Gedragscode voor raadsleden Hellendoorn 2026

Nijverdal, 3 maart 2026, kenmerk 2026-001850

 

De raad van de gemeente Hellendoorn;

 

gelet op het bepaalde in artikel 15, derde lid van de Gemeentewet;

 

b e s l u i t :

 

vast te stellen de

 

Gedragscode voor raadsleden Hellendoorn 2026

 

INLEIDING

 

Goed bestuur is integer bestuur. Daarmee is integriteit niet alleen een verantwoordelijkheid van de individuele politieke ambtsdragers, maar een gezamenlijk belang dat de hele organisatie en het hele bestuur in al zijn geledingen aangaat. Bijzondere rollen zijn daarbij weggelegd voor de burgemeester als bevorderaar van bestuurlijke integriteit (artikel 170, lid 2 van de Gemeentewet), de griffier en de secretaris als eerste adviseur van de raad respectievelijk het college. Ons democratische systeem en de democratische processen kunnen niet zonder integer functionerende organen en functionarissen.

 

Niet alleen de vraag wat is toegestaan is relevant, maar ook hoe we vinden dat het hoort. Integriteit van raadsleden verwijst immers naar de zorgvuldigheid die zij moeten betrachten bij het invullen van hun rol in de democratische rechtsstaat. Dat betekent de verantwoordelijkheid nemen die samenhangt met de functie binnen het hoogste bestuursorgaan en bereid zijn verantwoording af te leggen. Van raadsleden wordt het goede voorbeeld verwacht. Zonder dat zal het vertrouwen in de democratische rechtsstaat worden ondermijnd en het draagvlak voor de naleving van de wetten en regels verdwijnen.

 

Vertrekpunt voor het raadslid is dan ook de eed of de verklaring en belofte die de politieke ambtsdrager bij de ambtsaanvaarding aflegt. Integriteit is niet alleen een kwestie van regels, maar ziet ook op de onderlinge omgangsvormen. Een respectvolle omgang met inwoners en organisaties, tussen raadsleden onderling en tussen raadsleden, collegeleden en medewerkers, met behoud van eigen politieke inhoud en stijl, is van groot belang.

 

Integriteit is een thema dat betekenis krijgt in het handelen. Een integriteitsbeleid dat alleen op papier bestaat is slechts een dode letter. Daarom moet het handelen van politieke ambtsdragers regelmatig onderwerp van gesprek zijn, juist ook onderling, en ook daarbij geeft de gedragscode ondersteuning.

 

Deze gedragscode heeft betrekking op de raadsleden van Hellendoorn. Naast de raadsleden kunnen ook de zogeheten burgerleden het woord voeren tijdens openbare vergaderingen. In het Reglement van orde van de raad van Hellendoorn heeft de raad vastgelegd dat deze gedragscode ook van toepassing is op de burgerleden. Waar raadslid staat, wordt tevens burgerlid bedoeld, tenzij anders aangegeven.

De wettelijke grondslag voor deze gedragscode is te vinden in artikel 15, lid 3 van de Gemeentewet. Als nadere invulling en concretisering van wettelijke regels is deze gedragscode opgesteld. Het rechtskarakter van de gedragscode is dat van een interne regeling. De gedragscode bevat kernbegrippen en afspraken die bedoeld zijn als houvast en toetssteen. Zij vormt een beoordelingskader bij twijfel, vragen en discussies.

De gedragscode is evenwel niet vrijblijvend. Raadsleden kunnen daarop worden aangesproken en zij dienen zich over de naleving ervan te verantwoorden. Om die reden is in deze gedragscode een protocol opgenomen over hoe te handelen bij twijfel over naleving van deze gedragscode of bij (vermoedens van) integriteitsschending.

 

Paragraaf 1 Afspraken rondom het voorkomen van belangenverstrengeling

 

WETTELIJK KADER

Artikel 12 van de Gemeentewet (openbaarmaking functies naast het raadslidmaatschap).

Artikel 13 van de Gemeentewet (onverenigbare functies).

Artikel 15 van de Gemeentewet (verboden handelingen).

Artikel 28 van de Gemeentewet (onthouden deelname aan beraadslaging en stemming).

ARTIKEL 1.1 KERNBEPALING

Raadsleden mogen hun invloed en stem niet gebruiken om een persoonlijk belang veilig te stellen of het belang van een ander of andere organisatie waarmee zij een persoonlijke betrokkenheid hebben. Raadsleden moeten actief en uit zichzelf belangenverstrengeling tegengaan.

ARTIKEL 1.2 ONTHOUDEN DEELNAME BERAADSLAGING EN STEMMING

  • 1.

    Raadsleden onthouden zich van deelname aan de (voorbereiding op de) beraadslaging en stemming als er sprake is van een beslissing waarbij strijd met artikel 28 van de Gemeentewet aan de orde is.

  • 2.

    Als een raadslid ingevolge het eerste lid niet deelneemt aan de beraadslaging en de stemming, meldt het raadslid dit voorafgaand aan de behandeling van het agendapunt en vermeldt hij of zij op welke wijze de besluitvorming hem of haar in het bijzonder aangaat. Raadsleden onthouden zich in deze gevallen ook van beïnvloeding in andere fases van de besluitvorming.

  • 3.

    Onthouding van deelname aan de beraadslaging en stemming wordt aangetekend in de besluitenlijst van de raad.

ARTIKEL 1.3 MELDEN VAN FUNCTIES NAAST HET RAADSLIDMAATSCHAP

  • 1.

    Raadsleden leveren de griffier bij aanvang van het raadslidmaatschap de informatie aan over de functies die zij naast het raadslidmaatschap vervullen. Als gaande het raadslidmaatschap nieuwe functies aanvaard worden of de omstandigheden met betrekking tot bestaande functies wijzigen, wordt de informatie die hierop betrekking heeft direct aangeleverd bij de griffier.

  • 2.

    De informatie betreft in ieder geval:

    • a.

      de omschrijving van de functie;

    • b.

      de organisatie voor wie de functie wordt verricht;

    • c.

      of het al dan niet een functie betreft uit hoofde van het raadslidmaatschap en;

    • d.

      of de functie bezoldigd of onbezoldigd is.

  • 3.

    De griffier legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.

ARTIKEL 1.4 MELDEN VAN FINANCIËLE BELANGEN

  • 1.

    Raadsleden doen bij de griffier opgaaf van hun substantiële financiële belangen (zoals aandelen, opties en derivaten) in ondernemingen waarmee de gemeente zakendoet of waarin de gemeente een belang heeft.

  • 2.

    Ook een tussentijds ontstaan financieel belang dient opgegeven te worden.

  • 3.

    De informatie betreft in ieder geval:

    • a.

      een omschrijving van het belang (aard en omvang);

    • b.

      de organisatie waarin het financiële belang bestaat.

  • 4.

    De griffier legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is niet openbaar en uitsluitend voor politieke ambtsdragers in te zien.

ARTIKEL 1.5 AFSPRAKEN BIJ VERBODEN HANDELINGEN EN VERBODEN OVEREENKOMSTEN

  • 1.

