Gemeenteblad van Alkmaar
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Alkmaar | Gemeenteblad 2026, 149227 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Alkmaar | Gemeenteblad 2026, 149227 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Nadere regels Jeugdhulp Alkmaar 2026
Het college van burgemeester en wethouders;
Gelet op het bepaalde in de artikelen 2.2, 2.3, 3.2, 3.3, 3.5, 4.1, 4.2, 5.1, 6.2, 8.3
Vast te stellen de: Nadere regels Jeugdhulp Alkmaar 2026
Deze nadere regels zijn een uitwerking van de Verordening Jeugdhulp Alkmaar 2026. De Verordening en deze nadere regels zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en vormen de basis van de wijze waarop de gemeente Alkmaar de jeugdhulp uitvoert.
In de nadere regels wordt de volgorde van de verordening aangehouden en wordt verwezen naar de toepasselijke artikelen van de verordening.
Naast de definities die zijn genoemd in artikel 1.1 van de Verordening Jeugdhulp Alkmaar 2026, welke ook van toepassing zijn op deze nadere regels, wordt verstaan onder:
Verordening: de Verordening jeugdhulp gemeente Alkmaar 2026
Norm van de verantwoorde werktoedeling: de norm van de verantwoorde werktoedeling is opgenomen in artikel 4 van de Jeugdwet. De norm verplicht aanbieders van jeugdhulp en jeugdbescherming (gecertificeerde instellingen) tot:
Kinderopvang: een kinderopvangvoorziening die is geregistreerd in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK). Dit kan zijn een kinderdagverblijf, buitenschoolse opvang of een gastouder.
Artikel 2 Echtscheidingsproblematiek
Op basis van artikel 2.2. lid 3 uit de verordening
De rechtbank kan, in afstemming met en met toestemming van ouder(s) of jeugdigen en betrokken zorgaanbieders, het cjg verzoeken tot inzet van een individuele voorziening middels een proces verbaal. Indien ouders geen toestemming verlenen, niet meewerken aan die hulp, vroegtijdig stoppen met de hulp, of indien de hulp te weinig effect heeft, bericht de zorgaanbieder dit aan de rechtbank voor verdere vervolg.
Artikel 3 Residentiële hulp in de vorm van respijtzorg
Op basis van artikel 2.5 lid 5 uit de verordening
Artikel 4 Ernstige dyslexie (ED)
Op basis van artikel 2.5 lid 5 uit de verordening
Een jeugdige heeft recht op behandeling van ernstige dyslexie als voldaan is aan deze 4 voorwaarden:
De basisschool heeft de jeugdige begeleidt, maar de begeleiding is niet genoeg. De basisschool heeft alle stappen gezet die nodig zijn volgens de landelijke protocollen. Het gaat om het ‘Protocollen Leesproblemen en Dyslexie’ en de ‘Leidraad Ernstige Dyslexie: doorverwijzing van onderwijs naar zorg 3.0’. Ook heeft de basisschool voldaan aan de landelijke voorwaarden voor vergoede dyslexiezorg.
Op basis van artikel 4.1 lid 7 en 4.2 lid 13 uit de verordening
De eigen kracht van ouder(s)/verzorger(s) is een van de criteria die de gemeente beoordeelt om het recht op jeugdhulp te bepalen(zie ook artikelen 4.1 en 4.2 van de Verordening). Eigen kracht is de eigen verantwoordelijkheid en de eigen mogelijkheden van de jeugdige en diens ouder(s)/verzorger(s) om problemen bij opgroeien of in de opvoeding op te lossen, eventueel door de inzet van het sociale netwerk of door inzet van vrij toegankelijke voorzieningen of andere voorzieningen in de sociale basis.
