Gemeenteblad van Deventer
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Deventer | Gemeenteblad 2026, 150693 | delegatie- of mandaatbesluit |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Deventer | Gemeenteblad 2026, 150693 | delegatie- of mandaatbesluit |
Delegatiebesluit Omgevingsplan Deventer 2026
Artikel 1 Gedelegeerde bevoegdheden vaststellen omgevingsplan
De raad delegeert de bevoegdheid tot het vaststellen van delen van het omgevingsplan aan het college in de volgende gevallen:
Het wijzigen van het omgevingsplan door het uitwerken van uitwerkingsplichten en wijzigingsbevoegdheden uit de bestemmingsplannen die golden ten tijde van de inwerkingtreding van de wet, volgens de door de raad gestelde regels en voorwaarden, een en ander zoals opgenomen in bijlage 2 bij dit besluit.
Artikel 2 Geen delegatie ingeval van beleidsregels artikel 4.19 Omgevingswet
De bevoegdheid tot het vaststellen van delen van het omgevingsplan is niet gedelegeerd aan het college als op grond van artikel 4.19 Omgevingswet beleidsregels voor de beoordeling van het uiterlijk van bouwwerken worden vastgesteld.
Toelichting Delegatiebesluit Omgevingsplan Deventer
Eén van de verbeterdoelstellingen van de Omgevingswet is snellere bestuurlijke besluitvorming.
Het wijzigen van het omgevingsplan is een bevoegdheid van de gemeenteraad. De raad kan de bevoegdheid tot het vaststellen van delen van het omgevingsplan delegeren aan het college, waarmee de besluitvorming versneld kan worden. Het delegeren van de bevoegdheid wordt geregeld via het delegatiebesluit. De gemeenteraad stelt hiervoor een lijst met gevallen vast waarin het college bevoegd is het omgevingsplan te wijzigen.
Categorieën voor delegatie moeten concreet en objectief worden begrensd
Het primaat van de vaststelling van een planregeling ligt bij de gemeenteraad. Het is dus aan de raad om te besluiten over het al dan niet delegeren van de bevoegdheid om delen van het plan vast te stellen. Hierbij dient de raad die delen van het plan waarvoor het college het bevoegde orgaan is, te begrenzen. Deze begrenzing dient voldoende concreet en objectief te zijn. Op grond van het delegatiebesluit moet dus uit een oogpunt van rechtszekerheid duidelijk en kenbaar zijn voor de vaststelling van welke delen van het bestemmingsplan het college het bevoegde orgaan is. Daarbij kan de bevoegdheid ook worden begrensd door beleidsregels van de raad, mits de begrenzing van de bevoegdheid op grond van die beleidsregels voldoende concreet en objectief te bepalen is.1
De bevoegdheden sluiten zoveel mogelijk aan bij de bestaande verdeling van bevoegdheden
In het delegatiebesluit zijn verschillende categorieën opgenomen, waarbij aansluiting is gezocht bij de bevoegdheden uit de wetgeving ten tijde van voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Dit betekent dat er voor de gevallen waarvoor het college onder bijvoorbeeld de Wro of de Wabo bevoegd gezag was, ook onder de Omgevingswet het college het bevoegd gezag blijft.
Eveneens is er aansluiting gezocht bij de omgevingsvergunningen voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit waarbij adviesrecht van de raad van toepassing is. Dit om te voorkomen dat de bevoegdheid afhankelijk wordt van de gekozen procedure. Is een projecten of ontwikkeling niet in de ‘Categorieënlijst bindend adviesrecht Deventer’, zoals vastgesteld op 11 maart 2026, opgenomen, dan wordt de besluitvorming voor de wijziging van het omgevingsplan gedelegeerd aan het college. De raad heeft immers al in deze lijst van gevallen aangegeven waar hij bij betrokken wil worden. Dit betekent ook dat de raad bevoegd blijft voor het wijzigen van het omgevingsplan als het een projecten of ontwikkeling betreft die wel is opgenomen op de ‘Categorieënlijst bindend adviesrecht Deventer’.
Bij het bepalen van de categorieën voor delegatie is het uitgangspunt dat de hoofdlijnen en de kaders gesteld worden door de gemeenteraad en dat de uitvoering door het college wordt gedaan.
