Gemeenteblad van Vijfheerenlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Vijfheerenlanden | Gemeenteblad 2026, 150607 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Vijfheerenlanden | Gemeenteblad 2026, 150607 | ander besluit van algemene strekking |
Beheer- en uitvoeringsplan Spelen 2025-2028 Gemeente Vijfheerenlanden
Het speelruimteplan in Vijfheerenlanden heeft een looptijd tot en met 2030, met een doorkijk tot 2040. De ambities in het plan volstaan nog met betrekking tot het spelen zelf, maar er is behoefte aan meer inzicht als het gaat om het benodigde beheer, de vervangingsopgave in de komende jaren en de mogelijkheid om nieuwe ambities te verwezenlijken in de openbare speelruimte. Hieronder vallen bijvoorbeeld:
Om dit inzicht te krijgen is Speelplan gevraagd een inventarisatie uit te voeren in de gemeente Vijfheerenlanden. De inventarisatie is gebaseerd op de uitgevoerde onderzoeken tijdens het opstellen van het speelruimtebeleid (2021) en de beheergegevens (2024).
Deze rapportage is opgebouwd uit twee delen. In het eerste deel komt de huidige stand van zaken aan bod en wordt er ingegaan op de beheerkosten van de speelvoorzieningen en ondergronden. Daarnaast wordt er gekeken naar de volledige vervangingsopgave van de gemeente.
Het tweede deel omvat het uitvoeringsplan, hierin wordt de vervangingsopgave vertaald naar een uitvoeringsprogramma voor de periode 2025-2028. Afsluitend wordt ook een doorkijk gemaakt voor de periode na 2029.
In het Beheerplan zijn alle formele speelplekken meegenomen die in het beheer van de gemeente Vijfheerenlanden zijn. Dit zijn speelplekken met een schommel en glijbaan, maar ook sportvoorzieningen, skatebanen en basketbalpleintjes.
Om een beeld te krijgen van de formele speelplekken is het beleid bestudeerd en geëvalueerd. Daarnaast is het oude beheer- en uitvoeringsplan geëvalueerd. Alle beschikbare data van alle speelplekken, speeltoestellen en valdempende ondergronden is opnieuw bekeken. Met de nieuwe data (september 2024) is dit beheerplan opgesteld.
In dit hoofdstuk wordt de staat van de speelruimte beschreven die binnen de scope van dit beheerplan valt. De informatie is verkregen uit het beleid en uitvoeringsplan (2021) en geüpdatet met de beschikbare data uit het beheersysteem (2024).
Het speelruimteareaal bestaat uit 204 speelplekken, verdeeld over:
Op deze plekken staan 1036 speeltoestellen op 8 verschillende soorten ondergronden.
Speelplekken zijn op meerdere manieren te categoriseren. Op basis van het beleid, de omvang, het bereik en de context van de locatie ontstaat het volgende overzicht:
Van de 1036 speeltoestellen is het gros (856x) een regulier speeltoestel zoals een schommel, glijbaan of wip. Daarnaast zijn er 180 sporttoestellen zoals een voetbaldoel of tafeltennistafel. Er zijn in Vijfheerenlanden weinig geregistreerde natuurlijke speelaanleidingen zoals zwerfkeien of liggende klimbomen.
De speeltoestellen hebben een gemiddelde leeftijd van 12 jaar (gemiddeld bouwjaar van 2012), gerekend over 1029 van de 1036 speeltoestellen waarvan het bouwjaar bekend is. Dit geeft aan dat het grootste deel van het areaal begint te verouderen. In de regel wordt voor de afschrijving van toestellen uitgegaan van gemiddeld 15 jaar. Uiteraard zijn hier grote verschillen tussen de speeltoestellen van RVS (20-25 jaar) en speeltoestellen van hout (ca. 10 tot 12 jaar).
Van alle toestellen is een aanschafwaarde bekend. Door alle aanschafwaardes bij elkaar op te tellen kunnen we de areaalwaarde van de toestellen berekenen. De areaalwaarde van de toestellen is € 2.685.737.
