Besluit tot wijziging van nadere regel subsidie sociale basis gemeente Utrecht

Rectificatie van de volgende bekendmakingen:

Burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht,

overwegende dat de nadere regel subsidie sociale basis gemeente Utrecht wordt gewijzigd zodat de juiste partijen worden uitgesloten, de onafhankelijkheid van clientondersteuning wordt gewaarborgd en de subsidieregeling begrijpelijker wordt;

Besluit/besluiten het volgende:

Artikel I

De nadere regel subsidie sociale basis wordt als volgt gewijzigd:

 

  • A.

    In artikel 1 (definities) wordt de definitie van Buurtbemiddeling aangepast, deze komt te luiden:

Buurtbemiddeling is een vrijwillige, laagdrempelige manier om conflicten tussen buren op te lossen. Getrainde vrijwilligers, die worden ondersteund door beroepskrachten, helpen bewoners om deze conflicten zelf op te lossen. Deze buurtbemiddelaars werken neutraal en onafhankelijk.

 

  • B.

    Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    In het tweede lid wordt ‘De subsidie kan niet worden aangevraagd door partijen die een overeenkomst hebben met de gemeente Utrecht in het kader van de aanbesteding ’Wmo Ondersteuning in de wijk‘ vervangen door ‘Voor Dagactiviteiten (artikel 5, lid C, sub 1) kan de subsidie niet worden aangevraagd door Partijen die een overeenkomst hebben met de gemeente Utrecht en hun onderaannemers in het kader van de aanbesteding ’Wmo Ondersteuning in de wijk‘.

  • 2.

    Toegevoegd wordt een nieuw lid, dit derde lid komt te luiden: Voor laagdrempelige of formele onafhankelijke cliëntondersteuning (artikel 5, lid C, sub 3 en 4) mag er geen subsidie worden aangevraagd door gecontracteerde of gesubsidieerde organisaties die namens de gemeente Utrecht de toegang tot maatwerkvoorzieningen (Wmo 2015) of individuele voorzieningen (Jeugdwet) leveren of door gecontracteerde of gesubsidieerde organisaties die in opdracht van of op basis van een subsidieregeling van de gemeente Utrecht maatwerkvoorzieningen (Wmo 2015) of individuele voorzieningen (Jeugdwet) leveren, zodat de onafhankelijkheid van de dienstverlening wordt gewaarborgd en belangenverstrengeling wordt voorkomen.

  • C.

    Artikel 4 lid 1, aanhef komt als volgt te luiden:

    Artikel 4 Vaststellen subsidieplafond

    1. Deze nadere regel heeft de volgende subsidiecategorieën, met de subsidieplafonds zoals vermeld in de bijlage ‘Subsidieplafonds’:’

  •  

  • D.

    In artikel 6 wordt, onder vernummering van de leden vijf tot en met zeven, nieuwe leden ingevoegd, luidende:

  • 1.

    Het vijfde lid: Voor meerjarige subsidies geldt dat het subsidiebedrag per subsidiejaar, afgezien van indexatie, gelijk is aan het bedrag dat voor het eerste subsidiejaar wordt aangevraagd

  • 2.

    Het achtste lid: Een aanvrager mag niet gelijktijdig subsidie aanvragen voor zowel laagdrempelige als formele onafhankelijke cliëntondersteuning (OCO);

  • 3.

    Het negende lid: Indien de cliënt een klacht of geschil heeft over een sociale basisactiviteit van een partij die onafhankelijke cliëntondersteuning verleent, mag deze partij de onafhankelijke cliëntondersteuning in die situatie niet uitvoeren en wordt de cliënt overgedragen aan een andere partij die onafhankelijke cliëntondersteuning uitvoert.

 

  • E.

    In artikel 7 derde lid wordt een nieuw sub e ingevoegd, een tekst ingevoegd, luidende:

Als er in deze regeling vermeld staat dat de subsidie maar aan één subsidieontvanger wordt verleend, dan staat een extra indieningsmoment voor deze categorie subsidie alleen open voor deze ene subsidieontvanger.

