Participatieverordening gemeente Haarlemmermeer

De gemeenteraad van de gemeente Haarlemmermeer

 

Na het lezen van het voorstel van het college van B en W d.d. 27/01/2026, kenmerk 12948466

 

Gelet op de artikelen 149 en 150 van de Gemeentewet

 

Besluit vast te stellen de volgende verordening:

 

Participatieverordening gemeente Haarlemmermeer

 

Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Deze verordening verstaat onder:

  • a.

    Beleid: gedragslijn, project, programma of plan van de gemeente om een bepaald doel te realiseren;

  • b.

    Bestuursorgaan: afhankelijk van de situatie wordt hiermee bedoeld de raad, burgemeester of het college van burgemeester en wethouders;

  • c.

    College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer;

  • d.

    Inspraak: de mogelijkheid die een bestuursorgaan inwoners en belanghebbenden biedt om hun mening te geven voordat een definitief besluit wordt genomen als bedoeld in artikel 150, tweede lid, van de Gemeentewet;

  • e.

    Inwoners: ingezetenen als bedoeld in artikel 2 van de Gemeentewet;

  • f.

    Inwonersparticipatie: Het, op initiatief van de gemeente, actief betrekken van inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties bij het voorbereiden, uitvoeren of evalueren van beleid. Dit kan door meedenken, meepraten en meebeslissen;

  • g.

    Maatschappelijke organisaties: lokaal actieve verenigingen, stichtingen, buurtcomités, dorps- en wijkraden, ondernemingen zonder winstoogmerk en andere organisaties die een collectief vormen en die tot doel hebben een actieve bijdrage te leveren aan de samenleving binnen de gemeente;

  • h.

    Ondernemers: bedrijven en instellingen die statutair binnen de gemeente zijn gevestigd of in hoofdzaak binnen de gemeente hun activiteiten verrichten.

Artikel 2 Doelstelling en reikwijdte

  • 1.

    Deze verordening heeft als doel de kwaliteit van de lokale democratische processen te vergroten, de relatie tussen gemeente en inwoners te versterken en helderheid te scheppen over proces en rolverdeling bij inwonersparticipatie.

  • 2.

    Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen beleid of inwonersparticipatie plaats vindt.

  • 3.

    Het bestuursorgaan past bij participatie bij het vaststellen of wijzigen van de omgevingsvisie als bedoeld in artikel 3.1 van de Omgevingswet, het omgevingsplan als bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet of een omgevingsprogramma als bedoeld in artikel 3.4 van de Omgevingswet, zoveel mogelijk deze verordening toe. Daarbij neemt het bestuursorgaan de motiveringsplicht, als bedoeld in de artikelen 10.7, 10.2 en 10.8 van het Omgevingsbesluit in acht.

  • 4.

    Er vindt geen inwonersparticipatie plaats als:

    • a.

      het gaat om een lopend uitvoerings- of evaluatietraject of een ondergeschikte herziening van of een kleine verandering aan die trajecten of het beleid;

    • b.

      het bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten;

    • c.

      de uitkomst van de inwonersparticipatie vanwege de spoedeisendheid niet kan worden afgewacht;

    • d.

      de verantwoordelijkheid van het betrokken bestuursorgaan voor kwetsbare groepen in de samenleving zwaarder moet wegen;

    • e.

      het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft zoals bij de uitvoering van hogere regelgeving;

    • f.

      het uitsluitend of hoofdzakelijk gaat om interne aangelegenheden van de gemeente;

    • g.

      het gaat om de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet.

Hoofdstuk 2 Inwonersparticipatie

Artikel 3 Participatieplan voor inwonersparticipatie

  • 1.

    Het bestuursorgaan besluit voorafgaand bij de start van een proces voor de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid of en op welke wijze inwonersparticipatie wordt toegepast.

  • 2.

    Als het bestuursorgaan besluit om inwonersparticipatie toe te passen, wordt dit vastgelegd in een participatieplan met het proces en de planning van de inwonersparticipatie.

  • 3.

    Het bestuursorgaan maakt dit participatieplan op een geschikte manier openbaar zodat inwoners, maatschappelijke partijen en ondernemers tijdig invloed kunnen uitoefenen.