Er ligt 18.868 m2 aan (valdempende) ondergronden onder de speeltoestellen. Dit is als volgt verdeeld:
De meest toegepaste valdempende ondergrond zijn rubbertegels (166x). Bij vaste valdempende ondergronden is de staat van de ondergrond meegenomen in de rondgang en de bepaling van de vervangingstermijn van de speelplek. Dit is niet het geval bij losse ondergronden (houtsnippers). Deze worden tijdens het regulier onderhoud immers ververst/vervangen en zijn daarmee niet leidend voor de vervangingsopgave van de speelplek. Tenzij het type ondergrond veranderd met de herinrichting van de speelplek.
Op basis van de recente kosten voor de vervanging van ondergronden bedraagt de waarde van de valdempende ondergronden (zie ook tabel 3) circa € 1.500.000,-.
Gras mag toegepast worden bij toestellen met een valhoogte tot 1,5 meter. Aangezien deze ondergrond onder het reguliere groen-onderhoud valt, wordt dit niet meegenomen in het beheerplan. Naast gras zijn nog een aantal speel- of sporttoestellen geplaatst op reguliere verharding (betontegels, asfalt). Deze ondergronden vallen onder het regulier grijs-onderhoud en ook buiten dit beheerplan.
Vervangingswaarde van het areaal
Om een goede indicatie te geven van de totale vervangingswaarde van het areaal, wordt er gekeken naar de waarde van de toestellen (na indexatie) en de waarde van de toegepaste ondergronden. Daarnaast wordt er rekening gehouden met de kosten voor het aanleggen van een speelplek (leveren en plaatsen nieuwe toestellen en het verwijderen van oude toestellen) en projectkosten voor het uitvoeren van participatie en het ontwerpen van speelplekken. Om deze kosten te berekenen wordt er gebruik gemaakt van richtbedragen, gebaseerd op de waarde van het areaal.
De vervangingswaarde van het areaal is als volgt:
Waarde speeltoestellen (incl. 15% indexatie) € 3.000.000,-
Waarde valdempende ondergronden € 1.500.000,-
Totale areaal waarde € 4.500.000,-
Aanlegkosten (20% van areaalwaarde) € 900.000,-
Projectkosten (20% van areaalwaarde + kosten voor plaatsing) € 1.080.000,-
Totale vervangingswaarde van het areaal € 6.480.000,-
Op basis van deze doorrekening bedraagt de totale vervangingswaarde van het areaal speelvoorzieningen in Vijfheerenlanden bijna€ 6,5 miljoen.
Elke speel- of sportplek heeft een functie met een passend bereik binnen een dorpskern. In het speelruimtebeleid (2021) hebben alle speelplekken een functie gekregen (informele plek, steunplek, centrale plek of bovenwijkse voorziening). De locaties zijn ingericht met speel-, of sportaanleiding of een combinatie hiervan. Daarmee is er per dorpskern een spreiding gemaakt, zodat alle kinderen beschikken over speelruimte dicht bij huis.
Van deze spreiding zijn plankaarten gemaakt. De plankaarten zijn tijdens het opstellen van dit beheerplan geüpdatet. De nieuwe kaarten zijn als bijlage aan dit rapport bijgevoegd.
Het beheer van de speelvoorzieningen is gericht op het in stand houden van aantrekkelijke, veilige en goed verzorgde speelplekken. Voor het planbare onderhoud wordt onderscheid gemaakt tussen preventief en operationeel onderhoud.
Voor een benadering van de onderhoudskosten wordt gewerkt met vuistregels gebaseerd op de waarde van het speelruimteareaal en de kosten voor een externe aannemer. In de conclusie wordt deze benadering vergeleken van het beschikbare budget.
Planbaar onderhoud van speelvoorzieningen
Het preventieve of reguliere onderhoud is gericht op het voorkomen van onveilige situaties en van belang voor de duurzaamheid van de speeltoestellen. Bij dit onderhoud gaat het bijvoorbeeld om: Aanbrengen van een beschermende laklaag bij speeltoestellen ter voorkoming van graffiti; behandeling van paalkoppen; reinigen van speeltoestellen en ondergronden zodat slijtage door bijv. algenaanslag voorkomen wordt.
Aanbevolen wordt om dit onderhoud op regelmatige basis uit te voeren. Zo wordt voorgesteld om jaarlijks, bij aanvang van het speelseizoen (april) en gekoppeld aan de veiligheidsinspectie, een grondige onderhoudsronde te houden inclusief het schoonspuiten van de speeltoestellen en gelijktijdig met het verschonen van de losse ondergronden (zie ook onderhoud van ondergronden). Hierdoor is de speelplek bij aanvang van het speelseizoen in goede staat.
