Artikel I
De Algemene subsidieregeling gemeente Breda 2026 wordt als volgt gewijzigd:
A.
Aan artikel 2:6 wordt een achtste lid toegevoegd dat komt te luiden:
- 8.
Waardenetwerk Zelf- en samenredzaamheid (subsidieplafonds Transformatieplan Samen Mentaal Sterk - FACT+, Transformatieplan Samen Mentaal Sterk - Multidisciplinair Overleggen (MDO’s) GGZ, Transformatieplan Samen Mentaal Sterk – verkennende gesprekken (VG) GGZ en IZA Welzijn op recept):
- a.
uit de aanvraag blijkt dat de aanvrager kennis heeft van de partners in het sociaal en medisch domein in Breda.
B.
Artikel 2:11, aanhef en eerste lid, wordt gewijzigd en komt te luiden:
Artikel 2:11 Verhoging of opnieuw openstellen van het subsidieplafond
- 1.
Als burgemeester en wethouders besluiten tot verhoging of opnieuw (gedeeltelijk) openstellen van een subsidieplafond zoals bedoeld in bijlage 1, kunnen aanvullende aanvragen worden ingediend voor activiteiten die passen binnen het beleidskader en de betreffende beleidswaarde.
C.
Artikel 6:6, eerst lid, sub a, wordt gewijzigd en komt te luiden:
- a.
Veilig thuis zoals bedoeld in artikel 6:2, eerste lid: € 13.339.706,-. Dit deelplafond is in maart 2026 met € 2.233.904,- verhoogd ten opzichte van het oorspronkelijk vastgestelde plafond van € 11.105.802,-.
D.
Artikel 6:6, eerste lid, sub d, wordt gewijzigd en komt te luiden:
- d.
Meldpunt Crisiszorg West Brabant, zoals bedoeld in artikel 6:2, vierde lid: € 3.660.961,-. Dit deelplafond is in maart 2026 met € 2.685.646,- verhoogd ten opzichte van het oorspronkelijk vastgestelde plafond van € 975.315,-.
E.
Aan hoofdstuk 15 wordt paragraaf 15.5 toegevoegd. Deze komt als volgt te luiden:
Paragraaf 15.5 Subsidie Nassaudag 2027-2028
Artikel 15:32
Doel subsidie
Subsidie op grond van deze paragraaf heeft de volgende doelen:
- 1.
Erfgoed zichtbaar en beleefbaar maken
De Nassaudag maakt het historische erfgoed van Breda zichtbaar, toegankelijk en herkenbaar voor een breed publiek. De nadruk ligt bij dit erfgoedevenement op de bijzondere band en zichtbare erfenis tussen Breda en het Huis Nassau, de bakermat van het huidige Huis van Oranje-Nassau (het Nederlandse Koningshuis).
- 2.
Erfgoedparticipatie vergroten
De organisator versterkt de samenwerking tussen erfgoedlocaties, vrijwilligers, de erfgoedgemeenschap, kunst- en cultuurpartners, inwoners, bezoekers, ondernemers en maatschappelijke organisaties. Het doel is om met dit erfgoedevenement een zo breed mogelijk publiek te bereiken, te enthousiasmeren en actief deel te laten nemen aan het erfgoed van Breda.
- 3.
Identiteit van Breda als Nassaustad versterken
De Nassaudag draagt bij aan het versterken van de identiteit van Breda als ‘Nassaustad’. Het evenement verbindt stadspromotie met historisch bewustzijn en laat bezoekers vanuit verschillende perspectieven kennismaken met de lokale geschiedenis.
Artikel 15:33
Betekenissen
In deze paragraaf betekent:
- •
De-minimisverklaring: Een verklaring waarin een organisatie aangeeft hoeveel (de-minimis) staatssteun zij eerder heeft gekregen, zodat burgemeester en wethouders kan controleren of er nog steun mag worden gegeven op grond van een van de de-minimisverordeningen.
- •
Erfgoededucatie: Activiteiten waarbij mensen leren over het verleden en over cultuurhistorisch waardevolle gebouwen, tradities, collecties, gebeurtenissen en verhalen.
- •
Erfgoedparticipatie: Wanneer inwoners van Breda meedoen aan activiteiten om erfgoed te bewaren, zichtbaar te maken of door te geven. Bijvoorbeeld door mee te denken, mee te helpen of zelf erfgoed te delen.
- •
Erfgoedwaarde: De betekenis die een gebouw, plek, object, persoon, verhaal of traditie heeft voor de geschiedenis en cultuur van Breda.
- •
Inhoudelijke kwaliteit: De mate waarin een activiteit of project goed is uitgewerkt, past bij de doelen van deze subsidie op grond van deze paragraaf, en duidelijk laat zien wat het oplevert.
- •
Nassauverleden: Een periode in de geschiedenis van Breda waarbij de familie Nassau een belangrijke rol speelde in Breda en in Nederland.
- •
Risicoanalyse: Een overzicht van mogelijke risico’s van een project of activiteit, met uitleg hoe deze risico’s kunnen worden beperkt.
Artikel 15:34
Voor wie is deze subsidie bedoeld?
Subsidie kan worden aangevraagd door eigenaren van een eenmanszaak en door rechtspersonen. Elke aanvrager heeft een inschrijving in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel waaruit blijkt dat deze zich richt op erfgoed, cultuur of stadspromotie. Voor verenigingen, stichtingen en bv's geldt dat ook de statuten worden meegestuurd.
Artikel 15:35
Welke activiteiten komen voor subsidie in aanmerking?
Voor zover zij bijdragen aan het realiseren van een of meerdere doelstellingen uit artikel 15.37 kan subsidie verstrekt worden voor:
- 1.
Het voor verschillende doelgroepen openstellen en toegankelijk maken van erfgoedlocaties in Breda met een directe link met het Nassauverleden.
- 2.
Het ontwikkelen en uitvoeren van publieksactiviteiten, rondleidingen, workshops of educatieve programma’s die bijdragen aan het beleefbaar maken van het Nassauverleden.
- 3.
Het realiseren van communicatie- en marketingactiviteiten die bijdragen aan de zichtbaarheid, publieksbereik en promotie van de Nassaudag.
- 4.
Maatregelen die zorgen voor een veilige, toegankelijke en goed georganiseerde uitvoering van het evenement, inclusief publieksstromen, toegankelijkheidsvoorzieningen en veiligheidsmaatregelen.
Artikel 15:36 Welke kosten vallen onder de subsidie?
De volgende kosten vallen binnen de subsidie op grond van deze paragraaf: Alle kosten die gerelateerd zijn aan de organisatie van het Nassau evenement en aan de organisatie van de activiteiten zoals bedoeld in artikel 15:35.
Subsidie aanvragen kan voor alle kosten direct gerelateerd aan de activiteit(en).
Materiële investeringen kunnen voor 1/3 deel van de kosten gesubsidieerd worden. Dit gaat alleen om materialen die nodig zijn voor het uitvoeren van de activiteit(en). De huur van apparatuur kan volledig gesubsidieerd worden voor de duur van de activiteit(en).
Artikel 15:37
Wat zijn de voorwaarden bij deze subsidie?
Om subsidie te kunnen krijgen, moet uit de ingeleverde documenten (zoals genoemd in artikel 15:39) blijken dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- a.
het evenement vindt één keer per kalenderjaar plaats in de periode van 2027-2028, in Breda, op de Nationale Dag van het Kasteel;
- b.
de aanvraag bevat een projectplan voor het organiseren van een erfgoedevenement rondom het Nassauverleden van Breda betrekking hebbende op de kalenderjaren 2027 en 2028, waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de criteria zoals genoemd in artikel 15:41;
- c.
de subsidieaanvrager heeft aantoonbare ervaring met erfgoededucatie en het Nassauverleden, of gaat een inhoudelijke samenwerking aan met een organisatie met aantoonbare ervaring met erfgoededucatie en het Nassauverleden;
- d.
de subsidieaanvrager heeft vaker gewerkt in de gemeente Breda of gaat een inhoudelijke samenwerking aan met een in de gemeente Breda gevestigde cultureel erfgoed organisatie;
- e.
de aanvrager komt alle geldende richtlijnen, voorwaarden en procedures uit het gemeentelijke evenementenbeleid na;
- f.
de subsidieaanvrager onderschrijft en voldoet aan de volgende eisen:
- i.
Code Diversiteit & Inclusie: de subsidieaanvrager formuleert in de aanvraag minimaal drie realistische doelstellingen voor de eigen organisatie op basis van deze code;
- ii.
Fair Practice Code: de subsidieaanvrager heeft vanaf 1 januari 2025 een beloningsbeleid binnen de organisatie volgens de landelijke richtlijnen over eerlijke beloning in de culturele sector;
- iii.
de aanvrager heeft een duidelijke visie en omschrijving van de organisatiestructuur en beleid op een veilige werkomgeving.
Artikel 15:38
Hoeveel subsidie is er?
- 1.
Het maximaal subsidiebedrag (subsidieplafond) per kalenderjaar voor de periode 2027-2028 is € 43.582,00
- 2.
Iedere subsidieaanvrager kan een bedrag van maximaal € 43.582,00 subsidie aanvragen.
- 3.
Alle hiervoor genoemde bedragen zijn exclusief eventuele indexatie voor het jaar 2028.
Artikel 15:39
Wat is er nodig bij de aanvraag?
- 1.
Bij de subsidieaanvraag moeten de volgende documenten worden meegestuurd:
- a.
een projectplan waarin duidelijk wordt gemaakt dat wordt voldaan aan de voorwaarden en doelstellingen zoals beschreven in artikel 15:32 en artikel 15:37;
- b.
een activiteitenbegroting voor 2027 en 2028 waarin de inkomsten en uitgaven gelijk zijn aan elkaar;
- c.
een toelichting op het dekkingsplan met de beoogde cofinanciering;
- d.
een uittreksel uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel en, indien van toepassing, de statuten. Deze documenten worden opgevraagd op basis van artikel 15.34;
- e.
een portfolio of overzicht van aantoonbare ervaring in het organiseren van evenementen, erfgoededucatie en het Nassauverleden (eventueel van samenwerkingspartner);
- f.
in het geval van samenwerking: een samenwerkingsovereenkomst of intentieverklaring.
- 2.
Een onvolledige aanvraag (met uitzondering van administratieve aanvullingen) of een aanvraag die niet voldoet aan de voorwaarden zoals benoemd in artikel 15:6 wordt niet inhoudelijk beoordeeld.
- 3.
Als er sprake is van staatssteun en een van de de-minimisverordeningen van toepassing is, vraagt de gemeente een de-minimisverklaring op.
Artikel 15:40
Wanneer moet de aanvraag zijn ontvangen?
Een subsidieaanvraag moet bij burgemeester en wethouders ingeleverd zijn vóór 1 juli 2026, voor het subsidiejaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd.
Artikel 15:41
Hoe wordt de subsidie verdeeld?
Er is subsidie beschikbaar voor één aanvrager. De burgemeester en wethouders verdelen het subsidieplafond met een tenderprocedure op de volgende manier:
- 1.
De volledig en tijdig ingediende aanvragen worden gehonoreerd op volgorde van behaalde punten van hoog naar laag. Er wordt hierbij gebruik gemaakt van deze beoordelingscriteria:
- a.
Inhoudelijke kwaliteit en erfgoedwaarde
De aanvraag laat zien dat het erfgoedevenement goed is opgezet en van waarde is voor het erfgoed van Breda. De organisator toont aan een verbindende rol te spelen binnen de erfgoedgemeenschap.
- b.
Zakelijke kwaliteit
Dit blijkt uit een gezonde bedrijfsvoering, een goede mix van financieringsbronnen (minimaal 30% cofinanciering), een duidelijke risicoanalyse, aantoonbaar ondernemerschap en toepassing van de Fair Practice Code. De aanvrager heeft een duidelijke visie en omschrijving van de organisatiestructuur en beleid op een veilige werkomgeving.
- c.
Identiteit van Breda als Nassaustad
De activiteiten versterken de positie van Breda als Nassaustad en dragen bij aan de promotie van de stad. De historische relatie tussen Breda en het Huis Nassau en het Huis Oranje‑Nassau wordt duidelijk en passend gepresenteerd.
Er is sprake van samenwerking met erfgoedlocaties, vrijwilligers, erfgoedorganisaties, de kunst- en cultuursector, het onderwijs en lokale partners.
- d.
Toegankelijkheid en publiekswerking
De activiteiten zijn bedoeld voor een breed publiek zoals gezinnen, inwoners, bezoekers en toeristen. De organisator laat zien hoe erfgoedparticipatie wordt vergroot, bijvoorbeeld via educatie, workshops en rondleidingen. De Code Diversiteit en Inclusie wordt toegepast. Dit blijkt uit maatregelen die de fysieke en inhoudelijke toegankelijkheid verbeteren.
- 2.
De aanvragen worden gerangschikt op basis van het totaal aantal punten. De aanvraag met de meeste punten komt voor subsidie in aanmerking.
Het aantal punten per criterium hangt af van de mate waarin de aanvraag aan het criterium voldoet.
In de toelichting op deze paragraaf staat hoe de criteria worden gewogen en beoordeeld. Per criterium kunnen er maximaal 100 punten toegekend worden. Het maximaal totaal aantal punten dat toegekend kan worden is 400 punten.
- 3.
Minimumscore per criterium: Een aanvraag wordt afgewezen als op één van de beoordelingscriteria minder dan 51 punten wordt behaald.
- 4.
Minimumscore totaal: Een aanvraag wordt afgewezen als in totaal minder dan 240 punten wordt behaald.
- 5.
Gelijke scores, eerstvolgende criterium: Als aanvragen op hetzelfde totaal aantal punten eindigen, bepaalt de score op het criterium Identiteit van Breda als Nassaustad de rangschikking. De aanvraag met de hoogste score op dit criterium eindigt hoger.
- 6.
Gelijke scores na toepassing van criterium: Als na de beoordeling nog steeds sprake is van gelijke scores, wordt door middel van loting bepaald welke aanvraag wordt toegekend.
Artikel 15:42
Wanneer wordt besloten op de subsidieaanvraag?
- 1.
Burgemeester en wethouders beslissen binnen dertien weken nadat de indientermijn is gesloten.
- 2.
Burgemeester en wethouders kunnen de termijn van dertien weken nog eens met maximaal dertien weken verlengen.
Artikel 15:43
Wanneer kan de subsidie geweigerd worden?
- 1.
Burgemeester en wethouders kunnen de subsidie weigeren als een van de weigeringsgronden uit de Algemene wet bestuursrecht of de ASV van toepassing is.
- 2.
Burgemeester en wethouders kunnen de subsidie ook weigeren als:
- a.
de aanvrager niet binnen de doelgroep als bedoeld in artikel 15:34 valt;
- b.
de aanvrager niet voldoet aan de voorwaarden uit artikel 15:37;
- c.
de aanvraag onvoldoende concreet is over de activiteiten;
- d.
de uitvoering van de activiteiten niet realistisch is;
- e.
subsidieverlening niet past binnen het erfgoedbeleid;
- f.
uit de financiële beoordeling blijkt dat het aangevraagde subsidiebedrag hoger is dan noodzakelijk voor de uitvoering van de activiteiten.
Artikel 15:44
Welke verplichtingen horen bij deze subsidie?
- 1.
In de ASV staan algemene verplichtingen die horen bij het ontvangen van subsidie.
- 2.
Naast de algemene verplichtingen gelden de volgende verplichtingen die horen bij het ontvangen van subsidie:
- a.
De subsidieontvanger stelt rechtenvrij beeld- en/of videomateriaal beschikbaar voor informatievoorziening en/of stadspromotie;
- b.
De subsidieontvanger neemt deel aan belangrijke (data)onderzoeken waarvoor de gemeente Breda opdracht geeft;
- c.
De subsidieontvanger noemt de gemeente Breda in publiciteits- en communicatie-uitingen;
- d.
De subsidieontvanger informeert het college of de beoogde cofinanciering, zoals bedoeld in artikel 15:41, eerste lid, sub b.
Artikel 15:45
Afwijkingsmogelijkheid
Naast de Algemene wet bestuursrecht geldt ook de ASV voor deze subsidie. Als daarvan wordt afgeweken, dan staat dat in deze paragraaf.
Artikel 15:46
Vervalbepaling
Deze paragraaf vervalt op 1 januari 2029 maar blijft gelden voor aanvragen die vallen onder deze paragraaf en voor besluiten op die aanvragen.
