Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam tot wijziging van de beleidsregels Bijzondere bijstand om in overeenstemming te brengen met de uitvoering (Wijzigingsbesluit beleidsregels Bijzondere bijstand gemeente Amsterdam)

Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam,

 

gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 108 van de Gemeentewet en artikel 35 van de Participatiewet

 

besluit:

Artikel I

De Beleidsregels bijzondere bijstand worden als volgt gewijzigd:

 

A

 

In artikel 3.4 (Hoogte van de bijzondere bijstand), lid 2, wordt de zin ´De richtbedragen zoals genoemd in lid 1 worden jaarlijks geïndexeerd.’ vervangen door de zin ‘De richtbedragen zoals genoemd in lid 1 worden elke drie jaar geïndexeerd, tenzij het college een reden ziet om van deze termijn af te wijken´.

 

B

 

In artikel 7.6 (Rechtsbijstand en griffierecht) lid 2a worden de woorden 'binnen vier weken’ vervangen door ‘binnen drie maanden’.

 

C

 

In artikel 7.6 (Rechtsbijstand en griffierecht) lid 2b worden de woorden 'binnen vier weken’ vervangen door ‘binnen drie maanden’.

 

D

 

In artikel 10 (Collectieve zorgverzekering) lid 1 wordt de zinsnede ‘Het college biedt aan mensen met een inkomen dat lager of gelijk is aan 130 % van het Wettelijk Sociaal Minimum (WSM), zijnde de door het college vastgestelde inkomensgrens voor het armoedebeleid,’ vervangen door de zinssnede ‘Het college biedt, anders dan bepaald in artikel 5.1.3 en 5.1.4, aan Amsterdammers die volgens de Beleidsregels Stadspas Amsterdam recht hebben op een Stadspas,’.

Artikel II  

De toelichting op de beleidsregels Bijzondere bijstand wordt als volgt gewijzigd:

 

A

 

Aan de Toelichting op artikel 3.4 (Hoogte van de bijzondere bijstand) wordt een nieuw lid 2 toegevoegd dat luidt als volgt:

Lid 2: De eerstkomende indexering vindt plaats op 1 januari 2028.

 

B

 

Aan de Toelichting op artikel 7.7 (Bewindvoering, curatele en mentorschap) wordt een nieuw lid 6 toegevoegd dat luidt als volgt:

Lid 6: Bij de vergoeding van deze tarieven wordt betaald naar rato van het aantal dagen van de betreffende maand. Dit speelt met name bij nieuwe aanvragen die gedurende de loop van de maand toegekend worden.

 

C

 

In de Toelichting op artikel 10 (Collectieve zorgverzekering) wordt de zin ‘Amsterdam biedt zo'n collectieve zorgverzekering aan voor Amsterdammers met een inkomen dat lager of gelijk is aan 130 % van het Wettelijk Sociaal Minimum (WSM).' vervangen door de zin ‘Amsterdam biedt zo'n collectieve zorgverzekering aan voor Amsterdammers die volgens de Beleidsregels Stadspas Amsterdam recht hebben op een Stadspas.

 

D

 

In de Toelichting op artikel 10 (Collectieve zorgverzekering) worden de woorden ‘en vermogensvoorwaarde’ toegevoegd na het woord ‘inkomensvoorwaarde’.

Artikel III  

De artikelen I A, B en C treden in werking met terugwerkende kracht met ingang van 1 december 2025, artikel I D treedt in werking met terugwerkende kracht met ingang van 1 januari 2026.

 

[De bovenstaande tekst bevat een kennelijke verschrijving. Hier wordt bedoeld: De artikelen I A, B en C treden in werking met terugwerkende kracht met ingang van 1 december 2025, artikel I D treedt in werking met terugwerkende kracht met ingang van 1 januari 2026. Artikel II onderdelen A en B treden in werking met terugwerkende kracht met ingang van 1 december 2025, artikel II onderdelen C en D treden met terugwerkende kracht met ingang van 1 januari 2026.]

Artikel IV  

Dit besluit wordt aangehaald als Wijzigingsbesluit beleidsregels Bijzondere bijstand gemeente Amsterdam.