Het operationele onderhoud heeft betrekking op het onderhoud dat nodig is zodat de speeltoestellen goed functioneren. Hierbij moet bijvoorbeeld gedacht worden aan: controle en zo nodig het aandraaien van bouten/moeren, controle en zo nodig vervangen van scharnieren, verwijderen van splinters. Dit gebeurt gedurende het gehele jaar a.d.h.v. meldingen en de periodieke inspecties.
Niet-planbaar onderhoud van speelvoorzieningen
Bij goede organisatie van het planbare onderhoud kunnen de onderhoudskosten beperkt blijven. Toch kan er onverwachts een melding gemaakt worden van schade of een gevaarlijke situatie, welke dan direct of op korte termijn hersteld dient te worden om de veiligheid te waarborgen. Vandalisme is veelal de oorzaak van dergelijke beschadigingen, maar ook andere externe factoren of onverwacht snelle slijtage kunnen een rol spelen. Er is in dit geval sprake van niet-planbaar onderhoud.
Afhankelijk van de locatie (toezicht, overlast, bereikbaarheid) wordt een percentage gehanteerd van 1 tot 3%. Dit bedrag kan jaarlijks gereserveerd worden om zo grotere kosten voor vandalisme te dekken. Wanneer een bepaalde wijk of plek bekend staat om het overlast of vandalisme kan het verstandig zijn bij herinrichting bewust te kiezen voor robuuste materialen.
Goed beheer en onderhoud van (valdempende) ondergronden is noodzakelijk om de veiligheid en functionaliteit van een speelplek te waarborgen. De wijze van onderhoud van de ondergronden is afhankelijk van het type materiaal en de ambities op beeldkwaliteitsniveau van de gemeente. Voorgeschreven wordt het volgende onderhoud:
Rubber - De rubbergietvloer en rubbertegels dienen ten minste één keer per jaar schoongespoten te worden om te voorkomen dat er te veel vuil en alg ophoopt in de openingen in het rubber. Schoonspuiten voorkomt slijtage en bevordert de toegankelijkheid van de ondergrond. Bij een boomrijke plek is rubber geen ideale ondergrond omdat de vloer hier snel vuil en glad wordt. Bij naadvorming van rubbertegels dienen deze tijdig herplaatst te worden om onwenselijke en onveilige situaties te voorkomen. Bij het opkrullen van tegels dienen deze tijdig verwijderd en vervangen te worden. Aanbevolen wordt om rubbervloeren niet direct naast een zandondergrond of zandbak te plaatsen. Dit voorkomt dichtslibbing van de poriën in de rubbergietvloer en vroegtijdige slijtage.
Kunstgras - Kunstgras wordt veelal gebruikt als valdempende ondergrond of op sportvelden. Dit dient tenminste eenmaal per jaar opgeborsteld en bezand te worden met kwartszand. Hierdoor blijft het kunstgras functioneren, blijft stabiliteit gewaarborgd en wordt slijtage van de vezels vertraagd. Bij toepassing van kunstgras met een aansluiting op gazon wordt aanbevolen een maaitegel rondom het kunstgrasveld te plaatsen. Dit voorkomt maaischade aan het kunstgrasveld. Als er gebruik wordt gemaakt van verschillende kleuren of vlakken kunstgras, wordt aanbevolen de naden tussen de vlakken niet op slijtagegevoelige punten te plaatsen (onder de schommel, duikelrek of bij de uitloop van een glijbaan).
Ondergronden zoals houtsnippers en zand halen hun valdempende vermogen uit de toegepaste laagdikte. Bij deze losse ondergronden wordt voorgeschreven om tenminste 100 mm bovenop de benodigde laagdikte aan te brengen in verband met het wegspelen van het losse materiaal. Belangrijk is tevens dat er zorg wordt gedragen voor het egaal houden van de opvangzone.
Houtsnippers vormen een goede ondergrond voor ongewenste kruiden. Deze dienen daarom regelmatig verwijderd te worden. Dit kan namelijk van invloed zijn op de valdempende waarde van de ondergrond en tevens de uitstraling van de plek. Omdat snippers organisch materiaal zijn beginnen deze na verloop van tijd te composteren. Het is daarom noodzakelijk om de snippers ten minste eens per 3 jaar te vervangen of jaarlijks aan te vullen als dit nodig is.
