Artikel I
Het Algemeen aanwijzingsbesluit 2005 Vlissingen wordt gewijzigd als volgt.
A. Artikel 1:7 wordt al volgt gewijzigd:
Artikel 1:7 Aanwezig hebben van hinderlijke of schadelijke dieren
1. Als gedeelten van de gemeente zoals bedoeld in artikel 2:59, eerste lid, sub a tot en met c, van de APV, waar het, ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel ter bescherming van de openbare gezondheid, verboden is dieren te aanwezig te hebben, worden aangewezen de gebieden gelegen binnen de bebouwde kommen van de gemeente Vlissingen bedoeld in artikel 1.1 van de APV, onder d en voorts alle gebieden die zijn gelegen binnen een straal van 100 m uit de grens van deze bebouwde kommen, zoals te zien op de kaart in bijlage 2.
2. Als dieren waarop het bepaalde van dit besluit van toepassing is, worden de volgende diersoorten aangeduid:
a. varkens, zwijnen;
b. runderen;
c. paarden, pony’s en ezels;
d. schapen, geiten;
e. herten, lama’s, kangoeroes;
f. struisvogels, emoes;
g. antilopensoorten en kangoeroes;
h. hanen of meer dan 5 stuks pluimvee (o.a. alle soorten hoenders, fazanten, pauwen, kalkoenen, eenden en ganzen)
i. Pelsdieren
met dien verstande dat dit besluit uitsluitend van toepassing is indien geen sprake is van een milieubelastende activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving of van een milieubelastende activiteit als bedoeld in het omgevingsplan.
3. De ontheffing als bedoeld in artikel 2:59, tweede lid, APV wordt slechts verleend indien de aanvrager aannemelijk maakt dat door het aanwezig hebben en houden van de betrokken dieren geen overlast aan derden wordt veroorzaakt of schade aan de openbare gezondheid wordt voorkomen dan wel dat de aanvrager maatregelen neemt om de effecten van die overlast of schade in voldoende mate te beperken. Burgemeester en wethouders kunnen aan het verlenen van de ontheffing voorschriften verbinden indien zij dit voor het voorkomen van overlast aan derden of schade aan de openbare gezondheid noodzakelijk achten.
B.Aan Artikel 1:7a wordt toegevoegd:
Artikel 1:7a Voederverbod
1. Als gedeelten van de gemeente zoals bedoeld in artikel 2:59, eerste lid, sub d, van de APV waar het, ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel ter bescherming van de openbare gezondheid, verboden is dieren te voeren, worden aangewezen: het gebied gelegen binnen de gemeentegrenzen dat wordt gevormd door de binnenstad, daaronder begrepen de boulevard en de aangrenzende woonwijken, welk gebied globaal wordt begrensd door de Sloeweg en de spoorlijn, zoals te zien op de kaart in bijlage 3.
2. Als dieren waarop het bepaalde van dit besluit van toepassing is, worden de volgende diersoorten aangeduid:
a. Grote meeuwen (zilvermeeuw en kleine mantelmeeuw).
C. Bijlagen behorende bij het Algemeen aanwijzingsbesluit 2005 worden als volgt gewijzigd:
|
Bijlage
|
Artikel
|
Onderwerp
|
|
1
|
1:3
|
Aanplakborden
|
|
2
|
1:7
|
Hinderlijke dieren
|
|
3
|
1:7a
|
Voederverbod meeuwen
|
|
4
|
1:12
|
Parkeren grote voertuigen
|
|
5
|
1:20
|
Bedelarij
|