komt geen uitbreiding van het aantal verpleeghuisplekken; de groei zit in (zelfstandige) geclusterde woonvormen en nultredenwoningen (zie verdere uitwerking in paragraaf 4.1).
• De kleinschaligheid van de 13 kernen is een belangrijke kwaliteit en vormt het vertrekpunt bij het ontwikkelen van nieuwe woonzorgconcepten.
• Binnen de clusters streven we naar kleinschalige complexen en voorzieningen, maar wel haalbaar naar de toekomst.
In de vervolghoofdstukken wordt per speerpunt uitgewerkt wat de clustervorming concreet betekent per gebied.
We kiezen voor de volgende vier woonzorgclusters (de hoofdkern dikgedrukt):
1. Koudekerke, Biggekerke, Zoutelande.
2. Westkapelle, Aagtekerke, Meliskerke.
3. Domburg, Oostkapelle, Grijpskerke.
4. Serooskerke, Gapinge, Veere, Grijpskerke
Momenteel is er een ouderenzorglocatie in Veere en niet in Serooskerke. Deze situatie blijft ongewijzigd. Wel is ervoor gekozen om Serooskerke aan te wijzen als hoofdkern, omdat daar de meeste voorzieningen aanwezig zijn die van belang zijn voor ouderen.
4 Passende woning voor iedereen
“We werken toe naar een passend woningaanbod met voldoende ouderenhuisvesting en meer (kleinere) sociale huurwoningen voor mensen die behoren tot een aandachtsgroep en regulier woningzoekenden. Het uitgangspunt is hierbij méér woningen opdat zoveel mogelijk mensen een woning kunnen vinden die bij hen past. Hierbij is extra aandacht voor de realisatie van nultredenwoningen, geclusterde woonvormen, doorstroming op de woningmarkt en het aanpassen van de bestaande woningvoorraad.”
4.1 Speerpunt 1: Uitbreiding woon(zorg) aanbod voor ouderen
De gemeente wil stimuleren dat de komende jaren voldoende geschikte woningen voor ouderen gerealiseerd worden. Om aan de groeiende vraag te voldoen, zijn er tot 2040 ongeveer 695 extra of aangepaste woningen nodig in Veere: 145 nultredenwoningen en 550 geclusterde woningen. Er lijkt geen extra druk te komen op het aanbod naar zorggeschikte woningen. De basis voor deze behoefte is de woonzorganalyse Veere uit 2024, waarvan de zogenaamde trendprognose is gebruikt voor het vaststellen van de behoefte aan geclusterde en zorggeschikte woningen. 695 woningen is een streven op basis van huidig inzicht, dit kan tussentijds worden aangepast.
Het is niet realistisch en ook niet nodig om deze aantallen uitsluitend door nieuwbouw te realiseren. Om te zorgen voor voldoende ouderenhuisvesting, stimuleren we dat juist ook bestaande woningen levensloopgeschikt worden gemaakt. Daarnaast onderzoeken we de mogelijkheden om geclusterd wonen in de bestaande woningvoorraad te realiseren, bijvoorbeeld door een ontmoetingsruimte toe te voegen of het transformeren van bestaand vastgoed, zoals leegstaande boerderijen.
Sociale huurwoningen worden volledig levensloopbestendig gebouwd (minimaal nultredenwoning). Voor de overige nieuwbouwwoningen geldt dat de mate van levensloopgeschiktheid afhankelijk is van de locatie, het type project, de woonkern en participatie. Daarbij streven we naar een gezonde en evenwichtige verdeling tussen nieuwbouw en ombouw naar levensloopbestendige woningen. Zo dragen we bij aan voldoende passende huisvesting voor ouderen en aan een betere doorstroming op de woningmarkt.
Bij de ontwikkeling van nieuwe locaties kijken we naar mogelijkheden voor een mix van verschillende groepen, bijvoorbeeld complexen waarbij plek is voor (toekomstige) ouderen en starters. Daarbij is het van belang een goede balans te houden tussen ‘vragers en dragers’.
De woonzorgvisie loopt tot 2040. De omgevingsvisie tot 2047. Waar mogelijk maken we gebruik van locaties die binnen omgevingsvisie zijn aangekaart als woongebied om geschikte woonvormen te realiseren die zijn benoemd in deze woonzorgvisie.
Tabel 4.1: Ambitie geschikte woningen voor ouderen naar woonvorm*
* We volgen hierbij de indeling van woonvormen voor ouderen die door het Rijk worden gehanteerd.
