Verordening op de ambtelijke bijstand en fractieondersteuning gemeente Druten 2026

De raad van de gemeente Druten;

 

Gelezen het voorstel van het presidium van 24 november 2025;

 

Gelet op artikel 33, derde lid, van de Gemeentewet;

 

Besluit vast te stellen de Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning gemeente Druten 2026

 

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

 

  • a.

    Griffier: de door de raad aangewezen functionaris als bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet;

  • b.

    Secretaris: de door burgemeester en wethouders aangewezen functionaris als bedoeld in artikel 102 van de Gemeentewet;

  • c.

    Fractie: de leden van de raad, die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard. Eén onder een lijstnummer verkozen lid wordt als een afzonderlijke fractie beschouwd;

  • d.

    Burger(commissie)lid: lid van een raadscommissie als bedoeld in artikel 82 van de Gemeentewet, niet zijnde een raadslid;

  • e.

    Ambtelijke bijstand: bijstand verleend door onder het gezag van het college van burgemeester en wethouders werkzame ambtenaren;

  • f.

    Bijstand: ondersteuning bij het opstellen van voorstellen, amendementen en moties of andere ondersteuning niet zijnde een verzoek om informatie.

  • g.

    Rondetafelgesprekken: de door de gemeenteraad Druten ingestelde raadscommissie als bedoeld in artikel 82 van de Gemeentewet.

Waar in deze verordening wordt gesproken over raadslid wordt ook burger(commissie)lid bedoeld tenzij uit de aard van de bepaling volgt dat die bepaling geen betrekking kan hebben op een burger(commissie)lid.

 

Paragraaf 2. Verzoeken om informatie of bijstand

Artikel 2. Verzoek om informatie

  • 1.

    Een raadslid kan de griffier verzoeken om feitelijke informatie van geringe omvang of om inzage in of afschrift van bij de raad, burgemeester en wethouders of de burgemeester berustende schriftelijke stukken en ander materiaal dat gegevens bevat.

  • 2.

    Het raadslid hoeft hiervoor geen beroep te doen op een andere wettelijke grondslag, zoals de Wet open overheid.

  • 3.

    Het burger(commissie)lid heeft niet het recht te verzoeken om feitelijke informatie van geringe omvang, tenzij een raadslid verklaart dat dit verzoek namens dit raadslid wordt gedaan.

  • 4.

    De griffier verstrekt zo spoedig mogelijk de verzochte informatie, voor zover deze daarover kan beschikken. Voor zover daarmee niet aan het verzoek voldaan is, verzoekt de griffier de secretaris één of meer ambtenaren aan te wijzen die bevorderen dat de resterende informatie zo spoedig mogelijk kan worden verstrekt.

Artikel 3. Verzoek om bijstand

  • 1.

    Een raadslid kan de griffier verzoeken om bijstand.

  • 2.

    De verzochte bijstand wordt zo spoedig mogelijk verleend, voor zover dit naar het oordeel van de griffier in redelijkheid kan worden gevergd. Als de griffier de verzochte bijstand niet kan verlenen, verzoekt hij de secretaris om een of meer ambtenaren aan te wijzen die ambtelijke bijstand verlenen.

  • 3.

    De secretaris wijst geen ambtenaar aan als:

    • a.

      Naar het oordeel van de secretaris niet aannemelijk is dat de ambtelijke bijstand betrekking heeft op raadswerkzaamheden;

    • b.

      Dit naar het oordeel van de secretaris het belang van de gemeente kan schaden;

    • c.

      Het verlenen van de verzochte ambtelijke bijstand naar het oordeel van de secretaris in redelijkheid niet kan worden gevraagd, onder andere omdat door de omvang van het verzoek daarop binnen 4 weken in redelijkheid niet afdoende kan worden gereageerd.

  • 4.

    Als de secretaris de ambtelijke bijstand weigert, deelt hij dit met redenen omkleed mee aan de griffier en aan het raadslid door of namens wie het verzoek is ingediend. De griffier of het raadslid kan de burgemeester verzoeken de ambtelijke bijstand alsnog te laten verlenen. De burgemeester beslist zo spoedig mogelijk op dat verzoek.

Artikel 4. Geschil over verleende ambtelijke bijstand

  • 1.

    Een raadslid dat niet tevreden is over de aan hem verleende ambtelijke bijstand, kan de griffier verzoeken hierover in overleg te treden met de secretaris.

