Kadernota Aanpak armoede Midden-Groningen 2026 – 2030

“Waar bestaanszekerheid is, groeit perspectief.”

 

 

1. Inleiding

 

 

Voor u ligt de Kadernota Aanpak armoede 2026–2030 van de gemeente Midden-Groningen. Met deze kadernota bepalen wij als gemeente de koers voor de aanpak van armoede in de komende beleidsperiode en legt zij de uitgangspunten, ambities en richtinggevende keuzes vast waarbinnen het beleid verder wordt uitgewerkt.

Armoede is een landelijk probleem en vormt ook in Midden-Groningen een serieuze en omvangrijke opgave. Het aandeel huishoudens met een laag inkomen ligt hoger dan het landelijk gemiddelde en een groot deel van deze huishoudens heeft al meerdere jaren te maken met een laag besteedbaar inkomen. Deze langdurige armoede raakt inwoners diep en werkt door op andere levensgebieden, zoals gezondheid, participatie, onderwijs en kansen voor kinderen. Tegelijkertijd is onze invloed als gemeente begrensd: inkomenspolitiek, wetgeving en economische ontwikkelingen worden grotendeels landelijk bepaald.

Naast de uitvoering van onze wettelijke taken, hebben we in ruime mate onze beleidsvrijheid als gemeente benut om armoede in onze gemeente aan te pakken, vanuit onze visie Sociale veerkracht (2019). Daarbij hebben we ook geïnvesteerd in vernieuwende aanpakken vanuit ons lokale Nationaal programma Groningen (NPG), Hart voor Midden-Groningen en het raadswerkprogramma 2022-2026, met de bestuursopdrachten voor armoede en integrale aanpak voor inwoners met gestapelde problematiek. Hiermee is een breed palet aan regelingen en projecten ontstaan gericht op het versterken van bestaanszekerheid en het vergroten van participatie en kansengelijkheid.

Deze kadernota bestendigt alle inzet die we in afgelopen jaren hebben gedaan. Tegelijkertijd geeft zij antwoord op de uitdaging tot meer samenhang tussen de regelingen en ondersteuning en het vergroten van het bereik en de toegankelijkheid van onze regelingen en ondersteuning. De kadernota geeft richting voor de komende jaren met een heldere ambitie, uitgangspunten en doelstellingen. Deze geven de basis voor beleidsvoornemens in de aanpak van armoede voor de periode 2026-2030. In deze beleidsperiode vindt de concrete uitwerking van maatregelen, budgetten en uitvoering plaats in vervolgdocumenten en binnen de reguliere planning- en controlcyclus.

De aanpak van armoede vraagt om duidelijke keuzes en samenwerking. De gemeente kan deze opgave niet alleen oplossen en is deels afhankelijk van landelijke wet- en regelgeving en economische ontwikkelingen. Binnen deze randvoorwaarden wil Midden-Groningen maximaal bijdragen aan het terugdringen van (langdurige) armoede, het vergroten van bereik en participatie en het doorbreken van generatiearmoede.

 

 

Leeswijzer

 

 

In hoofdstuk 1 wordt de aanleiding en context van deze kadernota toegelicht.

Hoofdstuk 2 beschrijft de ambitie, uitgangspunten en doelstellingen voor de periode 2026–2030 en geeft richting aan de beleidskeuzes die in deze nota worden gemaakt.

Hoofdstuk 3 gaat in op de definities van armoede en schetst de omvang en aard van armoede aan de hand van beschikbare data.

In hoofdstuk 4 wordt de huidige uitvoering van de lokale aanpak van armoede beschreven en geeft daarmee inzicht in bestaande interventies, werkwijzen en samenwerkingsverbanden.

Hoofdstuk 5 bevat de kern van deze nota voor de beleidsperiode 2026-2030. Hierin zijn de doelstellingen vertaald naar beleidsvoornemens, waarbij zicht wordt gegeven op wat inwoners hiervan kunnen verwachten, wat we gaan meten en hoe we dit monitoren. Het bestaande financieel kader wordt hier toegelicht.

In hoofdstuk 6 wordt de samenhang met de Sociale agenda van Nij Begun beschreven en de betekenis hiervan voor onze lokale aanpak van armoede.

De kadernota sluit af met een overzicht van de geraadpleegde bronnen in hoofdstuk 7.

 

Bijlagen:

Bijlage 1: Inzet lokaal, regionaal en brede welvaart

In deze bijlage wordt een overzicht gegeven van de inzet op lokaal en regionaal niveau in relatie tot de brede welvaart en het armoedebeleid.

Bijlage 2: Financieel overzicht inzet lokaal en regionaal

Deze bijlage bevat een gedetailleerd financieel overzicht van de inzet van middelen op lokaal en regionaal niveau voor het armoedebeleid.

Bijlage 3: Concept dashboard armoede

De derde bijlage biedt een conceptueel overzicht van het dashboard dat gebruikt zal worden om de voortgang van het armoedebeleid te monitoren.

 

 

2. Ambitie en doelstellingen

2.1 Ambitie

 

Armoede is een serieuze en omvangrijke opgave in Midden-Groningen. Het aandeel huishoudens met een laag inkomen ligt structureel boven het landelijk gemiddelde en een groot deel van deze huishoudens leeft langdurig in armoede. Ons doel is dat zo min mogelijk inwoners te maken hebben met financiële onzekerheid en dat kinderen zonder geldzorgen opgroeien. Dat vraagt om een gerichte, samenhangende en realistische koers voor de komende jaren.

