Gemeenteblad van Leusden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Leusden | Gemeenteblad 2026, 156477 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Leusden | Gemeenteblad 2026, 156477 | beleidsregel |
Beleidsregels leerlingenvervoer gemeente Leusden 2026
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leusden
gelet op artikel 156, derde lid Gemeentewet;
gelet op artikel 2 van de Verordening leerlingenvervoer gemeente Leusden 2025;
overwegende dat het de bevoegdheid heeft om beleidsregels te stellen over de onderwerpen in de Verordening leerlingenvervoer gemeente 2025
B E S L U I T: vast te stellen de volgende Beleidsregels leerlingenvervoer gemeente Leusden 2026
Artikel 1 Hoogbegaafdenonderwijs
Iedere basisschool heeft een aanbod voor hoogbegaafde leerlingen; in het schoolprofiel of schoolplan geven de scholen aan welke ondersteuning en begeleiding zij bieden. Hoogbegaafde leerlingen kunnen met de juiste begeleiding en het juiste lesmateriaal op een reguliere, dichterbij gelegen school het voor hen passend onderwijs ontvangen.
Een uitzondering wordt gemaakt als door ouders een overgelegde schriftelijke verklaring van een onafhankelijke deskundige overlegd kan worden. Dit kan bijvoorbeeld door middel van een onderbouwing door het samenwerkingsverband of wanneer er uit intelligente-onderzoek blijkt dat er specifiek onderwijs nodig is als gevolg van de hoogbegaafdheid van een leerling;
Hieruit moet blijken dat de leerling op de dichterbij gelegen scholen geen passend onderwijs kan volgen en dit tot onoplosbare en onoverkomelijke problemen leidt voor de leerling.
Artikel 2 Onaanvaardbaar gedrag van de leerling binnen het vervoer
De leerling voor wie een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer is verstrekt, kan tijdelijk of voor de rest van het schooljaar de toegang tot dit vervoer worden ontzegd, als bij herhaling blijkt dat de leerling door agressief gedrag of anderszins de orde in het voertuig verstoort of de veiligheid van het voertuig en inzittenden in gevaar brengt. Schorsing van de leerling in het vervoer ontslaat ouders en/of de leerling niet van de verplichting tot het bezoeken van de school. Ouders zijn verantwoordelijk voor correct gedrag van hun kind.
Hierbij worden de volgende stappen gevolgd:
Als de conclusie van het college is dat het voorval is terug te voeren op de lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische beperking van de leerling dan wordt met vervoerder, ouders en eventueel school een passende oplossing gezocht, zoals begeleiding in het aangepast vervoer of eigen vervoer.
Bij een beschikking met een tijdelijke uitsluiting moet sprake zijn van herhaald agressief en/of ongewenst gedrag dat plaatsvindt binnen een periode van twaalf maanden na de datum van de eerste waarschuwingsbrief.
Er vindt opnieuw onderzoek plaats als onder artikel 2, tweede lid is beschreven.
Als de conclusie van het onderzoek van het college is dat het agressieve en/of ongewenste gedrag is toe te rekenen aan de leerling, dan vindt een gesprek plaats tussen de ouders van de leerling en de gemeente. Daarna ontvangen de ouders onder verwijzing naar de waarschuwingsbrief een beschikking waarin in elk geval wordt meegedeeld, dat:
Artikel 4 Woning van de leerling bij co-ouderschap
Wanneer er sprake is van co-ouderschap dan kan een leerling twee woningen hebben in de zin van de verordening. Om aanspraak te maken op leerlingenvervoer moet iedere ouder afzonderlijk, een aanvraag indienen bij de gemeente waar hij of zij woonachtig is. De betreffende gemeente toetst de aanvraag aan de eigen verordening leerlingenvervoer, waarbij onder meer wordt bekeken of er sprake is van een woning in de zin van de verordening, of de school de dichtstbijzijnde toegankelijke is en of voldaan is aan de afstandsgrens. Als bij co-ouderschap slechts vanuit één van beide adressen aanspraak op leerlingenvervoer bestaat, wordt overleg gepleegd met de andere gemeente teneinde tot een voor de leerling mogelijk passende oplossing te komen.
Artikel 6 Eenmalige vergoeding voor de aanschaf van een elektrische fiets (SO en SBO, groep 8)
Na toekenning van de vergoeding vindt bij gelijkblijvende omstandigheden geen terugkeer naar aangepast vervoer plaats.
Slechts indien sprake is van aantoonbare en substantiële wijziging van omstandigheden, waardoor de leerling redelijkerwijs niet langer zelfstandig kan reizen, kan het college opnieuw beoordelen of een andere vorm van leerlingenvervoer noodzakelijk is.
Artikel 7 Begeleiding van de geïndiceerde leerling in het vervoer en ernstige benadeling van het gezin
Een uitzondering wordt gemaakt als sprake is van een ernstige benadeling van het gezin waardoor begeleiding van de leerling niet meer van ouders kan worden gevergd. Van een ernstige benadeling van het gezin is in ieder geval sprake in de volgende situaties:
een éénouder gezin en er meer kinderen in de basisschoolleeftijd aanwezig zijn. Deze leerlingen hebben aantoonbaar begeleiding nodig naar school, wat aantoonbaar niet verenigbaar is met de begeleiding in het openbaar vervoer of bij het fietsen van de leerling die in aanmerking komt voor een vervoersvoorziening;
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-156477.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.