Gemeenteblad van Hellendoorn
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Hellendoorn | Gemeenteblad 2026, 149065 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Hellendoorn | Gemeenteblad 2026, 149065 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Gedragscode voor burgemeester en wethouders Hellendoorn 2026
Goed bestuur is integer bestuur. Daarmee is integriteit niet alleen een verantwoordelijkheid van de individuele politieke ambtsdragers, maar een gezamenlijk belang dat de hele organisatie en het hele bestuur in al zijn geledingen aangaat. Bijzondere rollen zijn daarbij weggelegd voor de burgemeester als bevorderaar van bestuurlijke integriteit (artikel 170, lid 2 van de Gemeentewet), de griffier en de secretaris als eerste adviseur van de raad respectievelijk het college. Ons democratische systeem en de democratische processen kunnen niet zonder integer functionerende organen en functionarissen.
Niet alleen de vraag wat is toegestaan is relevant, maar ook hoe we vinden dat het hoort. Integriteit van burgemeester en wethouders verwijst immers naar de zorgvuldigheid die zij moeten betrachten bij het invullen van hun rol in de democratische rechtsstaat. Dat betekent de verantwoordelijkheid nemen die samenhangt met de zeer zichtbare functies van burgemeester en wethouders in het dagelijks bestuur en bereid zijn verantwoording af te leggen. Van burgemeester en wethouders wordt het goede voorbeeld verwacht. Zonder dat zal het vertrouwen in de democratische rechtsstaat worden ondermijnd en het draagvlak voor de naleving van de wetten en regels verdwijnen.
Vertrekpunt voor de burgemeester en de wethouders is dan ook de eed of de verklaring en belofte die de politieke ambtsdrager bij de ambtsaanvaarding aflegt. Integriteit is niet alleen een kwestie van regels, maar ziet ook op de onderlinge omgangsvormen. Een respectvolle omgang met inwoners en organisaties, tussen collegeleden onderling en tussen collegeleden, raadsleden en medewerkers, met behoud van eigen politieke inhoud en stijl, is van groot belang.
Integriteit is een thema dat betekenis krijgt in het handelen. Een integriteitsbeleid dat alleen op papier bestaat is slechts een dode letter. Daarom moet het handelen van politieke ambtsdragers regelmatig onderwerp van gesprek zijn, juist ook onderling, en ook daarbij geeft de gedragscode ondersteuning.
Deze gedragscode heeft betrekking op de burgemeester en de wethouders van Hellendoorn. De wettelijke grondslag voor deze gedragscode is te vinden in artikel 41c, lid 2 en in artikel 69, lid 2 van de Gemeentewet. Als nadere invulling en concretisering van wettelijke regels is deze gedragscode opgesteld. Het rechtskarakter van de gedragscode is dat van een interne regeling. De gedragscode bevat kernbegrippen en afspraken die bedoeld zijn als houvast en toetssteen. Zij vormt een beoordelingskader bij twijfel, vragen en discussies.
De gedragscode is evenwel niet vrijblijvend. Burgemeester en wethouders kunnen daarop worden aangesproken en zij dienen zich over de naleving ervan te verantwoorden. Om die reden is in deze gedragscode een protocol opgenomen over hoe te handelen bij twijfel over naleving van deze gedragscode of bij (vermoedens van) integriteitsschending.
Collegeleden mogen hun invloed en stem niet gebruiken om een persoonlijk belang veilig te stellen of het belang van een ander of andere organisatie waarmee zij een persoonlijke betrokkenheid hebben. Collegeleden moeten actief en uit zichzelf belangenverstrengeling tegengaan.
ARTIKEL 1.2 ONTHOUDEN DEELNAME BERAADSLAGING EN STEMMING
Als een collegelid ingevolge het eerste lid niet deelneemt aan de beraadslaging en de stemming, meldt het collegelid dit voorafgaand aan de behandeling van het agendapunt en vermeldt hij of zij op welke wijze de besluitvorming hem of haar in het bijzonder aangaat. Collegeleden onthouden zich ook van beïnvloeding in andere fases van de besluitvorming.