 

Ambitie 2026–2030

We zetten als gemeente in op het terugdringen van armoede onder huishoudens en kinderen in onze gemeente, zodat minder inwoners langdurig afhankelijk blijven van ondersteuning. Hiervoor hebben we voor de langere termijn de ambitie om het armoedepercentage te verlagen van 5,1% naar het landelijke gemiddelde van 4,3%.

Voor de komende beleidsperiode 2026-2030 gaan we aan de slag om het aandeel huishoudens met een laag inkomen te verminderen en daarmee de eerste stappen richting het landelijk gemiddelde te zetten. Daarvoor werken we met partners samen aan het versterken van de bestaanszekerheid, participatie en ontwikkelkansen van onze jeugd en volwassenen.

Deze ambitie is richtinggevend. We erkennen dat ontwikkelingen in landelijke wet- en regelgeving en economische omstandigheden van grote invloed zijn op armoede, maar willen binnen onze invloedssfeer maximaal bijdragen aan structurele verbetering.

 

2.2 Uitgangspunten

 

We baseren onze aanpak armoede op de volgende uitgangspunten:

  • 1.

    Inwoners hebben eigenaarschap en zeggenschap

  • De gemeente werkt vanuit vertrouwen en sluit aan bij de leefwereld van inwoners. Ondersteuning is erop gericht de regie bij inwoners te versterken en ruimte te bieden voor eigen keuzes. Dit sluit aan bij de gemeentelijke visie Sociale veerkracht en draagt bij aan de lokale uitvoering van de Participatiewet in balans.

  • 2.

    Voldoende inkomen is een basisvoorwaarde voor zelfredzaamheid

  • Zonder financiële bestaanszekerheid is volwaardig meedoen aan de samenleving niet haalbaar. Inkomensondersteuning blijft daarom een noodzakelijke basis in de aanpak van armoede.

  • 3.

    Structurele oplossingen boven tijdelijke verlichting

  • De gemeente richt zich op het doorbreken van langdurige armoede en het voorkomen van herhaling, in plaats van het stapelen van kortdurende en versnipperde maatregelen.

  • 4.

    Toegankelijkheid en bereik vóór uitbreiding van beleid

  • De prioriteit ligt bij het beter vindbaar, begrijpelijk en toegankelijk maken van bestaande regelingen en ondersteuning. Uit de evaluatie van het minimabeleid blijkt dat veel inwoners geen gebruik maken van deze regelingen omdat ze er niet bekend mee zijn. Daarom gaat het vergroten van het bereik vóór het ontwikkelen van nieuwe instrumenten.

  • 5.

    Samenhang en integraliteit

  • Armoede staat niet op zichzelf. De aanpak wordt in samenhang bezien met beleid op het gebied van participatie, (mentale) gezondheid, jeugd, onderwijs, wonen en welzijn.

  • 6.

    Streven naar structurele inzet van ervaringsdeskundigheid

  • De gemeente streeft naar het structureel inzetten van ervaringsdeskundigheid op alle niveaus bij de ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van het armoedebeleid. Het streven is om ervaringskennis actief te benutten bij beleidskeuzes, monitoring en bijstelling, zodat beleid beter aansluit bij de leefwereld van inwoners.

Deze uitgangspunten vormen het kader waarbinnen keuzes worden gemaakt en uitvoering plaatsvindt

 

2.3 Doelstellingen 2026–2030

 

Op basis van de ambitie en uitgangspunten hanteren we voor de periode 2026–2030 drie samenhangende doelstellingen:

  • 1.

    Doelstelling 1: Doorbreken van generatiearmoede en versterken van perspectief

  • Deze doelstelling richt zich op het duurzaam doorbreken van armoede die van generatie op generatie wordt doorgegeven en op het versterken van bestaanszekerheid en toekomstperspectief van inwoners en hun kinderen.

  • 2.

    Vergroten van participatie van inwoners en perspectief op inkomen

  • Deze doelstelling richt zich op het vergroten van de mogelijkheden voor inwoners met een laag inkomen om mee te doen in de samenleving en, waar mogelijk, hun verdienvermogen te versterken.

  • 3.

    Vergroten van bereik en toegankelijkheid van (minima)regelingen

  • Deze doelstelling richt zich op het vergroten van het bereik en het gebruik van bestaande regelingen en ondersteuning door inwoners die daar recht op hebben.

Deze doelstellingen geven richting aan de keuzes en focus voor de periode 2026-2030 en vormen de basis voor nadere uitwerking in beleid en uitvoering.

 

 

3. Definities armoede en kerncijfers

3.1 Definities van armoede

 

Armoede - Huishoudens leven in armoede wanneer zij langdurig niet beschikken over voldoende middelen om te voorzien in de minimale kosten van bestaan.

Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Armoede en sociale uitsluiting

 

Relatieve armoede - Relatieve armoede is het hebben van een inkomen dat aanzienlijk lager ligt dan het maatschappelijk gemiddelde, waardoor volwaardige deelname aan de samenleving wordt belemmerd.

Bron: SCP/ CBS (samengevat)

 

Generatiearmoede - Generatiearmoede is armoede die zich over meerdere generaties binnen een gezin voortzet, waarbij financiële tekorten samengaan met structurele sociale en maatschappelijke achterstanden.