** In het uitvoeringsprogramma gaan we nader in op de marktsegmenten van de toe te voegen ouderenwoningen.
Gebiedsgericht programmeren aan de hand van de woonzorgclusters
De komende tijd gaan we als gemeente ons richten op het opnemen van de opgave voor ouderenhuisvesting in de woningbouwprogrammering en uitvoering. Om het woon, welzijn, zorg landschap ook in de toekomst haalbaar en toegankelijk te houden voor onze inwoners, werken we met woonzorgclusters. Deze woonzorgclusters hebben een hoofdkern en omliggende kleinere kernen. Uitgangspunt is dat de hoofdkern per cluster beschikt over een compleet voorzieningenniveau, waar ook mensen uit de kleinere kernen gebruik van kunnen maken. Bij het toevoegen van geschikte woningen voor ouderen willen we bevorderen dat mensen zo veel mogelijk kunnen blijven wonen in hun eigen woonkern. Wonen in je eigen vertrouwde omgeving draagt bij aan welzijn, gezondheid en zelfredzaamheid. Tegelijkertijd is er spanning op de mogelijkheid om altijd en overal zorg te organiseren, als gevolg van afnemend personeelstekort en groeiende zorgkosten. Om de professionele zorg toekomstbestendig te houden is een bepaalde concentratie van woonzorgaanbod nodig. Dit vraagt om het maken van keuzes. Voor de verschillende typen ouderenhuisvesting kiezen we als gemeente de volgende richting als uitgangspunt:
Voor wat betreft de kleinschalige geclusterde woningen en nultredenwoningen in de kleinere kernen realiseren we ons dat bewoners daar wel een beroep kunnen doen op lichtere vormen van zorg en ondersteuning. De zwaarste vorm van zorg kan daar verzilverd worden met een modulair pakket thuis (MPT) vanuit de Wlz. Voor zwaardere vormen van zorg (volledig pakket thuis (VPT) of intramuraal) vanuit de Wlz, zal men een beroep moeten doen op de geclusterde, zorggeschikte woningen of verpleeghuisplekken in de hoofdkernen. Deze keuzes worden getoetst op ruimtelijke inpasbaarheid, financiële haalbaarheid en uitvoerbaarheid. De aantallen per woonzorgcluster werken we uit in het uitvoeringsprogramma. Om te zorgen voor een goede spreiding van woonzorginitiatieven en om de juiste (kwalitatieve) voorwaarden te kunnen stellen, stelt de gemeente een afwegingskader voor woonzorginitiatieven op. Daar komen in ieder geval de volgende uitgangspunten in te staan:
Uitgangspunten afwegingskader wonen en zorg
• Nieuwe geclusterde woonvormen realiseren we bij voorkeur op maximaal 400 meter (ongeveer loopafstand voor mensen met een rollator) van bestaande ontmoetingsruimten. Dit doen we om te zorgen dat het bestaande aanbod efficiënt en doelmatig benut wordt, en dat nabijgelegen ontmoetingsruimten niet onnodig met elkaar concurreren. Bij nieuwbouw van geclusterde woonvormen waar geen ontmoetingsruimte nabij is, gaan we als gemeente in gesprek met de ontwikkelaar/woningcorporatie, Welzijn Veere en eventuele andere partijen (bijvoorbeeld sociaal ondernemers) over de kosten van realisatie en exploitatie van een ontmoetingsruimte. Voorwaarde voor eventuele cofinanciering is wel dat de ontmoetingsruimte open is voor de wijk.
• Woningen in bestaande woonzorgcomplexen (intramurale zorg) zullen in de toekomst vooral beschikbaar zijn voor mensen met de zwaarste zorgvraag. Een groeiend aantal mensen zal zorg krijgen in een zelfstandige woning, met Wlz-zorg vanuit een Volledig of Modulair Pakket Thuis of vanuit de Zorgverzekeringswet door middel van wijkverpleging.
• In verband met een efficiënte inzet van personeel is een minimale omvang van 12 wooneenheden voor nieuwe complexen met zorggeschikte woningen met VPT-zorg (Volledig Pakket Thuis). Zoeklocaties zijn in eerste instantie gebieden in de nabijheid van bestaande woonzorgcentra in hoofdkernen. Initiatiefnemers die op een andere locatie zorggeschikte woningen willen toevoegen, moeten op voorhand afspraken hebben gemaakt met een zorgorganisatie over de levering van zorg.
• Er worden vooral in de hoofdkernen (grondgebonden) woningen voor ouderen toegevoegd, in de nabijheid van voorzieningen. In andere kernen is het toevoegen van geclusterde en zorggeschikte woonzorginitiatieven alleen mogelijk indien de initiatiefnemer aannemelijk kan maken dat er een behoefte is.
• We stemmen af met het zorgkantoor en zorgaanbieders over de levering van de benodigde zorg in nieuwe zorggeschikte woningen. Het is niet voldoende om zorggeschikte woningen te bouwen; om tegemoet te komen aan de stijgende vraag naar intensieve zorg, moeten we ons er als gemeente ook van verzekeren dat in deze woningen ook daadwerkelijk zorg geleverd kan worden. Bij nieuwe initiatieven voor zorggeschikte woningen zullen we daarom altijd checken of er al afspraken zijn gemaakt met een zorgaanbieder en het zorgkantoor over de levering en financiering van de zorg.
• Niet alle ouderen willen echter verhuizen naar een van de hoofdkernen om oud te worden. Daarom beoordelen we lokale initiatieven in de kleine kernen op organisatiestructuur en gemeenschapszin. Zit er voldoende organisatiekracht achter om professionele zorg te kunnen leveren, ook in de toekomst? Draagt het initiatief bij aan het bevorderen van ontmoeten en omzien naar elkaar: tussen de toekomstige bewoners onderling en met de dorpse gemeenschap?
Naast de drie verschillende woningtypes in ouderenhuisvesting zijn er ook specifieke woonvormen die aandacht vragen voor de gemeente Veere.
Identiteitsgebonden woonvormen
In de gemeente Veere vormen inclusieve woonvormen het uitgangspunt: plekken waar inwoners met diverse achtergronden, leefstijlen en zorgbehoeften gezamenlijk kunnen wonen. Tegelijkertijd willen we ruimte bieden voor specifieke, identiteitsgebonden woonvormen wanneer hier aantoonbare vraag en lokaal draagvlak voor bestaat. Deze woonconcepten, bijvoorbeeld gericht op de reformatorische achtergrond, kunnen voor bepaalde groepen juist bijdragen aan welzijn en onderlinge verbondenheid. De gemeente faciliteert deze initiatieven waar ze aansluiten bij de lokale behoefte en inpasbaar zijn binnen de ruimtelijke en maatschappelijke context van de kernen.