Ondergeschikte wijzigingen zonder beleidsruimte
Wijzigingen van het omgevingsplan waarbij geen afwegingsruimte of beleidsruimte is kunnen gedelegeerd worden aan het college. Bijvoorbeeld in gevallen dat het omgevingsplan gewijzigd moet worden omdat er een instructie of een instructieregel van een hogere overheid verwerkt moet worden in het omgevingsplan. Ook bij de verplichting om verleende vergunningen voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteiten in het Omgevingsplan te verwerken geldt dat er geen afwegingsruimte is.
Ook kunnen er bij het vaststellen van een wijziging van het Omgevingsplan fouten gemaakt worden in regels, werkingsgebieden of anderszins. Deze kennelijke fouten dienen hersteld te worden.
Specifieke delegatiebesluiten blijven mogelijk
Naast onderhavig algemeen delegatiebesluit, is het mogelijk dat de gemeenteraad bij toekomstige besluiten over bijvoorbeeld wijzigingen van de Omgevingsvisie, specifieke delegatiebesluiten neemt. Bij het vaststellen van bepaalde beleidswijzigingen kan de raad tevens besluiten de uitwerking van deze beleidswijzigingen door het college te laten verwerken in een wijziging omgevingsplan.
Werkwijze bij bestuurlijke gevoeligheid en/of maatschappelijke onrust
Aan de ‘Lijst van gevallen waarvoor bindend advies van de raad vereist is’, vastgesteld op 6 juli 2022, is met een amendement toegevoegd dat het college (ook) om een bindend advies vraagt bij – naar haar oordeel – aangevraagde activiteiten die politiek gevoelig liggen en/of maatschappelijke onrust kunnen veroorzaken. De uitvoering van dit amendement leidde tot discussie, omdat de gemeenteraad met de zinsnede ‘naar haar oordeel’ te veel afwegingsruimte aan het college laat én de aangewezen gevallen niet voldoende concreet en objectief begrensd zijn. In de praktijk blijkt ook dat wanneer een voorgenomen activiteit bestuurlijk gevoelig ligt en/of maatschappelijke onrust kan veroorzaken, het wenselijk is dat de raad juist in een zo vroeg mogelijk stadium wordt betrokken en niet pas op het moment dat er een besluit over de wijziging van het omgevingsplan of een buitenplanse omgevingsplanactiviteit moet worden genomen. Daarom wordt de koppeling met de ‘Categorieënlijst bindend adviesrecht Deventer’ – en daarmee ook met het Delegatiebesluit Omgevingsplan Deventer 2026 – losgelaten en wordt voorzien in een werkwijze waarbij de raad betrokken wordt met een consulterende raadstafel. De consultatie vindt bij voorkeur zo vroeg mogelijk in het proces plaats, zodat het college de opmerkingen/standpunten van de raad kan afwegen en betrekken bij de (verdere) besluitvorming. Ook als aan de voorkant onduidelijkheid bestaat over de wenselijkheid van het initiatief kan het college op deze manier een (richtinggevende) uitspraak vragen van de gemeenteraad.
De raad delegeert de bevoegdheid tot het vaststellen van delen van het Omgevingsplan gemeente Deventer aan het college in de volgende gevallen:
Het wijzigen van het omgevingsplan door deze in overeenstemming brengen met verleende en onherroepelijke omgevingsvergunningen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten.
De Omgevingswet bepaalt dat de gemeenteraad bepaalde vergunningen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (bopa’s) binnen vijf jaar na het onherroepelijk worden van deze vergunning moet verwerken in het omgevingsplan2. De raad stuurt op hoofdlijnen en het overnemen van verleende omgevingsvergunningen is een administratieve handeling die uitgevoerd kan worden door het college.
Het wijzigen van het Omgevingsplan ter reparatie van het omgevingsplan, indien blijkt dat er in een (of meerdere) voorgaand(e) wijzigingsbesluit(en) sprake is van evidente fouten op perceelsniveau, als sprake is van kennelijke verschrijvingen of overschrijvingen, of als er sprake is van technische fouten.
Het Omgevingsplan is een complex instrument van samenhangende regels, activiteiten, werkingsgebieden en annotaties. Bij het wijzigen van delen van het Omgevingsplan kan het voorkomen dat er onbedoeld fouten worden gemaakt. Dit kan zijn dat er een verkeerde annotatie wordt toegepast, bijvoorbeeld dat een juridische regel gekoppeld wordt aan een verkeerde activiteit. Ook kan het gebeuren dat er door samenloop van meerdere wijzigingsbesluiten een net vastgestelde regeling wordt overschreven door een nieuwe regeling.Ook bij het opbouwen van het Omgevingsplan voor een groot deel van het grondgebied, waarbij het uitgangspunt is dat het gaat om het conserveren van de bestaande planologische situatie, kunnen onbedoeld fouten worden gemaakt.