    Raadsleden die voornemens zijn een handeling te verrichten of een overeenkomst aan te gaan als bedoeld in artikel 15, lid 1 van de Gemeentewet, informeren daarover de griffier en de burgemeester.

  • 2.

    In het geval dat wordt besloten ontheffing te vragen bij Gedeputeerde Staten, als bedoeld in artikel 15, lid 2 van de Gemeentewet, ondersteunt de griffier bij het aanvragen van de ontheffing.

  • 3.

    Artikel 15, lid 1 en 2 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op de burgerleden, met dien verstande dat de ontheffing als bedoeld in lid 2 van artikel 15 wordt gevraagd van het presidium.

TOELICHTING

Bij veel besluiten die de gemeenteraad neemt, kan direct of indirect een belang van individuele raadsleden in het geding zijn. Dat is inherent aan wonen, werken en recreëren in Hellendoorn. Bij besluiten persoonlijk belang hebben is dus op zichzelf niet doorslaggevend bij de vraag of sprake is van een belangenverstrengeling. Of een raadslid mag deelnemen aan de beraadslaging en de stemming in de raad hangt in de eerste plaats af van de aard van het te nemen besluit. Gaat het om iets algemeens, wat gevolgen heeft voor een grote kring van betrokkenen, dan staat het een raadslid vrij om daarover mee te praten en te stemmen – zolang het raadslid daarbij maar het algemeen belang voor ogen blijft houden.

 

Alleen in bijzondere gevallen, wanneer de besluitvorming vooral of met name over jouw belang gaat of over de organisatie waarvan je bestuurder bent (en dus ook formeel een verantwoordelijkheid hebt), is het op grond van artikel 28 van de Gemeentewet niet toegestaan om deel te nemen aan de beraadslaging en de stemming. Denk dan bijvoorbeeld aan ruimtelijke plannen waarvan je zelf als inwoner initiatiefnemer bent of het financieel ondersteunen van de culturele instelling waar je zelf in het bestuur zit.

 

Volgens de wettelijke regels is niet snel sprake van belangenverstrengeling, maar de praktijk leert dat de buitenwereld kritisch meekijkt. En dat is terecht: integer bestuur gaat immers ook over de perceptie van integer handelende raadsleden. Om discussie te voorkomen vinden we het in Hellendoorn belangrijk dat we steeds transparant maken in hoeverre bepaalde besluiten ons ook persoonlijk aangaan, of we via een nevenfunctie (artikel 12 van de Gemeentewet) betrokken zijn en of een financieel belang hebben. Voelt het niet goed? Bespreek het dan met de griffier en/of de burgemeester en vraag advies.

 

Tot slot bevat de gedragscode ook afspraken die betrekking hebben op artikel 15 van de Gemeentewet. Daarin staan handelingen en overeenkomsten die raadsleden niet mogen verrichten of aangaan. Het gaat dan met name om situaties waarin je wederpartij bent en dus tegenover de gemeente komt te staan.

 

OEFENINGEN

Oefening 1:

Een raadslid is voorzitter van een voetbalvereniging. Mag het raadslid zijn raadslidmaatschap combineren met dit voorzitterschap?

Antwoord:

Artikel 13 van de Gemeentewet verbiedt de combinatie van deze functies niet. De functie moet wel worden gemeld en openbaar worden gemaakt (zie artikel 1.3).

 

Variant 1:

De Sportnota wordt behandeld in de raad. Mag dit raadslid meestemmen?

Antwoord:

Ja. In de Sportnota worden beslissingen voorgelegd die alle sport betreffen. Er treedt dus a priori geen verstrengeling van belangen op als dit raadslid meedoet aan de besluitvorming in de raad. Kennis bij raadsleden over sport is van groot belang om kwalitatief goede besluiten over sport te nemen voor de stad. Het is dus van belang dat hij meedoet in de besluitvorming.

 

Variant 2:

De raad moet besluiten over uitbreiding van voetbalvelden. Ook de club waar het raadslid voorzitter van is wordt genoemd. Mag hij meepraten en meestemmen?

Antwoord:

Nee, artikel 1.2 van de gedragscode verbiedt het raadslid mee te doen aan de beraadslaging en stemming. De club is rechtstreeks betrokken en een van de (duidelijke) belanghebbenden bij dit besluit. Er is een verstrengeling van belangen aan de orde: het belang van de club dat hij geacht wordt te dienen als voorzitter enerzijds en het belang van het dorp voor de uitbreiding van voetbalvelden.

 

Variant 3 :

Mag dit raadslid een ander lid van de fractie het woord laten voeren op dit dossier?

Antwoord:

Dat mag. Maar het gaat bij de mogelijkheid om de besluitvorming te beïnvloeden verder dan alleen het overdragen van het woordvoerderschap op dit dossier. Het raadslid/de voorzitter van de voetbalclub mag op grond van artikel 1.2, lid 2 van de gedragscode ook intern het standpunt van de fractie niet beïnvloeden over de uitbreiding van de voetbalvelden. Omdat de burger niet kan controleren of hij dat ook daadwerkelijk niet heeft gedaan, is het zaak dat alle fractieleden erop toezien dat ook in de interne oordeels- en besluitvorming de activiteiten van dit raadslid gescheiden blijven; dus de collega geen oordeel vragen en/of de andere fractieleden een oordeel geven over deze kwestie.

 

Variant 4:

Als het raadslid/de voorzitter tegen de uitbreiding van velden van zijn eigen club zou stemmen, dan is toch voor de burger te zien dat hij zijn raadswerk en zijn voetbalwerk scheidt? Dan kan hij toch meestemmen?

Antwoord:

Nee, ook dan mag hij op grond van artikel 1.2 niet meestemmen. Wellicht komt het de voetbalclub om redenen die niet bekend zijn, veel beter uit als de uitbreiding bij een andere club geschiedt. Dan zou het weliswaar lijken alsof hij in het belang van de gemeente (en niet van de club) zou stemmen, maar hij doet dat feitelijk niet. Stemgedrag is dus niet relevant in deze situatie.

 

Variant 5:

De raad moet besluiten over uitbreiding van voetbalvelden. Voetbalclub X wordt genoemd als kandidaat. Het kind van een raadslid (niet zijnde de voorzitter van de voetbalclub) is lid van voetbalclub X. Mag het raadslid meepraten en meestemmen?

Antwoord:

Ja, het raadslid moet gewoon meedoen. De relatie tussen het raadslid en de voetbalclub is niet van dien aard dat er sprake of dreiging is van een onwenselijke verstrengeling van persoonlijk belang met het algemeen belang. Zie ook de opmerking onder variant 1 van bovenstaand voorbeeld.

 

Oefening 2:

Een raadslid is tevens zzp-er. Hij verzorgt als trainer onder meer de training ‘De klant is koning’. De afdeling Burgerzaken van de gemeente Hellendoorn vraagt hem deze training te verzorgen voor medewerkers Burgerzaken. Mag hij de opdracht aannemen?

