5.02 Subsidieregeling Amateurkunst Schouwen-Duiveland 2026

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schouwen-Duiveland

 

gelet op:

- de cultuurvisie van de gemeente Schouwen-Duiveland

- de algemene subsidieverordening Schouwen-Duiveland 2026

 

overwegende dat:

- het wenselijk is om binnen het kader van bovengenoemde visie en verordening een meer gespecificeerde regeling op te stellen voor het subsidiëren van amateurkunst in de gemeente,

 

besluit vast te stellen de Subsidieregeling Amateurkunst Schouwen-Duiveland 2026.

 

Artikel 1. Toepassingsbereik

  • 1.

    Deze regeling is van toepassing op subsidie voor de beoefening en uitvoering van amateurkunst. Onder amateurkunst wordt verstaan: (het zonder betaling werken en deelnemen aan) een voorstelling, uitvoering of project op het gebied van theater, voordracht, muziek, popmuziek, zangkunst, musical, muziektheater, opera of dans, die openbaar en voor algemeen publiek toegankelijk is.

  • 2.

    Doelstelling van deze subsidieregeling is:

    • a.

      Het waarborgen en stimuleren van een levendig en kwalitatief interessant aanbod van theater, voordracht, muziek, popmuziek, zangkunst, musical, muziektheater, opera of dans gebracht door amateurkunstenaars in onze gemeente;

    • b.

      Bevordering van de amateurkunstbeoefening in onze gemeente, onder meer door ondersteuning van verenigingen en lokale initiatieven, voor zover zij naar het oordeel van het college een relevante bijdrage leveren aan sociale cohesie, woon- en leefklimaat en cultuurdeelname in onze kernen.

  • 3.

    Subsidie kan worden toegekend aan een aanvrager (rechtspersoon) voor optreden(s) van gezelschappen of bands die volledig uit amateurs bestaan, mits de aanvrager gevestigd is in de gemeente Schouwen-Duiveland, en het optreden openbaar en voor algemeen publiek toegankelijk is.

  • 4.

    De subsidieverstrekking ter ondersteuning van harmonieën, fanfares, brassbands (tezamen: “hafabra”), koren en majorettekorpsen is geregeld in Artikel 6 van deze regeling.

 

Artikel 2. Subsidievereisten

  • 1.

    Een aanvrager komt in aanmerking voor subsidie voor de uitvoering of beoefening van amateurkunst die in overeenstemming met de doelen als genoemd in artikel 1, derde lid. Voor subsidie voor de uitvoering van popmuziek geldt daarnaast dat dit:

    • a.

      wordt uitgevoerd door een band of collectief waarvan tenminste 2/3 van de leden, of voor gezelschappen bestaande uit 3 of minder leden allen, woonachtig zijn in de gemeente Schouwen-Duiveland;

    • b.

      niet wordt uitgevoerd door of vanuit een onderneming of instelling met winstoogmerk;

    • c.

      niet wordt uitgevoerd door een band of collectief die onder contract staat van een professioneel impresariaat of management.

  • 2.

    De subsidieaanvraag wordt voorzien van een inhoudelijke beschrijving waarin een overzicht wordt gegeven van doel, inhoud van het programma, deelnemende artiesten, kunstenaars of sprekers, locatie (plaats), voorgenomen datumplanning van de uitvoering en beoogd publieksbereik.

 

Artikel 3. Specifieke subsidievereisten

  • 1.

    De gemeente Schouwen-Duiveland heeft de lokale ‘Inclusie Agenda’ vastgesteld en werkt van daaruit actief aan een inclusieve samenleving waarin iedereen kan meedoen en ieders bijdrage op waarde wordt geschat. De gemeente verwacht van de aanvrager dat deze in zijn programma en/of in zijn organisatie daadwerkelijk bijdraagt aan deze doelstelling.

  • 2.

    De aanvrager vermeldt in al zijn publiciteitsuitingen dat de voorstelling of uitvoering c.q. het project uitvoering mede mogelijk is gemaakt door een bijdrage van de gemeente Schouwen-Duiveland, onder vermelding van het gemeentelogo.

  • 3.

    De aanvrager meldt de activiteiten aan via Stichting Eilandmarketing Schouwen-Duiveland voor de agenda van www.opschouwenduiveland.nl.

  • 4.