Aldus vastgesteld in de vergadering van 17 maart 2026.

De burgemeester

Femke Halsema

De gemeentesecretaris

Catrien Lenstra

Toelichting

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Toelichting

Artikel 3 Uitgangspunten

Artikel 3.4 hoogte van de bijzondere bijstand

  • 2.

    De richtbedragen zoals genoemd in lid 1 worden jaarlijks geïndexeerd.

Artikel 3 Uitgangspunten

Artikel 3.4 hoogte van de bijzondere bijstand

  • 2.

    De richtbedragen zoals genoemd in lid 1 worden elke drie jaar geïndexeerd, tenzij het college een reden ziet om van deze termijn af te wijken.

Door de indexering van de duurzame gebruiksgoederen van jaarlijks te wijzigen naar driejaarlijks, stijgen de toe te kennen bedragen minder snel, en blijft het mogelijk meer Amsterdammers financieel te ondersteunen vanuit de bijzondere bijstand.

Artikel 7. Veel voorkomende kostensoorten

Artikel 7.6. Rechtsbijstand en griffierecht

  • 2a.

    In het geval van rechtsbijstand is het toegestaan om de bijzondere bijstand niet vooraf aan te vragen, maar uiterlijk binnen vier weken na afgifte van de toevoeging door de Raad voor Rechtsbijstand.

  • 2b.

    Een aanvraag om bijzondere bijstand in de kosten van griffierecht moet worden aangevraagd binnen vier weken nadat de kosten bij betrokkene in rekening zijn gebracht. Ingeval er sprake is van professionele rechtshulp is de datum dat de kosten in rekening zijn gebracht gelijk aan de ontvangstdatum van het maandelijkse rekeningcourant overzicht.

Artikel 7. Veel voorkomende kostensoorten

Artikel 7.6. Rechtsbijstand en griffierecht

  • 2a.

    In het geval van rechtsbijstand is het toegestaan om de bijzondere bijstand niet vooraf aan te vragen, maar uiterlijk binnen drie maanden na afgifte van de toevoeging door de Raad voor Rechtsbijstand.

  • 2b.

    Een aanvraag om bijzondere bijstand in de kosten van griffierecht moet worden aangevraagd binnen drie maanden nadat de kosten bij betrokkene in rekening zijn gebracht. Ingeval er sprake is van professionele rechtshulp is de datum dat de kosten in rekening zijn gebracht gelijk aan de ontvangstdatum van het maandelijkse rekeningcourant overzicht.

Het aanvraagproces voor bijzondere bijstand voor beschermingsbewind en rechtshulp door professionals is in 2025 gedigitaliseerd en vereenvoudigd. De bestaande aanvraagtermijn van vier weken voor advocaten bleek hierbij tot veel onnodige handmatige beoordelingen te leiden. Daarom is de aanvraagtermijn voor rechtshulp gelijkgesteld met de aanvraagtermijn voor bewindvoerders en op drie maanden gesteld.

Artikel 10 Collectieve zorgverzekering

  • 1.

    Het college biedt aan mensen met een inkomen dat lager of gelijk is aan 130 % van het Wettelijk Sociaal Minimum (WSM), zijnde de door het college vastgestelde inkomensgrens voor het armoedebeleid, een collectieve zorgverzekering aan die bestaat uit een basisverzekering zonder eigen bijdrage in combinatie met een of meer aanvullende zorgverzekeringen.

Artikel 10 Collectieve zorgverzekering 

  • 1.

    Het college biedt anders dan bepaald in artikel 5.1.3 en 5.1.4, aan Amsterdammers die volgens de Beleidsregels Stadspas Amsterdam recht hebben op een Stadspas, een collectieve zorgverzekering aan die bestaat uit een basisverzekering zonder eigen bijdrage in combinatie met een of meer aanvullende zorgverzekeringen.

Omdat de Collectieve Zorgverzekering Minima dezelfde norm kent als de armoederegelingen om ervan gebruik te kunnen maken, moet het eerste lid van artikel 10 waarin deze norm is opgenomen worden aangepast.

Naar boven