  • 4.

    Het participatieplan bevat in elk geval:

    • a.

      Een omschrijving van het beleid dat voorbereid, uitgevoerd of geëvalueerd wordt;

    • b.

      Informatie over het doel, het proces en de planning van de inwonersparticipatie;

    • c.

      Informatie over de ambtelijke en bestuurlijke besluitvorming over het beleid.

  • 5.

    Als het college de besluitvorming over beleid voor de gemeenteraad voorbereidt, stelt het college het plan op en informeert de gemeenteraad over de inhoud.

Artikel 4 Inspraak

  • 1.

    Als een bestuursorgaan in het kader van de inwonersparticipatie voor inspraak kiest of als inspraak wettelijk verplicht is, is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, tenzij het bestuursorgaan een ander proces vaststelt.

Artikel 5 Participatieverslag

  • 1.

    Ter afronding van de participatie maakt het bestuursorgaan een participatieverslag en maakt dit openbaar.

  • 2.

    Het participatieverslag bevat in elk geval:

    • a.

      Een beschrijving van het proces dat is gevolgd;

    • b.

      De uitkomsten van het proces en de argumenten die naar voren zijn gebracht;

    • c.

      Een onderbouwde reactie op die uitkomsten en argumenten waarbij is aangegeven hoe het beleid naar aanleiding daarvan is aangepast;

    • d.

      Een evaluatie van het participatieproces dat is gevolgd.

  • 3.

    Als het college op grond van artikel 3, vijfde lid, het plan het plan voor de inwonersparticipatie heeft opgesteld, stelt het college ook het participatieverslag op en informeert de gemeenteraad over de inhoud.

Hoofdstuk 3 Uitdaagrecht

Artikel 6 Gefaseerde invoering uitdaagrecht

  • 1.

    Deze verordening bevat nog geen nadere regels over het uitdaagrecht als bedoeld in artikel 150 van de Gemeentewet, zoals gewijzigd bij de Wet versterking participatie op decentraal niveau.

  • 2.

    De gemeenteraad stelt uiterlijk in de tweede helft van 2026 een wijziging van deze verordening vast waarin het uitdaagrecht nader wordt geregeld.

  • 3.

    Het college bereidt deze wijziging voor en betrekt daarbij inwoners en andere belanghebbenden.

  • 6.

    Bij de voorbereiding van de in het tweede lid bedoelde wijziging onderzoekt het college in ieder geval:

    • a.

      Voor welke taken en voorzieningen het uitdaagrecht binnen de gemeente toepasbaar is;

    • b.

      Welke voorwaarden nodig zijn om de uitvoerbaarheid, continuïteit en kwaliteit en rechtmatigheid van gemeentelijke taken te borgen;

    • c.

      Op welke wijze gelijkwaardige toegang en rechtszekerheid voor initiatiefnemers wordt gewaarborgd.

Hoofdstuk 4 Slotbepalingen

Artikel 7 Participatieparagraaf

  • 1.

    Het college neemt elk jaar een paragraaf in de begroting op waarin de speerpunten voor participatie in het komend jaar benoemd worden.

  • 2.

    Het college neemt elk jaar een paragraaf in het jaarverslag op waarin het college verslag doet van de uitvoering van deze verordening.

Artikel 8 Evaluatie en monitoring

  • 1.

    De uitvoering van deze verordening wordt eenmaal per raadsperiode geëvalueerd. Het college van burgemeester en wethouders zendt hiertoe aan de raad een verslag van de participatie.

  • 2.

    Het verslag beschrijft de organisatie van de participatieprocessen, de rol van raad en college, resultaten en ervaringen.

  • 3.

    De gemeenteraad bespreekt het verslag van de participatie.

Artikel 9 Nadere regels college

Het college kan over inwonersparticipatie nadere regels vaststellen.

Artikel 10 Hardheidsclausule

Het bestuursorgaan kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze verordening. Het bestuursorgaan onderbouwt waarom het afwijkt.

Artikel 11 Intrekking oude verordening en overgangsrecht

  • 1.

    De Inspraakverordening gemeente Haarlemmermeer wordt ingetrokken.

  • 2.