Antwoord:

Nee, hij mag deze opdracht niet aannemen. De Gemeentewet verbiedt raadsleden in artikel 15 bepaalde overeenkomsten aan te gaan en bepaalde handelingen te verrichten. In bovenstaande situatie is artikel 15, lid 1, onderdeel d, sub 1e van toepassing. Dat betekent dat het aannemen van de klus een overtreding van de Gemeentewet zou zijn. Ontheffing is in sommige gevallen mogelijk. Artikel 1.5 van de gedragscode maakt duidelijk dat van een raadslid wordt verwacht dat hij hier open kaart over speelt en dat de griffier en de burgemeester zo nodig worden betrokken.

 

Variant 1:

En als hij nu niet zelf voor de groep staat, maar iemand inhuurt die dat namens zijn eenmansbedrijf doet?

Antwoord:

Ook dan mag hij de klus niet aannemen, op grond van artikel 15, lid 1, onderdeel d, sub 1 van de Gemeentewet. Het feit dat zijn bedrijf de overeenkomst rechtstreeks aangaat, maakt dat dit artikel van toepassing is. Het aannemen van de klus is een overtreding van de Gemeentewet. Ook hier geldt dat in sommige gevallen ontheffing mogelijk is.

 

Variant 2:

En als hij de opdracht nu vrijwillig doet, dus zonder daarvoor een betaling te krijgen?

Antwoord:

Ook dan geldt dat hij de opdracht niet mag aannemen. Het gaat in dit artikel om het aangaan van een overeenkomst. Of daar wel of niet voor betaald wordt doet niet ter zake. Dat het raadslid niet wordt betaald, is voor derden (waaronder inwoners) niet zichtbaar en kan om die reden toch de schijn van belangenverstrengeling opleveren.

 

Variant 3:

Een trainingsbureau heeft de opdracht van de gemeente gekregen om de training 'De klant is koning' te verzorgen voor de medewerkers van Burgerzaken. Dit bureau vraagt het raadslid/tevens zzp-er de training te verzorgen. Mag dit raadslid de klus aannemen?

Antwoord:

Nee. De overeenkomst met de gemeente wordt weliswaar niet rechtstreeks aangegaan, maar via het trainingsbureau. 'Middellijk' verricht het raadslid dus wel (betaald) werk voor de gemeente.

 

Oefening 3:

Een raadslid is naast zijn raadslidmaatschap, leerlingbegeleider en weet om die reden veel over jeugdzorg. Mag hij woordvoerder in de raad zijn op dit onderwerp?

Antwoord:

Ja, dat mag. Het is van belang dat raadsleden kennis hebben over wat zich afspeelt in het maatschappelijk middenveld. Mede daarom wordt een combinatie van functies slechts zelden uitgesloten bij wet. Het raadslid mag alleen niet het standpunt van de raad (en de fractie) dusdanig beïnvloeden dat het onterecht positief uitpakt voor zijn eigen werkgever. Let op: in de praktijk komen veel verschillende situaties voor waarin een raadslid in een andere functie betrokken kan zijn bij het verrichten van werk in opdracht voor de gemeente. Het is verstandig iedere situatie goed te analyseren en bij twijfel hierover advies in te winnen bij de griffier.

 

Oefening 4:

Verschillende raadsleden en ook twee wethouders zijn als lid aangesloten bij een lokale energiecoöperatie. De energiecoöperatie is een initiatief van enkele inwoners (niet-zijnde raadsleden) en het lidmaatschap staat open voor iedereen die in de gemeente woont. De gemeenteraad wordt gevraagd een verklaring van geen bedenkingen af te geven voor de aanleg van een zonnepark. Mogen deze raadsleden meedoen aan de beraadslaging en besluitvorming?

Antwoord:

Ja, dat mag. Dat raadsleden mogelijk voordeel hebben van de aanleg van een zonnepark is niet doorslaggevend. Die voordelen gelden immers voor iedereen die lid is van de energiecoöperatie. De besluitvorming gaat de raadsleden daarmee niet direct persoonlijk aan. Daarnaast is het lidmaatschap van de coöperatie niet exclusief voorbehouden aan de betreffende politieke ambtsdragers: het staat een ieder vrij om zich aan te melden als lid.

 

Paragraaf 2 Afspraken over geschenken en uitnodigingen

 

WETTELIJK KADER

Artikel 14 van de Gemeentewet (eed of verklaring en belofte).

ARTIKEL 2.1 KERNBEPALING

Raadsleden mogen hun invloed en hun stem niet laten kopen of beïnvloeden door geld, goederen of diensten die hem zijn gegeven of hem in het vooruitzicht zijn gesteld.

ARTIKEL 2.2 OMGANG MET GESCHENKEN, FACILITEITEN EN DIENSTEN

Raadsleden nemen van derden geen geschenken aan en accepteren geen faciliteiten of diensten waarvan redelijkerwijs mag worden aangenomen dat die hen uit hoofde van of vanwege hun functie als raadslid worden aangeboden, tenzij het gaat om een incidentele, kleine attentie (zoals een bloemetje of een fles wijn) met een geschatte waarde van maximaal €50,-.

ARTIKEL 2.3 UITNODIGINGEN

  • 1.

    Raadsleden accepteren geen lunches, diners, recepties en andere uitnodigingen, waarvan redelijkerwijs mag worden aangenomen dat die hen uit hoofde van of vanwege hun functie als raadslid worden aangeboden en die door anderen betaald of georganiseerd worden, tenzij dat behoort tot de uitoefening van het raadswerk en/of de aanwezigheid beschouwd kan worden als functioneel.

  • 2.

    Deelname aan werkbezoeken, excursies en evenementen die verband houden met het raadswerk en voor rekening van anderen dan de gemeente komen, melden de raadsleden bij de griffier binnen één week nadat de excursie, dan wel het evenement heeft plaatsgevonden. Daarbij wordt ook melding gemaakt wie de kosten voor zijn rekening heeft genomen indien de kosten niet zijn betaald zijn door de gemeente. Melding kan achterwege blijven, indien er sprake is van andere overheidsorganisaties.

TOELICHTING

Geschenken en uitnodigingen kunnen een sluiproute naar omkoping zijn. Ze kunnen gebruikt worden om de besluitvorming te beïnvloeden. Ze kunnen corrumperen of de aanloop daartoe vormen.

De regels zijn geformuleerd als een ‘Nee, tenzij’ regel; een raadslid neemt dus geen geschenken aan, tenzij er goede redenen zijn om hiervan af te wijken. De afwijkingen dienen vervolgens bekend gemaakt te worden bij de griffier, die vervolgens bepaalt welke vervolgstappen nodig zijn.

 

Het accepteren van geschenken, faciliteiten of diensten van anderen kan een afhankelijkheid creëren, of een dankbaarheid, die de zuiverheid van het besluitvormingsproces kan aantasten. Ook met het aannemen van uitnodigingen en diensten kan een raadslid gecorrumpeerd raken.

 

Werkbezoeken en netwerkbijeenkomsten zijn bedoeld om de raads- en commissieleden in de gelegenheid te stellen zich inhoudelijk te informeren en noodzakelijke contacten te leggen en onderhouden binnen en buiten de gemeente. Lunchen, dineren of naar recepties gaan op kosten van anderen is toegestaan, als dat behoort tot de uitoefening van het raadswerk en de aanwezigheid beschouwd kan worden als functioneel. Op die manier wordt (de schijn van) omkoping en oneigenlijke beïnvloeding van de besluitvorming vermeden.