Passend woningaanbod ontbreekt vaak nog voor mensen met dementie en hun naasten. De stap tussen thuis en een woonzorgcentrum is nu te groot. Dit blijkt uit onderzoek van Alzheimer Nederland. Zij geven aan dat door dementievriendelijk te bouwen, de kwaliteit van het leven voor mensen met dementie en hun naasten verhoogd wordt en het vergroot het aantal zorgarme jaren. In een dementievriendelijke woning staan eigen regie, gezamenlijkheid, de veiligheid en ondersteuning centraal. Het meest voorkomende ziektebeeld bij ouderen is dementie, en niet een somatische aandoening. Daarom is dementievriendelijk bouwen net zo belangrijk. In de gemeente Veere onderzoeken we de mogelijkheden om een aantal bestaande complexen dementievriendelijk te maken of toe te voegen aan de voorraad.
4.2 Speerpunt 2: Doorstroming stimuleren
De meeste ouderen blijven wonen op de plek waar ze hun kinderen hebben zien opgroeien. Toch is het wenselijk dat een deel van de ouderen op tijd kan doorstromen naar een passende woning, zodat zij comfortabel en veilig kunnen blijven wonen. Ook als zij bijvoorbeeld minder goed ter been mochten worden of behoefte hebben aan een woonconcept waar ze met gelijkgestemden kunnen samenleven. Tegelijkertijd is het ook wenselijk dat ouderen hun sociale netwerk in hun vertrouwde omgeving zoveel mogelijk behouden. Dit netwerk biedt niet alleen emotionele steun, maar draagt ook bij aan hun welzijn en zelfstandigheid. Door diversiteit in het woningaanbod in iedere kern te stimuleren, kunnen ouderen blijven terugvallen op voor hen bekende mensen en voorzieningen in hun eigen buurt. Tegelijkertijd voorkomt een goede doorstroming dat jongere generaties worden belemmerd in hun zoektocht naar een geschikte woning.
Doorstroming begint met passend woningaanbod dat aansluit bij de behoeften. Maar ook als het aanbod beschikbaar is, zien we dat de verhuisbereidheid onder ouderen vaak erg laag is. Hoe verhogen we de bereidheid om te verhuizen? Het landelijke gedachtegoed ‘praat vandaag over morgen’ hanteren we ook in Veere. Hier worden inwoners aangezet tot bewust nadenken over hun toekomstige woonbehoeften.
Het blijkt dat ouderen vaak nog terughoudend zijn een huurwoning te betrekken. De gemeente Veere is een koopgeoriënteerde gemeente. Dit kan een belemmering zijn voor de doorstroming, omdat juist in de koopsector er weinig aanbod is van geschikte nultredenwoningen. Daarnaast kunnen er andere praktische obstakels zijn die verhuizen bemoeilijken, zoals hogere huurprijzen, het terugbrengen van een woning in de oude staat, of de moeite/drempel van het verhuisproces zelf. Het is essentieel om informatie en beeldvorming over verhuizen te verbeteren. Het is een taak voor alle betrokken partijen om dit over te brengen naar inwoners. Er is behoefte aan meer bewustzijn over de voordelen van verhuizen (naar bijvoorbeeld een huurappartement) en mogelijkheden voor woningaanpassing wanneer dat nodig is.
Zeeuwland heeft hierin al stappen gezet door met voorrangsregels bij verschillende nieuwbouwprojecten te werken. Huurders (vaak gekoppeld aan een minimale leeftijd) kunnen voorrang krijgen op een levensloopbestendige woning als zij een gezinswoning achterlaten.
4.3 Speerpunt 3: Aanpassen bestaande woningen
Niet elke oudere hoeft te verhuizen om goed te kunnen wonen. Voor veel mensen is het belangrijk om in hun vertrouwde omgeving te blijven, dicht bij hun sociale netwerk. Verhuizen kan voor sommigen een mooie stap zijn naar een levensloopbestendige woning, maar het is niet voor iedereen de juiste keuze. Daarom zetten we zowel in op passende nieuwbouw als op het verbeteren en aanpassen van bestaande woningen.
Op dit moment is slechts 12% van de woningvoorraad geschikt om in te wonen voor mensen met een functiebeperking (bijvoorbeeld moeite met traplopen). In onze gemeente is 38% van de woningen wel aanpasbaar te maken, door bijvoorbeeld het plaatsen van een traplift of waar de badkamer groot genoeg is voor de thuiszorg om te kunnen helpen met douchen.
Inwoners die hun woningen willen aanpassen om langer zelfstandig te kunnen blijven wonen, hebben verschillende mogelijkheden. De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) is daarbij nadrukkelijk bedoeld als vangnet, voor situaties waarin oplossingen (zoals verhuizen) niet passend of haalbaar zijn. De gemeente Veere beoordeelt dit zorgvuldig en is hierin kritisch. We willen inwoners daarom vooral stimuleren om zelf de regie te nemen en tijdig te kijken naar andere opties. Zo is er de regeling Duurzaam Langer Thuis, waarmee inwoners tegen een laag bedrag geld kunnen lenen om hun woning toekomstbestendig te maken, bijvoorbeeld door aanpassingen aan te brengen. Daarnaast werkt de provincie aan een verbreding van deze regeling.