    De Inspraakverordening gemeente Haarlemmermeer blijft van toepassing op beleid waarvoor ten tijde van de inwerkingtreding van deze verordening reeds een participatieprocedure of inspraakprocedure op grond van die verordening was gestart.

Artikel 12 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na de dag van bekendmaking.

  • 2.

    Deze verordening wordt aangehaald als: Participatieverordening gemeente Haarlemmermeer.

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 5 maart 2026

de griffier,

J. van der Rhee, B.Ha

de voorzitter,

M.H.F. Schuurmans-Wijdeven

Nota van Toelichting

Inleiding

Inwoners willen meer en meer betrokken worden bij en invloed hebben op de werkzaamheden van de overheid. Ook in onze gemeente is dat merkbaar. Sinds 2014 organiseert de gemeente participatie meer zichtbaar, maar al voor die tijd worden inwoners, ondernemers en (maatschappelijke) organisaties betrokken bij plannen en beleid van de gemeente. Inwoners in Haarlemmermeer voelen zich meer dan gemiddeld betrokken bij onze gemeente. Door de groeiende vraag naar invloed professionaliseert participatie in een hoog tempo. Het is structureel onderdeel van het werk van de gemeente. Daarom wil de gemeente in deze verordening regels vastleggen over participatie.

 

Definities

In artikel 1 zijn begripsomschrijvingen opgenomen. De gemeente organiseert participatie over alle planvorming om bepaalde doelen te bereiken in de samenleving. Omdat planvorming van de gemeente invloed heeft op allen die werken en wonen in Haarlemmermeer, worden zij genoemd in de verordening. Net als de vele organisaties in onze gemeente die een maatschappelijk belang vertegenwoordigen, waaronder onze dorps- en wijkraden. De verordening gaat over participatie die door de gemeente wordt georganiseerd, zogenaamde inwonerparticipatie. Hij gaat niet over de situatie dat inwoners de overheid uitnodigen om invloed uit te oefenen op hun initiatieven, overheidsparticipatie.

 

In Haarlemmermeer kennen we participatie met verschillende mate van invloed.

 

Term

Omschrijving

Meedenken

We leggen oplossingen voor en vragen om meningen, standpunten, ervaringen en ideeën. De gemeente bepaalt de participatievraag en agenda en stelt de vraag aan de participanten. We inventariseren de reacties van betrokkenen en gebruiken ze om plannen te verrijken, te verbeteren en aan te scherpen. De reacties zijn niet bepalend. Een terugkoppeling op hoofdlijnen wordt gegeven.

Meepraten​

We vragen participanten om advies. We vragen ze problemen, belangen en oplossingen over de opgave aan te dragen. De gemeente bepaalt de participatievraag en maakt de agenda. De reacties van betrokkenen spelen een belangrijke rol bij het ontwikkelen van een plan. Als we de adviezen niet overnemen of er van afwijken geven we een gedegen motivering per ingebracht punt.

Meebeslissen

Gemeente en participanten gaan vroegtijdig met elkaar in gesprek over uitgangspunten en het plan. Ze bepalen samen de participatievraag en de agenda en zoeken samen oplossingen. Vooraf zijn de kaders helder gemaakt en vastgesteld. Er is gedeelde verantwoordelijkheid en gelijkwaardigheid tussen de gesprekspartners. Ze bepalen samen wat wel en niet wordt opgenomen in het uiteindelijke plan. Vaak denken de participanten ook mee over de inrichting van het proces en doen ze mee in de uitvoering. Binnen de kaders verbindt de gemeente zich aan de gezamenlijk gekozen oplossingen.

 

Participatie gaat uit van wederkerigheid, interactie en tweerichtingsverkeer. Informeren gaat uit van één kant en is dat allemaal niet. Daarom is in Haarlemmermeer informeren geen vorm van participatie.

 

De verordening laat bestaande regels in wetgeving in stand, zoals inspraak. De gemeente kan dus participatie organiseren op onderwerpen naast de wettelijk verplichte inspraak.

 

Doel en reikwijdte

De gemeente wil zorgen dat het beleid goed is afgestemd op de behoeften van de samenleving en organiseert daarom participatie. De inbreng wordt benut om betere plannen te maken. Meerdere perspectieven, kennis en creativiteit die met participatie wordt opgehaald kunnen daaraan bijdragen.