 

  • F.

    In artikel 8 wordt in het eerste lid sub d toegevoegd waardoor de tekst en verwijzing naar de andere leden ook wijzigt. De tekst onder het eerste lid komt te luiden:

  • 1.

    ‘Met uitzondering van lid a, b, c en d geldt er geen maximum aan de subsidie.

    a. In categorie A (Artikel 5) wordt maximaal €35.000 per jaar verleend. Aanvragen boven de €35.000 per jaar worden geweigerd;

    b. Alleen aan een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid zoals genoemd onder artikel 3, lid 1, sub a of een samenwerkingsverband zoals genoemd onder artikel 3, lid 1, sub e kan meer dan €35.000 per jaar worden verleend.

    c. Aanvragen door een natuurlijke persoon boven de €20.000 per jaar worden geweigerd.

    d. Aanvragen ingediend door een natuurlijke persoon met een onderneming die in het handelsregister van de Kamer van Koophandel is ingeschreven of een rechtspersoon met beperkte rechtsbevoegdheid boven de €35.000 per jaar worden geweigerd.’

  • 2.

    In het tweede lid wordt de verwijzing naar ‘artikel 3, lid 1, sub b’ vervangen door ‘artikel 3, lid 1, sub c’.

  •  

  • G.

    In artikel 11 eerste lid onder h is de tekst gewijzigd, deze komt te luiden:

‘Subsidieontvangers van de subsidiabele activiteiten laagdrempelige onafhankelijke cliëntondersteuning en formele onafhankelijke cliëntondersteuning vormen een samenwerkingsverband en sluiten een convenant af. Indien de cliënt een klacht of geschil heeft over een sociale basisactiviteit van een partij die onafhankelijke cliëntondersteuning verleent, mag deze partij de onafhankelijke cliëntondersteuning in die situatie niet uitvoeren en wordt de cliënt overgedragen aan een andere partij die onafhankelijke cliëntondersteuning uitvoert.

 

  • H.

    In de bijlage bij artikel 5 wordt de tekst onder 2. Buurtbemiddeling gewijzigd. De nieuwe tekst komt te luiden:

Buurtbemiddeling is een vrijwillige, laagdrempelige manier om conflicten tussen buren op te lossen. Getrainde vrijwilligers, die worden ondersteund door beroepskrachten, helpen bewoners om deze conflicten zelf op te lossen. Deze buurtbemiddelaars werken neutraal en onafhankelijk. De uitvoering van deze activiteit bestaat uit de volgende onderdelen:

  • a.

    Buurtconflicten voorkomen, beheersbaar maken en/of helpen oplossen volgens het model van het CCV;

  • b.

    De uitvoering van deze activiteit wordt verleend aan 1 aanbieder;

  • c.

    De activiteiten zijn gericht op inwoners die overlast ervaren of betrokken zijn bij burenconflicten, en op beroepskrachten. De activiteiten zijn daarnaast gericht op professionals die signaleren of doorverwijzen;

  • d.

    Hoewel vrijwillige inzet het uitgangspunt is, worden vanwege de complexiteit van sommige situaties ook getrainde beroepskrachten ingezet in de uitvoering;

  • e.

    De aanvrager verzorgt voorlichting over het aanbod van buurtbemiddeling in de stad om de bekendheid te vergroten, de vroegtijdige signalering te bevorderen en escalatie naar een zwaardere aanpak te voorkomen;

  • f.

    Voor de subsidiabele activiteit buurtbemiddeling geldt dat de aanvrager actief is binnen het samenwerkingsverband van de aanpak woonproblematiek en het landelijk CCV-netwerk, en contacten onderhoudt met relevante ketenpartners in het zorg- en veiligheidsdomein.

  •  

  • I.

    In de bijlage bij artikel 5 wordt tekst onder 1. Dagactiviteiten toegevoegd.

  • 1.