4.4 Speerpunt 4: Passende huisvesting voor aandachtsgroepen
De gemeente Veere zet zich in om voldoende geschikte woningen en woonvormen te bieden voor aandachtsgroepen. Het gaat bijvoorbeeld om mensen die uitstromen uit Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang, Jeugdhulp met verblijf en andere instellingsplekken. Voor deze groepen is er vooral behoefte aan kleinere, betaalbare woningen met huurprijzen onder de eerste aftoppingsgrens (< € 682,96, prijspeil 2025).
Veel van deze mensen komen terecht in bestaande corporatiewoningen. Daarom is het van belang om te monitoren hoeveel van deze woningen jaarlijks bij woningcorporaties vrijkomen en of dit voldoende is om in de vraag te voorzien. Tegelijkertijd moet worden gegarandeerd dat er ook genoeg woningen beschikbaar blijven voor regulier woningzoekenden.
Voor jongeren die uitstromen en zelfstandig gaan wonen, eventueel met ambulante begeleiding, speelt betaalbaarheid een grote rol. Afhankelijk van hun leeftijd is de kwaliteitskortingsgrens of de eerste aftoppingsgrens bepalend voor hun recht op huurtoeslag. De woningen die zij nodig hebben, zijn vaak kamers, kleine appartementen of studio’s. Om in deze behoefte te voorzien, maakt de gemeente afspraken met Zeeuwland. Deze afspraken zijn gericht op het toevoegen van meer goedkope en passende huurwoningen via nieuwbouw. Dit kan ook door het beter benutten van de bestaande voorraad door middel van woningdelen en woningsplitsen.
In de regio Walcheren lopen momenteel gezamenlijke afspraken over de verdeling van uitstromers uit Beschermd Wonen, Maatschappelijke opvang en uitstromers uit Jeugdzorg met verblijf via het Convenant ‘Weer Thuis’ op Walcheren. Dit wordt momenteel geregeld via de uitgangspunten van het woonplaatsbeginsel: cliënten die uitstromen worden gevestigd in de gemeenten van herkomst waar ze ook stonden ingeschreven doordat ze in een intramurale setting terecht kwamen .
De regio wil toegroeien naar een evenredige verdeling van uitstroom over de gemeenten. Daarvoor loopt momenteel een traject om te komen tot ‘fairshare afspraken’ in de regio. De gemeente Veere neemt hier een aandeel in. We gaan ons als gemeente niet richten op één doelgroep van urgente aandachtsgroepen om te huisvesten, maar focussen ons meer op de kleinschaligheid en de rust en/of ruimte die Veere kan bieden voor deze doelgroepen.
Met de nog vast te stellen nieuwe Wet versterking regie volkshuisvesting krijgen meer groepen recht op urgentie en voorrang. De gemeente houdt goed in de gaten of er genoeg woningen beschikbaar zijn voor de urgente groepen die onder de huisvestingsverordening vallen. Daarom is het belangrijk om alert te zijn of ons beleid voldoende mogelijkheden biedt om al deze mensen te kunnen huisvesten. De grootste druk zit momenteel op het beperkte aantal beschikbare sociale huurwoningen. We werken daarom aan uitbreiding van de sociale huurvoorraad. Dit is belangrijk om zowel mensen met urgentie als regulier woningzoekenden te kunnen huisvesten.
Er is een groeiende behoefte aan tussenvormen tussen intramurale zorg en zelfstandig wonen, vooral voor jongeren die uit zorgsituaties komen. Deze woonvormen, zoals begeleid wonen, kamertraining en ‘kamers met aandacht’, bieden jongeren de mogelijkheid om stapsgewijs naar zelfstandig wonen te groeien. Op dit moment zijn er echter weinig tussenvormen beschikbaar. We willen daarom dit aanbod de komende jaren uitbreiden, in samenwerking met gemeente Vlissingen en Middelburg. Dit vraagt om een gerichte aanpak, samenwerking met zorgaanbieders en Zeeuwland, en het creëren van innovatieve woonconcepten die aansluiten bij de behoeften van deze doelgroep.
Ook ‘omklapwoningen’ vormen een waardevolle optie voor uitstromers uit jeugdzorg met verblijf of Beschermd Wonen. In essentie is een ‘omklapwoning’ een reguliere woning, waarbij een zorgaanbieder een huurcontract afsluit met de verhuurder (Zeeuwland). Wanneer de hulpverlening is afgerond, kan de bewoner in de woning blijven en het huurcontract op eigen naam voortzetten. Deze tussenvorm biedt niet alleen een essentiële stap naar zelfstandig wonen, maar helpt ook om te voorkomen dat mensen onnodig in Beschermd Wonen terechtkomen. Ze geven uitstromers de stabiliteit en privacy die nodig zijn om hun leven op te bouwen en duurzaam herstel mogelijk te maken. In de gemeente Veere gaan we de mogelijkheden hiervoor onderzoeken, samen met Zeeuwland.
Overzicht aandachtsgroepen, inclusief verplichte urgentiecategorieën
*alleen (dreigend) dakloze met kinderen krijgen urgentie
De woonzorgopgave voor aandachtsgroepen
1. We zetten in het op het realiseren van de aantallen ouderenhuisvesting (+ 680 t/m 2040). Dit kan zowel in nieuwbouw als aanpassingen in de bestaande voorraad. Dit doen we onder andere door een afwegingskader nieuwbouw voor wonen en zorg. Als eerste stap maken we een overzicht van de harde en zachte plannen in de programmering.
