Gemeenteblad van Wassenaar
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Wassenaar | Gemeenteblad 2026, 158733 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Wassenaar | Gemeenteblad 2026, 158733 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Rectificatie: Besluit van burgemeester en wethouders tot vaststelling van de Subsidieregeling Toeleiding naar vrijwillig en betaald werk gemeente Wassenaar 2026
[Deze publicatie betreft een rectificatie omdat de onjuiste datum van vaststelling was opgenomen. De oorspronkelijke publicatie is op 16 maart 2026 bekendgemaakt, beschikbaar via Gemeenteblad 2026, 68411.]
Het college van burgemeester en wethouders van Wassenaar;
dat het gemeentebestuur het hebben en behouden van vrijwillig en betaald werk belangrijk vindt voor de zelfredzaamheid van onze inwoners;
dat vrijwillig en betaald werk bijdraagt aan sociale contacten en de gezondheid bevordert;
dat sociale activering en ondersteuning soms noodzakelijk is om te komen tot een tegenprestatie zoals bedoeld in de Participatiewet;
dat het wenselijk is om inburgeraars handvatten geven bij het zelfstandig functioneren in de samenleving;
dat het college deze doelen wil bevorderen door het verstrekken van subsidies voor activiteiten die daaraan bijdragen;
artikel 7 van de Participatiewet;
artikel 1:3 van de Algemene subsidieverordening Wassenaar 2025;
het Beleidsplan Re-integratie en Participatie gemeente Wassenaar;
de Beleidsregels re-integratie en participatie Participatiewet gemeente Wassenaar 2024;
artikel 5 van de Re-integratie- en participatieverordening Participatiewet Wassenaar 2023;
artikel 9 van Wet inburgering 2021;
de Beleidsregels inburgering Wassenaar 2022;
de Beleidsnota Subsidiebeleid gemeente Wassenaar 2024;
het Beleidsplan Sociaal Domein Wassenaar;
de Subsidieregeling Toeleiding naar vrijwillig en betaald werk gemeente Wassenaar 2026 vast te stellen.
In deze regeling wordt verstaan onder:
Deze subsidieregeling is uitsluitend van toepassing op subsidies die zijn verstrekt op grond van deze regeling.
Artikel 5. Kosten die voor subsidie in aanmerking komen
De kosten die in aanmerking komen voor subsidie zijn alle kosten die naar het oordeel van het college noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van de activiteiten met dien verstande dat kosten per voltijdsequivalent die meer bedragen dan de loonkosten in de desbetreffende collectieve arbeidsovereenkomst moeten worden voorzien van een toelichting.
Artikel 6. Wijze van verdeling en subsidieplafond
Subsidieaanvragen van meer dan € 100.000 bevatten tevens inzicht in de mate waarin de Governancecode Sociaal Werk wordt gehanteerd, dan wel de op dat moment geldende opvolgende of aanvullende regelgeving op het gebied van goed bestuur in deze sector of, indien deze code niet van toepassing is, de mate waarin vergelijkbare principes van goed bestuur worden gehanteerd.
In afwijking van artikel 2:3, tweede lid, van de Asv kan subsidie voor eenmalige activiteiten uitsluitend worden aangevraagd van 1 maart tot 1 juni in het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de activiteiten plaatsvinden waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.
Artikel 9. Aanvullende weigeringsgronden
Onverminderd artikel 4:35 van de Awb en artikel 2:5 van de Asv kan de subsidieaanvraag geheel of gedeeltelijk worden geweigerd als:
In afwijking van artikel 2:4, tweede lid, van de Asv beslist het college op aanvragen voor eenmalige subsidie uiterlijk op 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd of waarin de activiteiten plaatsvinden.
Onverminderd afdeling 4.2.4 van de Awb en de artikelen 3:1 en 3:2 van de Asv gelden voor de subsidieontvanger de volgende verplichtingen:
de subsidieontvanger van meer dan € 100.000 is verplicht haar organisatie te besturen volgens de Governancecode Sociaal Werk dan wel te handelen in overeenstemming met de op dat moment geldende opvolgende of aanvullende regelgeving op het gebied van goed bestuur in deze sector, of, indien deze code niet van toepassing is, vergelijkbare principes van goed bestuur;
Artikel 12. Eindverantwoording
In aanvulling op artikel 3:5 en 3:6 van de Asv moet bij de verantwoording in ieder geval worden gerapporteerd over:
Aldus vastgesteld in de vergadering, gehouden op 13 januari 2026,
drs. A.P.A. Oostermeijer
gemeentesecretaris
drs. L.A. de Lange
burgemeester
In dit artikel staan de definities van specifieke begrippen die worden genoemd in deze regeling. Indien de definitie van een bepaald begrip niet in deze lijst staat beschreven, dan staat deze mogelijk beschreven in de Asv. De Asv moet in samenhang met deze subsidieregeling worden gelezen.