F.
Hoofdstuk 16 wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:
Hoofdstuk 16 Samen werken aan de basis Breda schooljaar 2026-2027
Paragraaf 16.1 Algemeen
Artikel 16:1 Doel subsidie
- 1.
Deze subsidie heeft als doel om praktijkgerichte initiatieven te ondersteunen die bijdragen aan het versterken van de pedagogische basis in en met het Bredase onderwijs. De subsidie maakt het mogelijk om in de praktijk bij te dragen aan de doelen van het programma Samen werken aan de Basis.
- 2.
Het uiteindelijke doel is dat alle Bredase kinderen gezond, veilig en kansrijk kunnen opgroeien. Dit wordt bereikt door
- a.
Het vergroten van ontwikkelkansen van jeugdigen, door interventies en ondersteuning te richten op het collectief, de school, nog voordat er individuele hulpvragen ontstaan.
- b.
Het versterken van de samenwerking tussen professionals (onderwijs, jeugdhulp en sociale basis) door samen te werken in én rondom de school, met gedeelde doelen en gezamenlijke actie.
- c.
Het ondersteunen van het onderwijsveld bij het herkennen, duiden en aanpakken van collectieve pedagogische en sociaal-emotionele behoeften in de school,- of klassikale context, zodat leraren en ondersteunende professionals handelingskracht ervaren.
- 3.
Zo behalen burgemeester en wethouders hun beleidsdoelen beschreven in Pact 3 van Verbeter Breda, het Bestuursakkoord 2022-2026, en de ‘Onderwijsvisie Kansrijk ontwikkelen in Breda’.
Artikel 16:2 Betekenissen
In deze subsidieregeling betekent:
- –
- –
impuls: het stimuleren van een project dat passend is binnen de ambities in het Bredase programma Samen werken aan de basis;
- –
interventie: beschrijvingen van programma's voor steun en hulp bij opgroeien en opvoeden;
- –
pedagogische basis: de pedagogische basis bestaat uit alle contacten, sociale relaties en leefomgevingen die bijdragen aan het opgroeien van kinderen. Dat zijn bijvoorbeeld buren, vrienden, leerkrachten, medewerkers van de opvang en sporttrainers. Iedereen heeft een rol: als samenleving vormen we samen het fundament voor opgroeien. Niet alleen professionals, maar alle mensen om kinderen heen;
- –
project: de uitvoering van de activiteiten in de projectaanvraag in het kader van het Bredase programma Samen werken aan de basis, waar subsidie voor wordt aangevraagd en dat geen winstoogmerk mag hebben;
- –
projectorganisatie: de organisatie verantwoordelijk voor de uitvoering van de activiteiten in de projectaanvraag in het kader van het Bredase programma Samen werken aan de basis, waar subsidie voor wordt aangevraagd;
- –
programmateam SWAB: gemeentelijk team dat met de uitvoer van het programma SWAB belast is;
- –
- –
SWAB: collegeprogramma Samen werken aan de (pedagogische) basis Gemeente Breda, zoals vastgesteld op 2 december 2024
Artikel 16:3 Voor wie is deze subsidie bedoeld?
Subsidie op grond van dit hoofdstuk kan worden aangevraagd door scholen voor regulier onderwijs gevestigd in de gemeente Breda.
Artikel 16:4 Welke activiteiten komen voor deze subsidie in aanmerking?
De subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten die bijdragen aan het halen van de ambities uit het Bredase programma Samen werken aan de (pedagogische) basis. De activiteiten dragen bij aan de twee beschreven bewegingen, te weten:
- a.
het versterken van het pedagogisch klimaat op school;
- b.
de aansluiting van het onderwijs aan de leefwerelden gezin, wijk en online.
Artikel 16:5 Wat zijn de voorwaarden bij deze subsidie?
Om subsidie te kunnen ontvangen, moet aan alle van de volgende voorwaarden zijn voldaan:
- a.
de aanvrager valt binnen de doelgroep als bedoeld in artikel 16:3 (school in de gemeente Breda );
- b.
de aanvraag voldoet aan de vereisten van artikel 16:7 (complete aanvraag);
- c.
de activiteiten vinden plaats in schooljaar 2026/2027;
- d.
het projectplan bevat een volledige en duidelijke beschrijving van alle onderstaande onderwerpen. Als één of meer van deze onderdelen ontbreken, wordt de aanvraag als onvolledig beschouwd en kan geen subsidie worden verstrekt:
- i.
omschrijving van het project en de activiteiten;
- ii.
- iii.
beschrijving van de doelgroep voor het project;
- iv.
beschrijving van de projectorganisatie in taken, rollen en verantwoordelijkheden van de betrokken professionals, inclusief de rol van het Regionaal Samenwerkingsverband Passend Onderwijs (RSV);
- v.
omschrijving van hoe het project en de activiteiten bijdragen aan het doel van het programma Samen werk aan de (pedagogische) basis zoals omschreven in artikel 16:1;
- vi.
omschrijving van hoe het project en de activiteiten bijdragen aan de twee bewegingen van het programma Samen werken aan de (pedagogische) basis zoals genoemd in artikel 16:4, eerste lid;
- vii.
omschrijving van hoe de resultaten en effecten worden gemeten;
- viii.
omschrijving van hoe er wordt bijgedragen aan kennisdeling ten behoeve van de twee beschreven bewegingen.
Artikel 16:6 Hoeveel subsidie is er?
- 1.
Het maximale subsidiebedrag (subsidieplafond) voor schooljaar 2026/2027 is € 400.000,-.
- 2.
Iedere school kan voor maximaal twee projecten voor in totaal maximaal €60.000,- subsidie aanvragen.
Paragraaf 16.2 Subsidieaanvraag
Artikel 16:7 Wat is er nodig bij de aanvraag?
Bij de subsidieaanvraag moeten de volgende documenten worden meegestuurd:
- a.
een volledig ingevuld door burgemeester en wethouders vastgesteld aanvraagformulier op de website van de gemeente Breda;
- b.
een projectplan zoals beschreven in artikel 16:5 onder d;
- c.
een activiteitenbegroting in het verplichte door burgemeester en wethouders voorgeschreven format in Excel, waarin de inkomsten en uitgaven gelijk zijn aan elkaar.
Artikel 16:8 Wanneer moet de aanvraag zijn ontvangen?
Een aanvraag voor subsidie kan worden ingediend de dag na datum van bekendmaking in het Gemeenteblad van dit hoofdstuk tot en met 15 mei 2026.
Paragraaf 16.3 Subsidiebehandeling
Artikel 16:9 Hoe wordt de subsidie beoordeeld en verdeeld?
- 1.
Op basis van het beoordelingsformat (zoals opgenomen in bijlage 9 wordt een volledig ingediende aanvraag beoordeeld met behulp van een puntentoekenning.
- 2.
Aanvragen worden beoordeeld op basis van:
- a.
haalbaarheid en kans op succes: vertrouwen dat de organisatie de activiteiten succesvol uitvoert;
- b.
effectiviteit: kwaliteit van de bijdrage aan de in artikel 16:1 en 16:4 geformuleerde doelen en bewegingen;
- c.
resultaten: mate waarin inzicht wordt gegeven in de manier waarop de resultaten en effecten van de activiteiten worden gemeten;
- 3.
De gevraagde subsidie wordt geweigerd als in totaal minder dan 70 punten zijn behaald. Daarnaast wordt de gevraagde subsidie geweigerd als niet voor elk van de drie onderdelen een minimum aantal punten is behaald: voor het onderdeel haalbaarheid minimaal 20 punten; voor het onderdeel effectiviteit minimaal 30 punten; voor het onderdeel resultaten minimaal 10 punten.
- 4.
Als er niet genoeg budget is om alle aanvragen met genoeg punten subsidie te geven, dan krijgen de aanvragen met de meeste punten het eerst subsidie; tot het subsidieplafond bereikt is. Als twee of meer aanvragen evenveel punten hebben, wordt gekeken naar de datum waarop de aanvraag is ontvangen, zoals bedoeld in lid 6. De aanvraag die het eerst is ontvangen, krijgt dan voorrang. Als ook dat geen onderscheid oplevert wordt de rangorde bepaald door middel van loting. De loting zal worden verricht onder verantwoordelijkheid van een door burgemeester en wethouders aan te wijzen notaris.
- 5.
Als een aanvraag niet compleet is bij sluiting van de aanvraagtermijn en de ontbrekende gegevens van invloed zijn op de beoordeling, wordt de aanvraag afgewezen.
- 6.
Vanaf het moment dat burgemeester en wethouders hiertoe gelegenheid bieden, krijgt de aanvrager een hersteltermijn van twee weken voor het corrigeren van kennelijke schrijffouten of administratieve omissies die niet van invloed zijn op de inhoudelijke beoordeling. Als de aanvrager binnen deze hersteltermijn de gevraagde correctie aanlevert, geldt als ontvangstdatum van de aanvraag de datum waarop de initiële aanvraag is ingediend.
Artikel 16:10 Wanneer wordt besloten op de subsidieaanvraag?
- 1.
Burgemeester en wethouders beslissen binnen 13 weken na het sluiten van het aanvraagtijdvlak.
- 2.
Burgemeester en wethouders kunnen de termijn van 13 weken nog eens met maximaal 13 weken verlengen.
Artikel 16:11 Wanneer kan de subsidie geweigerd worden?
- 1.
Burgemeester en wethouders kunnen de subsidie weigeren als een van de weigeringsgronden van de ASV of de artikelen 4:25 en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is.
- 2.
Burgemeester en wethouders kunnen de subsidie ook weigeren als niet wordt voldaan aan de voorwaarden zoals genoemd in artikel 16:5.
Paragraaf 16.4 Subsidieverstrekking
Artikel 16:12 Welke verplichtingen horen bij deze subsidie?
- 1.
In de ASV staan algemene verplichtingen die horen bij het ontvangen van subsidie.
- 2.
Naast de algemene verplichtingen gelden de volgende verplichtingen die horen bij het ontvangen van subsidie:
- a.
de subsidieontvanger levert uiterlijk vier weken na afronding van de activiteiten een verslag aan met conclusies, geleerde lessen en aanbevelingen;
- b.
de vrijwilligers, die jeugdigen of ouders in kwetsbare posities begeleiden, beschikken over een verklaring omtrent gedrag (VOG). De subsidieontvanger bewaakt en registreert dit, zodat op verzoek van burgemeester en wethouders bewijs kan worden geleverd;
- c.
de activiteit wordt uitgevoerd door medewerkers die aantoonbaar beschikken over kwalificaties om jeugdigen, ouders of opvoeders in kwetsbare posities te ondersteunen.
Artikel 16:13 Hoe moet de subsidie worden verantwoord?
- 1.
De aanvraag tot vaststelling moet uiterlijk binnen zestien weken nadat de activiteiten zijn verricht worden ingediend.
- 2.
De aanvraag tot vaststelling bevat gegevens zoals gevraagd in artikel 13 tot en met 15 van de ASV.
G.
Artikel 18:6 wordt gewijzigd en komt te luiden:
Artikel 18:6 Subsidieplafond
- 1.
Voor subsidieverlening op grond van deze regeling geldt voor 2026 een subsidieplafond van € 6.912.457 en voor 2027 een subsidieplafond van € 6.618.749 (exclusief eventuele indexering)
- 2.
Het subsidieplafond bedoeld in het eerste lid, wordt verdeeld per jaar in de volgende deelplafonds:
|
Cat
|
Omschrijving
|
Verhoging maart 2026
|
2026 (vernieuwd in maart 2026)
|
2027
|
|
A
|
Inloopvoorziening dak- en thuisloze mensen
|
€ 25.000
|
€ 293.708
|
-
|
|
B
|
Programmatisch activiteitenaanbod dak- en thuisloze mensen
|
-
|
€ 542.774
|
€ 542.774
|
|
C
|
Maatschappelijk Steunsysteem
|
-
|
€ 269.212
|
€ 269.212
|
|
D
|
Bemoeizorg
|
-
|
€ 1.392.692
|
€ 1.392.692
|
|
E
|
Straatteam
|
-
|
€ 176.000
|
€ 176.000
|
|
F
|
Verslavingspreventie
|
-
|
€ 669.159
|
€ 669.159
|
|
G
|
Dag- en nachtopvang
|
-
|
€ 2.635.357
|
€ 2.635.357
|
|
H
|
Crisiswoningen
|
-
|
€ 753.119
|
€ 753.119
|
|
I
|
Tussenvoorziening MCB
|
-
|
€ 63.836
|
€ 63.836
|
|
J
|
Tussenvoorziening Warm Thuis Breda
|
-
|
€ 116.600
|
€ 116.600
|
|
Totaal
|
|
€ 25.000
|
€ 6.912.457
|
€ 6.618.749
|
- 3.
Van het in het tweede lid vastgestelde subsidieplafond voor Bemoeizorg is een bedrag van € 52.817 voor 2026 en 2027 niet benut. Dit bedrag wordt in maart 2026 opnieuw opengesteld voor het indienen van aanvragen.
- 4.
Als na indiening van subsidieaanvragen of nadat burgemeester en wethouders hebben besloten op ingediende subsidieaanvragen, het subsidieplafond als bedoeld in het eerste en tweede lid, door burgemeester en wethouders worden verhoogd of opnieuw gedeeltelijk open wordt gesteld, kunnen aanvullende subsidieaanvragen worden ingediend die betrekking hebben op ophoging van dit plafond. Daarbij gelden dezelfde voorwaarden als in deze regeling is beschreven, met uitzondering van artikel 18:5 lid 3 en lid 4.
- 5.
Als gedurende het jaar een activiteit wordt toegevoegd aan artikel 18:3 en hiertoe een subsidieplafond als bedoeld in het vorige lid, door burgemeester en wethouders worden vastgesteld, kunnen subsidieaanvragen worden ingediend die betrekking hebben op dit plafond. Daarbij gelden dezelfde voorwaarden als in deze regeling is beschreven, met uitzondering van artikel 18:5 lid 3 en lid 4.
- 6.
Aanvullende subsidieaanvragen, na een plafondophoging, opnieuw gedeeltelijke openstelling of toevoeging zoals bedoeld in lid 3 en 4, kunnen worden ingediend op de dag na bekendmaking tot twee weken na bekendmaking.
H.
Hoofdstuk 20 wordt gewijzigd en komt te luiden:
Hoofdstuk 20 Bredaas leefstijlakkoord kleine initiatieven 2026, voor initiatieven kleiner dan of gelijk aan €5.000,-
Paragraaf 20.1 Algemeen
Artikel 20:1 Doel subsidie
- 1.
Deze subsidie is bedoeld om activiteiten binnen een project te steunen die mensen in Breda helpen gezonder te leven en gezonde keuzes te maken.
- 2.
Deze subsidie is bedoeld om partners te ondersteunen om samen projecten uit te voeren die passen bij de ambities van het Bredaas Leefstijlakkoord. Zodat er laagdrempelige en preventieve activiteiten in de stad plaatsvinden, met extra aandacht voor kwetsbare doelgroepen.
- 3.
Het is belangrijk dat organisaties in de stad beter samenwerken, dat initiatieven elkaar versterken en dat er zo efficiënter en effectiever wordt gewerkt.
- 4.
Deze subsidie is bedoeld voor kleine initiatieven die niet meer dan € 5.000,- subsidie aanvragen.
Artikel 20:2 Betekenissen
In dit hoofdstuk betekent:
- –
Bredaas Leefstijlakkoord: Bredaas leefstijlakkoord (2023-2026), vastgesteld door burgemeester en wethouders op 20 september 2023. Dit is een akkoord dat bedoeld is om de gezondheid van iedereen te bevorderen en te behouden door het leggen van een goede basis voor deelname aan de samenleving en het bevorderen van het maken van gezonde keuzes;
- –
Samenwerkingsverband: Een samenwerkingsverband, bestaat uit een samenwerking tussen minstens twee partners die fysiek gevestigd zijn in gemeente Breda. Alle partners zijn ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel.
- –
Penvoerder: een door het samenwerkingsverband aangewezen partner die mede namens de andere partners in het samenwerkingsverband de subsidieaanvraag indient en verantwoordelijkheid draagt voor de naleving van de eisen in dit hoofdstuk alsmede voor de uitvoering van de in de beschikking aangeduide subsidiabele activiteiten, de daaraan verbonden verplichtingen en de aanvraag voor subsidievaststelling en waarbij aan de penvoerder betaalde voorschotten en subsidiebetalingen, gelden als betalingen aan de van het samenwerkingsverband deel uitmakende subsidieontvangers, zijnde de partners.