    Activiteiten die vallen onder het convenant regioarrangementen, voldoen aan de afspraken in dit kader tussen gemeente en provincie. Deze afspraken zijn op te vragen bij de gemeente.

 

Artikel 4. Subsidiabele activiteiten en kosten

  • 1.

    De volgende activiteiten en kosten komen in aanmerking voor subsidie op grond van deze regeling:

    • a.

      alle activiteiten ten behoeve van (leden van) een gezelschap, vereniging, band of collectief van amateurkunstenaars die naar het oordeel van het college zijn gericht op bereiken, in stand houden of verhogen van de kwaliteit van het ensemble als geheel, met inbegrip van masterclass en opleiding, met uitzondering van particulier onderwijs of individuele scholing van leden van het gezelschap;

    • b.

      ondersteunende activiteiten en kosten ten behoeve van

    • artistieke leiding, (koor-) directie, regie en productie, mits verzorgd door een hiervoor gekwalificeerde beroepskracht;

    • (een tegemoetkoming in) de huur van accommodaties of repetitieruimtes;

    • (een tegemoetkoming in) overige kosten die aantoonbaar verband houden met realisatie van een voorstelling of uitvoering, mits deze bij de aanvraag is voorzien van een beschrijving van doel, inhoud, artistieke leiding en uitvoerenden.

 

Artikel 5. Hoogte subsidie voor activiteiten

  • 1.

    Voor alle kosten genoemd in Artikel 4 stelt het college na inhoudelijke beoordeling de hoogte van de subsidie vast op basis van de ingediende aanvraag met daarin een begroting van kosten en inkomsten, tot een maximum van 10.000,-- per aanvraag.

  • 2.

    De subsidie bedraagt ten hoogste 70 % van de kosten.

  • 3.

    Uitzonderingen op het gestelde in Artikel 5 lid 2 zijn mogelijk als de aanvrager aannemelijk maakt dat de aangevraagde activiteit niet mede gefinancierd kan worden door andere overheden, instellingen, fondsen of sponsors. Het college neemt het besluit hiertoe.

 

Artikel 6. Hafabra, koren en majorettekorpsen

  • 1.

    In afwijking van hetgeen is bepaald in de Algemene Subsidieverordening Schouwen-Duiveland 2026, moet de aanvraag voor ondersteuning aan hafabra-verenigingen, koren en majorettekorpsen zijn ingediend uiterlijk 12 weken voor aanvang van het kalenderjaar waarin een nieuwe subsidieperiode begint.

  • 2.

    Om in aanmerking te komen voor een subsidie moeten minimaal 15 personen als lid van de vereniging zijn ingeschreven. Op verzoek van de gemeente toont de aanvrager hiervan een bewijs in de vorm van een actuele ledenlijst. Deze lijst wordt alleen gebruikt ter controle en niet voor andere doeleinden, en na inzage vernietigd.

  • 3.

    Voor bijdragen voor de professionele leiding van een vereniging of gezelschap, voor bijdragen in de aanschaf van instrumenten en uniformen en voor overige kosten hanteert het college de meest recente subsidieaanbeveling zoals gepubliceerd door de KNMO (Koninklijke Nederlandse Muziek Organisatie). De verdeelmaatstaven per 2026 zijn als volgt:

    • A.

      Basisbedrag per zelfstandige eenheid

  • Dit bedrag dient voor de dekking van de vaste kosten van de vereniging zoals administratie- en bestuurskosten, kosten van bladmuziek e.d., verzekeringen, auteursrechten, lidmaatschap van de landelijke organisatie en vervoerskosten.

    • vereniging met één zelfstandige eenheid € 1.190

    • vereniging met twee zelfstandige eenheden € 1.775

    • vereniging met drie of meer zelfstandige eenheden € 2.227

    • B.

      Bijdrage per bespeeld instrument

  • Bedrag per bespeeld instrument ter dekking van afschrijvingskosten € 108

    • C.

      Bijdrage uniformen

  • Bedrag per lid ter dekking van afschrijvingskosten € 41

    • Opleidingskosten 50 %

    • Dirigentkosten 30 %

    • Huur accommodatie 50 %

    • Deelname aan concoursen 30 % tot een maximum van € 675 per deelname.

  • 4.