Artikel 8 Onderzoek naar draagkracht en draaglast
Op basis van artikel 3.5 lid 6, 4.1 lid 7 en 4.2 lid 13 uit de verordening
Overbelasting of dreigende overbelasting wijst op een (dreigende) verstoring tussen draagkracht en draaglast. Naast de aard en de ernst van de overbelasting wordt ook onderzocht of deze komt doordat sprake is van draagkrachtvermindering bij de gebruikelijke verzorger en/of dat deze het gevolg is van draaglastverhoging door de ernst van de problemen of beperkingen van het kind.
Bij een (gedeeltelijke) afwijzing van een aanvraag tot het toekennen van jeugdhulp in verband met voldoende mogelijkheden binnen de draagkracht, wordt gemotiveerd waarom de gevraagde hulp voor de betreffende jeugdige niet wordt verstrekt, maar op draagkracht geboden kan worden en waarom zich geen andere omstandigheid uit deze nadere regels voordoet op basis waarvan het college een voorziening verstrekt.
Artikel 9 (Dreigende) overbelasting ouder(s)/verzorger(s)
Op basis van artikel 4.1 lid 7 en 4.2 lid 13 uit de verordening
Artikel 11 Bieden van beschermende woonomgeving bij overbelasting ouders
Op basis van artikel 4.2 lid 13 uit de verordening
Ook bij overbelasting blijven ouders zelf verantwoordelijk voor het bieden van een beschermende woonomgeving. De mogelijkheden binnen het sociaal netwerk voor (tijdelijk) verblijf worden eerst onderzocht. Jeugdhulp in de vorm van verblijf is een mogelijke optie en kan worden ingezet als:
Als de ouder(s) (tijdelijk) niet in staat zijn om de jongere een passend pedagogisch opvoedklimaat te bieden (bijvoorbeeld door een ernstige ziekte bij de ouders waardoor zij de jongere niet kunnen verzorgen of vanwege te zware zorg vanwege een handicap of ernstige gedragsproblematiek bij de jongere);
Artikel 12 Onderzoek individuele voorziening
Op basis van artikel 3.5 lid 6 en 4.1 lid 7 en 4.2 lid 13 uit de verordening
De beslissing welke jeugdhulp een jeugdige of zijn ouder(s) precies nodig hebben, komt tot stand in overleg met die jeugdige en zijn ouder(s). In een gesprek tussen de jeugdige, zijn ouder(s) en het jeugdteam wordt gekeken wat de jeugdige en zijn ouder(s) eventueel zelf of met behulp van hun netwerk kunnen doen om het probleem op te lossen. Uitgangspunt voor het inzetten van een individuele jeugdhulpvoorziening is dat er geen voorliggende voorziening beschikbaar is of eerdere jeugdhulp niet voldoende effect heeft gehad, of dat er hulpverlening betrokken is vanuit een externe jeugdhulpaanbieder en er vervolgondersteuning nodig is van deze jeugdhulpaanbieder. Als dat het geval is wordt onderzocht welke (aanvullende) individuele jeugdhulpvoorziening passend is. In annex 1 van deze nadere regel staat voor verschillende hulpvormen weergegeven wanneer deze hulp wel of niet onder de Jeugdwet kan vallen.
Artikel 13 Voorwaarden Persoonsgebonden budget voor de inzet van het sociaal (informeel) netwerk
Op basis van artikel 5.1 lid 7 uit de verordening
Artikel 14 De bevoegdheden van de toezichthouder rechtmatigheid Jeugdwet
Op basis van artikel 6.2 lid 3 uit de verordening
Indien het onderzoek als bedoeld in lid 1 betrekking heeft op een aanbieder die namens de gemeenschappelijke Inkoop Sociaal Domein regio Alkmaar (GISD) is gecontracteerd voor de levering van jeugdzorg in het kader van de Jeugdwet, adviseert de toezichthouder ook aan de gemeenschappelijke Inkoop Sociaal Domein regio Alkmaar (GISD).
