Gemeenteblad van Lopik
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Lopik | Gemeenteblad 2026, 149033 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Lopik | Gemeenteblad 2026, 149033 | beleidsregel |
Beleidsregels pré-mantelzorgwoningen gemeente Lopik 2026
Burgemeester en wethouders van Lopik;
gelezen het advies d.d. 10 maart 2026;
gelet op artikel 4.4, tweede lid, artikel 5.1, eerste lid, onder a, artikel 5.18, artikel 5.21 en artikel 5.36 van de Omgevingswet en de artikelen 4:81 tot en met 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb);
De ‘Beleidsregels pré-mantelzorg gemeente Lopik 2026’ vast te stellen.
HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 2. Doel van de beleidsregels
Deze beleidsregels hebben tot doel het faciliteren van tijdige en passende huisvesting voor toekomstige mantelzorgsituaties, met behoud van ruimtelijke kwaliteit, leefbaarheid en een goed woon- en leefklimaat.
HOOFDSTUK 4. Voorwaarden omgeving pré-mantelzorgwoning
Artikel 7. Voorwaarden omgeving pré-mantelzorgwoning
De pré-mantelzorgwoning mag niet leiden tot aantasting of verslechtering van:
de woon- en leefkwaliteit. De pré-mantelzorgwoning wordt voldoende beschermd tegen eventuele milieuhinder (bodem, geur, geluid, lucht, milieuzonering & externe veiligheid) van omringende bedrijven. Omgekeerd mogen bedrijven niet in hun bedrijfsvoering belemmerd worden door de komst van een pré-mantelzorgwoning;
HOOFDSTUK 6. Aanvraagvereisten
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lopik;
de secretaris,
L. de Graaff
de burgemeester,
R.G. Westerlaken-Loos
ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BELEIDSREGELS PRÉ-MANTELZORGWONINGEN GEMEENTE LOPIK 2026
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Dit artikel bevat begripsbepalingen die in de beleidsregels worden gebruikt. Door duidelijke definities op te nemen wordt voorkomen dat er interpretatieverschillen ontstaan bij de toepassing van de regels. De begripsbepalingen zijn ook van toepassing op de aanvraag omgevingsvergunning en het daarop genomen besluit.
Artikel 2. Doel van de beleidsregels
Dit artikel beschrijft het doel van de regeling: het mogelijk maken van tijdige huisvesting voor toekomstige mantelzorgsituaties. Daarbij wordt nadrukkelijk vastgehouden aan de uitgangspunten van ruimtelijke kwaliteit, leefbaarheid en een goed woon- en leefklimaat. De beleidsregels zijn dus zowel sociaal als ruimtelijk gemotiveerd.
Hier wordt vastgelegd op welke aanvragen de beleidsregels van toepassing zijn.
Het gaat uitsluitend om situaties waarin wordt afgeweken van het omgevingsplan en waarin sprake is van:
Hiermee wordt het bereik van de regeling afgebakend.
Artikel 4. Bewoners pré-mantelzorgwoning
Dit artikel bepaalt wie in aanmerking komt voor bewoning van een pré-mantelzorgwoning en onder welke voorwaarden. Zo wordt voorkomen dat de regeling wordt gebruikt voor reguliere woningvorming.
Hoofdstuk 3. Voorwaarden pré-mantelzorgwoning
Artikel 5. Voorwaarden pré-mantelzorgwoning
In dit artikel staat beschreven aan welke voorwaarde de pré-mantelzorgwoning moet voldoen. Er wordt beschreven wanneer en waar een pré-mantelzorgwoning mag worden gerealiseerd, voor welke periode en er staat beschreven welke eisen aan de pré-mantelzorgwoning worden gesteld.
Belangrijk is dat bij een woning er maximaal 1 pré-mantelzorgwoning mag worden gerealiseerd en de pré-mantelzorgwoning tijdelijk is en daarmee geen structurele toevoeging aan de woningvoorraad.
