Gemeenteblad van Wormerland
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Wormerland | Gemeenteblad 2026, 151199 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Wormerland | Gemeenteblad 2026, 151199 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet Wormerland 2026
De raad van de gemeente Wormerland,
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 10 februari 2026;
gelet op de artikel 8, eerste lid, aanhef en onderdeel b en tweede lid van de Participatiewet;
besluit vast te stellen de Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet Wormerland 2026.
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Een verzoek om toekenning van een individuele inkomenstoeslag, zoals bedoeld in artikel 36, eerste lid van de Participatiewet, wordt ingediend op een door het college vastgestelde wijze.
Artikel 4 Langdurig laag inkomen
Een tijdelijke stijging van het inkomen boven 120% van de van toepassing zijnde norm doet geen afbreuk aan het recht, mits deze stijging in totaal niet meer dan 12 weken binnen de referteperiode bedraagt. Indien de periode van hoger inkomen — al dan niet aaneengesloten — meer dan 12 weken beslaat, wordt deze niet meer als tijdelijk beschouwd
Artikel 5 Hoogte van de individuele toeslag
Als één van de gehuwden op de peildatum is uitgesloten van het recht op individuele inkomenstoeslag ingevolge artikel 11 of artikel 13, eerste lid van de Participatiewet, komt de rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor een individuele inkomenstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden.
De bedragen genoemd in artikel 5 worden jaarlijks, voor het eerst per 1 januari 2027, geïndexeerd overeenkomstig de ontwikkelingen van de consumentenprijsindex volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek. De bedragen worden naar boven afgerond op hele euro’s.
Het college kan beleidsregels stellen, die verband houden met de uitvoering van de deze verordening. De beleidsregels, hebben voor de individuele inkomenstoeslag in elk geval betrekking op de invulling van het begrip “omstandigheden” zoals bedoeld in artikel 36, tweede lid van de Participatiewet.
Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet Wormerland 2026.
Algemeen individuele inkomenstoeslag
Aan de bijstand ligt het uitgangspunt ten grondslag dat het normbedrag, bedoeld ter voorziening in de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan met inbegrip van een component reservering, in beginsel toereikend is. Toch kan de financiële positie van mensen die langdurig op een minimuminkomen zijn aangewezen onder druk komen te staan als er na verloop van tijd geen enkel perspectief lijkt te zijn om door inkomen uit arbeid het inkomen te verhogen. De individuele inkomenstoeslag voorziet in extra inkomen voor die personen, die in deze positie zitten.
De individuele inkomenstoeslag is een discretionaire bevoegdheid. Dit betekent dat het college een individuele inkomenstoeslag kan verlenen als een persoon voldoet aan de voorwaarden daarvoor.
In deze verordening zijn regels opgenomen die in betrekking hebben op de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de begrippen ‘langdurig’ en ‘laag inkomen’ en wanneer er sprake is van een laag inkomen. Daarnaast is in de verordening de hoogte van de individuele inkomenstoeslag bepaald.
Alleen de artikelen die een toelichting behoeven worden hier toegelicht.
Voor zover in dit deze verordening niet anders geformuleerd, hebben de begrippen in deze verordening dezelfde betekenis als in de Participatiewet en de Algemene wet bestuursrecht.
Het college bepaalt op welke wijze een verzoek kan worden ingediend. Dit kan zowel schriftelijk, digitaal via internet of beiden zijn. Afhankelijk van de wijze waarop een aanvraag kan worden ingediend, wordt een schriftelijk of digitaal formulier vastgesteld en beschikbaar gesteld.
Onderdeel a: Personen die jonger zijn dan 23 jaar op de peildatum behoren niet tot de doelgroep. Voor het vaststellen van leen langdurig laag inkomen geldt een referte-eis van vijf jaar. Personen jonger dan 23 jaar kunnen per definitie niet aan deze referte-eis voldoen, daar zij de 18-jarige leeftijd niet hebben bereikt aan de start van de referteperiode. Hierdoor worden zij niet tot de doelgroep van deze regeling gerekend.
Onderdeel b: De individuele inkomenstoeslag richt zich op personen, die langdurig een laag inkomen hebben en daardoor geen financiële ruimte hebben om te reserveren voor onverwachte uitgaven. Studerenden hebben tijdelijk een laag inkomen. Zodra zij hun studie hebben afgerond worden zij in staat geacht zich een inkomen te verwerven, dat uit komt boven het sociaal minimum. Zij worden daarom niet gerekend tot de doelgroep van deze regeling.
Onderdeel c: Personen in een inrichting worden niet geconfronteerd met een aantal belangrijke bestaanskosten. In voeding, huisvesting, verwarming, onderhoud en dergelijke wordt immers voorzien door de inrichting. Zij worden ook niet geconfronteerd met incidentele, onverwachte uitgaven waarvoor de individuele inkomenstoeslag bedoeld is.