Artikel 20:3 Voor wie is deze subsidie bedoeld?
- 1.
De subsidie is bedoeld voor partners in een samenwerkingsverband.
- 2.
De partners werken samen aan een project om de doelen en ambities van het Bredaas leefstijlakkoord te bereiken. Hierbij zijn de partners actief betrokken, helpen elkaar, verdelen de middelen, voelen zich verantwoordelijk en dragen inhoudelijk evenredig bij aan het project ieder met hun eigen verantwoordelijkheid en risico.
- 3.
De activiteiten binnen het project dragen bij aan het doel van de subsidie zoals beschreven in artikel 20.1 en het thema gezonde sportomgeving, inclusief ambities, van het Bredaas Leefstijlakkoord zoals genoemd in artikel 20:4.
Artikel 20:4 Welke activiteiten komen voor subsidie in aanmerking?
Er is subsidie voor activiteiten in een project die bijdragen aan het halen van de ambities die opgenomen zijn in het thema gezonde sportomgeving uit het Bredaas Leefstijlakkoord. Hierdoor wordt gewerkt aan de ambities uit het beleidskader Bredaas Leefstijlakkoord 2023-2026.
Ambities:
- •
Bredaase sport- en beweegaanbieders werken aan hun toekomstbestendigheid en weten waar zij terecht kunnen met hulpvragen en voor ondersteuning.
- •
Er is voldoende, passend sport- en beweegaanbod. Ook voor Bredanaars die belemmeringen ervaren met sporten en bewegen.
- •
Bredase sport- en beweegaanbieders bieden een sociale, veilige en inclusieve sportomgeving.
- •
Bredase sport- en beweegaanbieders werken aan een gezonde sportomgeving en hebben aandacht voor NIXX18, rookvrije accommodatie en een gezonde sportkantine.
Artikel 20:5 Wat zijn de voorwaarden bij deze subsidie?
Om subsidie te kunnen ontvangen, moet aan de volgende voorwaarden zijn voldaan:
- a.
de aanvraag voldoet aan artikel 20:3;
- b.
de aanvrager maakt gebruik van het verplichte format voor het projectplan dat op de website van de gemeente Breda staat en voegt een sluitende activiteitenbegroting in het verplichte format in Excel toe, die apart is geüpload op de website;
- c.
Het projectplan is volledig ingevuld en rechtsgeldig ondertekend.
- d.
het project draagt bij aan het thema gezonde sportomgeving en draagt bij aan minimaal één ambitie zoals beschreven staat in het Bredaas Leefstijlakkoord, genoemd in artikel 20:4, eerste lid;
- e.
de activiteiten van het project vinden plaats en zijn afgerond in 2026;
- f.
de ontvangen subsidie moet in 2026 besteed zijn;
- g.
een partner mag binnen dit hoofdstuk maximaal twee keer deelnemen als partner in een aanvraag;
- h.
het project vindt plaats op het grondgebied van de gemeente Breda;
- i.
het project mag geen winstoogmerk hebben;
- j.
loonkosten worden alleen vergoed als deze direct bij het project horen en extra zijn naast het gewone werk. Het maximale tarief is € 85,- per uur inclusief btw.
- k.
het project moet een nieuw project zijn binnen de gemeente Breda.
- l.
draagvlak voor uitvoer van een activiteit/project is getoetst bij de doelgroep/instelling/organisatie via waar de doelgroep bereikt wordt, voordat de subsidie wordt aangevraagd.
Artikel 20:6 Projectplan
Het verplichte projectplan is volledig ingevuld en bevat een duidelijke inhoudelijke beschrijving van:
- a.
introductie over de partners
- b.
duidelijke omschrijving van het project:
- i.
wat wordt er precies georganiseerd;
- ii.
waarom is het project nodig;
- iii.
welke activiteiten worden concreet uitgevoerd;
- iv.
waarom is dit project nieuw.
- c.
doelgroepomschrijving:
- i.
wie is de doelgroep van het project;
- ii.
waarom is het project voor deze doelgroep van belang;
- d.
uitleg samenwerkingspartners en stakeholders:
- i.
met welke organisatie/partner wordt het project georganiseerd;
- ii.
- iii.
maak duidelijk hoe de verdeling is van de inhoudelijke samenwerking;
- iv.
beschrijf op welke manier getoetst is wat het draagvlak is, bij welke doelgroep/instelling/organisatie dit getoetst is en wat het resultaat hiervan is;
- e.
locatie van het project, waar vindt het project plaats;
- f.
planning, wanneer vindt het project plaats;
- g.
uitleg over het belang van dit project voor Breda in relatie tot het leefstijlakkoord:
- i.
leg uit waarom het project gerealiseerd moet worden;
- ii.
maak duidelijk waarom dit project belangrijk is voor Breda;
- iii.
beschrijf de relatie tot het bestaande aanbod binnen Breda;
- iv.
maak duidelijk op welke manier dit project versterkend werkt;
- v.
maak duidelijk hoe dit project bijdraagt aan de ambities van de gezonde sportomgeving zoals beschreven in het Bredaas Leefstijlakkoord;
- h.
uitleg over hoe het project georganiseerd wordt:
- i.
wat is er nodig om het project te kunnen realiseren;
- ii.
hoe wordt het project geborgd;
- i.
voorwaarden en risico's:
- i.
wat zijn de randvoorwaarden van het project;
- ii.
welke risico’s zijn er voor het project.
Artikel 20:7 Hoeveel subsidie is er?
- 1.
Het maximale subsidiebedrag (subsidieplafond) voor het jaar 2026 is € 70.000,-.
- 2.
Ieder samenwerkingsverband kan maximaal € 5000,- subsidie aanvragen.
Artikel 20:8 Subsidiabele kosten
- 1.
Subsidie wordt alleen gegeven voor:
- a.
materiaalkosten: het maken van kosten voor materialen die ondersteunend zijn aan de uitvoering van de activiteiten waar subsidie voor wordt aangevraagd, deze bedragen minder dan 10% van het aangevraagde bedrag;
- b.
communicatiemiddelen voor PR/marketing dat minder dan 10% bedraagt van het totaal aangevraagde bedrag;
- c.
het inhuren van een gastspreker of een expert;
- d.
het organiseren van een bijeenkomst, workshop of training;
- e.
loonkosten, als deze voldoen aan de voorwaarden uit artikel 20:5, onder k;
- f.
het ontwikkelen of uitvoeren van een activiteit die een bijdrage levert aan de ambities van het Bredaas Leefstijlakkoord.
- 2.
Er wordt onder meer geen subsidie gegeven voor:
- a.
vrijwilligersvergoedingen;
- b.
- c.
huisvestingskosten en organisatiekosten zoals gedefinieerd in de verplichte activiteitenbegroting;
- d.
kosten voor eten en drinken, tenzij aangetoond wordt dat deze een belangrijk onderdeel van het project vormen om de gezondheid van de deelnemers te verbeteren;
- e.
kosten voor representatie, reizen en verblijven inclusief entreekosten;
- f.
investeringskosten in materialen of diensten zoals een voertuig;
- g.
activiteiten waarvoor een van de partners in het samenwerkingsverband al subsidie heeft gekregen;
- h.
- i.
kosten die in de aanvraag zijn opgenomen voor ureninzet voor het realiseren van de subsidieaanvraag, evaluatie en/of verantwoording;
- j.
kosten communicatiemiddelen voor PR/marketing voor zover deze gezamenlijk méér bedragen dan 10% van het aangevraagde bedrag.
Paragraaf 20.2 Subsidieaanvraag
Artikel 20:9 Wat is er nodig bij de aanvraag?
- 1.
De aanvraag voor subsidie wordt gedaan door de penvoerder van het samenwerkingsverband.
- 2.
De aanvraag wordt ingediend via de website van de gemeente Breda. Bij de subsidieaanvraag moeten de volgende documenten worden meegestuurd:
- a.
een ingevuld webformulier op de website van de gemeente;
- b.
een volledig ingevuld en rechtsgeldig ondertekend projectplan in het verplichte format van maximaal vier pagina’s exclusief de planning; en
- c.
een activiteitenbegroting in het verplichte format in Excel, waarin de inkomsten en uitgaven gelijk zijn aan elkaar.
Artikel 20:10 Wanneer moet de aanvraag zijn ontvangen?
Een subsidieaanvraag kan worden ingediend bij burgemeester en wethouders vanaf maandag 13 april 10.00 uur tot en met 10 juli 2026.
Paragraaf 20.3 Subsidiebehandeling
Artikel 20:11 Hoe wordt de subsidie verdeeld?
- 1.
Als het totaal aan aangevraagde subsidies het beschikbare subsidieplafond overschrijdt, wordt de subsidie verdeeld op volgorde van binnenkomst van volledige aanvragen.
- 2.
Als een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt als datum van binnenkomst de dag waarop de subsidieaanvraag aangevuld en compleet gemaakt is als bedoeld in artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 20:12 Wanneer wordt besloten op de subsidieaanvraag?
- 1.
Burgemeester en wethouders beslissen binnen dertien weken nadat zij de aanvraag hebben ontvangen.
- 2.
Burgemeester en wethouders kunnen de termijn van dertien weken nog eens met maximaal dertien weken verlengen.
Artikel 20:13 Wanneer kan de subsidie geweigerd worden?
- 1.
Burgemeester en wethouders kunnen de subsidie weigeren als een van de weigeringsgronden van de ASV of de artikelen 4:25 en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is.
- 2.
Burgemeester en wethouders kunnen de subsidie ook (deels) weigeren als:
- a.
niet wordt voldaan aan de voorwaarden zoals genoemd in artikel 20:5;
- b.
niet wordt voldaan aan de voorschriften zoals genoemd in artikel 20:7;
- c.
er geen sprake is van subsidiabele kosten als bedoeld in artikel 20:8; of
- d.
de aangevraagde middelen niet doelmatig worden ingezet binnen het project en niet in redelijke verhouding staan tot de beoogde doelen en ambities van het Leefstijlakkoord.
Paragraaf 20.4 Subsidieverstrekking
Artikel 20:14 Welke verplichtingen horen bij deze subsidie?
- 1.
In de ASV staan algemene verplichtingen die horen bij het ontvangen van subsidie.
- 2.
Naast de algemene verplichtingen gelden de volgende verplichtingen die horen bij het ontvangen van subsidie:
- a.
de subsidieontvanger zorgt voor beeldmateriaal van de uitgevoerde projecten en/of gepleegde acties. Dit beeldmateriaal wordt ter beschikking gesteld aan de burgemeester en wethouders;
- b.
de subsidieontvanger deelt de resultaten en opgedane ervaringen bij de uitvoering van het project binnen 13 weken nadat het evaluatieformulier door burgemeester en wethouders is toegestuurd. Dit evaluatieformulier wordt uiterlijk 1 februari 2027 vanuit burgermeesters en wethouders naar u toegestuurd. Deze informatie kan in de toekomst beschikbaar gesteld worden voor andere vervolginitiatieven die bijdragen aan het stimuleren van een gezonde leefstijl, sport en bewegen.
I.
Hoofdstuk 21 wordt gewijzigd en komt te luiden:
Hoofdstuk 21 Bredaas Leefstijlakkoord grote initiatieven 2026 voor initiatieven groter dan € 20.000,-
Paragraaf 21.1 Algemeen
Artikel 21:1 Doel subsidie
- 1.
Deze subsidie is bedoeld om activiteiten binnen een project te steunen die mensen helpen gezonder te leven in Breda.
- 2.
Deze subsidie is bedoeld om partners te ondersteunen om samen projecten uit te voeren die passen bij de ambities van het Bredaas Leefstijlakkoord. Zodat er laagdrempelige en preventieve activiteiten in de stad plaatsvinden met extra aandacht voor kwetsbare doelgroepen en/of aandachtswijken.
- 3.
Het is belangrijk dat organisaties in de stad beter samenwerken, dat initiatieven elkaar versterken en dat er zo efficiënter en effectiever wordt gewerkt.
- 4.
Dit hoofdstuk is bedoeld voor grote initiatieven die meer dan € 20.000,- subsidie aanvragen.
Artikel 21:2 Betekenissen
In dit hoofdstuk betekent:
- •
aandachtswijken: buurten die op verschillende punten slechter scoren dan gemiddeld in de stad. De buurten waarin bewoners vaker dan gemiddeld een laag inkomen hebben, een slechtere gezondheid ervaren, minder zelfredzaam zijn, waarin de kwaliteit van de leefomgeving lager is, er meer sprake is van overlast en onveiligheid etc. De aandachtbuurten zijn (de buurten die tevens vallen onder de gemeentelijke aanpak Aandachtswijken): Geeren Noord, Geeren Zuid, Biesdonk, Wisselaar, Doornbos, Linie, Tuinzigt, Schorsmolen / Fellenoord en de tussenliggende Haagdijken, Muizenberg, Kesteren, Brabantpark Oost (Epelenberg, Ringenbuurt/ Wilderen), Heuvel en Haagpoort);
- •
Bredaas Leefstijlakkoord: Bredaas leefstijlakkoord (2023-2026), vastgesteld door de burgemeester en wethouders op 19 september 2023. Dit is een akkoord dat bedoeld is om de gezondheid van iedereen te verbeteren bevorderen en te behouden. Het legt een goede basis voor deelname aan de samenleving en helpt mensen gezonde keuzes te maken;
- •
doorontwikkeling: een bestaand project wordt geoptimaliseerd om de impact te verbeteren, waarbij geleerd wordt van eerdere projecten op basis van een evaluatie;
- •
kwetsbare doelgroepen: doelgroepen in de samenleving die extra aandacht nodig hebben in relatie tot een gezonde en actieve leefstijl;
- •
samenwerkingsverband: Een samenwerkingsverband, bestaat uit een samenwerking tussen minstens drie partners die statutair gevestigd zijn in gemeente Breda. Alle partners zijn ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel;
- •
penvoerder: een door het samenwerkingsverband aangewezen partner die mede namens de andere partners in het samenwerkingsverband de subsidieaanvraag indient en verantwoordelijkheid draagt voor de naleving van de eisen in dit hoofdstuk alsmede voor de uitvoering van de in de beschikking aangeduide subsidiabele activiteiten, de daaraan verbonden verplichtingen en de aanvraag voor subsidievaststelling en waarbij aan de penvoerder betaalde voorschotten en subsidiebetalingen, gelden als betalingen aan de van het samenwerkingsverband deel uitmakende subsidieontvangers, zijnde de partners.
Artikel 21:3 Voor wie is deze subsidie bedoeld?
- 1.
De subsidie is bedoeld voor partners in een samenwerkingsverband.
- 2.
De partners werken samen aan een project om de doelen van het Bredaas leefstijlakkoord te bereiken. Hierbij zijn de partners actief betrokken, helpen elkaar, verdelen de middelen, voelen zich verantwoordelijk en dragen inhoudelijk evenredig bij aan het project, ieder met hun eigen verantwoordelijkheid en risico.
- 3.
De activiteiten binnen het project dragen bij aan het doel van de subsidie zoals beschreven in artikel 21.1 en aan een thema, inclusief ambities, van het Bredaas Leefstijlakkoord zoals genoemd in artikel 21:4.
Artikel 21:4 Welke activiteiten komen voor subsidie in aanmerking?
- 1.
Er is subsidie voor activiteiten in een project die bijdragen aan het halen van de van ambities die opgenomen zijn onder de thema’s uit het Bredaas Leefstijlakkoord. Hierdoor wordt gewerkt aan de ambities van het Bredaas leefstijlakkoord.
- 2.
Subsidie op grond van dit hoofdstuk kan aangevraagd worden voor de thema’s ‘aandacht voor mentale gezondheid’ of ‘gezonde keuzes makkelijker maken’.
- 3.
Het project moet bijdragen aan één of meer van onderstaande ambities:
- A.
Ambities Thema 1 Aandacht voor mentale gezondheid:
- I.
Praten over mentale gezondheid en suïcide wordt gebruikelijker.
- II.
Bredanaars weten waar ze laagdrempelige ondersteuning kunnen vinden en welke handvatten er zijn om met hun mentale gezondheid aan de slag te gaan
- III.
Er is aandacht voor het onderwerp suïcide en de preventie hiervan.
- B.
Ambities Thema 2 Gezonde keuzes makkelijker maken:
- I.
