Gemeenteblad van Vlaardingen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Vlaardingen | Gemeenteblad 2026, 148368 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Vlaardingen | Gemeenteblad 2026, 148368 | beleidsregel |
Beleidsregels handhaving Wet goed verhuurderschap en Wet betaalbare huur gemeente Vlaardingen 2026
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vlaardingen,
Gelet op de artikelen 1:3, vierde lid, 4:81, eerste lid, 4:83 en 5:32 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 125, tweede lid, van de Gemeentewet en artikel 2, 2a, 17, 18, derde lid, en artikel 19, eerste en tweede lid, van de Wet goed verhuurderschap;
Beleidsregels handhaving Wet goed verhuurderschap en Wet betaalbare huur gemeente Vlaardingen 2026.
Op 1 juli 2023 is de Wet goed verhuurderschap (hierna: Wgv of de wet) in werking getreden. Op basis van deze wet wordt een landelijke norm voor goed verhuurderschap geïntroduceerd en krijgen gemeenten bevoegdheden om ongewenste vormen van verhuurderschap te voorkomen en tegen te gaan.
Aanleiding voor deze wet is dat bij de verhuur van woningen regelmatig misstanden voorkomen en dat de gemeenten voorheen beperkte mogelijkheden hadden om integraal tegen malafide verhuurders op te treden. Bovendien zijn huurders ook terughoudend om richting verhuurders stappen te ondernemen. De wet voorziet, met name in de bevoegdheid voor gemeenten, om handhavend op te treden.
Op grond van deze wet dient het college van burgemeester en wethouders tevens een gemeentelijk meldpunt in te stellen waar klachten over ongewenst verhuurgedrag kosteloos en anoniem kunnen worden gemeld. Het gaat daarbij om klachten van huurders, maar ook van woningzoekenden en omwonenden. Dit meldpunt is te vinden via; https://www.vlaardingen.nl/Onderwerpen/Wonen/Meldpunt_Ongewenst_Verhuurgedrag.
Op 1 juli 2024 is de Wet betaalbare huur in werking getreden, waarmee onder meer het woningwaarderingsstelsel (WWS) wordt uitgebreid naar het middensegment en aanvullende regels zijn gesteld ter bescherming van huurders. Met de Wet goed verhuurderschap zijn onder meer wijzigingen aangebracht in Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte en aanverwante regelgeving. In de Wet betaalbare huur wordt hier vervolgens alleen naar verwezen.
Artikel 3. Bedrijfsmatige exploitatie
Van een bedrijfsmatige exploitatie is in de volgende gevallen sprake:
De overtreder houdt zich beroepsmatig bezig met regelgeving omtrent huisvesting en exploitatie van onroerende zaken. Hieronder vallen in ieder geval: vastgoedontwikkelaars, (verhuur)makelaars, woning- en kamerbemiddelingsbureaus, sleutelbedrijven en bedrijven die zich bezighouden met huisvesting van hun eigen werknemers. Het bedrijfsmatige aspect van de exploitatie vloeit voort uit de aard van het bedrijf of beroep van de overtreder.
Artikel 4. Waarschuwing, last onder dwangsom en bestuurlijke boete
Als sprake is van artikel 2, tweede lid, onder a en b, van de wet (intimidatie en discriminatie) wordt het opleggen van een waarschuwing en last onder dwangsom niet passend geacht. Dit omdat hier geen herstel mogelijk is. Hierop volgt direct een bestuurlijke boete. De hoogte van de bestuurlijke boete staat aangegeven in artikel 6 van deze beleidsregels.
De overtreder kan op de last onder dwangsom zijn zienswijze (mondeling of schriftelijk) geven. Als geen zienswijze wordt ingediend of als de zienswijze geen aanleiding geeft het voorgenomen besluit te herzien, kan zowel de last onder dwangsom als de bestuurlijke boete (indien van toepassing) worden opgelegd aan de overtreder. Op het moment dat de toezichthouder na de aangegeven begunstigingstermijn constateert dat de gebreken niet zijn verholpen, wordt de dwangsom automatisch verbeurd.
Artikel 4.1 Bestuurlijke boete
Geconstateerde overtredingen, waarvoor een bestuurlijke boete op grond van artikel 19 van de wet is opgelegd, worden door het college in beginsel openbaar gemaakt. Dit geldt ook ten aanzien van een bestuurlijke boete bij recidive. Van openbaarmaking wordt afgezien indien het belang van de openbaarmaking naar het oordeel van het college niet opweegt tegen de belangen, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, onderdeel c of d, van de Wet open overheid.
Bij toepassing van het gestelde in het eerste lid van dit artikel hanteren burgemeester en wethouders de boetes als vermeld in artikel 6 van deze beleidsregels. Er wordt onderscheid gemaakt tussen bedrijfsmatige exploitatie en andere verhuurders. De boetes bij bedrijfsmatige exploitatie en recidive zijn hoger.
De toepassing van de dwangsom wordt gezien als een herstelmaatregel, gericht op het herstellen van de rechtmatige situatie. De last onder dwangsom betreft een pandgebonden maatregel.
De toepassing van de bestuurlijke boete moet door het ‘bestraffende’ karakter leiden tot een effectieve en daadkrachtige aanpak van verhuurders en/of verhuurbemiddelaars die de wet- en regelgeving bij herhaling overtreden, hetgeen uiteindelijk moet leiden tot het in de toekomst voorkomen van overtredingen.
In alle gevallen wordt, naast de bestuurlijke boete een last onder dwangsom opgelegd. Behalve als sprake is van artikel 2, tweede lid, onder a en b, van de wet (intimidatie en discriminatie) wordt het opleggen van een last onder dwangsom niet passend geacht. Dit omdat hier geen herstel mogelijk is. Hierop volgt direct een bestuurlijke boete.
Artikel 8. Evenredigheidsbeginsel
Op grond van artikel 5:46 van de Algemene wet bestuursrecht dient de hoogte van de bestuurlijke boete altijd te worden afgewogen tegen de ernst van de overtreding, de verwijtbaarheid en de omstandigheden van het geval.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-148368.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.