Aldus besloten in de collegevergadering van 17 maart 2026,
Namens het college van burgemeester en wethouders van Alkmaar,
Mw. Drs. A.M.C.G. (Anja) Schouten, burgemeester
Dhr. R.M. (Robert) Reus MPM, gemeentesecretaris
Afbakeningenlijst Jeugdwet regio Alkmaar
Deze lijst bevat een weergave van hulpvormen die mogelijk niet of onder voorwaarden onder de Jeugdwet vallen. Met deze lijst wordt beoogd om de toepassing van de Jeugdwet t.a.v. deze hulpvormen zo goed mogelijk af te bakenen. Als de aangevraagde hulp niet past binnen de Jeugdwet, dan kan de aanvraag worden afgewezen.
Bij het beoordelen van een aanvraag, wordt er gewerkt volgens het stappenplan van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) opgenomen in artikel 3.5 van de Verordening. Dit betekent dat eerst wordt bepaald of er een hulpvraag is en zoja, wat de aard en omvang van de hulpvraag is. Vervolgens wordt gekeken naar oplossingen die de jeugdige en/of ouders van de jeugdige zelf of binnen hun netwerk kunnen inzetten op de hulpvraag. Hieronder kan ook het aanspreken van een aanvullende verzekering vallen, indien aanwezig. Daarna wordt onderzocht in hoeverre voorliggende voorzieningen of wetten een oplossing kunnen bieden op de hulpvraag. Wanneer dat niet (voldoende) mogelijk is blijft er een aanvraag voor de inzet van een individuele voorziening over vanuit de Jeugdwet.
Bij de toets op de Jeugdwet, wordt altijd gekeken of de nodige inzet bijdraagt aan de doelen van de Jeugdwet. Deze doelen staan benoemd in artikel 2.3, lid 1 van de Jeugdwet, te weten: 1. gezond en veilig opgroeien, 2. groeien naar zelfstandigheid, 3. voldoende zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie. Belangrijk is daarbij dat de hulp of ondersteuning wordt ingezet waarvoor het is bedoeld (effectiviteit). Ook volgt de toets op regionale en lokale geldende regelgeving (inkoopafspraken, verordening en/of beleids- of nadere regels), zoals een toets op ingekocht aanbod of de kwaliteitseisen van de in te zetten ondersteuning. En er wordt gewerkt volgens het Landelijk Kwaliteitskader Jeugd (SKJ), waar ook de norm van verantwoorde werktoedeling onder valt.
De Jeugdwet is en blijft een maatwerkwet. Hierdoor ontstaat er soms een grijs gebied en/of zijn er uitzonderingen mogelijk op de geldende regelgeving. In die gevallen dat de Jeugdwet dan toch wordt toegepast, is een goede onderbouwing van groot belang. Het hanteren van het stappenplan van de CRvB en/of methoden als moreel beraad, omgekeerde toets of de doorbraakmethode kunnen helpen bij het maken van de juiste afweging.
|
Er wordt gewerkt aan resultaten die vallen binnen de Jeugdwet. |
Alternatieve geneeswijzen, zoals acupunctuur, haptonomie, hypnotherapie, mindfulness, meditatieve ontwikkeling, neurofeedback, neurolingistisch programmeren (NLP), spirituele therapie vallen niet onder niet onder het basispakket van de zorgverzekering. De mogelijkheden om deze hulp vanuit de Jeugdwet in te zetten worden individueel getoetst aan de doelen van de Jeugdwet en zijn afhankelijk van de situatie. Wanneer dit het geval is, wordt samen met de jeugdige/zijn ouders bekeken welk hulp passend is. De best passende hulp wordt ingegeven door een combinatie van factoren: de vraag van de jeugdige, aanbod van de aanbieder en beschikbaarheid van de zorg. Bovengenoemde behandelingen zijn nog onvoldoende effectief bewezen. Voor erkende effectieve jeugdinterventies wordt verwezen naar: https://www.nji.nl/interventies |
||
|
Begeleiding bij onderwijs (regulier of speciaal, basis of voortgezet) |