Bewoners weten van jongs af aan wat een gezonde leefstijl inhoudt. Balans is hier in het sleutelwoord.
- II.
Inwoners zijn voedselvaardig. We weten waar ons voedsel vandaan komt, waarom gezonde voeding belangrijk is en hierdoor is het gemakkelijkere om de gezonde keus te maken. Het zelf laten ervaren hoe eten groeit en hoe ons voedsel tot stand (koken/bereiden) komt leidt vaker tot meer gezonde keuzes. Het voldoende drinken van water en het eten van gezonde voeding, specifiek voldoende eten van groene en fruit zijn belangrijke elementen hierin.
- III.
Slaap is een essentieel onderdeel van een gezonde leefstijl. Daarom onderzoeken we wat mogelijke effectieve interventies zijn.
- IV.
We zetten ons in voor een rookvrije generatie.
Artikel 21:5 Wat zijn de voorwaarden voor deze subsidie?
Om subsidie te kunnen ontvangen, moet aan alle van de volgende voorwaarden zijn voldaan:
- a.
de aanvraag voldoet aan artikel 21:3;
- b.
het project draagt bij aan één of meer ambities van de thema's ‘Aandacht voor mentale gezondheid’ en ‘Gezonde keuzes makkelijker maken’ in artikel 21:4.
- c.
de activiteiten van het project moeten in 2026 plaatvinden en afgerond zijn.
- d.
de subsidie moet in 2026 besteed zijn;
- e.
een partner mag binnen dit hoofdstuk maximaal twee keer deelnemen als partner in een aanvraag;
- f.
een aanvrager mag binnen dit hoofdstuk maximaal één keer als penvoerder optreden;
- g.
het project vindt plaats op het grondgebied van gemeente Breda;
- h.
het project mag geen winstoogmerk hebben;
- i.
het project moet gericht zijn op een aandachtswijk of kwetsbare doelgroep in Breda, zoals beschreven in artikel 21:2;
- j.
de aanvraag moet vergezeld zijn van een sluitende activiteitenbegroting in het verplichte format in Excel, die apart is geüpload op de website;
- k.
bij de aanvraag moet een projectplan zijn toegevoegd volgens het verplichte format dat niet meer dan 7 pagina’s bevat en alle vereiste onderdelen uit artikel 21:8, eerste lid, onder c, bevat.
Artikel 21:6 Hoeveel subsidie is er?
- 1.
Het maximale subsidiebedrag (subsidieplafond) voor het jaar 2026 is € 250.000,- Dit bedrag is in twee subplafonds verdeeld over twee hoofdthema’s.
- 2.
Het subsidieplafond is verdeeld over de volgende twee deelplafonds:
- a.
€ 125.000, - voor projecten die bijdragen aan ‘Aandacht voor mentale gezondheid’.
- b.
€ 125.000, - voor projecten die bijdragen aan ‘Gezonde keuzes makkelijker maken’.
- 3.
Er kan subsidie aangevraagd worden voor één van de thema’s.
- 4.
Iedere subsidieaanvrager (samenwerkingsverband) kan minimaal € 20.000,- en maximaal € 45.000,- aanvragen.
Artikel 21:7 Subsidiabele kosten
- 1.
Subsidie wordt alleen gegeven voor:
- a.
materiaalkosten: het maken van materialen die ondersteunend zijn aan de uitvoering van de activiteiten waar subsidie voor wordt aangevraagd;
- b.
communicatie middelen voor PR/marketing dat minder dan 10% bedraagt van het totaal aangevraagde bedrag;
- c.
het inhuren van een gastspreker of een expert;
- d.
het organiseren van een bijeenkomst, workshop of training;
- e.
loonkosten als deze direct dienend zijn aan het project en extra zijn naast het gewone/dagelijkse werk. Het maximale tarief is € 85,00 per uur, inclusief btw. Dit moet duidelijk te zien zijn in de begroting;
- f.
het ontwikkelen of uitvoeren van een activiteit/programma dat een bijdrage levert aan de ambities van het Bredaas Leefstijlakkoord .
- 2.
Er wordt onder meer geen subsidie gegeven voor:
- a.
vrijwilligersvergoedingen;
- b.
- c.
huisvestingskosten en organisatiekosten zoals gedefinieerd in de verplichte activiteitenbegroting;
- d.
kosten voor eten en drinken, tenzij aangetoond wordt dat deze een belangrijk onderdeel van het project vormen om de gezondheid van de deelnemers te verbeteren;
- e.
activiteiten waarvoor een van de partners in het samenwerkingsverband al subsidies heeft gekregen;
- f.
kosten voor representatie, reizen en verblijf, inclusief entreekosten;
- g.
- h.
kosten die in de aanvraag zijn opgenomen voor ureninzet voor het realiseren van de subsidieaanvraag en/of de verantwoording;
- i.
kosten communicatiemiddelen voor PR/marketing voor zover deze gezamenlijk méér bedragen dan 10% van het aangevraagde bedrag.
Paragraaf 21.2 Subsidieaanvraag
Artikel 21:8 Wat is er nodig bij de aanvraag?
- 1.
De aanvraag voor subsidie wordt gedaan door de penvoerder van het samenwerkingsverband.
- 2.
De aanvraag wordt ingediend via de website van de gemeente Breda. Bij de subsidieaanvraag moeten de volgende documenten worden meegestuurd:
- a.
een volledig ingevuld aanvraagformulier op de website van de gemeente;
- b.
een activiteitenbegroting in het verplichte format in Excel, waarin de inkomsten en uitgaven gelijk zijn aan elkaar;
- c.
een projectplan in het verplichte format van maximaal zeven pagina's in pdf of doc en waarin de volgende onderdelen duidelijk beschreven staan:
- i.
Introductie: geef een korte introductie van de partners;
- ii.
Toelichting op het project: Wat is het project? Waarom is dit nodig? Welke activiteiten worden concreet uitgevoerd? Wat is er nodig om het project te realiseren? Hoe passen de activiteiten bij de ambities die in het Bredaas leefstijlakkoord 2023-2026 staan?
- iii.
Ambitie: aan welke ambitie van welk thema draagt de activiteit bij? En hoe draagt het project bij aan deze ambitie?
- iv.
Doelgroep van het project: Beschrijf op welke kwetsbare doelgroep/en of aandachtswijk het project zich richt, hoe deze doelgroep wordt bereikt en wat het deze doelgroep gaat opleveren/wat de meerwaarde voor hen is/en wat mag de doelgroep verwachten van de activiteit.
- v.
Draagvlak voor uitvoer van de activiteit/project: Is dit getoetst bij de doelgroep/instelling/organisatie via waar de doelgroep bereikt wordt, voordat de subsidie wordt aangevraagd?
- vi.
Locatie van het project: Waar vindt het project plaats?
- vii.
Bij doorontwikkeling: Beschrijf hierin duidelijk het proces van verdere verbetering, uitbreiding of verdieping van de bestaande activiteit waarbij nieuwe inzichten of technologieën worden toegepast om de impact, effectiviteit of efficiëntie te vergroten. Wat is er geleerd uit eerdere resultaten? Waarom zijn er middelen nodig voor deze doorontwikkeling?
- viii.
Relatie tot bestaand aanbod: Hoe is het project vernieuwend? Hoe onderscheidt dit project zich van bestaand aanbod? Ook als dit in een andere wijk van Breda plaatsvindt.
- ix.
Samenwerking binnen het project: Welke partners nemen deel aan het samenwerkingsverband? Wat is de rol van de verschillende partners in het project? Maak duidelijk hoe de verdeling is van de inhoudelijke samenwerking. Door welke partner(s) worden de activiteiten uitgevoerd? Wat is de toegevoegde waarde van elke partner in het project? Hoe wordt de subsidie verdeeld over de partners?
- x.
Randvoorwaarden en risico’s: Wat zijn voorwaarden of eisen waaraan voldaan moet worden om het project succesvol uit te voeren? Hoe wordt het project geborgd? Wat kunnen problemen of hindernissen zijn die het project moeilijker maken om succesvol te zijn en hoe anticipeer je hier bij start op?
- xi.
Monitoring project: Voor start van de activiteit/ project dient een 0-meting uitgevoerd te worden. Bij afronding van het project dient een eindmeting uitgevoerd te worden om zo effectiviteit en impact van de activiteit/project te meten. Hoe wordt deze monitoring vormgegeven?
- xii.
Planning: Welke stappen of taken moeten worden uitgevoerd om de doelen te bereiken? Wat zijn de start en einddata van de activiteiten? Welke partner uit het samenwerkingsverband is verantwoordelijk voor welke activiteit?
- xiii.
Begroting: De kostprijs per deelnemer is duidelijk. Er is goed onderbouwd hoe men aan deze kostprijs komt. De kostprijs staat in verhouding met de beoogde resultaten.
- 3.
Een aanvraag moet compleet zijn op het moment dat de aanvraagtermijn sluit. Aanvullingen na de sluitingsdatum worden alleen geaccepteerd als ze gaan over duidelijke schrijffouten of administratieve gegevens die de inhoudelijke beoordeling niet beïnvloeden. Als een aanvraag niet compleet is bij sluiting van de aanvraagtermijn en de ontbrekende gegevens belangrijk zijn voor de beoordeling, kan de aanvraag door burgemeester en wethouders buiten behandeling worden gesteld.
- 4.
Vanaf het moment dat burgemeester en wethouders hiertoe gelegenheid bieden krijgt de aanvrager 14 dagen de tijd om duidelijke schrijffouten of administratieve fouten te corrigeren die de inhoudelijke beoordeling niet beïnvloeden. Als de aanvrager binnen deze hersteltermijn de gevraagde correctie aanlevert, geldt als ontvangstdatum van de aanvraag de datum waarop de initiële aanvraag is ingediend.
- 5.
Burgemeester en wethouders kunnen in het kader van de naleving van de staatssteunregels aanvrager vragen een de-minimisverklaring in te vullen. Deze de-minimisverklaring telt niet mee voor de volledigheid van de aanvraag in de zin van het tweede lid. Vult aanvrager de de-minimisverklaring niet in of blijkt uit de verklaring dat de subsidieverlening in strijd is met de staatssteunregels dan kunnen burgemeester en wethouders besluiten om de aanvraag te weigeren.
Artikel 21:9 Wanneer moet de aanvraag zijn ontvangen?
Een subsidieaanvraag kan worden ingediend bij burgemeester en wethouders vanaf 13 april 10.00 uur 2026 tot en met 18 mei 2026.
Paragraaf 21.3 Subsidiebehandeling
Artikel 21:10 Hoe wordt de subsidie verdeeld?
- 1.
Als aan de voorwaarden van artikel 21:5 is voldaan, wordt de subsidieaanvraag beoordeeld op de aanvullende criteria uit bijlage 2E. Deze criteria laten zien hoe goed het project past bij het Bredaas leefstijlakkoord.
- 2.
De subsidie wordt beoordeeld op de volgende beoordelingscriteria (zie bijlage 10 voor het beoordelingskader):
- a.
maatschappelijk resultaat;
- b.
- c.
- 3.
Burgemeester en wethouders beoordelen de aanvragen op basis van de criteria zoals vermeld in de bijlage 10, daar staat ook vermeld hoe de punten per criterium worden verdeeld.
- 4.
De aanvragen worden gerangschikt op de totalen van de toegekende punten.
- 5.
De aanvragers met de hoogste score krijgen subsidie tot het maximale bedrag (subsidieplafond) van het thema bereikt is.
- 6.
Als meerdere aanvragen dezelfde totaalscore behalen, verdelen burgemeester en wethouders het subsidieplafond als volgt: de aanvraag met de meeste punten voor de ‘maatschappelijk resultaat’ krijgt een hogere plaats op de ranglijst.
- 7.
Als er na de vergelijking nog steeds een gelijk aantal punten is, wordt er geloot om te bepalen wie subsidie krijgt.
- 8.
Als een deelplafond niet wordt bereikt na beoordeling van alle aanvragen, gebruiken burgemeester en wethouders het overschot om aanvragen te honoreren van het andere deelplafond die anders zouden worden afgewezen omdat het deelplafond wordt overschreden.
Artikel 21:11 Wanneer wordt besloten op de subsidieaanvraag?
- 1.
Burgemeester en wethouders beslissen binnen dertien weken na de uiterlijke indiendatum in artikel 21:9.
- 2.
Burgemeester en wethouders kunnen de termijn van dertien weken nog eens met maximaal dertien weken verlengen.
Artikel 21:12 Wanneer kan de subsidie geweigerd worden?
- 1.
Burgemeester en wethouders weigeren de subsidie als een van de weigeringsgronden van de ASV of de artikelen 4:25 en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is.
- 2.
Burgemeester en wethouders kunnen de subsidie ook (deels) weigeren als:
- a.
niet wordt voldaan aan de voorwaarden zoals genoemd in artikel 21:5;
- b.
niet wordt voldaan aan de voorschriften uit artikel 21:6;
- c.
er geen sprake is van subsidiabele kosten als bedoeld in artikel 21:7;
- d.
de aanvraag 0 scoort op één van de onderdelen van de beoordelingscriteria; of
- e.
de aanvraag niet minstens in totaal 75 punten heeft gehaald in de beoordeling.
J.
Hoofdstuk 23 wordt gewijzigd en komt te luiden:
Hoofdstuk 23 Impulsgelden toekomstbestendige bedrijventerreinen Breda
Artikel 23:1 Doel
Het doel van subsidie op basis van dit hoofdstuk is om het toekomstbestendig maken van de Bredase bedrijventerreinen te versnellen door initiatieven vanuit het bedrijfsleven te ondersteunen die bijdragen aan:
- a.
sterk georganiseerd bedrijfsleven
- b.
aantrekkelijke werklocaties
- c.
werklocaties als motor van de transities.
Artikel 23:2
Betekenissen
In dit hoofdstuk staan een aantal woorden die hieronder worden uitgelegd.
- –
Actief lid koepelorganisatie: de bedrijventerreinvereniging of BIZ betaalt lidmaatschap of contributie aan deze koepelorganisatie;Bedrijventerrein: een werklocatie in Breda die is opgenomen in de landelijke IBIS-database (Integraal Bedrijventerreinen Informatie Systeem). In Breda kennen we 40 bedrijventerreinen volgens deze definitie: Aardenhoek, Achter Emer, Antiloopstraat, Baarschot, Bagvenpark, Belcrum, Breepark, Chaamsebaan, Charles Petitweg, De Bunder, De Lind/Logtenburg, De Posthoren, Druivenstraat, Emer Noord, Emer Zuid, Ettensebaan, Fatimastraat, Goeseelsstraat, Greenery, Haagweg, Hazeldonk, Heilaar Noord, Hero, Hintelaken, Hoogeind, IABC, Kievitsloop-Paardeweide, Koele Mei, Krogten Noord, Krogten Zuid, Mathenessestraat, Moleneind-Oost, Moleneind-West, Moskes, Oosterhoutseweg, Rithmeesterpark, Slingerweg/Tramsingel, Steenakker, Van der Reijtstraat, Werkdonken;
- –
Bedrijvenvereniging: een vereniging van ondernemers op een bedrijventerrein;
- –
BIZ: Bedrijveninvesteringszone;Collectief op bedrijventerrein: een collectief van minimaal 5 bedrijven op één bedrijventerrein;
- –
HA: hectare;Koepelorganisatie: een vereniging, stichting of federatie die meerdere lokale ondernemersverenigingen, parkmanagementorganisaties of BedrijvenInvesteringsZones (BIZ) op bedrijventerreinen vertegenwoordigt en waarvan deze lokale ondernemersverenigingen, parkmanagementorganisaties of BedrijvenInvesteringsZones (BIZ) actief lid zijn;
- –
Parkmanagement: de tactische en operationele uitvoering op een bedrijventerrein. Hierbij is de parkmanager het eerste aanspreekpunt voor de bedrijven en is de parkmanager verantwoordelijk voor een juiste afstemming tussen alle stakeholders van het bedrijventerrein. Ook heeft de parkmanager de verantwoordelijkheid om het parkmanagement op het bedrijventerrein en bijbehorende faciliteiten zo goed mogelijk te laten aansluiten bij de behoeften van de bedrijven;
- –
Penvoerder: een aangewezen deelnemer van het samenwerkingsverband die mede namens de andere deelnemers aan het samenwerkingsverband de subsidieaanvraag indient en verantwoordelijkheid draagt voor de naleving van de eisen in deze subsidieregeling alsmede voor de uitvoering van de in de beschikking aangeduide subsidiabele activiteiten, de daaraan verbonden verplichtingen en de aanvraag voor subsidievaststelling en waarbij aan de penvoerder betaalde voorschotten en subsidiebetalingen, gelden als betalingen aan de van het samenwerkingsverband deel uitmakende subsidieontvangers, zijnde de deelnemers;
- –
VVE: vereniging van eigenaren.