Bron: Verwey-Jonker Instituut/ SCP (samengevat)

 

Kansarme kinderen - Kansarme kinderen zijn kinderen die door een ongunstige sociaaleconomische en sociale omgeving een verhoogd risico lopen op ontwikkelingsachterstanden en beperkte maatschappelijke kansen.

Bron: SCP/ CBS (samengevat)

 

Armoedeval - De armoedeval is het verschijnsel dat werken of meer inkomen verwerven financieel weinig of geen voordeel oplevert, doordat extra inkomsten worden tenietgedaan door het verlies van uitkeringen, toeslagen en andere inkomensafhankelijke regelingen.

Bron: CBS/ Rijksoverheid (samengevat)

 

3.2 Armoede in cijfers

 

In Nederland is het Rijk verantwoordelijk voor de bestaanszekerheid, voornamelijk via bijstand en toeslagen. Door onder andere hoge inflatie en stijgende energieprijzen hebben veel inwoners met lage inkomens moeite om rond te komen, wat het risico op armoede vergroot. Het Rijk bepaalt het beleid om de koopkracht van deze inwoners te verbeteren.

Binnen de landelijke kaders en wettelijke taken benut Midden-Groningen de beschikbare beleidsruimte voor maatwerk in (inkomens) ondersteuning en samenwerking met maatschappelijke partners.

Onderstaande tekst, gebruikte data en onderbouwing door afbeeldingen, zijn afkomstig uit de Evaluatie van het Minimabeleid van Significant APE, gebaseerd op de volgende bronnen; CBS Statline (2022) en de Armoedescan van het CBS. Deze bronnen bieden waardevolle inzichten in de huidige situatie rondom armoede.

In 2022 had de gemeente Midden-Groningen een inwoneraantal van 60.898. Dit aantal groeide naar 61.554 in 2023. De gemeente telde in 2022 ongeveer 2.000 huishoudens met een inkomen tot 101% van de bijstandsnorm. Het gaat hierbij om ongeveer 3.100 inwoners (zie figuur 1). Dit komt neer op ongeveer 5,1% van het totaal aantal inwoners in de gemeente. Dit percentage ligt aanzienlijk hoger dan het landelijk gemiddelde (4,3%).

Als we kijken naar het aandeel mensen met een inkomen tot 120% van de bijstandsnorm, gaat het om 10% van de bevolking in de gemeente (6.200 inwoners) ten opzichte van 8% in Nederland. Van de minimahuishoudens met een inkomen tot 101% van de bijstandsnorm heeft 45% dit inkomen al minstens 4 jaar. Het gaat hierbij om zo’n 1.400 inwoners. Bij een inkomen tot 120% is er bij 61% van de personen sprake van een langdurig laag inkomen.

Figuur 1: Aantal inwoners per inkomensgroep (minimaal 1 jaar en minimaal 4 jaar) (CBS Statline; 2022)

In de gemeente Midden-Groningen wonen ongeveer 17.600 kinderen tot 18 jaar. Van deze 17.600 wonen ongeveer 600 kinderen in een huishouden met een inkomen tot 101%. Dit komt neer op 3,4% van de minderjarige kinderen en ligt daarmee iets onder het landelijk gemiddelde van 4,3%. Bij een inkomen van 110% van de bijstandsnorm ligt dit aantal op 900 kinderen (5,1% van alle minderjarige kinderen t.o.v. landelijk 6,7%) en bij een inkomen van 120% van de bijstandsnorm gaat het om 1.100 kinderen (6,25% van alle minderjarige kinderen t.o.v. landelijk 8,3%).

Figuur 2. Uitsplitsing van minimahuishoudens naar leeftijd van de hoofdkostwinner en huishoudtypes (CBS Statline; 2022)

Minimahuishoudens zijn niet evenredig verdeeld over de verschillende wijken van de gemeente Midden-Groningen, zo blijkt uit de Armoedescan van het CBS (2021). In de onderstaande figuur 2 wordt weergegeven waar de meeste mensen met een inkomen tot 101% en tot 125% wonen binnen de gemeente Midden-Groningen. Hoe donkerder de kleur, hoe hoger het aandeel huishoudens in die wijk met een inkomen onder het sociaal minimum. Het valt op dat vooral in de wijken Hoogezand-zuid, Foxhol, Muntendam en Slochteren relatief veel minimahuishoudens wonen.

Figuur 3. Spreiding mensen met inkomen tot 101% en 125% van de bijstandsnorm over de gemeente Midden-Groningen (bron: Armoedescan CBS)

 

 

 

4. Huidige uitvoering

 

 

We willen inwoners daar waar nodig ondersteunen om (weer) volwaardig mee te kunnen doen aan de samenleving. Daarbij zetten we in op financiële regelingen die gericht zijn op inkomensondersteuning. Binnen het sociaal ontwikkelbedrijf Midwerk geven we uitvoering aan onze wettelijke taken, zoals de bijstandsuitkering, bijzondere bijstand, de individuele inkomenstoeslag, tijdelijke regeling voor alleenverdienersproblematiek (2023–2027) en arbeidsparticipatie richting werk. De Kredietbank Midden-Groningen voert de wettelijke taken voor schuldhulpverlening uit. Daarnaast benutten we de beleidsvrijheid voor aanvullende inkomensondersteuning, zoals de Collectieve aanvullende zorgverzekering, kwijtschelding gemeentelijke belastingen, het Meedoenfonds, de VoorzieningenWijzer en preventieve schuldhulpverlening.