 

Dit betekent dat het lunchen, dineren of naar recepties gaan op kosten van anderen waar mogelijk moet worden vermeden, tenzij de redenen van artikel 2.2 of 2.3 van toepassing zijn.

 

Wat voor lunches en diners geldt, geldt in nog sterkere mate voor het reizen op kosten van derden. Dat wordt in de regel met grote argwaan bekeken. Het is beter alle schijn te vermijden en hiervoor de mogelijkheden aan te wenden die het landelijke rechtspositiebesluit en de lokale verordening rechtspositie raads- en burgerleden biedt.

 

OEFENINGEN

Oefening 5:

Raadsleden en collegeleden krijgen van het theater een lidmaatschapskaart aangeboden, die gedurende de huidige bestuursperiode kosteloos toegang geeft tot alle vertoonde films. Mag deze kaart geaccepteerd worden?

Antwoord:

Nee, het aannemen van de kaart, is een overtreding van artikel 2.2 van de gedragscode. Een dergelijke kaart is een gericht geschenk voor de politici van Hellendoorn.

 

Variant 1:

Alleen de raadsleden die kunst en cultuur in hun portefeuille hebben krijgen de kaart aangeboden. Het is voor het raadswerk goed om te weten hoe het reilt en zeilt bij het theater in de gemeente. Mag deze kaart geaccepteerd worden?

Antwoord:

Nee, het aannemen van de kaart, is ook nu een overtreding van artikel 2.2 van de gedragscode. Het is 'om te weten hoe het reilt en zeilt' bij het theater voor deze raadsleden niet noodzakelijk een kaart te hebben en het accepteren van een dergelijke gift roept mogelijk wel de schijn van corruptie op. De raad kan zich in dit geval op een andere manier op de hoogte stellen omtrent specifiek dit theater of de theaterbranche, zoals het afleggen van een werkbezoek met een duidelijk werkprogramma.

 

Variant 2:

Een ambtenaar van de afdeling Communicatie heeft van het theater twintig vrijkaartjes gekregen om een festival bij te wonen dat door hen wordt georganiseerd. De gemeente Hellendoorn heeft het festival gesubsidieerd. De mail die aan alle politici wordt gestuurd, eindigt met ‘Wie wil? 1 Kaartje per persoon’. Mag een raadslid dit kaartje accepteren?

Antwoord

Dit is geen formele uitnodiging. De redenatie om wel te accepteren zou kunnen zijn dat de gemeente financieel heeft bijgedragen aan dit festival en dat dit kaartje dus gezien kan worden als een uitnodiging van de gemeente aan zijn relaties. Maar kijkend naar artikel 2.2 is onvoldoende duidelijk of het ingaan op deze ‘uitnodiging’ functioneel is: heeft het raadslid een formele rol te vervullen op het festival, opent hij het festival of overhandigt hij een boek, oorkonde of lintje? Het verdient aanbeveling om stil te staan vanuit welke hoedanigheid het raadslid aanwezig wil zijn: is de aanwezigheid functioneel voor het raadswerk of is het uit persoonlijke belangstelling of interesse?

Bij twijfel kan het dilemma worden besproken met de griffier en/of de burgemeester.

 

Oefening 6:

Een raadslid heeft een lezing gegeven op een bewonersbijeenkomst. Na afloop krijgt hij een bos bloemen. Mag hij die aannemen?

Antwoord:

Ja, de bos bloemen kan gezien worden als een geschenk dat uit hartelijkheid wordt gegeven en waarvan het niet accepteren de gever op dat moment ernstig in verlegenheid zou brengen. Het is bovendien niet het type geschenk dat de schijn van corruptie opwekt.

Let op: dit komt regelmatig voor. Politici staan veel op podia en krijgen vaak als dank bloemen, fotoboeken, boekenbonnen, flessen wijn, pennen, T-shirts en petjes met opdrukken, presse papiers, koffiemokken en andere typen geschenken uit de categorie 'bagatelgiften'. In veel van dergelijke situaties is het weigeren praktisch onmogelijk zonder de gever in verlegenheid te brengen.

Aandachtspunt is hierbij de waarde van de gift: volgens de gedragscode mogen raadsleden giften met een waarde tot € 50,- accepteren.

 

Oefening 7:

De raad krijgt van een grote ondernemer in het centrum een uitnodiging om de presentatie bij te wonen van hun nieuwe plannen. Daarbij zal ook een diner plaatsvinden met ondernemers uit Hellendoorn. Mag de raad de uitnodiging accepteren?

Antwoord:

Ja, de raadsleden mogen in principe ingaan op dit verzoek. Het is noodzakelijk voor het raadswerk dat de raadsleden geïnformeerd worden. Niet alleen door gesubsidieerde organisaties, ook door commerciële partijen of andere belanghebbenden. Dergelijke uitnodigingen bieden raadsleden de mogelijkheid geïnformeerd te worden. Vaak gaat een dergelijk bezoek gepaard met een luxere aankleding van een werkbezoek, zoals een georganiseerde lunch of diner en door de organisatie geregeld vervoer. Doorgaans levert het accepteren hiervan geen overtreding van de code op. Aan de mate van luxe die nog geaccepteerd kan worden, zitten uiteraard grenzen. Alvorens op het verzoek in te gaan, is het verstandig dat het raadslid zich hierover nader informeert en een afweging maakt of deelname gepast is.

 

Paragraaf 3 Afspraken rondom het gebruik van gemeentelijke faciliteiten en voorzieningen

 

WETTELIJK KADER

Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.

Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers.

Verordening rechtspositie raads- en burgerleden Hellendoorn 2026.

Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning Hellendoorn 2026.

ARTIKEL 3.1 KERNBEPALING

Raadsleden gaan op prudente wijze om met gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen voor zover deze hen ter beschikking staan en gebruiken deze alleen waarvoor ze bedoeld zijn.

ARTIKEL 3.2 GEBRUIK VAN INTERNE VOORZIENINGEN

Raadsleden houden zich aan de regels voor het gebruik van interne voorzieningen van algemene aard, zoals vergaderruimtes, eventuele ict-voorzieningen en dergelijke.

ARTIKEL 3.3 ONKOSTENVERGOEDINGEN EN DECLARATIES

Raadsleden houden zich aan de regels die gelden voor onkostenvergoedingen en declaraties.

 

TOELICHTING

Raadsleden krijgen voor hun raadswerk de beschikking over faciliteiten, interne voorzieningen en over financiële middelen van de gemeente. Het is niet de bedoeling dat deze (financiële) middelen worden ingezet voor privédoeleinden, voor werk elders, of voor de partij. Gebeurt dat toch, dan is sprake van overtreding van de gedragscode. Beperkt privégebruik van door de gemeente beschikbaar gestelde ict-voorzieningen (bijvoorbeeld iPads of laptops) is binnen de door de organisatie vastgestelde kaders toegestaan.