 

Niet alle onderwerpen lenen zich voor participatie. Soms omdat de gemeente geen bevoegdheid heeft in die onderwerpen, soms omdat er wettelijke bepalingen over zijn en er weinig invloed mogelijk is voor de inbreng van participatie. Ook kan het zijn dat de gemeente zodanige verantwoordelijkheid heeft, dat ze een besluit neemt op basis van eigen afweging. Bijvoorbeeld omdat het gaat om kwetsbare groepen en hun belangen zwaarder moeten wegen.

 

Participatieplan

De gemeente maakt een participatieplan als volgt. Eerst wordt verkend hoeveel impact een opgave kan gaan geven en in welke mate de omgeving betrokken wordt. Op basis van deze verkenning stelt de gemeente een plan op volgens de zeven Haarlemmermeerse participatievragen.

 

De 7 Haarlemmermeerse participatievragen:

 

  • 1.

    Wat is het doel van de participatie

  • 2.

    Wie is de doelgroep

  • 3.

    Waar kan participatie wel en niet over gaan (hoeveel ruimte er is)

  • 4.

    Hoeveel invloed heeft de opbrengst op het besluit

  • 5.

    Welke rollen zijn er in deze participatie

  • 6.

    Wanneer participeren we

  • 7.

    Hoe participeren we

 

Zo wordt langs een vaste, herkenbare structuur maatwerk geboden, door telkens dezelfde vragen te beantwoorden in het participatieplan.

 

Als de gemeente participatie organiseert, mogen inwoners verwachten dat de gemeente dit doet:

  • o

    Om samen plannen beter te maken. We participeren niet om het participeren. We participeren om plannen beter te maken.

  • o

    Tijdig. Er kan nog mee worden gedacht. De opgave is niet al uitgedacht en het plan is nog niet vastgelegd.

  • o

    Duidelijk en eerlijk. We maken duidelijk wat het onderwerp is van participatie en hoe het proces er uitziet, welke invloed men heeft en we geven aan welke kaders er gelden. Ook zorgen we ervoor dat de informatie begrijpelijk is voor iedereen.

  • o

    Met de direct betrokkenen. We betrekken degenen die door het plan worden geraakt.

  • o

    Open. We staan open voor de inbreng van verschillende perspectieven, kennis en creativiteit.

  • o

    Doordacht. We maken een participatieplan en we denken na over de antwoorden op de 7 Haarlemmermeerse participatievragen, voor we starten met participatie.

  • o

    Gelijk geïnformeerd. Iedereen beschikt over dezelfde, goed te begrijpen informatie. We informeren regelmatig en zorgen dat deze informatie voldoende en toegankelijk is voor iedereen.

  • o

    Inclusief. Iedereen die we betrekken moet kunnen meedenken. Dit bereiken we door het gebruik van verschillende werkvormen en door aan te sluiten bij de leef- en denkwereld van de participanten. We spannen ons ook in om de participant te bereiken die niet zo makkelijk van zich laat horen of het woord neemt.

  • o

    Terugkoppeling. We koppelen terug en leggen uit wat er met de opbrengst van de participatie is gedaan.

  • o

    Evaluatie. We kijken achteraf hoe het proces ging, om ervan te kunnen leren. Zo kunnen we het volgende keer beter doen.

Uitdaagrecht

In deze verordening is het uitdaagrecht (nog) niet geregeld. Met het uitdaagrecht kunnen inwoners en maatschappelijk organisaties de gemeente verzoeken om de uitvoering van een wettelijke taak over te mogen nemen. Al dan niet met het bijbehorende budget. Voor 1 januari 2027 moet elke gemeente het zogenaamde ‘uitdaagrecht’ ofwel het ‘right-to-challenge’ op een door haar zelf te bepalen wijze regelen.

 

Evaluatie en monitoring

Om van participatie te leren en het verder te ontwikkelen, is het belangrijk om het beleid te evalueren: wat gaater goed? Wat kan er beter of wat moet anders? Daarom evalueert de gemeente elke collegeperiode de evaluatie, te beginnen in 2028.

Naar boven