ARTIKEL 1.3 MELDEN VAN FUNCTIES NAAST HET COLLEGELIDMAATSCHAP
Collegeleden leveren de secretaris bij aanvang van het collegelidmaatschap de informatie aan over hun nevenfuncties. Als gaande het collegelidmaatschap nieuwe functies aanvaard worden of de omstandigheden met betrekking tot bestaande functies wijzigen, wordt de informatie die hierop betrekking heeft direct aangeleverd bij de secretaris.
ARTIKEL 1.4 ONGEWENSTE NEVENFUNCTIES
Collegeleden vervullen geen nevenfuncties waarvan de uitoefening ongewenst is met het oog op een goede vervulling van het burgemeester- of wethouderschap.
Bij veel besluiten die het college neemt, kan direct of indirect een belang van individuele collegeleden in het geding zijn. Dat is inherent aan wonen, werken en recreëren in Hellendoorn. Bij besluiten persoonlijk belang hebben is dus op zichzelf niet doorslaggevend bij de vraag of sprake is van een belangenverstrengeling. Of een collegelid mag deelnemen aan de beraadslaging en de stemming in het college hangt in de eerste plaats af van de aard van het te nemen besluit. Gaat het om iets algemeens, wat gevolgen heeft voor een grote kring van betrokkenen, dan staat het een collegelid vrij om daarover mee te praten en te stemmen – zolang het collegelid daarbij maar het algemeen belang voor ogen blijft houden.
Alleen in bijzondere gevallen, wanneer de besluitvorming vooral of met name over jouw belang gaat of over de organisatie waarvan je bestuurder bent (en dus ook formeel een verantwoordelijkheid hebt), is het op grond van artikel 28 van de Gemeentewet niet toegestaan om deel te nemen aan de beraadslaging en de stemming. Denk dan bijvoorbeeld aan ruimtelijke plannen waarvan je zelf als inwoner initiatiefnemer bent of het financieel ondersteunen van de culturele instelling waar je zelf in het bestuur zit.
Volgens de wettelijke regels is niet snel sprake van belangenverstrengeling, maar de praktijk leert dat de buitenwereld kritisch meekijkt. En dat is terecht: integer bestuur gaat immers ook over de perceptie van integer handelende collegeleden. Om discussie te voorkomen vinden we het in Hellendoorn belangrijk dat we steeds transparant maken in hoeverre bepaalde besluiten ons ook persoonlijk aangaan, of we via een nevenfunctie (artikel 41b juncto 67 van de Gemeentewet) betrokken zijn en of een financieel belang hebben. Voelt het niet goed? Bespreek het dan met de secretaris en/of de burgemeester en vraag advies.
Verder bevat de gedragscode ook afspraken die betrekking hebben op artikel 41c/69 juncto 15 van de Gemeentewet. Daarin staan handelingen en overeenkomsten die collegeleden niet mogen verrichten of aangaan. Het gaat dan met name om situaties waarbij de zuiverheid van de verhouding tussen collegelid en gemeente in het geding kan zijn. In sommige gevallen biedt de wet een ontheffingsmogelijkheid. In deze gedragscode zijn bepalingen opgenomen om te bewerkstelligen dat voornemens hiertoe worden besproken in het college, zodat intercollegiaal kan worden geadviseerd over de wenselijkheid.
Tot slot zijn er afspraken opgenomen met het oog op het voorkomen van een draaideurconstructie. Burgemeesters en wethouders bouwen gedurende hun bestuursperiode veel kennis op over de gemeentelijke organisatie en ontwikkelingen die de gemeente aangaan. Als zij na hun bestuursperiode gaan ondernemen en contracten willen aangaan met de gemeente Hellendoorn, kan er dankzij hun informatie voorsprong oneerlijke concurrentie optreden ten aanzien van andere ondernemers. Voormalig bestuurders profiteren daardoor van hun politieke functie. Dit is nadrukkelijk niet de bedoeling. Deze regel is ook van toepassing op de benoeming tot commissaris dan wel bestuurslid van een ‘verbonden partij’, als bedoeld in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. Een ‘verbonden partij’ is een organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft. Een voormalig bestuurder mag pas na 12 maanden na zijn of haar aftreden in dienst treden bij de gemeentelijke organisatie, na het doorlopen van een transparante sollicitatieprocedure.