Deze subsidieregeling is alleen van toepassing op subsidies die op grond van deze regeling zijn verstrekt. Regels in deze regeling gelden dus niet voor andere subsidies die de gemeente verstrekt.
Alle activiteiten die volgens het college bijdragen aan het doel van de subsidieregeling komen voor subsidie in aanmerking.
Subsidie op grond van deze regeling kan uitsluitend worden aangevraagd door rechtspersonen.
Artikel 5. Kosten die voor subsidie in aanmerking komen
Alle kosten die noodzakelijk zijn voor de activiteiten komen voor subsidie in aanmerking. De overheadkosten (vaste kosten) van de organisatie komen alleen in aanmerking voor subsidie als deze niet al zijn meegenomen in de berekening van de loonkosten. Vaste kosten zijn kosten die een organisatie heeft, maar die niet direct gerelateerd zijn aan een project of activiteit. Hierbij kunt u denken aan bijvoorbeeld kosten voor telefoon en internet, portokosten, energiekosten, verzekeringskosten, onderhoudskosten, huisvesting, administratie, ICT en management. Afschrijvingen komen voor subsidie in aanmerking voor zover deze toerekenbaar zijn aan het jaar van de subsidieperiode. De subsidie wordt vastgesteld op basis van de werkelijk gemaakte kosten. Subsidie die niet is besteed aan de bij verlening afgesproken activiteiten wordt in principe teruggevorderd, tenzij hierover andere afspraken worden gemaakt.
Artikel 6. Wijze van verdeling en subsidieplafond
Subsidieaanvragen worden in principe in drie stappen beoordeeld.
Stap één: is de aanvraag tijdig en volledig ingediend?
Als de aanvraag niet volledig (ook niet na herinnering) en binnen de aanvraagtermijn is ingediend dan wordt deze niet verder in behandeling genomen.
Stap twee: in behandeling genomen aanvragen worden getoetst aan de weigeringsgronden en er wordt bekeken in hoeverre de kosten waarvoor subsidie wordt aangevraagd subsidiabel zijn.
Stap drie: wanneer stap één en twee zijn doorlopen dan komt de subsidieaanvraag in aanmerking voor subsidie. Soms komen meer aanvragen in aanmerking voor subsidie dan dat de gemeente middelen beschikbaar heeft. In dat geval wordt een rangschikking aangebracht in de subsidieaanvragen die stap één en twee hebben doorlopen. Het kan dan zijn dat een aanvraag wel tijdig en volledig is, en niet (deels) wordt geweigerd, maar toch te weinig punten haalt om subsidie te krijgen.
Toelichting op de rangschikking:
Aanvragen van ten hoogste € 5.000 worden gerangschikt op basis van drie rangschikkingscriteria. Hogere aanvragers worden gerangschikt op basis van meer rangschikkingscriteria.
Aanvullend voor aanvragen van meer dan € 5.000
Voor dit onderdeel kunnen punten worden verdiend als de activiteiten worden bekostigd met niet alleen subsidie van de gemeente maar ook met bijvoorbeeld eigen middelen, fondsbijdragen en donaties, inbreng van eigen vermogen, natura bijdragen. Dit mag vormvrij worden onderbouwd maar moet wel concreet zijn, bijvoorbeeld in uren of geld. Het is ook mogelijk om punten te krijgen voor dit onderdeel wanneer een goed plan wordt aangeleverd over hoe in de toekomst cofinanciering zal worden georganiseerd.
Aanvullend voor aanvragen van meer dan € 25.000
Collectivering van aanbod en innovatie
Dit kan blijken uit het bij toename van individuele vragen op een onderwerp of thema, hier bijeenkomsten, voorlichtingen of trainingen voor worden ontwikkeld en aangeboden, waardoor meerdere inwoners in één keer dezelfde informatie ontvangen en ook kunnen leren van elkaars situatie en vragen. Bijvoorbeeld het Mantelzorgcafé of de cursussen ‘KIES’ of ‘Houd me vast’.
Maatschappelijke bijdrage voorbij de subsidieperiode
Dit gaat om de periode na de subsidieperiode. Dit kan blijken uit bijvoorbeeld de aannemelijkheid dat de activiteiten lange termijn veranderingen teweeg gaan brengen, bijvoorbeeld dat cliënten weer zelfstandig de financiële administratie kunnen voeren, goede handvatten hebben om zelfstandig de uitdagingen bij opvoeden op te kunnen lossen, goed kunnen omgaan met de problemen rondom dementie van een familielid.