Zand - Valdempend zand dient regelmatig gereinigd te worden van aanwezig afval of ontlasting. Ook is het van belang ongewenste kruiden te verwijderen wanneer deze aanwezig zijn. Dit kan namelijk van invloed zijn op de valdempende waarde van de ondergrond en tevens de uitstraling van de plek. Omdat zand gauw een bron van vuil vormt en een grote aantrekkingskracht op katten heeft, is het wenselijk om dit regelmatig te verversen. Door een regelmatige visuele controle (zie ook inspecties en overige onderhoudswerkzaamheden) kan voorkomen worden dat een ondergrond te vies wordt om in te spelen. Zandondergronden en zandbakken worden bij voorkeur niet in de buurt van een straatkolk geplaatst. Dit verhoogt weliswaar de speelwaarde, maar resulteert ook in onwenselijke situaties.
Hieronder een tabel met de vervangings- en onderhoudskosten van alle valdempende ondergronden in de gemeente.
Speeltoestellen moeten regelmatig geïnspecteerd worden. De beheerder controleert of gebruik van het toestel nog steeds veilig is. Met de resultaten van deze inspecties moet ook beoordeeld worden welke acties ondernomen moeten worden voor het veilig houden van het toestel. Om de kosten van onderhoud te beperken en om te voldoen aan de wettelijke verplichting te allen tijde zorg te dragen voor de veiligheid van speelvoorzieningen, is het belangrijk de speelvoorzieningen regelmatig te inspecteren. De norm (NEN-EN 1176-7:2008) schrijft de volgende drie vormen van inspectie voor:
1. Visuele inspectie - Met routinematige visuele inspectie kunnen gevaren als gevolg van vandalisme, gebruik of weersomstandigheden worden geïdentificeerd, bijvoorbeeld gevaren door defecte onderdelen, stormschade of gebroken flessen (glasscherven). De visuele inspectie is een vrij snelle oppervlakkige controle om na te gaan of er mogelijk een risico is ontstaan. De controle vindt meestal plaats op speelplek niveau. Indien er iets aan de hand lijkt te zijn wordt er melding gemaakt en kan vervolgens passend gehandeld worden. Bij speelplaatsen waar sprake is van intensief gebruik of vandalisme, kan het nodig zijn deze inspectie wekelijks of zelfs dagelijks uit te voeren.
2. Operationele inspectie- Tijdens de operationele inspecties wordt de werking van de toestellen gecontroleerd. Op basis hiervan wordt operationeel onderhoud uitgevoerd. Tijdens de operationele inspecties wordt ook gecontroleerd of eerdere, voorgeschreven reparaties aan toestellen juist en duurzaam zijn uitgevoerd. De operationele inspectie vindt één keer per jaar plaats. Het is een meer gedetailleerde inspectie om de functionaliteit en stabiliteit van het speeltoestel te controleren, in het bijzonder op slijtage.
3. Veiligheidsinspectie - Jaarlijks vindt een grote veiligheidsinspectie plaats van de openbare speelvoorzieningen en de speeltuinen. Deze inspectie wordt uitgevoerd volgens de norm NEN-EN 1176 en NEN-EN 1177. De jaarlijkse hoofdinspectie wordt uitgevoerd om het algehele veiligheidsniveau van speeltoestellen, funderingen en oppervlakken vast te stellen. Met inbegrip van eventueel aangebrachte wijzigingen als gevolg van de beoordeling van veiligheidsmaatregelen), weersinvloeden, aanwezigheid van houtrot of corrosie en eventuele veranderingen in het veiligheidsniveau van de speeltoestellen. Het laatste als gevolg van uitgevoerde reparaties, of het toevoegen of vervangen onderdelen. Bijzondere aandacht behoort te worden gegeven aan onderhoudsvrije (sealed-for-life) onderdelen. De jaarlijkse veiligheidsinspectie vervangt één van de vier operationele inspectierondes.
In tabel 5 zijn alle onderhoudsposten in een overzicht geplaatst.
