Gemeenteblad van Midden-Groningen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Midden-Groningen | Gemeenteblad 2026, 151087 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Midden-Groningen | Gemeenteblad 2026, 151087 | beleidsregel |
Kadernota Aanpak armoede Midden-Groningen 2026 – 2030
Voor u ligt de Kadernota Aanpak armoede 2026–2030 van de gemeente Midden-Groningen. Met deze kadernota bepalen wij als gemeente de koers voor de aanpak van armoede in de komende beleidsperiode en legt zij de uitgangspunten, ambities en richtinggevende keuzes vast waarbinnen het beleid verder wordt uitgewerkt.
Armoede is een landelijk probleem en vormt ook in Midden-Groningen een serieuze en omvangrijke opgave. Het aandeel huishoudens met een laag inkomen ligt hoger dan het landelijk gemiddelde en een groot deel van deze huishoudens heeft al meerdere jaren te maken met een laag besteedbaar inkomen. Deze langdurige armoede raakt inwoners diep en werkt door op andere levensgebieden, zoals gezondheid, participatie, onderwijs en kansen voor kinderen. Tegelijkertijd is onze invloed als gemeente begrensd: inkomenspolitiek, wetgeving en economische ontwikkelingen worden grotendeels landelijk bepaald.
Naast de uitvoering van onze wettelijke taken, hebben we in ruime mate onze beleidsvrijheid als gemeente benut om armoede in onze gemeente aan te pakken, vanuit onze visie Sociale veerkracht (2019). Daarbij hebben we ook geïnvesteerd in vernieuwende aanpakken vanuit ons lokale Nationaal programma Groningen (NPG), Hart voor Midden-Groningen en het raadswerkprogramma 2022-2026, met de bestuursopdrachten voor armoede en integrale aanpak voor inwoners met gestapelde problematiek. Hiermee is een breed palet aan regelingen en projecten ontstaan gericht op het versterken van bestaanszekerheid en het vergroten van participatie en kansengelijkheid.
Deze kadernota bestendigt alle inzet die we in afgelopen jaren hebben gedaan. Tegelijkertijd geeft zij antwoord op de uitdaging tot meer samenhang tussen de regelingen en ondersteuning en het vergroten van het bereik en de toegankelijkheid van onze regelingen en ondersteuning. De kadernota geeft richting voor de komende jaren met een heldere ambitie, uitgangspunten en doelstellingen. Deze geven de basis voor beleidsvoornemens in de aanpak van armoede voor de periode 2026-2030. In deze beleidsperiode vindt de concrete uitwerking van maatregelen, budgetten en uitvoering plaats in vervolgdocumenten en binnen de reguliere planning- en controlcyclus.
De aanpak van armoede vraagt om duidelijke keuzes en samenwerking. De gemeente kan deze opgave niet alleen oplossen en is deels afhankelijk van landelijke wet- en regelgeving en economische ontwikkelingen. Binnen deze randvoorwaarden wil Midden-Groningen maximaal bijdragen aan het terugdringen van (langdurige) armoede, het vergroten van bereik en participatie en het doorbreken van generatiearmoede.
In hoofdstuk 1 wordt de aanleiding en context van deze kadernota toegelicht.
Hoofdstuk 2 beschrijft de ambitie, uitgangspunten en doelstellingen voor de periode 2026–2030 en geeft richting aan de beleidskeuzes die in deze nota worden gemaakt.
Hoofdstuk 3 gaat in op de definities van armoede en schetst de omvang en aard van armoede aan de hand van beschikbare data.
In hoofdstuk 4 wordt de huidige uitvoering van de lokale aanpak van armoede beschreven en geeft daarmee inzicht in bestaande interventies, werkwijzen en samenwerkingsverbanden.
Hoofdstuk 5 bevat de kern van deze nota voor de beleidsperiode 2026-2030. Hierin zijn de doelstellingen vertaald naar beleidsvoornemens, waarbij zicht wordt gegeven op wat inwoners hiervan kunnen verwachten, wat we gaan meten en hoe we dit monitoren. Het bestaande financieel kader wordt hier toegelicht.