 

OEFENINGEN

Oefening 8:

Een raadslid gaat met de trein naar een partijbijeenkomst van zijn politieke partij. Mag hij het treinkaartje vergoed krijgen uit het fractiebudget?

Antwoord:

Nee, het declareren bij de fractie is in overtreding met artikel 3.3 van de gedragscode en de Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning Hellendoorn 2026. Hoewel het van belang is voor het raadswerk dat een raadslid op de hoogte is van de standpunten van zijn partij, is het bijwonen van partijbijeenkomsten geen onderdeel van het raadswerk voor de gemeente. Het fractiebudget is bedoeld voor het tegemoetkomen in de kosten die nauw verbonden zijn met de activiteiten van de betreffende fractie voor het raadswerk voor de gemeente Hellendoorn.

 

Oefening 9:

Een fractie is donateur van een stichting, die actief is in de gemeente. In ruil voor de donatie mogen fractieondersteuners een middag mee varen. Mag de donatie vergoed worden uit het fractiebudget?

Antwoord:

Nee, het declareren bij de fractie is in strijd met de bepalingen in de verordening over de fractieondersteuning. De fractiebijdrage is niet bedoeld voor partijbelangen. De bijdrage mag niet gebruikt worden voor giften, ook niet als daar een tegenprestatie tegenover staat.

 

Oefening 10:

Een raadslid wil graag een training debatteren bij zijn landelijke partij volgen. Mag hij de kosten vergoed krijgen uit het fractiebudget?

Antwoord:

Nee, het fractiebudget is niet bedoeld voor opleiding, cursus en andere scholingsactiviteiten van individuele raads- en commissieleden. Partijpolitiek georiënteerde trainingen van individuele raadsleden moeten worden betaald uit de vergoeding die raadsleden ontvangen ingevolge het rechtpositiebesluit. Het raadslid kan wel bij de griffier een aanvraag voor vergoeding indienen als het een niet-partijpolitiek georiënteerde scholing betreft in verband met de vervulling van de functie als raadslid. Dit geldt ook voor burgerleden. Een opleiding met de hele fractie gericht op het (versterken van het) functioneren van de fractie als geheel kan wel vergoed worden uit het fractiebudget.

 

Oefening 11:

De laatste weken voor de verkiezingen organiseren de fractieleden op vrijdag en zaterdag verschillende verkiezingsbijeenkomsten met inwoners, organisaties en ondernemers. Kunnen de kosten voor koffie/thee en broodjes gedeclareerd worden bij de fractie?

Antwoord:

Nee, deze activiteiten houden verband met de verkiezingen of herverkiezing. Het fractiebudget is bedoeld voor het versterken van de fractie op inhoudelijk of beleidsmatig gebied, niet voor verkiezingsactiviteiten, verkiezingscampagnes of partijbelangen. Daarnaast nemen politieke verenigingen deel aan de verkiezingen. De fracties worden formeel pas ná de verkiezingen gevormd, op basis van de uitkomst van de verkiezingen. Kosten voor fractiebijeenkomsten (niet zijnde verkiezingsbijeenkomsten) met inwoners en organisaties kunnen wel betaald worden uit het budget voor fractieondersteuning.

 

Paragraaf 4 Afspraken over omgang met informatie

 

WETTELIJK KADER

Artikel 23, 24, 87, 88, 89 en 292 van de Gemeentewet (beslotenheid en geheimhouding).

Artikel 169 van de Gemeentewet (informatieplicht).

Artikel 2:5 van de Algemene wet bestuursrecht.

ARTIKEL 4.1 KERNBEPALING

Raadsleden gaan zorgvuldig en correct om met de informatie waarover zij uit hoofde van hun lidmaatschap van de gemeenteraad beschikken.

ARTIKEL 4.2 TRANSPARANTIE

Raadsleden zijn open en transparant over de eigen beslissingen en de beweegredenen daarvoor. Raadsleden handelen in overeenstemming met de Gemeentewet en met de Wet open overheid.

ARTIKEL 4.3 GEHEIMHOUDINGSPLICHT

  • 1.

    Raadsleden die de beschikking krijgen over gegevens waarvan zij het geheime karakter kennen of redelijkerwijs kunnen vermoeden, zijn verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behalve als de wet hen tot mededeling verplicht.

  • 2.

    Geheime informatie wordt door de raadsleden veilig beheerd en bewaard.

ARTIKEL 4.4 GEBRUIK INFORMATIE TE EIGEN BATE OF ANDER GEBRUIK

Raadsleden maken niet voor eigen gewin of voor het gewin van een ander gebruik van (nog) niet openbare informatie waarover zij als raadslid beschikken.

ARTIKEL 4.5 GEBRUIK (SOCIALE) MEDIA

In uitlatingen op (sociale) media houden raadsleden de eer en het aanzien van het openbaar bestuur hoog. Raadsleden geven niet opzettelijk een onjuiste voorstelling van zaken over gebeurtenissen in en rond de gemeente.

 

TOELICHTING

Het handelen van de overheid en het effect van verordeningen en beleidsregels hebben grote invloed op het leven van inwoners. Daaruit volgt dat de burger er recht op heeft over het overheidshandelen goed geïnformeerd te worden. De burger heeft er ook recht op de onderliggende redeneringen en afwegingen te kennen en te weten wie welke positie heeft ingenomen. Dat bij elkaar opgeteld schept de verplichting voor de raad, het college en de ambtelijke organisatie om de burger nauwkeurig en op tijd op de hoogte te brengen van wat er wordt besproken, besloten en uitgevoerd. Dat neemt niet weg dat het ook voorkomt dat informatie rond overheidshandelen niet bekend en verspreid mag worden. Het gaat dan altijd om gevallen waarin het openbaar maken zou leiden tot het schenden van rechten van burgers of de gemeente, tot het onterecht toebrengen van schade aan burgers, of schade aan collectieve belangen. De raad, het college en de burgemeester dienen daarom zeer zorgvuldig om te gaan met het geheim verklaren van stukken.

 

Het formele etiket ‘geheim’ heeft op grond van de artikelen 87, 88 en 89 van de Gemeentewet een expliciete betekenis – ook in strafrechtelijke zin – en dient niet te worden vervangen door ‘vertrouwelijk’.

 

Toch zijn er situaties waarin raadsleden redelijkerwijs moeten begrijpen dat informatie waarover zij beschikken, (nog) niet bestemd is voor de openbaarheid. Het gaat dan bijvoorbeeld om informatie waarover nog tot geheimhouding kan worden besloten. Of informatie die onder embargo is gedeeld en bijvoorbeeld de volgende dag publiek wordt gemaakt.

 

OEFENINGEN

Oefening 12:

De raad heeft het voornemen om de bestemming van een gebied te wijzigen zodat het mogelijk wordt om in dat gebied huizen te bouwen. Verschillende commerciële partijen en andere belanghebbenden hebben hier een stevige lobby voor gevoerd en zijn verheugd dat de raad het serieus in overweging neemt. Er rust geheimhouding op het dossier. Er wordt in de pers echter regelmatig over het dossier geschreven. Vaak zit men er maar weinig naast, wat er op duidt dat er wellicht door een of meerdere raadsleden gepraat wordt met journalisten. Een raadslid is van mening dat het geheim behandelen van deze kwestie niet langer opportuun is. 'Alles ligt toch al op straat'. Mag hij ingaan op het verzoek van een journalist om met hem over het dossier te spreken?

