Gemeenteblad van Oss
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Oss | Gemeenteblad 2026, 160227 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Oss | Gemeenteblad 2026, 160227 | beleidsregel |
Beleidsregels kostendelende medebewoner en afstemming op woonsituatie 2026
Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) en de Algemene wet bestuursrecht.
Hoofdstuk V Aanvulling bijstand
Artikel 5 Bijstand bij noodzakelijke uitwoning jongeren
Als naar oordeel van het college de aanvullende algemene bijstand als bedoeld in artikel 20 lid 3 Participatiewet onvoldoende blijkt om te voorzien in de algemeen gebruikelijke kosten van het bestaan dan stemt het college de bijstand op grond van artikel 18 lid 1 Participatiewet af tot maximaal het bedrag bedoeld in artikel 20 lid 4 Participatiewet.
Toelichting op de beleidsregels kostendelersnorm 2026
Dit artikel bevat de begripsbepalingen die op deze beleidsregels van toepassing zijn.
Gemeenten hebben de bevoegdheid om, in individuele gevallen gelet op de persoonlijke bijzondere omstandigheden, specifieke personen na periodieke toetsing voor onbepaalde tijd uit te sluiten van de kostendelersnorm. De gemeente Oss kiest ervoor om, in lijn met eerdere berichten van het ministerie van SZW en de gangbare praktijk bij gemeenten bij vooropgezet tijdelijk verblijf de kostendelersnorm niet van toepassing te verklaren. Onder vooropgezet tijdelijk verblijf wordt o.a. verstaan inwoners die gebruik maken van het regionaal specialistisch vangnet, zoals een traject Maatschappelijke opvang met 24 uurs ondersteuning, Kleinschalige opvang (inclusief Kleinschalige opvang Gezinnen) of Beschermd wonen.
Afhankelijk van het individuele geval en de persoonlijke omstandigheden hebben gemeenten ruimte om maatwerk toe te passen. Dit geldt ook voor het uitzonderen van de kostendelersnorm. De wetgever geeft geen maximum aan de tijdelijkheid bij uitzonderingen van de kostendelersnorm. Uiteraard kan de kostendelersnorm niet categoriaal worden uitgezonderd en ook niet onbeperkt. Afhankelijk van het individuele geval en de persoonlijke omstandigheden past de gemeente Oss maatwerk toe op grond van artikel 18, eerste lid, Participatiewet. Zo ook bij het tijdelijk uitzonderen van de toepassing van de kostendelersnorm.
Uitwerking van het begrip commerciële prijs is nodig in relatie tot de uitvoering van de kostendelersnorm. Die speciale rekenregels gelden namelijk niet voor personen die op een commerciële basis in dezelfde woning wonen.
Wanneer is er sprake van een commerciële relatie?
Voor de toepassing van deze beleidsregel wordt aangesloten bij de definitie van de CRvB, namelijk:
Het is van belang dat daar waar nodig de verklaringen van belanghebbende aan de hand van bewijsstukken getoetst worden. Dat zijn contracten, betalingsbewijzen, kwitanties of bankafschriften.
Wanneer is er sprake van een commerciële huurprijs?
Het bedrag van de commerciële ‘kale’ huurprijs is het bedrag van de basishuur, zoals omschreven in de wet op de Huurtoeslag. In deze huur zijn begrepen de elementen die voor het bepalen van het recht op huurtoeslag meetellen. De normhuur is het bedrag dat voor de vaststelling van het recht op huurtoeslag bij een inkomen op bijstandsniveau voor eigen rekening blijft. Hieruit blijkt dat de basishuur als ondergrens voor de commerciële (kale) huur kan worden gehanteerd. Voor een commerciële prijs van all-in huur is dit geen passende maatstaf. Die bevat immers energielasten en water. Op basis van eigen lokaal onderzoek onder de particuliere verhuurders is de ondergrens voor all-in huur bepaald op € 421,- per maand. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd. Voor een lagere prijs is onder normale omstandigheden geen woonruimte te verkrijgen.
Individuele omstandigheden die afwijking rechtvaardigen
De commerciële prijs is een richtprijs. Afwijking naar beneden is mogelijk als duidelijk is dat door de individuele omstandigheden een lagere prijs is overeengekomen. Met andere woorden: in de concrete situatie is er sprake van een commerciële prijs. Dit is een maatwerkbeoordeling door de consulent. Dat kan bijvoorbeeld zijn in het geval van een anti-kraakcontract dat is afgesloten met een beheerstichting. De overeengekomen huurprijs is dan in de regel lager dan het normbedrag. Dat komt omdat de voorwaarden minder gunstig zijn. Een lagere prijs is in dat geval een commerciële prijs. Voor de kostendelersnorm telt de belanghebbende dan niet mee. Ander voorbeeld is als de huurprijs net onder het vastgestelde normbedrag ligt. Het kan zijn dat de woonruimte in slechte staat verkeerd of veel minder voorzieningen heeft dan gebruikelijk. Dit vraagt om een individuele beoordeling in het concrete geval.