Er kunnen werkingsgebieden worden vergeten, of een verkeerde juridische regeling van toepassing worden verklaard. Veelal betreft het fouten die op perceelsniveau aanwezig zijn of het betreft verschrijvingen of technische fouten. Bij al deze evidente fouten kan de wijziging van het Omgevingsplan worden gedelegeerd aan het college.
Het wijzigen van het Omgevingsplan om zo nieuwe ontwikkelingen mogelijk te maken die geen onderdeel uitmaken van de categorieën waarvoor adviesrecht geldt
Bij het vergunnen van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa) geldt dat er in sommige gevallen bindend advies gevraagd moet worden aan de gemeenteraad. De gemeenteraad heeft de ‘Categorieënlijst bindend adviesrecht Deventer’ vastgesteld op 11 maart 2026.
Omdat de raad bevoegd is de lijst met adviesrecht te wijzigen, wordt in dit delegatiebesluit tevens verwezen naar de eventuele rechtsopvolgers van het adviesrecht. Om ervoor te zorgen dat er geen strijdigheden ontstaan in de bevoegdheden tussen het delegatiebesluit en het adviesrecht. De Categorieënlijst bindend adviesrecht Deventer is voor de leesbaarheid van dit delegatiebesluit opgenomen in bijlage 1. Voor projecten en ontwikkelingen die niet zijn opgenomen op deze lijst van het bindend adviesrecht, is er geen rol weggelegd voor de raad. Indien voor deze projecten en ontwikkelingen het omgevingsplan gewijzigd wordt, kan daarom het college het bevoegd gezag zijn. Het gaat hierbij om de koppeling tussen adviesrecht en delegatiebesluit om een verschil in bevoegd gezag te voorkomen.
Het wijzigen van het Omgevingsplan door het uitwerken van uitwerkingsplichten en wijzigingsbevoegdheden uit de bestemmingsplannen die golden ten tijde van de inwerkingtreding van de wet, volgens de door de raad gestelde regels en voorwaarden, een en ander zoals opgenomen in bijlage 2.
In de bestemmingsplannen die zijn vastgesteld onder de Wet ruimtelijke ordening zijn wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten opgenomen waarin wordt bepaald dat voor deze specifieke gevallen of locaties het college bevoegd gezag is voor het wijzigen of uitwerken van het bestemmingsplan. Onder de Omgevingswet bestaan deze instrumenten tot het wijzigen of uitwerken van het omgevingsplan niet meer. De betreffende locaties zijn echter wel onderdeel van het omgevingsplan van rechtswege. In enkele van deze gevallen kan voor het uitvoeren van de ontwikkeling gebruik gemaakt worden van de binnenplanse omgevingsplanactiviteit, waarvan de bevoegdheid bij het college ligt (artikel 22.32 bruidsschat).
Voor een aantal wijzigingsbevoegdheden is het niet nodig om deze op te nemen in het delegatiebesluit, bijvoorbeeld omdat de bevoegdheden nauwelijks worden toegepast of het toepassen van de bevoegdheid niet langer wenselijk is3.
Voor die locaties waarvoor het wel wenselijk kan zijn om het omgevingsplan te wijzigen kan het college bevoegd blijven. De kaders (wijzigingsvoorwaarden en uitwerkingsregels) zijn namelijk reeds vastgesteld door de raad. Het gaat om de volgende concrete gevallen:
Het wijzigen van het omgevingsplan in verband met instructieregels in hogere wet- en regelgeving en instructies van hogere bestuursorganen.
Onder hogere wet- en regelgeving worden verstaan de instructieregels vanuit het Rijk, de Provincie en het Waterschap. Een instructieregel is een algemene regel waarmee een bestuursorgaan aan een ander bestuursorgaan aangeeft hoe dat orgaan een taak of bevoegdheid moet uitoefenen. Vanuit het Rijk en de Provincie zijn onder de huidige wetgeving ook al instructieregels opgenomen. Bijvoorbeeld het opnemen van de beschermingszones van de primaire waterkeringen in het bestemmingsplan. De bevoegdheid tot het wijzigen van het omgevingsplan naar aanleiding van een instructieregel kan gedelegeerd worden aan het college.