Begeleiding die nodig is voor het kunnen volgen van onderwijs is de verantwoordelijkheid van de school en valt onder de wet Passend Onderwijs. Het primaire doel van de ondersteuning is bepalend. Als het doel van de extra ondersteuning primair is gericht op het leerproces (dus op het halen van leerdoelen, het volgen van onderwijs en het bieden van een passende onderwijsplek) dan valt de ondersteuning onder de zorgplicht van de school. Voorbeelden zijn:
|
||
|
Er is in principe sprake van een voorliggende voorziening. Een stage is onderdeel van het onderwijsprogramma. De begeleiding bij een stage valt onder de zorgplicht van de school ((Passend) Onderwijs). De zorgplicht van school geldt ook voor een leerling die speciaal onderwijs volgt met ‘een uitstroomprofiel dagbesteding’. Als deze leerling een stage wil lopen, moeten deze kosten ook door de school worden betaald. De school ontvangt hiervoor compensatie vanuit het Rijk op grond van artikel 25 van de Wet op de Expertisecentra. Een stage bij het ‘uitstroomprofiel dagbesteding’ - in tegenstelling tot het ‘uitstroomprofiel arbeidsmarktgericht’ – is niet verplicht. De school mag de leerling met ’uitstroomprofiel dagbesteding;’ dan ook niet verplichten stage te lopen in de vorm van dagbesteding. Als de leerling stage wilt lopen om te gaan wennen op de nieuwe (beschermde arbeids-) plek is de school financieel verantwoordelijk voor de kosten betreft de begeleiding bij de stage. De voorbereiding op de vervolgplek na school (de dagbesteding) maakt onderdeel uit van het onderwijsaanbod dat de school op basis van de kerndoelen moet aanbieden. |
|||
|
Stichting en fondsen (bijvoorbeeld vakantie en weekendjes weg vanuit verenigingen en stichtingen) |
Er wordt gewerkt aan de resultaten die vallen binnen de jeugdwet. |
Dit is geen individuele voorziening jeugdhulp onder artikel 2.3 Verordening Jeugdhulp. Zie vrijetijdsbesteding. De mogelijkheden om deze hulp vanuit de Jeugdwet in te zetten worden individueel getoetst aan de doelen van de Jeugdwet en zijn afhankelijk van de situatie. Dit betreft jeugdigen met een beperking en waarbij de begeleiding zijn/haar deelname aan het maatschappelijk verkeer bevordert of een bijdrage levert aan het zelfstandig functioneren van de jeugdige. |
|
|
Er wordt gewerkt aan resultaten die vallen binnen de Jeugdwet. |
Zwemles en zwemleskosten komen niet in aanmerking voor vergoeding vanuit de Jeugdwet. Indien de jeugdige extra begeleiding tijdens de zwemles nodig heeft, dienen ouders dit in beginsel zelf te bieden of te bekostigen. De mogelijkheden om deze hulp vanuit de Jeugdwet in te zetten worden individueel getoetst aan de doelen van de Jeugdwet en zijn afhankelijk van de situatie. Dit betreft jeugdigen met een beperking en waarbij de begeleiding zijn/haar deelname aan het maatschappelijk verkeer bevordert of een bijdrage levert aan het zelfstandig functioneren van de jeugdige. |
||
|
Er wordt gewerkt aan resultaten die vallen binnen de Jeugdwet. Het mag alleen worden ingezet als onderdeel van een specialistische behandeling, niet zelfstandig. |
Hierbij valt te denken aan sociale vaardigheid, weerbaarheid en rots & water (zie ook begeleiding bij onderwijs). Dit zijn geen individuele voorzieningen jeugdhulp onder artikel 2.3 Verordening Jeugdhulp. Dergelijke trainingen kunnen bijvoorbeeld preventief vanuit de school, schoolmaatschappelijk werk of algemeen maatschappelijk werk ingezet worden. Op groepsniveau kan het positieve effecten opleveren. Dergelijke trainingen kunnen daarnaast worden ingezet als onderdeel van een specialistische behandeling, waarbij er wordt gewerkt aan resultaten die vallen binnen de Jeugdwet. Bv. als er sprake is van een individuele training gericht op het omgaan met psychosociale of psychische problemen. |