De wethouder Wonen is voorzitter van de vereniging van huiseigenaren van de flat waar hij woont. Mag deze wethouder zijn wethouderschap combineren met dit voorzitterschap?
Artikel 36b juncto 68 van de Gemeentewet verbiedt de combinatie van deze functies niet. De nevenfunctie moet wel worden gemeld en openbaar worden gemaakt (zie artikel 1.3).
Samen met zijn staf bereidt de wethouder een bestemmingsplanwijziging voor dat een gebied betreft waar de flat staat waar hij woont.
a. Mag de wethouder bij die besprekingen betrokken zijn?
Ja. In de voorgestelde bestemmingsplanwijziging worden beslissingen voorgelegd die het gehele gebied betreffen en niet specifiek zijn flat. Er treedt dus op voorhand geen verstrengeling van belangen op als deze wethouder mee doet aan de bespreking in de staf.
b. Mag de wethouder deelnemen aan de beraadslaging en stemming in het college?
Ja, dat mag hij. Om dezelfde reden als hiervoor genoemd.
c. Mag de wethouder het stuk zelf inbrengen in de raad?
Ja, dat mag hij. Om dezelfde reden als hiervoor genoemd.
De raad doet voorstellen om precies in het gedeelte waar zijn flat staat, huizen te slopen. Zijn flat zal in dat geval ook gesloopt worden. Mag de wethouder dit dossier verder behandelen?
Nee, dat mag hij op grond van artikel 1.2 van de gedragscode niet. De besluitvorming ziet op aanpassingen die zijn huis betreffen, waarmee hij een direct belang heeft bij het behandelen van deze bestemmingsplanwijziging. Als hij het dossier blijft behandelen, handelt hij in strijd met artikel 1.2 van de gedragscode.
Collegeleden mogen hun invloed en hun stem niet laten kopen of beïnvloeden door geld, goederen of diensten die hen zijn gegeven of in het vooruitzicht zijn gesteld.
ARTIKEL 2.2 OMGANG MET GESCHENKEN, FACILITEITEN EN DIENSTEN
Collegeleden nemen van derden geen geschenken aan en accepteren geen faciliteiten of diensten waarvan redelijkerwijs mag worden aangenomen dat die hen uit hoofde van of vanwege hun functie als collegelid worden aangeboden, tenzij het gaat om een incidentele, kleine attentie (zoals een bloemetje of een fles wijn) met een geschatte waarde van maximaal €50,-.
Collegeleden accepteren geen lunches, diners, recepties en andere uitnodigingen, waarvan redelijkerwijs mag worden aangenomen dat die hen uit hoofde van of vanwege hun functie als collegelid worden aangeboden en die door anderen betaald of georganiseerd worden, tenzij dat behoort tot de uitoefening van het collegewerk en/of de aanwezigheid beschouwd kan worden als functioneel.
Deelname aan werkbezoeken, excursies en evenementen die verband houden met het raadswerk en voor rekening van anderen dan de gemeente komen, melden de collegeleden bij de secretaris binnen één week nadat de excursie, dan wel het evenement heeft plaatsgevonden. Daarbij wordt ook melding gemaakt wie de kosten voor zijn rekening heeft genomen indien de kosten niet zijn betaald door de gemeente. Melding kan achterwege blijven, indien er sprake is van andere overheidsorganisaties.
ARTIKEL 2.4 (BUITENLANDSE) DIENSTREIZEN
Collegeleden leggen een uitnodiging tot een (buitenlandse) dienstreis, met uitzondering van een dienstreis naar een Europese instelling, ter goedkeuring voor aan burgemeester en wethouders. Zij geven daarbij informatie over het doel en de duur van de reis, de bijbehorende beleidsoverwegingen, de samenstelling van het gezelschap dat meereist, de kosten voor de gemeente, welke kosten voor rekening van anderen komen en de manier waarop van de reis verslag wordt gedaan.
Collegeleden maken openbaar wat het doel, de bestemming en de duur van de (buitenlandse) dienstreis is geweest. Daarbij maken de collegeleden ook openbaar wat de kosten waren voor de gemeente en welke kosten voor rekening van anderen zijn gekomen. De secretaris legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is via internet beschikbaar.