In hoofdstuk 6 wordt de samenhang met de Sociale agenda van Nij Begun beschreven en de betekenis hiervan voor onze lokale aanpak van armoede.
De kadernota sluit af met een overzicht van de geraadpleegde bronnen in hoofdstuk 7.
Bijlage 1: Inzet lokaal, regionaal en brede welvaart
In deze bijlage wordt een overzicht gegeven van de inzet op lokaal en regionaal niveau in relatie tot de brede welvaart en het armoedebeleid.
Bijlage 2: Financieel overzicht inzet lokaal en regionaal
Deze bijlage bevat een gedetailleerd financieel overzicht van de inzet van middelen op lokaal en regionaal niveau voor het armoedebeleid.
Bijlage 3: Concept dashboard armoede
De derde bijlage biedt een conceptueel overzicht van het dashboard dat gebruikt zal worden om de voortgang van het armoedebeleid te monitoren.
Armoede is een serieuze en omvangrijke opgave in Midden-Groningen. Het aandeel huishoudens met een laag inkomen ligt structureel boven het landelijk gemiddelde en een groot deel van deze huishoudens leeft langdurig in armoede. Ons doel is dat zo min mogelijk inwoners te maken hebben met financiële onzekerheid en dat kinderen zonder geldzorgen opgroeien. Dat vraagt om een gerichte, samenhangende en realistische koers voor de komende jaren.
We zetten als gemeente in op het terugdringen van armoede onder huishoudens en kinderen in onze gemeente, zodat minder inwoners langdurig afhankelijk blijven van ondersteuning. Hiervoor hebben we voor de langere termijn de ambitie om het armoedepercentage te verlagen van 5,1% naar het landelijke gemiddelde van 4,3%.
Voor de komende beleidsperiode 2026-2030 gaan we aan de slag om het aandeel huishoudens met een laag inkomen te verminderen en daarmee de eerste stappen richting het landelijk gemiddelde te zetten. Daarvoor werken we met partners samen aan het versterken van de bestaanszekerheid, participatie en ontwikkelkansen van onze jeugd en volwassenen.
Deze ambitie is richtinggevend. We erkennen dat ontwikkelingen in landelijke wet- en regelgeving en economische omstandigheden van grote invloed zijn op armoede, maar willen binnen onze invloedssfeer maximaal bijdragen aan structurele verbetering.
We baseren onze aanpak armoede op de volgende uitgangspunten:
De gemeente werkt vanuit vertrouwen en sluit aan bij de leefwereld van inwoners. Ondersteuning is erop gericht de regie bij inwoners te versterken en ruimte te bieden voor eigen keuzes. Dit sluit aan bij de gemeentelijke visie Sociale veerkracht en draagt bij aan de lokale uitvoering van de Participatiewet in balans.
De prioriteit ligt bij het beter vindbaar, begrijpelijk en toegankelijk maken van bestaande regelingen en ondersteuning. Uit de evaluatie van het minimabeleid blijkt dat veel inwoners geen gebruik maken van deze regelingen omdat ze er niet bekend mee zijn. Daarom gaat het vergroten van het bereik vóór het ontwikkelen van nieuwe instrumenten.
De gemeente streeft naar het structureel inzetten van ervaringsdeskundigheid op alle niveaus bij de ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van het armoedebeleid. Het streven is om ervaringskennis actief te benutten bij beleidskeuzes, monitoring en bijstelling, zodat beleid beter aansluit bij de leefwereld van inwoners.
Deze uitgangspunten vormen het kader waarbinnen keuzes worden gemaakt en uitvoering plaatsvindt
3. Definities armoede en kerncijfers
Armoede - Huishoudens leven in armoede wanneer zij langdurig niet beschikken over voldoende middelen om te voorzien in de minimale kosten van bestaan.
Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Armoede en sociale uitsluiting
Relatieve armoede - Relatieve armoede is het hebben van een inkomen dat aanzienlijk lager ligt dan het maatschappelijk gemiddelde, waardoor volwaardige deelname aan de samenleving wordt belemmerd.