||
|
Er wordt gewerkt aan de resultaten die vallen binnen de jeugdwet. |
Passend Onderwijs is voorliggend, wanneer het een jeugdige betreft die op leerplichtige leeftijd uitstroomt uit het onderwijs, met een tijdelijke leerplichtontheffing. De jeugdige krijgt een persoonlijk plan in de vorm van een onderwijs / zorgarrangement waar dagbesteding onderdeel van uitmaakt. De dagbesteding wordt specifiek ingezet om de jeugdige te laten werken aan doelen voortkomend uit problemen en/of stoornissen ten behoeve van terugkeer in het (speciaal) onderwijs. Dagbesteding valt alleen onder de Jeugdwet, wanneer:
|
||
|
De inzet van een doventolk is de verantwoordelijkheid van de aanbieder. Als een doventolk nodig is bij onderwijs of werk dan kan dat worden aangevraagd bij het UWV. Als een doventolk nodig is in privésituaties dan kan dat worden aangevraagd bij VWS. |
|||
|
Er wordt gewerkt aan resultaten die vallen binnen de Jeugdwet. |
Dit betreft een hulphond die de jeugdige begeleid bij zijn problematiek. De inzet van een dergelijke hulphond is niet evidence based. Andere (goedkopere) voorzieningen zijn voorliggend, wanneer deze ook passend zijn. In het geval dat niet passend is, kan er worden gekeken naar de mogelijkheden vanuit de Jeugdwet. De mogelijkheden om de hulphond vanuit de Jeugdwet in te zetten worden individueel getoetst aan de doelen van de Jeugdwet en zijn afhankelijk van de situatie. CRvB 26-1-2022, ECLI:NL:CRVB:2022:254 CRvB 22-2-2024, ECLI:NL:CRVB:2024:376 Een hulphond die ondersteunt bij een functiebeperking, zoals een blindengeleidehond, wordt als een hulpmiddel gezien. Deze honden (hulpmiddelen) worden wel vergoed door de Zvw. |
||
|
Hulpmiddelen (voor bv. bij dyslexie, bij school zoals computer of onderhoud ervan en hulpmiddelen bij langdurig gebruik, rolstoelen) |
Dergelijke hulpmiddelen worden niet beschouwd als een individuele voorziening jeugdhulp onder artikel 2.3 Verordening Jeugdhulp en vallen niet onder de Jeugdwet. artikel 2.9 Besluit zorgverzekering in samenhang met artikel 2.6 Regeling zorgverzekering . Bekijk de mogelijkheden om hulpmiddelen elders te laten vergoeden. |
||
|
Er wordt gewerkt aan de resultaten die vallen binnen de jeugdwet. Andere hulpvormen bieden niet het gewenste resultaat. De gebruikte methodieken dienen evidence based of best practice te zijn en opgenomen in de database van het NJI of het Trimbos Instituut als erkende interventie. Binnen de therapie zijn de doelen om de interventie met een dier in te zetten concreet beschreven en staan met elkaar in verhouding. Hierbij moet ook een duidelijk resultaat worden geformuleerd met een tijdpad. |
Er is onvoldoende bewijs voor de effectiviteit van het gebruik van dieren voor een (jeugd-ggz) behandeling, zoals paarden- of hondentherapie. De mogelijkheden om deze hulp vanuit de Jeugdwet in te zetten worden individueel getoetst aan de doelen van de Jeugdwet en zijn afhankelijk van de situatie. Dieren kunnen onder voorwaarden worden ingezet als middel/instrument bij het bieden van (S-GGZ) behandeling aan jeugdigen. Op die manier kunnen er positieve resultaten behaald worden. |
||
|