Artikel 23:3
Voor wie is deze subsidie bedoeld?
Subsidie op basis van dit hoofdstuk is bedoeld voor:
- a.
Bedrijveninvesteringszones (BIZ) op bedrijventerreinen;
- b.
Bedrijvenverenigingen op bedrijventerreinen;
- c.
Collectieven op bedrijventerreinen (zoals VVE’s of clusters van minimaal 3 bedrijven) op een bedrijventerrein;
- d.
Artikel 23:4 Welke activiteiten komen in aanmerking voor subsidie?
De subsidie wordt verstrekt voor:
- 1.
Activiteiten die bijdragen aan een sterk georganiseerd bedrijfsleven. Hieronder wordt verstaan:
- A.
- B.
Marketingcommunicatie voor een bedrijventerrein of bedrijvenvereniging;
- C.
Het versterken van de organisatiegraad van bestaande collectieven op bedrijventerreinen;
- D.
Het opzetten van collectieven op niet georganiseerde bedrijventerreinen.
- 2.
De investering in collectieve fysieke maatregelen op het gebied van veiligheid, afvalverwerking, deelmobiliteit en ruimtelijke kwaliteit van het terrein.
- 3.
Activiteiten die bijdragen aan de energietransitie, zoals:
- A.
Energiescans voor inzicht in mogelijkheden naar opslag, opwek en het delen van hernieuwbare energie;
- B.
Onderzoek naar dakconstructie voor zonnepanelen of collectoren en advies over mogelijkheden of alternatieven;
- C.
Onderzoek naar collectieve restproduct- of restwarmte- uitwisseling en de nodige bijbehorende infrastructuur.
Artikel 23:5
Wat zijn de voorwaarden bij deze subsidie?
De voorwaarden bij deze subsidie zijn:
- a.
De uitvoering van de activiteiten vindt plaats binnen de gemeente Breda;
- b.
Aanvragers zoals bedoeld onder artikel 23:3 kunnen per subsidiejaar maximaal één subsidie aanvragen; Op basis van de activiteitenbegroting moet een realistische verhouding tussen het aangevraagde subsidiebedrag en de uit te voeren activiteit blijken;
- c.
De aanvrager kan maximaal 3 jaar subsidie aanvragen binnen dit hoofdstuk;
- d.
De aanvrager kan subsidie krijgen voor maximaal 70% van de kosten die gemaakt worden. De aanvraag bestaat aantoonbaar voor 30% uit cofinanciering.
- e.
Subsidie kan niet worden aangevraagd voor het dekken van exploitatiekosten of servicekosten;
- f.
Voor de activiteit onder artikel 23:4, lid 1d moet een intentieverklaring worden aangeleverd waaruit blijkt dat ten minste 3 bedrijven binnen het bedrijventerrein bereid zijn om te werken aan een collectief voor het gehele terrein;
- g.
Voor alle activiteiten onder artikel 23:4 lid 3 zijn grote oogst terreinen uitgesloten;
- h.
De activiteit onder artikel 23:4 lid 1c is enkel aan te vragen door een bedrijvenvereniging of BIZ.
Artikel 23:6
Hoeveel subsidie is er?
- 1.
Het maximale subsidiebedrag (subsidieplafond) is € 150.000,-.
- 2.
Het maximale subsidiebedrag per aanvraag is als volgt:
- –
Grote bedrijven >50 HA: maximaal €50.000,-;
- –
Middelgrote bedrijventerreinen 10 – 50 HA: maximaal €40.000,-;
- –
Kleine bedrijventerreinen < 10 HA: maximaal: €30.000,-;
- –
Koepelorganisaties: maximaal €30.000,-.
[Artikel 23:6, lid 2, eerste gedachtestreepje bevat een kennelijke verschrijving. Hier wordt bedoeld: Grote bedrijventerreinen >50 HA: maximaal €50.000,-.]
Paragraaf 23.2
Subsidieaanvraag
Artikel 23:7
Wat is er nodig bij de aanvraag?
- 1.
Bij de aanvraag is in ieder geval nodig:
- a.
een partnerverklaring van het samenwerkingsverband (BIZ, bedrijvenvereniging, VVE of collectief van bedrijven) of koepelorganisatie waardoor deze subsidie wordt aangevraagd inclusief een machtiging waaruit blijkt dat de penvoerder mag aanvragen namens het samenwerkingsverband;
- b.
een projectplan volgens het vaste format behorend bij deze regeling;
- c.
een (sluitende) activiteitenbegroting in het verplichte format in Excel zoals beschikbaar gesteld in het format van de gemeente;
- d.
een toelichting op welk deel van het bedrijventerrein (gebied of bedrijven) de activiteit van toepassing is;
- e.
offerte van uitvoeringspartij, mits van toepassing.
- 2.
De aanvraag wordt ingediend door:
- a.
de penvoerder van de BIZ;
- b.
de penvoerder van de Bedrijvenvereniging;
- c.
de penvoerder van het collectief op het bedrijventerrein; of
- d.
de penvoerder van de koepelorganisatie.
Artikel 23:8
Wanneer moet de aanvraag ontvangen zijn?
Een subsidieaanvraag kan worden ingediend vanaf 15 april 2026 tot en met 15 juni 2026.
Paragraaf 23.3
Subsidiebehandeling
Artikel 23:9
Hoe wordt de subsidie verdeeld?
- 1.
Als aan de voorwaarden van artikel 23:5 is voldaan, wordt de subsidieaanvraag beoordeeld op de aanvullende criteria zoals opgenomen in bijlage 11.
- 2.
De subsidie wordt verdeeld door middel van een tenderprocedure.
De subsidieaanvraag wordt beoordeeld op de volgende beoordelingscriteria door een adviescommissie bestaande uit drie ambtenaren (zie bijlage 11 voor het beoordelingskader):
- a.
bijdrage aan de doelen van de regeling;
- b.
impact op het bedrijventerrein;
- c.
- d.
- 3.
Burgemeester en wethouders beoordelen de aanvragen op basis van de criteria zoals vermeld in bijlage 23A.
In deze bijlage is tevens opgenomen hoe de punten per criterium worden toegekend.
- 4.
De aanvragen worden gerangschikt op basis van het totaal aantal toegekende punten.
De aanvragers met de hoogste totaalscore ontvangen subsidie, totdat het subsidieplafond is bereikt.
- 5.
Indien meerdere aanvragen dezelfde totaalscore behalen, wordt door middel van loting bepaald welke aanvraag voor subsidie in aanmerking komt.
Artikel 23:10
Wanneer wordt besloten op de subsidieaanvraag?
De beslissing komt binnen dertien weken na de aanvraag. Deze termijn kan met maximaal dertien weken worden verlengd.
Artikel 23:11
Wanneer kan de subsidie geweigerd worden?
In de ASV staan weigeringsgronden. Daarnaast kunnen burgemeester en wethouders de subsidie weigeren als:
- a.
één van de gevraagde documenten voor de subsidieaanvraag ontbreekt;
- b.
de activiteiten niet plaatsvinden in de gemeente Breda;
- c.
het collectief op één bedrijventerrein, niet bestaande uit een VVE, minder dan 3 bedrijven bedraagt;
- d.
het ingediende projectplan minder dan 40 punten scoort, of wanneer op één van de vier beoordelingscriteria (zoals opgenomen in de bijlage) een score van 0 punten wordt toegekend.
Paragraaf 23.4
Subsidieverstrekking
Artikel 23:12
Welke verplichtingen horen bij deze subsidie?
In de ASV staan verplichtingen. Daarnaast geldt de volgende verplichting:
- a.
wanneer de subsidie is aangevraagd voor het uitvoeren van fysieke maatregelen dienen bij de verantwoording over de subsidie foto’s meegestuurd te worden van de uitvoering.
- b.
wanneer de subsidie is aanvraagt voor de inhuur van parkmanagement of het opzetten of verstevigen van een collectief op een bedrijventerrein dient bij de verantwoording over de subsidie een verslag van de uitgevoerde activiteiten te worden aangeleverd.
Artikel 23:13
Afwijkingsmogelijkheid
Naast de Algemene wet bestuursrecht geldt de ASV voor deze subsidie. Als daarvan wordt afgeweken, dan staat dat in dit hoofdstuk.
K.
In artikel 26:2 wordt eenmaal de betekenis van ‘Voorlopig energielabel’ verwijderd, omdat deze er tweemaal in staat.
L.
Artikel 26:3 wordt gewijzigd en komt te luiden:
Artikel 26:3 Voor wie is deze subsidie bedoeld?
Subsidie op basis van dit hoofdstuk is bedoeld voor woningeigenaren van een grondgebonden woning of appartement (hierna: woning).
De woning staat in postcodegebied:
- –
Hoge Vucht: 4826 of 4827 of;
- –
- –
Tuinzigt: zie bijlage 8 voor lijst met postcodes;
én heeft een WOZ-waarde van maximaal € 405.000,- op peildatum 1 januari 2023. Appartementen die subsidie kunnen ontvangen uit de tijdelijke subsidieregeling VHF VVE Hoge Vucht Breda en/of subsidie hebben ontvangen uit de subsidieregeling VvE's Hoge Vucht, Doornbos-Linie en Tuinzigt Breda mogen geen subsidie uit deze regeling aanvragen.
M.
Artikel 26:5, eerste lid, sub a, wordt gewijzigd en komt te luiden:
- a.
de subsidieaanvrager is eigenaar van de woning.
N.
In artikel 26:5 wordt lid 3 vernummerd tot lid 4 en wordt een nieuw lid 3 ingevoegd dat komt te luiden:
- 3.
Bij een tweede en volgende aanvraag kom je voor subsidie in aanmerking wanneer bij de eerste aanvraag aan één van de vereisten in het tweede lid werd voldaan.
O.
Artikel 26:6, vijfde lid, wordt gewijzigd en komt te luiden:
- 5.
de subsidie is maximaal gelijk aan 50% van het totale bedrag aan maatregelen en kosten zoals genoemd in artikel 26:4.
P.
In artikel 26:7, tweede lid, vervalt sub c en wordt sub d vernummerd naar sub c.
Q.
Artikel 26:11 wordt gewijzigd en komt te luiden:
Artikel 26:11 Wanneer wordt de subsidie geweigerd?
- 1.
Burgemeester en wethouders kunnen de subsidie weigeren als een van de weigeringsgronden van de ASV van toepassing is.
- 2.
Burgemeester en wethouders kunnen de subsidie ook weigeren als:
- a.
de woning al een energielabel B of beter heeft en er niet tot de isolatiestandaard wordt verduurzaamd;
- b.
er niet is voldaan aan één van de voorwaarden;
- c.
de kosten voor de maatregelen volgens de gemeente onredelijk hoog zijn;
- d.
de woning een appartement betreft waarvan de eigenaar subsidie kan ontvangen uit de tijdelijke subsidieregeling VHF VVE Hoge Vucht Breda of al subsidie heeft ontvangen uit de subsidieregeling VvE's Hoge Vucht, Doornbos-Linie en Tuinzigt; of
- e.
het een woning betreft die wordt verhuurd én de eigenaar van de woning vier of meer panden in bezit heeft.
R.
Artikel 27:5 wordt gewijzigd en komt te luiden:
Artikel 27:5 Wat zijn de voorwaarden bij deze subsidie?
- 1.
Om subsidie als bedoeld in artikel 27.4 lid 1 te kunnen ontvangen, moet aan ieder van de volgende voorwaarden zijn voldaan:
- a.
voor aanvang van de plannen/onderzoeken dient de VvE contact op te nemen met de (adviseur energietransitie VvE's) gemeente Breda om handeling conform SMP te bespreken;
- b.
de onderzoeken dienen te worden verricht door gecertificeerde, gerenommeerde onderzoeksbureaus;
- c.
de VvE mag niet voor 100% uit verhuurde appartementen bestaan.
- 2.
Om subsidie als bedoeld in artikel 27.4 lid 2 te kunnen ontvangen, moet aan ieder van de volgende voorwaarden zijn voldaan:
- a.
na de isolatiemaatregelen moet de woning aan minstens één van deze voorwaarden voldoen:
- i.
het energielabel verbetert met minimaal 3 stappen (bijvoorbeeld van F naar C);
- ii.
de woning heeft na de maatregelen minimaal label B (of label C als de woning tot en met 1945 is gebouwd);
- iii.
de woning voldoet aan de isolatiestandaard.
- b.
de renovatiewerkzaamheden worden uitgevoerd gedurende 1 september 2025 tot en met 31 december 2028;
- c.
voor de VvE is SVVE subsidie door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) verstrekt;
- d.
- e.
als het een verhuurde woning betreft: de woningeigenaar heeft maximaal drie woningen in bezit. De subsidie die wordt verstrekt ten behoeve van het aandeel huurwoningen binnen de vereniging, kan staatssteun bevatten. Burgemeester en wethouders kunnen aanvrager vragen een de-minimisverklaring in te vullen.
- f.
als een woningbouwcorporatie lid is van de VvE, verklaart het bestuur van de VvE schriftelijk en met overlegging van de notulen van de VvE vergadering waarin zo is besloten, dat de subsidie alleen wordt gebruikt voor het verlagen van de investeringskosten die door de VvE worden doorberekend aan de particuliere woningeigenaren binnen de VvE. Een woningbouwcorporatie moet dus zelf financieel bijdragen.
S.
Aan artikel 27:7 wordt sub l toegevoegd dat komt te luiden:
- l.
Als een woningbouwcorporatie lid is van de VvE: een verklaring van het bestuur van de VvE met de bijbehorende notulen zoals bedoeld in artikel 27:5, tweede lid, sub f.
T.
Hoofdstuk 28 word gewijzigd en komt te luiden:
Hoofdstuk 28 Subsidie woningisolatie Breda 2026 en verder
Paragraaf 28.1 Algemeen
Artikel 28:1
Betekenissen
In dit hoofdstuk betekent:
- –
Appartement: woning, niet zijde een grondgebonden woning, die onderdeel is van een VvE;
- –
Biobased isolatiemateriaal: isolatiemateriaal waarvan ten minste 70% van de massa bestaat uit materiaal van natuurlijke oorsprong, dat voldoet aan de isolatiewaarde in de regeling en dat op de meldcodelijst van RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland) staat in de kolom "biobased bonus";
- –
Doe-het-zelver: eigenaar-bewoner die één of meer energiebesparende isolatiemaatregel(en) uitvoert zonder tussenkomst van een bedrijf.
- –
Eigenaar-bewoner: natuurlijk persoon die een woning in eigendom heeft waarin hij zijn hoofdverblijf heeft of direct na renovatie van deze woning zal hebben;
- –
Energielabel: energielabel als bedoeld in bijlage I bij artikel 1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving;
- –
Grondgebonden woning: een zelfstandige woning die rechtstreeks toegankelijk is vanaf straatniveau en waarvan de woonruimte direct grenst aan het maaiveld. De woning is niet gestapeld: er bevindt zich geen andere woning direct boven of onder;
- –
- –
Slecht geïsoleerde woning: een grondgebonden woning of een appartement in een VvE met een energielabel D, E, F, G of waarin ten minste twee van de bestaande bouwdelen van de woning of het gebouw niet of slecht zijn geïsoleerd;
- –
Slecht geïsoleerd bouwdeel:
- •
de vloer en de bodem; de vloer en de bodem zijn slecht geïsoleerd als de woning vóór 1993 is gebouwd en er daarna geen extra isolatie is aangebracht;
- •
de gevel, waaronder de spouwmuur; de gevel, waaronder de spouwmuur is slecht geïsoleerd als de woning vóór 1993 is gebouwd en de gevel of spouw daarna niet extra is geïsoleerd;
- •
het dak, de zoldervloer en vlieringvloer; een dak is slecht geïsoleerd als de woning vóór 1993 is gebouwd en het dak niet na de bouw extra is geïsoleerd. En/of er geen isolatie op of tussen de zolder of vlieringvloer is aangebracht;
- •
de ramen, panelen in kozijnen en/of deuren; de ramen, panelen in kozijnen en deuren zijn slecht geïsoleerd als de woning vóór 1993 is gebouwd en de ramen van enkel glas, dubbelglas of HR glas zijn of de panelen in kozijnen of de deuren daarna niet nog extra zijn geïsoleerd;
- –
De beoordeling van een slecht geïsoleerd bouwdeel vindt plaats aan de hand van bovenstaande omschrijving of de indicaties opgenomen in bijlage 12.