Generatiearmoede - Generatiearmoede is armoede die zich over meerdere generaties binnen een gezin voortzet, waarbij financiële tekorten samengaan met structurele sociale en maatschappelijke achterstanden.
Bron: Verwey-Jonker Instituut/ SCP (samengevat)
Kansarme kinderen - Kansarme kinderen zijn kinderen die door een ongunstige sociaaleconomische en sociale omgeving een verhoogd risico lopen op ontwikkelingsachterstanden en beperkte maatschappelijke kansen.
Armoedeval - De armoedeval is het verschijnsel dat werken of meer inkomen verwerven financieel weinig of geen voordeel oplevert, doordat extra inkomsten worden tenietgedaan door het verlies van uitkeringen, toeslagen en andere inkomensafhankelijke regelingen.
In Nederland is het Rijk verantwoordelijk voor de bestaanszekerheid, voornamelijk via bijstand en toeslagen. Door onder andere hoge inflatie en stijgende energieprijzen hebben veel inwoners met lage inkomens moeite om rond te komen, wat het risico op armoede vergroot. Het Rijk bepaalt het beleid om de koopkracht van deze inwoners te verbeteren.
Binnen de landelijke kaders en wettelijke taken benut Midden-Groningen de beschikbare beleidsruimte voor maatwerk in (inkomens) ondersteuning en samenwerking met maatschappelijke partners.
Onderstaande tekst, gebruikte data en onderbouwing door afbeeldingen, zijn afkomstig uit de Evaluatie van het Minimabeleid van Significant APE, gebaseerd op de volgende bronnen; CBS Statline (2022) en de Armoedescan van het CBS. Deze bronnen bieden waardevolle inzichten in de huidige situatie rondom armoede.
In 2022 had de gemeente Midden-Groningen een inwoneraantal van 60.898. Dit aantal groeide naar 61.554 in 2023. De gemeente telde in 2022 ongeveer 2.000 huishoudens met een inkomen tot 101% van de bijstandsnorm. Het gaat hierbij om ongeveer 3.100 inwoners (zie figuur 1). Dit komt neer op ongeveer 5,1% van het totaal aantal inwoners in de gemeente. Dit percentage ligt aanzienlijk hoger dan het landelijk gemiddelde (4,3%).
Als we kijken naar het aandeel mensen met een inkomen tot 120% van de bijstandsnorm, gaat het om 10% van de bevolking in de gemeente (6.200 inwoners) ten opzichte van 8% in Nederland. Van de minimahuishoudens met een inkomen tot 101% van de bijstandsnorm heeft 45% dit inkomen al minstens 4 jaar. Het gaat hierbij om zo’n 1.400 inwoners. Bij een inkomen tot 120% is er bij 61% van de personen sprake van een langdurig laag inkomen.
Figuur 1: Aantal inwoners per inkomensgroep (minimaal 1 jaar en minimaal 4 jaar) (CBS Statline; 2022)
In de gemeente Midden-Groningen wonen ongeveer 17.600 kinderen tot 18 jaar. Van deze 17.600 wonen ongeveer 600 kinderen in een huishouden met een inkomen tot 101%. Dit komt neer op 3,4% van de minderjarige kinderen en ligt daarmee iets onder het landelijk gemiddelde van 4,3%. Bij een inkomen van 110% van de bijstandsnorm ligt dit aantal op 900 kinderen (5,1% van alle minderjarige kinderen t.o.v. landelijk 6,7%) en bij een inkomen van 120% van de bijstandsnorm gaat het om 1.100 kinderen (6,25% van alle minderjarige kinderen t.o.v. landelijk 8,3%).
Figuur 2. Uitsplitsing van minimahuishoudens naar leeftijd van de hoofdkostwinner en huishoudtypes (CBS Statline; 2022)
Minimahuishoudens zijn niet evenredig verdeeld over de verschillende wijken van de gemeente Midden-Groningen, zo blijkt uit de Armoedescan van het CBS (2021). In de onderstaande figuur 2 wordt weergegeven waar de meeste mensen met een inkomen tot 101% en tot 125% wonen binnen de gemeente Midden-Groningen. Hoe donkerder de kleur, hoe hoger het aandeel huishoudens in die wijk met een inkomen onder het sociaal minimum. Het valt op dat vooral in de wijken Hoogezand-zuid, Foxhol, Muntendam en Slochteren relatief veel minimahuishoudens wonen.