2. We wijzen ‘woonzorgclusters’ aan in onze gemeente. Daar landt de belangrijkste opgave voor ouderenhuisvesting in de gemeente (zowel in nieuwbouw, als een inventarisatie over mogelijkheden in bestaande voorraad).
3. We stimuleren het ontstaan van geclusterde woonconcepten.
4. We zetten in op voorlichting en bewustwording over huidige en toekomstige woonbehoeften van bewoners. Zoals via campagnes “praat vandaag over morgen”.
5. We inventariseren of we doorstroming op de woningmarkt ook kunnen bevorderen in de koopsector, door bijvoorbeeld een doorstroommakelaar/wooncoach.
6. We maken samen met de regio Walcheren een regionaal afsprakenkader voor aandachtsgroepen.
7. We voegen meer woningen toe voor aandachtsgroepen. Met focus op passende, betaalbare woningen bijvoorbeeld in de vorm van studio’s, kleine appartementen, tussenvormen of ‘omklapwoningen’.
“We bouwen aan een toekomst waarin mensen op elkaar kunnen rekenen, en iedereen zich thuis voelt in zijn eigen buurt. Inwoners hebben oog voor hun welzijn én dat van anderen. Door samen te investeren in slimme oplossingen, innovatieve vormen van ondersteuning en de kracht van gemeenschapszin, maken we zorg duurzaam en dichtbij. Zorg is er wanneer het echt nodig is, maar het dagelijkse leven draait om kwaliteit van leven, welzijn, meedoen en betekenisvol contact. We geloven in de waarde van informele zorg, burenhulp en omzien naar elkaar. Voor wie ondersteuning nodig heeft en zelfstandig woont, creëren we een zachte landing in de wijk: een vertrouwde omgeving waar inwoners zich thuis voelen. Samen maken we het mogelijk om langer en prettig zelfstandig (thuis) te wonen.”
5.1 Speerpunt 1: Preventie en positieve gezondheid
In Veere werken we volgens het principe van Positieve Gezondheid. Daarbij ligt de nadruk op wat mensen zelf kunnen, op hun veerkracht en op wat hun leven betekenisvol maakt. Mensen zijn namelijk niet hun aandoening. We zetten zwaarder in op welzijn dan op zorg. Voorkomen is immers beter dan genezen. De oplossing ligt niet alleen in de zorg, maar juist in het voorkomen van zorg. We onderschrijven dan ook de gedachte achter het Integraal Zorg Akkoord (IZA) en Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA), dat inwoners gebaat zijn bij een stevigere inzet op preventie.
We gaan lokaal aan de slag met preventie. Hierin gebeurt al veel, zoals een groeiende samenwerking tussen de toegang Wmo en Jeugdhulp met partijen in het voorliggend veld. Als gemeente blijven we samen met de betrokken partijen kijken hoe we de gezondheid van mensen kunnen versterken.
Daarnaast is het belangrijk dat inwoners op een laagdrempelige en gemakkelijke manier vragen kunnen stellen en begeleid worden naar de juiste persoon of voorziening. Dit is ook één van de doelen uit het preventiebeleid. Zichtbaarheid en gezamenlijke aanwezigheid van zorg- en welzijnsorganisaties is daarbij belangrijk. Dit betekent niet dat elke aanbieder fysiek in iedere kern aanwezig moet zijn, maar wel dat er duidelijke afspraken zijn over wie wanneer vindbaar is, op welke plek en hoe een warme overdracht tussen partijen plaatsvindt. De invulling hiervan verschilt per kern. In de hoofdkernen kan worden aangehaakt bij het bestaande sociale netwerk, waardoor professionals makkelijker zichtbaar en bereikbaar zijn. In kleinere kernen vraagt dit soms extra inzet van organisaties om aanwezig te zijn op logische, vertrouwde plekken voor inwoners. De gemeente Veere speelt hierin een verbindende en ondersteunende rol.
5.2 Speerpunt 2: Een zelfredzame gemeenschap
In de gemeente Veere stimuleren we dat inwoners zelf de eerste stap zetten om ook als zij ouder worden prettig en zelfstandig in hun eigen dorp te kunnen blijven wonen. Dat begint bij een sterke gemeenschap waarin mensen naar elkaar omzien. Inwoners doen wat zij zelf kunnen, met steun uit eigen netwerk en de buurt. Zo blijft er voldoende ruimte om passende ondersteuning te bieden aan inwoners die dat echt nodig hebben.
Onze 13 kernen kennen een hechte sociale samenhang. Inwoners, zowel geboren als getogen Veerenaren als nieuwe bewoners, voelen zich sterk verbonden met hun dorp, de omgeving en het landschap. De voorzieningen zijn over het algemeen goed op peil: van basisscholen tot sportverenigingen, lokale horeca en detailhandel. Vrijwilligers spelen hierin een belangrijke rol, al vraagt het behoud van deze inzet voortdurende aandacht. De diversiteit van de dropen maakt de gemeente Veere tot een gemeente waar gemeenschapskracht diepgeworteld is.
