Gemeenteblad van Lansingerland
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Lansingerland | Gemeenteblad 2026, 1545 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Lansingerland | Gemeenteblad 2026, 1545 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening financieel beleid, beheer en organisatie Gemeente Lansingerland 2025
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
Netto schuld per inwoner: bruto schuld minus de omvang van de geldelijke bezittingen gedeeld door het aantal inwoners op 31 december van het begrotingsjaar. Onder bruto schuld wordt verstaan het totaal van langlopende leningen, kortlopende schulden, crediteuren en overlopende passiva. Onder geldelijke bezittingen wordt verstaan het totaal van leningen aan deelnemingen, leningen aan overige verbonden partijen, leningen aan derden, langlopende uitzettingen, vorderingen, liquide middelen en overlopende activa;
Overheidsbedrijf: onderneming met privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid, niet zijnde een personenvennootschap met rechtspersoonlijkheid, waarin de gemeente, al dan niet tezamen met een of meer andere publiekrechtelijke rechtspersonen, in staat is het beleid te bepalen of een onderneming in de vorm van een personenvennootschap, waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon deelneemt;
Hoofdstuk 2. Begroting en verantwoording
Artikel 2.1 Onderdelen van de begrotings-, en verantwoordingscyclus
De begrotings-, en verantwoordingscyclus bestaat uit de volgende onderdelen:
de kaderbrief bevat de beleidsmatige en financiële uitgangspunten voor de opstelling van de begroting van het volgende begrotingsjaar met een eerste doorkijk naar het meerjarenperspectief van de drie opvolgende begrotingsjaren. Het document biedt de raad de mogelijkheid om in een vroeg stadium richting te geven aan het beleid en de financiële kaders. Het college biedt de kaderbrief uiterlijk op 15 juni aan de raad aan. De raad stelt deze uiterlijk in juli vast;
de begroting vormt het integraal afwegingskader voor het gemeentelijk beleid en de bijbehorende middelen. Hierin worden de beleidsvoornemens, prestaties, baten en lasten voor het komende jaar en meerjarenperspectief opgenomen. Het college biedt de begroting, in lijn met paragraaf 1 De begroting van hoofdstuk XIII van De Gemeentewet en uiterlijk op 15 oktober aan de raad aan. De raad stelt deze uiterlijk voor 15 november vast, de uiterste datum voor indiening bij de provincie;
de zomerrapportage is de eerste beleidsarme tussentijdse rapportage van het begrotingsjaar en kan aanleiding geven tot bijstelling. Hiermee wordt voldaan aan artikel 213a van de Gemeentewet. Het college biedt de rapportage uiterlijk op 15 juni aan; de raad stelt deze uiterlijk in juli van het lopende begrotingsjaar vast;
de slotwijziging is de tweede beleidsarme tussentijdse rapportage en bevat de laatste technische en financiële bijstellingen van de begroting ter voorbereiding op de jaarstukken. Hiermee wordt voldaan aan artikel 213a van de Gemeentewet. Het college biedt de slotwijziging van het lopende begrotingsjaar uiterlijk op 15 november aan; de raad stelt deze uiterlijk in december vast;
de jaarstukken vormen de afsluiting van de begrotings- en verantwoordingscyclus en geven een integraal beeld van het gevoerde beleid en de gerealiseerde financiële resultaten in het voorgaande jaar. Het college biedt de jaarstukken, in lijn met paragraaf 2 De Jaarrekening van hoofdstuk XIII van De Gemeentewet en uiterlijk op 1 juli van het daaropvolgende begrotingsjaar aan. De raad stelt deze uiterlijk voor 15 juli daaropvolgend vast, de uiterste datum voor indiening bij de provincie.
Artikel 2.3 Inrichting begroting en jaarstukken
Artikel 2.4 Autorisatie begroting, investeringskredieten en grondexploitaties
De raad heeft de vrijheid om investeringen voor het huidige jaar dan wel definitief van het Meerjareninvesteringsplan (verder te noemen: MIP) te schrappen. Hierbij kan het verzoek gedaan worden om voor nieuwe investeringen op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet te willen ontvangen. De overige nieuwe investeringen worden bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de financiële positie (onderdeel MIP) geautoriseerd.