    De subsidie bedraagt per vereniging ten hoogste 75 % van de totaalberekening volgens de maatstaven genoemd onder Artikel 6 derde lid, sub A en B, en ten hoogste 50 % van de kosten genoemd onder Artikel 6 derde lid, sub C.]

  •  

Artikel 7. Subsidieplafond, wijze van verdeling en vaststelling.

  • 1.

    Het college stelt voor deze regeling een subsidieplafond vast.

    • a.

      Het subsidieplafond 2027 voor meerjarige subsidies bedraagt € 143.555,-- (excl indexatie).

    • b.

      Het subsidieplafond 2026 voor incidentele subsidies bedraagt € 10.000,--

  • 2.

    De verstrekking van subsidie op grond van deze regeling vindt plaats onder voorbehoud van de beschikbaarheid van voldoende financiële middelen. Als bij de vaststelling van de begroting blijkt dat onvoldoende middelen beschikbaar zijn om aan alle aanvragen te voldoen, kan de subsidie geheel of gedeeltelijk worden geweigerd, dan wel lager worden vastgesteld.

  • 3.

    Wanneer de gemeenteraad van de gemeente Schouwen-Duiveland onvoldoende financiële middelen beschikbaar stelt, is het college bevoegd te bepalen dat het subsidieplafond uit het eerste lid wordt verlaagd en in welke mate. Een verlaging van het subsidieplafond heeft geen gevolgen voor de wijze van verdeling zoals bedoeld in dit artikel.

  • 4.

    Bij de verdeling van de beschikbare subsidie aan aanvragers zoals benoemd in Artikel 5 van deze regeling geldt het budgetplafond zoals genoemd in Artikel 7 lid 2a en b.

  • 5.

    Bij de verdeling van de beschikbare subsidie aan overige aanvragers maakt de gemeente een afweging op grond van de volgende elementen, in onderstaande volgorde, die op volgorde van relevantie worden gewaardeerd:

    • a.

      Kwaliteit

    • b.

      Artistieke zeggingskracht

    • c.

      Betekenis voor de gemeente

    • d.

      Inhoudelijk vernieuwende en onderscheidende elementen

    • e.

      Het verwachte publieksbereik

    • f.

      De mate waarin de aanvrager in thema, inhoud en organisatie aandacht besteedt aan diversiteit, sociale cohesie, het bereik van nieuwe doelgroepen en toegankelijkheid voor iedereen

    • g.

      De mate waarin de aanvrager naast de gemeentelijke bijdrage andere financieringsbronnen heeft kunnen aanboren.

  • 6.

    De subsidie wordt verleend op basis van de beoordeling van de in Artikel 6. zesde lid benoemde criteria, in de volgorde van rangschikking, tot het subsidieplafond is bereikt. De andere aanvragen worden afgewezen.

  • 7.

    Het college kan besluiten om aan de criteria zoals benoemd in Artikel 6. zesde lid, een waardering in punten toe te kennen. Het college maakt dit uiterlijk op 1 december voorafgaand aan het subsidiejaar bekend via een openbaar besluit.

  • 8.

    De gemeente kan de beoordeling opdragen aan een externe commissie van deskundigen. Het college besluit op basis van een advies welke door minimaal 2/3 van de commissieleden wordt gedragen.

  • 9.

    Subsidies tot € 10.000 stelt het college direct vast. Het college kan de subsidieontvanger verplichten om in het kader van een steekproef aan te tonen dat de activiteiten overeenkomstig de vaststelling zijn uitgevoerd. De steekproef wordt uitgevoerd door de gemeente op grond van de Regel Steekproefsgewijze controle subsidies tot € 10.000 Gemeente Schouwen-Duiveland.

  • 10.

    Voor subsidies vanaf € 10.000,-- geldt hetgeen hierover is bepaald in de Algemene Subsidieverordening 2026, Artikel 16 lid 2 tot en met 5.

 

Artikel 8. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking op de dag na publicatie, onder gelijktijdige intrekking van de voorgaande subsidieregeling “Beleidsregel 5.1 Amateur- en Podiumkunst, Muziek en Film.”

 

Burgemeester en wethouders van Schouwen-Duiveland hebben op 24 maart 2026 besloten,

S.J.A. Bronsveld, Secretaris

J.Chr. van der Hoek MBA, Burgemeester

Naar boven