Er wordt gewerkt aan de resultaten die vallen binnen de jeugdwet. De best passende jeugdhulp en de duur ervan wordt ingegeven door een combinatie van factoren: de vraag van de jeugdige, aanbod van de kinderopvang/buitenschoolse opvanginstelling (plus) en passendheid en beschikbaarheid van de jeugdhulp. |
Reguliere kinderopvang (kinderopvang, gastouder of gastouder aan huis 0-12 jaar) is geen jeugdhulp zoals bedoeld onder artikel 2.3 Verordening Jeugdhulp en valt niet onder de Jeugdwet. Er is mogelijk sprake van een voorliggende voorziening ( extra begeleiding op de kinderopvang, BSO+) Geacht wordt dat ouders en kinderopvang /buitenschoolse opvanginstelling gezamenlijk zorgdragen dat pedagogische professionals adequaat leren omgaan met kinderen met extra ondersteuningsbehoeften. Kinderen die extra ondersteuning nodig hebben, kunnen ook terecht op een kinderdagverblijf. Dit is geregeld in de Wet op de kinderopvang. Indien als gevolg van een hulpvraag aanvullende begeleiding vereist is die niet door pedagogische professionals kan worden geboden en niet van ouders kan worden verwacht, kan jeugdhulp worden ingezet. Dit kan alleen in de situaties waarbij opvang niet het doel is, maar er sprake is van ontwikkelingsdoelstellingen. Daarbij kan gedacht worden aan (ernstige) gedragsproblematiek. De mogelijkheden om deze hulp vanuit de Jeugdwet in te zetten worden individueel getoetst aan de doelen van de Jeugdwet en zijn afhankelijk van de situatie. |
||
|
Leermiddelen (aangepast instructiemateriaal of les- en leermaterialen) |
Dergelijke leermiddelen worden niet beschouwd als een individuele voorziening jeugdhulp onder artikel 2.3 Verordening Jeugdhulp en vallen niet onder de Jeugdwet. Bekijk de mogelijkheden om leermiddelen elders te laten vergoeden. |
||
|
Vaktherapie als onderdeel van een specialistische behandeling
|
Vaktherapie kan alleen worden ingezet in de vorm van een individuele jeugdhulpvoorzieningen als naar oordeel van het jeugdteam(cjg) en de behandelaar van de jeugdhulpaanbieder sprake is van een noodzakelijke bijdrage aan de jeugdhulp en als er geen alternatief of andere passende ondersteuning, als bedoeld in artikel 2.3 van de wet, beschikbaar is Er wordt gewerkt aan resultaten die vallen binnen de Jeugdwet. De vaktherapie onderdeel is van specialistische behandeling en behandeldoelen in het behandelplan. Hulpverlener werkt onder de verantwoordelijkheid van een regiebehandelaar. Hulpverlener staat geregistreerd in Register Vaktherapie. Hulpverlener is aangesloten bij de Federatie Vaktherapeutische Beroepen of andere vaktherapeutische beroepsvereniging. |
Onder vaktherapie vallen therapievormen die gebruik maken van een ervaringsgerichte aanpak zoals spel, muziek, dans, beweging, drama en beeldend materiaal. Als onderdeel van een specialistische behandeling onder regie van een BIG-geregistreerde hoofdbehandelaar draagt vaktherapie bij aan de gehele behandeling. De mogelijkheden om deze hulp vanuit de Jeugdwet in te zetten worden individueel getoetst aan de doelen van de Jeugdwet en zijn afhankelijk van de situatie. Wanneer dit het geval is, wordt samen met de jeugdige/zijn ouders bekeken welk hulp passend is. De best passende hulp wordt ingegeven door een combinatie van factoren: de vraag van de jeugdige, aanbod van de aanbieder en beschikbaarheid van de zorg. |
|
|