Geschenken en uitnodigingen kunnen een sluiproute naar omkoping zijn. Ze kunnen gebruikt worden om de besluitvorming te beïnvloeden. Ze kunnen corrumperen of de aanloop daartoe vormen.
De bepalingen zijn geformuleerd als een ‘Nee, tenzij’ regel; een collegelid neemt dus geen geschenken aan, tenzij er goede redenen zijn om hiervan af te wijken.
Het accepteren van geschenken, faciliteiten of diensten van anderen kan een afhankelijkheid creëren, of een dankbaarheid, die de zuiverheid van het besluitvormingsproces kan aantasten. Ook met het aannemen van uitnodigingen en diensten kan een collegelid gecorrumpeerd raken.
Werkbezoeken en netwerkbijeenkomsten zijn bedoeld om de collegeleden in de gelegenheid te stellen zich inhoudelijk te informeren en noodzakelijke contacten te leggen en onderhouden binnen en buiten de gemeente. Lunchen, dineren of naar recepties gaan op kosten van anderen is toegestaan, als dat behoort tot de uitoefening van het collegewerk en de aanwezigheid beschouwd kan worden als functioneel. Op die manier wordt (de schijn van) omkoping en oneigenlijke beïnvloeding van de besluitvorming vermeden.
Wat voor lunches en diners geldt, geldt in nog sterkere mate voor (buitenlandse) reizen op kosten van derden. Dat wordt in de regel met aandacht gevolgd. Het is beter alle schijn te vermijden en dergelijke dienstreizen niet te maken op kosten van derden.
Raadsleden en collegeleden krijgen van het theater een lidmaatschapskaart aangeboden, die gedurende de huidige bestuursperiode kosteloos toegang geeft tot alle vertoonde films. Mag deze kaart geaccepteerd worden?
Nee, het aannemen van de kaart, is een overtreding van artikel 2.2 van de gedragscode. Een dergelijke kaart is een gericht geschenk voor de politici van Hellendoorn.
Alleen de wethouder die kunst en cultuur in portefeuille heeft, krijgt de kaart aangeboden. Het is voor het bestuurswerk goed om te weten hoe het reilt en zeilt bij het theater in de gemeente. Mag deze kaart geaccepteerd worden?
Nee, het aannemen van de kaart, is ook nu een overtreding van artikel 2.2 van de gedragscode. Het is 'om te weten hoe het reilt en zeilt' bij het filmtheater voor deze wethouder niet noodzakelijk een kaart te hebben en het accepteren van een dergelijke gift roept mogelijk wel de schijn van corruptie op. De wethouder kan zich in dit geval op een andere manier op de hoogte stellen, bijvoorbeeld door het afleggen van een werkbezoek met een duidelijk werkprogramma.
Een ambtenaar van de afdeling Communicatie heeft van het theater twintig vrijkaartjes gekregen om een internationaal festival bij te wonen dat door hen wordt georganiseerd. De gemeente Hellendoorn heeft het festival gesubsidieerd. De mail die aan alle politici wordt gestuurd, eindigt met ‘Wie wil? 1 Kaartje per persoon’.
a. Mag de wethouder dit kaartje accepteren?
Nee, dat zou in overtreding zijn met artikel 2.3. Het kaartje is een uitnodiging.
b. Is dit dan geen uitnodiging voor relaties?
Nee, dit is geen formele uitnodiging. De redenatie om wel te accepteren zou kunnen zijn dat de gemeente financieel heeft bijgedragen aan dit festival en dat dit kaartje dus gezien kan worden als een uitnodiging van de gemeente aan zijn relaties. Maar kijkend naar artikel 2.3 is onvoldoende duidelijk of het ingaan op deze ‘uitnodiging’ functioneel is: heeft het collegelid een formele rol te vervullen op het festival, opent hij het festival of overhandigt hij een boek, oorkonde of lintje? Het verdient aanbeveling om stil te staan vanuit welke hoedanigheid het collegelid aanwezig wil zijn: is de aanwezigheid functioneel voor het bestuurswerk of is het uit persoonlijke belangstelling of interesse?
