Aanwijzingsbesluit Toezichthouder openbare ruimte gemeente Tiel

De burgemeester respectievelijk het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tiel, ieder voor zover het zijn bevoegdheid als bestuursorgaan betreft;

 

Overwegende dat;

 

het van belang is toezichthouders, als bedoeld in artikel 5.11 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), aan te wijzen voor het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de hieronder genoemde wet- en regelgeving;

 

gelet op het bepaalde in;

 

artikel 142 Wetboek van Strafvordering;

het Besluit Buitengewoon Opsporingsambtenaar;

de artikelen 5:11 tot en met 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht;

artikel 6:2 van de Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Tiel;

artikel 34 lid 2 van de Wet op de kansspelen;

artikel 41 Alcoholwet;

 

Dat de burgemeester dan wel het college van burgemeester en wethouders de bevoegdheid heeft toezichthouders aan te wijzen, die met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens enig wettig voorschrift zijn belast;

 

BESLUIT:

Artikel 1  

medewerkers in de functie van Buitengewoon opsporingsambtenaar Domein 1 aan te wijzen als toezichthouder en worden belast met toezicht voor het grondgebied van de gemeente Tiel op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de:

 

de Wet op de kansspelen;

de Wet basisregistratie personen;

de Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Tiel;

de Afvalstoffenverordening;

de Alcoholwet;

de Drank- en Horecaverordening;

de Winkeltijdenverordening;

de Marktverordening.

Artikel 2.  

aan te wijzen als Buitengewoon Opsporingsambtenaar (BOA) Openbare Ruimte en na beëdiging tot BOA als zodanig te belasten met de opsporing van de strafbare feiten als genoemd in:

 

  • Domeinlijst I behorende bij de Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar (nummering verwijst naar de van toepassing zijnde onderdelen van de Domeinlijst):

    • 1. Artikel 2.13 Activiteitenbesluit milieubeheer juncto artikel 1a Wet op de economische delicten;

    • 2. Besluit lozen buiten inrichtingen juncto artikel 10.2 Wet Milieubeheer juncto artikel 1a Wet op de economische delicten;

    • 6. Alcoholwet juncto artikel 1 Wet op de economische delicten en de artikelen 45 en 45a Alcoholwet;

    • 8. Verordeningen en/of keuren voor zover betrokkene daarvoor door het bevoegde bestuursorgaan is aangewezen;

    • 10. Visserijwet 1963 juncto artikel 1a Wet op de economische delicten en artikel 55 Visserijwet;

    • 11. Artikel 2.3.6 Vuurwerkbesluit juncto artikel 9.2.2.1 Wet milieubeheer juncto artikel 1a Wet op de economische delicten;

    • 13. Alleen voor stilstaand verkeer: artikel 5 Wegenverkeerswet 1994 (WVW) en het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV).

Voor zover van toepassing ook voor rijdend verkeer: de artikelen 4, 5, 6, 8, 10, 28, 57, 60 en 82 RVV, en artikel 62 RVV juncto bijlage I, hoofdstukken C (geslotenverklaring) en D (rijrichting), RVV. Handhaving op het negeren van een C- of D-bord is toegestaan in relatie tot de leefbaarheid, waaronder het tegengaan van overlast door sluipverkeer en het verbeteren van de leefbaarheid door bepaalde gebieden af te sluiten voor (vracht)auto’s, zoals de zogeheten milieuzones.

Digitaal handhaven is slechts mogelijk bij overtreding van het RVV en na instemming van het Parket Centrale Verwerking Openbaar Ministerie;

 

  • 14. Artikelen 30 en 34 van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen;

  • 15. Artikel 2.2 lid 1 onder g en h Wet algemene bepalingen omgevingsrecht juncto artikel 1a Wet op de economische delicten;

  • 16. Artikel 13 Wet bodembescherming juncto artikel 1a Wet op de economische delicten;

  • 18. Artikelen 10.1 lid 1, 10.37 en 10.38 Wet milieubeheer juncto artikel 1a Wet op de economische delicten;

  • 19. Titel VA van de Wet op de kansspelen;

  • 21. Artikel 72, 73, 74, 82a en 82b Wet personenvervoer 2000;

  • 22. Wet ruimtelijke ordening juncto artikel 1a van de Wet op de economische delicten met uitzondering van de volgende situaties:

    • 1) Het feit is begaan in samenhang met andere economische feiten, of

    • 2) Het feit heeft betrekking op een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer;

  • 24. Artikelen 175, 184, 184a, 185, 188, 199, 225, 231 tweede lid, 239, 266 juncto 267 onder 2°, 350, 351, 351bis, 352, 416, 417bis, 424 t/m 429, 430a, 435 onder 4°, 437, 437bis, 437ter, 438, 443 ook voor zover het gaat om overtreding van een noodverordening die of een noodbevel dat verband houdt met het COVID-19-virus, 447b tot en met 447e, 453 en 458 tot en met 461 Wetboek van Strafrecht;

  • 24a. Artikelen 177, 179, 180, 181, 182, 284, 285, 300 juncto 304 onder 3° Wetboek van Strafrecht, voor zover het gaat om de eigen veiligheid van de buitengewoon opsporingsambtenaar;

  • 25. Winkeltijdenwet;

  • 26. Woningwet juncto artikel 1a Wet op de economische delicten met uitzondering van de volgende situaties:

    • 1) het feit is begaan in samenhang met andere economische delicten;

    • 2) het feit heeft betrekking op een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, of

    • 3) het feit heeft betrekking op overtreding van het Bouwbesluit 2012 voor zover het de voorschriften inzake het verwijderen van asbest en de aanwezigheid van asbestvezels of formaldehyde betreft;

  • 28. Zondagswet;

Artikel 3.  

De aanwijzing tot toezichthouder geschiedt tot wederopzegging dan wel tot beëindiging van het dienstverband, dan wel tot benoeming in een functie die niet valt binnen de hiervoor genoemde functies.

Artikel 4  

Dit besluit treed in werking met ingang van de dag na bekendmaking. Bekendmaking geschiedt door toezending van dit besluit aan betrokkenen en middels publicatie in het elektronisch Gemeenteblad en Staatscourant

Artikel 5  

Dit besluit wordt aangehaald als ‘Aanwijzingsbesluit Toezichthouder openbare ruimte gemeente Tiel’.

Aldus vastgesteld in de openbare collegevergadering van 16 december 2025.

Burgemeester en wethouders van de gemeente Tiel

de secretaris

P.H.T.A. Kokx

de burgemeester,

drs. J.S. van Egmond

Naar boven