    In de eerste zin van de eerste alinea wordt ‘het gaat om dagactiviteiten...’ vervangen door ‘het gaat om algemeen toegankelijke dagactiviteiten....’.

  • 2.

    In de vierde alinea wordt achter de zin ‘Van deelnemers wordt verwacht dat zij minstens 2x keer per week minstens 2 uur per keer meedoen met de groepsactiviteit’ een zin ingevoegd luidende ‘De activiteit biedt daarmee een wekelijkse structuur.’

  •  

  • J.

    In de bijlage bij artikel 5 wordt de tekst onder 3. Laagdrempelige onafhankelijke clientondersteuning de tekst vervangen door:

‘Voor de uitvoering van deze subsidiabele activiteit wordt subsidie verleend aan maximaal 6 aanvragers.

Deze ondersteuning gaat over het bieden van informatie, advies en ondersteuning aan inwoners op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen.

  •  

  • Voor deze activiteit gelden de volgende onderdelen:

  • a.

    Deze vorm van ondersteuning is laagdrempelig en richt zich op inwoners die slecht in beeld zijn bij reguliere zorg en ondersteuning, bijvoorbeeld door taal, cultuur, dakloosheid of wantrouwen richting formele instanties. De ondersteuning vervult hiermee een brugfunctie en helpt inwoners om passende zorg en ondersteuning te vinden;

  • b.

    De activiteit wordt uitgevoerd door ondersteuners met actuele basiskennis van wet- en regelgeving op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen. De ondersteuners hebben verder uitgebreide kennis van de sociale basis en kennis van de basiszorg en de (toegang tot) aanvullende zorg;

  • c.

    De cliëntondersteuner stelt het belang van de inwoner centraal;

  • d.

    Wanneer wordt gesignaleerd dat er in de stad specifieke ondersteuning ontbreekt, wordt dit gemeld bij de formele onafhankelijke cliëntondersteuning en/of bij de gemeente; 

  • e.

    Inwoners worden begeleid bij klachten en/of bezwaar of worden hiervoor doorverwezen naar de formele onafhankelijke cliëntondersteuning. Hierbij wordt herkend wanneer een vraag juridisch of qua kennis beter door de formele cliëntondersteuning kan worden behandeld. Er vindt dan een warme overdracht plaats.

  •  

  • Partijen die subsidie ontvangen voor laagdrempelige of formele onafhankelijke cliëntondersteuning (een aanvrager kan slechts voor 1 vorm van onafhankelijke cliëntondersteuning subsidie aanvragen) vormen met elkaar een samenwerkingsverband. Zij sluiten een convenant met afspraken over onder andere coördinatie, monitoring, rapportage, consultatie, kennisdeling en samenwerking met partners. De inhoudelijke verantwoording wordt gezamenlijk opgesteld.’

  •  

  • K.

    Onder de ondertekening wordt de volgende bijlage ingevoegd:

  • Bijlage bij artikel 4: subsidieplafonds

Subsidieplafond 2027 (budget x €1.000)

Categorie A: 1.150

Categorie B1: 7.719

Categorie B2: 550

Categorie B3: 2.215

Categorie B4: 1.568

Categorie C1: 1.942

Categorie C2: 191

Categorie C3: 621

Categorie C4: 386

 

Subsidieplafond 2028 (budget x €1.000)

Categorie A: 1.224

Categorie B1: 7.719

Categorie B2: 550

Categorie B3: 2.215

Categorie B4: 1.568

Categorie C1: 1.942

Categorie C2: 191

Categorie C3: 621

Categorie C4: 386

 

Subsidieplafond 2029 (budget x €1.000)

Categorie A: 1.297

Categorie B1: 7.719

Categorie B2: 550

Categorie B3: 2.215

Categorie B4: 1.568

Categorie C1: 1.942

Categorie C2: 191

Categorie C3: 621

Categorie C4: 386

Subsidieplafond 2030 (budget x €1.000)

Categorie A: 1.370

Categorie B1: 7.719

Categorie B2: 550

Categorie B3: 2.215

Categorie B4: 1.568

Categorie C1: 1.942

Categorie C2: 191

Categorie C3: 621

Categorie C4: 386

 

  •  

  •  

  • L.