Bij twijfel kan het dilemma worden besproken met de secretaris en/of de burgemeester.
Een wethouder heeft een lezing gegeven op een bewonersbijeenkomst. Na afloop krijgt hij een bos bloemen. Mag hij die aannemen?
Ja, de bos bloemen kan gezien worden als een geschenk dat uit hartelijkheid wordt gegeven en waarvan het niet accepteren de gever op dat moment ernstig in verlegenheid zou brengen. Het is bovendien niet het type geschenk dat de schijn van corruptie opwekt.
Let op: dit komt regelmatig voor. Politici staan veel op podia en krijgen vaak als dank bloemen, fotoboeken, boekenbonnen, flessen wijn, pennen, T-shirts en petjes met opdrukken, presse papiers, koffiemokken en andere typen geschenken uit de categorie 'bagatelgiften'. In veel van dergelijke situaties is het weigeren praktisch onmogelijk zonder de gever in verlegenheid te brengen.
Het college krijgt van een grote ondernemer in het centrum een uitnodiging om de presentatie bij te wonen van hun nieuwe plannen. Daarbij zal ook een diner plaatsvinden met ondernemers uit Hellendoorn. Mag het college de uitnodiging accepteren?
Ja, het college mag in principe ingaan op dit verzoek. Het is noodzakelijk voor het bestuurswerk dat de collegeleden geïnformeerd worden. Niet alleen door gesubsidieerde organisaties, ook door commerciële partijen of andere belanghebbenden. Dergelijke uitnodigingen bieden collegeleden de mogelijkheid geïnformeerd te worden. Vaak gaat een dergelijk bezoek gepaard met een luxere aankleding van het werkbezoek, zoals een georganiseerde lunch of diner en door de organisatiegeregeld vervoer. Doorgaans levert het accepteren hiervan geen overtreding van de code op. Aan de mate van luxe die nog geaccepteerd kan worden, zitten uiteraard grenzen. Alvorens op het verzoek in te gaan, is het verstandig dat het college(lid) zich hierover nader informeert en een afweging maakt of deelname gepast is.
Collegeleden gaan op prudente wijze om met gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen voor zover deze hen ter beschikking staan en gebruiken deze alleen waarvoor ze bedoeld zijn.
ARTIKEL 3.2 GEBRUIK VAN INTERNE VOORZIENINGEN
Collegeleden houden zich aan de regels voor het gebruik van interne voorzieningen van algemene aard, zoals vergaderruimtes, eventuele ict-voorzieningen en dergelijke.
ARTIKEL 3.3 ONKOSTENVERGOEDINGEN EN DECLARATIES
Collegeleden houden zich aan de regels die gelden voor onkostenvergoedingen en declaraties.
Collegeleden krijgen voor hun bestuurswerk de beschikking over een aantal faciliteiten en over financiële middelen van de gemeente. Collegeleden beschikken veelal over voorzieningen als een werkkamer, laptop, (mobiele) telefoon en dergelijke die primair voor hun bestuurswerk ter beschikking zijn gesteld. Het gebruik hiervan voor privédoeleinden is binnen vastgestelde kaders beperkt mogelijk. Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling dat de financiële middelen worden ingezet voor privédoeleinden, voor werk elders of voor de partij. Gebeurt dat toch, dan is sprake van overtreding van de gedragscode.
Een collegelid heeft een nevenfunctie als lid van een Raad van Advies. De vergaderingen van deze adviesraad vinden plaats ver buiten de gemeente. Mag het collegelid een auto van de gemeente gebruiken om naar de vergadering van de Raad van Advies te gaan?
Nee, een auto van de gemeente staat ter beschikking voor zijn werkzaamheden als bestuurder van de gemeente. Het inzetten van de auto voor niet-ambtsgebonden nevenwerkzaamheden is in strijd met de gedragscode. Ook eventueel gemaakte kosten ten behoeve van persoonlijke nevenactiviteiten mag het collegelid niet declareren.
Collegeleden gaan zorgvuldig en correct om met de informatie waarover zij uit hoofde van hun lidmaatschap van het college van burgemeester en wethouders beschikken.