In de financiële ondersteuning werken we samen met maatschappelijke organisaties, die hiervoor een subsidie ontvangen. Via deze samenwerking wordt financiële en materiële hulp geboden aan inwoners met een inkomen op het sociaal minimum. Dit stelt hen in staat noodzakelijke kosten te betalen en gebruik te maken van gratis ondersteuning via onder andere, Humanitas Midden-Groningen, de Voedselbank, Kledingbank Maxima, Speelgoedbank Amalia en Jeugdfonds Sport & Cultuur.

In het kader van kansengelijkheid en gezondheid richten we ons in het bijzonder op kinderen en gezinnen, in nauwe samenwerking met het onderwijs en maatschappelijke partners. De ondersteuning is daarbij ingericht langs verschillende levensfasen.

Voor jonge kinderen is er ondersteuning via Kansrijke Start, die zich richt op de eerste 1.000 dagen van hun leven. Deze aanpak is gericht op het bieden van een goede start, met aandacht voor gezondheid, ontwikkeling en het versterken van de basis in gezinnen. Daarnaast is er het project Moeders van Midden-Groningen, waarbij (kwetsbare) moeders tijdens en na de zwangerschap worden ondersteund bij uiteenlopende hulpvragen.

Voor kinderen en gezinnen in de schoolgaande leeftijd zijn er verschillende initiatieven die zich richten op het verkleinen van achterstanden. Naast de ondersteuning vanuit het sociaal team gaat het onder meer om de verrijkte schooldag binnen het programma Tijd voor Toekomst, de inzet van de kind-ouderondersteuners op de basisscholen en gerichte ondersteuning aan gezinnen met (meervoudige) problematiek. Deze inzet is gericht op het versterken van ontwikkelkansen en het voorkomen van achterstanden op latere leeftijd.

Voor jongeren en volwassenen speelt financiële stabiliteit een belangrijke rol bij het kunnen meedoen aan de samenleving. De Kredietbank Midden-Groningen vervult hierin een centrale rol door het bieden van hulp bij geldzorgen. Specifiek voor jongeren wordt hierop ingezet met het NPG-project Jongeren met toekomst. Daarnaast is er binnen het thema kansengelijkheid specifieke aandacht voor de oudere en laaggeletterde inwoners, zodat zij beter worden ondersteund in het vergroten van hun zelfredzaamheid door betere beheersing van lezen en schrijven.

Aanvullend wordt ingezet op het Nationaal Programma Groningen (NPG), onder meer door de inzet van ervaringsdeskundigen. Daarbij is er aandacht voor het tegengaan van sociale uitsluiting en het versterken van sociale veerkracht. Deze inzet sluit aan bij de bestuursopdracht voor een integrale aanpak van gestapelde problematiek, zoals die onder andere in Muntendam wordt vormgegeven.

 

 

5. Keuzes en beleidsvoornemens 2026-2030

 

 

Dit hoofdstuk concretiseert de ambitie en doelstellingen uit hoofdstuk 2 in beleidsvoornemens voor de periode 2026–2030.

We kiezen nadrukkelijk voor focus, samenhang en uitvoerbaarheid. De beschikbare middelen en uitvoeringscapaciteit zijn begrensd, terwijl de opgave groot is. Niet alles kan tegelijk.

De beleidsvoornemens richten zich daarom op die interventies waarvan aannemelijk is dat zij het meeste bijdragen aan het terugdringen van (langdurige) armoede en doorbreken van generatiearmoede, het vergroten van de participatie van inwoners en het vergroten van bereik en toegankelijkheid van ondersteuning en regelingen. Daarbij staat niet het instrument centraal, maar de vraag wat inwoners nodig hebben om bestaanszekerheid, rust, ontwikkelkansen en perspectief op participatie te realiseren.

 

5.1 Doelstelling 1: Doorbreken van generatiearmoede en versterken van perspectief

 

Deze doelstelling richt zich op het duurzaam doorbreken van armoede die van generatie op generatie wordt doorgegeven en op het versterken van bestaanszekerheid en toekomstperspectief van inwoners en hun kinderen.

Wat inwoners mogen verwachten:

  • Vroege en samenhangende ondersteuning die bijdraagt aan rust en stabiliteit in het gezin.

  • Ondersteuning die niet alleen financiële problemen aanpakt, maar ook oog heeft voor wonen, zorg, onderwijs en participatie.

  • Maatwerk wanneer reguliere ondersteuning tekortschiet.

  • Inwoners hebben eigenaarschap en zeggenschap, waarbij hun ervaringskennis actief wordt benut bij beleidsontwikkeling, uitvoering en evaluatie, zodat ondersteuning beter aansluit bij de leefwereld

Beleidsvoornemens:

  • Versterken van vroege, gezinsgerichte en integrale ondersteuning, zodat stress wordt verminderd, zelfredzaamheid wordt vergroot en risicofactoren die generatiearmoede in stand houden eerder worden doorbroken.