Indien het college voorziet dat een geautoriseerd lastenbudget voor een programma of investeringskrediet dreigt te worden overschreden, wordt vooraf aan de raad een voorstel inclusief dekking aangeboden om de extra lasten te autoriseren. In afwijking hiervan geldt dat indien de overschrijding de rapportagegrens niet overschrijdt, het voorstel inclusief dekking ter autorisatie wordt opgenomen in de eerstvolgende tussenrapportage.
Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het college voor het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel aan de raad voor. De investering moet onvoorzien, onontkoombaar en niet uitstelbaar zijn. Dit geldt ook voor investeringsuitgaven die volledig gedekt worden door externe subsidies.
Tenminste één keer per jaar actualiseert de raad de financiële prognoses van de grondexploitaties (Meerjarenprognose Grondexploitaties; MPG). De raad autoriseert daarmee tevens de baten en lasten van de grondexploitaties voor de gehele looptijd van het project. In de Meerjarenprognose Grondexploitaties worden deze baten en lasten per project, per kostensoort en per jaar inzichtelijk gemaakt. In de begroting worden deze baten en lasten voor het begrotingsjaar en de drie daaropvolgende jaren opgenomen op het programma Grondzaken.
Jaarlijks wordt in de Meerjarenprognose Grondexploitaties een overzicht opgenomen met vrij te geven uitvoeringsbudgetten groter dan € 200.000 voor werkzaamheden die in het komende begrotingsjaar in uitvoering worden genomen. Via het vaststellen van de Meerjarenprognose Grondexploitaties worden deze budgetten door de raad geautoriseerd.
Artikel 2.5 Tussentijdse rapportage
De tussentijdse rapportage bevat een uiteenzetting over de uitvoering en het bijstellen van het beleid en een overzicht met de bijgestelde raming (waarbij gepresenteerd worden 1. De primitieve begroting, 2. De begroting na wijzigingen en 3. De verwachte realisatie van het begrotingsjaar) van:
Als het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben overschreden, informeert het college de raad of een aanpassing van de begroting nodig is. Als het college een aanpassing nodig acht, doet het college een voorstel voor het wijzigen van de begroting.
Hoofdstuk 3. Rechtmatigheidsverantwoording
Artikel 3.1 Rechtmatigheidsverantwoording
In de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening rapporteert het college aan de raad een overzicht van de afwijkingen wanneer deze opgeteld boven de verantwoordingsgrens van 2% van de totale lasten van de gemeente uitkomen, exclusief de dotaties aan de reserves. Onder afwijkingen wordt verstaan de optelling van rechtmatigheidsfouten en onduidelijkheden.
Artikel 3.2 Voorwaardencriterium
Het voorwaardencriterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur.
Het college biedt de raad jaarlijks uiterlijk op 31 december ter vaststelling voor dat jaar een normenkader rechtmatigheid aan. Dit kader bestaat uit alle relevante (interne) wet- en regelgeving waaruit financiële beheershandelingen kunnen voortvloeien. (Het college operationaliseert het normenkader in een toetsingskader ten behoeve van de interne beheersing).
Artikel 3.3 Begrotingscriterium
Hoofdstuk 4. Financieel beleid
Artikel 4.3 Tarieven goederen, werken en diensten
In afwijking van het eerste lid worden bij vennootschapsbelastingplichtige activiteiten en grondexploitaties alleen de rentekosten voor de inzet van vreemd vermogen aan de kostprijs toegerekend. Bij projectfinanciering worden dan de werkelijke rentekosten toegerekend. In andere gevallen wordt uitgegaan van het gewogen gemiddelde rentepercentage van de portefeuille leningen.