In sub c is een indexeringsbepaling opgenomen. Deze bepaling voorkomt dat de beleidsregel telkens opnieuw moet worden vastgesteld, enkel voor indexatie van de bedragen. Leidraad voor de indexering bedoeld in sub c is het indexeringspercentage van Schulinck Participatiewet. De indexeringspercentages voor de all-in huur worden door Schulinck berekend aan de hand van de consumentenprijsindex voor alle huishoudens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Afronding op hele euro’s in het voordeel van belanghebbende. Het is van belang de nieuwe bedragen (na indexatie) duidelijk te communiceren.
Volledig zakelijke relaties zoals (onder)huurderschap, blijven voor de kostendelersnorm buiten beschouwing. Bij deze relaties is sprake van deelname aan het economisch verkeer, waarbij de verhuurder een commerciële prijs vraagt voor de huur van de woning en de geleverde diensten en de huurder deze commerciële prijs betaalt. In deze situaties is het uitgangspunt dat de kosten niet op dezelfde wijze worden gedeeld als met woningdelers die geen onderlinge zakelijke relatie met elkaar hebben.
De Recofa richtlijn als ijkpunt
Om tot een uniforme richtlijn te komen ten aanzien van het korten van uitkering op grond van artikel 33, vierde lid, van de Participatiewet, is gekozen voor de bepalingen ten aanzien van woonlasten uit de Recofa-richtlijnen.
Onder de richtlijn staat het bedrag dat de belanghebbende, na aftrek van een forfaitair bedrag voor inwoning, daadwerkelijk als bijdrage in de woonlasten van de inwoner(s) ontvangt in verband met meerderjarige inwoners. Het forfaitaire bedrag kan indien er alleen sprake is van inwoning, worden gesteld op € 80,00 per maand voor energie, afschrijving van meubilair en dergelijke. Met andere woorden: al het meerdere van € 80,00 aan inkomsten uit verhuur moet op de bijstand van belanghebbende in mindering worden gebracht.
Mocht zich in de praktijk een kostgangerrelatie voordoen dan wordt het bestaan van een commerciële prijs individueel beoordeeld. Dit op basis van lokaal onderzoek in samenhang met beschikbare info van bijv. NIBUD.
Artikel 4 Verlaging norm wegens ontbrekenwoonkosten
Naast het toepassen van de kostendelersnorm kan bij het bepalen van de uitkering nog op een andere manier rekening worden gehouden met de specifieke woonsituatie. Het is mogelijk de norm te verlagen. De wettelijke grondslag is artikel 27 Participatiewet. Centraal daarin staat het begrip woonkosten.
De verlaging geldt echter niet voor:
Er zijn 3 mogelijke ‘oorzaken’ van ontbreken woonkosten. Namelijk
In de praktijk zal bij de eerste 2 oorzaken een verlaging worden toegepast van 20%.
Indien een dakloze echter expliciet aangeeft wel woonkosten te hebben (bijvoorbeeld betalen voor opvang) is het aan de aanvrager om dit aan het college aan te tonen via bewijsstukken. Op grond hiervan kan het college besluiten de verlaging vast te stellen op 10% van de gehuwdennorm.
Betaling woonkosten door derde: Jurisprudentie
Als een derde, bijvoorbeeld de ex-echtgenoot, de woonlasten van de door belanghebbende bewoonde woning draagt, heeft het college de keuze om het aldus verkregen woongenot aan te merken als inkomen in natura of de norm of toeslag te verlagen op grond van artikel 27 Participatiewet (zie ook TK 2002-2003, 28 870, nr. 3, p. 54-55).
Algemeen principe: individualiseringsbeginsel
Overigens kan het college, indien noch in het kader van artikel 27 Participatiewet noch in het kader van artikel 33 lid 1 Participatiewet rekening wordt gehouden met de situatie waarin een ander dan belanghebbende de woonkosten betaalt, de bijstand in voorkomende gevallen lager vaststellen op grond van het individualiseringsbeginsel van artikel 18 lid 1 Participatiewet.
Artikel 5 Bijstand bij noodzakelijke uitwoning
In 2026 is in de Participatiewet vastgelegd dat het college van B&W middels de algemene bijstand jongeren tot 21 jaar een aanvullend normbedrag kan geven wanneer ouders niet (kunnen) voorzien in het onderhoud van hun kind.
Het bedrag kan bij noodzakelijke hogere kosten of bij duidelijk lagere kosten voor levensonderhoud worden afgestemd op de situatie van de jongere. Dit blijft mogelijk op grond van artikel 18, eerste lid van de Participatiewet. Deze aanvulling vindt plaats vanuit de algemene bijstand. De persoonlijke situatie, i.c. de woonsituatie, van de jongere is hierbij in de praktijk bepalend. Bij (tijdelijke) hoge woonkosten kan de aanvulling hoger en tot een toereikend niveau worden vastgesteld. Het college verstrekt uitsluitend aanvullende algemene bijstand wanneer de jongere niet bij zijn ouders woont, omdat een aanvulling louter bedoeld is voor jongeren die geen beroep kunnen doen op de ouderlijke onderhoudsplicht.
De bewijsmiddelen zoals die onder artikel 2 van deze beleidsregels gebruikt worden om de commerciële prijs vast te stellen kunnen door het college ingezet worden bij de beoordeling van de noodzakelijkheid van aanvullende algemene bijstand.
Artikel 6 Gevallen waarin de beleidsregels niet voorzien
In de slotbepalingen is bepaald dat het college besluit in gevallen waarin deze beleidsregels niet voorzien.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-160227.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.