Artikel 2 Geen delegatie ingeval van beleidsregels artikel 4.19 Omgevingswet
Gemeenten hoeven geen welstandsregels op te nemen in het omgevingsplan, maar mogen dat doen. Als er regels over het uiterlijk van bouwwerken in het omgevingsplan staan én die regels uitleg nodig hebben, dan is de raad verplicht om beleidsregels vast te stellen. Deze beleidsregels vervangen de oude welstandsnota (die onder de Woningwet en de Wabo gold) en moeten specifiek zijn voor verschillende typen bouwwerken (bijvoorbeeld woningen, bedrijfsgebouwen, erfafscheidingen). Het vaststellen van deze beleidsregels is een verplichte raadsbevoegdheid en kan niet gedelegeerd worden aan het college. Beleidsregels zijn geen besluit zijn tot wijziging van het omgevingsplan, maar een uitleg van open normen. Door het toevoegen van dit artikel wordt geregeld dat wanneer beleidsregels voor het uiterlijk van bouwwerken worden vastgesteld de raad vervolgens ook zelf, en dus niet het college, besluit over de wijziging van het omgevingsplan. Er is in die gevallen dus geen sprake van delegatie. Dit om te voorkomen dat er sprake is van besluitvorming door twee verschillende bestuursorganen.
Artikel 3 Overzicht genomen besluiten en evaluatie
Het college heeft aan de raad toegezegd de werking van het Delegatiebesluit te zullen evalueren. De eerste evaluatie heeft plaatsgevonden in het derde en vierde kwartaal van 2025. Hieruit kan geconcludeerd worden dat de raad, het college en de ambtelijke organisatie nog volop met elkaar aan het leren is en dat dit vermoedelijk nog wel even zo zal blijven. Daarom is wenselijk (de werking van) het Delegatiebesluit te blijven evalueren en indien noodzakelijk te wijzigen. Met het toevoegen van deze bepaling wordt de toezegging van het college geformaliseerd. Om de raad in staat te stellen de uitvoering van de door hem gestelde kaders door het college te kunnen controleren is tevens toegevoegd dat het college jaarlijks een overzicht van de krachtens delegatie genomen besluiten aan de raad verstrekt.
BIJLAGE 1: CATEGORIEËNLIJST BINDEND ADVIESRECHT DEVENTER
(zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 11 maart 2026)
De Categorieënlijst bindend adviesrecht Deventer is hier te vinden.
BIJLAGE 2: GEDELEGEERDE UITWERKINGSPLICHTEN EN WIJZIGINGSBEVOEGDHEDEN
Het wijzigen van het omgevingsplan onder de voorwaarden zoals opgenomen in onderstaande wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsplichten is middels het delegatiebesluit gedelegeerd aan het college.
Het realiseren van vervolgfuncties na het beëindigen van een agrarisch bedrijf
Burgemeester en wethouders kunnen het werkingsgebied ‘Agrarisch’ (voorheen ‘bestemming Agrarisch’) zodanig wijzigen dat – indien sprake is van een algehele beëindiging van een agrarisch bedrijf – vervolgactiviteiten toegestaan zijn, met inachtneming van het volgende:
ten behoeve van de vervolgactiviteit niet-agrarische bedrijven geldt tevens het volgende:
bedrijven uit categorie 3 of hoger van de Staat van Bedrijfsactiviteiten (zoals opgenomen in het Omgevingsplan van rechtswege) zijn niet toegestaan, tenzij uit nader onderzoek is gebleken dat de functie, eventueel na het treffen van maatregelen, qua invloed en milieubelasting gelijk te stellen is aan de bedrijfsfuncties uit categorie 1 en 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten;
Het realiseren van vervolgfuncties na het beëindigen van een bedrijf in het buitengebied
Burgemeester en wethouders kunnen het werkingsgebied Bedrijf (voorheen de bestemming Bedrijf) zodanig wijzigen dat – indien sprake is van een algehele beëindiging van een bedrijf – vervolgactiviteiten toegestaan zijn, met inachtneming van het volgende:
Het wijzigen van een onverharde weg naar een verharde weg in het buitengebied
Burgemeester en wethouders kunnen het werkingsgebied Verkeer – Onverhard (voorheen de bestemming Verkeer – Onverhard) wijzigingen in het werkingsgebied Verkeer indien de wijziging betrekking heeft op het aanwijzen tot verharde weg.