- –
Sociaal minimum: het wettelijk bestaansminimum zoals dat door het UWV wordt gehanteerd. Het sociaal minimum bestaat uit de bijstandsuitkering en het AOW-pensioen. Het bedrag is afhankelijk van de leefsituatie (alleenstaand, alleenstaande ouder, samenwonend met partner) en leeftijd;
- –
SPUK: Specifieke Uitkering;
- –
Uitvoeringskosten: De kosten van het isolatiemateriaal en/of de arbeidskosten om deze aan te brengen wanneer uitgevoerd door een bouwbedrijf;
- –
Ventilatiemaatregel: energiezuinige ventilatiemaatregel als bedoeld in artikel 28:4, eerste lid, onder b;
- –
VvE: Vereniging van Eigenaars, rechtspersoon die de gemeenschappelijke belangen van de appartementseigenaren behartigt.
- –
WOZ-waarde: waarde zoals bedoeld in artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken.
Artikel 28:2
Doel subsidie
Het doel van subsidie op grond van dit hoofdstuk is eigenaar-bewoners te helpen isoleren volgens de voorwaarden van de SPUK Lokale Aanpak Isolatie.
Artikel 28:3
Voor wie is deze subsidie bedoeld?
Subsidie op basis van dit hoofdstuk is bedoeld voor vier doelgroepen:
- 1.
Doelgroep I: Eigenaar-bewoners van grondgebonden woningen gebouwd voor 1993 in de gemeente Breda, die voldoen aan de volgende voorwaarden:
- a.
de woning heeft een maximale WOZ-waarde van €426.000 (peildatum 1 januari 2022) of een maximale WOZ-waarde van €493.000,- (peildatum 1 januari 2024) én;
- b.
de woning heeft een energielabel D, E, F of G of heeft minstens twee slecht geïsoleerde bouwdelen.
- 2.
Doelgroep II: Eigenaar-bewoners van een appartement in een VvE met maximaal 3 appartementen die vóór 1993 zijn gebouwd in de gemeente Breda die voldoen aan de voorwaarden genoemd in artikel 28.3, eerste lid onder a en b.
- 3.
Doelgroep III: Eigenaar-bewoners die voldoen aan de voorwaarden genoemd in artikel 28:3, eerste lid onder a en b, én een isolatiemaatregel zelf aanbrengen.
- 4.
Doelgroep IV: Eigenaar-bewoners die voldoen aan de voorwaarden genoemd in artikel 28:3, eerste, tweede of derde lid, én wiens inkomen onder 130% van het sociaal minimum ligt op het moment dat de offerte voor de isolatiemaatregel wordt goedgekeurd of het isolatiemateriaal wordt aangekocht.
Artikel 28:4
Welke activiteiten komen in aanmerking voor subsidie?
- 1.
Subsidie kan worden verstrekt voor een op of na 1 januari 2024 uitgevoerde:
- a.
energiebesparende isolatiemaatregel, die voldoet aan de minimale isolatiewaarden en minimale m2 eisen, zoals opgenomen in de ISDE uitgevoerd door een bouwbedrijf
- b.
energiezuinige ventilatiemaatregel die voor de eerste keer wordt aangelegd door een bedrijf. Het gaat om een systeem voor een CO2 gestuurde ventilatie of een systeem voor balansventilatie met warmteterugwinning met een rendement van ten minste 90%. Deze maatregel komt alleen voor subsidie in aanmerking als deze wordt gecombineerd met minimaal één energiebesparende isolatiemaatregel uit artikel 28:4, eerste lid, onderdeel a;
- c.
voor doelgroep III geldt dat zij in aanmerking komen voor subsidie bij de volgende isolatiemaatregelen: isolatie van het dak van binnenuit of vlieringisolatie, vloer- of bodemisolatie, een isolerende voorzetwand voor een enkelsteense ongeïsoleerde muur of het vervangen van glas (geen kozijn). De isolatiewaarde en oppervlakte moeten voldoen aan de eisen zoals gesteld in artikel 28:4, eerste lid, onder a.
- 2.
Niet in aanmerking voor subsidie komen kosten voor:
- a.
het vergroten van de bestaande thermische schil of nieuwbouw;
- b.
bijkomende kosten die niet kwalificeren als uitvoeringskosten (zoals bedoeld in artikel 28.4.1), waaronder in ieder geval advies-, financierings- en vergunningskosten;
- c.
in uitzondering op artikel 28.4 lid 2 onder b zijn de kosten verbonden aan een ecologische quickscan en de daaraan gelieerde maatregelen wel subsidieerbaar;
- d.
installaties voor duurzame verwarming, tapwater of het opwekken van elektriciteit.
Artikel 28:5
Subsidieplafond
- 4.
Er geldt een subsidieplafond voor subsidieverstrekking op grond van artikel 28:4 voor de periode van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2028 van € 5.100.000 voor doelgroep I, II en IV artikel 28:3, eerste, tweede en vierde lid.
- 5.
Er geldt een subsidieplafond voor subsidieverstrekking voor doelgroep III artikel 28:3, derde lid, voor de periode 1 januari 2024 tot en met 31 december 2028 van €400.000.
Artikel 28:6
Hoogte van de subsidie
- 1.
De hoogte van de subsidie als bedoeld in artikel 28:3, eerste lid, voor doelgroep I bedraagt de uitvoeringskosten van de isolatie/ventilatiemaatregel(en) tot een maximum van €1.250,- per woning.
- 2.
De hoogte van de subsidie als bedoeld in artikel 28:3, tweede lid, voor doelgroep II bedraagt de uitvoeringskosten van de isolatie/ventilatiemaatregel(en), tot een maximum van €1.000,- per appartement binnen een VvE.
- 3.
De hoogte van de subsidie als bedoeld in artikel 28:3, derde lid, voor doelgroep III bedraagt de uitvoeringskosten van de isolatiemaatregel(en), tot een maximum van €1.000,- per woning.
- 4.
De hoogte van de subsidie als bedoeld in artikel 28.3, vierde lid, voor doelgroep VI bedraagt de uitvoeringskosten van de isolatie/ventilatiemaatregel(en), tot een maximum van €4.000,- per woning.
- 5.
Voor doelgroep I, II en IV geldt dat bij uitvoering van de isolatie/ventilatiemaatregel(en) door een bedrijf het maximale subsidiebedrag, zoals beschreven in dit artikel, nooit meer is dan de gemaakte kosten na aftrek van de beschikbare ISDE-subsidie en, indien toegekend, de VHF-subsidie.
- 6.
Als er gebruik gemaakt wordt van biobased isolatiematerialen geldt voor alle doelgroepen dat het subsidiebedrag per woning met €500,- euro kan worden verhoogd. Het isolatiemateriaal staat op de Meldcodelijst Isolatiemaatregelen aangemerkt als ‘biobased’.
Paragraaf 28.2 Subsidieaanvraag
Artikel 28:7
Wat is er nodig bij de aanvraag?
- 1.
Bij de subsidieaanvraag moeten de volgende documenten worden meegestuurd:
- a.
Indien de maatregel door een bedrijf is uitgevoerd dient de factuur aangeleverd te worden met:
- i.
Naam en adres van aanvrager;
- ii.
de isolatiemaatregel, het type isolatiemateriaal en het aantal m²;
- iii.
De isolatiewaarde van het isolatiemateriaal.
- b.
Indien de maatregel zelf is uitgevoerd: een bon of factuur van een kvk geregistreerd bedrijf met erop vermeld het isolatiemateriaal. Van dat materiaal dient duidelijk te zijn hoeveel m² ermee kan worden geïsoleerd en wat de isolatiewaarde is.
- c.
een betaalbewijs via bankafschrift;
- d.
foto’s van de oude situatie, foto's tijdens de uitvoering van de isolatiemaatregel waarop herkenbaar de omgeving en/of het huisnummer en de uitvoerende maatregel te zien is en foto's van de situatie na uitvoering van de isolatiemaatregel.
- 2.
Als een inwoner valt onder de doelgroep IV, dienen de volgende documenten aanvullend op het eerste lid aangeleverd te worden voor de inkomenstoets:
- a.
bewijs van alleenstaand/samenwonend en;
- b.
een loonstrook niet ouder dan 3 maanden of;
- c.
een uitkeringsspecificatie of;
- d.
een pensioenspecificatie of;
- e.
jaarcijfers, in het geval er sprake is van een eigen onderneming;
- f.
bankafschriften als er sprake is van partner- of kinderalimentatie en/of overige inkomsten.
Artikel 28:8
Wanneer moet de aanvraag zijn ontvangen?
Een subsidie kan bij burgemeester en wethouders worden aangevraagd vanaf 20 april 2026 tot en met 31 oktober 2028.
Paragraaf 28.3 Subsidiebehandeling
Artikel 28:9
Hoe wordt de subsidie verdeeld?
- 1.
Als er meer subsidie wordt aangevraagd dan er beschikbaar is, verdelen burgemeester en wethouders het subsidieplafond op volgorde van binnenkomst van volledige ingediende aanvragen.
- 2.
Wordt het subsidieplafond op enige dag overschreden, dan wordt de volgorde van binnenkomst van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen bepaald door middel van loting, waarbij:
- a.
de eerst getrokken aanvraag als hoogste wordt gerangschikt;
- b.
de hoogst gerangschikte aanvraag het eerst in aanmerking komt voor subsidie;
- c.
subsidie wordt verdeeld over opeenvolgende aanvragen die volledig verleend kunnen worden.
Artikel 28.10
Wanneer wordt besloten op de subsidieaanvraag?
- 1.
Burgemeester en wethouders beslissen binnen dertien weken nadat zij de aanvraag hebben ontvangen.
- 2.
Burgemeester en wethouders kunnen de termijn van dertien weken eenmaal met maximaal dertien weken verlengen.
Artikel 28.11
Wanneer wordt de subsidie geweigerd?
In aanvulling op de weigeringsgronden zoals opgenomen in de Algemene wet bestuursrecht en artikel 6 van de Algemene subsidieverordening Breda 2025 kan de subsidie door burgemeester en wethouders worden geweigerd als uit de aanvraag blijkt dat:
- a.
niet wordt voldaan aan de in deze regeling vermelde voorwaarden;
- b.
de aangevraagde subsidie leidt tot overcompensatie, doordat de subsidie hoger is dan de subsidiabele kosten verminderd met andere voor dezelfde activiteiten verleende subsidies of bijdragen;
- c.
aannemelijk is dat niet aangetoond kan worden dat er voldaan is aan de richtlijnen voor de Omgevingswet flora- en fauna-activiteit inzake natuurvriendelijk isoleren.
- d.
deze woning al eerder subsidie heeft ontvangen van deze subsidieregeling en/of van de Subsidieregeling Woningisolatie Breda 2025 en/of de Subsidieregeling Woningisolatie VvE Breda 2026.
Paragraaf 28.4 Subsidieverstrekking
Artikel 28.12
Welke verplichtingen horen bij deze subsidie?
Naast de verplichtingen op grond van artikel 8 van de Algemene Subsidieverordening Breda 2025 hoort de volgende verplichting bij het ontvangen van subsidie: de aanvrager is verplicht ten behoeve van controle op de naleving van deze regeling, toegang te verlenen tot het gebouw waarvoor subsidie is verleend.
Paragraaf 28.5 Vervalbepaling
Artikel 28:14
Vervalbepaling
Dit hoofdstuk vervalt op 1 januari 2029, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op aanvragen die uiterlijk voor 1 november 2028 volledig zijn ingediend en op de afhandeling daarvan.
U.
Hoofdstuk 29 wordt toegevoegd en komt te luiden:
Hoofdstuk 29 Subsidie woningisolatie VvE Breda 2026 en verder
Paragraaf 29.1
Algemeen
Artikel 29:1
Betekenissen
In dit hoofdstuk betekent:
- –
Appartement: woning, niet zijde een grondgebonden woning, die onderdeel is van een VvE;
- –
Biobased isolatiemateriaal: isolatiemateriaal waarvan ten minste 70% van de massa bestaat uit materiaal van natuurlijke oorsprong, dat voldoet aan de isolatiewaarde in de regeling en dat op de meldcodelijst van RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland) staat in de kolom "biobased bonus";
- –
Eigenaar-bewoner: natuurlijk persoon die gerechtigde is van een bestaand appartementsrecht als bedoeld in artikel 5:106 van het Burgerlijk Wetboek en in het desbetreffende appartement zijn hoofdverblijf heeft of direct na renovatie van dat appartement zal hebben;
- –
Energielabel: energielabel als bedoeld in bijlage I bij artikel 1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving;
- –
Energiebesparende isolatiemaatregel: energiebesparende isolatiemaatregel als bedoeld in artikel 29:4, eerste lid, onder a;
- –
Grootverhuurder: een vastgoedbelegger met 4 of meer woningen in de verhuur in Nederland of een woningcorporatie;
- –
Particuliere verhuurder: kleine verhuurder met maximaal 3 woningen in Nederland;
- –
Slecht geïsoleerde woning: een appartement in een VvE met een energielabelklasse D, E, F, G of waarin ten minste twee van de bestaande bouwdelen van de woning of het gebouw niet of slecht zijn geïsoleerd;
- –
Slecht geïsoleerd bouwdeel:
- •
de vloer en de bodem; de vloer en de bodem zijn slecht geïsoleerd als de woning vóór 1993 is gebouwd en er daarna geen extra isolatie is aangebracht;
- •
de gevel, waaronder de spouwmuur; de gevel is slecht geïsoleerd als de woning vóór 1993 is gebouwd en de gevel of spouw daarna niet extra is geïsoleerd;
- •
het dak, de zoldervloer en de vlieringvloer; een dak is slecht geïsoleerd als de woning vóór 1993 is gebouwd en het dak niet na de bouw extra is geïsoleerd. En/of er geen isolatie op of tussen de zolder of vlieringvloer is aangebracht;
- •
de ramen, panelen in kozijnen en/of deuren; de ramen, panelen in kozijnen en deuren zijn slecht geïsoleerd als de woning vóór 1993 is gebouwd en ze erna niet extra zijn geïsoleerd;
De beoordeling van een slecht geïsoleerd bouwdeel vindt plaats aan de hand van bovenstaande omschrijving of de indicaties opgenomen in bijlage 12.
- –
SPUK: Specifieke Uitkering;
- –
SVVE: Subsidieregeling Verduurzaming voor Verenigingen van Eigenaars;
- –
Uitvoeringskosten: De kosten van het isolatiemateriaal en de arbeidskosten voor het aanbrengen van het materiaal uitgevoerd door een professionele partij;
- –
Ventilatiemaatregel: energiezuinige ventilatiemaatregel als bedoeld in artikel 29:4, eerste lid, onder b;
- –
VvE: Vereniging van Eigenaars, rechtspersoon die de gemeenschappelijke belangen van de appartementseigenaren behartigt;
- –
WOZ-waarde: waarde zoals bedoeld in artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken.
Artikel 29:2
Doel subsidie
Het doel van subsidie op grond van dit hoofdstuk is om eigenaar-bewoners en particuliere verhuurders in een VvE te helpen isoleren volgens de voorwaarden van de SPUK Lokale Aanpak Isolatie.
Artikel 29:3
Voor wie is deze subsidie bedoeld?
- 1.
Subsidie op basis van dit hoofdstuk is bedoeld voor VvE’s van gebouwen die vóór 1993 zijn gebouwd, binnen de gemeente Breda, waarin ten minste één eigenaar ook bewoner is.
Ten minste 80% van de appartementen in de VvE heeft een energielabel D, E, F, of G of de VvE heeft minstens 2 slecht geïsoleerde bouwdelen.
- 2.