  • Inzet van intensieve en integrale maatwerkaanpakken voor inwoners met complexe, gestapelde problematiek, waaronder de Doorbraakmethode, gericht op het herstellen van bestaanszekerheid en het doorbreken van vastgelopen situaties rond wonen, inkomen en schulden.

  • Versterken van het lokale netwerk rond gezinnen in armoede en het structureel betrekken van ervaringsdeskundigen bij beleid en uitvoering.

  • Heroverweging van inkomensondersteunende instrumenten, waaronder de Collectieve aanvullende zorgverzekering (CAZ), zodat deze beter bijdragen aan financiële stabiliteit en keuzevrijheid.

  • Het structureel betrekken van ervaringsdeskundigen bij de ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van het armoedebeleid.

Indicatoren:

  • Aantal en percentage kinderen dat opgroeit in huishoudens met een laag inkomen.

  • Aantal gezinnen dat gebruikmaakt van een gezinsgerichte of integrale maatwerkaanpak.

 

5.2 Doelstelling 2: Vergroten van participatie en perspectief op inkomen

 

Deze doelstelling richt zich op het vergroten van mogelijkheden voor inwoners met een laag inkomen om mee te doen en, waar mogelijk, hun verdienvermogen te versterken.

Wat inwoners mogen verwachten:

  • Ondersteuning om mee te doen aan maatschappelijke, sportieve en culturele activiteiten.

  • Begeleiding bij ontwikkeling en activering richting (meer) inkomen, passend bij de mogelijkheden van de inwoner.

Beleidsvoornemens:

  • Behouden en doorontwikkelen van instrumenten die participatie mogelijk maken, zoals het Meedoenfonds.

  • Verbinden van participatie aan ontwikkeling, activering en re-integratie, in samenhang met het vastgestelde re-integratiebeleid.

  • Inzetten op duurzame uitstroom naar werk waar dat haalbaar is, met aandacht voor maatwerk en begeleiding.

Indicatoren:

  • Aantal inwoners dat gebruik maakt van het Meedoenfonds.

  • Aantal inwoners met een laag inkomen dat deelneemt aan sport-, cultuur- en maatschappelijke activiteiten.

  • Aantal deelnemers aan re-integratie- en ontwikkeltrajecten dat binnen 12 maanden uitstroomt naar betaald werk, deeltijdwerk of een afspraakbaan.

 

5.3 Doelstelling 3: Vergroten van bereik en toegankelijkheid van (minima)regelingen

 

Deze doelstelling richt zich op het vergroten van het bereik en het gebruik van bestaande regelingen en ondersteuning door inwoners die daar recht op hebben.

Wat inwoners mogen verwachten:

  • Duidelijke en begrijpelijke informatie over beschikbare ondersteuning, met specifieke aandacht voor ouderen en inwoners met laaggeletterdheid.

  • Eenvoudige en toegankelijke procedures, met ruimte voor persoonlijke ondersteuning.

Beleidsvoornemens:

  • Vereenvoudigen en beter op elkaar afstemmen van regelingen en aanvraagprocedures.

  • Inzetten op proactieve en (gedeeltelijk) automatische toekenning van regelingen.

  • Versterken van proactieve benadering en vroegsignalering, in samenwerking met maatschappelijke partners.

  • Inzetten van laagdrempelige instrumenten, zoals de VoorzieningenWijzer, als startpunt voor ondersteuning.

  • Opzetten van inwonerspanels voor actieve betrokkenheid en meedenken van inwoners

Indicatoren:

  • Aantal inwoners dat gebruik maakt van inkomensondersteunende regelingen.

  • Aantal inwoners dat gebruik maakt van de VoorzieningenWijzer.

 

5.4 Instrumenten, monitoring en sturing

 

Om de beleidsvoornemens uit de drie doelstellingen te realiseren zetten we een samenhangend pakket van instrumenten en middelen in, waaronder inkomensondersteuning, integrale maatwerkaanpakken, participatie- en re-integratie-instrumenten en netwerkgerichte samenwerking.

Een overzicht van de bestaande inzet, programma’s en samenwerkingsverbanden binnen de armoedeaanpak is opgenomen in bijlage 1. Deze bijlage laat zien hoe de beleidsvoornemens aansluiten bij lopende activiteiten en bestaande structuren.

We werken samen met partners vanuit een lerende aanpak, monitoren bereik en effecten en gebruiken deze inzichten om beleid en inzet bij te stellen. De monitoring is verbonden aan de P&C-cyclus en ondersteunt bestuurlijke sturing op effectiviteit en doelmatigheid.

De indicatoren worden zoveel mogelijk gebaseerd op bestaande databronnen (CBS, Armoedescan, uitvoeringsdata en cliëntbeleving) om de administratieve lasten te beperken. De monitoring is primair bedoeld voor sturing en bijstelling en niet uitsluitend voor verantwoording. De uitkomsten worden periodiek betrokken bij beleidsmatige afwegingen en bijstellingen binnen de planning- en controlcyclus.

 

5.5 Financieel kader

 

De uitvoering van de beleidsvoornemens binnen deze kadernota vindt plaats binnen het beschikbare financiële kader. We zetten primair in op het effectiever en doelmatiger inzetten van bestaande middelen, door meer samenhang aan te brengen, niet-gebruik te verminderen en ondersteuning beter te richten op inwoners en gezinnen die dit het meest nodig hebben.