Artikel 6. Beoordeling bij buitenplanse afwijking
Dit artikel regelt onder welke voorwaarden een buitenplanse omgevingsvergunning voor het plaatsen van een tijdelijke pré-mantelzorgwoning kan worden verleend. Belangrijk is dit artikel alleen van toepassing is als binnen de vergunningvrije bebouwingsmogelijkheden voor bijbehorende bouwwerken of binnen de bestaande bebouwingsmogelijkheden voor bijbehorende bouwwerken op grond van het omgevingsplan geen mogelijkheden zijn om een pré-mantelzorgwoning te realiseren. De voorwaarden dat de pré-mantelzorgwoning geheel of gedeeltelijk verplaatsbaar is en de oppervlakte maximaal 100 m² sluit aan bij de regels voor mantelzorgwoningen.
Hoofdstuk 4. Voorwaarden omgeving pré-mantelzorgwoning
Artikel 7. Voorwaarden omgeving pré-mantelzorgwoning
Dit artikel waarborgt dat de pré-mantelzorgwoning geen negatieve effecten heeft op de omgeving. Door de aanvrager te laten aantonen dat wordt voldaan aan de voorwaarden voor de omgeving wordt voorkomen dat de prémantelzorgwoning leidt tot overlast of beperkingen voor derden.
Hoofdstuk 5. Proces pré-mantelzorgwoning
In dit hoofdstuk wordt het proces van een pré-mantelzorgwoning beschreven. Ook wordt beschreven wanneer een pré-mantelzorgsituatie wordt beëindigd.
Artikel 8. Proces pré-mantelzorgwoning
Voor het realiseren van een pré-mantelzorgwoning is altijd een omgevingsvergunning noodzakelijk. Er is een vergunning nodig om het gebruik als pré-mantelzorgwoning toe te staan, de omgevingsplanactiviteit. Als een pré-mantelzorgwoning niet binnen de vergunningvrije bebouwingsmogelijkheden voor bijbehorende bouwwerken wordt gerealiseerd, maar binnen de bestaande bebouwingsmogelijkheden voor bijbehorende bouwwerken op grond van het omgevingsplan is er naast de omgevingsplanactiviteit, ook een omgevingsvergunning nodig voor de activiteit bouwen.
Een omgevingsvergunning wordt voor maximaal 10 jaar verleend en er is een eenmalige verlening van 5 jaar mogelijk. Deze termijn volgt uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Ook wordt geregeld wanneer de vergunning van rechtswege eindigt (bij overlijden, verhuizing of het ontstaan van een mantelzorgsituatie).
Artikel 9. Beëindiging pré-mantelzorgsituatie
Dit artikel regelt wat er moet gebeuren als de pré-mantelzorgsituatie eindigt en niet overgaat in een mantelzorgsituatie. De kern is dat:
Hiermee wordt geborgd dat de tijdelijke situatie ook daadwerkelijk tijdelijk blijft.
Hoofdstuk 6. Aanvraagvereisten
Om een aanvraag voor een pré-mantelzorg zorgvuldig te kunnen beoordelen zijn stukken nodig. Dit artikel geeft een overzicht van de stukken die bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het gebruiken en realiseren van een pré-mantelzorgwoning moeten worden overgelegd.
Dit artikel benadrukt dat het college handhavend kan optreden als de voorwaarden niet worden nageleefd of de woning voor een ander doel wordt gebruikt.
Het waarborgt de rechtsgelijkheid en de naleving van het beleid.
Hoofdstuk 8 Overgangs- en slotbepalingen
Dit artikel regelt hoe om te gaan met bestaande of lopende situaties.
Het voorkomt dat aanvragers of bestaande gebruikers onevenredig worden benadeeld door de invoering van nieuw beleid, maar zorgt er ook voor dat bij wijzigingen de nieuwe regels gelden.
Om maatwerk te garanderen en onevenredig bezwarende uitkomsten van de toepassing van deze beleidsregels te voorkomen, heeft het college de mogelijkheid om in uitzonderlijke gevallen af te wijken van de bepalingen in deze beleidsregels. Dit is een uitwerking van artikel 4:84 Awb. Het college moet wel onderbouwen waarom het afwijkt.
De beleidsregels treden in werking op de dag na de dag van bekendmaking. Ook is een koppeling gemaakt met de Wet Versterking Regie Volkshuisvesting. Bij in werking treden van deze wet komen deze beleidsregels te vervallen. Hierdoor kunnen deze regels niet in strijd zijn met deze nieuwe wet.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-149033.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.