De VvE ontvangt het subsidiebedrag per appartement voor elk appartement dat voldoet aan alle onderstaande voorwaarden:
- a.
het appartement heeft een maximale WOZ-waarde van €426.000,- (peildatum 1 januari 2022) of €493.000, - (peildatum 1 januari 2024) én;
- b.
het appartement is van een eigenaar-bewoner of een particuliere verhuurder én;
- c.
het appartement grenst fysiek aan het bouwdeel waaraan ten minste één van de voorgenomen energiebesparende isolatiemaatregelen wordt getroffen. Dit betekent dat de VvE subsidie kan aanvragen voor alle woningen die direct grenzen aan het te isoleren oppervlak. Voor dakisolatie komen alleen de appartementen ter hoogte van de bovenste woonlaag in aanmerking. Voor vloerisolatie komen alleen de appartementen ter hoogte van de onderste woonlaag in aanmerking. Voor het vervangen van kozijnen of glas en voor spouw- en gevelisolatie komen alle appartementen in aanmerking.
- 3.
Indien een appartement uit een kleine VvE (maximaal 3 appartementen) al individueel subsidie heeft ontvangen op grond van hoofdstuk 28 ‘Subsidie woningisolatie Breda 2026 en verder’, komt dat appartement niet meer in aanmerking voor subsidie. De VvE ontvangt dan voor één appartement minder subsidie.
Artikel 29:4
Welke activiteiten komen in aanmerking voor subsidie?
- 1.
Subsidie kan worden verstrekt voor een op of na 1 januari 2024 uitgevoerde:
- a.
energiebesparende isolatiemaatregel, die voldoet aan de minimale isolatiewaarden en minimale vierkante meter eisen, zoals opgenomen in de SVVE uitgevoerd door een bouwbedrijf. De volgende maatregelen zijn toegestaan:
- i.
Het isoleren van het dak of de zolder;
- ii.
Het isoleren van de bestaande spouwmuren;
- iii.
Het isoleren van de (binnen-)gevels;
- iv.
Het isoleren van de vloer of de bodem;
- v.
Het vervangen van het glas met (minimale) kwaliteit HR++. Het vervangen van de kozijnen is alleen mogelijk als dit wordt gecombineerd met het plaatsen van tripple glas;
- b.
energiezuinige ventilatiemaatregel die voor de eerste keer wordt aangelegd. Het gaat om een systeem voor een CO2 gestuurde ventilatie of een systeem voor balansventilatie met warmteterugwinning met een rendement van ten minste 90%. Energiezuinige ventilatie komt alleen voor subsidie in aanmerking in combinatie met een isolatiemaatregel.
- 2.
Niet in aanmerking voor subsidie komen kosten voor:
- a.
Het verduurzamen van commercieel vastgoed zonder woonfunctie binnen de VvE;
- b.
Het verduurzamen van appartementen van grootverhuurders binnen de VvE;
- c.
Het vergroten van de bestaande thermische schil of nieuwbouw;
- d.
Bijkomende kosten die niet kwalificeren als uitvoeringskosten (zoals bedoeld in artikel 29:1), waaronder in ieder geval advies-, financierings- en vergunningskosten;
- e.
in uitzondering op artikel 29:4 lid 3 onder d zijn de kosten verbonden aan een ecologische quickscan en de daaraan gelieerde maatregelen wel subsidieerbaar;
- f.
Installaties voor duurzame verwarming, tapwater of het opwekken van elektriciteit.
Artikel 29:5
Subsidieplafond
Er geldt een maximaal subsidiebedrag (subsidieplafond) voor subsidieverstrekking op grond van artikel 29:4 voor de periode van 1 januari 2024 tot en met 31 december 2028 van € 1.000.000.
Artikel 29:6
Hoogte van de subsidie
- 1.
De hoogte van de subsidie als bedoeld in artikel 29:3 bedraagt de uitvoeringskosten van de isolatie/ventilatiemaatregel(en), tot een maximum van €1.000,- per appartement dat grenst aan het te isoleren bouwdeel binnen een VvE. Het bedrag wordt berekend door het aantal appartementen dat in aanmerking komt te vermenigvuldigen met het maximumbedrag per appartement.
- 2.
Als er gebruik gemaakt wordt van biobased isolatiematerialen geldt voor dat het subsidiebedrag per appartement met €500,- euro kan worden verhoogd. Het isolatiemateriaal staat op de Meldcodelijst Isolatiemaatregelen aangemerkt als ‘biobased’.
- 3.
Bij uitvoering van de isolatie/ventilatiemaatregel(en) door een bedrijf bedraagt het maximale subsidiebedrag, zoals beschreven in dit artikel, nooit meer dan de gemaakte kosten na aftrek van de beschikbare SVVE-subsidie en eventuele VHF-subsidie.
Paragraaf 29.2
Subsidieaanvraag
Artikel 29:7
Wat is er nodig bij de aanvraag?
- 1.
Voor een subsidieaanvraag moeten de volgende documenten worden meegestuurd:
- a.
een SVVE-beschikking waaruit blijkt dat de VvE de SVVE-subsidie toegekend heeft gekregen;
- b.
een KvK-uittreksel van de VvE;
- c.
een overzicht van het aantal appartementen, de eigendomssituatie en waar zich in het pand bevinden;
- d.
de notulen waaruit blijkt dat de algemene ledenvergadering van de VvE heeft ingestemd met de te nemen maatregelen; VvE's van 3 of kleiner, mogen een verklaring aanleveren dat alle eigenaren instemmen met de te nemen maatregelen. Elke eigenaar moet deze verklaring ondertekend hebben;
- e.
een verklaring waaruit blijkt dat ten minste 80% van de appartementen een geldig energielabel van D of slechter heeft of een bewijs dat er sprake is van 2 slecht geïsoleerde bouwdelen in de VvE. Dit kan op verschillende manieren:
- i.
een energie- of maatwerkadvies. Bij het adviesrapport moeten de naam, adres, KVK-nummer certificaathouder en certicaatnummer EP-adviseur vermeld zijn;
- ii.
een orientatiescan via het gemeentelijke ondersteuningstraject VvE;
- iii.
facturen waaruit blijkt dat er twee of meer verschillende isolatiemaatregelen zijn getroffen na 1-1-2024;
- f.
een factuur op naam van de VvE ondertekend door de uitvoerder met daarop vermeldt de werkzaamheden, de materialen met isolatiewaarde en het aantal te isoleren vierkante meter;
- b.
een betaalbewijs van de factuur via bankafschrift.
Artikel 29:8
Wanneer moet de aanvraag zijn ontvangen?
Een subsidie kan bij burgemeester en wethouders worden aangevraagd vanaf 20 april 2026 tot en met 31 oktober 2028.
Paragraaf 29.3
Subsidiebehandeling
Artikel 29:9
Hoe wordt de subsidie verdeeld?
- 1.
Als er meer subsidie wordt aangevraagd dan er beschikbaar is, verdelen burgemeester en wethouders het subsidieplafond op volgorde van binnenkomst van volledige ingediende aanvragen.
- 2.
Wordt het subsidieplafond op enige dag overschreden, dan wordt de volgorde van binnenkomst van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen bepaald door middel van loting, waarbij:
- a.
de eerst getrokken aanvraag als hoogste wordt gerangschikt;
- b.
de hoogst gerangschikte aanvraag het eerst in aanmerking komt voor subsidie;
- c.
subsidie wordt verdeeld over opeenvolgende aanvragen die volledig verleend kunnen worden.
Artikel 29:10
Wanneer wordt besloten op de subsidieaanvraag?
- 1.
Burgemeester en wethouders beslissen binnen dertien weken nadat zij de aanvraag hebben ontvangen.
- 2.
Burgemeester en wethouders kunnen de termijn van dertien weken eenmaal met maximaal dertien weken verlengen.
- 3.
In afwijking van artikel 10, eerste lid, en artikel 13, eerste lid, van de ASV, worden alle subsidies, dus zowel subsidies tot en met een bedrag van EUR 10.000,- als subsidies van een bedrag van meer dan EUR 10.000,-, direct vastgesteld en voor 100% uitbetaald.
Artikel 29:11
Wanneer wordt de subsidie geweigerd?
In aanvulling op de weigeringsgronden zoals opgenomen in de Algemene wet bestuursrecht en artikel 6 van de Algemene subsidieverordening Breda 2025 kan de subsidie door burgemeester en wethouders worden geweigerd als uit de aanvraag blijkt dat:
- a.
niet wordt voldaan aan de in dit hoofdstuk vermelde voorwaarden;
- b.
de kosten voor de maatregelen volgens de gemeente onredelijk hoog zijn;
- c.
de aangevraagde subsidie leidt tot overcompensatie, doordat de subsidie hoger is dan de subsidiabele kosten verminderd met andere voor dezelfde activiteiten verleende subsidies of bijdragen;
- d.
aannemelijk is dat niet voldaan is aan de vereisten voor de Omgevingswet flora- en fauna-activiteit inzake natuurvriendelijk isoleren;
- e.
de VvE al eerder subsidie heeft ontvangen op grond van dit hoofdstuk.
Paragraaf 29.4
Subsidieverstrekking
Artikel 29:12
Welke verplichtingen horen bij deze subsidie?
Naast de verplichtingen op grond van artikel 8 van de Algemene Subsidieverordening Breda 2025 hoort de volgende verplichting bij het ontvangen van subsidie: de aanvrager is verplicht ten behoeve van controle op de naleving van dit hoofdstuk, toegang te verlenen tot het gebouw van de VvE waarvoor subsidie is verleend.
Paragraaf 29.5
Vervalbepaling
Artikel 29:13 Vervalbepaling
Dit hoofdstuk vervalt op 1 januari 2029, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op aanvragen die uiterlijk voor 1 november 2028 volledig zijn ingediend en op de afhandeling daarvan.
V.
Hoofdstuk 30 wordt toegevoegd en komt te luiden:
Hoofdstuk 30 Slotbepalingen
Artikel 30:1 Hardheidsclausule
Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen afwijken van deze regeling of een of meer artikelen van deze regeling buiten toepassing laten, als zij van oordeel zijn dat het toepassen van de regeling een onredelijke uitkomst heeft voor degene die de subsidie heeft aangevraagd of als toepassing van de regeling leidt tot gevolgen die onevenredig zijn in verhouding tot de met de regeling te dienen doelen.
Artikel 30:2 Overgangsbepaling
- 1.
De Nadere Regels subsidieverstrekking Gemeente Breda 2017 blijven van toepassing op aanvragen die zijn ingediend onder die regeling, en op:
- a.
besluiten op die aanvragen;
- b.
de uitvoering, verantwoording en vaststelling van subsidiebesluiten die zijn gebaseerd op die regeling; en
- c.
besluiten tot wijziging van besluiten als bedoeld onder a en b, ook indien deze wijzigingsbesluiten worden genomen na inwerkingtreding van de algemene subsidieregeling gemeente Breda 2026.
- d.
bezwaar- en beroepsprocedures over besluiten als bedoeld onder a, b en c.
- 2.
De Algemene subsidieregeling gemeente Breda 2025 blijft van toepassing op aanvragen die zijn ingediend onder die regeling, alsmede op:
- a.
besluiten op die aanvragen;
- b.
de uitvoering, verantwoording en vaststelling van subsidiebesluiten die zijn gebaseerd op die regeling; en
- c.
besluiten tot wijziging van besluiten als bedoeld onder a en b, ook indien deze wijzigingsbesluiten worden genomen na inwerkingtreding van de algemene subsidieregeling gemeente Breda 2026.
- d.
bezwaar- en beroepsprocedures over besluiten als bedoeld onder a en b.
- 3.
Als er op grond van het overgangsrecht dat hoort bij de ‘Nadere Regels subsidieverstrekking Gemeente Breda 2017’ of de ‘Algemene subsidieregeling gemeente Breda 2025’ op aanvragen als bedoeld in het eerste en tweede lid andere regels van toepassing zijn verklaard, blijven deze van toepassing op die aanvragen.
Artikel 30:3 Intrekken Algemene subsidieregeling gemeente Breda 2025
De Algemene subsidieregeling gemeente Breda 2025 wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2026, met dien verstande dat deze van toepassing blijft als dat volgt uit het bepaalde in artikel 30:2, tweede en derde lid.
Artikel 30:4 Vervalbepaling
Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2027, met dien verstande dat de bepalingen in paragraaf 15.5 en in de hoofdstukken 28 en 29 vervallen met ingang van 1 januari 2029.
Deze regeling blijft van toepassing op aanvragen die onder deze regeling zijn ingediend, en op:
- a.
besluiten op die aanvragen;
- b.
de uitvoering, verantwoording en afwikkeling van subsidiebesluiten die zijn gebaseerd op deze regeling;
- c.
besluiten tot wijziging van besluiten als bedoeld onder a en b, ook indien deze wijzigingsbesluiten worden genomen na inwerkingtreding van de algemene subsidieregeling gemeente Breda 2027 en verder; en
- d.
bezwaar- en beroepsprocedures over besluiten als bedoeld onder a en b.
De bepalingen in de hoofdstukken 28 en 29 blijven na 1 januari 2027 uitsluitend van toepassing op subsidieaanvragen die uiterlijk op 1 november 2028 volledig zijn ingediend, alsmede op de daarop betrekking hebbende besluitvorming en afhandeling.
Artikel 30:5 Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking en geldt voor aanvragen voor activiteiten vanaf het jaar 2026.
Artikel 30:6 Citeertitel
Deze nadere regels worden aangehaald als: Algemene subsidieregeling gemeente Breda 2026.
W.
Na bijlage 1D wordt bijlage 1E ingevoegd. Deze komt als volgt te luiden:
Bijlage 1E in maart 2026 vastgestelde subsidieplafonds behorend bij hoofdstuk 2 Samen Doorpakken Breda 2026
Deelplafond van waardenetwerk Zelf- en samenredzaam
|
Subwaardenetwerk
|
Doelen
|
Subsidieplafond 2026
|
|
Community building
|
Het bieden van goede huisvesting en begeleiding voor statushouders en uitstromers op flexlocaties in Breda.
|
€ 183.000
|
|
Transformatieplan Samen Mentaal Sterk - FACT+
|
Het passend ondersteunen van mensen met psychische klachten doordat verschillende domeinen – zoals sociaal domein en GGZ behandeling –samenwerken.
|
€ 508.000
|
|
Transformatieplan Samen Mentaal Sterk - Multidisciplinair Overleggen (MDO’s) GGZ
|
Het bijwonen van 223 MDO’s zodat mensen met psychische klachten sneller passende ondersteuning krijgen doordat verschillende domeinen – zoals sociaal domein, GGZ behandeling en huisartsenzorg– vroegtijdig samen optrekken
|
€ 115.028
|
|
Transformatieplan Samen Mentaal Sterk - verkennende gesprekken
(VG) GGZ
|
Deelnemen aan 819 verkennende gesprekken zodat mensen met psychische klanten sneller passende ondersteuning krijgen doordat verschillende domeinen – zoals sociaal domein en GGZ behandeling– vroegtijdig samen optrekken
|
€ 168.680
|
|
IZA Welzijn op recept
|
Het ondersteunen van inwoners met psychosociale klachten door samenwerking tussen huisarts, eerstelijns zorgverlener en het sociaal domein (incl welzijn)
|
€ 151.302
|
Voor subsidieplafonds in deze bijlage geldt dat het aanvraagtijdvak aanvangt op de dag na publicatie en twee weken duurt.
X.
Na bijlage 1E wordt bijlage 1F ingevoegd. Deze komt als volgt te luiden:
Bijlage 1F in maart 2026 resterende deelplafonds waarvoor het aanvraagtijdvak opnieuw wordt geopend
Deelplafond van waardenetwerk Zelf- en samenredzaam
|
Subwaardenetwerk
|
Doelen
|
Oorspronkelijk subsidieplafond 2026
|
Resterend subsidieplafond in maart 2026 waarvoor het aanvraagtijdvak opnieuw wordt geopend
|
|
Zelf- en samenredzaamheid (Verbeter Breda)
|
De activiteiten zijn gericht op ontmoeting en gezond, veilig en prettig wonen. De focus is gericht op de jeugd.
|
€ 70.000
|
€ 25.963
|
Deelplafond van waardenetwerk Bestaanszekerheid
|
Subwaardenetwerk
|
Doelen
|
Oorspronkelijk subsidieplafond 2026
|
Resterend subsidieplafond in maart 2026 waarvoor het aanvraagtijdvak opnieuw wordt geopend
|
|
Bestaanszekerheid (Verbeter Breda)
|
Verbeter Breda begint bij de jeugd. We geven jongeren een zekerder bestaan mee. Dit doen we door het ondersteunen van activiteiten die zijn gericht op een leefbaar inkomen zodat er voldoende geld is om in basisbehoeften te voorzien.
|
€ 70.000
|
€ 70.000
|
Voor de resterende subsidieplafonds in deze bijlage geldt dat het aanvraagtijdvak aanvangt op de dag na bekendmaking in het gemeenteblad en zes weken duurt.