Die gemeenschapskracht willen we verder versterken. Onze gemeente en zijn dorpen en steden zijn krachtig en dikwijls in staat om initiatief te nemen. Als gemeente willen we ruimte bieden voor goede en verschillende initiatieven om tot bloei te komen. We stimuleren/subsidiëren onze inwoners bijvoorbeeld als ze activiteiten organiseren om de leefbaarheid van hun kern te vergroten. Gemeenschapskracht versterken begint ook met onderling vertrouwen tussen professionals en inwoners. En het zoeken naar oplossingen die dicht bij de inwoners staan en voor hen werken. De mogelijkheid om ‘kunst op recept’ voor te schrijven is daar een mooi voorbeeld van. Het stimuleert inwoners om even te genieten van kunst, maar kan ook weer leiden tot (nieuwe) sociale contacten.
Omzien naar elkaar is hierbij een kernwaarde. Het kan gaan om kleine gebaren – even helpen met boodschappen, een maaltijd brengen of iemand meenemen naar een activiteit – maar ook om structurele ondersteuning binnen buurten. Door ontmoetingsplekken te ondersteunen, buurtinitiatieven te faciliteren en informele netwerken te versterken, bouwen we aan een gemeenschap waarin mensen zich gezien voelen en langer zelfstandig kunnen blijven wonen in hun vertrouwde omgeving. Daarbij speelt een goede mix van inwoners een belangrijke rol: ook vitale inwoners, waaronder jongeren, dragen bij aan de leefbaarheid en samenhang in de kernen.
Zelf- en samenredzaamheid vraagt ook om bewustwording. Vaak denken mensen pas over hun toekomst na als de nood hoog is. Als gemeente willen we inwoners eerder laten nadenken over wat ouder worden betekent, welke vragen kunnen ontstaan en welke mogelijkheden er zijn op het gebied van wonen, welzijn en zorg. Door informatie regelmatig en op verschillende manieren aan te bieden, van praktische tips over woningaanpassingen tot verwijzing naar burenhulp of ondersteuning bij verhuizen, helpen we inwoners hier stap voor stap in te groeien. Bewustwording heeft tijd én nabijheid nodig. Dit willen we samen met onze partners, zoals zorg- en welzijnspartijen, kerken, ouderenbonden en corporatie, doen. Ook zij kunnen een informatieve en faciliterende rol vervullen als het gaat om bewustwording.
Inzet van zorgtechnologie en domotica
Technologie biedt kansen om mensen te helpen langer zelfstandig en comfortabel thuis te wonen. Digitale innovaties zoals e-health en domotica maken het leven gemakkelijker en ondersteunen zorgverleners. Denk aan valdetectie, beeldbellen, zorgrobots en automatische medicijndispensers. Naarmate deze oplossingen steeds vanzelfsprekender worden, dragen ze bij aan een toekomst waarin goede zorg toegankelijk blijft voor degene die het echt nodig heeft. Het is belangrijk dat we de mogelijkheden hiervoor op een laagdrempelige manier delen met onze inwoners, bijvoorbeeld via Welzijn Veere of in wachtkamers van huisartsenposten.
Ouderen en andere inwoners met een zorg- of ondersteuningsvraag worden steeds digitaal vaardiger, waardoor het potentieel van computer- en taalvaardige (oudere) inwoners beter kan worden benut. Deze ouderen en andere inwoners met een zorg- of ondersteuningsvraag kunnen ook gebruik maken van digitale toepassingen die ontmoeting en verbinding in de buurt bevorderen. We integreren het waarborgen van veilige zorgtechnologie, zodat ouderen deze technologie op een veilige manier kunnen gebruiken. De zorgaanbieder speelt een belangrijke rol bij het inzetten van domotica.
Goede toepassingen leveren een grote bijdrage aan het ontzorgen van de zorgbehoevende of de mantelzorger. Tegelijk erkennen we dat technologische oplossingen niet voor iedereen passend of wenselijk zijn. Niet iedere oudere of zorgbehoevende beschikt over de benodigde digitale vaardigheden, en niet iedereen heeft de wens om met computers of online systemen te werken. Het blijft essentieel dat bewoners kunnen terugvallen op zorgverleners als zij dat nodig hebben en er voldoende persoonlijke aandacht is. Daarnaast hebben we oog voor inwoners die minder digitaal vaardig zijn of geen toegang hebben tot telefoon of internet. We zorgen ervoor dat ook zij de juiste hulp en ondersteuning krijgen.
5.3 Speerpunt 3: Ondersteuning mantelzorgers / informele netwerk
Terwijl het aantal mensen met een zorgvraag stijgt, daalt het aantal potentiële mantelzorgers. Er wordt dus steeds meer gevraagd van onze mantelzorgers. De gemeente treft verschillende maatregelen om mantelzorgers te ondersteunen, zoals het aanvragen van Mantelzorgwaardering. Iemand die hulp krijgt van een mantelzorger, kan zijn/haar mantelzorger in het zonnetje zetten met een eenmalige bijdrage. Maar ook hebben we als gemeente ‘manteling’, waar mantelzorgers voor een ontspannende activiteit, bijeenkomsten met andere mantelzorgers of informatie en advies terecht kunnen.