Antwoord:

Nee, het spreken met anderen over deze kwestie is een schending van de geheimhouding, wat strafbaar is gesteld in artikel 272 van het Wetboek van Strafrecht (lekken van geheime informatie). Als het raadslid van mening is dat de geheimhoudingsverplichting niet meer passend is, zal het raadslid dit eerst in de raad aan de orde moeten stellen. Op eigen houtje een afweging maken, kan dus niet.

 

Oefening 13:

Een raadslid overweegt een bericht op te plaatsen op X: ‘@toneelgroepdeblauwemaandag Ik zit hier in een besloten vergadering over de toekenning subsidies. Het is spannend. #bezuinigenaltijdmoeilijk’.

Antwoord:

Niet doen. In een besloten vergadering worden zaken besproken die niet openbaar zijn. Een X-bericht (of dergelijke berichten op andere sociale media) als dit is een schending van de geheimhouding.

 

Oefening 14:

Een kritisch rapport over een verlieslijdend project wordt op woensdagmiddag via de website van de gemeente openbaar gemaakt. Omdat raadsleden kort na het verschijnen van het rapport wellicht vragen krijgen van journalisten over de inhoud, wordt besloten om het rapport onder embargo op maandag al aan de raadsleden te verstrekken. Mag een raadslid deze informatie vrijelijk delen, nu er geen geheimhouding op rust?

Antwoord:

Nee. Hoewel geen sprake is van het formele etiket ‘geheimhouding’ is sprake van een werkafspraak.

Dit valt onder artikel 2:5, lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht: het vertrouwelijke karakter is duidelijk gemaakt door de informatie onder embargo te delen. Dit betekent dat ook hier een geheimhoudingsplicht geldt.

Dit soort werkafspraken kunnen nodig zijn om elkaar in vertrouwen te nemen. Als dat vertrouwen wordt geschonden dan zal de neiging kunnen zijn om een volgende keer wel formeel geheimhouding op te leggen. Als er vragen worden gesteld over nut en noodzaak van het opgelegde embargo, verdient het aanbeveling om dit intern aan te kaarten, bijvoorbeeld door tussenkomst van de griffier en/of de burgemeester.

 

Paragraaf 5 Afspraken rondom de omgang in het algemeen en de gang van zaken tijdens vergaderingen

 

WETTELIJK KADER

Artikel 16 van de Gemeentewet.

Reglement van orde van de raad van Hellendoorn.

ARTIKEL 5.1 KERNBEPALING

Raadsleden gaan binnen en buiten de vergaderzaal op respectvolle wijze met elkaar, andere politieke ambtsdragers, ambtenaren en inwoners om. Raadsleden onthouden zich, ook in de privésfeer, van gedragingen die schadelijk zijn of kunnen zijn voor de eer en het aanzien van het openbaar bestuur.

ARTIKEL 5.2 BEJEGENING

  • 1.

    Raadsleden bejegenen elkaar, de collegeleden, de griffier, de gemeentesecretaris en andere ambtenaren op correcte wijze zowel mondeling, schriftelijk als in de (sociale) media.

  • 2.

    Raadsleden onthouden zich van pestgedrag, seksuele intimidatie, discriminatie, agressie en geweld. Ook ‘op de persoon spelen’, grof taalgebruik, ongepaste grappen en ongefundeerde beschuldigingen van strafbaar gedrag aan het adres van raadsleden of andere fracties zijn omgangsvormen die niet worden geaccepteerd.

ARTIKEL 5.3 HOUDEN AAN REGELS EN AANWIJZINGEN

  • 1.

    Raadsleden houden zich tijdens de vergadering aan het reglement van orde en volgen de aanwijzingen van de voorzitter op.

  • 2.

    Raadsleden spreken in het debat via de voorzitter.

  • 3.

    Optreden tegen grensoverschrijdende bejegening tijdens vergaderingen is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Zo nodig spreken raadsleden elkaar hierop aan. De voorzitter kan raadsleden vermanen en terugroepen tot de behandeling van het onderwerp. Bij herhaaldelijke grensoverschrijdende bejegening kan de voorzitter de spreker het woord ontnemen.

ARTIKEL 5.4 VERTROUWENSPERSOON

  • 1.

    Raadsleden die zich geconfronteerd zien met ongewenste omgangsvormen kunnen zich wenden tot de vertrouwenspersoon voor een luisterend oor, begeleiding en ondersteuning.

  • 2.

    Biedt ondersteuning door de vertrouwenspersoon geen oplossing of is bemiddeling tussen raadsleden gewenst, dan wordt in overleg met de griffier en/of de burgemeester een externe bemiddelaar aangezocht.

  • 3.

    Biedt bemiddeling geen oplossing en wenst één van de betrokken raadsleden verdere actie, dan wordt het Protocol omgaan met (vermoedens van) schending van de gedragscode voor raadsleden gevolgd.

  • 4.

    De vertrouwenspersoon brengt jaarlijks een geanonimiseerd verslag van bevindingen uit aan het presidium, de griffier en de burgemeester.

  • 5.

    De vertrouwenspersoon kan uit eigen beweging signalen delen met het presidium, door tussenkomst van de griffier en/of de burgemeester.

 

TOELICHTING

De onderlinge omgangsvormen in de raad zijn van betekenis voor de vraag hoe inwoners en bedrijven naar de gemeente kijken. Een respectvolle omgang met elkaar en met de waarheid maakt het daarnaast beter mogelijk met elkaar tot een werkelijk debat te komen op basis van feiten en (eerlijke) overwegingen. Dat is essentieel voor een zorgvuldige besluitvorming.

 

Bovendien is de manier waarop het college en de raad onderling en met elkaar omgaan van invloed op de geloofwaardigheid van de politiek. Het goede voorbeeld geven, ook in de privésfeer, is daarbij de norm.

 

Politiek is een arena van strijd en emotie. Daar mogen verschillen worden uitvergroot. Daarbij geldt wel: we houden de ogen op de bal, niet op de persoon.

 

OEFENINGEN

Oefening 15:

Op de Nieuwjaarsborrel zijn twee raadsleden in gesprek. Het gesprek wordt al snel een discussie. De discussie loopt, naarmate de avond vordert en de wijn vloeit, uit de hand. Op een goed moment horen de andere aanwezigen het ene raadslid tegen het andere schreeuwen, waarbij forse, persoonlijke kritiek wordt geuit. Is dit een overtreding van de gedragscode?

Antwoord:

Ja, dit gedrag is niet aanvaardbaar en is een overtreding van de gedragscode. Een collega-raadslid, een collegelid of een medewerker op deze manier in het openbaar aanspreken, is niet correct.

