Besluit van de directeur van de Regionale uitvoeringsdienst Zeeland van 19 maart 2026 tot het aanwijzen van personen belast met het houden van toezicht voor taken en bevoegdheden welke door de colleges van burgemeester en wethouders van gemeenten gelegen in de provincie Zeeland en het college van gedeputeerde staten van Zeeland aan de directeur van de Regionale uitvoeringsdienst Zeeland zijn gemandateerd dan wel in onder mandaat zijn verleend.
De directeur Regionale uitvoeringsdienst Zeeland
Gelet op
- het bepaalde in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Algemene wet bestuursrecht;
- het bepaalde in artikel 18.6 van de Omgevingswet;
- het bepaalde in de vigerende mandaatbesluiten van de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Borsele, Hulst, Goes, Kapelle, Middelburg, Noord-Beveland, Reimerswaal, Schouwen-Duiveland, Sluis, Terneuzen, Tholen, Veere en Vlissingen, en het vigerende mandaatbesluit van gedeputeerde staten van de provincie Zeeland, waarbij deze bestuursorganen, ieder voor zover het de uitoefening van hun bevoegdheid betreft, aan de directeur van de RUD Zeeland mandaat hebben verleend voor het aanwijzen van toezichthouders namens hen;
Overwegende
dat door de deelnemers aan de gemeenschappelijke regeling RUD Zeeland verschillende toezichts- en handhavingstaken op het gebied van de fysieke leefomgeving zijn gemandateerd aan de directeur van de RUD Zeeland;
dat de personen die belast zijn met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens enig wettelijk voorschrift moeten worden aangewezen;
Besluit
vast te stellen:
Besluit aanwijzing toezichthouders Regionale uitvoeringsdienst Zeeland 2026