    In de bijlage bij artikel 5 wordt de tekst onder 4. Formele onafhankelijke clientondersteuning de tekst vervangen door:

 

Voor de uitvoering van deze subsidiabele activiteit wordt subsidie verleend aan maximaal 1 aanvrager.

Ook deze ondersteuning gaat over het bieden van informatie, advies en ondersteuning aan inwoners op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen.

Voor deze activiteit gelden de volgende onderdelen:

  • a.

    Deze vorm van ondersteuning richt zich op inwoners die specialistische (zoals formele, juridische of procedurele) hulp nodig hebben om passende zorg en ondersteuning te vinden;

  • b.

    De activiteit wordt uitgevoerd door getrainde beroepskrachten (waar mogelijk ondersteund door vrijwilligers/ervaringsdeskundigen) die beschikken over aantoonbare kennis van en ervaring met formele, juridische en procedurele taken zoals indicatiestelling en bezwaar- en beroepsprocedures. Ook beschikken de beroepskrachten over aantoonbare specialistische kennis van wet- en regelgeving op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen. Verder beschikken zij over uitgebreide kennis van de sociale basis, basiszorg en de (toegang tot) aanvullende zorg;

  • c.

    De cliëntondersteuner stelt het belang van de inwoner centraal;

  • d.

    Inwoners worden begeleid bij klachten en/of bezwaar;

  • e.

    Werkt samen met de onafhankelijke cliëntondersteuning vanuit de Wlz, als de inwoner een Wlz-indicatie heeft gekregen, zodat de overgang van Wmo naar Wlz soepel verloopt; 

  • f.

    Signaleert actief knelpunten en onrechtvaardigheden in (de uitvoering van) landelijke en lokale wet- en regelgeving en meldt deze bij de desbetreffende (overheids)instanties, beleidsmakers en partijen om bij te dragen aan verbeteringen in beleid, regelgeving en uitvoering; 

  • g.

    Coördineert de laagdrempelige en formele onafhankelijke cliëntondersteuning in zijn geheel en ontwikkelt, beheert en verspreidt relevante informatie over de OCO. 

 

Partijen die subsidie ontvangen voor laagdrempelige of formele onafhankelijke cliëntondersteuning (een aanvrager kan slechts voor 1 vorm van onafhankelijke cliëntondersteuning subsidie aanvragen) vormen met elkaar een samenwerkingsverband. Zij sluiten een convenant met afspraken over onder andere coördinatie, monitoring, rapportage, consultatie, kennisdeling en samenwerking met partners. De inhoudelijke verantwoording wordt gezamenlijk opgesteld.

 

  • M.

    In de informatieve toelichting bij wordt de tekst over staatsteun aangescherpt, de nieuwe tekst luidt:

 

“Subsidies op grond van deze nadere regel die onder categorie A vallen vormen geen staatssteun. Subsidies op grond van deze nadere regel die onder categorie B en C vallen, vormen mogelijk wel staatssteun. Subsidies voor categorieën B en C van deze nadere regel worden daarom alleen verleend wanneer voldaan wordt aan de voorwaarden van de Reguliere De-Minimisverordening (Verordening (EU) 2023/2381 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun), van de DAEB De-Minimisverordening (Verordening (EU) 2023/2832 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun verleend aan diensten van algemeen economisch belang verrichtende ondernemingen) of het DAEB-Vrijstellingsbesluit (Besluit (EU) 2025/2630 van de Commissie van 16 december 2025 betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen en tot intrekking van Besluit 2012/21/EU).”

Artikel II

Dit besluit treedt in werking de dag na bekendmaking in het gemeenteblad en werkt terug tot 13 maart 2026.

Aldus vastgesteld door burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, in de vergadering van 10 maart 2026.

De burgemeester

Sharon A.M. Dijksma

De secretaris,

Michiel J. Ruis

Naar boven