 

Oefening 16:

Op een bewonersavond legt een medewerker van de gemeente uit wat de plannen zijn ten aanzien van het herinrichten van een winkelstraat. De veranderingen zijn fors, de straat zal een half jaar open liggen, en de winkeliers zijn boos: ‘Wat u zegt klopt helemaal niet. U zegt ons dat het een half jaar zal duren, maar wij hebben uit de wandelgangen gehoord dat dit wel een zéér optimistische inschatting is en dat de straat wel eens veel langer open kan blijven liggen. Dat kost ons onze klanten. We pikken het niet!’. In de zaal zitten ook twee raadsleden. Tijdens de eerstvolgende raadsvergadering neemt een van hen het woord en zegt verontwaardigd dat de medewerker zat te liegen tegen bewoners en vraagt of het college maatregelen gaat treffen. Is dit een overtreding van de gedragscode?

Antwoord:

Ja, dit is geen aanvaardbaar gedrag. Het is niet de bedoeling dat in het openbaar ambtenaren persoonlijk worden aangesproken. Een raadslid dat sterke twijfels heeft over een dergelijke casus kan dit intern bespreken met de gemeentesecretaris en/of de burgemeester. Het kapittelen van ambtenaren in het openbaar is een overtreding van de gedragscode.

 

Oefening 17:

Tijdens de raadsvergadering verloopt het debat fel. Twee raadsleden krijgen het met elkaar aan de stok. Na afloop plaatst een van de kemphanen een bericht op X waarin hij stelt dat ‘mevrouw het raadslid beter thuis was gebleven om de was te doen’. Is dit een overtreding van de gedragscode?

Antwoord:

Ja, de gedragscode roept raadsleden op om binnen en buiten de raadsvergadering, respectvol met elkaar om te gaan. Ook op sociale media.

 

Oefening 18:

Een medewerker staat in een onflatteuze houding op een tafel tijdens een raadsbijeenkomst. Hiervan wordt een foto- of filmopname geplaatst op sociale media. Wat zegt de gedragscode?

Antwoord:

De gedragscode geeft aan dat raadsleden binnen en buiten de vergaderzaal op respectvolle wijze met elkaar en met medewerkers om moeten gaan, ook op sociale media. Een medewerker (of raadslid of andere ambtsdrager) op deze manier op sociale media neerzetten is niet correct.

 

Paragraaf 6 Overige afspraken

 

ARTIKEL 6.1 EENDUIDIGE INTERPRETATIE

De gemeenteraad bevordert de eenduidige interpretatie van deze gedragscode. In geval

van leemtes en onduidelijkheden in de gedragscode voorziet hij daarin.

ARTIKEL 6.2 TOEZICHT OP NALEVING

  • 1.

    De raad ziet erop toe dat de college- en de raadsleden de voor hen toepasselijke gedragscodes naleven.

  • 2.

    Er is een door de raad vastgesteld protocol hoe om te gaan met (vermoedens van) integriteitsschendingen. Dit protocol (bijlage 1) maakt onlosmakelijk deel uit van deze gedragscode.

ARTIKEL 6.3 JAARLIJKS AANDACHT

Jaarlijks organiseren de raad en het college een (gezamenlijke) bijeenkomst die in het teken staat van het onderwerp integriteit.

ARTIKEL 6.4 EVALUATIE

Minimaal één keer per bestuursperiode evalueert de raad de gedragscode op actualiteit, functioneren en of deze naar behoren wordt nageleefd.

 

TOELICHTING

Integriteit is een onderwerp dat vraagt om gezamenlijke reflectie. Om misstappen te voorkomen en samen de mores in Hellendoorn te bepalen. Om die reden organiseren de raad en het college jaarlijks een (gezamenlijke) bijeenkomst die in het teken staat van integriteit.

 

Minimaal één keer per bestuursperiode wordt daarnaast de tekst van de gedragscode voor raadsleden tegen het licht gehouden: voldoen de formuleringen nog? Over welke onderwerpen worden de meeste vragen gesteld? Zijn de praktijkvoorbeelden voldoende herkenbaar? Zo blijft de gedragscode een levend document.

 

Belangrijk is dat erop wordt toegezien dat de gedragscode daadwerkelijk wordt nageleefd. Ze legt immers de voorwaarden vast waaraan het handelen van raadsleden minimaal moet voldoen.

 

Het toezien op de naleving van de gedragscodes is niet alleen een verantwoordelijkheid van de raad als geheel, maar een gedeelde verantwoordelijkheid van alle raadsleden. Bijzondere rollen zijn weggelegd voor de burgemeester als voorzitter van de raad (mede met het oog op het bevorderen van de bestuurlijke integriteit van de gemeente), de fractievoorzitters en de raadsgriffier.

 

Paragraaf 7 Slotbepalingen

 

ARTIKEL 7.1 INTREKKING

De Gedragscode politieke ambtsdragers, vastgesteld op 26 juni 2007 en gewijzigd op 1 februari 2022, wordt ingetrokken.

ARTIKEL 7.2 INWERKINGTREDING

Deze gedragscode treedt in werking met ingang van de dag na datum van bekendmaking.

ARTIKEL 7.3 CITEERTITEL

Deze regeling wordt aangehaald als: ‘Gedragscode voor raadsleden Hellendoorn 2026’.

 

 

De raad voornoemd,

de griffier, de voorzitter,

Bijlage 1 Protocol omgaan met (vermoedens van) schending van de gedragscode door raadsleden

 

Artikel 1 Algemeen

  • 1.

    Dit protocol beschrijft hoe om te gaan met (vermoedens van) integriteitsschendingen door raadsleden. Dit protocol is vastgesteld door de raad en maakt onderdeel uit van de Gedragscode voor raadsleden Hellendoorn 2026.

  • 2.

    Conform het Regelement van orde van de raad van Hellendoorn is de gedragscode ook van toepassing op burgerleden. Waar in dit protocol ‘raadslid’ wordt gelezen, kan tevens ‘burgerlid’ worden gelezen.

  • 3.

    In gevallen waarin dit protocol niet voorziet of waarbij de toepassing niet eenduidig is, vindt, al dan niet op initiatief van de burgemeester of de plaatsvervangend voorzitter van de raad, bespreking plaats in het presidium van de raad.

  • 4.

    Het protocol is openbaar en via de gemeentelijke website te raadplegen. Raadsleden ontvangen bij hun aantreden een exemplaar van het protocol.

  • 5.

    De burgemeester ziet toe op de naleving van de stappen uit dit protocol.

 

Artikel 2 Het bespreken van integriteitskwesties

  • 1.

    Als een raadslid twijfelt of een handeling, die hij wil verrichten of nalaten, een overtreding van de gedragscode zou kunnen zijn, wint hij advies in bij de griffier en/of de burgemeester.

  • 2.

    Bij twijfel over het handelen van een ander is het uitgangspunt dat een raadslid eerst betrokkene daarop aanspreekt. Daar wordt alleen van afgeweken als het een vermoeden van een ernstige schending betreft en eventueel vervolgonderzoek in gevaar komt als het betreffende raadslid op de hoogte gesteld wordt. Wanneer de ander na het aanspreken zijn handelen niet feitelijk corrigeert of het vermoeden blijft bestaan dat de gedragscode wordt overtreden, is melding van (het vermoeden van) schending van de gedragscode de vervolgstap.

 

Artikel 3 Melding

  • 1.