In tabel 6 zijn dezelfde onderhoudsposten uitgezet over een kalenderjaar. Hierin vallen de visuele inspecties en het operationeel onderhoud op als voortdurende posten. De overige posten vormen zich redelijk om het speelseizoen heen (april – september).
Conclusie en adviezen onderhoud
Het benodigde onderhoudsbudget is als volgt opgebouwd:
Het huidige budget is ongeveer € 90.000, - /jaar. Minder dan het benodigde budget. Hiervoor zijn een aantal verklaringen.
Het onderhoud van vaste ondergronden wordt nu niet bekostigd uit het huidige onderhoudsbudget van spelen. Tot 1 januari 2026 worden de ondergronden onderhouden uit het bestek: ‘onkruid op de verharding’. Als dit bestek afloopt zal het onderhoud van de vaste ondergronden weer in een nieuw bestek terecht moeten komen.
Op basis van de huidige beheergegevens is per locatie een indicatie gegeven van de vervangingstermijn. Hierbij zijn vervangingen van losse speeltoestellen geclusterd tot één jaartal per speelplek. Voor de indicatie van de kosten is gebruik gemaakt van richtbedragen op basis van de functie van de locatie. In het uitvoeringsplan (deel 2 van dit rapport) wordt ingezoomd op het advies voor de uitvoering zelf.
Om een indicatie te geven van de vervangingsopgave is gewerkt met een richtbedrag per speelplek. Dit richtbedrag is gebaseerd op de huidige inrichting, maar er is ook gekeken naar het type speelplek. Zo zijn de kosten voor herinrichting bij een grote buurtplek met veel objecten (door verwijdering, participatie en communicatie) groter dan bij een los veerelement in de straat. Dit wordt in het uitvoeringsplan verder toegelicht. Grofweg is het benodigde budget opgebouwd uit de volgende percentages:
De totale theoretische vervangingsopgave van het huidige areaal (204 speelplekken) bedraagt op basis van richtbedragen bijna € 6 miljoen. Dit komt gemiddeld neer op circa € 29.500,-/speelplek. De gebruikelijke afschrijftermijn van een speeltoestel is ca. 15 jaar. De theoretische vervangingsopgave is daarmee ca. € 400.000,-/jaar.
Voor het uitvoeren van de vervangingsopgave gaan we, zoals vastgesteld in het speelruimtebeleid (2021), wijk/buurt/kern gericht werken. Dit betekent dat we een locatie zoveel mogelijk in zijn geheel herinrichten wanneer deze hiervoor in aanmerking komt. Om een inschatting te maken wanneer een wijk heringericht moet worden, kijken we naar het technische vervangjaar van de speeltoestellen.
Het technische vervangjaar is 15 jaar na plaatsing van het speeltoestel. Tijdens veiligheidsinspecties wordt het technische vervangjaar elk jaar (waar mogelijk) aangepast door de inspecteur, zodat het vervangjaar actueel blijft en toestellen niet worden weggehaald als dit niet noodzakelijk is.
Om het technische vervangjaar van een locatie in te schatten nemen we het gemiddelde vervangjaar van de speeltoestellen op één locatie. Zo hebben we een indicatie wanneer een locatie in aanmerking komt voor herinrichting.
In tabel 7 is de technische vervangingsopgave samengevat per tijdvak, uitgaande van behoud van de huidige spreiding van het areaal en richtbedragen die gekoppeld zijn aan de locaties. Te zien is dat met name in de komende 5 jaar de vervangingsopgave hoog is.
In de periode 2025-2028 komen, op basis van de inschatting, 108 van de 204 speelplekken in aanmerking voor herinrichting. Dit betreft meer dan 50% van het gehele areaal. Hiervoor is een theoretisch vervangingsbudget nodig van € 2,8 miljoen.
Op basis van het beheer- en uitvoeringsplan (2021) en de inventarisatie in dit beheerplan (2024) wordt een nieuw uitvoeringsplan opgesteld. De voorgestelde spreiding en uitvoeringsmethode blijft gelijk aan het vastgestelde speelruimtebeleid. Echter wordt er anders omgegaan met het inrichten van informele speelplekken en houden we rekening met levensverlengend onderhoud.
Uitvoeringsplan 2025 – 2028, met een doorzicht naar 2040
Er is gekozen voor een uitvoeringsplan met een dorpskern/ wijk gerichte aanpak, die werkt in een cyclus van 15 jaar. Dit betekent dat een dorpskern of wijk elke 15 jaar onder de loep wordt genomen. Het volledige uitvoeringsprogramma is als externe bijlage in Excel bijgevoegd.