  • 2.

    Als overleg van de griffier met de secretaris niet leidt tot een voor beide partijen bevredigende oplossing kan het raadslid de zaak aan de burgemeester voorleggen. De burgemeester beslist zo spoedig mogelijk op het verzoek.

Artikel 5. Verstrekking informatie over verzoeken om ambtelijke bijstand

Als het college of een of meer leden van het college informatie wensen over een verzoek om ambtelijke bijstand of over de inhoud van verleende ambtelijke bijstand, wenden zij zich daartoe via de griffier tot het betrokken raadslid.

 

Paragraaf 3. Fractieondersteuning

Artikel 6. Recht op financiële bijdrage

  • 1.

    De raad verstrekt een in de raad vertegenwoordigde fractie voor de duur van de zittingsperiode een financiële bijdrage ter ondersteuning van het functioneren van de fractie.

  • 2.

    De financiële bijdrage bestaat uit een vast basisdeel van € 1250,00 per fractie en een variabel deel van € 125,00 per raadszetel van de fractie.

  • 3.

    De jaarlijkse bijdrage heeft betrekking op een periode van twaalf aaneengesloten maanden. Deze periode van twaalf maanden vangt aan op de eerste dag van de maand na de maand waarin de gemeenteraadsverkiezingen zijn, doorgaans 1 april.

Artikel 7. Besteding financiële bijdrage

  • 1.

    Een fractie besteedt de financiële bijdrage uitsluitend om de volksvertegenwoordigende, kaders stellende, controlerende taken voortvloeiende uit het raadslidmaatschap van de leden van de fractie te versterken.

  • 2.

    De financiële bijdrage wordt in ieder geval niet gebruikt ter bekostiging van:

    • a.

      Betalingen, inclusief die ter voldoening van contributie, aan politieke partijen, met politieke partijen verbonden instellingen of natuurlijke personen anders dan ter vergoeding van diensten of goederen geleverd ten behoeve van de versterking van de ondersteuning van de fractie op basis van een gespecificeerde, reële declaratie of arbeidsovereenkomst;

    • b.

      Giften, leningen, beleggingen en voorschotten;

    • c.

      Uitgaven die op grond van enige andere wettelijke regeling al in aanmerking komen voor vergoeding van overheidswege, inclusief uitgaven in verband met verkiezingsactiviteiten;

    • d.

      Individuele scholing van raadsleden;

    • e.

      Uitgaven die in strijd zijn met wettelijke bepalingen en overige regelingen;

    • f.

      Uitgaven die bestreden moeten worden uit vergoedingen die de leden ingevolge het rechtspositiebesluit raads- en commissieleden toekomen.

  • 3.

    De griffier adviseert desgevraagd fracties als bij de fractie(s) twijfel bestaat of een specifieke besteding past binnen de in het eerste lid genoemde doelen. De griffier overlegt hierover, als de griffier dit nodig acht, met de fractievertegenwoordigers in het presidium.

Artikel 8. Voorschot financiële bijdrage

  • 1.

    Een fractie wordt jaarlijks vóór 1 mei een voorschot verleend ter hoogte van de financiële bijdrage als bedoeld in artikel 6, tweede lid.

  • 2.

    Fracties hebben ten behoeve van deze financiële bijdrage een eigen bankrekening en wijzen een penningmeester van de fractie aan.

Artikel 9. Gevolgen splitsen en einde bestaan fractie

  • 1.

    Als één of meer raadsleden van één of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden, ontvangt deze zelfstandige fractie voor de resterende bestuursperiode ook het vaste basisbedrag als bedoeld in artikel 6, tweede lid. Het voor elk van deze zetels beschikbaar gestelde variabele deel van de financiële bijdrage ter ondersteuning van de fractie waar zij uittreden, wordt voor de resterende bestuursperiode toebedeeld aan de nieuwgevormde fractie overeenkomstig het aantal zetels.

  • 2.

    Als één of meer raadsleden van één of meer fracties zich aansluiten bij een andere fractie, wordt alleen het voor elk van deze zetels beschikbaar gestelde variabele deel van de financiële bijdrage ter ondersteuning van de fractie waar zij uittreden, toebedeeld aan de fractie waarbij wordt aangesloten.

  • 3.