Figuur 3. Spreiding mensen met inkomen tot 101% en 125% van de bijstandsnorm over de gemeente Midden-Groningen (bron: Armoedescan CBS)
We willen inwoners daar waar nodig ondersteunen om (weer) volwaardig mee te kunnen doen aan de samenleving. Daarbij zetten we in op financiële regelingen die gericht zijn op inkomensondersteuning. Binnen het sociaal ontwikkelbedrijf Midwerk geven we uitvoering aan onze wettelijke taken, zoals de bijstandsuitkering, bijzondere bijstand, de individuele inkomenstoeslag, tijdelijke regeling voor alleenverdienersproblematiek (2023–2027) en arbeidsparticipatie richting werk. De Kredietbank Midden-Groningen voert de wettelijke taken voor schuldhulpverlening uit. Daarnaast benutten we de beleidsvrijheid voor aanvullende inkomensondersteuning, zoals de Collectieve aanvullende zorgverzekering, kwijtschelding gemeentelijke belastingen, het Meedoenfonds, de VoorzieningenWijzer en preventieve schuldhulpverlening.
In de financiële ondersteuning werken we samen met maatschappelijke organisaties, die hiervoor een subsidie ontvangen. Via deze samenwerking wordt financiële en materiële hulp geboden aan inwoners met een inkomen op het sociaal minimum. Dit stelt hen in staat noodzakelijke kosten te betalen en gebruik te maken van gratis ondersteuning via onder andere, Humanitas Midden-Groningen, de Voedselbank, Kledingbank Maxima, Speelgoedbank Amalia en Jeugdfonds Sport & Cultuur.
In het kader van kansengelijkheid en gezondheid richten we ons in het bijzonder op kinderen en gezinnen, in nauwe samenwerking met het onderwijs en maatschappelijke partners. De ondersteuning is daarbij ingericht langs verschillende levensfasen.
Voor jonge kinderen is er ondersteuning via Kansrijke Start, die zich richt op de eerste 1.000 dagen van hun leven. Deze aanpak is gericht op het bieden van een goede start, met aandacht voor gezondheid, ontwikkeling en het versterken van de basis in gezinnen. Daarnaast is er het project Moeders van Midden-Groningen, waarbij (kwetsbare) moeders tijdens en na de zwangerschap worden ondersteund bij uiteenlopende hulpvragen.
Voor kinderen en gezinnen in de schoolgaande leeftijd zijn er verschillende initiatieven die zich richten op het verkleinen van achterstanden. Naast de ondersteuning vanuit het sociaal team gaat het onder meer om de verrijkte schooldag binnen het programma Tijd voor Toekomst, de inzet van de kind-ouderondersteuners op de basisscholen en gerichte ondersteuning aan gezinnen met (meervoudige) problematiek. Deze inzet is gericht op het versterken van ontwikkelkansen en het voorkomen van achterstanden op latere leeftijd.
Voor jongeren en volwassenen speelt financiële stabiliteit een belangrijke rol bij het kunnen meedoen aan de samenleving. De Kredietbank Midden-Groningen vervult hierin een centrale rol door het bieden van hulp bij geldzorgen. Specifiek voor jongeren wordt hierop ingezet met het NPG-project Jongeren met toekomst. Daarnaast is er binnen het thema kansengelijkheid specifieke aandacht voor de oudere en laaggeletterde inwoners, zodat zij beter worden ondersteund in het vergroten van hun zelfredzaamheid door betere beheersing van lezen en schrijven.
Aanvullend wordt ingezet op het Nationaal Programma Groningen (NPG), onder meer door de inzet van ervaringsdeskundigen. Daarbij is er aandacht voor het tegengaan van sociale uitsluiting en het versterken van sociale veerkracht. Deze inzet sluit aan bij de bestuursopdracht voor een integrale aanpak van gestapelde problematiek, zoals die onder andere in Muntendam wordt vormgegeven.
