Gemeenteblad van Waalwijk
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Waalwijk | Gemeenteblad 2026, 151025 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Waalwijk | Gemeenteblad 2026, 151025 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Besluit van de raad van de gemeente Waalwijk tot vaststelling van het Treasurystatuut van de gemeente Waalwijk 2026
Het Treasurystatuut vormt het kader voor de uitvoering van het treasurybeleid. Het treasurybeleid ondersteunt, als onderdeel van het financieel beleid, de uitvoering van de publieke taken en biedt het waarborgen voor de financiële continuïteit van de gemeente op korte en lange termijn.
In de Wet Fido zijn voor de gemeentelijke treasuryfunctie duidelijke kaders opgenomen ten aanzien van risicobeheersing en transparantie. Dat laatste komt onder meer tot uitdrukking in de voorschriften voor een verplicht Treasurystatuut. Daarnaast is in de uitwerking die de gemeente Waalwijk heeft gegeven aan artikel 212 van de Gemeentewet (zie onderdeel Financieringsfunctie binnen de Financiële verordening) ook intern vastgesteld dat het college een Treasurystatuut opstelt en dit ter vaststelling aan de raad stuurt. Het Treasurystatuut bepaalt de kaders voor de uitvoering van het treasurybeleid en maakt een objectieve en transparante verantwoording achteraf mogelijk.
Beleidsvoornemens en de uitvoering ervan op het gebied van treasury worden besproken in de financieringsparagraaf van de Programmabegroting en de Programmarekening.
Het Treasurystatuut vertaalt de volgende geldende wet- en regelgeving naar interne richtlijnen voor de uitvoering van het treasurybeleid door het college:
De Treasuryfunctie omvat alle activiteiten die zich richten op het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s.
Er is een vijftal doelstellingen van de Treasuryfunctie te onderscheiden:
De raad bepaalt met de vaststelling van de Programmabegroting welke de publieke taken van de gemeente zijn en binnen welk budgettair kader die worden uitgevoerd. Het aangaan en uitzetten van geldleningen en het verlenen van garanties vindt uitsluitend plaats binnen het kader van de door de Raad vastgelegde publieke taken.
Het beheersen en vermijden van risico’s staat in het treasurybeleid voorop. In dit verband is het risicomanagement gericht op het inzichtelijk maken van toekomstige risico’s en deze te beheersen, te verminderen en te spreiden.
De gemeentelijke Treasuryfunctie zal nadrukkelijk geen bankachtige activiteiten ontplooien, met het oogpunt om geld te verdienen.
Met betrekking tot risicobeheer gelden de volgende algemene uitgangspunten:
Het verstrekken van leningen of garanties of het uitzetten van middelen is uitsluitend toegestaan uit hoofde van de “publieke taak”, waarbij vooraf duidelijkheid over de financiële positie en de kredietwaardigheid van de betreffende partij moet zijn verkregen. Het college motiveert in zijn besluit het publieke belang van een lening- of garantieverstrekking en bedingt indien mogelijk zekerheden. Alvorens een besluit door het college wordt genomen, moet de raad, in die gevallen waarin de uitvoering van dit besluit ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gemeente, de gelegenheid hebben gehad om zijn wensen en bedenkingen te uiten.
In afwijking van de vorige bepaling kunnen middelen worden uitgezet uit hoofde van de Treasuryfunctie, voor zover deze uitzettingen een prudent karakter hebben en niet zijn gericht op het genereren van inkomsten door het lopen van overmatig risico. Het prudente karakter van deze uitzettingen wordt gewaarborgd door middel van de richtlijnen en limieten van dit Treasurystatuut (onderdelen Kredietrisicobeheer, paragraaf 3.3 en Koersrisicobeheer, paragraaf 3.4).
Het beleid ten aanzien van renterisicobeheer is erop gericht een spreiding van toekomstige renterisico’s op korte en lange termijn te bevorderen, ter beperking van een overmatige blootstelling aan rentebewegingen.
De Wet Fido geeft voor het beheersen van de renterisico’s concrete richtlijnen, zijnde de kasgeldlimiet en de renterisiconorm (zie de begrippenlijst).