Vaktherapie kan alleen worden ingezet in de vorm van een individuele jeugdhulpvoorzieningen als naar oordeel van het jeugdteam(cjg) en de behandelaar van de jeugdhulpaanbieder sprake is van een noodzakelijke bijdrage aan de jeugdhulp en als er geen alternatief of andere passende ondersteuning, als bedoeld in artikel 2.3 van de wet, beschikbaar is Er wordt gewerkt aan resultaten die vallen binnen de Jeugdwet. Hulpverlener staat geregistreerd in Register Vaktherapie Hulpverlener is aangesloten bij de Federatie Vaktherapeutische Beroepen of andere vaktherapeutische beroepsvereniging. Aanvullende criteria over maximale duur, maximaal aantal sessies en verlenging. |
Onder vaktherapie vallen therapievormen die gebruik maken van een ervaringsgerichte aanpak zoals spel, muziek, dans, beweging, drama en beeldend materiaal. Vaktherapie kan door een vrijgevestigde vaktherapeut als losstaand product worden geleverd. Dit is een relatief laagdrempelige en lichte vorm van ondersteuning, die ingezet kan worden om zwaardere vormen te voorkomen. De mogelijkheden om deze hulp vanuit de Jeugdwet in te zetten worden individueel getoetst aan de doelen van de Jeugdwet en zijn afhankelijk van de situatie. Wanneer dit het geval is, wordt samen met de jeugdige/zijn ouders bekeken welk hulp passend is. De best passende hulp wordt ingegeven door een combinatie van factoren: de vraag van de jeugdige, aanbod van de aanbieder en beschikbaarheid van de zorg. Bij matige tot en met ernstige klachten of wanneer de veiligheid van het kind en/of de behandelaar in het geding is, moet worden doorverwezen naar de specialistische ggz of ambulante jeugdhulp (Landelijk Kwaliteitskader Jeugd). Vaktherapie kan dan niet (meer) als losstaand product worden ingezet. Dit kan eventueel wel nog als onderdeel van een complete specialistische behandeling. Vaktherapeuten komen niet in aanmerking voor een SKJ-registratie. Het is wel van belang dat de vaktherapeut staat ingeschreven in het Register Vaktherapie; op die manier borgen we dat de vaktherapeut zich regelmatig laat bijscholen en visiteren en dat er intervisie en supervisie plaatsvindt. Vaktherapie valt niet onder niet onder het basispakket van de zorgverzekering. Als ouders aanvullend verzekerd zijn, dan moet het maximaal aantal uren behandeling dat via de zorgverzekering wordt vergoed worden afgetrokken van het maximale aantal uren dat voor deze behandeling kan worden geïndiceerd. |
||
|
Dit is geen individuele voorziening jeugdhulp onder artikel 2.3 Verordening Jeugdhulp en valt niet onder de Jeugdwet. Er is sprake van een voorliggende voorziening, namelijk leerlingenvervoer. |
|||
|
Vervoer van school naar een buitenschoolse/ naschoolse opvanginstelling van een jeugdige |
Dit is geen individuele voorziening jeugdhulp onder artikel 2.3 Verordening Jeugdhulp en valt niet onder de Jeugdwet. Er is mogelijk sprake van een voorliggende voorziening. Vervoer wordt indien van toepassing geregeld via de buitenschoolse/naschoolse opvanginstelling. |
||
|
Er wordt gewerkt aan de resultaten die vallen binnen de jeugdwet. |
Dit is geen individuele voorziening jeugdhulp onder artikel 2.3, Verordening Jeugdhulp. Het eigen netwerk van de jeugdige wordt geacht de jeugdige te voorzien in (de bekostiging van) vrijetijdsbesteding, zoals entreegeld, deelnamekosten, contributie, personal trainer of de kosten van begeleiding. De mogelijkheden om deze hulp vanuit de Jeugdwet in te zetten worden individueel getoetst aan de doelen van de Jeugdwet en zijn afhankelijk van de situatie. Dit betreft jeugdigen met een beperking en waarbij de begeleiding zijn/haar deelname aan het maatschappelijk verkeer bevordert of een bijdrage levert aan het zelfstandig functioneren van de jeugdige. |
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-149227.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.