Collegeleden zijn open en transparant over de eigen beslissingen en de beweegredenen daarvoor. Collegeleden handelen in overeenstemming met de Gemeentewet en met de Wet open overheid.
ARTIKEL 4.4 GEBRUIK INFORMATIE TE EIGEN BATE OF ANDER GEBRUIK
Collegeleden maken niet voor eigen gewin of voor het gewin van een ander gebruik van (nog) niet openbare informatie waarover zij als collegelid beschikken.
ARTIKEL 4.5 GEBRUIK (SOCIALE) MEDIA
In uitlatingen op (sociale) media houden collegeleden de eer en het aanzien van het openbaar bestuur hoog. Collegeleden geven niet opzettelijk een onjuiste voorstelling van zaken over gebeurtenissen in en rond de gemeente.
Het handelen van de overheid en het effect van verordeningen en beleidsregels hebben grote invloed op het leven van inwoners. Daaruit volgt dat de burger er recht op heeft over het overheidshandelen goed geïnformeerd te worden. De burger heeft er ook recht op de onderliggende redeneringen en afwegingen te kennen en te weten wie welke positie heeft ingenomen. Dat bij elkaar opgeteld schept de verplichting voor het college, de raad en de ambtelijke organisatie om de burger nauwkeurig en op tijd op de hoogte te brengen van wat er wordt besproken, besloten en uitgevoerd. Dat neemt niet weg dat het ook voorkomt dat informatie rond overheidshandelen niet bekend en verspreid mag worden. Het gaat dan altijd om gevallen waarin het openbaar maken zou leiden tot het schenden van rechten van burgers of de gemeente, tot het onterecht toebrengen van schade aan burgers, of schade aan collectieve belangen. Het college, de burgemeester en de raad dienen daarom zeer zorgvuldig om te gaan met het geheim verklaren van stukken.
Het formele etiket ‘geheim’ heeft op grond van de artikelen 87, 88 en 89 van de Gemeentewet een expliciete betekenis – ook in strafrechtelijke zin – en dient niet te worden vervangen door ‘vertrouwelijk’.
Toch zijn er situaties waarin collegeleden redelijkerwijs moeten begrijpen dat informatie waarover zij beschikken, (nog) niet bestemd is voor de openbaarheid. Het gaat dan bijvoorbeeld om informatie waarover nog tot geheimhouding kan worden besloten. Of informatie die onder embargo is gedeeld en bijvoorbeeld de volgende dag publiek wordt gemaakt.
Het college heeft het voornemen om de bestemming van een gebied te wijzigen zodat het mogelijk wordt om in dat gebied huizen te bouwen. Verschillende commerciële partijen en andere belanghebbenden hebben hier een stevige lobby voor gevoerd en zijn verheugd dat het college het serieus in overweging neemt. Er rust geheimhouding op het dossier. Er wordt in de pers echter regelmatig over het dossier geschreven. Vaak zit men er maar weinig naast, wat er op duidt dat er wellicht door een of meerdere betrokkenen gepraat wordt met journalisten. Een collegelid is van mening dat het geheim behandelen van deze kwestie niet langer opportuun is. 'Alles ligt toch al op straat'. Mag hij ingaan op het verzoek van een journalist om met hem over het dossier te spreken?
Nee, het spreken met anderen over deze kwestie is een schending van de geheimhouding, wat strafbaar is gesteld in artikel 272 van het Wetboek van Strafrecht (lekken van geheime informatie). Als het collegelid van mening is dat de geheimhoudingsverplichting niet meer passend is, zal het collegelid dit eerst in het college aan de orde moeten stellen. Op eigen houtje een afweging maken, kan dus niet.
Een collegelid overweegt een bericht op te plaatsen op X: ‘@toneelgroepdeblauwemaandag Ik zit hier in een besloten vergadering over de toekenning subsidies. Het is spannend. #bezuinigenaltijdmoeilijk’.
Niet doen. In een besloten vergadering worden zaken besproken die niet openbaar zijn. Een X-bericht (of dergelijke berichten op andere sociale media) als dit is een schending van de geheimhouding.