Het onder de loep nemen van een dorpskern/ wijk bestaat uit twee fases, dat uitgesmeerd wordt over twee jaar. In het eerste jaar wordt een plan gemaakt, terwijl in het tweede jaar het plan wordt uitgevoerd. Tijdens het uitvoeringsjaar worden de plannen overgedragen naar beheer. Beheer zorgt voor het uitvoeren van de plannen.
Met het vormen van een plan wordt er gekeken naar de verwachte vervangjaren van de speelplekken en de behoefte van omwonende. Op basis van deze gegevens wordt er besloten welke locaties worden vervangen en welke locaties de volgende ronde aan de beurt komen. Met het kiezen welke locaties aan de beurt zijn voor herinrichting wordt ook het benodigde budget vastgesteld. Gemiddeld zal er € 352.000,- per jaar nodig zijn om het uitvoeringsplan uit te voeren.
In de onderstaande tabel 10 is een overzicht van de uitvoeringskosten voor de komende jaren. De locaties die op de planning staan om heringericht te worden staan vermeld in tabel 9.
In de uitvoeringskosten voor de komende jaren gaan we er van uit dat de onderhoudskosten gelijk zullen blijven. Op sommige plekken wordt er minder geïnvesteerd, terwijl er op andere plekken extra geïnvesteerd wordt en er mogelijk ook nog locaties bijkomen. Onder de streep zal de waarde van het areaal (≈ €4.500.000) naar verwachting gelijk blijven. Het is goed om de areaalwaarde elke 3 jaar te eiken, om veranderingen te monitoren.
In 2025 is er geen investeringsbudget voor spelen. Dit komt door de inhaalslag die er de afgelopen jaren is ingezet. Uit de planning van 2022 en 2024 loopt momenteel nog een herinrichting van 62 locaties. De uitvoering voor deze locaties zal doorlopen in 2025. Daarnaast moet in 2025 het plan gemaakt worden voor de 13 locaties die in 2026 vervangen moet worden.
Voor een compleet uitvoeringsplan is het van belang dat er rekening wordt gehouden met de ambities van de gemeente op het gebied sporten en spelen. Aan de hand van deze ambities, het onderzoek en de adviezen vanuit Speelplan zijn een aantal kaders voor uitvoering opgesteld. Met deze kaders wordt rekening gehouden tijdens de planvorming en tijdens de uitvoeringsfase.
Nederland heeft in 2016 het VN verdrag Handicap geratificeerd. Daarmee is benadrukt dat de rechten van inwoners met een beperking hetzelfde zijn als andere mensen. Met de ondertekening wordt de belofte gemaakt hindernissen voor deze groep weg te nemen en het mogelijk te maken dat zij gelijkwaardig deel kunnen nemen aan de samenleving en daarmee de openbare ruimte. Speel- en sportplekken zijn belangrijke openbare voorzieningen. Hier moet iedereen gebruik van kunnen maken, ook inwoners met een beperking. Door gebruik te maken van verharde ondergronden en toegankelijke speeltoestellen kunnen bestaande en nieuwe speel- en sportplekken geschikt(er) gemaakt worden voor deze groep inwoners. Daarnaast is het belangrijk om als gemeente ook actief uit te spreken en uit te dragen dat spelen voor iedereen is en hier, bij de herinrichting van speelplekken, ook rekening mee te houden.
De zomers worden steeds warmer en de regenbuien steeds intensiever. De openbare speelruimte klimaatadaptiever maken is daarom zeer belangrijk. Dit kan bereikt worden door het vergroenen van de speelruimte door het plaatsen van (extra) bomen en beplanting voor schaduw maar ook door verharde ondergronden te vervangen voor houtsnippers of gras zodat hemelwater sneller weg kan lopen. Overschotten van hemelwater kunnen opgeslagen worden door wadi’s aan te leggen of infiltratiekratten te plaatsen. Klimaatadaptieve speelplekken dragen daarnaast ook bij aan de verblijfswaarde en daarmee ook de ontmoetingswaarde van speelplekken.