Y.
Bijlage 2B wordt als volgt gewijzigd:
Na punt 3 met specifieke criteria wordt een punt 4 met specifieke criteria toegevoegd dat als volgt komt te luiden:
- 4.
Specifieke criteria voor waardenetwerk Zelf- en samenredzaam – deelplafonds Transformatieplan Samen Mentaal Sterk - FACT+, Transformatieplan Samen Mentaal Sterk - Multidisciplinair Overleggen (MDO’s) GGZ, Transformatieplan Samen Mentaal Sterk - verkennende gesprekken (VG) GGZ
|
4. Bijdrage aan het streven naar herstelgerichte benadering GGZ en werken volgens het model van positieve gezondheid (max. 15 punten, minimaal 5 punten)
|
|
4.1 Uit de aanvraag blijkt in welke mate de activiteit bijdraagt aan de herstel gerichte benadering GGZ en gewerkt wordt volgens het model van positieve gezondheid
|
|
15 punten
|
de activiteit draagt in hoge mate bij aan de herstel gerichte benadering GGZ en er wordt gewerkt volgens het model van positieve gezondheid
|
|
10 punten
|
de activiteit draagt bij aan de herstel gerichte benadering GGZ en er wordt gewerkt volgens het model van positieve gezondheid
|
|
5 punten
|
de activiteit draagt beperkt bij aan de herstel gerichte benadering GGZ en er wordt gewerkt volgens het model van positieve gezondheid
|
|
0 punten
|
de activiteit draagt niet bij aan de herstel gerichte benadering GGZ en er wordt niet gewerkt volgens het model van positieve gezondheid
|
Z.
Na bijlage 8 wordt bijlage 9 ingevoegd. Deze komt te luiden:
Bijlage 8 behorend bij hoofdstuk 16
[Onderdeel Z bevat een kennelijke verschrijving. Hier wordt bedoeld: Bijlage 9 behorend bij hoofdstuk 16.]
|
Haalbaarheid:
Kans op succes en vertrouwen dat de organisatie de activiteiten succesvol uitvoert
Maximaal 45 punten; minimaal 20 punten
|
|
1. Omschrijving van het project; er is een duidelijke beschrijving van de concreet uit te voeren activiteiten
|
0 punten: De activiteiten zijn niet duidelijk beschreven
|
|
5 punten: De activiteiten zijn summier beschreven
|
|
10 punten: De activiteiten zijn duidelijk en concreet beschreven
|
|
2. Tijdspad (detail, betrokken professionals, niet alleen activiteiten op school zelf)
|
0 punten: de planning is onvoldoende (bijv. alleen startmoment)
|
|
5 punten: de planning is matig (activiteiten zijn gepland)
|
|
10 punten: de planning is goed (ook nagedacht over evaluatiemomenten, bijwonen lerend netwerk, wie, wat, waar)
|
|
3. Beschrijving van de doelgroep van het project
|
0 punten: Doelgroep is onvoldoende beschreven
|
|
5 punten: Doelgroep is benoemd en relevant maar beperkt onderbouwd.
|
|
10 punten: Doelgroep is benoemend, relevant en onderbouwd met concrete cijfers en analyse.
|
|
4. Beschrijving van de projectorganisatie in taken, rollen en verantwoordelijkheden van de betrokken professionals, inclusief de rol van het Regionaal Samenwerkingsverband Passend Onderwijs (RSV)
|
0 punten: Taken, rollen en verantwoordelijkheden zijn onvoldoende beschreven.
|
|
5 punten: Taken, rollen en verantwoordelijkheden zijn beschreven maar onvoldoende belegd.
|
|
10 punten: Taken, rollen en verantwoordelijkheden zijn beschreven en belegd.
|
|
15 punten: Taken, rollen en verantwoordelijkheden zijn goed beschreven en belegd, inclusief de rol van het RSV.
|
|
Effectiviteit:
Kwaliteit van de bijdrage aan de in artikel 23:1 en 23:4 geformuleerde doelen en bewegingen
Maximaal 50 punten;minimaal 30 punten
|
|
5. Het aangevraagde bedrag is redelijk in relatie tot de te verrichten activiteiten (aantal betrokken professionals, omvang doelgroep, locatie, materialen)
|
0 punten: Het bedrag staat niet in redelijke verhouding tot de te verrichten activiteiten.
|
|
5 punten: Het bedrag staat in matige verhouding tot te verrichten activiteiten.
|
|
10 punten: Het bedrag staat in goede verhouding tot de tot te verrichten activiteiten.
|
|
6. Omschrijving van hoe het project en de activiteiten zoals benoemd in artikel 23:5 lid 1 onder d(i) bijdragen aan het doel van het programma Samen werken aan de (pedagogische) basis zoals omschreven in artikel 23:1 lid 2 a, b of c
|
0 punten: Het is niet duidelijk hoe de activiteiten bijdragen aan het doel van het programma.
|
|
10 punten: De manier waarop de activiteiten bijdragen aan het doel wordt benoemd maar is onvoldoende onderbouwd.
|
|
20 punten: De manier waarop de activiteiten bijdragen aan het doel is duidelijk onderbouwd.
|
|
7. Omschrijving van hoe het project en de activiteiten zoals benoemd in artikel 23:5 lid 1 onder d (i) bijdragen aan de twee bewegingen van het programma Samen werken aan de (pedagogische) basis zoals genoemd in artikel 23:4, eerste lid
|
0 punten: Het is niet duidelijk hoe de activiteiten bijdragen aan de twee bewegingen van het programma SWAB
|
|
5 punten: Het is aannemelijk dat de activiteiten bijdragen aan het realiseren van minimaal één beweging van het programma SWAB
|
|
15 punten: Het is duidelijk dat de activiteiten bijdragen aan het realiseren van minimaal één beweging van het programma SWAB
|
|
20 punten: Het is duidelijk dat de activiteiten bijdragen aan het realiseren van beide bewegingen van het programma SWAB
|
|
Resultaten:
Mate waarin inzicht wordt gegeven in de resultaten en effecten van de activiteiten
Maximaal 20 punten; minimaal 10 punten
|
|
8. Omschrijving van hoe de resultaten en effecten worden gemeten
|
0 punten: Het is onvoldoende beschreven.
|
|
5 punten: Het is matig beschreven (enquête/evaluatie/oudergesprekken)
|
|
10 punten: Het is duidelijk beschreven. (enquête/evaluatie/oudergesprekken + planning en verantwoordelijkheid)
|
|
9. Omschrijving van hoe er wordt bijgedragen aan kennisdeling ten behoeve van de twee beschreven bewegingen
|
0 punten: Het is onvoldoende beschreven.
|
|
5 punten: Het is matig beschreven (verslag)
|
|
10 punten: Het is duidelijk beschreven (actief deelnemen aan lerend netwerk)
|
AA.
Na bijlage 9 wordt bijlage 10 ingevoegd. Deze komt te luiden:
Bijlage 10 behorend bij hoofdstuk 21 BEOORDELINGSFORMAT GROTE INTIATIEVEN BREDAAS LEEFSTIJLAKKOORD
|
Maatschappelijk resultaat
Mate waarin wordt bijgedragen aan het halen van één of meer ambities uit het Bredaas Leefstijlakkoord
Maximaal 65 punten
|
|
1. Er is een duidelijke beschrijving van de concreet uit te voeren activiteiten. De activiteiten dragen bij aan één of meer ambities van het Bredaas Leefstijlakkoord.
|
|
0 punten: Het is niet duidelijk hoe de activiteiten bijdragen aan de ambities.
|
|
5 punten: Het lijkt desondanks aannemelijk dat de activiteiten bijdragen aan het realiseren van minimaal één ambitie van het Bredase leefstijlakkoord hoewel de opbrengsten van de activiteiten en het bereik binnen de doelgroep beperkt zijn.
|
|
10 punten: Het is aannemelijk dat de activiteiten bijdragen aan het realiseren van minimaal één ambitie van het Bredase leefstijlakkoord. De opbrengsten van de activiteiten en het bereik binnen de doelgroep is voldoende.
|
|
15 punten: Het is duidelijk dat de activiteiten bijdragen aan het realiseren van minimaal twee ambities van het Bredase leefstijlakkoord. De opbrengsten van de activiteiten en het bereik binnen de doelgroep is uitstekend.
|
|
|
|
2. Er is voldoende onderbouwd waarom voor een bepaalde doelgroep gekozen is en waarom dit relevant is.
|
|
5 punten: Doelgroep is benoemd en relevant maar beperkt onderbouwd.
|
|
10 punten: Doelgroep is benoemd, relevant en onderbouwd, maar concrete cijfers en analyse ter onderbouwing missen.
|
|
15 punten: Doelgroep is benoemend, relevant en onderbouwd met concrete cijfers en analyse.
|
|
|
|
3. In hoeverre sluiten de activiteiten van het project goed aan bij de doelgroep (kwetsbare inwoners of inwoners van aandachtswijken); hierbij is duidelijk wat de doelgroep van de activiteiten mag verwachten.
|
|
10: punten: De activiteiten van het project sluiten matig aan bij de doelgroep, hierbij is enigszins duidelijk wat de doelgroep van de activiteiten mag verwachten.
|
|
20 punten: De activiteiten van het project sluiten voldoende aan bij de doelgroep, hierbij is vrij duidelijk wat de doelgroep van de activiteiten mag verwachten.
|
|
30 punten: De activiteiten van het project sluiten uitstekend aan bij de doelgroep, hierbij is heel duidelijk wat de doelgroep van de activiteiten mag verwachten.
|
|
|
|
4. Is het draagvlak voor uitvoer van de activiteit/project getoetst bij de doelgroep/instelling/organisaties via waar de doelgroep bereikt wordt, voordat de subsidie wordt aangevraagd.
|
|
0 punten: Nee, het draagvlak is niet getoetst bij de doelgroep/instelling/organisatie via waar de doelgroep bereikt wordt, voordat de subsidie aangevraagd is.
|
|
5 punten: Ja, draagvlak is getoetst bij de doelgroep/instelling/organisatie via waar de doelgroep bereikt wordt, voordat de subsidie aangevraagd is.
|
|
Effectiviteit
Hoe is de verhouding tussen de inzet van middelen en mankracht versus de behaalde resultaten?
Maximaal 30 punten
|
|
5. Uit de aanvraag blijkt een reëel subsidiebedrag per activiteit in relatie tot beoogde resultaten.
|
|
0 punten: De kostprijs staat niet in redelijke verhouding tot de beoogde resultaten.
|
|
5 punten: De kostprijs staat in matige verhouding tot de beoogde resultaten.
|
|
10 punten: De kostprijs staat in voldoende tot goede verhouding tot de beoogde resultaten.
|
|
15 punten: De kostprijs staat in uitstekende verhouding tot de beoogde resultaten.
|
|
|
|
6. Alle partners zijn actief betrokken bij het project, waarbij partners een evenredig inhoudelijk aandeel leveren. Hierdoor wordt het project versterkt en efficiënter gewerkt. Dit levert samenwerkingsvoordelen op.
|
|
0 punten: De samenwerkingsvoordelen zijn er niet.
|
|
5 punten: De samenwerkingsvoordelen zijn er beperkt.
|
|
10 punten: De samenwerkingsvoordelen zijn er voldoende.
|
|
15 punten: De samenwerkingsvoordelen worden volledig benut.
|
|
Uitvoering
Hoe is de uitvoering van het project geborgd?
Maximaal 55 punten
|
|
7. Het project is nieuw en/of een doorontwikkeling en onderscheidt zich van bestaand aanbod.
|
|
0 punten: Het project is niet nieuw in Breda of het betreft geen doorontwikkeling van een project.
|
|
5 punten: Het project is nieuw in Breda of het betreft een doorontwikkeling van een project. Maar onderscheidt zich niet van het bestaande aanbod.
|
|
10 punten: Het project is nieuw in Breda of het betreft een doorontwikkeling van een project. Maar onderscheidt zich matig van het bestaande aanbod.
|
|
15 punten: Het project is nieuw in Breda of het betreft een doorontwikkeling van een project. Maar onderscheidt zich goed van het bestaande aanbod.
|
|
|
|
8.Risicobeheersing.
De risico’s zijn duidelijk in beeld en het is duidelijk hoe deze worden beheerst
|
|
5 punten: De risico’s geven geen realistisch/volledig beeld. Het is niet duidelijk hoe deze worden beheerst.
|
|
10 punten: De risico’s geven een realistisch/volledig beeld, maar het is niet duidelijk hoe deze worden opgelost en/of beheerst.
|
|
15 punten: De risico’s geven een realistisch/volledig beeld en er wordt duidelijk beschreven hoe de risico's en knelpunten kunnen worden opgelost en/of beheerst.
|
|
|
|
9. Monitoring project: Voor start van de activiteit/ project dient een 0-meting uitgevoerd te worden. Bij afronding van het project dient een eindmeting uitgevoerd te worden om zo effectiviteit en impact van de activiteit/project te meten. Hoe wordt deze monitoring vorm gegeven?
|
|
0 punten: er wordt niet beschreven hoe de monitoring van het project in de vorm van een o-meting en eindmeting wordt uitgevoerd.
|
|
5 punten: er wordt matig beschreven hoe de monitoring van het project in de vorm van een o-meting en eindmeting wordt uitgevoerd.
|
|
10 punten: er wordt goed beschreven hoe de monitoring van het project in de vorm van een o-meting en eindmeting wordt uitgevoerd.
|
|
|
|
10. Planning: Er is een duidelijke en realistische planning, waarbij helder is wie verantwoordelijk is voor welke activiteit(en).
|
|
5 punten: de planning is matig
|
|
10 punten: de planning is voldoende
|
|
15 punten: de planning is goed
|
AB.
Na bijlage 10 wordt bijlage 11 ingevoegd. Deze komt te luiden:
Bijlage 11 behorend bij hoofdstuk 23: beoordelingscriteria impulsgelden toekomstbestendige bedrijventerreinen Breda.
|
Criterium
|
Omschrijving
|
Punten
|
|
Bijdrage aan de doelen van de regeling
|
Mate waarin de voorgestelde activiteit bijdraagt aan de doelen van de regeling, waaronder samenwerking op het bedrijventerrein, fysieke collectieve maatregelen en bijdrage aan de energietransitie.
|
Maximaal 30 punten
0 punten: draagt niet bij. 10–20 punten: draagt enigszins bij. 20–30 punten: draagt duidelijk en gericht bij.
|
|
Impact op het bedrijventerrein
|
De beschrijving van aan welke behoefte met deze activiteit invulling wordt gegeven, welk probleem hiermee wordt opgelost en voor welk deel van het bedrijventerrein dit van toepassing is.
|
Maximaal 15 punten
0 punten: geen meerwaarde. 5 punten: kleine groep ondernemers (<5). 10 punten: aanzienlijk deel (<50%). 15 punten: hele terrein of gebied-overstijgend.
|
|
Lange termijneffect
|
De mate waarin het duurzame en opschaalbare effect van de activiteit op langere termijn is beschreven.
|
Maximaal 10 punten
0 punten: niet beschreven. 5 punten: enigszins beschreven. 10 punten: uitgebreid beschreven en opschaalbaar.
|
|
Efficiëntie
|
Redelijkheid van de kosten in verhouding tot het beoogde effect.
|
Maximaal 10 punten
0 punten: kosten niet in verhouding. 10 punten: kosten in verhouding.
|
AC.
Na bijlage 11 wordt bijlage 12 ingevoegd. Deze komt te luiden:
Bijlage 12 behorend bij hoofdstuk 28 en hoofdstuk 29: Indicatie slecht geïsoleerde bouwdelen
De volgende indicaties worden aangehouden voor een slecht geïsoleerd bouwdeel:
- •
U-waarde: warmtegeleiding van glas, uitgedrukt in W/m²;
- •
Rc-waarde: Isolatiewaarde, warmteweerstand van dichte constructies uitgedrukt in m² K/W;
- •
Dakisolatie van minder dan 9 cm en Rc-waarde lager of gelijk aan 2,0;
- •
Spouwmuurisolatie of gevelisolatie lager of gelijk aan Rc-waarde 1,1;
- •
Glas: enkel of oud dubbelglas of HR-glas met Ug-waarde gelijk of hoger dan 1,6;
- •
Vloer- of bodemisolatie van minder dan 5 cm en lager of gelijk aan Rc-waarde 1,3.