Een kritisch rapport over een verlieslijdend project wordt op woensdagmiddag via de website van de gemeente openbaar gemaakt. Omdat collegeleden kort na het verschijnen van het rapport wellicht vragen krijgen van journalisten over de inhoud, wordt besloten om het rapport onder embargo op maandag al aan de raad te verstrekken. Mag een collegelid deze informatie vrijelijk delen, nu er geen geheimhouding op rust en de informatie ook al is gedeeld met de raad?
Nee. Hoewel geen sprake is van het formele etiket ‘geheimhouding’ is sprake van een werkafspraak.
Dit valt onder artikel 2:5, lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht: het vertrouwelijke karakter is duidelijk gemaakt door de informatie onder embargo te delen. Dit betekent dat ook hier een geheimhoudingsplicht geldt.
Dit soort werkafspraken kunnen nodig zijn om elkaar in vertrouwen te nemen. Als dat vertrouwen wordt geschonden dan zal de neiging kunnen zijn om een volgende keer wel formeel geheimhouding op te leggen. Als er vragen worden gesteld over nut en noodzaak van het opgelegde embargo, verdient het aanbeveling om dit intern aan te kaarten, bijvoorbeeld bij de secretaris en/of de burgemeester danwel in het college.
Collegeleden gaan binnen en buiten de vergaderzaal op respectvolle wijze met elkaar, andere politieke ambtsdragers, ambtenaren en inwoners om. Collegeleden onthouden zich, ook in de privésfeer, van gedragingen die schadelijk zijn of kunnen zijn voor de eer en het aanzien van het openbaar bestuur.
Collegeleden onthouden zich van pestgedrag, seksuele intimidatie, discriminatie, agressie en geweld. Ook ‘op de persoon spelen’, grof taalgebruik, ongepaste grappen en ongefundeerde beschuldigingen van strafbaar gedrag aan het adres van raadsleden of andere fracties zijn omgangsvormen die niet worden geaccepteerd.
ARTIKEL 5.3 HOUDEN AAN REGELS EN AANWIJZINGEN
Collegeleden houden zich tijdens de vergaderingen van het college en van de raad aan het reglement van orde en volgen de aanwijzingen van de voorzitter op.
De onderlinge omgangsvormen in het college en met de raad zijn van betekenis voor de vraag hoe inwoners en bedrijven naar de gemeente kijken. Een respectvolle omgang met elkaar en met de waarheid maakt het daarnaast beter mogelijk met elkaar tot een werkelijk debat te komen op basis van feiten en (eerlijke) overwegingen. Dat is essentieel voor een zorgvuldige besluitvorming.
Bovendien is de manier waarop het college en de raad onderling en met elkaar omgaan van invloed op de geloofwaardigheid van de politiek. Het goede voorbeeld geven, ook in de privésfeer, is daarbij de norm.
Politiek is een arena van strijd en emotie. Daar mogen verschillen worden uitvergroot. Daarbij geldt wel: we houden de ogen op de bal, niet op de persoon.
Op de Nieuwjaarsborrel zijn een wethouder en een raadslid met elkaar in gesprek. Het gesprek wordt al snel een discussie. De discussie loopt, naarmate de avond vordert en de wijn vloeit, uit de hand. Op een goed moment horen de andere aanwezigen de wethouder tegen het raadslid schreeuwen, waarbij forse, persoonlijke kritiek wordt geuit. Is dit een overtreding van de gedragscode?
Ja, dit gedrag is niet aanvaardbaar en is een overtreding van de gedragscode. Een raadslid diskwalificeren op deze manier in het openbaar, is niet correct.
ARTIKEL 6.1 EENDUIDIGE INTERPRETATIE
De gemeenteraad en het college bevorderen de eenduidige interpretatie van deze gedragscode. In geval van leemtes en onduidelijkheden in de gedragscode voorzien zij daarin.
ARTIKEL 6.3 JAARLIJKS AANDACHT
Jaarlijks organiseren de raad en het college een (gezamenlijke) bijeenkomst die in het teken staat van het onderwerp integriteit.
Minimaal één keer per bestuursperiode evalueert het college de gedragscode op actualiteit, functioneren en of deze naar behoren wordt nageleefd.