Nieuwe of aangepaste beleidsvoornemens worden waar mogelijk gerealiseerd door herschikking en optimalisatie van bestaande budgetten binnen het sociaal domein. Voorstellen die leiden tot structurele financiële gevolgen of aanvullende middelen worden afzonderlijk en expliciet aan de raad voorgelegd, inclusief dekking, via de reguliere planning- en controlcyclus. Een nadere toelichting op het financiële kader en de beschikbare middelen is opgenomen in bijlage 2.

Bij de verdere uitwerking en uitvoering van het armoedebeleid wordt nadrukkelijk gestuurd op betaalbaarheid, doelmatigheid en het voorkomen van onbedoelde kostenstijgingen. Monitoring van bereik en effecten vormt hierbij een belangrijk instrument om tijdig bij te kunnen sturen. De wijze waarop deze monitoring wordt ingericht en welke indicatoren daarbij worden gebruikt, wordt uitgewerkt in een dashboard armoede. Bijlage 3 geeft hiervan een eerste voorbeeld.

 

 

6. Samenhang regionaal

6.1 Sociale agenda (Nij begun)

 

De aanpak van armoede in Midden-Groningen staat niet op zichzelf. Met de Sociale agenda wordt op regionaal niveau ingezet op het versterken van brede welvaart, bestaanszekerheid en kansen voor kwetsbare inwoners in de regio Groningen en Noord-Drenthe. De doelen en maatregelen in de sociale agenda vormen een belangrijke context voor het lokale armoedebeleid.

De sociale agenda richt zich onder meer op:

  • Het vergroten van kansen voor kinderen en jongeren;

  • Het versterken van financiële weerbaarheid;

  • Het verbeteren van (arbeids)participatie en toegang tot ondersteuning.

Hiermee sluit de sociale agenda aan op de lokale aanpak van armoede. De uitvoering van de maatregelen in de sociale agenda rondom kansengelijkheid en aanpak armoede kunnen verbonden worden met het lokale beleid. Als gemeente zijn we samenwerkingspartner en waar van toepassing regievoerder. Wij bewaken de samenhang en voorkomen overlap door goede afstemming met regionale partners. Daarbij benutten we regionale kennis en middelen waar dit passend is. Succesvolle regionale aanpakken verankeren we in lokaal beleid, wanneer deze aansluiten bij de gemeentelijke doelstellingen.

Door deze samenhang ontstaat een aanpak waarin de uitvoering van het lokale beleid en de maatregelen in de sociale agenda elkaar versterken. Dit vergroot de effectiviteit van de inzet en draagt bij aan een herkenbare en samenhangende ondersteuning voor inwoners van Midden-Groningen.

 

 

7. Geraadpleegde bronnen

 

 

Dit document is mede tot stand gekomen met gebruikmaking van gegevens, onderzoeksrapporten en definities van externe bronnen; zoals het CBS; Nibud; SCP; Armoedefonds; college- en raadswerkprogramma Midden-Groningen 2022-2026; strategische visie ‘Sociale Veerkracht in de Praktijk; Sociale agenda Groningen en Noord-Drenthe (Nij Begun); het rapport Evaluatie minimabeleid Significant APE; masterscriptie van Rick Werkman, ‘Samen sterk tegen armoede: Een multilevel netwerkanalyse van het Armoedepact Midden-Groningen; kadernota voor het armoedebeleid 2023 - 2026 van de gemeente Eemsdelta.

 

 

 

 

 

 

 

Bijlage 1: Inzet lokaal, regionaal en brede welvaart

 

Deze bijlage biedt een overzicht van de lokaal, regionaal en brede welvaart-inspanningen, die gezamenlijk bijdragen aan de verbetering van de sociaal-maatschappelijke positie van kwetsbare doelgroepen in de gemeente Midden-Groningen en de regio.

 

Lokaal

Wettelijke uitvoering

  • Bijstandsuitkering en bijzondere bijstand

  • De gemeente is verantwoordelijk voor het verstrekken van bijstandsuitkeringen en bijzondere bijstand aan inwoners die tijdelijk niet in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien. Deze uitkeringen zijn gebaseerd op de wet en zorgen voor een vangnet voor de meest kwetsbare huishoudens.

  • Individuele inkomenstoeslag

  • Betreft een jaarlijkse extra uitkering voor inwoners die langere tijd van een laag inkomen leven. Deze toeslag is bedoeld om spullen van te kopen die met een laag inkomen moeilijk te betalen zijn, zoals bijvoorbeeld een koelkast of wasmachine.

  • Tijdelijke regeling voor alleenverdienersproblematiek (2023–2027)

  • Specifieke regeling die gericht is op het ondersteunen van alleenverdieners die tijdelijk in financiële problemen verkeren, bijvoorbeeld door het wegvallen van inkomen of hogere kosten door bijvoorbeeld zorg of kinderopvang.

  • Arbeidsparticipatie en richting werk

  • De gemeente ondersteunt werkzoekenden met een bijstandsuitkering in hun zoektocht naar werk door middel van begeleiding, scholing en re-integratieprogramma’s. Dit draagt bij aan de bevordering van arbeidsparticipatie en zelfredzaamheid.