5. Keuzes en beleidsvoornemens 2026-2030
Dit hoofdstuk concretiseert de ambitie en doelstellingen uit hoofdstuk 2 in beleidsvoornemens voor de periode 2026–2030.
We kiezen nadrukkelijk voor focus, samenhang en uitvoerbaarheid. De beschikbare middelen en uitvoeringscapaciteit zijn begrensd, terwijl de opgave groot is. Niet alles kan tegelijk.
De beleidsvoornemens richten zich daarom op die interventies waarvan aannemelijk is dat zij het meeste bijdragen aan het terugdringen van (langdurige) armoede en doorbreken van generatiearmoede, het vergroten van de participatie van inwoners en het vergroten van bereik en toegankelijkheid van ondersteuning en regelingen. Daarbij staat niet het instrument centraal, maar de vraag wat inwoners nodig hebben om bestaanszekerheid, rust, ontwikkelkansen en perspectief op participatie te realiseren.
5.1 Doelstelling 1: Doorbreken van generatiearmoede en versterken van perspectief
5.2 Doelstelling 2: Vergroten van participatie en perspectief op inkomen
5.3 Doelstelling 3: Vergroten van bereik en toegankelijkheid van (minima)regelingen
5.4 Instrumenten, monitoring en sturing
Om de beleidsvoornemens uit de drie doelstellingen te realiseren zetten we een samenhangend pakket van instrumenten en middelen in, waaronder inkomensondersteuning, integrale maatwerkaanpakken, participatie- en re-integratie-instrumenten en netwerkgerichte samenwerking.
Een overzicht van de bestaande inzet, programma’s en samenwerkingsverbanden binnen de armoedeaanpak is opgenomen in bijlage 1. Deze bijlage laat zien hoe de beleidsvoornemens aansluiten bij lopende activiteiten en bestaande structuren.
We werken samen met partners vanuit een lerende aanpak, monitoren bereik en effecten en gebruiken deze inzichten om beleid en inzet bij te stellen. De monitoring is verbonden aan de P&C-cyclus en ondersteunt bestuurlijke sturing op effectiviteit en doelmatigheid.
De indicatoren worden zoveel mogelijk gebaseerd op bestaande databronnen (CBS, Armoedescan, uitvoeringsdata en cliëntbeleving) om de administratieve lasten te beperken. De monitoring is primair bedoeld voor sturing en bijstelling en niet uitsluitend voor verantwoording. De uitkomsten worden periodiek betrokken bij beleidsmatige afwegingen en bijstellingen binnen de planning- en controlcyclus.
De uitvoering van de beleidsvoornemens binnen deze kadernota vindt plaats binnen het beschikbare financiële kader. We zetten primair in op het effectiever en doelmatiger inzetten van bestaande middelen, door meer samenhang aan te brengen, niet-gebruik te verminderen en ondersteuning beter te richten op inwoners en gezinnen die dit het meest nodig hebben.
Nieuwe of aangepaste beleidsvoornemens worden waar mogelijk gerealiseerd door herschikking en optimalisatie van bestaande budgetten binnen het sociaal domein. Voorstellen die leiden tot structurele financiële gevolgen of aanvullende middelen worden afzonderlijk en expliciet aan de raad voorgelegd, inclusief dekking, via de reguliere planning- en controlcyclus. Een nadere toelichting op het financiële kader en de beschikbare middelen is opgenomen in bijlage 2.
Bij de verdere uitwerking en uitvoering van het armoedebeleid wordt nadrukkelijk gestuurd op betaalbaarheid, doelmatigheid en het voorkomen van onbedoelde kostenstijgingen. Monitoring van bereik en effecten vormt hierbij een belangrijk instrument om tijdig bij te kunnen sturen. De wijze waarop deze monitoring wordt ingericht en welke indicatoren daarbij worden gebruikt, wordt uitgewerkt in een dashboard armoede. Bijlage 3 geeft hiervan een eerste voorbeeld.