Sommige mantelzorgers willen dicht bij degene wonen voor wie ze zorgen. Een mantelzorgwoning biedt dan uitkomst. Een mantelzorgwoning is een zelfstandige woning op het terrein van je eigen huis. De woning kan zowel door de verzorger, als door de zorgontvanger worden gebruikt. In onze gemeente is het mogelijk om een premantelzorgwoning of twee generatiewonen aan te vragen. Beide zijn ze tijdelijk van aard, namelijk maximaal 10 jaar. Bij een premantelzorgwoning is er aantoonbaar een medische wenselijkheid en is zowel in de kernen als het buitengebied mogelijk. Twee generatiewonen is mogelijk bij agrarische bedrijven in het buitengebied of de kernrand en is alleen mogelijk voor een familielid tot en met de 2e graad.
Het toestaan van een pre-mantelzorgwoning – waarbij verzorger en zorgontvanger in elkaars nabijheid kunnen wonen – draagt bij aan de participatiesamenleving waar Veere zich hard voor maakt: een samenleving waarin mensen zich met elkaar verbonden voelen en zelf- en samenredzaam zijn.
5.4 Speerpunt 4: Domein- en organisatie overstijgend samenwerken
In de toekomst woont een groter deel van de ouderen met een zware zorgvraag in hun eigen woning in plaats van in een verpleeghuis. Hierdoor wordt een extra beroep gedaan op huisartsen en wijkverpleging. Op dit moment zijn vaak verschillende zorgaanbieders voor thuiszorg actief in dezelfde buurt of hetzelfde complex. Dit is niet efficiënt en voor de toekomst niet houdbaar.
Meer afstemming tussen zorgorganisaties en een flexibele, domein- en organisatie overstijgende inzet van personeel en financiële middelen kan helpen om goede én betaalbare zorg aan mensen te kunnen blijven bieden. Het zo efficiënt mogelijk inrichten van routes is van belang, omdat de afstanden tussen de dorpen groot zijn. De gemeente kan hier als verbindende partij een belangrijke rol spelen, door frequente gebiedsgerichte samenwerking te organiseren tussen woon-welzijn-zorgpartners. De grotere ouderenzorgorganisaties in de gemeente Veere zijn zelf ook al gestart met het bundelen van krachten in de 24-uurs weekend- en nachtzorg. We willen leren van deze ervaringen en dit binnen de mogelijkheden ook uitbreiden in de woonzorgclusters. Zodat zorgaanbieders niet in alle 13 kernen thuiszorg hoeven te leveren, maar binnen een woonzorgcluster.
5.5 Speerpunt 5: Iedereen is welkom in de buurt
Iedereen, jong en oud, met of zonder zorgvraag of (psychische) beperking, ongeacht achtergrond moet zich thuis voelen in de buurt. Door onder andere de vergrijzing en de beweging van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis, worden buurten inclusiever en meer divers. Dat vraagt ook iets van de draagkracht van de buurt. Aandacht voor begrip en acceptatie en mogelijkheden om hulpvragen te stellen zijn belangrijk.
Er is aandacht nodig voor vooroordelen en weerstand in de buurt. Door de diversiteit in de wijk te omarmen en elkaar beter te leren kennen komt er meer begrip en acceptatie. Aandacht voor inclusie staat daarbij centraal. Voorlichting en het bieden van informatie over wat inwoners kunnen doen als zij zich zorgen maken over iemand in hun omgeving is nodig. Ook moet zorg en ondersteuning dichtbij en beschikbaar zijn voor iedereen die dat nodig heeft. Bij het creëren van gemengde buurten kijkt de gemeente ook naar de draagkracht van een wijk of buurt. Hiermee wordt bijvoorbeeld voorkomen dat te veel mensen in een kwetsbare situatie in eenzelfde wijk komen te wonen.
1. We omarmen Positieve Gezondheid, waarbij inwoners zelf regie hebben over hun leven.
2. Partners uit het medische en sociale domein zetten extra in op bewustwording over ouder worden en de voorbereiding hierop. Dit omvat thema’s zoals omzien naar elkaar, eigen regie, dementie, vitaal blijven en prettig wonen. Dit doen we door herhaalde, toegankelijke communicatie en goede voorbeelden.
3. We stimuleren bewonersinitiatieven of initiatieven vanuit organisaties die bijdragen aan sociale cohesie en zorg voor elkaar.
4. We stimuleren gebruik van zorgtechnologie, zoals hulpmiddelen voor valdetectie en beeldzorg, om de zelfstandigheid van inwoners te vergoten.
5. We streven naar aanbod dat toekomstbestendig is doordat aanbieders dit organisatie- en domein overstijgend organiseren.
6. Als gemeenschap werken we aan meer onderling begrip en acceptatie.
“Onze kernen zijn plekken die uitnodigen om te bewegen, te ontspannen en elkaar te ontmoeten. Voorzieningen zijn beschikbaar en toegankelijk. Het landelijk wonen, het dorpsgevoel en de groene omgeving met de zee nabij zijn kenmerkend voor Veere. De kwaliteiten voor een vitale leefomgeving zijn dus al aanwezig. We willen deze kwaliteiten versterken en benutten zodat onze inwoners gezond en prettig oud kunnen worden in Veere.