Met betrekking tot het renterisicobeheer gelden de volgende algemene uitgangspunten:
Het gebruik van derivaten is niet toegestaan, tenzij er met een dergelijk instrument renterisico’s worden voorkomen of worden afgedekt. Alvorens een besluit door het college wordt genomen, moet de raad, in die gevallen waarin de uitvoering van dit besluit ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gemeente, de gelegenheid hebben gehad om zijn wensen en bedenkingen te uiten.
Kredietrisico’s worden in de eerste plaats beperkt doordat het financieringsbeleid gericht is op het voorkomen van langdurige overschotten.
Bij het uitzetten of beleggen, dan wel aantrekken van middelen wordt alleen gebruik gemaakt van financiële producten, waarbij aan het einde van de looptijd ten minste de hoofdsom is gegarandeerd. Slechts gebruik wordt gemaakt van de instrumenten, zoals weergegeven onder hoofdstuk 4.
Deze instrumenten worden vanuit twee invalshoeken belicht, te weten:
Met betrekking tot het kredietrisicobeheer gelden de volgende algemene uitgangspunten:
Om de koersrisico’s bij uitzettingen of beleggingen uit hoofde van treasury zoveel mogelijk te beperken worden uitsluitend de volgende producten gehanteerd:
Relatiebeheer omvat het onderhouden van relaties met financiële instellingen. De gemeente beoogt het realiseren van gunstige c.q. marktconforme condities voor af te nemen financiële diensten. Hierbij gelden de volgende uitgangspunten:
Financiële instellingen (kredietinstellingen, beleggingsinstellingen, effecteninstellingen, verzekeraars en pensioenfondsen) dienen onder Nederlands of anderszins EER-toezicht 1 te vallen.
Om de kosten van het geldstromenbeheer te minimaliseren wordt het betalingsverkeer zoveel mogelijk elektronisch uitgevoerd door één bank.
Bij het aantrekken van financieringen voor een periode van één jaar en langer gelden de volgende uitgangspunten:
Bij het uitzetten of beleggen van middelen uit hoofde van de Treasuryfunctie voor een periode van één jaar en langer gelden de volgende uitgangspunten:
Voor het saldobeheer en het liquiditeitenbeheer gelden de volgende specifieke richtlijnen:
Door de invoering van het verplicht schatkistbankieren, mogen overtollige liquide middelen (boven het drempelbedrag) van de gemeenten alleen in rekening courant en via deposito’s bij de schatkist worden aangehouden. Wel is het mogelijk om als decentrale overheden gebruik te maken van elkaars overliquiditeit. Hierbij worden de richtlijnen en grensbedragen zoals genomen in de wet Fido in acht genomen.
In het kader van de Treasuryfunctie gelden de volgende algemene uitgangspunten op het gebied van administratieve organisatie en interne controle:
De verantwoordelijkheden met betrekking tot de Treasuryfunctie zijn als volgt:
Conform artikel 160 lid e van de Gemeentewet is het College bevoegd tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen van de gemeente, waaronder dus ook besluiten in het kader van Treasury.
Gelet op de dagelijkse gang van zaken en de noodzaak om (met name bij het aantrekken en uitzetten van geldmiddelen tot 1 jaar) adequaat en snel te kunnen reageren op de markt, wordt de afdelingshoofd Financiën mandaat verleend om transacties op het gebied van Treasury te verrichten die betrekking hebben op:
• aantrekken en uitzetten van korte financiering (korter dan één jaar)
• aantrekken en uitzetten van langlopende financiering
• het verlenen van garanties die voldoen aan de in de wet gestelde eisen (Wet Fido).
Het college draagt zorg voor een goede interne en externe informatievoorziening met betrekking tot de treasuryfunctie.
Onder de Europese Economische Ruimte (EER) vallen naast de lidstaten van de Europese Unie ook Noorwegen, IJsland en Liechtenstein.
Het beheer van relaties met financiële instellingen, waaronder de bankrelaties, valt onder de verantwoordelijkheid van de medewerker die is belast met de uitvoering van de Treasuryfunctie (hierna te noemen Treasurer).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-151025.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.