Aanvragen worden gescoord op de daarvoor van toepassing zijnde rangschikkingscriteria. Voor aanvragen van meer dan € 5.000 en meer dan € 25.000 gelden aanvullende rangschikkingscriteria. Dit betekent dat grotere aanvragen meer punten kunnen halen en daardoor hoger uit zouden komen in de rangschikking. Daarom wordt gebruik gemaakt van een correctiefactor. De behaalde score wordt toegerekend naar een gestandaardiseerde score op een schaal van 100 punten volgens de formule:
(aantal behaalde punten gedeeld door het maximaal aantal punten per categorie) maal 100.
Een rekenvoorbeeld van de gestandaardiseerde score:
Een aanvraag van ten hoogste € 5.000 met een score van 40 punten krijgt een score van:
Een aanvraag in de categorie meer dan € 5.000 met een score van 60 punten krijgt een score van:
Een aanvraag van meer dan € 25.000 met een score van 60 punten krijgt een score van:
Het onderstaande schema laat zien hoe het college de aangeleverde informatie waardeert. Sommige rangschikkingscriteria vindt het college belangrijker dan anderen. In dat geval kunnen niet maximaal 10 maar 20 of 30 punten worden behaald.
Naast de eisen die worden gesteld aan een subsidieaanvraag in de Asv moet de aanvrager inzicht verschaffen in het eigen vermogen en de mate waarin is gezocht naar alternatieve financiering zodat het college kan toetsen in hoeverre de subsidie noodzakelijk is. Voor hogere aanvragen gelden meer eisen.
Vanaf 2026 kunnen alle subsidieaanvragen jaarlijks worden ingediend van 1 maart tot 1 juni.
Artikel 9. Aanvullende weigeringsgronden
Het college kan subsidieaanvragen geheel of deels weigeren. Bijvoorbeeld indien het college vindt dat de aangevraagde subsidie te hoog is in relatie tot het eigen vermogen van de aanvrager of dat van de met de aanvrager verbonden rechtspersonen. Aanvragers van een eenmalige subsidie van minder dan € 2.500 moeten zich eerst wenden tot een charitatief fonds en laten zien dat een (nagenoeg) dezelfde aanvraag daar is afgewezen. Voor de structurele activiteiten hoeft de aanvrager zich niet eerst tot een fonds te wenden.
Vanaf 2026 beslist het college op alle soorten subsidieaanvragen uiterlijk op 1 oktober.
Artikel 11. Verplichtingen van de subsidieontvanger
Naast de verplichtingen die gelden of kunnen worden opgelegd zoals genoemd in de Awb en de Asv moet de subsidieontvanger zich ook inspannen om te zorgen dat de activiteiten toegankelijk en inclusief worden uitgevoerd, en beroepskrachten of vrijwilligers beschikken over een VOG (met het juiste screeningsprofiel) indien wordt gewerkt met kwetsbare doelgroepen of minderjarigen. Ook moet bij hogere aanvragen een tussenrapportage worden aangeleverd.
Artikel 12. Eindverantwoording
Uit het inhoudelijke verslag (volgens het digitale format) moet blijken in hoeverre de doelstellingen en resultaten zijn gerealiseerd en aan de verplichtingen is voldaan. Daaronder wordt in ieder geval ook verstaan de mate waarin de activiteiten zijn uitgevoerd conform de rangschikkingscriteria van artikel 6.
Artikel 13. Bevoorschotting en betaling in gedeelten
In artikel 3:3 van de Asv staat dat het college subsidies van ten hoogste € 5.000 direct vaststelt. Dit betekent dat de subsidie meteen wordt betaald en er geen (of steekproefsgewijze) controle achteraf plaatsvindt. Soms vindt het college het echter belangrijk om de subsidie eerst te verlenen en pas vast te stellen nadat bijvoorbeeld is aangetoond dat de activiteiten hebben plaatsgevonden.
In dat geval wordt de subsidie betaalt door middel van een voorschot. Subsidies van meer dan € 25.000 per jaar worden betaald door middel van twee gelijke voorschotten. De eerste bij de start van de activiteiten en de tweede na zes maanden of – indien de subsidieduur niet precies een jaar is – na verstrijken van de helft van de subsidieduur.
In uitzonderlijke gevallen kan het college van de regeling afwijken. De subsidieaanvrager of subsidieontvanger moet zelf een beroep doen op deze clausule.
De regeling heeft geen einddatum en wordt op of omstreeks 1 januari 2028 geëvalueerd.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-158733.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.