6.1 Sociale agenda (Nij begun)
De aanpak van armoede in Midden-Groningen staat niet op zichzelf. Met de Sociale agenda wordt op regionaal niveau ingezet op het versterken van brede welvaart, bestaanszekerheid en kansen voor kwetsbare inwoners in de regio Groningen en Noord-Drenthe. De doelen en maatregelen in de sociale agenda vormen een belangrijke context voor het lokale armoedebeleid.
De sociale agenda richt zich onder meer op:
Hiermee sluit de sociale agenda aan op de lokale aanpak van armoede. De uitvoering van de maatregelen in de sociale agenda rondom kansengelijkheid en aanpak armoede kunnen verbonden worden met het lokale beleid. Als gemeente zijn we samenwerkingspartner en waar van toepassing regievoerder. Wij bewaken de samenhang en voorkomen overlap door goede afstemming met regionale partners. Daarbij benutten we regionale kennis en middelen waar dit passend is. Succesvolle regionale aanpakken verankeren we in lokaal beleid, wanneer deze aansluiten bij de gemeentelijke doelstellingen.
Door deze samenhang ontstaat een aanpak waarin de uitvoering van het lokale beleid en de maatregelen in de sociale agenda elkaar versterken. Dit vergroot de effectiviteit van de inzet en draagt bij aan een herkenbare en samenhangende ondersteuning voor inwoners van Midden-Groningen.
Dit document is mede tot stand gekomen met gebruikmaking van gegevens, onderzoeksrapporten en definities van externe bronnen; zoals het CBS; Nibud; SCP; Armoedefonds; college- en raadswerkprogramma Midden-Groningen 2022-2026; strategische visie ‘Sociale Veerkracht in de Praktijk; Sociale agenda Groningen en Noord-Drenthe (Nij Begun); het rapport Evaluatie minimabeleid Significant APE; masterscriptie van Rick Werkman, ‘Samen sterk tegen armoede: Een multilevel netwerkanalyse van het Armoedepact Midden-Groningen; kadernota voor het armoedebeleid 2023 - 2026 van de gemeente Eemsdelta.
Bijlage 1: Inzet lokaal, regionaal en brede welvaart
Deze bijlage biedt een overzicht van de lokaal, regionaal en brede welvaart-inspanningen, die gezamenlijk bijdragen aan de verbetering van de sociaal-maatschappelijke positie van kwetsbare doelgroepen in de gemeente Midden-Groningen en de regio.
Instrument dat inwoners met een laag inkomen de mogelijkheid biedt om deel te nemen aan maatschappelijke, culturele en sportieve activiteiten. Dit draagt bij aan de versterking van het sociaal netwerk en voorkomt sociale uitsluiting. Het uitgangspunt is, dat inwoners ondersteuning krijgen om de vicieuze cirkel van armoede te doorbreken, zonder dat wordt voorgeschreven welke ondersteuning nodig is. Hiermee wordt inwoners de ruimte geboden om zelf keuzes te maken in wat hen helpt om mee te doen aan de samenleving.
Hulpmiddel voor inwoners van de gemeente Midden-Groningen met een laag inkomen. Omdat het soms lastig is om alle regelingen te kennen, werken verschillende organisaties samen om hierbij te helpen, waaronder Stichting Kwartier Zorg & Welzijn. Met de VoorzieningenWijzer krijgen inwoners inzicht in gemeentelijke en landelijke regelingen, zien zij of zij recht hebben op toeslagen en waar zij kunnen besparen op vaste lasten, zoals energie en zorgverzekering.
Toeslagen zijn financiële tegemoetkomingen van de overheid voor kosten van huur, zorg en kinderen. Inwoners zijn vaak terughoudend in het aanvragen hiervan uit angst om fouten te maken, wat vooral financieel kwetsbare inwoners raakt en kan bijdragen aan schuldenproblematiek en het niet-gebruik van gemeentelijke voorzieningen. Daarom wordt in 2026 de samenwerking met de Dienst Toeslagen versterkt om de eigen redzaamheid van inwoners te vergroten, terugvorderingen te voorkomen en proactieve ondersteuning te bieden bij life-events en financiële gevolgen van werk, passend bij de inzet van de gemeente Midden-Groningen.