    Een ieder die schending van de gedragscode vermoedt, kan hiervan melding doen bij de griffier.

  • 2.

    Indien iemand een melding doet wordt deze, voor zover van toepassing, overeenkomstig artikel 4 van dit protocol afgehandeld.

     

Artikel 4 Melding en vooronderzoek bij vermoedens van schending van de gedragscode door een raadslid

  • 1.

    Als een raadslid vermoedt dat een regel van de gedragscode niet wordt nageleefd door een ander raadslid, dan meldt hij dat, door tussenkomst van de griffier, bij het presidium.

  • 2.

    Het presidium neemt de melding in behandeling en neemt daarbij kennis van de afweging van de melder over toepassing van artikel 2, lid 2 van dit protocol (het voeren van het gesprek tussen de melder en het raadslid waar de melding betrekking op heeft).

  • 3.

    Als een melding betrekking heeft op een lid van het presidium, dan neemt dit lid of nemen deze leden niet deel aan de besprekingen over de afhandeling van de melding. De fractie kan desgewenst een ander raadslid aanwijzen, die het betreffende lid in het presidium vervangt.

  • 4.

    Als een melding betrekking heeft op de plaatsvervangend voorzitter van de raad, worden diens taken op grond van dit protocol waargenomen door de tweede plaatsvervangend voorzitter of een ander daartoe aangewezen lid van het presidium.

  • 5.

    Het presidium verricht vooronderzoek naar de melding. Het presidium kan hierbij te rade gaan bij de burgemeester, de griffier en/of een externe adviseur.

  • 6.

    Het presidium meldt het voornemen tot een vooronderzoek bij de melder. Allen betrachten geheimhouding ten aanzien van deze informatie en treden hiermee niet in openbaarheid.

  • 7.

    Ook het raadslid waar de melding betrekking op heeft wordt op de hoogte gesteld van het vooronderzoek naar een vermeende schending, tenzij het om een vermoeden van een ernstige schending gaat en eventueel vervolgonderzoek in gevaar komt als het raadslid op de hoogte gesteld wordt.

  • 8.

    Er vindt in het kader van het vooronderzoek een gesprek met melder en eventuele betrokkenen plaats.

  • 9.

    Van de bevindingen uit het vooronderzoek wordt een rapport gemaakt. Als uit het vooronderzoek blijkt dat er geen sprake is van een schending van de gedragscode, is de melding afgehandeld.

  • 10.

    De melder en de betrokkene worden (door tussenkomst van de plaatsvervangend voorzitter van de raad) op hoofdlijnen geïnformeerd over de uitkomsten van het vooronderzoek.

 

Artikel 5 Feitenonderzoek bij vermoedelijke schendingen door een raadslid

  • 1.

    Indien uit het vooronderzoek, als bedoeld in artikel 4, is gebleken dat er sprake is van een concreet en op redelijke gronden gebaseerd vermoeden dat de gedragscode niet is nageleefd door een raadslid, geeft het presidium opdracht hiernaar onderzoek te verrichten.

  • 2.

    Het presidium meldt het voornemen tot een feitenonderzoek bij de melder en de betrokkene (door tussenkomst van de plaatsvervangend voorzitter van de raad). Allen betrachten discretie en prudentie ten aanzien van deze informatie en treden hiermee niet in openbaarheid.

  • 3.

    De opdracht wordt gegeven aan een interne of externe onderzoekscommissie of extern onderzoeksbureau.

  • 4.

    Een interne onderzoekscommissie bestaat minimaal uit de burgemeester en de griffier. Ter ondersteuning kunnen zij, gehoord het presidium, ambtenaren en/of raadsleden aanwijzen. Aan de commissie kunnen externe deskundigen worden toegevoegd.

  • 5.

    Als de afstand tussen de interne onderzoekers en de betrokkene te klein is om voldoende objectief onderzoek te garanderen, wordt een externe onderzoekscommissie ingesteld of een extern onderzoeksbureau ingeschakeld.

  • 6.

    Een externe onderzoekscommissie bestaat uit personen buiten de organisatie.

 

Artikel 6 Kennisgeving aan betrokkene

  • 1.

    Het betrokken raadslid wordt na het besluit tot het instellen van een feitenonderzoek zo snel mogelijk per brief geïnformeerd.

  • 2.

    In de brief is in ieder geval opgenomen:

    • a.

      een omschrijving van het handelen of nalaten dat aanleiding is tot instellen van het onderzoek;

    • b.

      de melding dat alle betrokkenen en getuigen kunnen worden gehoord;

    • c.

      de melding dat als andere feiten en omstandigheden bekend worden die van belang kunnen zijn voor het bepalen van de omvang, aard en ernst van de integriteitsbreuk, het onderzoek zich kan uitstrekken tot die feiten en omstandigheden.

 

Artikel 7 Horen van betrokkene en getuigen

  • 1.

    Het betrokken raadslid en getuigen kunnen worden gehoord.

  • 2.

    De gesprekken worden gevoerd door minimaal twee leden van de onderzoekscommissie.

  • 3.

    Er wordt een gespreksverslag opgemaakt. De gehoorde krijgt de mogelijkheid om binnen vijf werkdagen schriftelijk te reageren op het gespreksverslag.

  • 4.

    Het gespreksverslag wordt ondertekend door de onderzoekscommissie en de gehoorde. Als de gehoorde weigert het gespreksverslag te ondertekenen, wordt daarvan melding gemaakt in het verslag.

  • 5.

    Als de gehoorde dat wenst, wordt er een schriftelijke weergave van de afwijkende mening van de gehoorde bij het verslag gevoegd.

 

Artikel 8 Rapportage feitenonderzoek

  • 1.

    De rapportage van het ingestelde feitenonderzoek wordt aan het presidium aangeboden, zodat zij als eerste kennis kunnen nemen van de rapportage. Allen betrachten discretie en prudentie ten aanzien van deze informatie en treden hiermee niet in openbaarheid.

  • 2.

    Na bespreking in het presidium wordt een samenvatting van het rapport (binnen de mogelijkheden van de wetgeving ten aanzien van openbaarheid van bestuur en privacybescherming) toegezonden aan de raad. Deze samenvatting bevat alle informatie die voor de andere raadsleden nodig is om een oordeel te kunnen vormen over het vermoeden van integriteitsschending.

 

Artikel 9 Aangifte

  • 1.

    Als uit het feitenonderzoek blijkt dat er vermoeden is van een misdrijf door een raadslid, doet het presidium (door tussenkomst van de plaatsvervangend voorzitter van de raad) aangifte bij de politie.

  • 2.

    Vanaf dat moment wordt alle informatie voorgelegd aan de politie, eventueel na overleg met de officier van justitie.

 

Artikel 10 Communicatie en openbaarheid

  • 1.

    De plaatsvervangend voorzitter van de raad treedt op als woordvoerder namens het presidium voor eventuele interne en externe communicatie. Hierbij wordt, afhankelijk van de situatie, afgestemd met het presidium en/of het Openbaar Ministerie.

  • 2.

    In de communicatie geldt de wetgeving ten aanzien van openbaarheid van bestuur en privacybescherming als juridisch kader.

 

Naar boven