 

Uitvoering beleidskeuzes

  • Collectieve aanvullende zorgverzekering (CAZ)

  • De gemeente biedt via de CAZ aanvullende zorgverzekering voor inwoners met een laag inkomen, zodat zij verzekerd blijven van zorg. Deze regeling wordt heroverwogen om te zorgen dat deze beter aansluit bij de behoeften van de inwoners en meer keuzevrijheid biedt.

  • Meedoenfonds

  • Instrument dat inwoners met een laag inkomen de mogelijkheid biedt om deel te nemen aan maatschappelijke, culturele en sportieve activiteiten. Dit draagt bij aan de versterking van het sociaal netwerk en voorkomt sociale uitsluiting. Het uitgangspunt is, dat inwoners ondersteuning krijgen om de vicieuze cirkel van armoede te doorbreken, zonder dat wordt voorgeschreven welke ondersteuning nodig is. Hiermee wordt inwoners de ruimte geboden om zelf keuzes te maken in wat hen helpt om mee te doen aan de samenleving.

  • Kwijtschelding gemeentelijke belastingen

  • De gemeente biedt kwijtschelding van gemeentelijke belastingen aan inwoners met een laag inkomen, zodat zij niet verder in financiële problemen komen. Dit vormt een belangrijk instrument in de lokale armoedebestrijding.

  • De VoorziengingenWijzer

  • Hulpmiddel voor inwoners van de gemeente Midden-Groningen met een laag inkomen. Omdat het soms lastig is om alle regelingen te kennen, werken verschillende organisaties samen om hierbij te helpen, waaronder Stichting Kwartier Zorg & Welzijn. Met de VoorzieningenWijzer krijgen inwoners inzicht in gemeentelijke en landelijke regelingen, zien zij of zij recht hebben op toeslagen en waar zij kunnen besparen op vaste lasten, zoals energie en zorgverzekering.

 

  • Mobiele Unit LOES (Loket voor Ontwikkeling, Educatie en Support)

  • Met een gemeente brede inzet van de bus brengen we de dienstverlening dichter bij de inwoners en bereiken we meer mensen. LOES maakt het mogelijk om laagdrempelig in gesprek te gaan met inwoners en hen, waar nodig, een stap verder te helpen op welk gebied dan ook.

  • Samenwerking met de Dienst Toeslagen Belastingdienst

  • Toeslagen zijn financiële tegemoetkomingen van de overheid voor kosten van huur, zorg en kinderen. Inwoners zijn vaak terughoudend in het aanvragen hiervan uit angst om fouten te maken, wat vooral financieel kwetsbare inwoners raakt en kan bijdragen aan schuldenproblematiek en het niet-gebruik van gemeentelijke voorzieningen. Daarom wordt in 2026 de samenwerking met de Dienst Toeslagen versterkt om de eigen redzaamheid van inwoners te vergroten, terugvorderingen te voorkomen en proactieve ondersteuning te bieden bij life-events en financiële gevolgen van werk, passend bij de inzet van de gemeente Midden-Groningen.

  •  

Projecten

  • Ervaringsdeskundigen in armoede en sociale uitsluiting

  • NPG-project dat zich richt zich op de versterking van sociale veerkracht en het tegengaan van sociale uitsluiting in de regio. Er wordt samengewerkt met ervaringsdeskundigen om de impact van dit programma te vergroten.

  • Kansen voor Kinderen

  • NPG-project - en maatregel binnen de Sociale agenda - versterkt de ontwikkelkansen van kinderen die opgroeien in kwetsbare gezinnen door sociale en financiële belemmeringen weg te nemen, bijvoorbeeld door deelname aan onderwijs, sport en andere activiteiten te bevorderen. Doel is het doorbreken van intergenerationele armoede.

  • Moeders van Midden-Groningen

  • NPG-project gericht op de ondersteuning van (aanstaande) moeders in een kwetsbare situatie tijdens de eerste 1.000 dagen. De aanpak biedt intensieve begeleiding aan huis op alle relevante levensdomeinen: sociaal emotioneel, gezondheid en leefstijl, opvoeding, financiën, netwerk en praktische zelfredzaamheid waardoor stress vermindert en een stabiele basis ontstaat voor ouder en kind.

  • Integrale aanpak in Muntendam

  • Pilot gericht op inwoners en gezinnen met meervoudige problematiek, waarbij intensief en integraal wordt gewerkt aan het op orde brengen van basisbehoeften. De aanpak is gericht op maatwerk, samenwerking tussen domeinen en het leren van casuïstiek.

  • Jongeren met Toekomst

  • NPG-project voor jongeren van 18 tot 27 jaar met een financiële vraag (dit kan een enkelvoudige vraag zijn maar ook schuldenproblematiek). Doel is om jongeren financieel redzaam te maken door middel van maatwerk.

  •  

Regionaal

  • Sociale agenda Nij Begun

  • Maatregel 34 uit de kabinetsreactie Nij begun op het parlementaire onderzoek naar de aardbevingsproblematiek. De sociale agenda is een 30-jarig programma met 3,5 miljard euro om de brede welvaart in Groningen en Noord-Drenthe op het landelijk gemiddelde te brengen. De agenda bevat 10 doelen en 16 maatregelen gericht op gezondheid, leefbaarheid, kansen voor kinderen en jongeren, werk en armoedebestrijding. De sociale agenda is vastgesteld in januari 2025. Doelen en maatregelen die direct aansluiten op de lokale aanpak armoede in Midden-Groningen:

    • Kansen voor kinderen, jongeren en de volgende generatie;

    • Maatregel Brugfunctionaris in het primair onderwijs;

    • Deelnemen aan werk en verminderen van armoede;

    • Maatregel Doorbreken van generatiearmoede met buddy’s en doorbraakaanpak;

    • Maatregel Versterken financiële weerbaarheid.