Door het vergroenen van de speelruimte kan ook de biodiversiteit vergroot worden. Dit kan bijvoorbeeld door bloemen en struiken te plaatsen die bijen, vlinders en andere insecten aantrekken. Ook het minder vaak maaien van het gras is goed voor de biodiversiteit. Een vergroende speelruimte is niet alleen belangrijk voor de biodiversiteit maar levert ook een belangrijke bijdrage aan het versterken van de leefbaarheid van de openbare ruimte. Daarmee is vergroening niet alleen een middel, maar ook een doel op zich. Om die reden wordt bij de herinrichting van formele speel- en sportplekken altijd gekeken naar de mogelijkheid om (extra) te vergroenen.
Naast het klimaatadaptiever maken van de speelruimte en het vergoten van de biodiversiteit, stimuleert het vergroenen van de speelruimte ook het natuurlijk spelen. Naast het spelen in de bosjes kan er op de speelplekken ook gekozen worden voor het gebruik van natuurlijke speelaanleidingen zoals zwerfkeien, liggende klimbomen en stappaaltjes. Dit zorgt voor een variatie in het speelaanbod en stimuleert de creativiteit van kinderen. Het spelen in openbaar groen kan gestimuleerd worden door bijvoorbeeld hutten niet direct op te ruimen, snoeiafval deels te laten liggen en door niet-giftige en doornloze struiken en bloemen te planten.
Jongeren komen graag samen om te sporten of om elkaar te ontmoeten (chillen). Om te voorkomen dat jongeren in de wijk gaan rondhangen is het belangrijk om ook voor deze doelgroep voldoende ruimte te reserveren. Uitdagende en moderne sportvoorzieningen bieden veel mogelijkheden. Te denken valt bijvoorbeeld aan een skatepark, freerun-parcours of calisthenics-toestel. Een goede locatie om een grote sportlocatie te realiseren is in het Stadspark van Vijfheerenlanden.
Ontmoetingsplekken voor jongeren (zoals JOP’s) bieden ruimte om elkaar te ontmoeten zonder dat er overlast ontstaat voor de directe omgeving. Het is dan wel van belang dat in overleg met de gebruikers en omwonenden besloten wordt waar deze ontmoetingsplekken komen.
De gemeente Vijfheerenlanden heeft duurzaamheid hoog in het vaandel staan. Daarom zetten we ook binnen de speelruimte in op circulariteit. Dit gebeurt door kapotte onderdelen van speeltoestellen te vervangen maar ook door nog bruikbare onderdelen van oude speeltoestellen her te gebruiken. Ook kunnen er speelaanleidingen gemaakt worden van gekapte bomen.
Bij het uitvoeringsplan is niet alleen gekeken naar de huidige inrichting van de speelplekken, maar ook naar bovenstaande ambities. Om dit te doen wordt voorgesteld om op meerdere plekken een impuls toe te voegen aan de speelplek. Impulsen om speelplekken toegankelijker te maken, het sportaanbod uit te breiden en verharde plekken zonder beschutting te vergroenen. Deze impulsen zijn op de uitvoeringskaart te herkennen aan de gekleurde pijlen.
Belangrijk bij de uitvoering, maar zeker bij verbetering van de speelruimte is een integrale aanpak. Hierdoor is het veel makkelijker om tijdig kansen te signaleren (en benutten) en bijvoorbeeld werk met werk te maken. Als er aan de slag gegaan wordt in een wijk met de riolering is het bijvoorbeeld handig om direct ook de speelplek mee te nemen die in dezelfde straat ligt. Als een sportplek wordt opgepakt, is het handig om met de betreffende sportaanbieders of buurtsportcoach te schakelen om te kijken of met simpele toevoegingen leuke activiteiten kunnen worden georganiseerd voor de buurt. Een integrale aanpak werkt het makkelijkst door jaarlijks een overzicht te maken van de op te pakken speelplekken (voor het komend jaar) en een gezamenlijk overleg te organiseren met de verschillende uitvoeringspartners (groen, infra, wijkbeheer, sport etc.). Dit wordt met name aanbevolen bij de grotere speelvoorzieningen.