De toereken methodiek is transparant, reproduceerbaar en eenduidig. Bij voorkeur wordt gebruik gemaakt van één standaard methodiek. Afwijken mag wanneer wet-, en regelgeving dit afdwingen of het noodzakelijk is voor een getrouw beeld van de cijfers. Afwijkingen van de standaardmethodiek worden gemotiveerd toegelicht in de toelichting bij de begroting of jaarstukken. Voor publiekrechtelijke tarieven wordt de overhead altijd extracomptabel toegerekend.
Artikel 4.5 Financieringsfunctie
Het college is bevoegd tot het aantrekken en uitzetten van financiering, binnen de kaders van deze verordening. Financiering en uitzetting geschieden uitsluitend bij financiële instellingen die onder toezicht staan van De Nederlandsche Bank of een EER-toezichthouder en voldoen aan de eisen van de Wet Fido, Ruddo en het Algemeen Monetair Fonds.
De treasuryactiviteiten worden afgestemd op de financiële positie van de gemeente en gebaseerd op een actuele liquiditeitenplanning op korte (tot 1 jaar) en lange termijn (tot 10 jaar). Hierbij wordt erop toegezien dat de liquiditeitspositie te allen tijde voldoende is om te garanderen dat de verplichtingen van de gemeente tijdig en volledig kunnen worden nagekomen.
Het college richt een overlegvorm in waarin relevante (financiële) professionals participeren, met als doel een deskundige, navolgbare en zorgvuldige uitvoering van de financieringsfunctie te waarborgen. Dit overleg bespreekt onder meer treasuryrapportages, liquiditeitsontwikkelingen, rentevisies en (voorgenomen) transacties, en brengt hierover advies uit aan het college.
Artikel 4.6 Garantstelling en verstrekte leningen
Het college is bevoegd garanties af te geven en leningen te verstrekken, met inachtneming van de kaders van deze verordening. Het college draagt zorg voor een professioneel ingerichte en navolgbare werkwijze, waarin helder wordt gemotiveerd waarom tot verstrekking is overgegaan dan wel daarvan is afgezien.
Aanvragen worden integraal beoordeeld op hun beleidsmatige relevantie, financiële houdbaarheid en risico’s voor de gemeente. Daarbij wordt gelet op onder meer continuïteit van de aanvrager, juridische aspecten, en het effect op de gemeentelijke weerbaarheid. De beoordeling vindt plaats binnen dertien weken na ontvangst van een volledige aanvraag.
Artikel 4.7 Budgetoverhevelingen
Hoofdstuk 5. Paragrafen bij de begroting en jaarstukken
Artikel 5.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Kengetallen zijn conform ‘Regeling vaststelling wijze waarop kengetallen worden vastgesteld en opgenomen in begroting en jaarverslag provincies en gemeenten’ en zijn de definities gevolgd die www.waarstaatjegemeente.nl toepast.
Voor het in beeld brengen van de weerstandscapaciteit van de gemeente wordt beoordeeld of de gemeente bij een risicoscenario voldoende reserves heeft om die risico’s op de begroting op te vangen. De wijze waarop deze beoordeling plaatsvindt, is nader uitgewerkt in een door de Raad vastgestelde ‘Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen’, die ten minste eens per vier jaar door het college wordt geactualiseerd.
Hoofdstuk 6. Financiële organisatie en financieel beheer
Het college draagt zorg voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen rapporteert het college daarover in de rechtmatigheidsverantwoording, zoals beschreven in hoofdstuk 3. Daarnaast informeert het college de raad over genomen maatregelen tot herstel van de tekortkomingen.
Artikel 6.4 Verantwoording en naleving
De raad kan, met inachtneming van artikel 49 en artikel 169 van de Gemeentewet, het college aanspreken op het niet naleven van de verordening, het college of individuele wethouders ter verantwoording roepen, en in het uiterste geval besluiten tot het indienen van een motie van wantrouwen of ontslag.
Artikel 7.1 Intrekking oude regeling
De financiële verordening Gemeente Lansingerland 2024 wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de jaarstukken en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar voorafgaand aan het jaar waarin deze verordening in werking treedt en op de begroting, jaarstukken en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar dat samenvalt met het jaar waarin deze verordening in werking treedt.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-1545.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.