Realisatie woning in een karakteristiek bijgebouw in het buitengebied
Burgemeester en wethouders kunnen het omgevingsplan wijzigen door een extra wooneenheid toe te staan in een karakteristiek gebouw of monument dat niet is aangebouwd aan de (voormalige) bedrijfswoning, met inachtneming van het volgende:
Het wijzigen van een Agrarisch loonbedrijf naar Wonen ter plaatse van Boxbergerweg 36 in Diepenveen
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het omgevingsplan te wijzigen door ter plaatse van het werkingsgebied 'wetgevingszone - wijzigingsgebied 05' de toegelaten gebruiksactiviteit 'Agrarisch loonbedrijf' te wijzigen in de gebruiksactiviteit 'Wonen' en af te wijken van de geldende bouwregels met inachtneming van de volgende voorwaarden:
voor het oprichten van aan-, uit- en bijgebouwen is artikel 199.1.3 van het voormalige bestemmingsplan Deventer, stad en dorpen deel A (NL.IMRO.0150.Chw001A-VG01) toepassing, met dien verstande dat de aan-, uit- en bijgebouwen op een afstand van minimaal 3 m achter de voorgevelrooilijn opgericht mogen worden;
Het wijzigen van bedrijfsactiviteiten naar diverse gebruiksactiviteiten in het Havenkwartier (grenzend aan Industrieweg, kadastrale percelen Deventer, C948, C1762, C3323 (deels), DVT00C1925 (deels))
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het omgevingsplan te wijzigen door ter plaatse van het werkingsgebied 'wetgevingszone - wijzigingsgebied 08' de toegelaten gebruiksactiviteit 'Bestaand bedrijf' en/of de toegelaten gebruiksactiviteit 'Water' te verwijderen en de gebruiksactiviteiten 'Cultuur en ontspanning - Havenkwartier', 'Detailhandel - Havenkwartier', 'Dienstverlening - Havenkwartier' 'Kantoor - Havenkwartier', 'Maatschappelijk' 'Horeca - 2b', 'Wonen' en/of 'Wonen - gestapeld' toe te voegen en de ter plaatse geldende Bouwregel-07 of Bouwregel-23 te wijzigen in Bouwregel-36 mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
op geen van de gevels van woningen, na voltooiing van de bouw, de geluidbelasting een overschrijding inhoudt van de ter plaatse maximaal toegestane grenswaarden krachtens de Omgevingswet of een van de bijbehorende AMVB’s, tenzij de woonbebouwing is of wordt voorzien van dove gevels, in welk geval geen beperkingen uit hoofde van de Omgevingswet of in een van de bijbehorende AMVB’s van toepassing zijn;
de toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid ertoe leidt dat:
de gronden die direct grenzen aan de toegelaten functie 'Water' worden bestemd en ingericht als een openbare kade;
Het wijzigen van agrarische activiteiten naar bedrijfsactiviteiten ter plaatse van kadastrale percelen Deventer, N33, N46, N76, N29, nabij Deventerweg/Teugseweg
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het omgevingsplan te wijzigingen door ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'wetgevingszone - wijzigingsgebied 14' de ter plaatse toegelaten gebruiksactiviteiten 'Agrarisch' te wijzigen in de gebruiksactiviteit 'Bedrijventerrein - categorie 3.1' en de ter plaatse geldende Bouwregel-14 te wijzigen in Bouwregel-29 met inachtneming van de volgende voorwaarden:
Het toestaan van meer branches met meer winkelvloeroppervlak ter plaatse van het detailhandel-bijzonder concept op het Runshopping Centre Snipperling, Essenstraat 35
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, indien de behoefte daaraan is aangetoond, het omgevingsplan ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'wetgevingszone - wijzigingsgebied 15' te wijzigen zodanig dat ter plaatse van de toegelaten gebruiksactiviteit 'Detailhandel - bijzonder concept' meer dan vier andere branches dan bedoeld in artikel 52.1 onder b van het voormalige bestemmingsplan Deventer, stad en dorpen deel B (NL.IMRO.0150.Chw001B-VG01) zijn toegestaan en de winkelvloeroppervlakte per branche op een hoger maximum wordt bepaald dan 500 m².