Integriteit is een onderwerp dat vraagt om gezamenlijke reflectie. Om misstappen te voorkomen en samen de mores in Hellendoorn te bepalen. Om die reden organiseren de raad en het college jaarlijks een (gezamenlijke) bijeenkomst die in het teken staat van integriteit.
Minimaal één keer per bestuursperiode wordt daarnaast de tekst van de gedragscode voor burgemeester en wethouders tegen het licht gehouden: voldoen de formuleringen nog? Over welke onderwerpen worden de meeste vragen gesteld? Zijn de praktijkvoorbeelden voldoende herkenbaar? Zo blijft de gedragscode een levend document.
Belangrijk is dat erop wordt toegezien dat de gedragscode daadwerkelijk wordt nageleefd. Ze legt immers de voorwaarden vast waaraan het handelen van burgemeester en wethouders minimaal moet voldoen.
Het toezien op de naleving van de gedragscodes is niet alleen een verantwoordelijkheid van het college als geheel, maar een gedeelde verantwoordelijkheid van alle individuele collegeleden. Bijzondere rollen zijn weggelegd voor de burgemeester als voorzitter van het college (mede met het oog op het bevorderen van de bestuurlijke integriteit van de gemeente) en de secretaris als eerste adviseur van het college.
De Gedragscode politieke ambtsdragers, vastgesteld op 26 juni 2007 en gewijzigd op 1 februari 2022, wordt ingetrokken.
Bijlage 1 Protocol omgaan met (vermoedens van) schending van de gedragscode door burgemeester en wethouders
Artikel 2 Het bespreken van integriteitskwesties
Bij twijfel over het handelen van een ander is het uitgangspunt dat de burgemeester respectievelijk een wethouder eerst betrokkene daarop aanspreekt. Daar wordt alleen van afgeweken als het een vermoeden van een ernstige schending betreft en eventueel vervolgonderzoek in gevaar komt als het betreffende collegelid op de hoogte gesteld wordt. Wanneer de ander na het aanspreken zijn handelen niet feitelijk corrigeert of het vermoeden blijft bestaan dat de gedragscode niet wordt nageleefd, is melding van (het vermoeden van) schending van de gedragscode de vervolgstap.
Artikel 4 Melding en vooronderzoek bij (vermoedens van) schending van de gedragscode door een wethouder
Artikel 5 Melding en vooronderzoek bij vermoedens van schending door de burgemeester
Als een wethouder vermoedt dat een regel van de gedragscode niet wordt nageleefd door de burgemeester, dan meldt hij dat, door tussenkomst van de griffier, bij het presidium. Het presidium neemt de melding in behandeling en neemt daarbij kennis van de afweging van de melder over toepassing van artikel 2, lid 2 van dit protocol (het voeren van het gesprek tussen de melder en de burgemeester).
Artikel 6 Feitenonderzoek bij vermoedens van schending van de gedragscode door een wethouder
Artikel 7 Feitenonderzoek bij vermoedens van schending van de gedragscode door de burgemeester
Artikel 8 Kennisgeving aan betrokkene
Artikel 9 Horen van betrokkene en getuigen
Artikel 10 Rapportage feitenonderzoek
Na bespreking in het presidium wordt een samenvatting van het rapport (binnen de mogelijkheden van de wetgeving ten aanzien van openbaarheid van bestuur en privacybescherming) toegezonden aan de raad. Deze samenvatting bevat alle informatie die voor de andere raadsleden nodig is om een oordeel te kunnen vormen over het vermoeden van integriteitsschending. Deze samenvatting wordt tevens toegezonden aan de politieke ambtsdrager op wie het feitenonderzoek betrekking heeft.
Artikel 12 Communicatie en openbaarheid
Bij (vermoedens van) schending door de burgemeester zorgt de plaatsvervangend voorzitter van de raad, in afstemming met het presidium en de griffier, voor de interne en externe communicatie. Hierbij wordt afhankelijk van de situatie afgestemd met collegeleden, de secretaris, de griffier, de fractievoorzitters, de Commissaris van de Koning en het Openbaar Ministerie.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-149065.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.