We betrekken inwoners bij de inrichting van hun leefomgeving en sluiten aan bij initiatieven vanuit inwoners die zelf goede ideeën hebben om hun leefomgeving groener en gezonder te maken. Een stevige sociale basis zorgt ervoor dat de leefbaarheid op peil blijft. “
6.1 Speerpunt 1: Groen, toegankelijk en veilig
We werken aan kernen die groen, toegankelijk en veilig zijn voor alle inwoners. Van jong tot oud, met of zonder beperking. Een goed ingerichte openbare ruimte maakt het mogelijk om zelfstandig deel te nemen aan het dagelijkse leven. Denk aan brede stoepen, goede verlichting, rustplekken en herkenningspunten en het aanwijzen van bepaalde looproutes voor mensen met dementie. Voorzieningen die voor iedereen fijn zijn en voor zover mogelijk op loopafstand zijn. Maar onmisbaar voor mensen met een mobiliteits- of zintuigelijke beperking. Omdat de groep met een mobilteitsbeperking groeit, zetten we als gemeente nu in op een toekomstbestendige omgeving. Vanuit de Omgevingsvisie geven we hier verder als gemeente invulling aan hoe we dit de komende jaren gaan aanpakken.
We zetten ons ook in voor een dementievriendelijke samenleving. Dit betekent dat mensen met dementie mee kunnen blijven doen in de samenleving. Door behoud en versterken van het netwerk en mantelzorgers en wanneer nodig met begeleiding en zorg op maat voor henzelf en hun mantelzorgers. Die doen we o.a. door het vergroten van kennis over wat er beschikbaar is op het gebied van mantelzorgondersteuning en acceptatie van dementie onder maatschappelijke organisaties, bedrijven en inwoners.
6.2 Speerpunt 2: Voldoende plekken om elkaar te ontmoeten
In Veere geloven we in de kracht van verbinding. Nu steeds meer mensen langer of weer zelfstandig wonen, is het belangrijk dat zij mogelijkheden hebben om anderen te ontmoeten en actief deel te blijven nemen aan de gemeenschap. Verbinding begint in de buurt. Daar waar mensen elkaar dagelijks tegenkomen. Op straat, bij de sportvereniging, bij de supermarkt, bij het buurthuis, of in de kerk. Onze gemeente heeft al een stevige sociale basis. Inwoners ontmoeten elkaar op veel plekken, zoals dorpshuizen en initiatieven zoals ‘Samen aan tafel’. We bouwen daarop voort. Initiatieven, ontmoetingsplekken en activiteiten die er zijn omarmen we. We blijven als gemeente deze initiatieven stimuleren.
We zetten niet alleen in op het behouden van ontmoetingsplekken, maar ook op het beter benutten ervan. Zo kunnen bestaande gebouwen als sportkantines, scholen en kerken ook dienen als ontmoetingsplek voor verschillende doelgroepen. Maar alleen een fysieke ruimte is niet genoeg. Het moet aantrekkelijk en laagdrempelig zijn om naartoe te gaan. De inrichting, sfeer, programmering en bekendheid van een plek bepalen of mensen zich er welkom voelen.
Daarnaast geloven we in de kracht van toevallige ontmoeting in de openbare ruimte, zoals ontmoetingen bij bankjes om te rusten of de wandelroute naar de supermarkt. Juist buiten de geplande activiteiten ontstaan waardevolle gesprekken. Ontmoeting is geen activiteit, maar een vanzelfsprekend onderdeel van het dagelijks leven. We willen inwoners zelf ook stimuleren en activeren bij het vormgeven van hun buurt. Initiatieven die voortkomen uit de gemeenschap zelf, hoe klein ook, hebben vaak het meeste effect. Denk aan een koffieochtend, een vaste wandeling of een straatfeest. De gemeente wil die initiatieven de ruimte geven om te groeien. Ook benutten we bestaande momenten, zoals burendag, om op een natuurlijke manier contact en betrokkenheid te versterken.
6.3 Speerpunt 3: Bereikbaarheid van voorzieningen
Voor kwetsbare groepen is het van belang dat voorzieningen, zoals huisarts, in de nabije omgeving zijn of bereikbaar zijn met het openbaar vervoer. Veere is een landelijke, uitgestrekte gemeente met veel kernen. Dit betekent dat in de een aantal kernen niet alle basisvoorzieningen (huisarts/apotheek, supermarkt, ontmoetingsplek, OV) aanwezig zijn. Lang niet alle kwetsbare groepen die zelfstandig wonen, zullen dus dicht bij de belangrijkste voorzieningen wonen. Als het gaat om mobiliteit in de kernen dan zijn deze niet goed bereikbaar met het openbaar vervoer. Mensen zullen een groter beroep moeten doen op elkaar. De ontmoetingsplekken/buurthuizen vervullen hierbij een belangrijke rol, omdat deze een grote sociale functie hebben. Als gemeente stimuleren we kleine initiatieven, zodat men onderling vervoer regelt als dat nodig is. Daarnaast willen we nieuwe ontwikkelingen op het gebied van openbaar vervoer in Zeeland benutten, zoals de Flex-OV service.
1. Bij de inrichting van nieuwbouwlocaties zorgen we ervoor dat de omgeving uitnodigt tot ontmoeting en bewegen.
2. We richten onze dorpen toekomstbestendig in voor samen met inwoners en partners te werken aan toegankelijke, veilige, groene en dementievriendelijke openbare ruimtes. We starten waar de knelpunten het grootst zijn.
3. We zorgen ervoor dat er in de gehele gemeente voldoende ontmoetingsplekken zijn. Zowel in gebouwen als in de openbare ruimte.
4. We stimuleren betrokkenheid van inwoners bij hun eigen leefomgeving, onder andere door subsidies, actieve participatie, ondersteuning van initiatieven en informatie.
5. We stimuleren kleine initiatieven die de bereikbaarheid en beschikbaarheid van voorzieningen stimuleert.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-160373.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.