  • Kracht van de Veenkoloniën

  • Regionale aanpak gericht op het versterken van de veerkracht en ontwikkelkansen van inwoners in de Veenkoloniën. De aanpak richt zich op het vergroten van verschillende vormen van kapitaal (zoals sociaal, mentaal en financieel) en het benutten van lokale kracht, samenwerking en lerend werken om structurele armoede en kansenongelijkheid terug te dringen.

 

Brede Welvaart

  • Materiële welvaart

  • De inzet van regelingen, zoals kwijtschelding van belastingen en het Meedoenfonds, draagt bij aan de materiële welvaart van inwoners met een laag inkomen, zodat zij noodzakelijke kosten kunnen dekken en deel kunnen nemen aan de samenleving.

  • Gezondheid

  • De samenwerking met de GGD en initiatieven zoals Kansrijke Start en Moeders van Midden-Groningen richt zich op het bevorderen van de gezondheid en het welzijn van kinderen en gezinnen in kwetsbare situaties.

  • Arbeid en onderwijs

  • Het werkontwikkelbedrijf, de inzet van het Tijd voor Toekomst-programma en de verbetering van VVE (Voor- en Vroegschoolse Educatie) dragen bij aan het verbeteren van de arbeidsparticipatie en het verkleinen van onderwijsachterstanden.

  • Subjectief welzijn

  • Programma’s zoals Kansen voor Kinderen en Jeugdfonds Sport en Cultuur ondersteunen inwoners in hun persoonlijke ontplooiing, bevorderen het welzijn en zorgen voor sociale inclusie.

  • Samenleving

  • Het Armoedepact en sociaal beheer in wijkcentra versterken de sociale cohesie en bevorderen de actieve deelname aan de samenleving, door nadruk te leggen op gemeenschapsinitiatieven en het bevorderen van sociale netwerken.

  • Veiligheid

  • De inzet via het NPG-project veiligheid en de sociale teams richt zich op het bevorderen van een veilige en gezonde leefomgeving voor kwetsbare groepen.

  • Milieu en leefomgeving

  • Via het sociaal wijkprogramma Hoogezand Noord en samenwerking met de GGD wordt gewerkt aan een verbeterde leefomgeving, met nadruk op duurzame ontwikkeling, zoals het aanleggen van groene schoolpleinen.

  • Wonen

  • De gemeente richt zich op het verbeteren van de kwaliteit van de woningen, het versterken van de woonlasten door gaswinning en het bevorderen van de leefbaarheid in wijken door het verbeteren van de fysieke omgeving.

 

Lange termijn: Nij Begun en de Sociale Agenda Groningen

  • Het kabinet stelt de komende 30 jaar financiële middelen beschikbaar voor herstel en perspectief in het kader van de Nij Begun-aanpak. Het doel is om de brede welvaart in de regio binnen één generatie op het landelijk gemiddelde te brengen. De Sociale Agenda Groningen en Noord-Drenthe ondersteunt deze doelstellingen met maatregelen gericht op leefbaarheid, gezondheid, armoede en participatie, die nauw samenhangen met de integrale aanpak van armoedebestrijding.

 

 

Bijlage 2: Financieel overzicht inzet lokaal en regionaal

 

In deze bijlage wordt een overzicht gepresenteerd van de meerjarige benadering van de financiële inzet op lokaal en regionaal niveau. Het financiële overzicht geeft inzicht in de middelen die worden ingezet om de doelstellingen van het armoedebeleid te realiseren, zowel op gemeentelijk als regionaal niveau.

 

Toelichting:

In de meicirculaire 2026 worden de middelen bekend gemaakt voor de Alleenverdienersproblematiek. We ontvangen deze middelen tot en met 2027. Vanaf 2028 komt er een fiscale oplossing in de Inkomstenbelasting.

De Integrale aanpak gestapelde problematiek en NPG Ervaringsdeskundigen zijn onderdeel van de nieuwe NPG Kansen voor kinderen. Dit project is nog in de opstartfase. De vermelde bedragen zijn de bedragen conform de aanvraag. We verwachten dat vanaf 2028 dit project wordt opgenomen in het Nij Begun. Het bedrag voor het jaar 2027 van NPG Moeders voor Midden-Groningen zijn restant middelen die na 2026 nog ingezet kunnen worden.

 

 

Bijlage 3: Concept dashboard armoede

 

In deze bijlage is, met inachtneming van een disclaimer, een richtinggevend voorbeeld opgenomen van het dashboard armoede. Dit dashboard is momenteel in ontwikkeling en zal in de komende periode verder worden uitgewerkt. Het dashboard biedt inzicht in het bereik, de benutting en de ontwikkelingen binnen de doelgroep, gekoppeld aan de drie doelstellingen van de kadernota. Als sturingsinstrument ondersteunt dit bij bijstelling van beleid en wordt het niet uitsluitend gebruikt voor verantwoording. Jaarlijks wordt het dashboard met de raad gedeeld, voor het eerst bij de Programmabegroting 2027.

Naar boven