NPG-project - en maatregel binnen de Sociale agenda - versterkt de ontwikkelkansen van kinderen die opgroeien in kwetsbare gezinnen door sociale en financiële belemmeringen weg te nemen, bijvoorbeeld door deelname aan onderwijs, sport en andere activiteiten te bevorderen. Doel is het doorbreken van intergenerationele armoede.
NPG-project gericht op de ondersteuning van (aanstaande) moeders in een kwetsbare situatie tijdens de eerste 1.000 dagen. De aanpak biedt intensieve begeleiding aan huis op alle relevante levensdomeinen: sociaal emotioneel, gezondheid en leefstijl, opvoeding, financiën, netwerk en praktische zelfredzaamheid waardoor stress vermindert en een stabiele basis ontstaat voor ouder en kind.
Maatregel 34 uit de kabinetsreactie Nij begun op het parlementaire onderzoek naar de aardbevingsproblematiek. De sociale agenda is een 30-jarig programma met 3,5 miljard euro om de brede welvaart in Groningen en Noord-Drenthe op het landelijk gemiddelde te brengen. De agenda bevat 10 doelen en 16 maatregelen gericht op gezondheid, leefbaarheid, kansen voor kinderen en jongeren, werk en armoedebestrijding. De sociale agenda is vastgesteld in januari 2025. Doelen en maatregelen die direct aansluiten op de lokale aanpak armoede in Midden-Groningen:
Regionale aanpak gericht op het versterken van de veerkracht en ontwikkelkansen van inwoners in de Veenkoloniën. De aanpak richt zich op het vergroten van verschillende vormen van kapitaal (zoals sociaal, mentaal en financieel) en het benutten van lokale kracht, samenwerking en lerend werken om structurele armoede en kansenongelijkheid terug te dringen.
Lange termijn: Nij Begun en de Sociale Agenda Groningen
Het kabinet stelt de komende 30 jaar financiële middelen beschikbaar voor herstel en perspectief in het kader van de Nij Begun-aanpak. Het doel is om de brede welvaart in de regio binnen één generatie op het landelijk gemiddelde te brengen. De Sociale Agenda Groningen en Noord-Drenthe ondersteunt deze doelstellingen met maatregelen gericht op leefbaarheid, gezondheid, armoede en participatie, die nauw samenhangen met de integrale aanpak van armoedebestrijding.
Bijlage 2: Financieel overzicht inzet lokaal en regionaal
In deze bijlage wordt een overzicht gepresenteerd van de meerjarige benadering van de financiële inzet op lokaal en regionaal niveau. Het financiële overzicht geeft inzicht in de middelen die worden ingezet om de doelstellingen van het armoedebeleid te realiseren, zowel op gemeentelijk als regionaal niveau.
In de meicirculaire 2026 worden de middelen bekend gemaakt voor de Alleenverdienersproblematiek. We ontvangen deze middelen tot en met 2027. Vanaf 2028 komt er een fiscale oplossing in de Inkomstenbelasting.
De Integrale aanpak gestapelde problematiek en NPG Ervaringsdeskundigen zijn onderdeel van de nieuwe NPG Kansen voor kinderen. Dit project is nog in de opstartfase. De vermelde bedragen zijn de bedragen conform de aanvraag. We verwachten dat vanaf 2028 dit project wordt opgenomen in het Nij Begun. Het bedrag voor het jaar 2027 van NPG Moeders voor Midden-Groningen zijn restant middelen die na 2026 nog ingezet kunnen worden.
Bijlage 3: Concept dashboard armoede
In deze bijlage is, met inachtneming van een disclaimer, een richtinggevend voorbeeld opgenomen van het dashboard armoede. Dit dashboard is momenteel in ontwikkeling en zal in de komende periode verder worden uitgewerkt. Het dashboard biedt inzicht in het bereik, de benutting en de ontwikkelingen binnen de doelgroep, gekoppeld aan de drie doelstellingen van de kadernota. Als sturingsinstrument ondersteunt dit bij bijstelling van beleid en wordt het niet uitsluitend gebruikt voor verantwoording. Jaarlijks wordt het dashboard met de raad gedeeld, voor het eerst bij de Programmabegroting 2027.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-151087.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.