Speelplekken die sterk verouderd zijn en daardoor te zwaar drukken op de onderhoudslasten en/of niet meer veilig zijn, worden heringericht. Voor de herinrichting van speelplekken die behouden blijven gelden de volgende kaders:
Centrale plek (sport en spelen):
Een centrale plek is een plek voor de hele omwonende buurt. Binnen 400 meter (5-10 minuten lopen) van elke woning is zo’n plek te vinden. Een buurtplek is ingericht als een plek waar kinderen en volwassenen elkaar kunnen en willen ontmoeten, waar ze een langere periode kunnen verblijven en die uitnodigt om te bewegen.
Inrichting: er zijn aanleidingen voor spel, sport en ontmoeten. De spel aanleidingen zijn voor 0 – 12-jarige, waardoor er ook aandacht is voor uitdagende speeltoestellen. Sport kan in een traditionele vorm (voetbal/ basketbal), maar kan ook in beweegaanleidingen. De plek moet een fijne verblijfswaarde hebben, bankjes, picknicktafels, beschutting, waterpunten en afvalbakken dragen hieraan bij.
Doelgroep: de inrichting is aantrekkelijk voor alle buurtbewoners, ongeacht leeftijd, afkomst of beperking.
Richtlijnen: tussen de 2000 en 3000 m2. Dit betreft zowel de ruimte voor speeltoestellen en ondergronden als ook de omliggende vrije beweegruimte.
Richtbudget: voor de inrichting is €60.000,- gereserveerd.
Participatievorm: herinrichting met de omliggende buurt. Direct omwonende krijgen een eerste stem in het opstellen van het programma van eisen (PvE) voor de plek (wat mag wel, wat kan absoluut niet), maar de hele buurt mag vervolgens meedenken of stemmen over 2 of 3 ontwerpvoorstellen.
De steunplekken zijn ter aanvulling op de centrale plekken. De locaties zijn voor kinderen die niet zelfstandig de hele buurt door kunnen of mogen. Deze locaties lenen zich goed om een gevarieerd aanbod te creëren.
Inrichting: een flexibele inrichting. De inrichting is gefocust op spel, sport of ontmoeten.
Doelgroep: de focust ligt voornamelijk op jonge kinderen (0- 9 jaar), omdat deze nog niet altijd alleen de buurt in mogen. Ook oudere moeten op deze locaties terecht kunnen om elkaar te ontmoeten.
Richtlijnen: tussen de 500 en 1000 m2. Dit betreft zowel de ruimte voor speeltoestellen en ondergronden als ook de omliggende vrije beweegruimte.
Richtbudget: voor de inrichting is €30.000,- gereserveerd.
Participatievorm: herinrichting met direct omwonenden van de speelplek. Team Spelen maakt programma van eisen (kaders). Hierin wordt goed rekening gehouden met de buurt en de functie van de locatie. Buurt kan daarbinnen ideeën en wensen aangeven en daarna keuze maken uit 2 of 3 ontwerpvoorstellen.
Informele speelplekken (omvormen)
Op 83 locaties wordt geadviseerd om de toestellen niet te vervangen. Hier wordt voorgesteld actief ‘om te vormen’ naar vrije speelruimte. De plek blijft daarmee beschikbaar om in te spelen, maar zonder dat er gebruik wordt gemaakt van reguliere speeltoestellen. Aanvullend wordt wel budget ingezet om bijvoorbeeld (natuurlijke) speelaanleidingen toe te voegen. Zo voegen de omgevormde plekken direct iets toe aan de diversiteit van het aanbod.
Een informele speelplek zonder speeltoestellen leent zich uitstekend voor initiatieven van bewoners. Te denken valt bijvoorbeeld aan een moestuin, eenvoudige speelaanleidingen of een picknicktafel. Grote speeltoestellen en particuliere trampolines zijn niet geschikt voor de openbare ruimte en beheer door bewoners. Ook met betrekking tot het beheer is het makkelijker om bewoners hierin een grotere rol te geven.
In het uitvoeringsplan worden vervangingen zoveel mogelijk geclusterd. Door de wijk/ dorpskern gerichte aanpak is het mogelijk om in een keer met omwonende te participeren over meerdere speelplekken en de functie van speelplekken in de buurt. Zo kunnen bewoners goed meedenken over een herinrichting en is het ook makkelijker om een speelplek een functionele wijziging te geven. Daarnaast is het duidelijker voor omwonende dat naast omvormingen ook geïnvesteerd wordt in de herinrichting van de centrale speelplekken.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-150607.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.