Onderdeel d. Als in de periode van twaalf maanden voorafgaande aan de peildatum een maatregel wegens schending van de arbeidsverplichting dan wel re-integratieverplichting is opgelegd, kan worden gesteld dat belanghebbende niet naar vermogen inspanningen heeft verricht om tot inkomensverbetering te komen.
Artikel 4 Langdurig laag inkomen
Het begrip ‘langdurig laag inkomen’ wordt ingevuld als een inkomen dat niet hoger is dan 120% van de bijstandsnorm die voor belanghebbende van toepassing was, gerekend over een periode van vijf jaar (de referteperiode).
Na vijf jaar op een inkomen aangewezen te zijn geweest, dat niet meer bedroeg dan 120% van de bijstandsnorm, is er over het algemeen weinig reserveringsruimte over en is een extra inkomensondersteuning in de vorm van een individuele inkomenstoeslag nodig.
De methode van het kijken naar het gemiddelde loon per kalenderjaar maakt dat iemand, die wegens werkaanvaarding een korte periode een inkomen boven het sociaal minimum heeft gehad, niet zonder meer zijn recht op individuele inkomenstoeslag verliest.
Een dergelijk gevolg zou namelijk een negatieve prikkel zijn bij het aanvaarden van (tijdelijk) werk. Dat geldt temeer als een belanghebbende geen of maar weinig zekerheid heeft over de duur van dit werk. Om dit te verduidelijken en de werkaanvaarding expliciet te stimuleren, is in het vierde lid een tijdelijke overschrijdingsmarge opgenomen. Hierdoor doet een stijging van het inkomen boven de 120% grens geen afbreuk aan het recht op toeslag, mits de periode van overschrijding niet meer dan 12 weken in totaal bedraagt binnen de referteperiode. Periodes van hoger inkomen die — al dan niet aaneengesloten — langer zijn dan 12 weken, worden niet langer als tijdelijk beschouwd en kunnen er alsnog toe leiden dat niet aan de voorwaarde van langdurig laag inkomen wordt voldaan.
Het is echter niet de bedoeling dat een belanghebbende perioden waarin hij een inkomen boven de bijstandsnorm heeft kan middelen met perioden waarin hij vanwege de aanwezigheid van een uitsluitingsgrond een lager inkomen heeft, zoals bijvoorbeeld detentie, geen recht op bijstand had. Dit geldt overeenkomstig voor gehuwden van wie de partner is uitgesloten van het recht op individuele inkomenstoeslag. Daarom wordt in het derde lid bepaald dat dergelijke perioden voor het berekenen van het gemiddelde inkomen meetellen als perioden waarin tenminste 100% van de voor belanghebbende van toepassing zijnde bijstandsnorm is ontvangen. Het woord “minimaal” in het derde lid maakt, dat als er in bedoelde perioden in werkelijkheid meer inkomen dan de bijstandsnorm is geweest, dit hogere werkelijke inkomen moet meetellen.
Artikel 5. Hoogte individuele inkomenstoeslag
Bij de hoogte van de individuele inkomenstoeslag wordt onderscheid gemaakt tussen een alleenstaande, een alleenstaande ouder en gehuwden.
Bij gehuwden moet in het oog worden gehouden dat het recht op individuele inkomenstoeslag de gehuwden gezamenlijk toekomt. Worden personen op de peildatum als gehuwden aangemerkt, dan moeten beide gehuwden voldoen aan de voorwaarden van artikel 36, eerste lid, van de Participatiewet. Voldoet één van hen niet aan deze voorwaarden, dan bestaat voor beiden geen recht op individuele inkomenstoeslag.
Is één van de echtgenoten uitgesloten van het recht op individuele inkomenstoeslag, anders dan vanwege het niet voldoen aan de voorwaarden van artikel 36, eerste lid, van de Participatiewet, dan komt de rechthebbende partner wel in aanmerking voor een individuele inkomenstoeslag. Het gaat hier om een partner die op een van de in artikelen 11 of 13, eerste lid, van de Participatiewet genoemde gronden geen recht heeft op bijstand. Als slechts één partner recht heeft op individuele inkomenstoeslag, komt deze rechthebbende partner in aanmerking voor een individuele inkomenstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden. Dat is geregeld in het derde lid.
In dit artikel is een indexeringsbepaling opgenomen. Deze bepaling voorkomt dat de verordening telkens opnieuw moet worden vastgesteld, enkel voor indexatie van de bedragen.
Artikel 9 intrekking en inwerkingtreding
De aanpassingen in deze verordeningen betreffen overwegend een verbetering of een vastlegging van bestaand beleid. Er is geen aanleiding overgangsrecht te formuleren.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-151199.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.