Het wijzigen van de categorie en het aantal horecabedrijven in horecagebieden
Burgemeester en wethouders kunnen het omgevingsplan wijzigen in die zin dat de in het voormalige bestemmingsplan Deventer, stad en dorpen deel B (NL.IMRO.0150.Chw001B-VG01) opgenomen Artikel 93 Horecagebied - 01, Artikel 94 Horecagebied - 02, Artikel 95 Horecagebied - 03, Artikel 96 Horecagebied - 04, Artikel 97 Horecagebied - 05, Artikel 98 Horecagebied - 06, Artikel 99 Horecagebied - 07, Artikel 100 Horecagebied - 08, Artikel 101 Horecagebied - 09 en/of Artikel 102 Horecagebied - 10 en de daarin opgenomen categorieën en aantallen horecabedrijven worden gewijzigd, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan:
de cultuurhistorische en monumentale waarden van het beschermd stadsgezicht, zoals beschreven in Bijlage 7 van het voormalige bestemmingsplan Deventer, stad en dorpen deel B (NL.IMRO.0150.Chw001B-VG01);
Het wijzigen van Agrarisch met waarden in Natuur ter plaatse van het werkingsgebied Agrarisch met Waarden in het voormalig bestemmingsplan Ruimte voor de Rivier (NL.IMRO.0150.D130-VG01)
Burgemeester en wethouders kunnen het omgevingsplan wijzigen in die zin dat de gebruiksactiviteit Agrarisch met waarden geheel of gedeeltelijk gewijzigd wordt in de gebruiksactiviteit Natuur, met bijbehorende bouwregels zoals opgenomen in het voormalig bestemmingsplan Ruimte voor de Rivier (NL.IMRO.0150.D130-VG01) indien dat nodig is in het belang van de realisatie van nieuwe natuur binnen de Ecologische Hoofdstructuur. De wijziging kan plaatsvinden onder de volgende voorwaarden:
Het wijzigen van een reserve parkeerterrein in een permanent parkeerterrein ter plaatse van het parkeerterrein aan De Worp
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het omgevingsplan te wijzigen door het werkingsgebied 'specifieke vorm van verkeer - reserve parkeerterrein' in het voormalig bestemmingsplan Parkeerterrein de Worp (NL.IMRO.0150.P336-VG01) te wijzigen in het werkingsgebied 'parkeerterrein', met inachtneming van de volgende voorwaarden:
Het wijzigen van het gebied Wonen uit te werken - Steenbrugge ten behoeve van het realiseren van een woongebied
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het omgevingsplan te wijzigingen door in het werkingsgebied Wonen uit te werken - Steenbrugge het bouwen van gebouwen toe te staan ten behoeve van de volgende gebruiksacitviteiten:
woningen, al dan niet in combinatie met een aan huis verbonden beroep of bedrijf conform het gestelde in artikel 21.2;
Een en ander met inachtneming van de volgende regels:
het aantal te realiseren woningen in het gebied Steenbrugge dient in overeenstemming te zijn met het provinciaal en gemeentelijk woningbouwprogramma en mag in elk geval niet meer bedragen dan 1200. Het gebied Steenbrugge omvat de gronden binnen het werkingsgebied Wonen uit te werken – Steenbrugge zoals opgenomen in het voormalige uitwerkingsplan Steenbrugge, 2e uitwerking (NL.IMRO.0150.Chw015U-VG01), alsmede de gronden waarvoor reeds een uitwerkingsplan van kracht is geworden;
BIJLAGE 3: OVERZICHT EN HERKOMST VAN WIJZIGINGSBEVOEGDHEDEN EN UITWERKINGSPLICHTEN UIT BESTEMMINGSPLANNEN
|
Wijziging wetgevingszone - wijzigingsgebied 17 ten behoeve van het toevoegen van de gebruiksactiviteit 'Ambachtelijk bedrijf - Sluiskwartier' per kadastraal perceel op de begane grond aan de ter plaatse toegelaten gebruiksactiviteit 'Wonen' en de bestaande bouwregels te behouden |
|||
|
Wijzigingsbevoegdheid ten behoeve van het wijzigen van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - reserve parkeerterrein' te in de aanduiding 'parkeerterrein' |
|||
|
Waarde - Archeologie, ten behoeve van het vergroten, verkleinen, verschuiven van de archeologische verwachtingswaarde |
|||
|
Wijziging bestemmings- en bouwvlakken voor zover het de bestemmingen Natuur en Groen betreft |
|||
Het omgevingsplan wordt in ieder geval vijf jaar na het onherroepelijk worden van een omgevingsvergunning voor een voortdurende buitenplanse omgevingsplanactiviteit, waaraan geen termijn is verbonden als bedoeld in artikel 5.36, eerste lid, met die vergunning in overeenstemming gebracht als het gaat om:
a. een omgevingsplanactiviteit bestaande uit het in stand houden van een bouwwerk,
b. een omgevingsplanactiviteit, anders dan onder a, die niet in overeenstemming is met een aan een locatie toegedeelde functie-aanduiding.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-150693.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.