    Als zich een situatie als bedoeld in het eerste en tweede lid voordoet, worden de (verleende)voorschotten naar evenredigheid van het nog resterende aantal maanden van het jaar waarvoor het voorschot is verleend onverwijld bijgesteld overeenkomstig de uit het eerste en tweede lid voortvloeiende verdeling.

  • 4.

    Als een nieuwe fractie wordt gevormd c.q. een lid of leden van een fractie afsplitsen, worden financiële bijdragen aangepast met ingang van de maand volgend op de maand waarin hiervan via de griffier kennisgeving is gedaan aan de voorzitter van raad.

  • 5.

    Als een fractie tijdens een zittingsperiode ophoudt te bestaan, vervalt de aanspraak op de financiële bijdrage ter ondersteuning van die fractie met ingang van de maand volgend op de maand waarin hiervan via de griffier kennisgeving is gedaan aan de voorzitter van raad.

Artikel 10. Verantwoording, controle en vaststelling financiële bijdrage

  • 1.

    Een fractie legt uiterlijk 1 juli aan de raad verantwoording af over de besteding van de financiële bijdrage gedurende het vorige jaar, c.q. periode van 12 maanden van april tot april, onder overlegging van een verslag.

  • 2.

    Een fractie stuurt het verantwoordingsverslag toe aan de griffier. Het verslag omvat een beschrijving van het specifieke doel of de specifieke doelen waarvoor de financiële bijdrage is aangewend. Voor deze verslaglegging is het niet noodzakelijk betaalbewijzen c.a. te overleggen. Het verslag wordt door de fractievoorzitter ondertekend waarbij wordt verklaard het verslag naar waarheid te hebben opgesteld. De griffier legt een rapportage met eventuele opmerkingen bij de verantwoordingsverslagen voor aan het presidium. De verantwoordingsverslagen en de rapportage van de griffier worden besproken in het presidium. Het presidium legt een voorstel voor aan de raad.

  • 3.

    Het in het voorgaande lid bedoelde voorstel voorziet de door de respectieve fracties aangeleverde verantwoordingsrapportage van de constatering dat de rapportage aanleiding geeft tot het maken van de opmerking(en):

    • a)

      Geen bijzonderheden: het verleende voorschot wordt voor zover kosten zijn gemaakt omgezet in een definitieve financiële bijdrage, het eventuele restant is onverschuldigd betaald en dient te worden teruggestort;

    • b)

      Bijzonderheden: Met betrekking tot het verleende voorschot is niet, niet tijdig of deels verantwoording afgelegd waardoor geheel of deels onverschuldigd is betaald en deze onverschuldigde financiële bijdrage dient te worden teruggestort;

    • c)

      Bijzonderheden: In de verantwoordingsrapportage van de fractie zijn kosten opgenomen die niet overeenstemmen met het doel van het verleende voorschot waardoor het voorschot voor dit deel onverschuldigd is betaald;

  • 4.

    Gezien de verantwoordingsrapportages en het voorstel van het presidium, neemt de raad de rapportages voor kennisgeving aan en stelt de raad aan de hand van het voorstel de hoogte vast van:

    • a.

      De definitieve financiële bijdrage;

    • b.

      Het te verrekenen verschil tussen de vastgestelde financiële bijdrage en het ontvangen voorschot.

  • 5.

    Indien de inspecteur van belastingen wenst te beoordelen in welke mate de tegemoetkoming aan de raadsfracties door een raadsfractie is aangewend ten behoeve van de bestemming, en geen sprake is van een verkapte vorm van inkomsten, verlenen raadsleden van deze raadsfractie en de raadsgriffier medewerking aan dat onderzoek.

 

Paragraaf 5. Slotbepalingen

Artikel 11. Intrekking oude verordening en overgangsrecht

  • 1.

    De Verordening op de Ambtelijke Bijstand en de Fractieondersteuning van de gemeente Druten 2022 wordt ingetrokken met ingang van de datum bedoeld in artikel 12 van deze verordening.

  • 2.

    De Verordening op de Ambtelijke Bijstand en de Fractieondersteuning van de gemeente Druten 2022 blijft van toepassing ten aanzien van de op basis van die verordening verleende financiële bijdragen en de verantwoording, controle, vaststelling en afrekening van die financiële bijdragen.

Artikel 12. Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking op 1 april 2026.

  • 2.

    Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning gemeente Druten 2026.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 18 december 2025.

de griffier,

P.G.J.M. van Boxtel

de voorzitter,

S.W.P.J. Sengers

Naar boven